Lodewijk
Start Werkstukken Boekverslagen Ruimtevaart Nieuwe presentatie

Lodewijk XIV

Voorwoord

Het hof van Versailles vormde het geografische middelpunt van de macht van Lodewijk XIV. Als je aan het hof van Lodewijk XIV over cultuur sprak, had je het over Frankrijk, en als je over Frankrijk sprak, zei je Versailles. Versailles, het architectonische wereldwonder van de zeventiende eeuw, zorgde met zijn parken en tuinen, zijn klaterende waterwerken, cascaden en fonteinen en zijn schier eindeloze hoffeesten voor een orgie voor oog en gevoel. Voor dit alles was Lodewijk XIV verantwoordelijk, koning van Frankrijk. Lodewijk besteeg de troon in 1643, toen hij vier jaar oud was, en regeerde tot zijn dood in 1715.

Zonsopgang

De zorg over het imago van Lodewijk begon al bij zijn geboorte. Lodewijk werd geboren op 5 september 1638 in St-Germain-en-Laye. Zijn geboorte werd door heel Frankrijk gevierd met vreugdevuren en vuurwerk, klokgelui en kanonschoten. Lodewijk werd geloofd in preken, toespraken en gedichten waaronder Latijnse verzen. Lodewijk wordt als baby beschreven als een soort Messias tijdens wiens leven de gouden tijd zou terugkeren. In feite waren de verweking van een troonsopvolger en de eerste bewegingen van het kind in de buik van de moeder al reden tot feestviering geweest. Een feestviering die des te opgetogener was omdat het in 1638 uiterst onwaarschijnlijk was gaan lijken dat Anna van Oostenrijk en haar echtgenoot Lodewijk XIII ooit nog een kind zouden krijgen. Om deze reden werd het jongetje dan ook een godsgeschenk. Minder dan vijf jaar later bracht de dood van zijn vader in 1643 de jonge Lodewijk weer in het middelpunt van de aandacht. Zijn troonsbestijging in datzelfde jaar ging gepaard met een belangrijke verandering. Men had Lodewijk net als andere kinderen getoond als ingebakerde baby of in de jurk die gewoonlijk door jongetjes onder de zevenjaar werd gedragen. Vanaf 1643 begon men hem af te beelden in een koningsmantel met gouden lelies op een blauwe ondergrond.

 
Lodewijk werd op vijf- of zesjarige leeftijd al geschilderd zittend op een troon terwijl hij een scepter of een commandostaf vasthoudt. Een enkele keer werd hij in wapenrusting uitgebeeld.

Koning van jongs af aan

Toen de vader van Lodewijk in 1643 overleed, twijfelde niemand eraan of het vijfjarige prinsje moest wel koning worden. Dat gebeurde automatisch: de oudste zoon van een koning volgde op als zijn vader overleed. 'God wil het zo,' zeiden de mensen in de 17e eeuw. Ze wisten dat God koningen aanstelde. De mensen hoefden zich dus niet af te vragen of iemand daar wel geschikt voor was. God zou ervoor zorgen dat de koning die hij uitkoos de nodige capaciteiten zou hebben.

 
Lodewijk XIV in 1648

Omdat Lodewijk nog te jong was voor het koningschap had zijn moeder, Anna van Oostenrijk het regentschap. Zijn moeders "handen" waren echter gebonden door een regentschapsraad.

De jaren van Mazarin

Natuurlijk kon een kind van vijf jaar niet echt zelf regeren. Daarom regeerde eerste minister Mazarin vanaf 1651 samen met Anna van Oostenrijk voor Lodewijk. In deze jaren spande Mazarin zich in om de regering centraal te regelen, vanuit het koninklijk paleis. Net als Filips II in de Nederlanden wilde Mazarin de macht van de edelen verkleinen. De edelen waren daar niet blij mee. Er waren in die tijd dan ook heel wat opstanden en soms bijna burgeroorlogen.

