Vikingschepen

Hoofdindeling Vikingschepen

Langschip of Drakkar

Het type dat als oorlogs- en transportschip werd gebruikt was het zogeheten "langschip", dat gezeild en/of geroeid kon worden. Het langschip vertoont een lichte constructie met een lengte-breedte verhouding van circa 10:1 tot 5:1 en een beperkte diepgang. Een langschip kon gemakkelijk worden geroeid en een forse snelheid ontwikkelen. Het werd gezeild met een dwarsgeplaatst zeil. Omdat intimidatie en uitstraling belangrijk waren, was het langschip vaak versierd met houtsnijwerk op de boorden en de stevens. Het snijwerk op de stevens was vaak een slangenkop of een draak. Hierdoor is de naam "drak(k)ar" ontstaan voor deze schepen. Om ruimte te besparen hingen de schilden ook aan de buitenkant van de boot. Het hield tevens de roeiers, die op kisten zaten waar ze hun spullen in bewaarden, uit de wind. De meeste drakkars hadden 16 of 18 roeibanken aan elke kant. Hierop zaten dan minstens 32 of 36 roeiers. De drakkar had vaak grote rood-witte zeilen. In Scandinavie zijn nog vondsten gedaan van deze drakenschepen in de steden Gokstad en Oseberg.

Snek

De "snek" is een kleine versie van het langschip. Het werd veel gebruikt. Een doorsnee snek wordt geschat op een lengte van 17 meter, 2,5 meter breed, 0,5 meter diepgang en vol geladen 6 ton zwaar. Het voerde dan een bemanning van 30 mensen, van wie 26 roeiers.

Knarr

De "knarr" werd veel gebruikt als zeegaand vrachtschip en werd meestal gezeild. De knarr was functioneel gebouwd en had geen overbodige zaken zoals houtsnijwerk. Dit in tegenstelling tot langschepen en snekken, die ook voor oorlogsdoeleinden dienden en dus moesten imponeren. De knarr was de voorloper van de kogge.

Karve

De "karve" was een klein vracht- of oorlogsschip om vooral langs de kust te varen, hoewel het ook zeewaardig was. De karve was een kleine uitvoering van het langschip met een lengte-breedte verhouding van 5:1. Met zijn geringe diepgang kon het overal komen.

Terug naar beginpagina? Klik op de fakkel !