Hoewel er in
het oude Siam (Thailand) waarschijnlijk al met Siamezen werd gefokt is er
weinig bekend over het uiterlijk van deze oorspronkelijke siamees.
Katten met Siamese vachtpatronen
en kleuren waren makkelijk te vinden in het 19e eeuwse Thailand en werden
ook beschreven in oude kattengedichten. Buiten Zuidoost Azie waren ze echter zeldzaam. Een vaak geciteerd verhaal is
dat de Koning van Siam twee Siamese katten schonk aan de Engelse
Ambassadeur. Deze nam ze mee naar Engeland voor zijn zuster Mrs Veley.
Alle tegenwoordige Siamese
katten met stamboom stammen af van de ongeveer elf katten die kort na 1880
uit Siam naar Engeland geïmporteerd werden. Harrison Weir schreef de eerste
rasomschrijving in die tijd. In de 20e eeuw is er wel wat
nieuw bloed geïmporteerd, in het bijzonder na de eerste en tweede wereld
oorlog toen Siamezen met uitsterven bedreigd werden.
De oude Siamees oude stijl
kan variëren in bouw, maar is veel robuuster dan de moderne Siamezen. Hij
heeft Oosterse trekken, zoals een gematigd wigvormige kop en een licht
verlengd lichaam. Knikken in de staart evenals een loense blik waren veel
voorkomende fouten in vroegere Siamezen.
Tegenwoordig wordt de Siamees
in twee types gefokt, de moderne met een slank lichaam wordt onder de naam
Siamees gefokt.
Het ouderwetse robuustere type wordt tegenwoordig Thai genoemd.