Verkeerssignalering

Verkeerssignalering (M.T.M.) is een autonoom verkeerssysteem (denk aan filebeveiliging) langs de weg waarbij de wegverkeersleiders kan ingrijpen bij ongevallen of bij werk in uitvoering. De afkorting M.T.M. staat voor Motorway Traffic Management.

Iedereen kent ondertussen wel de portalen boven de snelweg met matrixsignaalgevers die de maximumsnelheid tonen (al dan niet met flashers). De wegverkeersleider kan met het verkeerssignaleringssysteem bij werkzaamheden of een calamiteit één of meerdere rijstroken d.m.v. een rood kruis afsluiten. Ook het plaatsen van een "snelheidsdeken" van 50, 70, 90 of een groene pijl bestaat tot de mogelijkheid.


beeldstanden M.T.M.


Het verkeerssignaleringssysteem is als volgt opgebouwd: In het wegdek bevinden zich detectielussen, die verbonden zijn met detectorstations. Deze detectorstations verzamelen gegevens zoals de gereden snelheid en intensiteit. En geven deze informatie op hun beurt weer door aan één of meerdere onderstations. De onderstations zijn daarop weer verbonden met partylijnen of glasvezelkabel (communicatie-netwerk) met de centrale computer in de verkeerscentrale. Ieder onderstation stuurt een aantal matrixsignaalgevers aan, die op portalen boven de weg zijn opgehangen.

De wegverkeersleider in de verkeerscentrale beschikt over een bedienpost die op zijn beurt weer is aangesloten op de centrale computer. Met een bedienpost kan door de wegverkeersleider een verkeersmaatregel op de matrixsignaalgevers worden getoond (een rood kruis, pijl of een snelheid). De portalen waarop de matrixsignaalgevers zijn bevestigd staan op een onderlinge afstand van ongeveer 750...900 meter. In en bij verkeerstunnels, bruggen of bij complexe wegontwerp bedraagt de onderlinge afstand 300...400 meter. De matrixsignaalgevers kunnen ook op viaducten of op andere wegoverspanningen (bijvoorbeeld: een ANWB-portaal) zijn gemonteerd.


opbouw M.T.M.