Ik krijg te vaak bij m'op bezoek
die slechte vrouw, Mie Graine.
Ik walg van haar, maar hoe 'k ook vloek
zij wil maar nooit verdwijnen.
Mie komt te veel en onverwacht.
Zij komt het àl verstoren
wringt maag, priemt oog, met brute kracht
blijft z'in mijn hersens boren.
Ik moet dan steeds met tegenzin
afspraken af gaan zeggen
en met die Mie het bed dan in
of m'op de zetel leggen.
Wanneer ik nu, 't zij hier of daar
te vaak niet op kom dagen
heb dan begrip, want 't is weer waar
'k lig bij Mie Grain, verslagen.