| |
[Terug
naar Welkom] [Verhalen
van Vroeger]
[Liedjes &
Versjes van Vroeger] |
|
| |
|
|
| |
LIEDJES & VERSJES
VAN VROEGER |
|
| |
Liedjes en Versjes van Vroeger is een verzameling van Brandus. Zij namen
altijd een belangrijke plaats in (en nog........) in zijn creatieve leven.
denk hierbij aan de Toneeltijd, maar vooral ook de Mobilisatieperiode en de
Oorlog 40-45 zijn bronnen geweest van diverse teksten en melodieën.
Op deze pagina's worden herinneringen aan deze liedjes en versjes per
tijdperk en thema weergegeven.
In sommige gevallen is gebruik gemaakt van volledige teksten die gevonden
zijn op het Internet. Uiteraard zal hierbij verwezen worden naar de eigenaar
of het webadres van de betreffende website.
Inhoud
|
|
| |
Met ondermeer een verzameling van de meest bekende
mobilisatieliedjes uit 1939 en begin 1940.


MOBILISATIE 1939-1940
fschoon Nederland zolang mogelijk de neutraliteit trachtte te handhaven van
de door Duitsland ontketende en heersende oorlog, o.a. door het
binnenvallen Polen, vond
de Nederlandse regering de dreiging van het Duitse geweld zodanig toenemen,
dat op maandag
28 augustus 1939 de Algemene Mobilisatie werd afgekondigd.
Dinsdag 29 augustus 1939 werden de mannen in Nederland voor hun nummer
opgeroepen en moesten, toch nog onverwacht, huis en haard verlaten. (zie
geplaatste foto)
Ook
mijn broers Jan en Rinus waren “de klos”, maar hebben beide de oorlog
gelukkig overleefd.
 Als ik nu terug denk aan de
onpraktische uniformen die bij het Nederlandse leger in gebruik waren dan is
het onbegrijpelijk dat men tot deze keuze is gekomen. Denk alleen maar aan
de beenwindsels “puttees” (uitspraak “poeties”) genaamd. Een soort
zwachtels van grove veldgrijze wol die om de benen gewikkeld moesten worden.
Een secuur en tijdrovend karweitje.
Niet erg handig als haast geboden is.
Dan de hoge kragen van de officierenjasjes die hinderlijk in de nek knelde
en de vreemde hoge officierspetten met oranje embleem.
Het
bronzen leeuwtje op de helm dat niet bestand bleek te zijn tegen
geweerkogels en moest worden verwijderd.
Kortom dit alles komt nu uitermate onbegrijpelijk over.
Desalniettemin waren wij toentertijd “apentrots” op ons leger en verkeerden
in de waan dat het onverslaanbaar was.
In
de tabakswinkels waren zelfs pakjes sigaretten van het merk“Ergens in
Nederland” te koop. Op de buitenkant van de verpakking stond de landkaart
van Nederland gedrukt. Als ik me niet vergis kostte zo´n pakje sigaretten
van 20 stuks toen 15 cent. Bijna niet te geloven in vergelijking met de
huidige prijs. Maar dat is nu met veel artikelen het geval.
In die tijd ontstonden er heel veel soldatenliedjes die vooral door het
radio programma “De Bonte Dinsdagavondtrein,” de nodige bekendheid kregen en
uit volle borst werden meegezongen. Denk maar aan het liedje “ Rats, Kuch en
Bonen.” “Rats” was door elkaar gestampte groente en aardappelen. “Kuch” het
bruine en nogal harde soldatenbrood.
Veel van deze liedjes werden tijdens het marcheren ook door onze soldaten
gezongen.
Het
wereldberoemde “Nederlandsche Wielrijders Muziekcorps” (enige ter wereld)
opgericht in 1927, was toen vaak te bewonderen. Dit korps bestaat nog
steeds. Enige tijd geleden gaven zij acte de présance tijdens een taptoe in
…jawel Duitsland en oogstte enorm veel succes. Geplaatste foto van dit
wereldberoemde korps is gemaakt in 1939.
Op
10 mei 1940 viel het Duitse leger onverhoeds Nederland binnen en waren ook
wij in oorlog met Duitsland.
