|
Herinneringen aan de visserij
Wij Hollanders zijn altijd de vrachtvaarders van Europa geweest, maar ook
de visserij is een kolfje naar ons hand.
Voor de komst van de Afsluitdijk en voor grote delen van het huidige
IJsselmeer door inpoldering in de Noord Oostpolder en Oostelijk Flevoland
veranderden, kende ons land een bloeiende Zuiderzee-visserij. Meer dan
1000 vissende botters bevoeren toen soms tegelijk de nog zilte Zuiderzee,
die via de zeegaten bij de Wadden in open verbinding stond met de
Noordzee. Meedeinend met die grote broer kon het op de Zuiderzee vaak
behoorlijk spoken.
Tal van oude vissersplaatsjes rond het IJsselmeer
herinneren met hun kleinschalige charme en in stand gehouden namen als 'Olde
Vismarkt' en 'Vispoort' aan die vergane glorie. Een romantische tijd voor
wie er nu naar kijkt, maar die voor de vissers van toen vaak bijzonder
hard kon zijn. Wie het monument voor de visserij op Urk bezoekt ontwaart
een rij gedenkplaten met de namen van vissers die bij storm en schipbreuk
op zee zijn gebleven. Daar zijn de namen bij van heel jonge Urkers.
"De vis wordt duur betaald", zei Kniertje al in het beroemde
toneelstuk van Herman Heijermans, dat veel vissersleed uit die dagen aan
de kaak stelde. Al in 1849 ontstond een plan voor de droogmaking van de
Zuiderzee. Maar eerst met de bouw van de Afsluitdijk veranderde de
Zuiderzee in IJsselmeer. Hierin geen eb en vloed meer en in het aanvakelijk nog brakke water verdwijnen dan als snel de haring, ansjovis
en gaarnaal. Aal en later ook snoekbaars komen er als schrale trootst voor
in de plaats.
Polderjongens
Dan volgt het optreden van de polderjongens. De Noord Oostpolder (1942) en
Oostelijk Flevoland (1957) ontstaan. Voor veel vissers het eind van hun
bestaan. Hun rest de herinnering, een melancholiek Zuiderzeelied en de
bottervloot in oude ansichtkaarten. De altijd zo levendige
visserij-stadjes leken gedoemd een stille dood te sterven maar veel
toeristen raakten onder de bekoring van hun karakteristieke charme, zodat
nieuwe kansen voor die plaatsen ontstonden. Stadjes als Elburg, Vollenhove,
Harderwijk, Spakenburg, Marken, Volendam, Enkhuizen en Urk worden
overstroomd met bezoekers die de kassa opnieuw doen rinkelen. Urk koestert
het toerisme, maar vist ook weer op zee, want voor Urk geldt met name dat
het bloed toch kruipt waar het niet gaan kan. Museumstukken
De geest van de oude tijd, van bot- en spieringslepen, repen en het breien
van 900 mazen aan één stuk, leeft voort in wat de vroegere visserij aan
museumstukken heeft nagelaten. Klederdrachten, stijlkamers, fotomateriaal
uit de oude doos, maar ook video- en diapresentaties van hoe het was,
onderstrepen dit laatste contact met onze, zeg maar gerust: dappere
vissende voorvaderen. Het moet in de vorige eeuw een prachtvolle aanblik
zijn geweest: honderden botters met bollende zeilen en het hoorbaar
rammelen van de schoot op de golven van de schuimspattende Zuiderzee naar
vis te zien jagen. In 1966 is het afgelopen en verdwijnt de laatste
zeilende botter voorgoed uit de beroepsvisserij.
Twisten
In de jongere jaartelling van ons land vormden de nog niet drooggelegde
binnenmeren van Noord-Holland en het eveneens niet afgesloten IJ vrijwel
één groot geheel met de Zuiderzee. De vangsten waren goed en waar goud
blinkt, blijven twisten niet uit. Al in de 16e eeuw doen de vissers aan de
Overijsselse en Gelderse kant van de Zuiderzee dan ook een beroep op de
overheid hen te beschermen tegen de "ronduit hebberige vangstmethoden
van de Hollandse vissers".