Kardinaal Mazarin, (Frans staatsman van Italiaanse afkomst, studeerde rechten en begaf zich in 1622 in pauselijke krijgsdienst) overheerste Anna van Oostenrijk geheel. Hij wist zich van de regentschapsraad te ontdoen door de 13-jarige koning meerderjarig te verklaren; sindsdien heerste Mazarin vrijwel onbeperkt. Mazarin was tussen 1643 en 1661 de leidende figuur in de regering. Hij gaf Lodewijk zijn politieke opvoeding. Hij was ook een vooraanstaand beschermheer van de kunsten, met een grote waardering voor het werk van schilders als Philippe de Champaigne en Pierre Mignard, en voor schrijvers als Comeille en Benserade. Hij was een groot liefhebber van opera en dank zij Mazarin werden er drie Italiaanse opera's besteld om in Parijs te worden opgevoerd. Het door hem in 1659 bewerkte en in 1660 voltrokken huwelijk van Lodewijk met Maria Theresia.

Na Mazarins overlijden op 9 maart 1661 benoemde Lodewijk geen opvolger. Dankzij gelukkig gekozen medewerkers is hij er tot op aanzienlijke hoogte in geslaagd de door Richelieu en Mazarin voorbereide centralisatie onder een absoluut gezag te verwezenlijken.

 

Lodewijk XIV de Zonnekonin

Tijdens regentschap van zijn moeder Anna van Oostenrijk en kardinaal Mazarin brak de Fronde (burgeroorlog1648-53) uit, waardoor de koning moest vluchten. Vanaf 1661 leide Lodewijk volledig zelfstandige de regering. Hij werd daarbij wel bijgestaan door bekwame ministers. Regerings hoogtepunt was het vorstelijk absolutisme (aan hem toegeschreven uitspraak: l'etat c'est moi = de staat ben ik). Zijn buitenlands beleid was gericht op militaire glorie en gebiedsuitbreiding. Hij verkreeg door oorlogen en verdragen Franche-Comte, delen van de Zuidelijke Nederlanden, Straatsburg, alsmede het koninkrijk Spanje voor zijn kleinzoon. Hij vergiste zich uiteindelijk in de tegen hem gerichte coalitievorming. Hij trok het edict door een vorst afgekondigde besluit) van Nantes in (1685) en vervolgde de jansenisten (geloofsgemeenschap). Hij zorgde voor de bloeiperiode van de kunst rondom het hof van Versailles.

Jean-Baptiste Colbert

Een van de belangrijkste personen voor Lodewijk was Jean-Baptiste Colbert. Deze was een Frans staatsman, zoon van een lakenkoper, en was eerst in de handel werkzaam. Al snel ging hij over in staatsdienst en trok de aandacht van Mazarin. Zijn scherpe kritiek op het slordige en corrupte beheer van de staatsfinanciën door Nicolas Fouquet, op wiens functie hij aasde, droeg in sterke mate bij tot diens val. In 1661 werd Colbert aangesteld voor de financiën. In 1668 / 1669 werd hij tevens tot staatssecretaris van marine en het koninklijk hof. Hij deed zich in deze functies kennen als een sys tematisch hervormer, die zich met al zijn energie inzette voor een structurele verbetering van de Franse financiën, economie, marine, wetenschap en cultuur, met als doel de staatsmacht te versterken.

Zijn eerste zorg gold de hervorming van de belastingheffing. Dit geschiedde door het uitroeien van misbruiken, het unificeren van het belastingstelsel, het herverdelen van de belastingdruk en het verbeteren van de belastinginning. Het resultaat was een aanzienlijke vergroting van de opbrengst. De versterking van het staatsgezag en de vermeerdering van de inkomsten stonden ook centraal bij zijn hervorming van de economie. Nationale rijkdom viel slechts te verwerven door een gunstige handelsbalans, dat wil zeggen, door te zorgen voor een grotere uitvoer dan invoer van goederen. Om dit doel te bereiken stimuleerde hij de industrie en handel door het oprichten van staatsbedrijven, het bevorderen van het particuliere bedrijfsleven, het controleren en reguleren van de productie, het opbouwen van een handelsvloot, het stichten van handelscompagnieën, het verbeteren van de verbindingen te land en te water en het opheffen van tolmuren.

