|
Onder de noemer TONEEL zijn in dit document verschillende verhalen te lezen van de toneeltijd van de heer Klinge te
Anna Paulowna

(Deze pagina downloaden om te printen? klik dan op het Word-icoontje!
Er kan ook bijv. een enkel verhaal geprint worden, door de betreffende
tekst te selecteren en op de printerknop te klikken! )
Hoofdstuk
·
Mijn eerste toneelrollen
·
Meeuwen boven Sorento
·
De Sinterklazenvergadering
·
Jopie als standbeeld
·
Schijndood
·
Omwille van de smeer
·
Verschroeide aarde
·
Op hoop van zegen
NB.: Klik op bovenstaande links om de
hoofdstukken te lezen!
MIJN
EERSTE TONEELROLLEN
Als jongentje van 11 jaar zat ik op de Christelijke
Zaterdagschool van de Remonstranse kerk in Rotterdam. Daar werd i.p.v.
Zondagschool op de zaterdagmiddagen Zaterdagschool gehouden.
De
juffrouw vertelde dan verhalen uit de bijbel en er werden liedjes gezongen.
Tegen Kerstmis moesten
wij het bekende kerstverhaal van de geboorte van het kindeke Jezus
instuderen, dat dan op tweede kerstdag in de kerk opgevoerd zou worden.
Mij was een hoofdrol
toebedacht. Ik mocht n.l. voor Jozef spelen. Het meisje dat de rol van
Maria speelde moest op de repetities een stukje lopen met een, toen nog leeg,
houten kribbetje.
Op één van de
repetities had ik voor de grap een paar glazen knikkers in het kribbetje
gedaan en toen Maria met het houten kribbetje ging lopen, gingen de knikkers
van “r-r-r-r-r-r-t r-r-r-r-r-r-t” in het kribbetje.
De schooljuffrouw kon
de grap niet waarderen en werd vreselijk boos.
Zij gaf Maria een flink
standje, die toen in huilen uitbarstte en snikte:” Dat heeft hij gedaan” en
wees naar mij.
Toen kreeg ik de wind
van voren en werd gelijk gedegradeerd tot herder.
Het tweede toneelstukje
waarin ik mocht meespelen heette”De Tovenaar” en ik
mocht de rol van
Tovenaar spelen.
Op een gegeven moment
moest ik, tijdens een repetitie, met de toverstaf een tik op de hand van een
meisje geven, maar deed dit in m´n enthousiasme veel te hard, waarop het
meisje begon te grienen,
Ditmaal werd mijn rol
niet afgepakt, maar ik moest plechtig beloven dat ik het
in ´t vervolg zachter
zou doen.
Dit is de aanloop
geweest van mijn toneelloopbaan bij het amateurtoneel gedurende vele jaren.
[Naar boven]
In oktober en november 1955 voerde wij met het
toneelgezelschap “MARMAG” (Marine Magazijnen) het bovengenoemde toneelstuk
op in het “CASINO” in Den Helder.
Dit toneelstuk gaat over negen Engelse marinemannen
die op een onbewoond eiland proeven moeten doen.

Onder
die manschappen was een zgn. “drilsergeant”, die nu niet bepaald geliefd
was. Een echte treiteraar die het bloed onder de nagels van de matrozen
vandaan
haalde.
Deze sergeant moest steeds o.a. de commando´s “GEEF
ACHT” en “OP DE PLAATS RUST” geven.
Toen we generale repetitie hadden en hij op een
gegeven moment het commando “GEEF ACHT” moest geven, vloog bij “ACHT” zijn
hele bovengebit over het toneel.
U zult begrijpen, dat iedereen toen in een deuk lag.
De sergeant wist zich met z´n houding geen raad en begon op het laatst maar
mee te lachen, al was het als een boer die kiespijn heeft.
[Bij de foto]
V.l.n.r.: Bert Agema,
Roel Wijmenga, Wybe Klinge, Wiebe Bakker, op de achtergrond Luc van
Eijbergen.
Verder repeteren had geen zin meer, omdat iedereen
steeds weer in de lach schoot. Ik besloot toen maar om de generale repetitie
voor gezien te houden.
Tijdens de opvoering
deed zich het volgende grappige geval voor.
Op een gegeven moment
zitten de matrozen aan de bakstafel te eten met op hun bord een aantal
worstjes. Terwijl één van de matrozen (Wiebe Bakker) met een maat naast hem
zit te praten, pikt een andere matroos (Bert Agema) die aan de andere kant
naast Wiebe zat, de worstjes van Wiebe´s bord en smikkelt die, tot groot
vermaak van het publiek smakelijk op. Wanneer Wiebe is uitgekletst en aan
zijn worstjes wil beginnen zijn die tot zijn stomme verbazing verdwenen.
Hoewel dit alles niet
in het stuk staat vermeld, spraken wij af dit voorval te handhaven omdat het
de lachspieren van het publiek opwekte.