Ondanks hevige en dappere tegenstand van het Nederlandse leger, vooral bij
Den Haag, de Grebbeberg, op de Afsluitdijk en de Mariniers in Rotterdam,
duurde de ongelijke strijd slechts 4 dagen. De Duitse overmacht was te
groot, en het zware verwoestende bombardement op de binnenstad van Rotterdam
d.d. 14 mei 1940, heeft mede de doorslag gegeven dat Nederland op 15 mei
1940 capituleerde. Er sneuvelden ongeveer 2200 Nederlandse soldaten.
Tot zover dit verhaal dat eveneens te lezen is in het boekje “Mijn Memoires
1940-1945”, waarin meer over de gebeurtenissen uit die tijd, evenals op
website
cjbonline@quicknet.nl klik op privé en daarna op Verhalen.
Veel mobilisatieliedjes waarvan ik de refreintjes als jongeling van 16 jaar
dikwijls heb gezongen komen vaak weer in mijn gedachten.
De meeste daarvan waren vrolijke en amusante liedjes, omdat men de oorlog
nog ver weg waande en niet bewust was wat voor verschrikkingen ons te
wachten stonden. Men was“berentrots” op ons leger en velen waren van mening
dat we niets te duchten hadden van de Duitsers.
Veel
mobilisatieliedjes werden onder meer gezongen in het AVRO programma “De
Bonte Dinsdagavondtrein”. De herkenningsmelodie van dit programma was als
volgt:
Elke dinsdag doet de Bonte Dinsdagavondtrein
Alle
huizen aan van ons land
En ze leert de mensen weer een beetje vrolijk zijn
Overal waar zij belandt.
Tjoeke-tjoeke-tjoek laat haar lachend door
Tjoeke-tjoeke-tjoek geef haar veilig spoor
Want die volgepropte Bonte Dinsdagavondtrein
Zet uw zorgen aan de kant!
Ook het duo Willy Walden en Piet Muyselaar trad in dit programma op en
vooral als de dames Snip en Snap waren zij overbekend. Vooral door het
grappige liedje:
Want Snip snapt niet wat Snap snapt.

En Snap snapt niet wat Snip snapt.
Als Snip Snap snapt en Snap snapt Snip,
verdwijnt het Snip en Snap begrip.
Maar Snip snapt niet wat Snap snapt
en Snap snapt niet wat Snip snapt.
Als Snap Snip snapt en Snip snapt Snap,
doen Snip en Snap geen klap.
Voor dat programma bleef men thuis. De straten waren uitgestorven. Door
Piet Muyselaar werd o.a. ook het liedje “Holderdebolder we hebben een koe op
zolder” gezongen.
Het refrein van veel van deze liedjes werd enthousiast en uit volle borst
door het publiek meegezongen.
De teksten van de meest bekende mobilisatieliedjes uit die tijd laat
ik hierna volgen en de refreintjes daarvan zullen de wat ouderen onder u
heel bekend in de oren klinken.
Dit zijn, naar mijn mening, wel de meest bekende liedjes
waarvan de refreintjes destijds algemeen bekend waren en uit volle borst
werden meegezongen.
Mijn grote bewondering en respect gaan uit naar de
tekstschrijvers en componisten van al deze liedjes.
Ik hoop, vooral de wat ouderen onder u, met dit alles een
plezier te hebben gedaan.
Brandus
N.B: De volgende selectie is
overgenomen van
http://www.leger1939-1940.nl/Liedjes/start_lied.htm
Bezoek deze website voor meer over liedjes en het
leger!
[Naar boven]
|
|
| |
HET REGIMENT
|


 |
Wanneer we het hele regiment zo kranig zien marcheren,
dan staan de meisjes, 't is bekend, heel schalks te kokketeren.
|
(1)
Voorop daar gaat de kolonel,
ki-ka-kolonel
daarachter komt 't heele stel,
van onzen kolonel. |
Zo defileert de hele troep waarvan de magen jeuken,
na fijne rats of erwtensoep van kokkie in de keuken
|
1+
(2) Vervolgens komt de kapitein,
ki-ka-kapitein
drie sterren in de zonneschijn,
dat is de kapitein. |
Ze lopen keurig bij elkaar, de tamboer roert de trommel.