Colbert wist het staatsgezag verder te versterken door het scheppen van een belangrijke zeemacht. Door zijn toedoen werd een krachtige oorlogsvloot opgebouwd, een aantal havens versterkt, een nieuw rekruteringssysteem ingevoerd en de koopvaardijvloot aangemoedigd. De verhoging van het Franse prestige lag ten slotte eveneens ten grondslag aan zijn inspanningen de wetenschap, het onderwijs en de kunst op een hoger peil te brengen.

Ondanks alles wat hij bereikt had, was Colbert op het eind van zijn leven een teleurgesteld man. De betrekkelijk geringe staatsmacht, de kracht van de gevestigde belangen en de loodzware druk van de traditie hadden zijn pogingen tot hervorming gedeeltelijk zwaar gemaakt, terwijl Frankrijk in deze jaren bovendien in een diepe economische depressie verkeerde.

Achteraf beschouwd is het eigenlijk verbazingwekkend wat hij ondanks de hevige oppositie en de wijdverspreide ongeïnteresseerdheid toch nog tot stand wist te brengen, al had een gedeelte hiervan een kunstmatig karakter en weinig levensvatbaarheid. Colberts teleurstelling kwam echter vooral voort uit de oorlogszuchtige politiek van Lodewijk XIV, die alle staatsinkomsten opslokte en veel van de door hem beoogde hervormingen onmogelijk maakte.

Sinds de dood van Colbert in 1684 verslapte Lodewijks greep op de zaken van oorlog en vrede. Dit werd mede bevorderd door het overlijden van zijn grote generaals.

De wet en de wil van de koning

Toen koning Lodewijk XIV in 1661 zelf de regering op zich nam, hield hij een toespraak tegen zijn ministers: 'Ik heb u bij elkaar geroepen om u te zeggen dat ik mijn zaken tot nu toe heb willen laten beheren door de Heer Mazarin, maar dat het nu tijd wordt dat ik ze zelf ga beheren. U zult mij alleen helpen met uw raad als ik u erom vraag. Ik verbied uw ook maar iets te ondertekenen buiten mijn opdracht om. Ik wens dat u bij mij persoonlijk iedere dag verantwoording aflegt over wat u gedaan hebt. De zaken zullen veranderen. De regering van de staat en mijn onderhandelingen met het buitenland zal ik anders aanpakken dan de Heer Mazarin. U weet nu wat mijn wil is. Het enige wat u nu nog hoeft te doen, is mijn wil uitvoeren".

Le Roi Solei

Lodewijk XIV noemde zich vanaf nu "Le Roi Solei". Dit deed hij omdat hij zich zelf als het middelpunt van Frankrijk zag en Frankrijk weer als het middelpunt van de wereld, net zo als de zon het middelpunt van het heelal was.

Een gecentraliseerde staat

Hij kwam nu als de jonge koning op een machtige positie terecht. Misschien blies hij daarom zo hoog van de toren in zijn toespraak. De ministers die de toespraak aanhoorden, waren ouder en meer ervaren dan de koning. Toch waren ze gehoorzaam. De koning was immers door God aangesteld! De wil van de koning was heilig. De wil van de koning was wet. Na de tijd van opstand en burgeroorlog verlangden de Fransen naar rust. Hoe zou die rust bereikt kunnen worden?

Bijvoorbeeld op deze manier:
- één leger in het land met één bevelhebber
- één man die overal verantwoordelijk was voor de rechtspraak
- overal in het land dezelfde wetten die overal door dezelfde persoon werden uitgevoerd.

Alleen de koning kón voor dit alles zorgen. Toen Lodewijk XIV de Franse staat op deze manier organiseerde, waren heel wat Fransen daar eigenlijk best tevreden over.  Alles werd nu door de koning vanuit de hoofdstad geregeld. Koninklijke ambtenaren zorgden ervoor dat de bevelen werden uitgevoerd.

