Scheenbeenblessure

De scheenbeenblessure is een blessure door overbelasting veel voorkomend bij hardlopers. Deze irritatie kenmerkt zich door pijn aan en rondom de voorzijde van het scheenbeen, veelal aan de binnenkant. Het wordt ook wel Shin Splints of Tibiaal Stress Syndroom (T.S.S.) genoemd.

Het onderbeen bestaat uit 2 beenderen en wel 't scheenbeen (tibia) en kuitbeen (fibula) Deze 2 botten worden verbonden door een sterk bindweefselplaat. De 2 botten worden omhuld door een dun botvlies, dat goed doorbloed is en zeer gevoelig. (denk maar eens aan de scherpe pijn die je voelt, wanneer je je scheenbeen ergens tegenaan stoot) Aan het onderbeen ontspringen een paar spieren. Aan de achterzijde de m soleus (diepe kuitspier) de m tibialis posterior (achterste scheenbeenspier) en de m flexor digitorum pedis (lange teenbuigspier). Aan de voorzijde de m. tibialis anterior (voorste scheenbeenspier. Deze spieren zijn de belangrijkste spieren die een rol spelen bij de shin splints (T.S.S.) De kracht die tijdens 't lopen op de spier inwerkt kunnen niet goed worden opgevangen door de spier. Hierdoor komt er extra trekkracht neer op 't blotvlies waar de spier aanhecht. Dit kan uiteindelijk scheurtjes gaan vertonen, wat tot een irritatie reactie leidt van het omliggende weefsel.

De pijnklachten kunnen ingedeeld worden in 5 fases na ernst van de blessure

  1. Lichte pijn en stijfheid na sportbelasting.
  2. Startpijn bij sportbelasting, verdwijnt tijdens de warming-up en na het sporten keren pijn en stijfheid terug en blijven langduriger aanwezig. Ook de volgende ochtend nog last van ochtendstijfheid.
  3. Pijn gedurende de gehele sportbelasting, maar ook erna en 'snachts. Pas na langdurige rust verdwijnt de pijn.
  4. Idem als 3, maar de pijn heeft nu een negatieve invloed op de sportprestaties.
  5. Continue pijn, deze pijn verdwijnt niet, ook na langdurige rust niet.

Scheenbeenirriatie wordt veroorzaakt door een overbelasting van de buigspieren van voet en tenen. Deze spieren spelen een belangrijke rol bij de balans van het lichaam tijdens staan, lopen en springen. De overbelasting wordt meestal veroorzaakt door een samenspel van factoren.

Oorzaken van de klachten zijn:

  • In korte tijd te veel, te vaak en te snel lopen en springen. (oppassen dus aan het begin van 't seizoen of na een blessure periode, de intensiteit van de sportspanning moet rustig worden opgebouwd)
  • Slechte warming-up en/of te kort rekken van de kuitspier.
  • Instabiliteit van de betreffende enkel.
  • Lopen op een harde ondergrond in combinatie met slechte schok absorberend en ondersteunend schoeisel.
  • Been lengte verschil, of knikplatvoeten of holvoeten. (deze problemen zouden d.m.v. een goed aangemeten zooltje opgelost kunnen worden)
  • dysbalans tussen de buig en strekspieren van de voet.
  • Spierverkortingen en dan met name die van de kuitspier.
  • Overgewicht.
  • Overpronatie van de voet. (dit houd in, dat de buitenrand van de voet opgetrokken wordt) .

Wat te doen:

  • Pijn betekent stoppen met trainen, of oefening waarbij je pijnklachten hebt! Doorgaan leidt van kwaad naar erger.
  • Na de sportinspanning koelen en verders masseer geregeld het pijnlijk gebied met b.v. een ijsklontje. (gedurende ca vijf minuten ga je op de huid masserende bewegingen maken, niet op één punt blijven hangen met het ijsklontje i.v.m. bevriezingsverschijnselen). Dit kun je zo'n vijf tot zes maal per dag herhalen.
  • Fase 1 en 2    Trainingsintensiteit aanpassen - doe geen dingen die de pijnklachten opwekt! (vaak kan het tijdig aanpassen of stoppen van de trainingen al voldoende zijn om 't in deze stadia te laten genezen. Vermijd explosieve bewegingen! Om je conditie op peil te houden kun je ook gaan fietsen, zwemmen of steppen je kuitspieren en scheenbeen worden hierbij niet zo zwaar belast.) Verders masseren, dit haalt de spanning weg van de spieren.
  • Fase 3 of hoger   Tijdelijk helemaal NIET hardlopen. Pas beginnen met het herstel trainen wanneer je geheel pijnvrij bent. Wanneer zwemmen, fietsen of steppen pijnvrij uitgevoerd kunnen worden mag dat! Verders is het raadzaam om contact op te nemen met een (sport) fysiotherapeut of (sport) arts.