De Wied, een
geslaagde visexpeditie met hindernissen van Peter en Frans, van 20
tot 24 augustus 1998.
Donderdag 20 augustus 12.45.
Vertrek uit Den Helder.
Via Amsterdam, Utrecht, Arnhem, Oberhausen en Keulen richting
Frankfurt. Afslag Neustadt-Wied. In Neustadt uitgestapt. Dan
krijgt je na zoveel uur in een auto gezeten te hebben het gevoel
dat je opnieuw moet leren lopen.
De Wied ter plaatse bekeken. De stroom
liep daar langzaam door het dal. Besloten werd niet over een nacht
ijs te gaan en verder te kijken. Doorgereden langs de Wied. Op een
aantal plaatsen de stroom bekeken en het zag er niet slecht uit.
Stroomopwaarts via Peterslahr naar Burglahr gereden. Even boven
Peterslahr een campingplatz tegen gekomen waar geen receptionen
aanwezig was. De sanitaire voorzieningen waren op het eerste
gezicht ook niet optimaal en een tentenveldje konden wij ook niet
ontdekken.
Eigenlijk een camping voor vaste standplaatsen.
In het vredige slapende dorpje Burglahr de rivier vanaf de
dorpsbrug bekeken welke er vriendelijk stromend uitzag en waarin
we een aantal grote vissen konden zien die stroomopwaarts hun weg
zochten.
In hotel Burghof om informatie gevraagd
over de te verkrijgen dagvergunningen. Het betreffende hotel
verstrekte deze voor het luttele bedrag van 18 DM. Dat was voor
een stuk rivier van 1 Km links en 1 Km rechts van de brug te
Burglahr. De strecke zag er op die punten gelikt uit. We besloten
na het nuttigen van twee cola’s een dagvergunning voor de
volgende dag aan te schaffen.
Dan moest er nog een standplaats
voor de nacht georganiseerd worden. Dat was volgens de eigenaresse
van hotel Burghof “kein punkt”. Op haar aanwijzing kon
"daar en daar" gewoon de tent opgezet worden en bij
eventuele vragen hierover konden wij naar haar verwijzen. Edoch,
wij wensten ons middels warm stromend water te verfrissen en een
sanitaire voorziening leek ons ook wel wat zodat een reguliere
camping de aangewezen plek was.
Daarvoor moesten we in hotel Fuchs
zijn volgens de vrouw, daar kon men ons op de plaatselijke camping
inschrijven. Wij hebben het echtpaar vriendelijk bedankt en zijn
schuin aan de overkant naar de concurrentie gegaan. Daar
aangekomen duurde het even voor de eigenaresse van hotel en
camping Fuchs in beeld verscheen. Na enig gemoedelijk overleg en
een bijdrage in de kosten van 10 DM per persoon konden wij naar de
camping afreizen. Waar we konden staan met de tent wees zich zo,
wist de zeltplatz-bazin te vertellen.
De platz was globaal gelegen tussen
Burglahr en Oberlahr. Op de plaats aangekomen konden wij niet echt
een goede plek voor de tent vinden. Eén plek was door ons in orde
bevonden, een egaal grasveldje waarnaast een camper gestaan had.
Dat mocht niet. Wij moesten op een niet bouwrijp veldje staan waar
de afgezaagde bomen en diverse achtergelaten straatstenen de
dienst uitmaakten. Daar in geen geval dus! Na heen en weer
getelefoneer naar hotel Fuchs, via een vriendelijk tussenpersoon,
konden wij als wij daar niet lekker mee waren, ons geld weer terug
krijgen en ophoepelen. Wij vonden alsnog een compromis en mochten
op een strook ongemaaid en verdord gras staan wat enigszins egaal
was en wat ons eigenlijk een parkeerplaats leek. Als buurman
hadden wij de afvalcontainer.