Absolutisme

Een koning als Lodewijk XIV had absolute macht. Dat betekent dat de koning boven de wetten stond. Hij kon wetten veranderen zoals hij het wilde, zonder dat hij iemand iets hoefde te vragen. Koning Lodewijk bemoeide zich persoonlijk met bijna alles. Iedere dag vergaderde hij met zijn ministers. Niets werd buiten hem om beslist. Alleen economie en financiën vond Lodewijk vervelend. Lodewijks persoonlijke regeerstijl confronteerde het hof en het land met een nieuwe type heerser. Lodewijk beschouwde zichzelf als heerser die door God boven Frankrijk was geplaatst. Dit past helemaal in de geest van absolutistische staatsleer, zoals die door Jean Bodin in zijn zes boeken over de staat was uitgewerkt. Volgens Lodewijks overtuiging werd een vorst niet alleen door Gods voorbestemming tot heerser gemaakt, maar ook door zijn eigen inspanning zich God en zijn land waardig te belonen. Alleenheerschappij betekende echter geenszins, denk aan de adviezen van Mazarin, maar de uiteindelijke beslissing lag bij de vorst.

Jean Bodin: Jean Bodin (1529 - 1596) was een Franse filosoof, die de soevereiniteit van de staat slechts beperkt achtte door de goddelijke wetten en het natuurrecht.

Was de wil van de koning wet!

Kon een absoluut vorst dan alles doen wat hij wilde! Nee, dat kon hij niet, en hij wilde het ook niet. In Frankrijk bestonden in Lodewijks tijd allerlei regels en wetten voor verschillende streken in het land. In het ene gebied betaalden de mensen bijvoorbeeld meer belasting dan ergens anders. Ook golden voor verschillende groepen onderdanen niet dezelfde wetten: de adel had andere rechten dan de burgers, en katholieken andere dan protestanten.

Tradities waren in de 17e eeuw veel belangrijker dan tegenwoordig. Daarom werden regels en wetten niet zomaar veranderd. Bovendien is er altijd weer kans op opstand en ontevredenheid als ie de gewoontes van mensen wilt veranderen. Liefst liet Lodewijk al die verschillende wetten dan ook maar zoals ze waren. Hij hield zich er ook aan: adel werd door hem anders behandeld dan burgers, katholieken anders dan protestanten. Maar ook al had Lodewijk van alles willen veranderen, hij zou het niet hebben gekund. Hij kon zijn onderdanen lang niet zo gemakkelijk bereiken als een regering tegenwoordig. Berichten uit de hoofdstad deden er dagenlang - soms wekenlang - over om het hele land te bereiken. Bovendien konden de meeste Fransen niet lezen. De communicatie verliep dus langzaam en moeilijk. Een ander probleem was het voortdurende geldgebrek van de koning. Het lukte bijna nooit om genoeg belasting te innen. En er werd wel veel geld uitgegeven: aan oorlogen, aan de hofhouding en aan de bouw van een groot paleis in de buurt van Parijs: Versailles. Tenslotte moest de koning nog altijd rekening houden met verzet van de adel. Daarom liet hij de adel bij zich in het nieuwe paleis wonen in plaats van in hun eigen kastelen en landhuizen. Als hofadel werden de edelen bezig gehouden met allerlei nutteloze baantjes. Ondertussen regeerde de koning het land via zijn ambtenaren.

Toch waren uitputtingsverschijnselen bij de Franse monarchie reeds onmiskenbaar. Van Lodewijks autoritair centralisme maakte zijn godsdienstig-kerkelijke politiek een natuurlijk onderdeel uit.

Vele oorlogen

Waarom liet Lodewijk XIV zo vaak oorlog voeren? Voor de tijd van Lodewijk was de godsdienst nog een belangrijke reden om oorlog te voeren. In Lodewijks tijd was dat niet meer zo. Het ging hem vooral om uitbreiding van zijn gebied. Dat was in de 17e eeuw vaak een belangrijk motief voor oorlog. Tegen de Nederlandse Republiek voerde Lodewijk ook oorlog vanwege de rijkdom van Nederland. De handel van de Nederlanders maakte de Franse koning jaloers. Concurrentie in de handel was dus ook een motief voor oorlog. Om dezelfde reden heeft Nederland in de 17e eeuw ook drie keer oorlog gevoerd met Engeland.

