From "de Honinghbije" 1765

?

From the second part Winter page 45. Printed in Leeuwarden. I took it from the reprint by Minerva from "Schaatsenrijden" by Mr.J. van Buttingha Wichers. In this poem the "Elfstedentocht" is mentioned. It's the earliest known reference.

...
Pier is een hachje, die de schaats op hing en fier
Al wat schaatzen rijdt, dorst om een half ton bier,
En om het meeesterschap uittarten, en trotzeren,
En niemand die het zig betrouwde om af te keren
Een hoon die ieder trof; die knaap was lang berucht
Voor 't baasje, dat, gelijk een zwaluw ddor de lucht,
Kon vliegen over 't ys: 't is Pier, die ellef steden
Van Vriesland, op één dag, heeft in het rond gereden,
En nog zijn maal met vrede at in den Olyhoek,
Te Bolsward in de stad, bij Vetlap van der Hoek.
Maar Freerik Schrap, een kwant meê moedig op zijn koten,
Zwol op van spijt, en hd dat zwetzen lang verdroten,
Hij greep het ijzer dat zoo trots te bengelen hing,
En slingerde het neer met een verontwaardiging.
Nu zal men toetzen wie den kap steek na zijn krayen
Men siet ze hant aan hant, en zagtjes henen drayen
Tot aan den streek, en nu, nu los, en voorts aan 't vliên
Ten oog uit als een blits, eer als een ommezien,
En langs de reedbaan als een Oostenwind geslopen.
....

Input material by: Caroline van Staaveren
Added: 21 July 2001
Translation:

Last changes on this page 21 July 2001
Back to index page
home
Click Here!