De jonkheer X. van Wassenaar, naast Krelis Biet uit Bommel.
|
1+2+
(3) En daarna komt de luitenant,
li-la-luitenant
de sabel moedig in z'n hand,
die knappe luitenant. |
't Verwende zoontje, juist zo een van "Mensen, alle zielen" ...
trappen ze vooraan op zijn teen, van acht'ren op z'n hielen.
|
1+2+3+
(4) En dan komt de sergeant-majoor,
si-sergeant-majoor,
die gaat in de modeldienst voor,
dat is de sergeant-majoor. |
En Hein de Kikker die loopt schuin, klaagt bleek van wintervoeten
zijn slapie ziet toevallig bruin van al z'n zomersproeten.
|
1+2+3+4+
(5) En daarna komt de korporaal,
ki-ka-korporaal,
de meeste praats van allemaal,
dat heeft de korporaal. |
En zo marcheert de troep voorbij, een schare uitgelezen
Elk die ze ziet, roept trots en blij: "Ons leger mag er wezen!"
|
1+2+3+4+5+
(6) Vervolgens komt 't regiment,
ri-ra-regiment,
de ziekendragers op 't end
die sluiten 't regiment. |
|
[Naar boven]
|
|
| |
|


November 1939,
tekst: Jacques van Tol, muziek: Pim de la Fuente, gezongen door
Piet Muyselaar |
|
Je weet in dezen tijd niet wat er kan gebeuren
morgen
en daarom moet je hamsteren en voor de toekomst
zorgen.
Dus gingen we in Purmerend eens naar de veemarkt toe
en kochten voor een prikkie, tweedehands, een eigen
koe.
Refrein
Holderdebolder!
Wij hebben een koe op zolder!
Een groote vier cylinder-koe,
A-boe, a-boe, a-boe!
Holderdebolder!
Wij hebben een koe op zolder!
Een bonte koe, een hamsterkoe,
a-boe, a-boe, a-boe |
|
|
Die koe is rein
en zindelijk, geen onvertogen spatje.
Zij wordt geregeld uitgelaten op het duivenplatje.
Zij slaapt 's nachts op een trijpen Louis Quinze canapé
de kattenbak op 't nachtkastplankje, da's voor de sanité.
Refrein
Zij wordt op tijd gestofzuigd en gezeemd, da's voor de motten
en dan gaat ze in 't zonnetje doedeinen en ravotten.
We voeren haar spinazieslaatjes met de kolenschop
en al de ouwe hoeden van m'n zuster vreet ze op.
Refrein
Wanneer er melk moet wezen, klimmen we langs zeven trappen
naar onze koe-fetaria en gaan een pintje tappen.
We hebben melk in overvloed, maar weten niet, helaas
aan welke knop je trekken moet voor boter of voor kaas!
Refrein
|
[Naar boven] |
|
| |
BLONDE MIENTJE
|

 
|
|
Blonde Mientje heeft een hart met prikkeldraad,
Blijf maar thuis .... prikkeldraad!
En die vesting overwint niet één soldaat
' t Is en blijft ....prikkeldraad!
Alle jongens maken haar het hof, om strijd,
maar zij lacht en voor de rest neutraliteit
Blonde Mientje heeft een hart met prikkeldraad.
Blijf maar thuis......prikkeldraad! |
Van soldaat
tot sergeant,
adjudant,
luitenant,
allemaal zijn smoorverliefd op blonde Mientje.
't Is een blom,
't is een pracht
en zij praat
en zij lacht,
maar niet eentje heeft het tot een kus gebracht.
|
Blonde Mientje heeft een hart met prikkeldraad,
Blijf maar thuis .... prikkeldraad!
En die vesting overwint niet één soldaat
' t Is en blijft ....prikkeldraad!
Alle jongens maken haar het hof, om strijd,
maar zij lacht en voor de rest neutraliteit
Blonde Mientje heeft een hart met prikkeldraad.
Blijf maar thuis......prikkeldraad! |
De sergeant
vroeg haar hand
en de luit
wou eens uit,
en de kapitein stuurt haar vergeet-me-nietjes.
De majoor
die is smoor,
maar aldoor
gaat het mis.
't Is en blijft een stelling die nooit neembaar is.
|
Blonde Mientje heeft een hart met prikkeldraad,
Blijf maar thuis .... prikkeldraad!
En die vesting overwint niet één soldaat
' t Is en blijft ....prikkeldraad!
Alle jongens maken haar het hof, om strijd,
maar zij lacht en voor de rest neutraliteit
Blonde Mientje heeft een hart met prikkeldraad.