Veel zeilende vissersschepen slijten hun
laatste jaren uiteindelijk meewarig als weekendhuisje of als woonschip op
een binnenwater. Aan het eind van de Afsluitdijk prijkt trots het beeld
van de grootmeester van onze moderne inpoldering: ir. Lely.

Wat naast hem
ontbreekt, is het beeld van een treurende visserman. De oude bottervloot
rotte weg, maar in 1968 werpt de 'Vereniging Botterbehoud' zich op voor
het behoud van traditionele vissersschepen. Tal van vroegere houten types
als pluten, aken en kwakken ondergaan dank zij die zorg op speciale werven
een complete vernieuwing; andere worden vakkundig opgekalefaterd. Zo
blijft een stuk cultuur voor het nageslacht bewaard. Oud vissers stelden
voor het behoud hun rijke ervaring ter beschikking. Op schrift, maar ook
wel sprekend voor een bandje. Bijvoorbeeld: "Hallo, hier Evert van
Klaas van Jannetje. Luustert! Het zeil wordt met drie à vier rabanden met
kloten om de mast geslagen, wordt gehesen aan een kromme gaffel en de haak
van de schoothoek pikt in een oog op het eind van de giek. Dat was't."
Wie het allemaal met eigen ogen wil zien, moet eens een kijkje nemen
bijvoorbeeld in de zeilmakerij (uit de dertiger jaren) in het museum van
Urk. Prachtig zijn ook de vissersverhalen, door Peter Dorleijn opgetekend
in het boekwerk: 'Van Gaand en Staand Want' (uitgeverij Van
Wijnen-Franeker). Een visser vertelt: "De barometer stond slecht,
maar vader zei: daar kunnen we niet naar kijken. Dus naar de Zuiderzee. En
's nachts waaien. 't Haar
dat waaide uit je kop. We gingen de haven uit,
nog achterom kijken, maar geen mens kwam ons achterna. 't Liep allemaal
goed af en ik geloof dat we voor een dikke honderd gulden bot hadden.
De vis was duur want d'r was d'r geenen
die verder wat had." Ook dwalend in het museum Schokland komen de
gebeurtenissen van toen weer helder op je af.
Koning Willem III gelaste in
1859 de totale evacuatie van dit eiland in de Zuiderzee. Door de daling
van de bodem en verhoging van de vloedhoogte verdwenen telkenmale grote
delen in het opstandige water.
Nu golft het akkerland vredig rond
Schokland dat in een museumdorp is veranderd. Een anonieme schrijver
verhaalt in een uitgave van het 'Urker Volksleven' in plechtige, haast
zegenende bewoordingen: "Beweren kroniekschrijvers niet dat Urk
oudtijds verenigd zou zijn geweest met het eiland Schokland?
In dat
verzonken land heeft een grote kerk gestaan, waarvan de vissers in het
laatst der 18e eeuw, bij laag water, nog duidelijk de fundamenten hebben
waargenomen. Zelfs vond een visserman in het jaar 1772 in een zijner
netten een zilveren kandelaar, afkomstig uit bedoeld bedehuis, zo wreed
verzwolgen door de golven."
De Afsluitdijk is - dan weet u dat - niet
gesloten met behulp van caissons, zoals later bij dijken in Zeeland en de
afsluiting van de Lauwerszee, maar volgens het beginsel van 'overmacht'.
Dat wil zeggen: met man en macht zoveel keileem in het laatste gat gooien
tot je het wint van de schuring van de waterstroom.
Op de plek waar de
Afsluitdijk sloot, prijkt een opvallend monument met het motto: 'Een volk
dat leeft, bouwt aan zijn toekomst.' Gaat u maar kijken.
