Spelregels

 

 

 

 

 

 







Terug
 

 

 Sjoelen is natuurlijk niet alleen maar even een steentje gooien. Er zijn wel degelijk regels die niet iedereen kent. Iedereen kent wel de huis, tuin en keuken regels van sjoelen. Als een steen onder het latje (afzetbalk) komt mag je die weg pakken en nog een keer gebruiken. Of als de steen op een andere steen gaat liggen dat je die dan nog een keer mag gooien. Dit zijn regels die niet kloppen. Er zijn tal van regels verbonden aan het sjoelen. Wat zijn de regels van het sjoelen dan eigenlijk?

Officiële spelregels

We zullen nu één voor één de belangrijkste regels bespreken. Als u deze regels goed gebruikt zult u merken dat sjoelen ineens veel moeilijker is dan veel mensen dachten.


Wanneer mag je een steen terug pakken?
1. Je mag pas een steen terug pakken als de steen helemaal onder de afzetbalk is geweest. Is dit niet het geval mag je de steen niet terug pakken. Doe je dit wel dan betekend het dat je de regels overtreed en dat kan beteken dat je wordt gediskwalificeerd.
2. Als de steen onder de afzetbalk is geweest heb je dus de steen gegooid, je mag deze dan niet meer terug pakken als je hem verkeerd hebt gegooid.
3. Als je hard gooit en de steen komt daardoor weer terug onder de afzetbalk, mag je de steen weg pakken. Deze steen moet je dan wel naast de sjoelbak leggen. De steen mag je dan deze onderbeurt niet meer gebruiken.
4. Als een steen op een andere steen gaat (bok) mag je deze niet weghalen en opnieuw spelen.
5. Als je een steen kan pakken met je hand onder de afzetbalk is dit ook tegen de regels. De steen mag pas worden weggehaald als deze helemaal onder de afzetbalk is geweest.

 Afbeeling van de afmetingen van een sjoelbak

1. afzetbalk

2. bodem
3. zijwanden
4. poortenbalk
5. tussenwanden
6. achterwand
 Het spel is eigenlijk zeer simpel. Gooi zoveel mogelijk stenen geheel door de gaten op een zo evenredig mogelijk verdeelde manier. Hiermee wordt bedoeld om de 30 beschikbare schijven te verdelen over de 4 beschikbare gaten, de één, twee, drie en vier. In principe houdt dit in om in elk vak 7 stenen te gooien. In totaal zijn dan 4 maal 7 stenen is 28 stuks gebruikt. Omdat een volledige rij dubbel telt zijn in dit geval de punten 7 maal 20 is 140 punten. (i.p.v. 7 maal (1+2+3+4)). Indien de laatste 2 stenen vervolgens in de vier worden gegooid kan er in totaal 148 worden bereikt. Hierop geldt een uitzondering maar hierover later meer.

Hoe ziet een sjoelbeurt er nu uit?
Je begint met 30 stuks stenen. Als deze zijn gegooid krijg je het restant terug. De stenen die echt volledig de voorzijde zijn gepasseerd worden in stapels van vier opgestapeld. De uitstekende stenen mogen dus niet met een vinger langs de gatenrand er ingeduwd worden. Bij twijfel een latje gebruiken. Bij de tweede onderbeurt vervolgens weer stenen werpen waarbij je ook hier het restant terug krijgt om de sjoelbeurt af te ronden met de derde en laatste onderbeurt. Hierna wordt geteld.

Stapelen en tellen
De meeste fouten worden gemaakt tijdens het stapelen en tellen. Dit onderwerp heeft dus extra veel aandacht nodig. Eigenlijk is het stapelen en tellen heel simpel, maar wat net als bij wiskunde is dat je het even door moet hebben hoe het moet.

1. Stapelen:

 We beginnen met het onderwerp het stapelen van de sjoelstenen, omdat dit eigenlijk de basis is van het goed tellen. Nadat de sjoeler al zijn stenen heeft gegooid moet het jury lid de stenen die in de bak liggen (dus niet in de vakjes) terug geven aan de sjoeler. Daarna moet het jurylid de stenen stapelen.
Stel dat de sjoeler heeft
 5 stenen in de 2 .
 7 stenen in de 3,
 8 stenen in de 4
 4 stenen in de 1.
Hoe moet je dit dan stapelen? Waar je begint maakt niet zoveel uit.