Blijf maar thuis......prikkeldraad! |
|
[Naar
boven]
|
|
|
|
RATS, KUCH EN BONEN
|
 |
Deze dagen,
hoor je klagen
en wel duizend dingen vragen,
maar doe niet zo zenuwachtig
en hou je eendrachtig.
De gevaren,
die rondwaren,
zullen Nederland wel sparen.
Geen fanatisme,
hou je optimisme.
Elk die zuchten slaakt,
die sticht maar kwaad,
want ons leger waakt
en staat paraat.
Niets is er wat meer wrijft of wringt,
het kokkie in de keuken zingt:
|
Refrein
Rats, kuch en boonen,
is het soldatendiner.
Rats, kuch en boonen,
doe daar je maaltje maar mee.
Vree is ons streven,
vrijheid van grenzen tot strand,
Hollandse soldaten leven voor het Vaderland! |
Wij marcheren,
tirailleren,
of we zitten te dineren.
Als het eventjes kan lijen,
dan slaan wij aan 't vrijen.
Want de meisjes,
kleine sijsjes
hebben liefdesparadijsjes.
Een bankje en een laantje,
's avonds bij het maantje.
Een soldaat vindt gauw een goed gehoor,
hij heeft bij zijn vrouw een streepje voor.
Zij weet een militair heeft moed,
het is een kerel goed doorvoed.
|
Rats, kuch en bonen,
is het soldatendiner.
Rats, kuch en bonen,
doe daar je maaltje maar mee.
Vrij is ons leven,
zet nu je zorgen aan kant
Zo is het soldatenleven voor het Vaderland! |
Al het chique,
magnifieke,
overdreven excentrieke,
geënsceneerde in doen en laten,
dat haten de soldaten.
Maar het ronde,
oergezonde,
echt oprecht en onomwonden,
het flinke en verve is het militaire.
Die symptomen vind je in de kuch,
in de rats en bonen weer terug.
Zeg wat je eet, m'n beste vent
en ik weet wie en wat je bent.
|
[Naar boven]
|
|
|
|
TERANG BOELAN
|
 |
Terang boelan, terang boelan di kali,
Boewaja Timboel katanjalak mati.
Djangan pertjaja orang lelaki,
Brani soempa dia takoet mati.
Djangan pertjaja orang lelaki,
Brani soempa dia takoet mati.
Ik wil weer gaan naar Insulinde's stranden,
waar 't volle maantje schijnt aan 't zilv'ren strand.
Daar wacht mij 't mooiste meisje aller landen,
wij zijn verbonden door de sterkste banden.
Daar wacht mij 't mooiste meisje aller landen,
wij zijn verbonden door de sterkste banden. |
Vóór
1940, tekst en muziek
[Naar boven]
|
|
|
|
TURF IN JE RANSEL
|
 |
Turf in je ransel
Turf in je ransel
Stroozak is geen mode meer
Turf in je ransel
Turf in je ransel
Flink je kop op, deze keer!
Ieder grijpt je, ieder knijpt je,
Tot je boel behoorlijk zit.
Daar komt ie aan!
Geeft Acht!
Kom nu maar stil
gestaan
Want daar komt de generaal
Ziet me die Jager eens aan
Dat had ik ook wel van zo'n vlegel verwacht.
Ik geef je een dag of acht
En als je niet oppast
Dan draag ik je voor voor overplaatsing
En de generaal
Kwam vol pracht en praal
Een prachtige statie achteraan
't Gevolg reed langzaam ons voorbij
Doch niemand drong elkaar op zij
En de 'hooge' was zeer voldaan
En zei dan ook ronduit
Kolonel, je Regiment ziet er frappant en uitmuntend uit. |
[Naar boven]
|
|
|
|
VASTE VERKERING IS
NIETS VOOR EEN SOLDAAT
Wanneer
je hebt geteekend
het minimum berekend,
de eerste zoveel jaren dienst in 't leger doet.
Maar ook wanneer j'als jongen
den dans niet bent ontsprongen
en enkel voor je nummer bij de wapens moet.
Dan is de tijd gekomen
om het meisje van je dromen
te zeggen dat je haar voorgoed verlaat.
Daar voor iemand doe z'n woord gaf aan het vaandel en de staat,
trouw aan iets anders niet bestaat.
Lou
Bandy
|
Vraag niet mijn jongen, dat wat niet gaat.
