[Terug naar Verhalen van vroeger]              [Terug naar Welkom]            [Terug naar Nieuws]

[Terug naar 1940-1945]            [Terug naar Brandus]

 

 
 

 
   

     (Door op dit Word-icoontje te klikken, is "Even voorstellen............" te downloaden en te printen.)

 
 

 

 

EVEN VOORSTELLEN…………….

 

Naar aanleiding van mijn verhalen is mij verzocht, me nader bij u bekend te willen maken, waaraan ik hierbij gaarne voldoe.

 

Mijn naam is Wijbrandus Klinge en ik ben op 25 juli 1923 in Rotterdam geboren.

Op 2 april 1946 in `t huwelijk getreden met een fantastische vrouw.

Trotse vader van twee fijne dochters. 

Na mijn schoolopleiding (lagere school, ULO, Handelsavondschool Mercurius)

ben ik 6 jaar werkzaam geweest bij de Gemeente Schiedam.

Vervolgens 17 jaar bij de Marine Magazijnsdienst en daarna 17  jaar bij Lumag op Marine vliegkamp “De Kooy .”  Hier was ik chef Administratie Ontvanglokaal, in de rang van Adjunct Commies A.

Mijn werkzaamheden lagen voornamelijk op administratieve gebied, zoals het

beheren  van een uitgebreid archief en het voeren van correspondentie.

 

Ben voorzitter en erevoorzitter geweest van de personeels-en sportvereniging “MarMag” (marine-magazijnen), die nu ter ziele is.

Mijn grootste hobby was toneelspelen. Dit heb ik plm. 30 jaar tezamen met mijn lieve en talentvolle (helaas op 23 september 2003 overleden) vrouw gedaan.

De laatste 25 jaar heb ik ook de regie gevoerd.

Heb 20 jaar basketbaltraining gegeven, en even zovele jaren wedstrijden gefloten.

Basketbalcoach geweest van het dames- en herenteam van MarMag.

Verdere hobby´s: tafeltennissen, bridgen, vissen en sinds kort computeren.

Zo, ik denk dat u nu wel voldoende over mij te weten bent gekomen.

                                                                                             

Naschrift:                                                                                                          

De door mij geschreven verhalen heb ik op herhaalde verzoeken van mijn dochter Mia en mijn schoonzoon Andy Pormes, en in overleg met mijn computerleraar Kees Bakker, op de computer gezet.

Er komen regelmatig verhalen bij.

De heer Bakker is zo vriendelijk mij behulpzaam te zijn bij het invoegen van   plaatjes en foto´s.

Tevens heeft hij mijn verhalen op zijn website gezet,  waarvoor ik hem zeer erkentelijk ben.

 

                                                                                           W. Klinge   

 

 

 

 
     
 

 

 

 
 

 T O N E E L

 

 
 

 

Onder de noemer TONEEL zijn in dit document verschillende verhalen te lezen van de toneeltijd van de heer Klinge te Anna Paulowna

 

 

 

 

(Deze pagina downloaden om te printen? klik dan op het Word-icoontje! Er kan ook bijv. een enkel verhaal geprint worden, door de betreffende tekst te selecteren en op de printerknop te klikken! )

 

Hoofdstuk

 

·        Mijn eerste toneelrollen

·        Meeuwen boven Sorento

·        De Sinterklazenvergadering

·        Jopie als standbeeld

·        Schijndood

·        Omwille van de smeer

·        Verschroeide aarde

·        Op hoop van zegen

 

 

 

NB.: Klik op bovenstaande links om de hoofdstukken te lezen!

 

 

 

MIJN EERSTE TONEELROLLEN

            

Als jongentje van 11 jaar zat ik op de Christelijke Zaterdagschool van de Remonstranse kerk in Rotterdam. Daar werd i.p.v. Zondagschool op de zaterdagmiddagen Zaterdagschool gehouden.

De juffrouw vertelde dan verhalen uit de bijbel en er werden liedjes gezongen.

Tegen Kerstmis moesten wij het bekende kerstverhaal van de geboorte van het kindeke Jezus instuderen, dat dan op tweede kerstdag in de kerk opgevoerd  zou worden.

Mij was een hoofdrol toebedacht. Ik mocht n.l. voor Jozef  spelen. Het meisje dat  de rol van Maria speelde moest op de repetities een stukje lopen met een, toen nog leeg, houten kribbetje.

Op één van de repetities had ik voor de grap een paar glazen knikkers in het kribbetje gedaan en toen Maria met het houten kribbetje ging lopen, gingen de knikkers van “r-r-r-r-r-r-t  r-r-r-r-r-r-t” in het kribbetje.

De schooljuffrouw kon de grap niet waarderen en werd vreselijk boos.

 

Zij gaf Maria een flink standje, die toen in huilen uitbarstte en snikte:” Dat heeft hij gedaan” en wees naar mij.

Toen kreeg ik de wind van voren en werd gelijk gedegradeerd tot herder.

 

Het tweede toneelstukje waarin ik mocht meespelen heette”De Tovenaar” en ik

mocht de rol van Tovenaar spelen.

Op een gegeven moment moest ik, tijdens een repetitie, met de toverstaf een tik op de hand van een meisje geven, maar deed dit in m´n enthousiasme veel te hard, waarop het meisje begon te grienen,

Ditmaal werd mijn rol niet afgepakt, maar ik moest plechtig beloven dat ik het

in ´t vervolg zachter zou doen.

Dit is de aanloop geweest van mijn toneelloopbaan bij het amateurtoneel gedurende vele jaren.

                                                                                                                                                                                             

 

[Naar boven]

  

 

 

MEEUWEN BOVEN SORRENTO

 

In oktober en november 1955 voerde wij met het toneelgezelschap “MARMAG” (Marine Magazijnen) het bovengenoemde toneelstuk op in het “CASINO”  in Den Helder.

Dit toneelstuk gaat over negen Engelse marinemannen die op een onbewoond eiland proeven moeten doen.

 

 

Onder die manschappen was een zgn. “drilsergeant”, die nu niet bepaald geliefd was. Een echte treiteraar die het bloed onder de nagels van de matrozen vandaan

haalde.

Deze sergeant moest steeds o.a. de commando´s “GEEF ACHT” en “OP DE PLAATS RUST” geven.

Toen we generale repetitie hadden en hij op een gegeven moment het commando “GEEF ACHT” moest geven, vloog bij “ACHT” zijn hele bovengebit over het toneel.

U zult begrijpen, dat iedereen toen in een deuk lag. De sergeant wist zich met z´n houding geen raad en begon op het laatst maar mee te lachen, al was het als een boer die kiespijn heeft.

 

[Bij de foto]

V.l.n.r.: Bert Agema, Roel Wijmenga, Wybe Klinge, Wiebe Bakker, op de achtergrond Luc van Eijbergen.

 

Verder repeteren had geen zin meer, omdat iedereen steeds weer in de lach schoot. Ik besloot toen maar om de generale repetitie voor gezien te houden.

Tijdens de opvoering deed zich het volgende grappige geval voor.

Op een gegeven moment zitten de matrozen aan de bakstafel te eten met op hun bord een aantal worstjes. Terwijl één van de matrozen (Wiebe Bakker) met een maat naast hem zit te praten, pikt een andere matroos (Bert Agema) die aan de andere kant naast Wiebe zat, de worstjes van Wiebe´s bord en smikkelt die, tot groot vermaak van het publiek smakelijk op. Wanneer Wiebe is uitgekletst en aan zijn worstjes wil beginnen zijn die tot zijn stomme verbazing verdwenen.

Hoewel dit alles niet in het stuk staat vermeld, spraken wij af dit voorval te handhaven omdat het de lachspieren van het publiek opwekte.

  

Tijdens de volgende opvoering nam Wiebe Bakker echter, voor hij met zijn maat naast hem begon te praten, eerst de worstjes als een bosje bloemen in zijn opgeheven hand en begon daarna pas het gesprek. En ook dit leverde weer de nodige lachsalvo´s op bij het publiek. Wiebe was het er dus niet mee eens dat zijn worstjes werden ingepikt.

Voor het verslag in de plaatselijke pers verwijs ik u naar de volgende pagina.

 

 

[Aanvang citaten uit de plaatselijke pers.]

 

ONVERWACHTE PRESTATIE VAN MARMAG

 

De toneelvereniging van Marmag heeft het waagstuk ondernomen, om het Engelse toneelstuk “Meeuwen boven Sorrento” op de planken te brengen.

Een geheel bezet Casino heeft er, blijkens de zeer vele reacties uitermate van genoten en dat zal voor de toneellisten een grote voldoening zijn geweest na maanden van zeer hard werken.

De toeschouwer ziet een groepje Marinemannen, die voor experimentele doeleinden in vredestijd op een verlaten, rotsachtig eilandje zijn geplaatst. Dat schept een situatie, waarin men op den duur tot diep in elkaars hart kan kijken.

Hugh Hastings heeft bij het schrijven van dit stuk naar deze psychologische diepgang gestreefd, en bij het zien van de opvoering door de toneellisten van “Marmag” kregen wij de overtuiging dat de spelers deze strekking ook hebben doorzien. Daarin schuilt op zichzelf een grote verdienste.

Als collectieve prestatie was deze opvoering van “Meeuwen boven Sorrento”

ongetwijfeld belangwekkend. Het was voor “Marmag” een hoge greep, maar het is geen misgreep geworden.

De oprechte ontroering, die het spel enkele malen verwekte, was een waardevol spoor van hetgeen Hastings met zijn stuk heeft beoogd.

 

MARMAG GOED THUIS IN “MEEUWEN BOVEN SORRENTO

 

De invloed van het hoorspel deed zich gelden, maar meer nog de zo bekende marinesfeer, waarin het stuk is geschreven. Deze sfeer voelde de regisseur bijzonder goed aan, waardoor de “Jannen-humor” en “de Jannenrauwheid” bijzonder tot hun recht kwamen.

De rolverdeling was sterk, goed gekozen naar de typische eisen, die de verschillende figuren vergen.

Medespelenden waren:  Arie Vries, Jacob Veer, Roel Wijnmenga, Bert Agema, Wybe Klinge, Luc van Eijbergen, Wiebe Bakker, Jan Rodenhuis, en Nico Winkel, die onder  -soms zeer bekwame-  regie van Wybe Klinge

“Meeuwen boven Sorrento” op de planken hebben gebracht.

 

[Einde citaten.]

 

Onderstaand nog een tweetal foto`s van de uitvoering.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[Naar boven]

                                                                                                                        

 

 

 

 

 

                        DE SINTERKLAZENVERGADERING

 

 

Op een contactavond van de personeelsvereniging “MARMAG” (Marine Magazijnen) werd in het toneel- en danszaaltje van de heer Luckx  in Den Helder, bovengenoemde toneelschets opgevoerd. De heer Luckx had grenzend aan dit zaaltje een slijterij.

Aan de schets deden 7 mannen mee waarvan er 6 zich moesten omkleden als Sinterklaas. Er was één Sinterklaas met een mooi kostuum en die zag er dan ook uit als de echte “St. Nicolaas.” De overige 5 was een allegaartje. De één had een veel te grote mijter, de ander een veel te kleine, baarden van watten, nou ja, u kent ze wel de zgn. “nep-Sinterklazen.” 

De heer Luckx , die het allemaal prachtig vond, liep tijdens deze verkleedpartij  cognacjes uit te delen. Toen ieder er zo´n  stuk of 3  op had, vond ik het welletjes en verzocht de heer Luckx  te stoppen, omdat er ook nog toneel gespeeld moest worden.    

Aan de schets deden ondermeer mee Wiebe Bakker, Dick Kraak, kapper Ras en ondergetekende.

Tijdens deze vergadering zou er besproken worden welke prijs er berekend mocht worden voor een Sinterklaasvisite.

Dick Kraak die nog nooit toneelgespeeld had, was weken bezig geweest om

de tekst uit z´n hoofd te leren en was dood zenuwachtig. Wiebe Bakker, had een makkelijke tekst en moest op alles alleen maar ja en amen zeggen. Zelf speelde ik de rol van voorzitter en had een prachtig St.Nicolaaskostuum aan met een mooie mijter en St.Nicolaasstaf.

De spullen kreeg ik te leen, onder voorwaarde dat er niets mee zou gebeuren, en dat beloofde ik. Alles kwam uit de étalage van de stoffenzaak van mijn vrouw.

Toen het eindelijk zover was en het doek opging en de Sinterklaasvoorzitter de vergadering had geopend, vroeg hij aan welke Sinterklaas hij het woord  mocht geven.

Wiebe Bakker riep: ”Ja, ik”, en begon een heel onsamenhangend verhaal af te steken waarbij hij ook de teksten van de andere Sinterklazen gebruikte. Kennelijk had hij een cognacje te veel op.

De andere Sinterklazen waren met stomheid geslagen en stonden er als houten Klazen bij, vooral Dick Kraak.

Ik zei tegen Wiebe dat hij zijn mond moest houden omdat de andere Sinterklazen ook wel iets te zeggen hadden. Maar het was tegen dovemans oren gezegd, hij ging rustig door met wauwelen.

Ik schreeuwde tegen hem:” hou je kiezen nou is op mekaar” en was zo kwaad dat ik met een harde klap de prachtige St.Nicolaasstaf uit de etalage van mijn vrouw, op de tafel in tweeën sloeg.

Ik hoorde mijn vrouw in de zaal roepen:”Oh, Oh, Oh.”

Tijdens het schaterlachen van het publiek, snauwde ik Wiebe Bakker toe:” Hou je kop nou is.” Blijkbaar heeft dat toch geholpen want hij hield z´n snater en de Sinterklazenvergadering kon toen z´n normale verloop hebben.

Afgesproken werd dat voor een Sinterklaasvisite Fl. 7.50 gerekend mocht worden. Op dat moment kwam kapper Ras (een klein mannetje) op, om een Sinterklaas te bespreken.

Hij  vroeg aan een Sinterklaas wat een bezoek moest kosten. Die zei Fl. 7,50, waarop een andere Sinterklaas zachtjes tegen kapper Ras zei:” Ik doe ´t voor vijf piek”, waarop weer een ander  zei:” Ik doe ´t voor een knaak.”

De schets moet dan eindigen in een “gespeelde” vechtpartij. Toen ik uithaalde om een Sinterklaas een flinke optater te geven, trof ik, per ongeluk, met mijn elleboog  het oog van Wiebe Bakker, die een kop kleiner was dan ik en achter me stond. Hij dacht toen “Verrek ze beginnen echt te vechten, nou daar kan ik ook een houtje van.”

Hij begon een paar klappen uit te delen van heb ik jou daar en sloeg met één mep de mijter van m´n kop. Ik hoorde mijn vrouw in de zaal weer roepen: ”Oh, Oh, Oh!”

Op hetzelfde moment wilde Wiebe Bakker kapper Ras  een schop onder z´n kont geven, maar die trok z´n achterwerk in en probeerde met een holle rug en kleine dribbelpasje het toneel af te vluchten. Het toneelvloertje was echter nogal glad, hij viel op z´n platte kont en gleed zo de kleedkamer in. Op dat moment viel ook het doek.

De mensen in de zaal hebben gehuild van het lachen en waren vast in de veronderstelling dat het allemaal zo hoorde. Maar wij wisten wel beter.