De oorlogen van Frankrijk onder Lodewijk XIV  

Jaren

Oorlog

Voornaamste tegenstander

1667-1668

Devolutie-oorlog

Spanje

1672-1678

Hollandse oorlog

Nederland

1683-1684

Luxemburgse oorlog

Spanje

1688-1697

Negenjarige oorlog

Rijnland-Palts

1701-1713

Spaanse Successieoorlog

Spanje

Bondgenootschappen

Tijdens de regering van Lodewijk XIV was het vaker oorlog dan vrede. In het lijstje wordt telkens alleen de voornaamste tegenstander van Frankrijk genoemd. Dat betekent niet dat Frankrijk telkens tegen één land vocht. Een land dat oorlog voerde, had altijd wel bondgenoten. Daardoor kwam het vaak voor dat een groot deel van Europa in een oorlog meedeed. Tijdens de Spaanse Successieoorlog bijvoorbeeld werd er gevochten in Spanje, de Zuidelijke Nederlanden, Italië en Zuid-Duitsland, en op zee tussen Fransen en Engelsen. Erg trouw waren de bondgenoten niet; regeringen veranderden gemakkelijk van partij. Een voorbeeld: Engeland en Nederland hadden in de 17e eeuw twee keer oorlog gevoerd. Toen Frankrijk in 1667 de Spaanse Nederlanden aanviel, zaten Engeland en Nederland midden in zo'n oorlog. Ze sloten gauw vrede en werden bondgenoten tegen Frankrijk. Maar in 1672 hielp Engeland Frankrijk weer bij een aanval op Nederland. De nevenproducten van de Hollandse oorlog bestonden uit de verwoesting van de Palts om de Duitse keizer op de knieën te dwingen. Met de vrede van Nijmegen bereikte Lodewijks militaire roem haar hoogtepunt. Frankrijk kreeg de Franche Comte en andere delen van de zuidelijke Nederlanden. 

Voor het eerst in de geschiedenis ondertekende de deelnemers een vredesverdrag in de Franse taal. Waar Lodewijks veldheren zegevierden, zegevierde voortaan de Franse taal in plaats van Latijn. Het werd mode om Frans te spreken en het gaf aanzien.

Franche-Comte: Regio en voormalige Franse provincie. In de Middeleeuwen begeerd vanwege zijn strategische ligging. In 1678 verkregen door Lodewijk XIV.

De vrouwen van Lodewijk XIV

In 1659 trouwde Lodewijk XIV met de Spaanse prinses Maria-Theresia. Het huwelijk werd alleen om een politieke reden gesloten; voortaan zouden er geen oorlogen meer gevoerd worden tussen Spanje en Frankrijk. Jammer genoeg voor Maria-Theresia had Lodewijk verder geen enkele belangstelling voor haar. Na zijn huwelijk had hij al gauw een minnares: Louise de la Valliere.  Deze eerste minnares zou niet de enige zijn.

Over zo'n maîtresse van de koning werd niet geheimzinnig gedaan. Zij woonde gewoon aan het hof, ze kreeg 4 kinderen van Lodewijk en ze had veel invloed en aanzien.  Een nieuwe minnares van de koning werd met een groot feest aan het hof ingehaald. Dit alles tot groot verdriet van de koningin die het allemaal moest aanzien. Athénaïs, markiezin de Montespan, was de tweede maîtresse van de koning. In haar salon ontving zij schrijvers en kunstenaars. De markiezin en Lodewijk kregen zeven kinderen.

    
Louise de la Valliere                    Francoise de Maintenon

 

Athenais de Montespan met haar kinderen

 

De opvoedster van deze kinderen, Francoise d'Aubigne, in 1674 tot markiezin de Maintenon verheven, bekeerde de koning ca. 1680-1683 tot een meer geregeld leven. Na het overlijden in 1683 van koningin Maria Theresia, trouwde Lodewijk in 1684 met Francoise Maintenon.

Paleis van Versailles

Versailles anno 1668Is een aan de westzijde van Versailles (Frankrijk) gelegen paleis. Het is een van de indrukwekkendste barokbouwwerken in Europa, welke grotendeels tot stand is gekomen in de jaren 1661-1690. Het is speciaal gebouwd voor Lodewijk XIV.

Versailles: Versailles is een stad in Frankrijk ten zuidwesten van Parijs.