Tijdens de volgende
opvoering nam Wiebe Bakker echter, voor hij met zijn maat naast hem begon te
praten, eerst de worstjes als een bosje bloemen in zijn opgeheven hand en
begon daarna pas het gesprek. En ook dit leverde weer de nodige lachsalvo´s
op bij het publiek. Wiebe was het er dus niet mee eens dat zijn worstjes
werden ingepikt.
Voor het verslag in de
plaatselijke pers verwijs ik u naar de volgende pagina.
[Aanvang citaten uit de
plaatselijke pers.]
ONVERWACHTE PRESTATIE VAN
MARMAG
De toneelvereniging van
Marmag heeft het waagstuk ondernomen, om het Engelse toneelstuk “Meeuwen
boven Sorrento” op de planken te brengen.
Een geheel bezet Casino
heeft er, blijkens de zeer vele reacties uitermate van genoten en dat zal
voor de toneellisten een grote voldoening zijn geweest na maanden van zeer
hard werken.
De toeschouwer ziet een
groepje Marinemannen, die voor experimentele doeleinden in vredestijd op een
verlaten, rotsachtig eilandje zijn geplaatst. Dat schept een situatie,
waarin men op den duur tot diep in elkaars hart kan kijken.
Hugh Hastings heeft bij
het schrijven van dit stuk naar deze psychologische diepgang gestreefd, en
bij het zien van de opvoering door de toneellisten van “Marmag” kregen wij
de overtuiging dat de spelers deze strekking ook hebben doorzien. Daarin
schuilt op zichzelf een grote verdienste.
Als collectieve
prestatie was deze opvoering van “Meeuwen boven Sorrento”
ongetwijfeld
belangwekkend. Het was voor “Marmag” een hoge greep, maar het is geen
misgreep geworden.
De oprechte ontroering,
die het spel enkele malen verwekte, was een waardevol spoor van hetgeen
Hastings met zijn stuk heeft beoogd.
MARMAG GOED THUIS IN
“MEEUWEN BOVEN SORRENTO
De invloed van het
hoorspel deed zich gelden, maar meer nog de zo bekende marinesfeer, waarin
het stuk is geschreven. Deze sfeer voelde de regisseur bijzonder goed aan,
waardoor de “Jannen-humor” en “de Jannenrauwheid” bijzonder tot hun recht
kwamen.
De rolverdeling was
sterk, goed gekozen naar de typische eisen, die de verschillende figuren
vergen.
Medespelenden waren:
Arie Vries, Jacob Veer, Roel Wijnmenga, Bert Agema, Wybe Klinge, Luc van
Eijbergen, Wiebe Bakker, Jan Rodenhuis, en Nico Winkel, die onder -soms
zeer bekwame- regie van Wybe Klinge
“Meeuwen boven Sorrento”
op de planken hebben gebracht.
[Einde citaten.]
Onderstaand nog een
tweetal foto`s van de uitvoering.


[Naar boven]
DE
SINTERKLAZENVERGADERING
Op
een contactavond van de personeelsvereniging “MARMAG” (Marine Magazijnen)
werd in het toneel- en danszaaltje van de heer Luckx in Den Helder,
bovengenoemde toneelschets opgevoerd. De heer Luckx had grenzend aan dit
zaaltje een slijterij.
Aan de schets deden 7 mannen mee waarvan er 6 zich
moesten omkleden als Sinterklaas. Er was één Sinterklaas met een mooi
kostuum en die zag er dan ook uit als de echte “St. Nicolaas.” De overige 5
was een allegaartje. De één had een veel te grote mijter, de ander een veel
te kleine, baarden van watten, nou ja, u kent ze wel de zgn. “nep-Sinterklazen.”
De heer Luckx , die het
allemaal prachtig vond, liep tijdens deze verkleedpartij cognacjes uit te
delen. Toen ieder er zo´n stuk of 3 op had, vond ik het welletjes en
verzocht de heer Luckx te stoppen, omdat er ook nog toneel gespeeld moest
worden.
Aan de schets deden
ondermeer mee Wiebe Bakker, Dick Kraak, kapper Ras en ondergetekende.
Tijdens deze vergadering zou er besproken worden
welke prijs er berekend mocht worden voor een Sinterklaasvisite.
Dick Kraak die nog
nooit toneelgespeeld had, was weken bezig geweest om
de tekst uit z´n hoofd
te leren en was dood zenuwachtig. Wiebe Bakker, had een makkelijke tekst en
moest op alles alleen maar ja en amen zeggen. Zelf speelde ik de rol van
voorzitter en had een prachtig St.Nicolaaskostuum aan met een mooie mijter
en St.Nicolaasstaf.
De spullen kreeg ik te
leen, onder voorwaarde dat er niets mee zou gebeuren, en dat beloofde ik.
Alles kwam uit de étalage van de stoffenzaak van mijn vrouw.
Toen het eindelijk
zover was en het doek opging en de Sinterklaasvoorzitter de vergadering had
geopend, vroeg hij aan welke Sinterklaas hij het woord mocht geven.
Wiebe Bakker riep: ”Ja,
ik”, en begon een heel onsamenhangend verhaal af te steken waarbij hij ook
de teksten van de andere Sinterklazen gebruikte. Kennelijk had hij een
cognacje te veel op.
