Persberichten

 

Over de berging zijn door de gemeente Koggenland de volgende persberichten uitgebracht (nieuwste bovenaan):

24 april 2007:

WO II vliegtuigwrakken in Koggenland worden geborgen

De gemeenteraad van Koggenland is unaniem akkoord gegaan met het kredietvoorstel van het college van burgemeester en wethouders die het mogelijk maakt om twee vliegtuigwrakken uit WO II te laten bergen. Aangenomen wordt dat de ingrijpende bergingsoperatie in september aanstaande start en zes tot acht weken in beslag zal nemen.

In het eerste geval gaat het om een berging van een wrak van een Britse bommenwerper Hampden Mk I met stoffelijke resten van bemanningsleden, vermoedelijk boordmunitie en vervuilde grond. In het tweede geval gaat het om een Amerikaanse B24H Liberator. Hierbij is eveneens sprake van wrakdelen, schadelijke stoffen in de bodem en waarschijnlijk boordmunitie. Het is niet uitgesloten dat bij bergingen van vliegtuigwrakken uit WO II rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van zware explosieven. Verder sluit de gemeente niet uit dat er op twee andere locaties in de gemeente Koggenland twee ‘gedropte’ niet ontplofte bommen in de grond liggen.

De Britse bommenwerper stortte in de nacht van 8 november 1941 neer in een weiland van de toenmalige gemeente Berkhout, nu deel van de gemeente Koggenland. De bommenwerper van het 49e squadron van de Royal Air Force was neergehaald door een Duitse jager. Alle bemanningsleden verloren het leven, twee van hen zijn in Bergen (NH) begraven. Waarschijnlijk bevinden de stoffelijke resten van de andere bemanningsleden zich nog in of nabij het wrak.

De Amerikaanse bommenwerper is bijna drie jaar later, op 29 juni 1944, neergestort in de voormalige gemeente Ursem, tegenwoordig ook gemeente Koggenland. De bemanning heeft het vliegtuig per parachute kunnen verlaten. Metingen hebben aangetoond dat niet moet worden uitgesloten dat er nog zware wrakdelen in de grond aanwezig zijn.

Zorgvuldige afweging

Veiligheid heeft de hoogste prioriteit voor het college van burgemeester en wethouders bij de bergingen in Koggenland. Bommen kunnen 50 tot 100 jaar na dato instabiel worden en spontaan ontploffen. De bergingen van de vliegtuigwrakken kennen daarnaast ook milieuaspecten zoals het afvoeren van schadelijke stoffen en verontreinigde grond. In vliegtuigen uit die tijd werd bijvoorbeeld nog veelvuldig gebruik gemaakt van asbest en radioactieve stoffen. Bij de berging van de Britse bommenwerper speelt naast de veiligheids- en milieuaspecten, ook de piëteit van de slachtoffers een belangrijke rol. De totale kosten van de berging zijn geraamd op 950.000 euro, waarin de gemeente uitgaat van een Rijkssubsidie van 440.000 euro en een gemeentelijke bijdrage van ruim 510.000 euro.

Informatie

De gemeente zal de grondeigenaren en omwonenden de komende tijd met de grootste zorgvuldigheid blijven informeren over het vervolgtraject van de bergingsoperatie en de eventuele ruiming van bommen. Tevens zullen de inwoners van de gemeente Koggenland op de website van de gemeente alsmede via de media regelmatig worden geïnformeerd. Op een nog nader te bepalen datum in augustus organiseert de gemeente een grote informatieavond voor belangstellenden.

Het project wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van burgemeester mevrouw L.Sipkes. Kapitein P. Petersen, bergingsofficier van het Logistiek Centrum van de Koninklijke Luchtmacht heeft de leiding over de operatie. Welk bedrijf de civieltechnische klus gaat klaren is nog niet duidelijk.

Bron: www.koggenland.nl, 24 april 2007


 


15 maart 2007:

Berging vliegtuigwrakken WO II in Koggenland

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Koggenland wil twee vliegtuigwrakken uit WO II laten bergen.
In het eerste geval gaat het om een berging van een wrak van een Britse bommenwerper Hampden Mk I met stoffelijke resten van bemanningsleden, vermoedelijk boordmunitie en vervuilde grond. In het tweede geval gaat het om een Amerikaanse B24H Liberator. Hierbij is eveneens sprake van wrakdelen, schadelijke stoffen in de bodem en waarschijnlijk boordmunitie. Het is niet uitgesloten dat bij bergingen van vliegtuigwrakken uit WO II rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van zware explosieven. Verder sluit de gemeente niet uit dat er op twee andere locaties in de gemeente Koggenland twee ‘gedropte’ niet ontplofte bommen in de grond liggen.
De kosten van de beide bergingen alsmede de ruiming van de gedropte bommen bedragen 950.000 euro, waarvoor het college deze week een kredietvoorstel doet aan de gemeenteraad. Op donderdag 15 maart 2007 zal waarnemend burgemeester mevrouw L. Sipkes in het gemeentehuis te De Goorn een toelichting geven aan de media.

De Britse bommenwerper, een Hampden Mk 1, stortte in de nacht van 8 november 1941 neer in een weiland van de toenmalige gemeente Berkhout, nu deel van de gemeente Koggenland. De bommenwerper van het 49e squadron van de Royal Air Force was neergehaald door een Duitse jager. Alle bemanningsleden verloren het leven, twee van hen zijn in Bergen (NH) begraven. Waarschijnlijk bevinden de stoffelijke resten van de andere bemanningsleden zich nog in of nabij het wrak.

De Amerikaanse bommenwerper is bijna drie jaar later, op 29 juni 1944, neergestort in de voormalige gemeente Ursem, tegenwoordig ook gemeente Koggenland. De bemanning heeft het vliegtuig per parachute kunnen verlaten. Metingen hebben aangetoond dat niet moet worden uitgesloten dat er nog zware wrakdelen in de grond aanwezig zijn.


Veiligheid heeft de hoogste prioriteit voor het college van burgemeester en wethouders bij de bergingen in Koggenland. Bommen kunnen 50 tot 100 jaar na dato instabiel worden en spontaan ontploffen. De bergingen van de vliegtuigwrakken kennen daarnaast ook milieuaspecten zoals het afvoeren van schadelijke stoffen en verontreinigde grond. In vliegtuigen uit die tijd werd bijvoorbeeld nog veelvuldig gebruik gemaakt van asbest en radioactieve stoffen. Bij de berging van de Britse bommenwerper speelt naast de veiligheid- en milieuaspecten, ook de piëteit van de slachtoffers een belangrijke rol.

De gemeente zal de grondeigenaren en omwonenden tijdig en met de grootste zorgvuldigheid informeren over het vervolgtraject van de bergingen en eventuele ruimingen.

De totale kosten voor de berging zijn geraamd op 950.000 euro, waarin de gemeente uitgaat van een Rijkssubsidie van 440.000 euro en een gemeentelijke bijdrage van ruim 510.000 euro. Aan de gemeenteraad wordt hiervoor een kredietvoorstel gedaan.