Vaste verkering, dat is niks voor een soldaat.
Al wat je hebt aan liefde en trouw,
hoort aan het vaderland en niet aan jou! |
Want zou
een hooge ome,
er plotseling mee komen,
trek jij liefst met je zwikkie ergens anders heen.
Wou jij 't er dan op wagen,
zoo'n goeien man te vragen:
"Hoe moet dat, generaal, ik heb een blok aan 't been?"
"Soldaat, was gauw zijn antwoord,
voor iemand die aan 't land hoort,
is 't dienen van twee bazen niet te doen.
Stuur jij je vastigheid het bosch in want een handje en een zoen,
dat krijg j' in ieder garnizoen.
Refrein
[Naar boven]
|
|
|
|
WIE
HEEFT ER SUIKER IN DE ERWTENSOEP GEDAAN?
|



 |
Er was in 't militaire kamp
een groote consternatie!
Niet meer of minder dan een ramp
bedreigde onze Natie!
De erwtensoep was zwaar mislukt
en ied'reen vroeg bedrukt:
|
Refrein
Wie! Wie! Wie!
Wie! Wie! Wie!
Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan?
Wie heeft dat gedaan?
Wie heeft dat gedaan?
De heele Compagnie die heeft het eten laten staan!
Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan? |
De korporaal zei:
Eerst proef ik!
'k Geloof dat jullie dazen!
Hij kreeg de hik en liet van schrik
gauw voor den dokter blazen.
Tot de sergeant kwam van de week,
die vroeg als krijt zoo bleek:
Refrein
En de sergeant-majoor was kwaad,
hij liep rood aan van woede.
Zijn snor stond stijf als prikkeldraad,
het sein: Weest op uw hoede!
Hij knarste eerst een tandenknars
en bulderde toen barsch:
Refrein
De luitenant, geaffecteerd,
zei: '"Wie maakt hier nu mopjes?"
Ik heb de soep geïnspecteerd,
ze smaakt naar Haegsche Hopjes.
Geeft acht, rechts richten..,
kom nou lui, wie tapte deze ui?
Refrein
De kapitein, die - plots gewekt
door deze soepaffaire-
een nieuwe krachtterm had ontdekt,
gaf daarvan de première!
Knots-knaldrement!, zoo riep hij luid,
Wie haalt hier zooiets uit?
Refrein
Ten slotte kwam de kolonel,
correct en afgemeten.
Zei: Strafmarcheeren, 't hele stel!
Ik ga in "t Zwaantje" eten!
En sjokkende de heide door,
zong de Compie in koor:
Refrein |
[Naar
boven]
|
|
|
|
|
 |
Jaantje, hit voor halve dagen,
heeft thans reuze veel te doen.
Niet met werken, o nee, dat 's bijzaak,
maar met 't nieuwe garnizoen:
Want ze heeft linea recta
zeven vrijers al gehad,
van een rooie tot een zwarte,
en van Heel tot Hallef Watt!
Refrein
|
Heel de stad die staat op stelten,
is volkomen uit d'r doen.
heel de stad zingt opgetogen
"Hiep, hiep, hoera voor 't garnizoen!" |
Ook de H.B.S-er
Tommie
zweert bij 't mieters garnizoen.
Hij gebruikt geregeld termen
zooals "slapie" en "rantsoen";
krijgt een militaire houding
als een echte grenadier.
En weet nu voor eens en altijd
wat hij worden wil: "Officier".
Refrein
Tante Lotje, ouwe vrijster,
volgt nu een verjongingskuur.
Ziet ze uniformen naad'ren
kijkt ze plotseling niet meer zuur;
al haar hoop is nu gevestigd,
op een oude kolonel.
Hij is kaal en ook pokdalig,
maar... de man is vrijgezel.
Refrein
Ook met bakvisch Rosalietje
kwam het weldra in de bus,
want een piep jong luitenantje
kreeg haar eerste schucht'ren kus.
En ze bloost bij 't zien van veldgrijs,
heusch ze kan er niets aan doen,
't is de schuld van 't luitenantje,
indirect ... van 't garnizoen. (Refrein)
Als zoo'n troep
van flinke kerels
langs marcheert over de straat,
voelt Pa zich in hart en nieren
wat je noemt weer echt soldaat;
En Mama ziet welgevallig
naar zoo'n vlotte uniform.
en ze denkt:"Wat stond zoo'n pakje
mijn man vroeger toch enorm". |
[Naar boven]
|
|
|
|
Tekst: Jac van Tol,
muziek: Joop de Leur
 |
De avond valt Hortensia,
het zilv'ren maantje lacht.