De Geschiedenis van
Enkhuizen
De gemeente Enkhuizen omvat de
woonkernen Enkhuizen, Westeinde en Oosterdijk. Het begon allemaal in het
jaar 1000, toen op een buitendijks gelegen droogte, zuid-oostelijk van het
huidige Enkhuizen, wat verspreide armelijke behuizingen van vissers en
boeren te vinden waren. Enkhuizen bleef niet verschoond van
plundertochten, brandstichtingen en vergeldingsmaatregelen. Enkhuizen
verloor de strijd tegen de macht van de Hollandse Graven, net op het
moment dat ze haar rechten ontving van Jan I in 1299. De Oostfriezen waren
geduchte tegenstanders van de Hollandse Graven en de Enkhuizers.Onder
Willem de Vijfde ontving Enkhuizen in 1355 stadsrechten waardoor Enchusen
en Gommerkerspel verenigd werden tot een stad. Enkhuizen leefde van de
scheepvaart en de visserij.
De zware storm van 1361
gaf aanleiding tot de bouw van een haven, de huidige Noorder- en Zuider
Havendijk. Enkhuizens' welvaartsdrang won het van partijtwisten tegen
onder andere de Friezen en Geldersen wat resulteerde in de bouw van
koopmanshuizen, de Rommelhaven in 1935, in 1542 de Oude Haven thans Dijk
en in 1567 in de bouw van de Oosterhaven.
De ommuring van
Enkhuizen werd in 1549 voltooid en was er mede oorzaak van dat op 21 mei
1572 "de sleutel van de Zuiderzee" in strijd tegen de Spanjolen,
in handen van de bewoners bleef. De ontwikkeling van de zeevaart en de
handel met onder andere Voor-Indië en Japan legden voor Enkhuizen bepaald
geen windeieren; de bevolkingsaanwas zette zich voort zodat overgegaan
moest worden tot de aanleg van nieuwe verdedigingswerken. De Drommedaris
is de enige poort behorende tot de oude verdedigingsgordel die in stand is
gebleven. Het bepaalt thans voor een belangrijk deel het aanzicht van
Enkhuizen.
Maar dat na voorspoed
tegenspoed komt, gold ook voor Enkhuizen, dat te lijden had van
kaperschepen van Ostende en Duinkerken en de boycot van de Hollandse
schepen in internationaal verband, ingevolge de "Acte van
Navigatie" uitgevaardigd door de Engelse dictator Cromwell. Het
uitbreken van de pest in 1636, eiste meer dan 2600 slachtoffers.
Bovendien kwam daar nog
het uitbreken van de eerste Wereldoorlog in 1914 bij en de toenemende
positie van Amsterdam wat ten koste ging van de steden van het
Noorderkwartier. Enkhuizen verloor veel kapitaal aan het herstel van de
havenmond door verzanding. Als gevolg van diverse oorlogen liep het
bevolkingsaantal onrustbarend terug, alsmede de haringvloot.
Gedurende het laatste
kwart van de vorige eeuw versterkte de positie van Enkhuizen door onder
andere de totstandkoming van de Spoorwegverbinding met Amsterdam en de
intensivering van de land- en tuinbouw in West-Friesland.
Naast de teelt van de
gebruikelijke zaden, ging men zich steeds meer bezighouden met de teelt
van bloemzaad. De verbouw van aardappels en groente nam voortdurend toe en
de bloembollencultuur bood goede vooruitzichten. De afsluiting van de
Zuiderzee in 1932 bracht geen ondergang van de visserij teweeg, maar
verschafte voor de paling- en snoekbaarsvissers een redelijk bestaan. Het
bevolkingsaantal nam na de Tweede Wereldoorlog zienderogen toe; het
tijdperk van herstel was begonnen.
Verschillende grote en
kleine ondernemingen kwamen tot ontwikkeling. De thans in Enkhuizen
gevestigde zaadbedrijven nemen zelfs mondiaal gezien een vooraanstaande
plaats in. Voorts is in de gemeente een belangrijke plasticindustrie
gevestigd. Op toeristisch gebied vormt Enkhuizen een belangrijke
trekpleister, onder andere dank zij de fraaie historische binnenstad, de
aanwezigheid van het Zuiderzeemuseum en de jachthaven, die tot de drukst
bezochte van Nederland behoren. |