Enfin, de tent opgezet, wat warms op de
primus gemaakt en de rivier geïnspecteerd. De investering van 36
DM leek ons een goede. De hele camping en omgeving rook een beetje
naar urine zodat wij deze tot “camping pishoek” doopten.
Gedverpiellekes, wat waren die Dassen voor het slapen gaan lekker.

Vrijdag 21 augustus.
Na het ontbijt de tent ingepakt en ons verplaatst naar de
dorpsbrug van Burglahr. Peter ging stroomopwaarts van de brug
vissen en ik ging de rivier af om een eind verderop in de stroom
af te dalen en deze ook stroomopwaarts af te vissen. Om een uur of
drie kwamen we elkaar weer tegen bij de brug en wisselden onze
ervaringen uit. We hadden ontzettend leuk gevist en kwamen tot de
conclusie dat de kop van het stukje van Lo Kroon in het VNV blad
exact de lading dekte. Namelijk, “een riviertje waar je heerlijk
kunt aankeutelen”.
Gevangen zijn, aantallen
flinke blankvoorns, alvertjes bij tientallen, grote en kleine
meunen en Peter een flinke barbeel. Kortom over vangsten niet te
klagen. De ambiance van zo’n riviertje is ongeëvenaard. Een
mogelijke ijsvogel, een paar waterspreeuwen en een grote gele
kwikstaart gezien. Kortom, we waren mensen.
Plannen moesten gemaakt
worden om de volgende dag een ander stuk Wied te bevissen. Met het
mobiel de rivier omhoog afgereden, eerst naar Altenkirchen om daar
de lokale drankzaak te verblijden met onze klandizie en
gelijktijdig de rivier op diverse plaatsen beoordeeld. Daarna in Döttesfeld
beland. Aldaar bij de eigenaar en zijn echtgenote van het zeer
fraaie hotel zum
Wiedbachtal om informatie gevraagd en ons daar een
dagvergunning voor 18 DM voor de volgende dag aangeschaft. Deze
vergunning gold voor de strecke vanaf de samenstroom van de Wied
en de Holtzbach tot aan de strecke van Oberlahr.
In het hotel hing aan een
van de wanden een uitdagende kop van een opgezet everzwijn tussen
de hertengeweien. Aan een ander muur was een prachtig opgezette uil
te bewonderen die jammerlijk geëlektrocuteerd was door
hoogspanningdraden in het gebied. De uil was geringd geweest en
kwam oorspronkelijk uit het Eifel gebied. Tevens van het zeer
gastvrije echtpaar informatie verkregen waar onze tent op te
zetten. Dat kon, op de campingplatz “Lahrer Herrlichkeit”
gelegen nabij het bahnhof van Oberlahr.
Peter vertelde, in zijn
betere Duits dan dat van mij, dat wij naar de Wied waren gekomen
n.a.v. het artikel van de heer Kroon in het VNV blad. Zij konden
zich deze man nog herinneren. Na enige vriendelijkheden over en
weer zijn wij naar de camping Heerlijkheid vertrokken om aldaar de
tent weer op te zetten.
Na het avondeten weer naar Burglahr
afgereisd om aldaar de abondsprong mee te maken. Tegen donker,
voor tienen anders kom je de camping niet meer op met een auto,
naar de tent. Een welbestede dag, ontzettend naar onze zin gehad,
en tot de conclusie gekomen dat deze rivier, ondanks dat Peter het
jammer vond dat er geen forel op de strecke zat, een redelijk
alternatief voor de Kyll was.
Peter had een extra grondzeil
meegenomen. Dat hadden we opgetuigd tegen het hek waar we al
zittende ons potje onder konden koken. Vele buizerds cirkelden
boven de bomen aan de rand van de camping. Na onder het gemalen
water geweest te zijn zitting genomen onder Peter zijn afdakje en
een weissbiertje ter versnapering genomen. Onderwijl begon het
iets te regenen wat uitmondde in een urenlange verschrikkelijke
stortbui. Het zicht op de omgeving werd ontnomen. Donkere wolken
kwamen boven onze nieuwe hengeldag. Die zou hierdoor wel zeker in
het water vallen. Om ons verdriet te verdrinken hebben we maar een
extra weissbiertje genomen.
