![]()
![]()
Edele Neerlandsch dappere zonen, Van dat oud Bataafsch geslacht, Weer versiert met Hollandsch kronen. Weer met eer en roem bedacht. Eden bleef nu op het ijs, Die het nakroost der Germanen, Dat men uitdaagd, met eer bewijs. Eden was een Hollandsche rijder, Heeft de buitenlien getart, Engeland zond de beste strijders, Ja de hardste rijders die men bezat, Vreemde Noren, staakt uw snoeven Moedeloos meet gij hier de kamp, Maar gij zult het moeten proeven, Uw gebluf ging op in damp. |
|
![]()
|
|