De andere Sinterklazen
waren met stomheid geslagen en stonden er als houten Klazen bij, vooral Dick
Kraak.
Ik zei tegen Wiebe dat
hij zijn mond moest houden omdat de andere Sinterklazen ook wel iets te
zeggen hadden. Maar het was tegen dovemans oren gezegd, hij ging rustig door
met wauwelen.
Ik schreeuwde tegen
hem:” hou je kiezen nou is op mekaar” en was zo kwaad dat ik met een harde
klap de prachtige St.Nicolaasstaf uit de etalage van mijn vrouw, op de tafel
in tweeën sloeg.
Ik hoorde mijn vrouw in
de zaal roepen:”Oh, Oh, Oh.”
Tijdens het
schaterlachen van het publiek, snauwde ik Wiebe Bakker toe:” Hou je kop nou
is.” Blijkbaar heeft dat toch geholpen want hij hield z´n snater en de
Sinterklazenvergadering kon toen z´n normale verloop hebben.
Afgesproken werd dat
voor een Sinterklaasvisite Fl. 7.50 gerekend mocht worden. Op dat moment
kwam kapper Ras (een klein mannetje) op, om een Sinterklaas te bespreken.
Hij vroeg aan een
Sinterklaas wat een bezoek moest kosten. Die zei Fl. 7,50, waarop een andere
Sinterklaas zachtjes tegen kapper Ras zei:” Ik doe ´t voor vijf piek”,
waarop weer een ander zei:” Ik doe ´t voor een knaak.”
De schets moet dan
eindigen in een “gespeelde” vechtpartij. Toen ik uithaalde om een
Sinterklaas een flinke optater te geven, trof ik, per ongeluk, met mijn
elleboog het oog van Wiebe Bakker, die een kop kleiner was dan ik en achter
me stond. Hij dacht toen “Verrek ze beginnen echt te vechten, nou daar kan
ik ook een houtje van.”
Hij begon een paar
klappen uit te delen van heb ik jou daar en sloeg met één mep de mijter van
m´n kop. Ik hoorde mijn vrouw in de zaal weer roepen: ”Oh, Oh, Oh!”
Op hetzelfde moment
wilde Wiebe Bakker kapper Ras een schop onder z´n kont geven, maar die trok
z´n achterwerk in en probeerde met een holle rug en kleine dribbelpasje het
toneel af te vluchten. Het toneelvloertje was echter nogal glad, hij viel op
z´n platte kont en gleed zo de kleedkamer in. Op dat moment viel ook het
doek.
De mensen in de zaal
hebben gehuild van het lachen en waren vast in de veronderstelling dat het
allemaal zo hoorde. Maar wij wisten wel beter.
Een daverend applaus
was onze beloning, maar na afloop had ik wel het één en ander aan mijn vrouw
uit te leggen.
[Naar boven]
JOPIE ALS STANDBEELD
In de winter van 1939 speelde m´n vriend Ad Klok en ik bij de
toneelvereniging “Steeds Hoger“ in Schiedam op de Lange Haven, waarin het
“Musis Sacrum” als boven genoemde eenakter werd opgevoerd.
Ad Klok speelde de rol van een arme, aan lager wal
geraakte beeldhouwer en ik vertolkte de rol van Jopie, z´n huisknecht, die
hem trouw gebleven was.
De beeldhouwer had
opdracht gekregen van een hardhorende en kippige baron om een standbeeld van
hem te maken.
Toen de beeldhouwer en Jopie al een paar dagen zo
goed als niets gegeten hadden, stelde de beeldhouwer voor om het standbeeld
van de baron (dat bijna klaar was), naar de bank van lening te brengen en
van het geld dat het opbracht eten te kopen. Zo gezegd, zo gedaan.
Jopie bracht het beeld naar de bank van lening en kocht van het geld dat
hij gekregen had de lekkerste dingen
Toen hij daarmee thuis
kwam en ze net zaten te smullen, werd er gebeld en toen ze uit het raam
keken wie er voor de deur stond, was het de baron die naar zijn standbeeld
kwam kijken. Goede raad was duur.
Maar de beeldhouwer
kreeg een lumineus idee en zei tegen Jopie: ” Dan moet jij maar even voor
standbeeld spelen, die baron is toch bijziende.
Ik gooi voorlopig een laken over je heen, dan heeft
hij niets in de gaten.”
Vliegensvlug ging Jopie
op de sokkel staan en kreeg een laken over zich heen. Daarna deed de
beeldhouwer de deur open en liet de baron met hoge hoed en gehoortoeter
binnen.
(In
die tijd bestonden
er nog geen gehoorapparaten).

De baron vroeg of zijn
standbeeld al klaar was en of hij het mocht zien. De beeldhouwer schreeuwde
in de gehoortoeter van de baron: ”Het is bijna af.” Waarop de baron weer
aan de beeldhouwer vroeg: ”Wat zeg ie?” en Jopie onder
het laken antwoordde:
”Als je valt dan leg ie.”
En dat ging zo een
tijdje door, tot groot vermaak van het publiek, maar niet van de beeldhouwer.