Een daverend applaus was onze beloning, maar na afloop had ik wel het één en ander aan mijn vrouw uit te leggen.

                                                                                                                     

 

 

[Naar boven]                                                                                                         

JOPIE ALS STANDBEELD

                         

In de winter van 1939 speelde m´n vriend Ad Klok en ik bij de toneelvereniging “Steeds Hoger“ in Schiedam op de Lange Haven, waarin het “Musis Sacrum” als bovengenoemde eenakter werd opgevoerd.

Ad Klok speelde de rol van een arme, aan lager wal geraakte beeldhouwer en ik vertolkte de rol van Jopie, z´n huisknecht, die hem trouw gebleven was.

De beeldhouwer had opdracht gekregen van een hardhorende en kippige baron om een standbeeld van hem te maken.

Toen de beeldhouwer en Jopie al een paar dagen zo goed als niets gegeten hadden, stelde de beeldhouwer voor om het standbeeld van de baron (dat bijna klaar was), naar de bank van lening te brengen en van het geld dat het opbracht eten te kopen. Zo gezegd, zo gedaan.

Jopie bracht het beeld naar de bank van lening en kocht van het geld dat hij gekregen had de lekkerste dingen

Toen hij daarmee thuis kwam en ze net zaten te smullen, werd er gebeld en toen ze uit het raam keken wie er voor de deur stond, was het de baron die naar zijn standbeeld kwam kijken. Goede raad was duur.

 

Maar de beeldhouwer kreeg een lumineus idee en zei tegen Jopie: ” Dan moet jij maar even voor standbeeld spelen, die baron is toch bijziende.

Ik gooi voorlopig een laken over je heen, dan heeft hij niets in de gaten.”

Vliegensvlug ging Jopie op de sokkel staan en kreeg een laken over zich heen. Daarna deed de beeldhouwer de deur open en liet de baron met hoge hoed en gehoortoeter binnen.

(In die tijd bestonden er nog geen gehoorapparaten).

 

De baron vroeg of zijn standbeeld al klaar was en of hij het mocht zien. De beeldhouwer schreeuwde in de gehoortoeter van de baron: ”Het is bijna af.”  Waarop de baron weer aan de beeldhouwer vroeg: ”Wat zeg ie?” en Jopie onder

het laken antwoordde: ”Als je valt dan leg ie.”

 

En dat ging zo een tijdje door, tot groot vermaak van het publiek, maar niet van de beeldhouwer. Die kreeg het Spaans benauwd, omdat hij telkens weer in de gehoortoeter van de baron moest schreeuwen: ”Uw beeld is bijna klaar, maar er moet nog het één en ander aan gebeuren, ik laat het liever aan u zien als het af is.”

Maar de baron wilde per se het standbeeld zien.

Het laken werd van Jopie afgehaald  en tijdens het moeizame gesprek dat toen tussen de beeldhouwer en de baron volgde, moet Jopie steeds komische opmerkingen en gebaren maken, waarbij het publiek zich kostelijk amuseerde. De beeldhouwer wist zich echter geen raad en gebaarde steeds naar Jopie dat hij op moest houden.

De Baron bleek uiteindelijk toch wel tevreden met zijn beeld, maar ging op een gegeven moment het beeld aftasten en voelde toen dat het een mens van vlees en bloed was.

Verontwaardigd begon hij te schreeuwen:”Ik ben belazerd! Ik ben bedonderd! Dat beeld is niet echt!”

Op dat moment moet Jopie de hoge hoed van de baron over diens oren trekken waardoor die niets meer kan zien.

Dan moet Jopie via het opgeschoven raam vluchten. De beeldhouwer moet dat zien te voorkomen door Jopie bij zijn voet te grijpen waarbij de schoen van Jopie z´n voet trekt en met zijn handen in de lucht met de schoen, achterover op z´n gat valt.

Onderwijl tracht de baron wanhopig de hoge hoed van z´n kop te krijgen en dan valt het doek.

Zo had het moeten gaan als alles goed verlopen was, maar het verliep enigszins anders.

Van tevoren had ik tegen Ad Klok gezegd: ”Denk erom dat je mijn goede voet grijpt, want in die schoen zit geen veter zodat hij gemakkelijk uit gaat. Als je m´n verkeerde voet grijpt dan gaat het fout, want die schoen zit muurvast aan m´n kunstbeen.

Ad Klok zei nog tegen me: ”Geen paniek, komt voor mekaar.”

Mooi niet dus, prompt greep hij m´n verkeerde voet, waardoor ik met m´n volle gewicht in het raamkozijn bleef hangen en het hele décor naar beneden donderde en wij eronder lagen. Op ´t zelfde moment viel het doek.

Dit onvoorziene slot leverde ons wel een klaterend applaus op.

 

Een brandweerman (die altijd aanwezig moet zijn) heeft ons geholpen om onder het décor vandaan te komen.

Gelukkig mankeerde we niets.

 

                                                                                                      

 

[Naar boven]

 

 

 

SCHIJNDOOD

 

In een revue van de toneelvereniging MarMag (Marine Magazijnen) werd bovengenoemde schets gespeeld. De schets speelt in de jaren 20 toen er in veel gezinnen bittere armoe werd geleden.

De vrouw van een echtpaar dat al een paar dagen zo goed als niets gegeten had en ook geen boodschappen meer “op de pof” of “op de lat” kreeg, omdat ze overal te veel in het krijt stond, verzon toen de volgende list.

Ze zei tegen haar man dat hij op de divan onder een laken moest gaan liggen, en zich dood moest houden. Zij zou dan als de melkboer of de bakker of de slager belde, hevig gaan jammeren en huilen en zeggen dat haar man van de honger gestorven was en dat zij ook zo´n honger had.

De melkboer zou dan wel uit medelijden een fles melk of een pakje boter geven, de bakker een paar broden en de slager een worst of wat vleeswaren.

Aldus geschiedde.

De vrouw werd gespeeld door mijn echtgenote Jeanne

en Henk Haak van Overloop speelde de man onder het laken.

Als de slager op komt met z´n rieten slagersmand, hangt er over de rand van de mand een grote leverworst. Op het moment dat de slager de vrouw staat te troosten, moet de man met z´n kop onder het laken vandaan komen en stiekem een grote hap uit de leverworst nemen om dan weer snel met z´n kop onder het laken te verdwijnen. Dit alles tot groot vermaak van het publiek.

Wat Henk Haak van Overloop niet wist, dat wij het uiteinde van de worst hadden uitgehold en vol gestopt met sambal.

Toen het zover was dat hij een flinke hap uit de worst moest nemen en dan vlug weer onder het laken dook, lag hij daar dus met een b.. (sorry) mond vol sambal tot het einde van de schets.

De taal die hij uitkraamde toen het doek gevallen was en hij in de kleedkamer kwam, is niet voor herhaling vatbaar!

 

                                                                                                      

  

                                                                                    

 

 

 

[Naar boven]

 

In November 1958 voerde  de toneelgroep MARMAG (Marine Magazijnen) het toneelstuk “OMWILLE VAN DE SMEER” op in het Casino in

Den Helder.

Het stuk handelt over een oude man die er “warmpjes” bijzit en het niet lang meer zal maken. Familieleden van hem zijn al op z´n geld uit en ineens poeslief voor hem.

In het stuk speelt een oud dametje mee, die ook op z´n geld zit te spinzen en nog met hem wil “aanpappen.” U kent die typetjes wel.

Dit dametje werd gespeeld door mijn vrouw Jeanne en ikzelf speelde de rol van de oude man.

Bij hoge uitzondering mocht onze dochter Mia (toen 11 jaar)  de opvoering bijwonen. Voor haar zat een verslaggever van de Helderse Courant, maar dat wist Mia niet.

De rest van dit verhaal laat ik de verslaggevers aan het woord.

 

MIA LEEFDE MEE

 

Toen “Omwille van de smeer” aan ons oog voorbij rolde, klonk in de rij achter ons meermalen een enthousiaste uitroep zoals “die pappa” en “wat ziet mam er vreemd uit.” Het onderdrukte gepraat bleef ons af en toe in de oren klinken, waardoor onze nieuwsgierigheid op de duur werd gewekt.

In de pauze vroegen we aan het meisje achter ons wat haar zo amuseerde.

“Mijn vader en moeder spelen mee meneer.”

“En wie zijn dat dan wel?” was onze wedervraag.

“Nou die ouwe in die rolstoel is mijn vader en dat oude vrouwtje is mijn moeder.”

De kleine Mia, dochter van Wybe en Jeanne Klinge, zei echter over moeders uitbeelding iets anders …………..

 

Tot zover het verhaal van de verslaggever.

 

Mia is inmiddels ook een dagje ouder geworden, maar wordt soms nog met dit verhaal geplaagd.

 

                                                                                                      

 

 [Naar boven]

 

VERSCHROEIDE AARDE

In november 1954 werd door de toneelgroep MarMag diverse malen bovengenoemd toneelstuk opgevoerd, t.w. in het Casino, de Marine Kantine en op het Deibelkamp.

Verschroeide Aarde is een spel van trouw en verraad op Java in 3 bedrijven. Auteur Arie van der Lugt.

Er gingen twaalf maanden intensief repeteren aan vooraf, voor we het aandurfden dit toneelspel op te voeren.

 

Zoals gezegd, de gebeurtenissen spelen zich af op Java, waar een kleine groep Nederlandse soldaten, vlak bij de demarcatielijn, is afgesneden van de troepen.

Van een tweetal Javanen, die zij later op een plantage ontmoeten weten zij niet of die te vertrouwen zijn, of verraad zullen plegen.

Het blijkt trouw te zijn en de Javaan Djonghjah (gespeeld door Luc van Eijbergen) bekoopt zijn trouw zelfs met de dood.

 

De toeschouwers komen in het eerste bedrijf in contact met de soldaten in een hut langs een verkeersweg, die ze hebben bezet. Ze worden bedreigd door “ploppers.” Dat waren fanatieke Indonesiërs die hun haar lieten groeien tot alle Hollanders uit Indië verjaagd waren.

Ook werd menigmaal, de tactiek van “verschroeide aarde” toegepast, door het stichten van branden, om zodoende Hollanders op de vlucht te jagen.

Achter het toneel werden deze brandhaarden gesuggereerd door het ontsteken van Bengaals vuurwerk.

 

Het 2e en 3e  bedrijf speelt zich af in het landhuis van planter Zonneveld, gespeeld door Wiebe Bakker.

Een Javaans vrouwtje (Adindah) is er in dienst, als Baboe en zit langdurig

gehurkt in een hoekje op het toneel.

Deze rol werd vertolkt door mijn vrouw.

Adindah en Djonjah houden van elkaar.

In deze bedrijven moet zo nu en dan ook Maleis worden gesproken.

 

Tijdens de repetities leerde een Javaans vrouwtje (Lien Duinker) ons om het Maleis goed uit te spreken en ook op andere wijze, zoals met gebaren en houding, stond zij mijn vrouw met raad en daad ter zijde.

Er deed één speler mee (Luc van Eijbergen) die destijds ook in werkelijkheid aan diverse actie´s in Indië had deelgenomen en ons de nodige aanwijzingen en adviezen kon geven.

Omdat we een mannetje te kort kwamen, besloot ik om zelf mee te spelen als een licht gewonde soldaat, die een schampschot had opgelopen aan zijn been.

 

Het hoofd van de Marine Magazijnsdienst (Dhr. Damen) had er voor gezorgd dat we tijdens de uitvoeringen over echte wapens konden beschikken.

Wel moest elk wapen met bijbehorend nummer aan de politie worden doorgegeven. Er kwam dus heel wat aan te pas, voor we konden spelen.

Achter het toneel waren twee matrozen behulpzaam bij het opbouwen van de décor´s en nog wat andere karweitjes.

Zij hadden ook een groot aantal kaarten aan hun maten verkocht.

Tijdens de opvoering zaten er heel wat Indische mensen in de zaal en we

waren dan ook blij dat we nu, door het vele repeteren, de Maleise teksten naar behoren konden uitspreken.

Eén van de “ploppers”, gespeeld door Ferry van Gijn, moest één zinnetje in het Maleis zeggen, t.w. “ saja tjoema sindiri di sine – ja “ (ik ben hier alleen –ja) maar was zo zenuwachtig, dat hij dat zinnetje steeds, heen en weer lopend, hardop liep te repeteren en dan naar de tap ging en een biertje bestelde. Toen hij zo´n  3 biertjes naar binnen had geslagen, verzocht ik de tapbaas geen biertjes meer aan Ferry te geven, bang als ik was dat hij anders dronken op het toneel zou verschijnen.

Aan het einde van het toneelstuk blijkt, dat Jongjah de geliefde van Adindah, ten onrechte is gedood . Hij wordt op een divan gelegd en toegedekt met de Nederlandse vlag en dan klinkt op de achtergrond zachtjes het Wilhelmus.

Op het toneel hoorden we mensen in de zaal snikken en sommige van ons lieten op dat moment  hun tranen ook de vrije loop.

 

Toen het doek viel en even later weer opging kregen we een overweldigend applaus. .

 

De andere dag hadden de twee matrozen, die behulpzaam waren geweest achter het toneel, aan hun maten gevraagd hoe zij het gevonden hadden en het antwoord was: ”Geweldig, vooral die aan z´n been gewonde soldaat. Die heeft niet één keer vergeten mank te lopen!”

Ja, dank je de koekoek, ik kon dat ook niet vergeten, want ik heb een kunstbeen.

 

Met “Verschroeide Aarde” werd ook deelgenomen aan een toneelwedstrijd en tot onze grote vreugde wonnen we de eerste prijs.

Eén speelster kreeg zelfs een tien van de jury.

Met enige trots kan ik vermelden dat het mijn eigen vrouw Jeanne was.

Maar ook de anderen komt alle lof toe, want het is “teamwork”,  je moet het z´n allen doen.

 

De volgende dag moest ik bij de heer Damen (die ook in Indië geweest was) komen.

Hij complimenteerde ons met het vertoonde spel en zei: “Ik heb nooit geweten dat u met een Javaans vrouwtje getrouwd bent.”

Ik heb hem uitgelegd dat m´n vrouw zo goed geschminkt was door de grimeur (dhr.Polman) en dat zij een blanke Hollandse vrouw was en gebaren en houding van een echte Javaanse vrouw had geleerd.

Hij wilde het echter niet geloven.

Bij een volgende uitvoering heb ik hem na afloop aan mijn vrouw voorgesteld om hem te overtuigen dat mijn vrouw echt blank was.

Het enige wat hij uit kon brengen was:” Niet te geloven! Niet te geloven!”

 

Enige dagen later kwam een sergeant van de Landmacht, die het toneelstuk had gezien, vragen of wij het ook voor de militairen van de Landmacht wilde spelen in het Deibelkamp.

Zelf had hij met enkelen van zijn collega`s ook aan de actie´s in Indië deelgenomen .

Ik zag er wel tegen op, om voor een zo´n uitgelezen gezelschap op te treden. Ik was bang dat we de nodige op- en aanmerkingen naar ons hoofd geslingerd zouden krijgen.