Ver weg klinkt een harmonica,
en ik sta hier op wacht.
Ik troost mij met een stillen lach.
't Is morgen Holliday,
want morgen is het Donderdag,
dan eten we haché.
|
Refrein
Ik
denk aan jou, terwijl m'n ogen turen,
over die hei, waar ik op schildwacht sta.
Ik denk aan jou, in lange bange uren,
ik blijf je trouw, oh mijn Hortensia. |
Mijn stroozak is
zoo smal en klein,
vol bobbels van het stroo.
Maar ik vraag aan den kapitein,
een bon voor 'n lit jumeau!
Wanneer ik capucijners schrans,
zoo vol van melancholie,
is 't of ik in de spekvetglans
jou bruine oogen zie....
Refrein
Als ik aan de kanonnen sta,
en vuur met zwaar geluid.
Is 't net of mijn Hortensia
haar kleine neusje snuit.
Soms ratelt er een mitrailleur,
dan troost mij inderdaad.
't is net de stem van Tante Trui
die met de buurvrouw praat.
Refrein
Ik heb een avontuur beleefd,
neen, dat vergeet ik niet!
Ik zie iets in de lucht dat zweeft
door ons neutraal gebied.
Ik richt mijn spuit tot vuren klaar,
toen is mijn drift bedaard.
een Nederlandsche ooievaar,
met een oranje staart!
Refrein |
[Naar
boven]
|
|
|
|
|
 |
Ik ben Kobus Kuch
Kom van Burgerbrug.
Doch beschouw me niet als een sul,
Hoe je 't ook beziet
mensch vergis je niet
want ik ben een beste knul.
En ik dien den Staat
als een goed soldaat.
aan de grens of kust
Zeg maar waar je me lust.
'k Waak voor groot en klein
en trek nooit de lijn
ieder kan dus rustig zijn!
|
Refrein
Ik ben Kobus Kuch uit Burgerbrug.
'k Voel me vroolijk vrij en fit.
Ik ben wat je noemt een lid
waar de geest van De Wit en De Ruyter nog in zit.
Ik ben elken vijand steeds te vlug.
niemand heeft van mij terug.
Wie staat altijd op de bres in Burgergrug
KOBUS KUCH! ! ! |
'k Zing m'n leven
lang
van: We zijn niet bang!
Als het moed dan vlam ik van moed!
'k Heb een tijd gevrijd
met een keukenmeid.
dus voel ik me goed doorvoed.
's Zondags kip of duif
's Maandags varkenskluif,
's Dinsdags zóó'n homp worst.
En geen dag leed ik dorst!
Heel de compagnie
keek vol jalousie
elken dag naar mijn Marie.
Refrein
Als er één soms
zegt:
Een soldaat heeft 't slecht.
Beste man, die weet er van niks van.
Want ik lach voor twee
steeds op de chambrée.
'k Ben zoo zorgeloos als 't maar kan!
't Is van uur tot uur
een gezondheidskuur.
en je word Als vent
Moeders pappot ontwend.
En wat is er nou
schooner dan de trouw,
aan ons fiere Rood-Wit-Blauw.
|
Tekst: Ferry , muziek: Louis Noiret
[Naar boven]
|
|
|
|
MARIE DIE VRIJT MET EEN HUZAAR
|
 |
Marie, een meid van melk en bloed
die 't vrijen niet kon laten.
Die had in al haar overmoed
een zwak voor de soldaten.
Een generaal, een koloniaal,
die trouwde ze beslist.
Toen ging ze plotseling aan de haal
met zo'n cavalerist.
En met z'n sabel aan z'n rechterhand
en z'n Marietje aan den and're kant
stapte hij zoo blij van zin
's avonds de keuken in.
Met Marie op z'n knie,
at ie op voor ten minste een pop.
Elk die dat zag
zong dit refrein op slag:
|
Marie die vrijt, met een huzaar.
Een hele tijd, al haast een jaar.
En als hij kwam, oh lieve heer,
dan kreeg hij ham en nog heel veel meer.
Een kaas, een worst,
een volgend keer.