Die kreeg het Spaans benauwd, omdat hij telkens weer in de gehoortoeter van
de baron moest schreeuwen: ”Uw beeld is bijna klaar, maar er moet nog het
één en ander aan gebeuren, ik laat het liever aan u zien als het af is.”
Maar de baron wilde per
se het standbeeld zien.
Het laken werd van
Jopie afgehaald en tijdens het moeizame gesprek dat toen tussen de
beeldhouwer en de baron volgde, moet Jopie steeds komische opmerkingen en
gebaren maken, waarbij het publiek zich kostelijk amuseerde. De beeldhouwer
wist zich echter geen raad en gebaarde steeds naar Jopie dat hij op moest
houden.
De Baron bleek
uiteindelijk toch wel tevreden met zijn beeld, maar ging op een gegeven
moment het beeld aftasten en voelde toen dat het een mens van vlees en bloed
was.
Verontwaardigd begon
hij te schreeuwen:”Ik ben belazerd! Ik ben bedonderd! Dat beeld is niet echt!”
Op dat moment moet
Jopie de hoge hoed van de baron over diens oren trekken waardoor die niets
meer kan zien.
Dan moet Jopie via het
opgeschoven raam vluchten. De beeldhouwer moet dat zien te voorkomen door
Jopie bij zijn voet te grijpen waarbij de schoen van Jopie z´n voet trekt en
met zijn handen in de lucht met de schoen, achterover op z´n gat valt.
Onderwijl tracht de
baron wanhopig de hoge hoed van z´n kop te krijgen en dan valt het doek.
Zo had het moeten gaan
als alles goed verlopen was, maar het verliep enigszins anders.
Van tevoren had ik
tegen Ad Klok gezegd: ”Denk erom dat je mijn goede voet grijpt, want in die
schoen zit geen veter zodat hij gemakkelijk uit gaat. Als je m´n verkeerde
voet grijpt dan gaat het fout, want die schoen zit muurvast aan m´n
kunstbeen.
Ad Klok zei nog tegen
me: ”Geen paniek, komt voor mekaar.”
Mooi niet dus, prompt
greep hij m´n verkeerde voet, waardoor ik met m´n volle gewicht in het
raamkozijn bleef hangen en het hele décor naar beneden donderde en wij
eronder lagen. Op ´t zelfde moment viel het doek.
Dit onvoorziene slot
leverde ons wel een klaterend applaus op.
Een brandweerman (die
altijd aanwezig moet zijn) heeft ons geholpen om onder het décor vandaan te
komen.
Gelukkig mankeerde we
niets.
[Naar boven]
SCHIJNDOOD
In een revue van de
toneelvereniging MarMag (Marine Magazijnen) werd bovengenoemde schets
gespeeld. De schets speelt in de jaren 20 toen er in veel gezinnen bittere
armoe werd geleden.
De vrouw van een
echtpaar dat al een paar dagen zo goed als niets gegeten had en ook geen
boodschappen meer “op de pof” of “op de lat” kreeg, omdat ze overal te veel
in het krijt stond, verzon toen de volgende list.
Ze zei tegen haar man
dat hij op de divan onder een laken moest gaan liggen, en zich dood moest
houden. Zij zou dan als de melkboer of de bakker of de slager belde, hevig
gaan jammeren en huilen en zeggen dat haar man van de honger gestorven was
en dat zij ook zo´n honger had.
De melkboer zou dan wel
uit medelijden een fles melk of een pakje boter geven, de bakker een paar
broden en de slager een worst of wat vleeswaren.
Aldus geschiedde.
De vrouw werd gespeeld
door mijn echtgenote Jeanne
en
Henk Haak van Overloop speelde de man onder het laken.
Als de slager op komt
met z´n rieten slagersmand, hangt er over de rand van de mand een grote
leverworst. Op het moment dat de slager de vrouw staat te troosten, moet de
man met z´n kop onder het laken vandaan komen en stiekem een grote hap uit
de leverworst nemen om dan weer snel met z´n kop onder het laken te
verdwijnen. Dit alles tot groot vermaak van het publiek.
Wat Henk Haak van
Overloop niet wist, dat wij het uiteinde van de worst hadden uitgehold en
vol gesto pt
met sambal.
Toen het zover was dat
hij een flinke hap uit de worst moest nemen en dan vlug weer onder het laken
dook, lag hij daar dus met een b.. (sorry) mond vol sambal tot het einde van
de schets.
De taal die hij
uitkraamde toen het doek gevallen was en hij in de kleedkamer kwam, is niet
voor herhaling vatbaar!
[Naar boven]
In November 1958 voerde
de toneelgroep MARMAG (Marine Magazijnen) het toneelstuk “OMWILLE VAN DE
SMEER” op in het Casino in
Den Helder.
Het stuk handelt over
een oude man die er “warmpjes” bijzit en het niet lang meer zal maken.
Familieleden van hem zijn al op z´n geld uit en ineens poeslief voor hem.
In het stuk speelt een
oud dametje mee, die ook op z´n geld zit te spinzen en nog met hem wil “aanpappen.”