Hij gaf mij echter de verzekering dat als we zo speelden als hij het had gezien, daarvan geen sprake zou zijn.

Uiteindelijk wist hij mij te overtuigen en na een bespreking met alle medewerkenden, besloten we de gok te wagen.

Wel heb ik er bij iedereen op aangedrongen extra z´n best te doen.

Toen het eerste bedrijf zover gevorderd was dat er een Jap met een dolk onder een stuk zeildoek te voorschijn komt om een soldaat neer te steken, stond er plotseling een militair in de zaal op en schreeuwde: “ G.v.d. een Jap! een Jap! kijk uit kijk uit een Jap een Jap!”

Toen wist ik dat het goed zat!

Na afloop kregen we ook hier een daverend applaus en mochten vele complimentjes in ontvangst nemen.

 

De laatste keer dat dit stuk met veel succes werd opgevoerd, was t.b.v. het Nederlands T.B.C. Sanatorium te Davos.

De opbrengst bedroeg 400 gulden, voor die tijd een flink bedrag.

 

Destijds was in dat sanatorium de telefonist van de Marine Magazijnen (Herman Vlot) opgenomen.

We besloten het toneelstuk speciaal voor hem ook als hoorspel op te nemen en de opnameband naar Davos te sturen, zodat Herman Vlot er ook bij betrokken werd. Dit is ook gebeurd.

De opname`s hebben plaats gevonden in de woning van Piet van Oosterum.                                                                                                                                                                                              

                                                                                                      

 

 

Personage´s:

 

“De Snor” (sergeant) ……………………………… Lou Jansen

“De Brulboei” (korporaal) ………………………… Arie Vries

“De Rare” (soldaat)  ………………………………. Wybe Klinge

“De Lord” (soldaat) ……………………………….. Jan Rodenhuis

“De Stille “(soldaat) ..................................................Bert Agema

Karel Zonneveld (planter) ………………………….Wiebe Bakker

Marie, (vrouw van planter) …………………………Anneke Dams

Thea (dochter van planter) ………………………….Dieuwie van Leeuwen

Adindah (Javaans vrouwtje …………………………Jeanne Klinge

Djongjah (Javaanse bediende) ………………………Luc van Eijbergen

Inoë Shan (Jap in republikeinse dienst) ……………..Roel Wijmenga

Sadjoh (Javaans soldaat) …………………………….Ferry van Gijn

 

Regie: Wybe Klinge

 

Grime: Polman & Zoon.

 

Geluid: Hr. Leeman

 

Adviezen: Lien Duinker en Luc van Eijbergen

 

 

 

 

[Naar boven]

   

 

OP HOOP VAN ZEGEN

 

 

Na maandenlange en gedegen voorbereiding werd op 20 mei 1957 door de toneelgroep “MarMag” (Marine Magazijnen) het bekende toneelstuk

“Op Hoop van Zegen” van Herman Heijermans opgevoerd in “Casino” in

Den Helder, voor de toen nog genoemde “Ouden van Dagen.”

De inhoud van dit toneelstuk handelt onder meer over oude eigenlijk niet meer zeewaardige vissersschepen, die hoog verzekerd waren, en met stormweer toch de zee op werden gestuurd. Dit met de bedoeling dat het schip zou vergaan en de verzekeringspremie in de wacht gesleept kon worden.

Deze schepen werden ook wel “drijvende doodkisten” genoemd.

(Onwillekeurig moet ik nu ook even denken aan de verschillende hoog verzekerde olietankers die in de laatste jaren, onder verdachte omstandigheden, zijn vergaan. Maar dit terzijde.)

De uitdrukking “de vis wordt duur betaald” zal vooral bij de ouderen onder u zeker bekend in de oren klinken, evenals de aftocht van Kniertje met het pannetje soep aan het einde van dit toneelspel.

Het vissersleed en het sociaal onrecht worden in dit stuk op aangrijpende en  ontroerende wijze aan de kaak gesteld.

 

Aan dit toneelspel deden 17 personen mee, dus was het een hele klus om uit te zoeken wie het beste bij een bepaalde rol paste. Maar uiteindelijk is dat toch, tot ieders tevredenheid, gelukt en kon met de repetities begonnen worden.

 

Ik herinner me nog, dat tijdens de eerste leesrepetitie Mary Goudswaard, die voor de dochter van de reder speelde, tegen Kniertje moest zeggen: ”Kijk de haan zit op Arie z´n dak.”  Maar ze vergiste zich en zei: “Kijk de haan zit op Arie z´n zak.”  Iedereen begon te lachen en ik zei tegen Mary: ”Nee, er staat de haan zit op Arie z´n DAK!” Mary dacht dat ze de klemtoon verkeerd legde en zei opnieuw  ”Kijk de haan zit op Arie z´n ZAK”.

Natuurlijk gierde iedereen toen van het lachen. Mary begreep er niets van.

Ik zei: ”Mary er staat geen zak, maar DAK met de D van Dirk. Toen had Mary de vergissing in de gaten en wist van schaamte niet waar ze kijken moest. Het schaamrood stond op haar kaken. Ik zei: “Nou meid, zo erg is het niet, iedereen kan zich vergissen en wij hebben toch lol gehad”.

Hierna vervolgde we onze leesrepetitie.       

 

Wat ik me ook nog weet te herinneren is, dat ik tijdens de generale repetitie mijn vrouw, (die voor Kniertje speelde en in de bedstee lag), steeds “Au Au” hoorde roepen. Toen ik haar vroeg wat er aan de hand was zei ze:” Er ligt onder de bedstee iemand met een speld steeds in m´n kont te prikken.”

Nu houd ik wel van een geintje en voor even is het wel leuk, maar het moet natuurlijk niet aan de gang blijven. Ik verzocht dus daar mee te stoppen, zodat er weer serieus verder gerepeteerd kon worden.

 

De belangstelling voor dit stuk was zo enorm groot, dat de mensen al om zes uur in de rij stonden, terwijl de voorstelling pas om 8 uur begon. In verband met het slechte weer en omdat het merendeel bejaarde mensen waren, besloot de eigenaar van “Casino” de deuren al om half zeven te openen.

Met dit toneelspel werd ook aan de toneelwedstrijd deel genomen en met enige trots kan ik zeggen, dat wederom door de toneelgroep “MarMag” de eerste prijs werd behaald in de categorie “Moeilijke stukken.”

Deze prijs werd door de toenmalige burgemeester van Den Helder, Mr.G.D.Rehorst uitgereikt.

Als bijzonderheid kan nog vermeld worden dat in de jury o.a. ook de ouders van de bekende toneelspeler en filmacteur Rutger Hauer zaten.

 

 

 

Voor een verslag van de opvoering van “Op Hoop van Zegen” kan ik u het beste naar onderstaande recensie verwijzen die destijds in de Helderse Courant stond.

 

Recensie Helderste Courant:

 

TWEEDE HOOGTEPUNT IN TONEELWEDSTRIJD

 

De Toneelgroep Marmag heeft gisteravond in Casino te Den Helder een grandioze opvoering gegeven van Herman Heijermans “Op Hoop van Zegen.”

Na de prestatie van de M.O.O.C. (Marine Onderofficieren Club) verleden week, was dit het tweede hoogtepunt in de toneelwedstrijd, die dit jaar wel buitengewoon succesvol is. Tijdens de opvoering werden verschillende topprestaties geleverd en daar ook het geheel gaaf was en (behoudens in het begin) behoorlijk werd gespeeld, kon er van een uitstekende verrichting worden gesproken.

 

 

Wybe Klinge zorgde voor een strakke regie en vooral in het derde bedrijf wist hij daardoor de spanning hoog op te voeren.

 

In het eerste bedrijf speelde Bert Agema prachtig als de zoon Geert.

Met grote overtuiging uitte hij zijn socialistische ideeën, goed opgevangen door

Jeanne Klinge, die een respectabele vertolking gaf van Kniertje.

De botsing tussen Geert en de reder (Wiebe Bakker) kwam er iets minder gelukkig uit, doordat de laatste niet altijd snel genoeg reageerde.

Opvallend was ook het spel van Jan van Ballegoyen als bejaarde Cobus.

 

 

Van de jonge meisjes die in het stuk voorkomen zouden wij in de eerste plaats

Ief Grötzinger willen noemen. Haar spel was spontaan en natuurlijk en haar angst in de stormnacht aangrijpend.

Corrie Peeters vertelde in dezelfde scène haar droevig verhaal met het klassieke:

“De vis wordt duur betaald.” Zij deed het prachtig en zo doorleefd, dat zij niet alleen het publiek maar ook zichzelf aan het snikken bracht.

Wybe Klinge was een overtuigende Simon. Luc van Eijbergen een geslaagde Barend. Jan de Boer zette het diaconessenhuismannetje uitstekend op de planken. Veel waardering hadden wij ook voor Carla Cats als Marietje.

Mary Goudswaard kwam nog niet geheel los, maar haar spel houdt zeker beloften in.

Ook de kleinere rollen waren in goede handen.

Décor, aankleding en geluiden hielpen mee de sfeer te verhogen.

Het was alleen jammer dat de souffleur vaak iets te luid sprak, wat heus niet nodig was.

Het ovationele applaus aan het eind was volkomen verdiend.

Ook wat de keuze van het stuk betreft, want juist voor een plaats als Den Helder

blijkt “OP HOOP VAN ZEGEN” nog springlevend te zijn.          

Tot zover deze recensie.

 

                                     

                                     ROLVERDELING:

 

Kniertje een vissersweduwe                                         Jeanne Klinge

Geert  zoon van Kniertje                                                       Bert Agema

Barend  zoon van Kniertje                                           Luc van Eijbergen

Jo,  nicht van Kniertje                                                  Ief Grötzinger

Cobus, broer van Kniertje                                            Jan van Ballegoyen

Daantje, diakenhuismannetje                                       Jan de Boer

Clemens Bos, reder                                                      Wiebe Bakker

Mathilde, vrouw van de reder                                      Anneke Dams

Clementine, dochter van reder                                               Mary Goudswaard

Simon, scheepsmakersknecht                                      Wybe Klinge

Marietje, dochter scheepsmakersknecht                       Carla Cats

Mees, Marietje´s aanstaande                                        Henk Hartman   

Kaps, boekhouder  (dubbelrol)                                              Henk Hartman

Saart, vissersweduwe                                                   Corry van Saus

Truus, vissersvrouw                                                    Corrie Peeters

Jelle, bedelaar                                                               Jaap van Deutekom

Veldwachter                                                                 Jo Kelder

Veldwachter                                                                 Piet Kelder 

 

(Ook de tortelduif van Corrie Peeters die in een kooitje naast de bedstee van Kniertje hing, koerde een aardig woordje mee.)                                 

 

 

Techniek en geluid:                                                      Kees Pot

 

 

Grime:                                                                          Polman & Zoon

 

 

Algehele leiding en regie:                                              Wybe Klinge       

 

 

 

 

 

 

[Naar boven]

 

 

ROBBEDOES

 

Dit blijspel werd ten tonele gebracht op 29 oktober 1952 door de toneelgroep van MarMag (Marine Magazijnen) in Casino.

De hoofdrol “Robbedoes” werd gespeeld door  Esther Birkenfeld, een gezellige lachebek, die doodzenuwachtig was.

Het stuk was nog maar amper begonnen, toen ze haar tekst niet meer wist.

In haar zenuwen begon Esther te lachen.Volgens haar zeggen heb ik toen zo kwaad gekeken, dat zij nog harder moest lachen.

Tegenwoordig zou je hiervoor een “open doekje” krijgen, maar toen was dat nog niet het geval.

Door het harde lachen kreeg de souffleur de gelegenheid haar uit de nesten te helpen en kon er, toen ze uitgelachen was, verder gespeeld worden.

Even later in het toneelstuk moest haar vriendje op zijn motor vertrekken.

Omdat er toentertijd nog geen geluidsbandjes waren, stond er iemand met een echte motor in de kleedkamer. Die moest op het juiste moment de motor

starten. Dat ging echter met zo´n enorme knal gepaard, dat het publiek van schrik een halve meter uit hun stoel omhoog schoot en Esther opnieuw in de lach schoot. Gelukkig begon het publiek toen mee te lachen en kon het spel even later weer hervat worden.

 

Over dit lachen schreef de verslaggever van de Helderse Courant  het volgende:

” Dat wij haar het 3x  ongewenst lachen toch vergeven, dankt zij aan haar keurige spel, dat meermalen respect afdwong.”

Ondanks dit alles kregen we, toen het doek voor de laatste maal gevallen was, een lang en dankbaar applaus. We hadden met z´n allen de opvoering toch tot een succes gemaakt.  Zelfs zo groot, dat we hierna nog driemaal werden uitgenodigd om dit stuk te spelen.

 

Op 24 januari 1953 ten bate van het hospitaal-kerkschip “De Hoop.”

Dat bracht f.300.= op. Voorwaar een flink bedrag voor die tijd.

 

Op 18 en 19 April 1953 in Julianadorp voor de Harmonievereniging “Kunstzin”, in de zaal Prins Hendrik.

Hier fungeerde een vrachtwagen achter het toneel als kleedkamer,waar ook voor grimeur Polman een plekje was ingeruimd.

 

Zoals toen gebruikelijk, was er  “BAL NA.”

 

Sommige mannen waren op klompen gekomen, en hadden die geparkeerd in de gang of hal van het gebouw. Zij dansten doodgemoedereerd op hun sokken, maar dat mocht de pret niet drukken.

 

De dames van het toneel werden veelvuldig door de heren ten dans gevraagd en  op menig citroentje met suiker, of ander drankje getrakteerd.

Ze amuseerden zich dan ook opperbest.

Het werd een “latertje,” maar toen het BAL was afgelopen, keerde iedereen vrolijk huiswaarts.

 

Het toneelgezelschap bestond uit de volgende personen:                                                                                           

Esther Birkenfeld,

Anneke Dams,

Luc van Eijberen,

Lou Jansen,

Jeanne Klinge en Wybe Klinge,

Arie Roth,

Nel Wortel,

Ans Zikkenheiner.

 

Regie: Wybe Klinge       

                                                                                             

 

[Naar boven]

 

FILMMANIAKKEN

 

Het allereerste toneelstuk dat door de toneelgroep MarMag (Marine Magazijnen) werd opgevoerd, was bovenstaande spel van nonsens en gein, in vier bedrijven, geschreven door H. Bakker.

Dit toneelspel werd op 08-11-1951 opgevoerd in “Casino” voor de leden en donateurs van MarMag en op 04-12-1951 voor de toen nog genoemde “Ouden van Dagen.”

 

Het stuk handelt over 2 landlopers die zich uitgeven voor het toen nog bekende en beroemde filmsterren duo Watt en Halfwatt, de voorlopers van het duo Stan Laurel en Oliver Hardy, beter bekend als de Dikke en de Dunne.

Watt was een lange dunne man, gespeeld door Jan van Ballegooyen (met als bijnaam Slok) en Halfwatt een nogal dik klein mannetje, gespeeld door Bep Coster (met als bijnaam Zwijntje).

 

De rol van flessentrekker van Swieteren (gespeeld door Arie Roth) weet op slinkse wijze de eigenaars van een pension te benaderen.

