Op het ijs (Opus 31, ca. 1910)

Tekst en muziek: Hendrika van Tussenbroek


Baanveger, baanveger, kom met je bezem
Veeg nu een glanzige gladde baan
Alles wat schaatsen heeft komt vandaag rijden
Alles wat benen heeft komt vandaag glijden
Baanveger, baanveger, kom met je bezem
Veeg nu een glanzige gladde baan
Zie je ons Hansje wel? Een, twee
Zie je Jeroentje wel? Een, twee
En zie je Pieter wel? 't Is nummer drie
Rijden ze naar grootvaders pastorie

Grootvader, grootvader als je wilt rijden,
Grootmoeder laat je alleen niet gaan.
Samen zo zegt ze "gaan we door't leven,
Gaan we ook samen op de gladde baan.
Grootvader, grootvader als je wilt rijden,
Grootmoeder laat je alleen niet gaan.
"Grootvader kan het nog, een, twee
Zie eens hoe kranig toch, een, twee
Ja, en nu grootmoe naast hem rijdt
Voelt hij zich jong als in ouden tijd.

Baanveger, baanveger, nu wordt het duister
Alles wordt schimmerig, koud en grijs;
Iedereen rept zich naar warme woning,
Baanveger jij krijgt een extra beloning,
Baanveger, ga nu, want nu wordt het duister,
Maar kom dan weer morgen weer vegen op 't ijs.

Input material by: Max Dohle
Added: 15 January 2002
Translation:

Last changes on this page 16 September 2003
Back to index page
home