Het hof installeerde zich er reeds in 1682. De binnenste hof, de Cour de Marbre (omdat deze destijds was geplaveid met zwart en wit marmer), aan de oostzijde overgaand in de veel grotere Cour Royale, wordt aan drie zijden omzoomd door het oudste deel van het paleis, het in de jaren 1624 door Lodewijk XIII gebouwde jachtslot, dat als aanzet tot het huidige paleis door Levau in 1668 werd ommanteld. Het aan drie zijden rond deze binnenhoven gelegen middelste paleisgedeelte omvat de koninklijke woonvertrekken en de drie grote staatsievertrekken: het Grand Appartement (1668), de Salon van Hercules (1712) en de beroemde Spiegelzaal (Galerie des Glaces, 1678). In de noordelijke vleugel liggen de kapel en de Koninklijke Opera (1768-1770).

In de zuidvleugel is het Musie des Gloires de la France (schilderijen en beeldhouwwerken) ondergebracht; aansluitend ligt op een lager niveau de door Mansart gebouwde Orangerie.

De tuinen (oppervlakte ca. 100 ha) bieden vanuit het paleis door het perspectief van het Tapis Vert en het in het verlengde daarvan liggende Grand Canal een zeer ver uitzicht. Ten noorden van het Grand Canal (vanuit het paleis gezien rechts) liggen het Grand en het Petit Trianon.

Aan het hof van Lodewijk XIV

De zon als symbool van de heerschappij van Lodewijk XIV was op veel manieren te interpreteren. Als de stralende monarch, in zijn onbegrensde macht voor iedereen onbereikbaar, als een oorlogsgod en niet in de laatste plaats als grote inspirator beschermheer en promotor van alle schone en verheffende kunsten. Volgens Lodewijk had de kunst een dubbele taak. Ze moest een niet te overtreffen glans verlenen aan het hof en de roem van de koning tot ver over de grenzen van zijn land verbreiden. Niet alleen Frankrijks militaire en politieke grootheid, maar ook zijn geestelijk - culturele missie hadden uitsluitend in de koning hun contactpersoon. Naast de oorlog werd daarom de cultuur de tweede pijler van Frankrijks overwicht in Europa. Waar de legers niet konden komen, daar triomfeerde in Lodewijks naam zijn culturele uitstraling. Doordat Lodewijk in staat was alle kunsten zonder uitzondering in dienst van de heerschappij en de verheerlijking van zijn persoon te stellen, en hij voldoende feeling bezat om dit proces te sturen. Op deze wijze ontstond rondom Lodewijk XIV de persoonsverheerlijking die het beeld van de koning voor de generaties na hem heeft bepaald.

Lodewijk XIV danste in Parijs in 1653 in het Louvre de rol van de Zonnekoning. Hij was toen 14 jaar oud. Een hofschrijver Dubois schreef "De koning danste een ballet voor de grote menigte". Hij houdt ervan te dansen en het andere te zien doen. Hij studeert s' morgens na het zeggen van zijn gebeden, neemt dan danslessen, schermt, doet oefeningen met de lans (te paard) en gebruikt  daarna het middagmaal, gewoonlijk begeleid door tien violisten die fraaie melodieën speelde. Over de eet en drinkgewoonten van de koning lopen de getuigenissen van tijdgenoten enigszins uiteen. Het staat vast dat de vorst zijn leven lang de van zijn moeder geërfde buitengewone eetlust toonde, maar wat drank betreft heel matig was. Lodewijk at het liefst in kleine kring; de "grote" diners bleven beperkt tot zeer zeldzame aanleidingen. Campagne verdroeg hij slecht, evenals brandewijn, thee en koffie werden versmaad. Wijn kwam alleen aangelengd met water op tafel en het liefst dronk hij limonade van verse vruchten. De koninklijke menu's van Lodewijk, die verzot was op zoetigheid, altijd aan verstopping leed en al vroeg tandeloos was, zagen er overvloedig uit.

