![]()
![]()
... Pier is een hachje, die de schaats op hing en fier Al wat schaatzen rijdt, dorst om een half ton bier, En om het meeesterschap uittarten, en trotzeren, En niemand die het zig betrouwde om af te keren Een hoon die ieder trof; die knaap was lang berucht Voor 't baasje, dat, gelijk een zwaluw ddor de lucht, Kon vliegen over 't ys: 't is Pier, die ellef steden Van Vriesland, op één dag, heeft in het rond gereden, En nog zijn maal met vrede at in den Olyhoek, Te Bolsward in de stad, bij Vetlap van der Hoek. Maar Freerik Schrap, een kwant meê moedig op zijn koten, Zwol op van spijt, en hd dat zwetzen lang verdroten, Hij greep het ijzer dat zoo trots te bengelen hing, En slingerde het neer met een verontwaardiging. Nu zal men toetzen wie den kap steek na zijn krayen Men siet ze hant aan hant, en zagtjes henen drayen Tot aan den streek, en nu, nu los, en voorts aan 't vliên Ten oog uit als een blits, eer als een ommezien, En langs de reedbaan als een Oostenwind geslopen. .... |
|
![]()
|
|