U kent die typetjes wel.
Dit dametje werd
gespeeld door mijn vrouw Jeanne en ikzelf speelde de rol van de oude man.
Bij hoge uitzondering
mocht onze dochter Mia (toen 11 jaar) de opvoering bijwonen. Voor haar zat
een verslaggever van de Helderse Courant, maar dat wist Mia niet.
De rest van dit verhaal
laat ik de verslaggevers aan het woord.
MIA LEEFDE MEE
Toen
“Omwille van de smeer” aan ons oog voorbij rolde, klonk in de rij achter ons
meermalen een enthousiaste uitroep zoals “die pappa” en “wat ziet mam er
vreemd uit.” Het onderdrukte gepraat bleef ons af en toe in de oren klinken,
waardoor onze nieuwsgierigheid op de duur werd gewekt.
In de pauze vroegen we
aan het meisje achter ons wat haar zo amuseerde.
“Mijn vader en moeder
spelen mee meneer.”
“En wie zijn dat dan
wel?” was onze wedervraag.
“Nou die ouwe in die
rolstoel is mijn vader en dat oude vrouwtje is mijn moeder.”
De kleine Mia, dochter
van Wybe en Jeanne Klinge, zei echter over moeders uitbeelding iets anders
…………..
Tot zover het verhaal
van de verslaggever.
Mia is inmiddels ook
een dagje ouder geworden, maar wordt soms nog met dit verhaal geplaagd.
[Naar boven]
VERSCHROEIDE AARDE

In november 1954 werd door de toneelgroep MarMag
diverse malen bovengenoemd toneelstuk opgevoerd, t.w. in het Casino, de
Marine Kantine en op het Deibelkamp.
Verschroeide Aarde is een spel van trouw en verraad
op Java in 3 bedrijven. Auteur Arie van der Lugt.
Er gingen twaalf
maanden intensief repeteren aan vooraf, voor we het aandurfden dit
toneelspel op te voeren.
Zoals gezegd, de
gebeurtenissen spelen zich af op Java, waar een kleine groep Nederlandse
soldaten, vlak bij de demarcatielijn, is afgesneden van de troepen.
Van een tweetal Javanen,
die zij later op een plantage ontmoeten weten zij niet of die te vertrouwen
zijn, of verraad zullen plegen.
Het
blijkt trouw te zijn en de Javaan Djonghjah (gespeeld door Luc van Eijbergen)
bekoopt zijn trouw zelfs met de dood.
De toeschouwers komen
in het eerste bedrijf in contact met de soldaten in een hut langs een
verkeersweg, die ze hebben bezet. Ze worden bedreigd door “ploppers.” Dat
waren fanatieke Indonesiërs die hun haar lieten groeien tot alle Hollanders
uit Indië verjaagd waren.
Ook werd menigmaal, de
tactiek van “verschroeide aarde” toegepast, door het stichten van branden,
om zodoende Hollanders op de vlucht te jagen.
Achter het toneel
werden deze brandhaarden gesuggereerd door het ontsteken van Bengaals
vuurwerk.
Het 2e en 3e
bedrijf speelt zich af in het landhuis van planter Zonneveld,
gespeeld door Wiebe Bakker.
Een Javaans vrouwtje (Adindah)
is er in dienst, als Baboe en zit langdurig
gehurkt in een hoekje
op het toneel.
Deze rol werd vertolkt
door mijn vrouw.
Adindah en Djonjah
houden van elkaar.
In deze bedrijven moet
zo nu en dan ook Maleis worden gesproken.
Tijdens de repetities
leerde een Javaans vrouwtje (Lien Duinker) ons om het Maleis goed uit te
spreken en ook op andere wijze, zoals met gebaren en houding, stond zij mijn
vrouw met raad en daad ter zijde.
Er deed één speler mee
(Luc van Eijbergen) die destijds ook in werkelijkheid aan diverse actie´s in
Indië had deelgenomen en ons de nodige aanwijzingen en adviezen kon geven.
Omdat we een mannetje
te kort kwamen, besloot ik om zelf mee te spelen als een licht gewonde
soldaat, die een schampschot had opgelopen aan zijn been.
Het hoofd van de Marine
Magazijnsdienst (Dhr. Damen) had er voor gezorgd dat we tijdens de
uitvoeringen over echte wapens konden beschikken.
Wel moest elk wapen met
bijbehorend nummer aan de politie worden doorgegeven. Er kwam dus heel wat
aan te pas, voor we konden spelen.
Achter het toneel waren
twee matrozen behulpzaam bij het opbouwen van de décor´s en nog wat andere
karweitjes.
Zij hadden ook een
groot aantal kaarten aan hun maten verkocht.
Tijdens de opvoering
zaten er heel wat Indische mensen in de zaal en we
waren dan ook blij dat
we nu, door het vele repeteren, de Maleise teksten naar behoren konden
uitspreken.