Zaterdag 22 augustus.
Later dan gewoon opgestaan. Na het ochtendritueel
voorzichtig over de brug naar de Wied gekeken en moeten
vaststellen dat onze gedachtegang de vorige avond een juiste
bleek. Eén bruine stroom. Het water was wel dertig tot veertig
centimeter gestegen. Naar Döttesfeld gereden om aldaar de
samenstroom van de Holzbach en de Wied te bekijken.
De veroorzaker
van die bruine stroom was de Holzbach. Deze loosde een bruine
stroom in de redelijk heldere Wied. Het weer overigens was enorm
opgeknapt, hier en daar een wolkje en een lekker temperatuurtje.
Bij navraag in hotel zum Wiedbachtal, waar wij bijna kind aan huis
waren, wist men ons te vertellen dat de weersgesteldheid zeker tot
morgen zo zou blijven en de Holzbach dan zijn normale niveau en
helderheid wel weer terug zou hebben. De vergunning zou, hetgeen
een uitzondering was, naar de volgende dag omgezet worden.
Heb dank, Herr Bolländer.
Morgen dus, vooruit dan maar, als het echt niet anders kan.
Peters plan uitgevoerd om een verkenningsronde door het Wiedtal te
maken. Besloten werd om de Sieg en later de Nister te bezichtigen.
Aldus geschiede. Wel bleek mijn richtingsgevoel mij hier in deze
prachtige contreien danig in de steek te hebben gelaten. In de
avond was het water van de Wied weer behoorlijk gezakt en de
helderheid was toegenomen.
Even proberen te vissen
nabij de brug over de Wied en zijn molenstroom. De lijn was amper
nat toen we weer een stortbui over ons heen kregen. Peter had nog
wel een paar vissen gevangen, ik had echter geen vis aan het kleed
kunnen komen. Afmars naar de campingplatz om krijgsraad te houden.
Droog onder het afdakje mismoedig de
neervallende druppels gadegeslagen. Morgen, dachten wij, zou het
ook wel niets zijn. Opbreken en zu hausse leek ons een goed plan.
We zouden dan om een uur of een, twee in de nacht thuis zijn.
Peter zou gaan betalen en zijn campingkaart ophalen. De
campingbaas was echter niet aanwezig, dus moest het vertrek tot de
volgende morgen uitgesteld worden.
Proost.
Zondag 23 augustus
Na de scrambled eggs, die krijg je vanzelf met een slechte
koekenpan, en de koffie de natte bende in het vervoermiddel
geladen, De campingbaas 54 DM gegeven voor de bewezen diensten en
daarna de camping "Herrlichkeit", die ons hoofdzakelijk
stortbuien had bezorgd, verlaten.
Nog even kijken naar de Wied. Die leek ons tot onze verbazing
bevisbaar. Vlug nog even naar de samenstroom van de twee rivieren
kijken. Het zag er alleszins bevisbaar uit. De Wied zelf was
behoorlijk helder maar de Holzbach was nog wat gekleurd. Rap de
vergunningen bij de ons wel zeer sympathieke heer Bolländer laten
veranderen en met dezelfde snelheid naar de Wied terug.

Dit heeft ons visweekend gered. Niet dat
we veel vingen, maar het maakte de reis compleet. De laatste
uurtjes hebben wij beiden enorm genoten. Ik ving zelfs een
forelletje en miste een ander in een stroomversnelling van een
stukje Wied die geheel overgroeid was door bomen.
In dit stukje rivier was het
vissen een aparte belevenis. Peter ving ook zo links en rechts en
signaleerde diverse ijsvogeltjes. Om 15.00H na een kop erwtensoep
huiswaarts gekeerd.
Ten 20.00H in een striemende regen thuisgekomen.