Hij heeft namelijk ontdekt dat de twee landlopers als 2 druppels water lijken op de beroemde komieken Watt en Halfwatt van het witte doek.

Gedrieën nemen zij hun intrek in pension “DE DUINROOS” en eten en stelen er braaf op los, tot zij uiteindelijk toch worden ontmaskerd.

 

Hieronder een gedeelte van de recensie in de Helderse Courant

d.d. 09-11-1951.

 

“Op geestige wijze heeft de schrijver dikwijls de toneellisten in zijn macht. Zo waren de rollen van Slok en Zwijntje dankbaar te aanvaarden, omdat zij 2 gehaaide grappenmakers voorstellen, die de lachers spoedig op hun hand hadden.

De eigenaar van het pension werd goed uitgebeeld door Wiebe Bakker, terwijl zijn dochter Aagje (Nel Tesselaar) en haar minnaar (Wybe Klinge) zich uitstekend bij dit milieu aanpasten.

Mevr. Klinge als miss Bella had een even dankbare rol als de heren van Ballegooyen en Coster. Een zwart gezicht, drukke gebaren en een rake stemtypering , aangevuld met zekerheid en talent, garandeerden haar succes.

Als pensiongasten fungeerden de dames

Esther Birkenfeld

Balie van Bijnen

Anneke Dams,

Tiny van Engelsdorp-Gasrelaars

Ans Koorn,

Ans Zikkenheiner  en

de heer Piet van Oosterum.

 

De regie was in handen van Wybe Klinge.

Zij allen droegen bij tot het welslagen van deze avond.

 

Vermelden wij voorts de prachtig uitgevoerde décors van de heren

Daan van Tiel en A. Lugtenburg.”

 

Tot zover dit verslag.

 

Tijdens de ochtendscène werden er bij de kelner (de rol die ik mezelf had toebedeeld) 4 kopjes thee besteld. Tot mijn grote schrik (ik kon wel door de grond zinken), had de toneelmeester echter per abuis 

4 glaasjes jenever (die pas in het volgende bedrijf nodig waren) i.p.v. 4 kopjes thee op het serveerblad gezet..

Deze fout kon niet meer hersteld worden, omdat ik anders dwars door de zaal naar de bar achterin de zaal had moeten lopen.

 

De heren Slok en Zwijntje en ook de dames maakte er echter geen enkel probleem van toen ik  4 glaasjes jenever i.p.v. 4 kopjes thee serveerde, met de mededeling dat de thee nog stond te trekken.

 

Frappant, dat de verslaggever dit voorval blijkbaar is ontgaan, want hierover heeft hij niets geschreven.     

 

 

                                                                                              W. Klinge

 

 

 [Naar boven]

 

BONAVENTURA

 

Op 19 april 1958 werd door de toneelgroep MarMag (Marine Magazijnen) het door Charlotte Hastings prachtig geschreven toneelspel  “Bonaventura” op de planken gezet.

De gebeurtenissen spelen zich af in een nonnenklooster.

Voor de noodzakelijke kleding werd zorg gedragen door  een kleding verhuur bedrijf uit Amsterdam, die ook voor 2 kleedsters had gezorgd.

Bij het aankleden van de nonnen werden eerst doeken over hoofd en oren van de betreffende dames gedaan, en daar over heen de nonnen kappen geplaatst. En het dient gezegd, de dames zagen er dan ook werkelijk als echte nonnen uit.

De moeilijkheden begonnen echter tijdens de opvoering.

Waar niemand bij stil gestaan had was, dat de nonnen de souffleur niet konden verstaan door de over de oren gewonden doeken en over het hoofd geplaatste kappen.

Dat ondanks deze enorme handicap alles toch goed is verlopen, is een extra compliment waard aan de voor non spelende dames, en moge tevens  blijken uit onderstaande krantenverslagen van het

Noord-Hollands Dagblad en de Helderse Courant.

                   

”Ontroerend spel van MarMag in Bonaventura.”

 

“Toegewijd optreden MarMag-tonelisten.”

 

De toneelgroep MarMag heeft met Bonaventura een geslaagde greep gedaan. Het stuk bleek de spelers te fascineren en het gevolg was een meeslepende vertolking, die alle aanwezigen tot de laatste seconden in haar ban hield.

Wybe Klinge speelde ditmaal niet mee en had zich volledig aan de regie gewijd.

Vele sterke punten van de voorstelling waren er het gevolg van.

Er werd nu met overleg een climax opgebouwd, het stille spel werd met toewijding uitgevoerd en er was ook een grote beweeglijkheid in de scènes.

Komt de regisseur dus alle eer toe, hij slaagde vooral omdat hij de beschikking had over enkele sterke krachten, maar ook omdat hij de rollen aan de passende mensen had gegeven, al deed natuurlijk niet ieder even goed.

Het spel was dikwijls ontroerend, er viel wel eens een clausje, maar dat wierp nauwelijks een smet op de voorstelling.

 

Jeanne Klinge heeft als de ter dood veroordeelde kunstenares Sarat Corn  een grote indruk gemaakt. Daar Corrie Peeters als zuster Bonaventura een vrijwel gelijkwaardige tegenspeelster was, kon men van goede dialogen tussen deze twee belangrijkste twee figuren genieten.

Prachtig heeft Henk Hartman gespeeld als de achterlijke Willy.

Een goede rol was ook die van Wiebe Bakker als Melling, al zou

men zich die figuur iets jonger wensen.

Zuiver aangevoeld was de typering, die Ief Grötzinger van de keukenzuster gaf.

Anneke van den Burg speelde de moeder Overste rustig en waardig, misschien met iets te weinig gezag. 

Bert Agema handhaafde een goede vorm als de dokter-moordenaar, maar in de slotscène, toen hij werd ontmaskerd, zakte hij wat af.

 

Verdienstelijke bijrolletjes werden gespeeld door Carla Cats, Mary  Goudswaard en Marie Ras.”

 

Tot zover gedeelten uit de kranten verslagen.

 

Voorwaar mooie kritiek.

 

                                                                                              W. Klinge  

 

 

[Naar boven]

DOOR HET DONKER KWAM EEN WONDER

 

(Samengesteld door ALEX WINS)

 

Het zal september 1955 geweest zijn, toen de heer Roobol (destijds wethouder van de gemeente Den Helder) bij ons aan de deur kwam met het verzoek of hij mij even te spreken kon krijgen.

Ik had geen flauw benul waar het over zou gaan, maar dat kwam ik al spoedig aan de weet.

Hij vertelde, dat het N.V.V. (Nederlands Verbond van Vakverenigingen) in februari 1956 het 50 jarig bestaan zou vieren met een toneelstuk in revue-stijl geschreven en getiteld:

 

                   “DOOR HET DONKER KWAM EEN WONDER.”

 

Zijn verzoek aan mij was, of ik de regie van dit stuk op mij wilde nemen.

Zo´n 30 personen van de Helderse Bestuurdersbond namen hieraan deel.

Na lang beraad beloofde ik, onder voorbehoud, het te willen proberen. mede gezien het feit dat ik veel mensen die zich hadden aangemeld niet kon.

Het plan was dit jubileumstuk op 22, 23, en 24 februari 1956 in het Casino op te voeren, terwijl ook opvoeringen in Julianadorp en Texel op het programma stonden.

 

Om u een indruk te geven wat er allemaal komt kijken om een dergelijk stuk ten tonele te brengen, laat ik onderstaand een journalist van  Het Vrije Volk aan het woord, die op 10 februari 1956 onderstaand verslag van een repetitie schreef.

 

[Citaat:]

 

“Die zin moet nog iets feller Freek, en dan moet Piet niet lachen voordat hij de mop van zijn buurman heeft gehoord.

Gelaten beginnen de spelers weer opnieuw en zo groeit langzaam.

 

DOOR HET DONKER KWAM EEN WONDER, het jubileum stuk.

 

Er komt veel bij kijken voordat men een voorstelling kan geven. Dat geldt zeker voor deze toneelrevue, die vele décors eist, en die bovendien in vele scènes flinke speltalenten vraagt. 

 

Het spel is opgebouwd uit 7 taferelen, een proloog en een epiloog.

Daar tussen door wordt er gedeclameerd en gezongen.

Ook zal men de stem van Jan van Zutphen kunnen horen die via een geluidsband een toespraak houdt.

In dit stuk krijgt men een voortreffelijke indruk van het werk van de arbeiders beweging. Het begint al meteen boeiend tijdens de huiskamer bijeenkomst, waar de kiem wordt gelegd voor de solidariteit der arbeidersklasse.

De artiesten van de HBB zwoegen er hard op, ijverig aangevuurd door souffleur Jan Koster, die breeduit op een stoel zit en vol vuur fluistert en wijst.

In de stakersscène is het moeilijk, zeggen de spelers, want dan kunnen ze niet op de souffleur spelen. Ze moeten dan zo hard schreeuwen , dat zijn gefluister niet  te verstaan is.

Daarom studeren ze dubbel hard op hun rollen in dit gedeelte.

Terwijl de acteurs zich concentreren op hun rollen, luistert een uitgebreide toeschouwerschare aandachtig toe. Straks zullen ook zij in actie komen, zoals in de atelierscène, die een uitgebreide vrouwelijke bezetting heeft.

 

De heer Muntjewerf is ondertussen druk bezig met het bestuderen van de décor-ontwerpen en het bijeen zoeken van de rekwisieten. Hij voert met een speelster die in het stuk net even “af” is, een bespreking over een ouderwetse koffiepot die nodig is, en vraagt aan mij of ik voor een dik wetboek kan zorgen.

 

Ook bij het koffie drinken in de pauze is het allerminst rustig. 

Er komt een meneer de maat nemen. (Zie foto).

Een speler is niet aanwezig, maar HBB-voorzitter Roobol stelt zich beschikbaar.

“Ik ben ongeveer van zijn maat”, zegt hij en prompt ligt het maatlint om zijn hoofd.

Als deze meneer straks met zijn werk klaar is, zal het allemaal nog veel mooier worden. Nu nog colbertjes, ribfluwelen broeken, straks de ouderwetse kleding van een kantoorfrik van lang geleden of de deftige kleding van een werkgever.

De sfeer van het toneel hangt er echter ook nu. Ieder is er volledig in en dat belooft veel voor straks , als men het gouden jubileum van het NVV gaat vieren.

 

“Het wordt goed” zegt de regisseur.

“Ik heb het stuk ingekort en daardoor wordt het levendiger dan de opvoering die we in Amsterdam bekeken hebben.”

 

En omdat wij gezien hebben hoe het gaat, kunnen we met een gerust hart beamen, dat het inderdaad goed gaat worden. En dat is gelukkig, want dan wordt het een waardige jubileumviering.”

 

[Einde citaat.]

 

Het stuk omvat een tijdvak van 50 jaar, vangt aan omstreeks 1869 en gaat vervolgens  in 7 verschillende taferelen, naar de moderne tijd.

Tussendoor wordt er gedeclameerd en enkele liederen gezongen.

Mede door toedoen van Domela Nieuwenhuis en Jan van Zutphen zijn vooral voor de arbeiders destijds betere tijden aangebroken.

 

In het stuk moet steeds  vliegensvlug van décor gewisseld worden, om over het grimeren en de verkleedpartijen maar niet te spreken.

Vooral décorbouwer de heer Muntjewerf (inmiddels overleden) heeft fantastisch  werk verricht.  

 

Het moge ook duidelijk zijn, dat het een hele klus is geweest, om met 30 personen tot een juiste rolverdeling te komen.

Vanzelfsprekend waren er bij, die weinig of geen talent hadden, maar toch graag mee wilde spelen. De oplossing was, om die in een groep samen te brengen die  allerlei kreten moesten slaken zoals o.a.:

 

” Staken!  Staken! We pikken het niet langer!” en

                            “Actie!    Actie!   Actie!”        

 

Vooral het 4e tafereel oogstte tijdens de opvoeringen veel succes.

De gebeurtenissen vinden plaats in een naaisteratelier met luid gezang van de aanwezige meisjes van o.a. het toen bekende liedje:

 

                            Daar hei je Pietje, daar hei je Pietje Puck,

                            Hij lust geen klare, dat is zijn ongeluk,

                            De spons en lerenlap, die heit ie ook gegapt,      

                            Hij is de grootste gannef van de trap.

 

De zaal zong uit volle borst mee. Het gezang gaat net zo lang goed, totdat de chef binnenkomt en de meisjes een reprimande krijgen om met hun gezang op te houden.

 

Toen we een enkele weken hadden gerepeteerd, werd er op een zaterdagavond bij ons aangebeld en stond een man, die ook in het stuk meespeelde, met zijn vrouw aan de deur.

De vrouw deed het woord en vroeg of ze mij even kon spreken.

Ik nodigde het echtpaar uit binnen te komen en onder het genot van een kopje koffie, dat mijn vrouw inmiddels had gezet, vroeg ze (tot mijn stomme verbazing) of haar man geen grotere rol kon krijgen.

Haar man ( die weinig of geen toneeltalent had) speelde in de stakersscène mee en moest steeds “Staken en we pikken het niet langer” schreeuwen.

Nou, ik had heel wat overredingskracht nodig en heb moeten praten als “Brugman” om haar duidelijk te maken, dat het niet meer mogelijk was, om haar man een andere rol te geven, omdat ik dan een ander z´n rol moest afnemen.

Omdat ik haar man niet wilde kwetsen vertelde ik haar, dat hij wellicht in een ander stuk voor een grotere rol in aanmerking kon komen.

Haar man mengde zich helemaal niet in het gesprek, want die was al blij dat hij mee kon spelen.

Uiteindelijk kon ik de vrouw overtuigen van mijn zienswijze, en vertrok het echtpaar.

 

Toen het zover was dat wij  naar Texel moesten om het stuk op te voeren

(er voeren twee boten, één voor de medespelenden en één voor de dècors), kwam de boven omschreven man met een grote zwarte koffer waarin zijn accordeon zat, aan boord van de Texelse boot.

Nou kon hij net zo goed accordeon spelen als toneel en voor het liedje uitgespeeld was, waren wij al bij Texel gearriveerd, maar toch gaven wij hem  een hartelijk applaus.

Voor de voorstelling begon had de man al enige borreltjes naar binnen gewerkt en tijdens de pauze en na afloop idem dito.

Ik liet hem z´n gang maar gaan, want hij was kennelijk “uit” zonder z´n vrouw en genoot met volle teugen (letterlijk en figuurlijk).

Het gevolg was, dat toen we de terugtocht aanvaarden, hij een flink stuk in z´n kraag had en toen hij weer een deuntje op z´n accordeon, (die in de koffer zat) wilde spelen, hij het sleuteltje niet in het sleutelgaatje van de accordeon koffer kon krijgen, hij mikte er steeds net naast.

Hij speelde nu werkelijk een rol die op z´n lijf was geschreven!

We hebben in een deuk gelegen van de lach!

 

Door iemand van het gezelschap is de man met een auto veilig thuis gebracht.

 

Hoe hij door z´n vrouw werd ontvangen verteld het verhaal niet, maar hij had in ieder geval “de avond” van z´n leven gehad! 

 

Noot:

Helaas ben ik niet in het bezit van foto´s  gemaakt tijdens het toneelspel.