Eén
van de “ploppers”, gespeeld door Ferry van Gijn, moest één zinnetje in het
Maleis zeggen, t.w. “ saja tjoema sindiri di sine – ja “ (ik ben hier alleen
–ja) maar was zo zenuwachtig, dat hij dat zinnetje steeds, heen en weer
lopend, hardop liep te repeteren en dan naar de tap ging en een biertje
bestelde. Toen hij zo´n 3 biertjes naar binnen had geslagen, verzocht ik de
tapbaas geen biertjes meer aan Ferry te geven, bang als ik was dat hij
anders dronken op het toneel zou verschijnen.
Aan het einde van het
toneelstuk blijkt, dat Jongjah de geliefde van Adindah, ten onrechte is
gedood . Hij wordt op een divan gelegd en toegedekt met de Nederlandse vlag
en dan klinkt op de achtergrond zachtjes het Wilhelmus.
Op het toneel hoorden
we mensen in de zaal snikken en sommige van ons lieten op dat moment hun
tranen ook de vrije loop.
Toen het doek viel en
even later weer opging kregen we een overweldigend applaus. .
De andere dag hadden de
twee matrozen, die behulpzaam waren geweest achter het toneel, aan hun maten
gevraagd hoe zij het gevonden hadden en het antwoord was: ”Geweldig, vooral
die aan z´n been gewonde soldaat. Die heeft niet één keer vergeten mank te
lopen!”
Ja, dank je de koekoek,
ik kon dat ook niet vergeten, want ik heb een kunstbeen.
Met “Verschroeide
Aarde” werd ook deelgenomen aan een toneelwedstrijd en tot onze grote
vreugde wonnen we de eerste prijs.
Eén speelster kreeg
zelfs een tien van de jury.
Met enige trots kan ik
vermelden dat het mijn eigen vrouw Jeanne was.
Maar ook de anderen
komt alle lof toe, want het is “teamwork”, je moet het z´n allen doen.
De volgende dag moest
ik bij de heer Damen (die ook in Indië geweest was) komen.
Hij complimenteerde ons
met het vertoonde spel en zei: “Ik heb nooit geweten dat u met een Javaans
vrouwtje getrouwd bent.”
Ik heb hem uitgelegd
dat m´n vrouw zo goed geschminkt was door de grimeur (dhr.Polman) en dat zij
een blanke Hollandse vrouw was en gebaren en houding van een echte Javaanse
vrouw had geleerd.
Hij wilde het echter
niet geloven.
Bij een volgende
uitvoering heb ik hem na afloop aan mijn vrouw voorgesteld om hem te
overtuigen dat mijn vrouw echt blank was.
Het enige wat hij uit
kon brengen was:” Niet te geloven! Niet te geloven!”
Enige dagen later kwam
een sergeant van de Landmacht, die het toneelstuk had gezien, vragen of wij
het ook voor de militairen van de Landmacht wilde spelen in het Deibelkamp.
Zelf had hij met
enkelen van zijn collega`s ook aan de actie´s in Indië deelgenomen .
Ik zag er wel tegen op,
om voor een zo´n uitgelezen gezelschap op te treden. Ik was bang dat we de
nodige op- en aanmerkingen naar ons hoofd geslingerd zouden krijgen.
Hij gaf mij echter de
verzekering dat als we zo speelden als hij het had gezien, daarvan geen
sprake zou zijn.
Uiteindelijk wist hij
mij te overtuigen en na een bespreking met alle medewerkenden, besloten we
de gok te wagen.
Wel heb ik er bij
iedereen op aangedrongen extra z´n best te doen.
Toen het eerste bedrijf
zover gevorderd was dat er een Jap met een dolk onder een stuk zeildoek te
voorschijn komt om een soldaat neer te steken, stond er plotseling een
militair in de zaal op en schreeuwde: “ G.v.d. een Jap! een Jap! kijk uit
kijk uit een Jap een Jap!”
Toen wist ik dat het
goed zat!
Na afloop kregen we ook
hier een daverend applaus en mochten vele complimentjes in ontvangst nemen.
De laatste keer dat dit
stuk met veel succes werd opgevoerd, was t.b.v. het Nederlands T.B.C.
Sanatorium te Davos.
De opbrengst bedroeg
400 gulden, voor die tijd een flink bedrag.
Destijds was in dat
sanatorium de telefonist van de Marine Magazijnen (Herman Vlot) opgenomen.
We besloten het
toneelstuk speciaal voor hem ook als hoorspel op te nemen en de opnameband
naar Davos te sturen, zodat Herman Vlot er ook bij betrokken werd. Dit is
ook gebeurd.
De opname`s hebben
plaats gevonden in de woning van Piet van Oosterum.
Personage´s:
“De Snor” (sergeant)
……………………………… Lou Jansen
“De Brulboei” (korporaal)
………………………… Arie Vries
“De Rare” (soldaat)
………………………………. Wybe Klinge
“De Lord” (soldaat)
……………………………….. Jan Rodenhuis
“De Stille
“(soldaat) ..................................................Bert Agema
Karel Zonneveld
(planter) ………………………….Wiebe Bakker
Marie, (vrouw van
planter) …………………………Anneke Dams
Thea (dochter van
planter) ………………………….Dieuwie van Leeuwen
Adindah (Javaans
vrouwtje …………………………Jeanne Klinge
Djongjah (Javaanse
bediende) ………………………Luc van Eijbergen
Inoë Shan (Jap in
republikeinse dienst) ……………..Roel Wijmenga
Sadjoh (Javaans
soldaat) …………………………….Ferry van Gijn
Regie: Wybe Klinge
Grime: Polman & Zoon.