Lodewijk XIV was gedurende zijn leven de grootste eter van het koninkrijk. Voor zijn geliefde honden had Lodewijk altijd koekjes bij zich. Het openbare karakter van het privé-leven van zowel de koninklijke familie als de meeste hofedelen kende vrijwel geen grenzen. Het huwelijksbed moest onder de kritische nieuwsgierige blikken van bedienden en tal van eregasten worden beklommen en ook de geboorte van de Dauphin was een openbare daad, om te voorkomen dat er een bastaard werd ondergeschoven. Van Lodewijk zelf werd immers altijd gedacht dat hij er zelf een was? (de man met de ijzeren masker)

Niet minder openbaar voltrok zich de dood. Na vierentwintig uur werden de lijken ook dat van de koning opgemaakt. De artsen haalde de ingewanden en het hart eruit, en stopte deze dan in een soort urn. Wat Versailles heeft gekost, valt op geen stukken na meer te becijferen. Maar het staat wel vast dat de financiële ellende van Frankrijk deels werd veroorzaakt door de bouw en het onderhouden van Versailles, hoewel dit stralende eiland in een zee van ontberingen ontelbare kunstenaars en ambachtslieden loon en brood verschafte. De totale uitgaven voor het paleis van 1661 tot 1751 werden op ongeveer 82 miljoen livres (Franse ponden) geschat. Ruim 2 miljoen verdween in de privé kas van de koning. Om zijn eeuwige geldnood de baas te blijven maakte Lodewijk gebruik van de bankier Samuel Bernard, die hij vriendelijk - neerbuigend zijn kleine jood noemde. De grote oorlogen die Frankrijk onder Lodewijk voerde, brachten het land aan de rand van de ondergang; ook de uitgaven voor Versailles vormden een onderdeel van de ondergang.

Om Lodewijks droom te realiseren moesten ongeveer 36000 arbeiders en ambachtslieden worden ingezet. Het gigantische bouwwerk hield bijna drie generaties van hen gevangen. Daar kwamen nog een 6000 paarden bij voor transport van alle materiaal.

Zonsondergang

In 1688 was Lodewijk XIV 50 jaar oud. Hij zat al 45 jaar op de troon, waarvan 27 als absoluut heerser. Volgens de maatstaven van de zeventiende eeuw was hij een oude man. Niemand zou hebben gedacht dat zijn bewind nog een kwarteeuw zou duren. De koning was fysiek niet sterk, na aan het eind van de jaren tachtig twee operaties te hebben moeten ondergaan. Door de eerste verloor hij het grootste deel van zijn gebit. De tweede, aanzienlijk zwaardere ingreep betrof het verwijderen van een fistel. Ten gevolge van zijn ziektes ging Lodewijk een meer teruggetrokken leven leiden. Na in 1692 het hof nog naar het beleg van Namen te hebben meegenomen, gaf de koning het daadwerkelijk deelnemen aan veldtochten helemaal op. Door zijn toenemende jicht kon Lodewijk zich steeds slechter bewegen. In zijn laatste jaren zag men hem soms in een rolstoel in het paleis of de tuinen van  Versailles. Hij besteedde nog steeds aandacht aan zijn uiterlijke verschijning en vatte in 1704 een keer kou toen hij maar niet kon besluiten welke van zijn vele pruiken hij zou dragen. Ook werden er minder vaak uitbeeldingen van het geteisterde lichaam van de koning gemaakt. In politieke zaken ging het eveneens bergafwaarts. De tweede helft van het persoonlijk bewind was minder succesrijk dan de eerste. Het was een periode van vrede noch zege. De oorlog van het Verbond van Augsburg duurde van 1688 tot 1697 en de Spaanse Successieoorlog van 1701 tot 1713. Dit waren dure oorlogen die de staat in diepe schulden achterlieten en ondanks individuele successen, zeker in het eerste geval, weinig aan de roem van de koning bij droegen. De laatste 25 jaar van het bewind kunnen om deze redenen als de koninklijke `zonsondergang' worden beschreven. In deze moeilijke periode miste Lodewijk de raad en de steun van ministers van het kaliber van Lionne, Le Tellier en Colbert. Louvois, de laatste van deze grote figuren, stierf in 1691. De periode 1689-1715 kan met alle reden die van `de Grote Bezuiniging' worden genoemd. Het omsmelten van het zilveren bestek van Versailles in 1689 is slechts het beruchtste voorbeeld van de invloed van de oorlog op de kunsten. Het bouwen en verfaaien van Versailles werd voor enige tijd stilgelegd.