Mocht er iemand zijn en dit leest wel in het bezit zijn van bedoelde foto´s, dan hou ik mij aanbevolen voor fotokopieën, waarvoor bij voorbaat hartelijk dank.

Vanzelfsprekend worden gemaakte kosten door mij vergoed.

 

 

                                                                                                       W. Klinge

 

 

 

 [Naar boven]

 

 

 

REVUE “ALLES KOMT IN ORDE.”

 

Deze non-stop revue was de eerste revue die door het toneelgezelschap van “MarMag” (Marine Magazijnen) op 7 december 1950 in het “Casino” in Den Helder op de planken werd gezet.

Voor het zover was, kwamen er heel wat voorbereidingen aan te pas om de juiste mensen te vinden en daarna het repeteren.

De leiding was in handen van Henk Haak van Overloop (die later beroepsgoochelaar en buikspreker is geworden) en Wybe Klinge.

Deze revue werd zo´n succes, dat op 19 januari 1951 een 2e opvoering plaats vond ten bate van het T.B.C. Sanatorium te Davos.

Hieronder volgen enige gedeelten uit recensie´s die destijds in de Helderse dagbladen hebben gestaan.

 

MARINEMAGAZIJNEN BRACHTEN

 

 “ALLES KOMT IN ORDE”     VOOR DAVOS.

 

Burgemeester woonde de voorstelling bij.

 

De jonge toneelgroep “MarMag” bestaande uit personeel van de Marinemagazijnsdienst, heeft gisterenavond overtuigend bewezen een frisse levenskracht te bezitten. Er werd door het opvoeren van de revue een pittige prestatie geleverd, waartoe de dames en heren mede moeten zijn geïnspireerd door het schone doel van deze avond, t.w. gelden bijeen te brengen voor het Nederlands  T.B.C. Sanatorium in Davos. Waar het gezelschap van zoveel kanten spontane medewerking mocht ondervinden, wilden de leden zelf niet achter blijven. Zij spanden hun beste krachten in en brachten voor Davos

“Alles in Orde” op een wijze, die lof verdient.

 

De voorzitter , de heer A.Vries, bedankte vooraf allen die bij de voorbereiding van deze avond hun steun hadden verleend.

Het werd bijzonder op prijs gesteld, dat burgemeester mr. G.D.Rehorst en de commandant van de Mijnendienst, de kapitein ter zee L.J.Quant, de heer Wesseling (hoofd Marine Magazijnsbeheer) en de heer H.van der Houwe (vertegenwoordiger H.M.M.B.) de voorstelling kwamen bijwonen.

Dat de heer Vries niet alleen wel ter talen is wanneer het op ernstige dingen aankomt, maar zeker ook wanneer er moet worden gelachen, zal ieder met ons eens zijn, die hem later op de avond heeft herkend in de alleraardigste creatie van “Klaas Bol van Wognum.”

De leiders van de revue, de heren H.A.Haak van Overloop en W.Klinge hadden zichzelf niet de lichtste taak toebedeeld. Eerstgenoemde trad op als conférancier  en medewerker in diverse luchtige schetsjes, waarna hij ten overvloede nog zijn steeds toenemende capaciteiten als goochelaar demonstreerde.

De heer Klinge was eveneens bij de conference en de schetsjes betrokken, en maakte zich bovendien verdienstelijk als één der beide “Zingende Zwervers.”

De medewerking die dit gezellige duo ten slotte van een echt “ketelbinkie” Piet(je) Bakker kreeg, viel bij het publiek wel bijzonder in goede aarde.

Een geslaagd intermezzo was ook de vaardig gespeelde pianomedley “a la Charley Kunz” door de heer H. Polak. Van de heren willen wij verder nog noemen “de man met de paraplu”, die in diverse clownerieën de lachspieren danig in beweging bracht. Van de voordrachten was die van de heer van Oosterum (De Poolvaart) de aardigste.

Tippen wij ten slotte de schets “Bobbel zoekt een huis” even aan. Daarin leverde de heer Klinge het bewijs dat hij behalve als gitarist en zanger, ook als komiek zijn mannetje staat. De dames van het gezelschap gaven kleur en fleur aan het geheel door hun aandeel in de schetsjes en door een enkele declamatie.

Over de gastrol die de acrobatengroep “DE MORALI`S” vervulde, behoeft nauwelijks iets te worden gezegd. Wat de heer Heyligenberg en zijn partners klaar spelen, heeft reeds menigmaal de grootste bewondering van een volle zaal geoogst, en dat was ook gisterenavond het geval.

De muziek bij het bal werd gepeeld door “The Sweepers” de band van de Mijnendienst, die ook verschillende malen tijdens de opvoering van de revue haar gewaardeerde assistentie verleende.”

 

 Zij nog opgemerkt, dat de acrobatengroep  “De Morali´s” bestond uit 4 mannen, die allen werkzaam waren bij de rijwiel-en brommerzaak

“Heyligenberg” in de Spoorstraat.

De oudste zoon van de heer Heyligenberg, een “beer” van een kerel, had de leiding.

Hij fungeerde als zgn. “grondwerker.” Iedere middag werd er (tijdens schafttijd) geoefend op het binnenplaatsje van de zaak.

Wat zij als amateurs presteerden was in één woord “ geweldig” en kon zeker vergeleken worden met acrobaten die in een circus hun kunsten vertonen.

Henk Haak van Overloop heeft later als beroeps goochelaar - buikspreker vooral bekendheid gekregen toen hij aan het  TV-programma  voor kinderen

“REN JE ROT”  meewerkte.

 

                                                                                                       W. Klinge 

                                                                                                                                                                                                                                                                       

[Naar boven] 

 

 

 

 

 

BETJE REGEERT

Op 19 januari 1955 werd door de toneelgroep van MarMag (zie foto) bovengenoemd blijspel van Henk Bakker opgevoerd in de Marine Cantine “´t Huys Tijdverdrijf” te Den Helder.

 

De inhoud van het stuk handelt over een gezin waar allerhande moeilijkheden de kop op steken wanneer Betje, de oude huishoudster

(die eigenlijk “de touwtjes” in handen had) is vertrokken.

Omdat de toestand hopeloos dreigt te worden wordt Betje te hulp geroepen om weer haar intrek in ´t gezin te nemen en orde op zaken te stellen.

 

[Samenvatting citaten uit diverse couranten]

 

“BETJE REGEERT”

 

door

MARMAG

 

in nieuwe Marinecantine

 

Uitstekende hoofdrol van mevr. Klinge

 

De zaal onderwierp zich sneller aan het regime van Betje dan de mensen op het toneel. Geen wonder, daar het stuk juist draaide om de positie van de gedienstige die in het 3e bedrijf haar 70e verjaardag vierde.

In het vlot geschreven stuk heeft Henk Bakker uit de doeken gedaan, wat de familie van Gelder in dit stuk aan haar te danken had.

Uiteraard ontbraken de wendingen niet, die de genegenheid van de toeschouwers jegens Betje nog deden toenemen.

Het was echter niet alleen daaraan te danken, dat Jeanne Klinge ook in dit stuk een goede beurt maakte. Haar spel was weer uitstekend en getuigde van een juiste rolopvatting.

Van de mannelijke rollen werd die van Freddy van Gelder, gespeeld door Bert Agema, het best vertolkt. Deze jeugdige acteur weet zich met een natuurlijke spontaniteit te bewegen, kent zijn rol terdege en legt veel actie in zijn spel. De Freddy-figuur lag hem trouwens bijzonder.

Ook zijn zuster Mieke van de Giessen, vond een aannemelijke uitbeelding.

Roel Wijmenga, als de “geslepen” advocaat Stanley, was uitstekend. Zijn spel, toen Betje aan zijn verleden begon te ”scharrelen”, stempelde hem met recht tot een goed acteur.

 

Over het algemeen kenmerkte de opvoering zich door een straffe regie. De heer Klinge die in het 1e bedrijf zelf actief aan het spel deelnam en als leverancier Drost een korte maar hevige krachtexplosie ten beste gaf, had alle aandacht aan het tempo besteed, zodat de meeste scènes levendig over het voetlicht kwamen.

De vele kleine trekjes in het stuk miste het beoogde effect niet, waaruit de grondige voorbereiding bleek.”

 

[Einde citaten.]

 

 

Komisch voorval in dit stuk was, dat Wiebe Bakker op een gegeven moment zijn tekst niet meer wist, nadat hij Betje had weg gestuurd. Hij drentelde wat over het toneel en riep ten einde raad Betje terug op het toneel.

Vervolgens herhaalde hij de  laatste zin  van z´n rol met de vraag:  “Betje, zweer je dat je het niet gedaan heb?”

Wat Betje natuurlijk deed. Hierna wist Wiebe de draad weer op te pakken en ging het spel gewoon door.

Noch het publiek, noch de aanwezige journalisten hadden in de gaten dat er iets niet helemaal vlotjes verliep. Dachten dat het zo hoorde.

Ja, ja, Wiebe Bakker had zich weer eens uit de nesten gewerkt, maar Betje en de medespelenden achter het toneel de zenuwen bezorgd.

 

Rest mij nog te vermelden  dat “BETJE REGEERT”  nog tweemaal met veel succes in “Casino” werd opgevoerd, n.l voor de buurtvereniging “Vrede en Vrijheid” en voor de Algemene Bond van Ouden van Dagen.

 

                                                                                             

W. Klinge                      

 

[Naar boven] 

 

 

 

DRIJFZAND

 

Op 16 mei 1959 werd in “Casino” bovenstaand toneelspel opgevoerd waarvan een herhaling plaats vond op 16 juni.

 

De gebeurtenissen spelen zich af in de houten “ blokhut” van werkopzichter

Klaus Arkels, (gespeeld door Bert Agema) met op de achtergrond een boortoren geschilderd door Piet van Oosterum.

 

Wekenlang zijn Piet van Oosterum en ik in aan ´t werk geweest, om op hout lijkende planken op dik karton te schilderen. Dit gebeurde in de garage van de Marine Magazijnen in de Lijsterstraat.

Een heidens karwei, maar het resultaat mocht er wezen.

 

De verwikkelingen in het toneelspel betreffen het met hoop, doch tevergeefs, boren naar kopererts. Dat e.e.a. gepaard gaat met veel spanningen en teleurstellingen laat zich raden.

 

(Foto van het hele gezelschap)

 

Onderstaand enige citaten over de opvoeringen van dit stuk in de plaatselijke pers.

 

[Aanvang Citaten:]

 

         De toneellisten van MarMag moesten het ditmaal stellen zonder het toneelechtpaar Klinge. Mevr. Klinge kon wegens ziekte niet aan de repetities deel nemen en “Wybe” gaf er ditmaal de voorkeur aan alleen de regie te voeren. De eerlijkheid gebied ons te zeggen, dat ondanks deze aderlating  het overgebleven zevental van “Drijfzand” een vertolking heeft gegeven die bij velen een diepe indruk zal hebben gemaakt.          

                  

I. GRÖTZINGER LEVERDE OPVALLENDE PRESTATIE IN “DRIJFZAND.”

 

         De toneelgroep van MarMag heeft zaterdagavond bijzonder veel eer ingelegd met het spel “Drijfzand” van Marc Fontenel en Oscar Ferket.

De medespelenden hebben van “ Drijfzand” een vertolking gegeven die bij velen een diepe indruk zal hebben gemaakt. Stellig zal de groep met deze prestatie een goede gooi doen in de toneelwedstrijd naar één der ereplaatsen.

Voor een niet gering deel is dit te danken aan een voortreffelijk gekozen rolbezetting.

Een uitstekende prestatie leverde Ief Grötzinger, die van  Barbara ter Schoot, de in de wildernis wat zwaar beproefde jonge vrouw, een verbluffend goede vertolking over het voetlicht bracht. In alle bedrijven was haar spel zeer sterk.

Waardig tegenspel kreeg zij van Bert Agema in de rol van Klaus Arkels.

Het spel van beiden in de dialoog wekte vaak grote bewondering.

Met een verbluffend gemak bewoog Wiebe Bakker, als mijndirecteur Benjamin ter Schoot, zich over de planken.

Corrie Peeters bracht met gebruikelijke flair ter Schoot´s tweede vrouw Adeline ten tonele.

Dina de meid werd van een gepast omhulsel voorzien door Carla Cats. Haar min of meer trage inlandse spreektrant deed het bijzonder goed.

Jan van Ballgoyen stond voor een dankbare taak. De figuur van de oude Orke was uiterst sympathiek getekend, maar vergde toch een fijn gevoel voor subtiele trekjes in de tekst om dit type geheel tot zijn recht te laten komen. Dit gelukte wonderwel.

Henk Hartman had de wel zeer ondankbare taak om de halfbloed ingenieur Jesse Metfries van een juiste gestalte te voorzien, maar hij volbracht zijn taak naar behoren.

Mogen we tot slot nog noemen het voortreffelijke décor, waarvan vooral de “blokhut” iets aparts was.

Alle lof verder voor de regie van Wybe Klinge en het grimewerk van de firma Polman.”

 

[Einde citaten.]

 

Met dit stuk was ingeschreven voor de te houden toneelwedstrijd, maar wegens onvoldoende deelname ging deze helaas niet door.

 

                                                                                              W. Kinge    

 

[Naar boven]

 

VRIJDAG DE 13e

 

 

Toen ik een jongen was van amper 18 jaar(*) speelde ik in Schiedam mijn eerste echte grote toneelrol bij de ontspanningsvereniging “Steeds Hoger,”  in bovenstaand kluchtig spel, geschreven door J.W. v.d. Heiden en Henk Bakker.

Daarvoor had ik al enkele rolletjes gespeeld in schetsjes, maar dit was wel even wat anders. Eén van de hoofdrollen in een groot toneelstuk, dat was me wat.

Weken voor de opvoering liep ik met de zenuwen, maar dat hoort er nu éénmaal bij. Tot het “grote moment” daar is, het doek “opgaat” en de voorstelling begint. Dan is er geen weg meer terug.

Vreemd, maar na de eerste zin vallen de zenuwen van je af en voel en beweeg je je steeds vrijer op het toneel.

Onderstaand een citaat uit de plaatselijke pers.

 

[Citaat:]

 

De ontspanningvereniging “Steeds Hoger”, die met haar eigen leden reeds verscheidene avonden organiseerde waarop de eigen toneelgroep schetsjes opvoerde,  had men zich nu  aan een groter stuk gewaagd, dat de hele avond vulde. Zaterdagavond is in ”Musis Sacrum” namelijk voor een volle zaal “Vrijdag de 13e” opgevoerd.

 In dit stuk wordt de spot gedreven met bijgeloof, helderziendheid en waarzeggerij.

Het hoogtepunt vormt dan ook de ontmaskering van de waarzegger

“Achmed Ritzebi”, die minder Oosters blijkt te zijn dan zijn naam doet geloven.

Gré Begeer was de bijgelovige mevrouw Verbaak in wier woning de séances

worden gehouden. Nico Evers haar ongelovige man.

Brandus Klinge de pseudo-waarzegger, en Janny Terlouw diens “helderziende” echtgenote Ada Melchers.

Theo Nieuwenhuis, Stenny Valk, Riet Putters, Dick Doorn, Dick Bakker, Jan Koning en Riet Timmers-Melchers hadden de overige rollen.