Geluid: Hr. Leeman
Adviezen: Lien Duinker
en Luc van Eijbergen
[Naar boven]
OP HOOP
VAN ZEGEN
Na maandenlange en gedegen voorbereiding werd op 20
mei 1957 door de toneelgroep “MarMag” (Marine Magazijnen) het bekende
toneelstuk
“Op Hoop van Zegen” van Herman Heijermans opgevoerd
in “Casino” in
Den Helder, voor de toen nog genoemde “Ouden van
Dagen.”
De inhoud van dit toneelstuk handelt onder meer over
oude eigenlijk niet meer zeewaardige vissersschepen, die hoog verzekerd
waren, en met stormweer toch de zee op werden gestuurd. Dit met de bedoeling
dat het schip zou vergaan en de verzekeringspremie in de wacht gesleept kon
worden.
Deze schepen werden ook wel “drijvende doodkisten”
genoemd.
(Onwillekeurig moet ik nu ook even denken aan de
verschillende hoog verzekerde olietankers die in de laatste jaren, onder
verdachte omstandigheden, zijn vergaan. Maar dit terzijde.)

De uitdrukking “de vis wordt duur betaald” zal vooral
bij de ouderen onder u zeker bekend in de oren klinken, evenals de aftocht
van Kniertje met het pannetje soep aan het einde van dit toneelspel.
Het vissersleed en het sociaal onrecht worden in dit
stuk op aangrijpende en ontroerende wijze aan de kaak gesteld.
Aan dit toneelspel deden 17 personen mee, dus was het
een hele klus om uit te zoeken wie het beste bij een bepaalde rol paste.
Maar uiteindelijk is dat toch, tot ieders tevredenheid, gelukt en kon met de
repetities begonnen worden.
Ik herinner me nog, dat tijdens de eerste
leesrepetitie Mary Goudswaard, die voor de dochter van de reder speelde,
tegen Kniertje moest zeggen: ”Kijk de haan zit op Arie z´n dak.” Maar ze
vergiste zich en zei: “Kijk de haan zit op Arie z´n zak.” Iedereen begon te
lachen en ik zei tegen Mary: ”Nee, er staat de haan zit op Arie z´n DAK!”
Mary dacht dat ze de klemtoon verkeerd legde en zei opnieuw ”Kijk de haan
zit op Arie z´n ZAK”.
Natuurlijk gierde iedereen toen van het lachen. Mary
begreep er niets van.
Ik zei: ”Mary er staat geen zak, maar DAK met de D
van Dirk. Toen had Mary de vergissing in de gaten en wist van schaamte niet
waar ze kijken moest. Het schaamrood stond op haar kaken. Ik zei: “Nou meid,
zo erg is het niet, iedereen kan zich vergissen en wij hebben toch lol gehad”.
Hierna vervolgde we onze leesrepetitie.
Wat ik me ook nog weet te herinneren is, dat ik
tijdens de generale repetitie mijn vrouw, (die voor Kniertje speelde en in
de bedstee lag), steeds “Au Au” hoorde roepen. Toen ik haar vroeg wat er aan
de hand was zei ze:” Er ligt onder de bedstee iemand met een speld steeds in
m´n kont te prikken.”
Nu houd ik wel van een geintje en voor even is het
wel leuk, maar het moet natuurlijk niet aan de gang blijven. Ik verzocht dus
daar mee te stoppen, zodat er weer serieus verder gerepeteerd kon worden.
De belangstelling voor dit stuk was zo enorm groot,
dat de mensen al om zes uur in de rij stonden, terwijl de voorstelling pas
om 8 uur begon. In verband met het slechte weer en omdat het merendeel
bejaarde mensen waren, besloot de eigenaar van “Casino” de deuren al om half
zeven te openen.
Met dit toneelspel werd ook aan de toneelwedstrijd
deel genomen en met enige trots kan ik zeggen, dat wederom door de
toneelgroep “MarMag” de eerste prijs werd behaald in de categorie “Moeilijke
stukken.”
Deze prijs werd door de toenmalige burgemeester van
Den Helder, Mr.G.D.Rehorst uitgereikt.
Als bijzonderheid kan nog vermeld worden dat in de
jury o.a. ook de ouders van de bekende toneelspeler en filmacteur Rutger
Hauer zaten.
Voor een verslag van de opvoering van “Op Hoop van
Zegen” kan ik u het beste naar onderstaande recensie verwijzen die destijds
in de Helderse Courant stond.
Recensie Helderste Courant:
TWEEDE HOOGTEPUNT IN TONEELWEDSTRIJD
De Toneelgroep Marmag heeft gisteravond in Casino te
Den Helder een grandioze opvoering gegeven van Herman Heijermans “Op Hoop
van Zegen.”
