![]()
![]()
Winter onder Schellingwoude Immer in dit drassig laagland Handhaaft zich het spitse rietgewas; 'zomers wuivend met zijn pluimen Wordt het met de herfst eenkennig. Rietgras om zich te verschansen; Om de medeminnaar listig In een hinderlaag te lokken: Ergens waar de bodem wegzinkt. Rietgras, werend als het wintert; Als men eenzaam, zich vermanend, Op scherp geslepen ijzers Rijdt, gekromd, tegen de wind in. Ontoegsnkelijk het rietland Ontoegankelijk de sterveling: Menigmaal heb ik hier Breero Rakelings voorbij zien schaatsen, Grauw, verbeten, -- Door die éne Ongenaakbaar afgewezen. |
|
![]()
|
|