 

[Einde citaat.]

 

 

Vreemd genoeg wordt niet vermeld of het stuk met succes werd opgevoerd en of er goed werd gespeeld. Blijkbaar moest de verslaggever nog ergens anders heen  en is hij vroegtijdig opgestapt en heeft de namen van de medespelenden uit het programmaboekje overgenomen.

Te oordelen naar het langdurige en dankbare applaus aan het eind mag gezegd worden, dat het publiek van de voorstelling heeft genoten.

Mijn zussen Johanna en Adrie, die ook in de zaal aanwezig waren, vonden het in ieder geval geweldig. Maar dat kon zijn omdat ik meespeelde en zij bevooroordeeld waren.

 

Eén zinnetje wat ik, turend in de glazen bol in gebroken Hollands moest zeggen, weet ik me nog te herinneren, t.w.:  “Achmed   zie….t   mei …..sies, vee …l  mei…..sies,  mooie

 mei …..sies,  waa..r     man    naa…r   kijk!”

 

Na afloop kreeg ik van m´n zussen te horen dat ik zo netjes over het toneel had gelopen, en niet te merken was dat ik een kunstbeen heb.

Wel een mooi compliment.

 

Foto´s van deze toneeluitvoering zijn helaas niet in mijn bezit.

Kan me ook niet meer herinneren of die zijn gemaakt.

 

Mijn zus Johanna die als trouwe bezoekster van praktisch alle toneelstukken  waarin ik meespeelde heeft gezien, heb ik jaren later het tekstboekje van dit stuk gegeven, omdat ze er niet over uitgepraat raakte.

Johanna was wat trots op haar “broertje” zoals ik vroeger als jongste uit een nest van 9 kinderen werd genoemd.

 

Verder kan ik nog vermelden, dat Dick Doorn die toentertijd voorzitter van “Steeds Hooger” was en in het stuk meespeelde,  later via radio en T.V. enige bekendheid heeft gekregen als zanger en ook in een background groupe.

Ook in een wekelijkse televisieserie ( een soort musical waarvan de titel me is ontschoten) en waarin o.a. bekende melodieën ten gehore werden gebracht, heeft hij samen met de “Blue Diamands”  meegedaan. 

 

                                                                                              W. Klinge

 

 

                                                                                                                                                                                           

 

 

(*) Toen ik deze zin typte moest ik gelijk denken aan het liedje

“Het meisje van de zangvereniging”, geschreven door Jean-Louis Pisuisse, waarvan onderstaand, speciaal voor de wat ouderen onder u, de volledige tekst:

 

 

Toen ik een jongen was van amper 18 jaar

Was ik natuurlijk voor een pretje klaar

En het spreekt vanzelf ik ging

Ook naar de zangvereniging

Want daar is je zo gezellig bij elkaar

En ik zong daar met het meeste vuur ténor

Of laat ik liever zeggen

Daarvoor ging het door

Maar de hoofdzaak was dat niet

Want zelfs onder ´t schoonste lied

Keek ik altijd naar een meisje in het koor

En ik kwam toen in haar gunst

Als een broeder in de kunst

Maar toen m´n stem het niet meer dee

Kreeg ik heel gauw m´n congé

                  

Refrein:

 

Maar toch denk ik altijd nog met liefde aan m´n eerste

M´n eerste meisje van de zangvereniging

M´n allerliefste klein sopraantje

Waar k mee wandelde in ´´t maantje

Maar die niet meer aan me denkt nu ik niet meer zing.

 

Toen m´n stem versleten was en ´k niet meer zong

En een and´re zanger me uit haar gunst verdrong

Moest ik aan m´n smart gewennen

´k Leerde and´re meisjes kennen

Naar wier gunst ik met vernieuwde woede dong

Maar hoe mooi, hoe lief ze soms ook zijn geweest

Een herinnering zweefde altijd voor m´n geest

En ik hoorde in m´n oor

Het sopraantje uit het koor

Dat m´n eerste grote liefde is geweest

Als ´k een avontuurtje had

En een meisje hield omvat

Als ik blikte in haar oog

En m´n ziel ten hemel vloog

 

Refrein:

Dan dacht ik toch nog telkens even aan m´n eerste

M´n eerste meisje van de zangvereniging

M´n allerliefste klein sopraantje

Waar ´k mee wandelde in ´t maantje

Maar die niet meer aan me denkt

Nu ´k niet meer zing.

 

Als ik straks nu toch nog met een ander trouw

En dan deftig ondertrouwreceptie hou

Met zwarte jassen, lang en kort

Ooms en tantes, Witte port

Zie ik toch nog met lichte weemoed naar m´n vrouw

Als ik in de kerk dan voor het altaar sta

En gearmd de lange loper overga

En de mensen kijken uit

Naar de bruigom en de bruid

En de vrienden en vriendinnen zien ons na

En ze zingen ongezien

´t Bruidskoor uit de Lohengrin

En ik sta daar en ik hoor

De sopranen van het koor

 

Refrein:

 

Dan denk ik toch nog wel even aan m´n eerste

M´n eerste meisje van de zangvereniging

M´n allerliefste klein sopraantje

Waar ´mee wandelde in ´t maantje

Maar die niet meer aan me denkt

Nu ´k niet meer zing.

 

 

[Naar boven]

 

POLMAN

 

Door schminkwerk van de heer Polman en zijn zoon Jan hebben ontelbare personen tegen Sinterklaastijd een metamorfose ondergaan als Sinterklaas of zwarte Piet. Dit vond plaats in de dameskapperszaak van de heer Polman in de Koningsdwarsstraat in Den Helder.

Voor de kapperszaak stonden altijd wel enige kinderen te wachten tot er weer een Sinterklaas en zwarte Piet uit de kapperszaak kwam, die dan snel in een gereedstaande taxi verdwenen naar hun bestemde adres.

Jazeker, ook toentertijd waren er al heel veel “hulp-Sinterklazen.”

 

Als hobby schminkte de heer Polman  ´s-avonds medespelenden van diverse toneelverenigingen. Eerst met assistentie van dhr. Melief, en later van zijn zoon Jan.  Ook al de dames en heren die in toneeluitvoeringen en revue´s van “MarMag” (Marine Magazijnen) hebben meegespeeld zijn destijds wel eens door één van hen gegrimeerd.

 

Voor het doek opging bekeek dhr. Polman alle artiesten nog even op het toneel  of ze wel naar behoren geschminkt waren en vroeg aan mij of het goed was.

Zo niet, dan werden er snel nog enige verbeteringen aangebracht.    

 

Het toeval wil, dat ik onlangs zijn zoon Jan, inmiddels ook wat jaartjes ouder,

op de markt in Den Helder tegen kwam. Ik was op weg naar de Hema, met een foto bij me waarop zijn vader met de heer Melief  (zijn assistent) staan terwijl zij aan het schminken zijn. Ik had die foto meegenomen voor een kennisje waarmee ik in de Hema  koffie zou drinken.

Toen ik Jan Polman deze foto liet zien vroeg hij onmiddellijk of hij er een kopie van kon krijgen. Dat beloofde ik en inmiddels heb ik deze aan hem verzonden met een briefje hoe de verhalen over toneel op de website van mijn computerleraar (dhr. Kees Bakker) te vinden zijn, t.w.:

www.cjbonline.nl , klik dan op Persoonlijk en klik daarna op Verhalen.

 

In enkele van de toneel verhalen wordt n.l. zijn vader ook genoemd.

 

Op de foto is dhr. Melief (op de voorgrond) mijn vrouw Jeanne aan het schminken en de heer Polman (daarachter) Anneke Dams.

Op de achtergrond staat Luc van Eijbergen toe te kijken.

Deze foto werd gemaakt 24 jan 1953 in Casino voor aanvang van het blijspel “Robbedoes.

 

Door deze ontmoeting ontstond zo dit 104e verhaal.

                                                                                                       W. Klinge

 

 

 

[Naar boven]

 

 

 .

MARMAG 10 JAAR

 

 

 

 

 

Ter gelegenheid van het 2e lustrum van de Personeels- en Sportvereniging “MarMag” werd op zaterdag 3 september 1960 de non-stop-revue

 

                   “ZORG DAT JE ER BIJ KOMT”

 

opgevoerd in de R.K. Volksbond v/h “Casino.”

 

Er gingen heel wat voorbereidingen aan vooraf om een revue samen te stellen waarvan verwacht mocht worden, dat deze succes zou opleveren.

Er moesten de nodige mensen benaderd worden om hun medewerking te verlenen en er moest ook heel wat af gerepeteerd worden om alles vlot te laten verlopen. Tevens moest rekening gehouden worden dat er de nodige afwisseling in het programma zat.

Uiteindelijk zag het programma er als volgt uit:

 

1.     Proloog

2.     Telepathie (schets)

3.     Zang (Hr. H. Bakx)

4.     Zuurkool (schets)

5.     Zang (Piet en Peter van Oosterum)

6.     Ritmische dans (Keizerwals)

 

 

7.           De kus (schets)

8.                          “De Morali´s” (acrobatiek)

9.                           Bij de kunstschilder  (daarna PAUZE)

10.                       De babysit (schets)

11.                       Zang (Hr. Bakx)

12.                       Drama in één woord (schets)

13.                       Pas de deux (dans)  è zie foto

14.                       “ De Morali´s”  (acrobatiek)

15.                       Zang ( Piet en Peter van Oosterum)

16.                       De baard (schets)

17.                       Finale      

 

Medewerkenden: Corrie Peeters, Alie Rombout, Corry Saus, Carla Cats, Nel Borgström, Gré Lagerveld, Jan Cats, Piet van Oosterum, Jan Ras, Joop Rombout, Wybe Klinge, en Jan Koster.

Gasten: “De Morali´s”, Bep Coster, H. Bakx, Peter van Oosterum, Tiny Leys en

             Simon Pot.

Muzikale  medewerking: “The Melodians” o.l.v. A.Boot.

Toneelmeester: Joop Valder

Samenstelling en regie: Wybe Klinge

Tijdens de proloog kon men zien aan welke sporten en andere spelen er bij MarMag werd gedaan, (zie foto).

Het liedje van Ton Manders (Dorus) was iets aangepast.

 

Door alle medewerkenden werd gezongen:

 

Zorg dat je er bij komt, bij de MarMag bij de MarMag.

Zorg dat je er bij komt , bij de MarMag moet je zijn.

Het is gezond voor je lijf en je leden.

Bij de MarMag is een ieder heel tevreden.

Zorg dat je er bij komt, bij de MarMag moet je zijn.

 

De schets “De Babysit” kan ik me nog goed herinneren, omdat deze veel lachsalvo´s in de zaal teweegbracht.

Onderstaand een korte inhoud van deze schets:

Een echtpaar wil naar de schouwburg en roept de hulp van een “babysit” in om op de baby te passen. De babysit is een mannelijke student die van deze gelegenheid gebruik maakt om wat centjes te verdienen en dan tijdens het oppassen ook kon studeren. Als het echtpaar is vertrokken begint de baby op een gegeven moment te huilen. De student gaat kijken, en de oorzaak is een vieze poepluier. De poep  was nat gemaakte koek dat in de luier gesmeerd was.

De poepluier werd  aan het publiek getoond, dat hier vanzelfsprekend lachend, maar  met een vies gezicht op reageerde. Nadat de student de baby op een nogal onhandige manier een schone luier heeft omgedaan en in bedje heeft gelegd gaat hij weer studeren. Even later begint de baby erbarmelijk te huilen en te krijsen en wat de student ook probeert, de baby is niet tot bedaren te brengen. Uiteindelijk  maakt de student  een  melkdrankje klaar, doet dit in een flesje en geeft dit de baby te drinken. En verdraaid, de baby blijft de verdere avond stil.

Als het echtpaar thuis komt en aan de student vraagt hoe het is gegaan, antwoord deze: ”Goed hoor. Toen hij begon te huilen heb ik hem eerst een schone luier om gedaan. en daarna, toen hij weer begon te huilen heb ik een melkdrankje klaargemaakt en dat in een flesje aan hem gegeven.”

Op dat moment komt de baby aangedribbeld, die inmiddels enorm is gegroeid,

(zie foto) en zegt: Dag mammie, dag pappie.” Het echtpaar schrikt zich te pletter en de vrouw vraagt aan de student. “ Wat heb je in hemelsnaam in de melk gedaan?” Waarop de student antwoord: “Zelfrijzend bakmeel.”

Na dit antwoord zijgt de vrouw ter aarde en dan valt, onder luid applaus en een schaterlachend publiek, het doek.  

   

 

 

 

 

 

 

 

Verslag Heldersche Courant 5 september 1960:

 

In het gebouw “Concordia” hebben de leden van de personeels- en

sportvereniging “Marmag” zaterdagavond op genoeglijke wijze het

2e lustrum gevierd. Vooral uit de basketbalsector  waren vele afgevaardigden

 

 

van zusterverenigingen gekomen om het bestuur te complimenteren en in de

bloemetjes te zetten.

Voorzitter de heer P.N.Kelder mocht vele felicitaties in ontvangst nemen van     

wethouder P.S.v.d.Vaart namens het gemeentebestuur en de Heldersche

gemeenschap

Zijn waarderende en sympathieke woorden onderstreepte hij met een

bloemstuk.

Hetzelfde deed de heer van Essen als voorzitter van de NBB (Nederlandse

Basketbal Bond) Een woordvoerder van Santpoortervereniging Z.B.V.S.,

De heer Groot van de basketbalvereniging F.A.C. en tenslotte de heer

H.J.A. Lucker namens de directie van het gebouw.

De aanwezigen konden vervolgens genieten van een onderhoudende en vlot

gepresenteerde revue, die naar de naam “Zorg dat je er bij komt” luisterde.

 

Hierin kon men vooral “De Morali´s” met parterre-acrobatiek bewonderen.

Van de “Marmaggers” viel de zang van Piet en Peter van Oosterum zeer in de

smaak. Zij zoeken het in simpele maar leuke liedjes. Wybe Klinge had de

samenstelling en regie, terwijl hij in de meeste sketches een werkzaam aandeel

leverde. Wie Klinge kent weet dat het hem toevertrouwd is een dergelijk

programma te verzorgen. De heer Bep Coster liet op een innemende manier naar

enkele grapjes, conferences luisteren, evenals Wybe Klinge. Een viertal in (zie foto)

keurige toiletjes geklede dames danste twee keer op tonen van meeslepende

muziek. Al met al werd een genoeglijk programma voorgeschoteld dat zeker in

staat was de vele leden en genodigden van het tienjarig “Marmag” te vermaken.

 

Tot zover dit verslag.

 

Rest mij nog te vermelden, dat deze revue ( met succes) ook werd opgevoerd voor de Bejaardenbond in R.K. Volksbond v/h “Casino”  en voor de vereniging “Moed, Volharding, Zelfopoffering”  in “Formosa” ter gelegenheid van de jaarlijkse “reddersavond.”

 

                                                                                                       W. Klinge

 

 

[Naar boven]

 

REVUE “BLIJFT OPTIMIST”

 

Deze revue werd 30 maart 1951 in Casino door MarMag (Marine Magazijnen) voor een talrijk publiek voor het voetlicht gebracht.