De zon gaat twee keer onder

Op 1 september 1715 was de naderende herfst al goed voelbaar. Op deze dag ging in Frankrijk de zon twee maal onder. Lodewijks dood kwam niet onverwachts. Wie tot het hof van Versailles behoorde, wist al enige tijd dat dit stond te gebeuren, hoewel de plichtsgetrouwe vorst bijna tot het einde toe vasthield aan zijn gewone levensritme. De pijn in zijn linkerbeen had zich al snel tot koudvuur ontwikkeld. Toen de koning zijn lijfsartsen vroeg of er kans op genezing was konden deze het niet garanderen. Lodewijk besloot de dingen op zijn beloop te laten. De ten dode opgeschreven vorst verdroeg de toenemende pijn, toen na zijn knie ook zijn bovenbeen werd aangetast, zonder een klacht. Hij vocht een lange nacht tegen de dood. Hij stierf op zondag 1 september ‘s morgens om kwart voor acht. Ook de dood van Lodewijk werd een openbare gelegenheid. Hij die eens was verafgood als het middelpunt van de wereld, was aan het einde door eenzaamheid omgeven. "Lodewijk de Grote is niet meer, hij is tot stof vergaan O' Franzosen! Verspreid overal wierook!

Hij heeft drie goden geimiteerd:

Mars als volwassene

Mercuris voor het roven

Jupiter als bliksem

 

Na zijn dood werd hij opgevolgd door zijn achterkleinzoon Lodewijk XV.

 

Tijdstabel Lodewijk XIVV

1638

Lodewijk XIV geboren.

1640

Philippe I de Bouwbon, later hertog d'Orleans, broer van Lodewijk XIV, geboren.

1643

Lodewijk XIII sterft, troonopvolging ging door naar Lodewijk XIV

1649

De jonge koning moet Parijs tijdens de Fronde (burgeroorlog) ontvluchten.

1656-1657

Christina van Zweden verblijft aan het hof van Lodewijk XIV.

1660

Huwelijk van Lodewijk XIV met Maria Theresia van Oostenrijk, dochter Filips IV van Spanje.

1661

Henriette Anna van Engeland huwt 'Monsieur' De La Valliere wordt hofdame bij Henriette Anna en maîtresse van Lodewijk. Geboorte van Lodewijk, de 'Grand Dauphin’

1666

Anna van Oostenrijk, moeder van Lodewijk XIV, sterft.

1667

Madame de Montespan wordt maîtresse.

1671

Huwelijk tussen Philippe I, hertog d'Orleans, en Liselotte van der Pfalz (Madame nr. 2)

1674

De La Valliere verlaat het hof. Geboorte van Philippe II, hertog d'Orleans en Chartres, toekomstig regent. Madame d'Aubigne ontvangt als maîtresse van de koning het markizaat de Maintenon.

1678

La Fontagnes wordt de maîtresse van Lodewijk XIV

1680

De gifmoordenares Voisin eindigt op de brandstapel.

1681

La Fontagnes wordt hertogin

1682

Lodewijk XIV verplaatst de koninklijke hoofdresidentie voorgoed naar Versailles.

1683

Dood van Maria Theresia.

1684

Lodewijk XIV gaat een morganatisch huwelijk aan met Madame de Maintenon. morganatisch huwelijk = een huwelijk van een man uit aanzienlijke stand, met een vrouw van lagere geboorte. De vrouw deelt niet in de rechten van de man, maar een morgengave ontving, terwijl de kinderen alleen de naam en het vermogen van de moeder erfden.)

1686

Madame de Maintenon sticht Sint Cyr.

1691

Madame de Montespan treedt in het klooster.

1693

Dood van de Grande Mademoiselle.

1701

Dood van Phillippe I, hertog d'Orleans

1710

Geboorte van Lodewijk X achterkleinzoon van Lodewijk XIV.

1714

Dood van de Grand Dauphin

1715

Dood van Lodewijk XIV. Het parlement van Parijs annuleert het  testament van Lodewijk XIV. Achterkleinzoon Lodewijk XV wordt koning.

Slotwoord

Door jullie zelf te maken (sorrie)

Bron

Aan het hof van Lodewijk XIV (Schuyt en Co) Manfred Kessok

Het beeld van een koning

Schoolboek "Sporen"

 
Een van de beroemdste schilderijen van Lodewijk XIV