Zijn liefde nam geen einde meer. |
D'r baas, een ouwe heer die vroeg:
"Waar laten ze m'n spullen?
'k Had vroeger altijd toch genoeg,
waar blijven toch m'n bullen?
Niet één sigaar meer in m'n kist,
en ik heb in geen maand gerookt.
Wanneer ik het niet beter wist,
Zou 'k zeggen dat het spookt".
En ons Marietje zeer onschuldig piept,
zei: 'Weet ik veel meneer, ik rook ze niet!
Het spookt me door mijn brein
Ik denk dat er muizen zijn".
Meneer zei:"Geloof maar vrij,
da's een muis met een sabel opzij!"
Raad hoe 't
bestaat
Waar één man zoveel laat.
Refrein |
|
 |
Toen ik in de kazerne kwam, toen zei me daar de fourier:
"Doe jij je burgerpakkie uit en kom dan maar eens hier."
Hij gaf me toen allerhande, de hele zaak compleet,
maar toen ik 's morgens wakker werd, toen slaakte ik een kreet:
Oh sergeant, ze hebben m'n sokken gestolen.
Oh sergeant, ze hebben m'n schoenen gepikt.
Mijn puttees zijn verdwenen, nu zien ze m'n blote
benen.
Ze hebben het in de sectie op mij gemikt. |
Er zit niets
anders op vandaag, als er geblazen wordt,
dat ik in m'n burgerpakkie ga op 't compagniesrapport.
Sergeant, toe help me uit de brand, dan sta ik niet voor gek,
of maak me dan maar kamerwacht, hou ik me dan gedekt.
Refrein
Ik heb me niet gewassen, want mijn wasblik is gepikt,
tot zelfs de veters uit mijn schoenen zijn op de kop getikt.
En als dat hier niet anders wordt, als dat hier zo maar mag,
dan spijt het me voor 't regiment, maar dan meen ik mijn
ontslag.
Refrein |
Muziek & tekst: Kobus Kuch / Louis Noiret
[Naar boven]
|
|
|
|
MORGEN GAAT HET BETER
|
Tekst: Chef van Dijk,
Muziek: Max Tak
Zang: Heintje
Davids


|
Niet één mens hier op aard'
Die voor leed werd gespaard,
In de harde leerschool van het leven.
Maar zo slim kan 't niet zijn,
En zo fel is geen pijn,
Of genezing is ervoor gegeven.
Hier een hart dat er breekt.
Daar de laster die steekt,
En ie denkt: moet mij dat juist passeren,
Staar je daar niet op blind,
Steek je kop in de wind,
Zoek de kracht, d'energie
Om het lot te keren.
|
Film “Morgen gaat het beter” met Heintje Davids.
Refrein
Morgen gaat het beter, beter, beter.
Morgen kijk je iedereen weer glunderlachend aan.
Morgen gaat het beter, beter, beter,
Morgen zullen zorgen van vandaag niet meer bestaan.
Morgen zijn de spoken van het heden,
Weggevaagd, behoren tot 't verleden.
Morgen gaat het beter, beter, beter,
Morgen zal weer alles van een leien dakje gaan. |
Moeilijk is deze
tijd,
Vol van wrok, haat en nijd,
leder kijkt vol wangunst naar de ander.
Naar het brood dat hij' eet,
Naar de daad die hij deed,
Ach, we weten alles van elkander.
Maar slechts dat wat je ziet,
En de rest weet ie niet,
Want naar binnen staan geen vensters open.
Wat je draagt, diep in 't hart
Heeft een plaats heel apart,
En dat is een toverspreuk
Wij blijven hopen.
Refrein
Gaat ’t niet zoals ’t moet,
Krijg je geen vaste voet,
Ga niet in een hoekje zitten treuren.
Niemand die op je wedt,
Nooit een cent op je zet,
Als je piekert om wat kan gebeuren.
Gaat ’t vandaag je nog slecht,
Morgen komt het
terecht,
Je met in jezelf het meest vertrouwen.
Graaf niet in je verdriet,
Ach dat helpt je toch niet,
Steen voor steen moet je aan
J’eigen toekomst bouwen.
Refrein |
|
|
|
|
|
|
|
[Naar
boven] |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
[Terug naar Verhalen
van Vroeger]
|
|
| |
[Terug
naar Welkom]
[Terug naar Persoonlijk] |
|