Voor het gemak onderstaand enkele citaten uit de plaatselijke pers.

 

[Aanvang citaten:]

 

                   Wederom heeft de toneelgroep van de Marine Magazijnsdienst in de wandelgangen “MarMag” genoemd een geslaagde revue-avond verzorgd, waarvan de aanwezigen met volle teugen hebben kunnen genieten.

Zowel voor als na de pauze werd een voor amateurs zeer geslaagd programma vertoond. Door allen is met bijzonder veel enthousiasme gewerkt en als we toch overgaan tot het noemen van namen, dan moeten zij die niet worden genoemd, de lof van hun medespelenden evenzeer tot de hunne rekenen.

Allereerst denken we aan “Namlo” (H.A. Haak van Overloop) die opnieuw zeer veel succes oogstte, zowel met zijn telepathische stunt, als met zijn goocheltoeren. Ook de heer A.Vries, alias Klaas Bol van Wognum was weer bijzonder goed op dreef. Veel waardering ondervond ook Mej. B. Kramer, die in haar declamatie van “Schoffie” de sympathie van de gehele zaal wist te verkrijgen. En laat ons vooral niet vergeten dat ook de  “Zingende Zwervers” wederom een groot aandeel hadden in het succes van deze avond. Tot groot genoegen van de aanwezigen vergastte ook de 13 jarige Piet Bakker hen weer op een onvervalst zeemanslied.

De regisseurs H.A. Haak van Overloop en W. Klinge hebben zich ook nu weer veel moeite getroost, niet alleen bij hun leiding, maar ook in de nummers waarin ze zelf voor het voetlicht kwamen.

 

Hieronder nog een klein citaat uit de Helderse Courant n.a.v. 2 opvoeringen voor H.C.S.C. (Helderse Christelijke Sport Centrale)

 

Schetsen, zang, muziek en declamatie volgden elkander in een vlot tempo op.

De heer Klinge had veel succes met zijn stadion-stunt die de volle zaal in een enthousiaste en uitbundige supportersschare transformeerde.

Hoe plezierig men ook het programma vond, geen der nummers ontketende een even groot tumult als het denkbeeldige doelpunt van Abe Lenstra …. Maar het contact was er, zowel tussen de beide zijden van het voetlicht als tussen de mensen in de zaal. 

 

[Einde citaten.]

 

Deze revue werd eveneens geheel belangeloos opgevoerd op dinsdag 3 april 1951 in “Casino” ten bate van het Centraal Genootschap voor kinderherstellingsoorden  en gezondheidskolonies.

De opbrengst was “schoon” f. 472,31. Voor die tijd een flink bedrag.

Vervolgens vonden nog 2 opvoeringen in Casino plaats voor H.C.S.C.

(Helderse Christelijke Sport Centrale)

                                                                                                      

 

Enige foto´s uit deze revue.

W. Klinge

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Medewerkenden van links naar rechts op groepsfoto: Piet Bakker, Piet Kelder, Arie Vries,

Nel Tesselaar, Mevr, Hoepe Bijl (a/d piano), Hans Treffers, Tiny van Engelsdorp-Gastelaars,

Lou Jansen, Wybe Klinge, (dan een voetballer H.C.S.C.), Piet van Oosterum, Rinus de Bont,

Jeanne Klinge, Henk Haak van Overloop, Bep Coster, Henny v/d Mast, Daan van Tiel, en

Esther Beukenkamp.

(Verder enige speelsters en spelers korfbal H.C.S.C.)  

 

 

 

 

[Naar boven]

 

 

 

REVUE “GEZELLIGHEID KENT GEEN TIJD”

 

Op 30 januari 1952 werd deze revue op de planken gezet.

Heel veel werk was besteed aan de proloog. De entree van het complex van de Marine Magazijnen in de Lijsterstraat was voortreffelijk nagebouwd en de bouwers hiervan verdienen alle lof.

Deze revue had een enigszins satirisch karakter, omdat er schetsen en  gebeurtenissen in voor kwamen die bij de Marine Magazijnen hadden plaats gevonden. Reden waarom er geen heropvoeringen van zijn gegeven.

 

 

[Onderstaand een gedeelte uit het verslag in het Noord Hollands Dagblad.]

 

 

 

 

 

 

 

 

MARMAG brengt nieuwe revue

 

Onder de leiding van de heren M. H. v. d. Aakster en W. Klinge is een goede revue tot stand gekomen die onder het motto: “Gezelligheid kent geen tijd” ten tonele werd gebracht. De goede stemming was er en toen de voorzitter A. de

Vries de aanwezigen, waaronder burgemeester mr. G. D. Rehorst en de directeur der Rijkswerf  Kapitein ter zee P.A. Riedel welkom had geheten, kon de show starten.

Een originelere entree, die volkomen in het kader van MarMag past, had men niet kunnen bedenken. Twee leden van het Marine Bewakerskorps luiden de bel voor het vastwerken en achtereen kwamen de medewerkers en – sters  uit het décor gestapt, dat een natuurgetrouwe nabootsing van één der magazijnen was.

Na deze grootscheepse opkomst bleek, dat mevrouw Klinge het kunstje van haar man aardig heeft afgekeken, want zij ontpopte zich als een vlotte conferenciere.

Het optreden van de heren M. H. v. d. Aakster, G. H. Koster en L. Jansen kunnen we maar met één woord kwalificeren: “Knettergek!” Daar kan zelfs de grootste zuurpruim niet ernstig bij blijven, evenmin als bij de charmes der  medewerkende dames hem onberoerd zou kunnen laten.

 

 

Neem nou Tiny en Esther bijvoorbeeld. Zij zongen onder meer “Naar de speeltuin”, hetgeen een schlager dreigt te worden en “Sweet violet”.

Zij doen dit lang niet onverdienstelijk, maar daar zal de heer van Praag wel meer van weten. Behalve dat hijzelf zeer verdienstelijk zingt aarzelt hij niet ook anderen een kans te geven en zo kon Mej. I. Hoogerwerf  haar debuut voor de microfoon maken.

Zo maar, zonder dat het in het programma stond, zong de heer W. Klinge een wijsje dat insloeg en de zaal tot meezingen noodde. Doch niet alleen de bezoekers, maar ook Jaap Kwak en zijn “Musical Ramblers” die de dansmuziek na afloop verzorgden konden zich niet langer bedwingen, pakten hun instrumenten en speelden mee. Het werd een spontaan geheel van zang, orkest en een begeleiden publiek. Ziet U, als het zo gaat, moet het wel gezellig worden en daarom was het behoorlijk laat geworden toen de finale werd aangekondigd.

[Tot zover dit verslag.]

 

Dit verslag spreekt voor zichzelf en ik hoef er verder niets aan toe te voegen.

                                                                                                                                    

W. Klinge

                                                                                                      

Hieronder nog enkele foto´s uit deze revue.

      

                                              

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[Naar boven]

 

 

 

DE KAT EN DE KANARIE

 

Dit mysterieuze toneelstuk werd op donderdagavond 08 november 1956 door de toneelgroep van “MarMag” opgevoerd in het “Casino” in Den Helder.

Omdat een aantal goede spelers naar elders waren vertrokken, moest een aantal nieuwe mensen in korte tijd de open gevallen plaatsen innemen en de rollen instuderen.

 

Onderstaand een citaat van gedeelten uit het verslag in de plaatselijke pers.

 

[Aanvang citaat]

 

                 TONEELVERENIGING MARMAG SPEELDE

 

                            ”DE KAT EN DE KANARIE”       

 

Voor het eerste optreden in dit seizoen heeft de toneelvereniging van MarMag zich gewaagd aan een mysterieus spel dat onder de titel “De kat en de kanarie” allerlei griezeligheden rondstrooit en tenslotte tot een oplossing in een notendop is terug te brengen.

Er is door de aanwezigen donderdagavond inderdaad behoorlijk gegriezeld en in sommige momentenwas de reactie in de zaal duidelijk hoorbaar aan de verschrikte uitroepen en de angstige opmerkingen. Wat dat betreft heeft het stuk derhalve volledig aan zijn doel beantwoord.       

De opvoering had vele goede kanten. Dat bleek uit de juiste reactie vanuit de zaal, dat bleek ook aan de climax die in de regie was gelegd, zodat vooral het derde bedrijf een behoorlijk hoogtepunt werd.

Geroutineerde spelers zoals mevr. Klinge, de heer W. Bakker en de heer Klinge sloegen zich uitstekend door hun moeilijke rollen heen, evenals dat met mevr. Peeters als de dienstbode het geval was. De heer W. Bakker had een dubbelrol, die van advocaat en van de dokter, waarvan hij de eerste beter tot zijn recht deed komen. Ook Bert Agema deed het heel behoorlijk, vooral in de nogal wilde scènes, die hem, zoals van vroeger bekend is, goed liggen. Henk Hartman kwam na zijn griezelige ontknoping goed op dreef.

Voor de overige rollen zorgden: Anneke Dams, Miep Delno en Joop Delno.

Regisseur W. Klinge had toch heel wat met zijn nieuwe krachten weten te bereiken en het geduld dat hij daarvoor over heeft zal, dunkt ons, zeker bij de volgende opvoering van hun spel blijken.

De heer Teun de Jong Boers had hier en daar voor goed geslaagde geluidseffecten gezorgd.

 

[Einde citaat]

 

Gezien de in de aanhef genoemde problemen voor wat betreft de rolbezetting,

kan toch van een goed geslaagde opvoering worden gesproken.

 

W. Klinge

Hieronder nog enkele foto´s van de toneelopvoering.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[Naar boven]

 

 

CABARET-REVUE “WIJ VIEREN FEEST”

 

Ter gelegenheid van het 1e lustrum van de personeelsvereniging “MarMag” (Marine Magazijnen) werd bovengenoemde cabaretrevue op 01 september 1955 opgevoerd in het Casino.

Het beste kan ik de verder de plaatselijke pers aan het woord laten over de opvoering hiervan.

 

[Citaat:]

 

MARMAG VIERDE FEEST BIJ EESRTSE LUSTRUM

 

Onder het toepasselijke motto “Wij vieren feest” heeft de personeelsvereniging “MarMag” het 1e lustrum afgesloten met een cabaretrevue in Casino. Alle medewerkenden hebben zich geheel aan deze avond gegeven, waardoor de leden en genodigden van een ouderwetse “MarMag-business” konden genieten.

 

VERDIENSTELIJK PROGRAM OP CASINO-TONEEL

 

Het deed de voorzitter de heer P.Kelder vooral genoegen, dat de heren A. Damden hoofd van het Marinemagazijnsbeheer in Nederland en de heer H. van der Houwen, hoofd van de Marinemagazijnen in Den Helder, aan de uitnodiging gehoor hadden gegeven. Vol waardering richtte hij zich tot de heer W. Klinge, de promotor van “MarMag”, aan wiens medewerking het was te danken, dat deze avond kon worden gevierd.

De proloog waarmee het cabaretprogramma werd begonnen deed het uitstekend.

“The Musical Mixers”, die hierbij ook waren betrokken, stonden ook garant voor het volgende nummer en brachten er direct de juiste stemming in.

Op uitstekende wijze bracht Roel Wijmenga een door hemzelf samengestelde declamatie, waarin de prestaties van “MarMag” tot uitdrukking kwamen.

Vermeldenswaard is het bedrag van vijftienhonderd gulden dat voor liefdadige doeleinden bijeen werden gespeeld.

In een aardige en vlot gespeelde schets bleek Jeanne Klinge een zeer goed

“Uitgeslapen vrouwtje” te zijn. Bert Agema speelde als huisknecht een prima rol in “Slaap lekker.”  De heer Haak van Overloop liet de aanwezigen enige staaltjes van goochelkunst zien. Vooral de geheugenstunt bracht de nodige spanning teweeg, al waren er concentratiemoeilijkheden door luidruchtigheid in de zaal.

 

 

 

 

Het bekende spelletje “Trek aan de bel” deed het ook op deze MarMag-avond uitstekend. De bijdrage van Piet Nebbeling (de Helderse Thom Kelling) en de Morali´s die als gasten medewerkten werden zeer gewaardeerd.

Na de pauze zorgde Lambert Riteco voor de nodige hilariteit met “Modesnufjes.”

Haak van Overloop kan met zijn sprekende pop nog meer succes bereiken wanneer Kareltje wat minder beweeglijk is.

Het programma werd keurig afgesloten door de “Morali´s” en Piet en Peter van Oosterum met negro-songs.

De leiding van het programma berustte bij Wybe Klinge, die tevens de conference verzorgde.

 

[Einde citaat.]

 

 

Me dunkt, dat ik hier verder niets aan heb toe te voegen.

 

W. Klinge

 

           

 

 

 

[Naar boven]

 

 

 

REVUE “ZET JE ZORGEN AAN DE KANT”

 

Nadat deze revue met veel succes voor leden, donateurs en belangstellenden was opgevoerd in “Casino”, werden achtereenvolgens op 3 en 4 maart 1953  opvoeringen gegeven ter gelegenheid van het zoveel jarig bestaan van H.C.S.C. hierna voor het M.S.F. (Marine Sanatorium Fonds), voor het V.B.Z. (Vereniging van Beroepsmilitairen der Zeemacht), voor de buurtvereniging Emmastraat, en op een feestavond van Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau, i.v.m. vertrek naar het buitenland.

 

Ook ditmaal een gastoptreden van de acrobatengroep de Morali´s  die regelmatig werd uitgenodigd om hun niet geringe kunsten te vertonen. Het was moeilijk te geloven dat het amateurs waren, want zij konden zich zeker meten met de acrobatiek van circusartiesten.

Bij wijze van grap had Bep Coster eveneens een acrobatengroep geformeerd onder de naam: “THE FOUR TORNADO´S.” Zij traden vlak voor de pauze op na het optreden van de Morali´s. Die dachten: “Wat raar, wij hebben net opgetreden.” Stinkend nieuwsgierig stonden ze tussen de coulissen te kijken wat er ging gebeuren.

Het nummer van “The four Tornado´s”  bestond hieruit:  één van hen (Bep Coster met valhelm) zou met een aanloop op de stoel springen die op de schouder stond van Koos Cossé. Die zat weer op de schouder van Piet de Vries.

Vanzelfsprekend stonden zij bij de aanvang van het nummer met hun gezicht naar de zaal, zodat het bordje PAUZE niet door het publiek te zien was.

Jeanne Klinge fungeerde als aangeefster van talkpoeder en de stoel.

Met veel bombarie poederde Bep Coster eerst zijn handen en nam daarna onder luid tromgeroffel een aanloop, maar stopte hoofdschuddend halverwege omdat het niet goed ging. Terwijl het publiek ademloos toekeek, herhaalde zich dat enige keren, tot hij “NU!” riep. Op dat moment draaide Piet de Vries, met op zijn schouder Koos Cossé, zich om, en werd het bordje “PAUZE” op de stoel  zichtbaar. (zie foto)

Zowel het publiek als de “Morali´s” vonden het een pracht mop en de gespeelde vertoning werd dan ook met een luid en langdurig applaus beloond.

