Onze Lieve Vrouw te Keins

Wie het dorp Schagen in Noord-Holland noordwaarts verlaat, komt na een wandeling van omtrent een half uur op de Westfriesedijk in een onaanzienlijk gehucht, de Keins geheten. Thans is de Zijpe, de polder waarin genoemd gehucht is gelegen en eertijds bestaande uit ondiepten en moeraslanden, bedijkt en heeft de Noordzee moeten wijken, maar in de 15de eeuw werd de Keins nog vrij door de golven bespoeld.
Omstreeks die tijd kwam hier aan de dijk een beeldtje aanspoelen, dat ton het in een nabijzijnde put van het zeewier was ontdaan, een houten Mariabeeldje bleek te zijn. De juiste dag der vinding is niet bewaard gebleven, maar de 3de Maart 1580 verklaarde een man van ongeveer 77 jaar voor de burgemeester van Schagen, dat hij zich nog herinnerde, dat het beeld van "Liefevrouw op ten Keyns" gevonden werd. Dit kan dus omstreeks het jaar 1510 hebben plaatsgegrepen. De inwoners van Schagen en de Keins verdiepten zich in gissingen over de oorsprong van dit beeld. Vanwaar kwam het? Hoe was het in zee gekomen? De volksopinie was - en zo boekte ook later de kroniek van Schagen - dat het beeld door een kanonskogel van een schip was afgeschoten. Later vernam men van enige zeelieden, dat het op een voorsteven van het Portugese schip "Ariadne" geprijkt had en er was afgeslagen, toen het schip voor het Vlie was verongelukt. Uit dit alles zouden wij mogen opmaken, dat het beeld of enigszins gehavend of wellicht van onderen nog aan ander scheepshout bevestigd was.

De godsvrucht der gelovigen voor de allerheiligste Maagd duldde niet dat haar beeltenis verwaarloosd werd, zij werd in een huisje op de dijk geplaatst en weldra hogelijk vereerd. Wonderbare gunsten waren het loon dezer devotie, en deden weldra ganze scharen van gelovigen toevloeien en hunne noodwendigheden aan de ' Troosteres der bedrukten' te openbaren.
Dat zij verhoord werden, getuigen de rijke offergiften, die zij met dankbaar hart brachten om Maria een zeer waardige woonplaats te stichten.
In 1519 gingen de Heer van Schagen, Joost van Borselen, en de pastoor van Schagen, Gerbrant Cornelisz. tot de bouw over, en toen het beeld in de nieuwe kapel geplaatst was, gaven zij de kerkelijke overheid van de gehele gebeurtenis kennis. De deken van Utrecht en Joannes Solms, die toen de kerkelijke zaken in Westfriesland beheerden, lieten een ernstig onderzoek instellen, keurden dan de verering van het miraculeuze beeld goed en verleenden verscheidene gunsten aan de kapel. Viermaal in de week mocht er de H. Mis worden gelezen; de dienstdoende geestelijke zou jaarlijks een zekere som gelds tot zijn onderhoud ontvangen; de wonderen die er reeds geschied waren of nog zouden gebeuren, mochten - ja moesten - aan het volk verkondigd worden en eens per jaar mocht binnen de palen van de parochie Schagen een plechtige processie met het wonderbeeld worden gehouden. Wellicht gaven de oude namen der wegen "het heilig wegje"en het "heilig Postje" tussen Schagen en de Keins nog de richting aan, die deze omgang alsdan nam.

Ook de put, waarin het beeld na zijn vinding gereinigd was, werd in ere gehouden en het vertrouwvol gebruik van dit water niet zelden door God beloond.
De kapel, dat schone bedenkteken der wederzijdse liefde van Maria en haar kinderen, heeft helaas niet lang mogen bestaan. Reeds voor het jaar 1586 toen de Hervorming ook hier veld won, werd zij verwoest door een zekere Taet Gerrits, die waarschijnlijk het tijdelijk bestuur oven Schagen had. De kinderen van deze woesteling hebben trachten goed te maken wat hun vader had misdaan. Na zijn dood wendden zij zich in 1600 tot Sasbold Vosmeer, de eerste Apostolische Vicaris van Holland, en smeekten hem hun een boete op te leggen voor de zonde van hun vader. Na die tijd vernemen wij niets meer van het beeld en zijn kapel. Wel werd er over het bezit der rijke kapelgoederen nog lang en veel getwist, maar deze weinig verkwikkelijke geschiedenis hoeven wij hier niet mee te delen.

Aldus pater J.A.F. Kronenburg, in deel 6 pag. 475 e.v. van ' Maria's heerlijkheid in Nederland '.

Onder het katholieke volk is toch altijd de gedachtenis aan Maria van de Keins bewaard gebleven. Op 2 Jan. 1924 heeft de pastoor van Schagen, deken J. Heeswijk, door bemiddeling van Gerrit Sneekes de grond gekocht, waarop het H.Putje was gebouwd. van G. Wardenaar voor 500 gld.
Deken G. Kuis ging wel eens met enige parochianen naar de Keins ter bedevaart. Het grote Maria-jaar was voor de pastoor van Schagen aanleiding om een vast plan te maken voor het herstel van de kapel. Het beeldje dat nu hier in de kapel staat is vervaardigd in het keramisch kunstatelier te Bessel door de bekende kunstenaar Jules Russens uit Roermond.
Z.H. Exc. Mgr. J.P. Huiberts, bisschop van Haarlem, gaf toestemming tot de bouw op 13 Aug. 1954. De architect was Jozef Overtoom uit Schagen en na een ziekte van de pastoor werden uit dank de eerste vijf stenen gelegd door H.H. Brouwer, pastoor. B. Pronk, kapelaan en Jozef. Simon en Haan Overtoom. De kapel werd op 15 Aug. 1956 ingewijd door pastoor Brouwer. Na 4 eeuwen werd er weer een eucharistie viering gehouden.

[ terug] [ 1 ]