Voorbeeld
Afbeeling over de telling van het sjoelen Vak 1 Daar liggen 4 stenen in, deze moeten op elkaar worden gestapeld.
Vak 2  weer vier stenen op elkaar met aan de achterkant een opening van maximaal 5 mm. De steen die over is moet je tegen de steen leggen die aan de achterkant los ligt.
Vak 3 weer vier stenen eerst op elkaar . En aan de achterkant weer een opening van 5 mm. De drie stenen die je nu nog over hebt stapel je ook op elkaar. Maar deze leg je schuin tegen de losligge
nde steen (de onderste steen).
Vak 4 moet je weer 4 stenen op elkaar stapelen met een opening van maximaal 5 mm. Dan stapel je er 3 op elkaar en deze leg je schuin tegen de andere stenen. De laatste steen die je nu over hebt leg je schuin tegen het stapeltje van 3 aan. Als je dit hebt gedaan heb je het goed gedaan. Om het nog wat duidelijker te maken staat hiernaast een plaatje.
De onderste steen van de achterste stapel,  in elk vak moet maximaal 5 mm van de achterwand worden gehaald, dit moet omdat anders de stenen makkelijk uit het vak gaan.


2. Tellen:

De puntentelling dient als volgt te gebeuren:
in elk vak 1 schijf = 20 punten,
in elk vak 2 schijven = 40 punten,
in elk vak 3 schijven = 60 punten,
in elk vak 4 schijven = 80 punten,
in elk vak 5 schijven = 100 punten,
in elk vak 6 schijven = 120 punten,
in elk vak 7 schijven = 140 punten.
Bevinden zich buiten deze berekening nog meer schijven in een vak dan tellen deze schijven elk voor de punten van dat vak. Het maximaal haalbaar is 148 punten.
 Voorbeeld :
Stel in de één en de twee zitten 5 stenen, in de drie zitten 6 stenen en in de vier zitten 8 stenen. Het laagste aantal stenen in een vak is dus 5 stuks. Dit betekent sowieso al 5 maal 20 is 100 punten. In de drie zit hierbij dus 1 steen extra en telt niet dubbel, dus gewoon 3 punten. Hetzelfde geldt voor de vier, namelijk 3 extra stenen, dus gewoon 12 punten. Het puntentotaal bedraagt 100+3+12=115 punten.

Bonus
Een bonus van maximaal 8 punten kan worden behaald als de speler de score van 148 punten behaald heeft in maximaal twee onderbeurten.
Als 148 in één onderbeurt is behaald krijgt de speler 2 keer één schijf terug.
Is de 148 behaald in twee onderbeurten, dan krijgt de speler 1 keer één schijf terug.
De schijf wordt gespeeld waarna opnieuw wordt gestapeld. Als de schijf twee keer terug moet worden gegeven, wordt diezelfde schijf nogmaals gespeeld. Alleen het resultaat van de gespeelde schijf in de eerste en, indien van toepassing, tweede keer telt. Het aantal behaalde bonuspunten wordt berekend volgens bovenstaande puntentelling, maximaal kan dus twee keer 4 bonuspunten worden behaald. De uiteindelijke score is de som van de behaalde punten en bonuspunten.

Voorbeelden:
1.Een speler heeft 148 punten gescoord in twee onderbeurten. Hij krijgt nu nog één schijf terug, welke hij in vak 2 werpt. De speler heeft nu 148 + 2 = 150 punten behaald.

2. Een speler heeft 148 punten gescoord in één onderbeurt. Hij krijgt nu nog twee keer één schijf terug. De eerste keer werpt hij deze in vak 4, de tweede keer in vak 1. De speler heeft nu 148+4+1=153 punten gescoord.

3. Zoals al eerder vermeld zijn er uitzonderingen. Het is namelijk mogelijk om hoger te gooien dan 148. Als je namelijk na 2 onderbeurten bij een sjoelbeurt reeds alle stenen door de gaten hebt gegooid met het punten aantal van 148, ook wel 148 in 2x genoemd, dan heb je recht op een extra steen (je derde onderbeurt). Deze steen wordt even tijdelijk geleend uit een vak. Indien deze in de vier wordt gegooid dan heb je de respectabele puntenscore van 152. Dit komt echter zelden voor. In theorie is het zelfs mogelijk om de maximale score van 156 te halen. Dit betekent dan 148 in de eerste onderbeurt en vervolgens in de tweede en derde onderbeurt allebei in de vier.


Dolf Salverda © 2008 Vernieuwd: 12-08-2010 13:23:36 Mijn Logo Plaatje