  

De schets “Huiselijk verkeer” waarmee deze revue werd besloten  kan ik me ook nog  goed herinneren. Deze speelde zich af in de tijd toen er nog een enorme woningnood heerste, en de kans bestond dat je bericht kreeg van hogerhand dat je woning in aanmerking kwam voor inwoning. Dan kwam een gezin of echtpaar eerst kijken of ze wel bij je in wilde trekken.

In de schets is er een gezin dat dreigde inwoning te krijgen van een echtpaar en dat helemaal niet zag zitten. Zij besloten het echtpaar dat eventueel zou komen inwonen af te schrikken door zich nog erger dan het huishouden van Jan Steen   voor te doen.

Vader met z´n voeten in een teil met water, een zoon met bokshandschoenen die met jan en alleman wilde vechten, opa op een hobbelpaard, een dochter die niets anders deed dan ruzie zoeken en schelden, en ga zo maar door.

Toen het echtpaar dit alles aanschouwde en hoorde sloeg de schrik hun om het hart en zagen zij natuurlijk van de inwoning af.

Tot groot vermaak van het  gezin en onder grote hilariteit van het publiek, sloeg het echtpaar op de vlucht.

De list was gelukt.

W. Klinge

 

Hieronder nog enkele foto´s uit deze bijzonder geslaagde revue.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[Naar boven]

 

 

DE KAT EN DE STRAFSCHOP

 

 

 

In 1954 trad de toneelgroep van MarMag (Marine Magazijnen) in Casino op met het bovengenoemd blijspel. Het lijkt mij het beste, de plaatselijke pers aan het woord te laten. Hieronder een samenvatting van enige citaten:

 

GESLAAGDE OPVOERING VAN “LOL-STUK”

 

Menigmaal rolde gisteravond een schaterlach naar het plafond van Casino, waar de toneelgroep van “Marmag” een opvoering gaf van het blijspel “De kat en de strafschop” van Glenn Melvyn. Wat dat betreft hebben regisseur Wybe Klinge en zijn enthousiaste medewerkers de aanwezigen een beste avond bezorgd. Men heeft zich inderdaad kostelijk geamuseerd met dit dwaze verhaal, waaraan eigenlijk kop noch staart zat.

“De kat en de strafschop” is wel bij uitstek geschikt om te worden gespeeld bij voetbalfans. De auteur heeft op “volkse wijze” een aantal gebeurtenissen rond deze sport uit de doeken gedaan; de oer chauvinistische heer des huizes, de trots als de zoon in het eerste elftal van de profclub komt, het onheuse bejegenen van de scheidsrechter en meer van die zaken, die elk weekend miljoenen in vreugde of huilen doen losbarsten.

Glenn Melvyn plaatste dit alles en andere alledaagse dingen middenin het gezin Brown. De typeringen voldeden over het algemeen.

Wiebe Bakker gaf een uitstekende vertolking van vader Brown, een driftige mopperaar met een vader Doorsnee-hart. Corrie Peeters was veelal een goed tegenspeelster als de moeder. Regisseur Wybe Klinge speelde Wally Bins feilloos. Men kon zich kostelijk vermaken met het Rotterdamse accent van Jeanne Klinge, die Emmy Bins, gestalte gaf. Ief Grötzinger (Rose), Henk Hartman (Percy), Bert Agema (Alf), en Jo Kelder, sloten zich instellend aan, al naar gelang ook van de mogelijkheden van hun rollen.

Origineel was de keurige “radioreportage” van de voetbalwedstrijd.

 

Einde citaten.

 

Enige tijd later werd dit stuk ook nog  in Santpoort opgevoerd voor Z.B.V.S. (Zwem en Basketbalvereniging Santpoort).

Hoewel ik alles had gecontroleerd voor het doek opging (ook de elektrische deurbel), deed die het niet op het moment dat er gebeld moest worden.

Na mijn controle had er dus blijkbaar iemand met z´n tengels aangezeten. De souffleur raakte in paniek en ging toen, tot groot vermaak van het publiek, een deurbel nadoen en riep: "Prrrrt. Prrrrt!" Maar gelukkig kon het spel even later gewoon doorgaan en kregen we op het eind toch een warm en hartelijk applaus.

                             

 W. Klinge                                 

 

 

[Naar boven]

 

SCHOFFIE BUSTER

 

Op 15 april 1961 werd dit toneelstuk opgevoerd in “Concordia,” v/h Casino.

Tijdens de leesrepetitie moest de Engelse politieagent (Bobby) de volgende zin zeggen: ”Ik werd helemaal hoteldebotel,” maar in plaats daarvan zei hij: ”Ik werd helemaal hotèl dé botèl,” waarop iedereen in lachen uitbarstte. Vanzelfsprekend werd hem duidelijk gemaakt dat er hoteldebotel stond en ook als zodanig uitgesproken moest worden.

Gelukkig kon hij er toen zelf ook om lachen.

Over de inhoud van het stuk en het spel verwijs ik naar onderstaande verslagen uit de plaatselijke pers.

 

[Aanvang gedeelten citaten.]

 

“SCHOFFIE BUSTER” NIEUW SUCCES VOOR MARMAG

 

Corrie Peeters uitstekend als moeder King

 

De toneelgroep Marmag heeft onder regie van Wybe Klinge zaterdagavond veel succes geboekt met de opvoering van “Schoffie Buster” geschreven door

Ted Willis. Men genoot van stuk en spel en men reageerde vooral - zo

gaat dat nu eenmaal – op de grove taal.

Schoffie Buster King is een jongen van 16 jaar, die een goed hart heeft en het nochtans met de eerlijkheid niet al te nauw neemt. Hij is sympathiek en het is hem niet kwalijk te nemen, dat hij wel een overtreding begaat; de maatschappij behandelt hem ook niet al te best. Vader werkloos, armoe wat de klok slaat. De jongen wordt geholpen, en terwijl zich in het eenvoudige gezin verdriet en vreugde voordoen, wordt zijn innigste wens waarheid: een plaatsje bij de Luchtmacht.

Corrie Peeters gaf een uitstekende vertolking van de moederrol. Zij gaf het waarlijke “volkstype” gestalte. Jan Cats speelde vader King zeer ondergeschikt.

In de scène met zijn vrouw na de dood van Sammy speelde hij ronduit goed, met welhaast natuurlijke bescheidenheid. Carla Pieters had bijzonder goede ogenblikken als de dochter Nelly. Wybe Klinge speelde zonder veel omhaal maar correct Joe, die de wereld wil verbeteren. Kleine rollen werden behoorlijk vertolkt door: Jan Leyendeckers (Bill), Alie Rombout (marktvrouw), en Wim Borgström (lid van de luchtbescherming).

Ook voor de jeugd niets dan lof. Robby Peeters beet zich er leuk en kwajongensachtig doorheen als Sammy, en Kees Lokkers was echt een fijne knul als “Schoffie Buster.”

 

TYPISCH VOLKSSTUK GOED VOOR VOETLICHT GEBRACHT

 

De toneelgroep van de personeels- en sportvereniging “Marmag” heeft zaterdagavond een goede opvoering gegeven van het echte volksstuk

van Ted Willis “Schoffie Buster.” Of het aan de goede reputatie van dit groepje ligt weten we niet, maar de zaal was weer uitstekend bezet.

In het stuk wordt het wel en wee van de gehele Engelse arbeidersfamilie in de jaren voor en tijdens de tweede wereldoorlog ruw maar toch wel scherp getekend.

Kees Lokkers debuteerde bij het groepje en nog wel meteen met een hoofdrol als “Buster.” Hij heeft zich er werkelijk uitsteken doorgeslagen en het extra applaus dat hij kreeg was zeker verdiend. Ook Corrie Peeters (moeder King) en Wybe Klinge (Joe Hogg) verdienen een extra compliment voor hun uitstekende spel: de laatste trouwens ook voor zijn goede regie. Carla Peeters zette een echt typetje op de planken als het kattige zusje Nelly. Ook de andere dochter des huizes Mary, werd door Ief Grötzinger goed gekarakteriseerd. Jan Cats speelde als “vader onder de plak.” Jan Ras als “Sidney” een maatschappelijk werker.

Wiebe Bakker als (Ome Dan), Jan Leyendeckers als politieagent, Alie Rombout (de marktvrouw), Wim Borgström (BB-man) en Robby Peeters als de kleine Sammy.

“Marmag” kan terug zien op een goede toneelavond.

 

[Einde gedeelten citaten.]

 

Hoewel er heel wat voorbereidingen aan vooraf gegaan zijn om dit stuk op de planken te zetten, is het niet voor niets geweest gezien de geplaatste recensies.

 

(Groepsfoto van de medewerkenden.)

 

 

W. Klinge

                                                                                                          

 

  

 

 

 

 

 

[Naar boven]

 

 

LANG WEEKEND

 

In 1960 werd dit blijspel, geschreven door R. Feenstra in het KAB-gebouw, voorheen “Casino” opgevoerd door de toneelgroep “MARMAG.

De gebeurtenissen spelen zich af in een hotel waar geld geroofd en geleend wordt en hotelgasten zich misdragen. Dit alles levert de nodige stof op voor de in dit stuk gespeelde romanschrijver Jan Komma, die door zijn filosofische opmerkingen laat merken over veel levenservaring te beschikken.

 

[Hieronder enkele korte citaten uit de plaatselijke pers.]

 

Toneelgroep “MARMAG” bracht genoeglijk “LANG WEEKEND”

 

              Ief Grötzinger en Corrie Peeters lieten overtuigend spel zien van de twee tegenpolen der intrige. Ief Grötzinger als volbloed Amsterdamse koopmansvrouw, en Corrie Peeters als mevrouw Niemeyer, zowel wat haar intonatie als haar spel betrof.  Direct hierna noemen we Wiebe Bakker als Karel Kwiek, die een acceptabele jofele Amsterdamse groenteboer op de planken zette. Men heeft ook weer kunnen genieten van Jeanne Klinge, in de rol van Cora de danseres in het “Casino.”  Jeanne Klinge heeft er slag van rollen waarin élan en temperament moeten worden gedemonstreerd, te vertolken.

Wybe Klinge, de schrijver Komma, wist door zijn lakonieke houding en zijn beheerste spel de aanwezigen te overtuigen van zijn geschiktheid voor toneel.

Voor Henk Hartman, de ober, kon men ook bewondering hebben. Hij beheerste zijn rol goed, vooral door een gematigd optreden en een goede rolkennis.

Carla Cats, liet als May, pittig spel zien.

Jan Cats als de heer Niemeyer, Marie Ras als hotelhoudster, Corrie Kansen als Eva, en Joop Rombout als Dick, droegen het hunne er toe bij om het blijspel aan een bevredigend slot te helpen.

 

[Einde citaten.]

 

Tijdens het spelen van dit stuk weet ik me nog te herinneren dat Wiebe Bakker op een gegeven moment zijn tekst niet meer wist (gebeurde wel eens meer).

Om zich hier uit te redden zei hij schaterlachend tegen mij: ”Wie heet er nou Komma?” Wat helemaal niet in z´n tekst stond. Toen hij uitgelachen was hebben we beide maar wat geimproviseerd totdat we de draad weer konden oppakken.  Het publiek noch de pers hebben hiervan iets gemerkt. 

Wiebe Bakker had zich weer eens mooi uit de nesten gewerkt.

W. Klinge

 

Meer foto´s van medespelenden in  Lang Weekend:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[Naar boven]

 

 

 

PATRICIA

 

De komst van de televisie betekende voor veel toneelverenigingen de “nekslag”

i.v.m. de geringe belangstelling van het publiek. Zo verdwenen o.a. de toneelgroep van Marine Vliegkamp “de Kooy,”  “Tavenu”, “de Ooievaar,” de katholieke groep “Entre Nous,” de M.O.O.C, de vrouwentoneelvereniging

“de Nicolientjes, W.S.O.V., etc.

Na 4 jaar op “non-actief” te hebben gestaan durfden wij (de toneelgroep van “ Marmag”) het weer aan om het blijspel “Patricia,” geschreven door Dick van Maasland” op de planken te zetten.

Op 12 februari 1967 werd de eerste opvoering gegeven in het toneelzaaltje van de buurtvereniging “de Vogelwijk” in de Kemphaanstraat. Met opzet was voor een klein zaaltje gekozen, omdat we eerst eens wilden bekijken hoeveel publiek we zouden trekken. Er was plaats voor 200 toeschouwers en er waren er ongeveer 150. Niet echt slecht, maar het viel toch een beetje tegen.

De opvoering was echter een groot succes en zodoende werd het toch een geslaagde avond.

Mede dank zij de goede recensies in de plaatselijke pers werd dit stuk nog tweemaal opgevoerd, t.w. op 21 april voor het actie-commité

“Overdekt Zwembad Den Helder” en op 22 april voor een praktisch uitverkochte zaal voor de Bond Ouden van Dagen. Beide voorstellingen in de Marine Cantine “ ´t Huys Tijdverdrijf.”

 

[Hieronder enkele samengevatte citaten uit de plaatselijke pers.]

 

Kolderstuk “Patricia”

 

Uitstekende terugkeer van toneelgroep “MarMag”

 

Geslaagde “wederopstanding” van “MarMag” met “Patricia”

 

Met dit toneelstuk schoot “MarMag” midden in de roos. Als we de tekst laten domineren, moet gezegd worden, dat de aanwezigen een amusante avond werd voorgeschoteld.

De inhoud van het stuk is met een paar woorden gezegd. Uit de radio klinkt keer op keer de lieftallige stem van Patricia, die het hoofd van de gehele Nederlandse krijgsmacht op hol brengt. Met haar meeslepend stemgeluid verhoogt zij de omzet van de Patricia-kousenfabriek …… en verlaagt zij drastisch de verkoopcijfers van haar man ….. die zelf een kousenfabriek heeft!

De hele zaak gaat aan het rollen als een zekere Berend Bastiaan Bolenbach met een hemelse blik naar binnen komt stuiven en zijn twaalf- romantische- uren- met- Patricia opeist, de hoofdprijs van de Patricia-prijsvraag. Mies Dekker, de 50-jarige radio-vamp, wil echter haar identiteit geheim houden, en B.B.B. gaat met drie andere Patricia´s op stap. Verder dan de deur komt hij meestal niet.

Het stuk werd in grote lijnen gestalte gegeven door het echtpaar Klinge, waarbij Wybe ecxelleerde als Martin Dekker en Jeanne als Miep (Patricia) zijn vrouw weer voldoende van haar acteertalenten blijk gaf. Een dankbare rol was er weg gelegd voor Corrie Peeters als de dienstbode Fanny. Met haar komische intervals zorgde zij er voor dat de lach in dit blijspel steeds de boventoon voerde. Bijzonder goed werd ook de gekke B.B.B. gebracht door Bob Komen.

Dochter Karin werd aardig gestalte gegeven door Carla Pieters-Cats.

Verder speelden mee Luc van Eijbergen als Tonny, Nel Dol als Thea, Loes van Kleef als Mathilda Gordijn en Wim Jager als Daniël Donker.

 

[Einde samengevatte citaten.]        

 

Onderstaand enkele foto´s uit dit blijspel.

W. Klinge

 

 

 

 

 

     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[Naar boven]

 

 

 

 

 

 
 

[Terug naar verhalen van vroeger]          [Terug naar Welkom]            [Terug naar Nieuws]