![]()
![]()
Ik ben nog jong. Een ijsbaan is het leven. De benen zweven en de zinnen zweven. Vioolmuziek klinkt uit de megafoon. De sneeuw maakt van de wereld een stilleven. Ik tintel en ik draag een koningskroon. Door eigen krachten word ik aangedreven En vrienden zeilen schaterend voorbij. Het is in hartje winter volop mei. We schaatsen op een vloer van porselein En slaan de dagen stuk om aan het end Te stoppen bij de koek- en zopietent Waar zure melk en bitterkoekjes zijn |
|
![]()
|
|