Na de prestatie van de M.O.O.C. (Marine
Onderofficieren Club) verleden week, was dit het tweede hoogtepunt in de
toneelwedstrijd, die dit jaar wel buitengewoon succesvol is. Tijdens de
opvoering werden verschillende topprestaties geleverd en daar ook het geheel
gaaf was en (behoudens in het begin) behoorlijk werd gespeeld, kon er van
een uitstekende verrichting worden gesproken.
Wybe
Klinge zorgde voor een strakke regie en vooral in het derde bedrijf wist hij
daardoor de spanning hoog op te voeren.
In het eerste bedrijf speelde Bert Agema prachtig als
de zoon Geert.
Met grote overtuiging uitte hij zijn socialistische
ideeën, goed opgevangen door
Jeanne Klinge, die een respectabele vertolking gaf
van Kniertje.
De botsing tussen Geert en de reder (Wiebe Bakker)
kwam er iets minder gelukkig uit, doordat de laatste niet altijd snel genoeg
reageerde.
Opvallend was ook het spel van Jan van Ballegoyen als
bejaarde Cobus.
Van de jonge meisjes die in het stuk voorkomen zouden
wij in de eerste plaats
Ief Grötzinger willen noemen. Haar spel was spontaan
en natuurlijk en haar angst in de stormnacht aangrijpend.
Corrie Peeters vertelde in dezelfde scène haar
droevig verhaal met het klassieke:
“De
vis wordt duur betaald.” Zij deed het prachtig en zo doorleefd, dat zij niet
alleen het publiek maar ook zichzelf aan het snikken bracht.
Wybe Klinge was een overtuigende Simon. Luc van
Eijbergen een geslaagde Barend. Jan de Boer zette het
diaconessenhuismannetje uitstekend op de planken. Veel waardering hadden wij
ook voor Carla Cats als Marietje.
Mary Goudswaard kwam nog niet geheel los, maar haar
spel houdt zeker beloften in.
Ook de kleinere rollen waren in goede handen.
Décor, aankleding en geluiden hielpen mee de sfeer te
verhogen.
Het was alleen jammer dat de souffleur vaak iets te
luid sprak, wat heus niet nodig was.
Het ovationele applaus aan het eind was volkomen
verdiend.
Ook wat de keuze van het stuk betreft, want juist
voor een plaats als Den Helder
blijkt “OP HOOP VAN ZEGEN” nog springlevend te zijn.
Tot zover deze recensie.
ROLVERDELING:
Kniertje een vissersweduwe
Jeanne Klinge
Geert zoon van Kniertje
Bert Agema
Barend zoon van Kniertje
Luc van Eijbergen
Jo, nicht van Kniertje
Ief Grötzinger
Cobus, broer van Kniertje
Jan van Ballegoyen
Daantje, diakenhuismannetje
Jan de Boer
Clemens Bos, reder
Wiebe Bakker
Mathilde, vrouw van de reder
Anneke Dams
Clementine, dochter van reder
Mary Goudswaard
Simon, scheepsmakersknecht
Wybe Klinge
Marietje, dochter scheepsmakersknecht
Carla Cats
Mees, Marietje´s aanstaande
Henk Hartman
Kaps, boekhouder (dubbelrol)
Henk Hartman
Saart, vissersweduwe
Corry van Saus
Truus, vissersvrouw
Corrie Peeters
Jelle, bedelaar
Jaap van Deutekom
Veldwachter
Jo Kelder
Veldwachter
Piet Kelder
(Ook de tortelduif van Corrie Peeters die in een
kooitje naast de bedstee van Kniertje hing, koerde een aardig woordje mee.)
Techniek en geluid:
Kees Pot
Grime:
Polman & Zoon
Algehele leiding en regie:
Wybe Klinge
[Naar boven]
ROBBEDOES
Dit blijspel werd ten
tonele gebracht op 29 oktober 1952 door de toneelgroep van MarMag (Marine
Magazijnen) in Casino.
De
hoofdrol “Robbedoes” werd gespeeld door Esther Birkenfeld, een gezellige
lachebek, die doodzenuwachtig was.
Het stuk was nog maar
amper begonnen, toen ze haar tekst niet meer wist.
In haar zenuwen begon
Esther te lachen.Volgens haar zeggen heb ik toen zo kwaad gekeken, dat zij
nog harder moest lachen.
Tegenwoordig zou je
hiervoor een “open doekje” krijgen, maar toen was dat nog niet het geval.
Door het harde lachen
kreeg de souffleur de gelegenheid haar uit de nesten te helpen en kon er,
toen ze uitgelachen was, verder gespeeld worden.
Even later in het
toneelstuk moest haar vriendje op zijn motor vertrekken.
Omdat er toentertijd
nog geen geluidsbandjes waren, stond er iemand met een echte motor in de
kleedkamer. Die moest op het juiste moment de motor
starten. Dat ging
echter met zo´n enorme knal gepaard, dat het publiek van schrik een halve
meter uit hun stoel omhoog schoot en Esther opnieuw in de lach schoot.
Gelukkig begon het publiek toen mee te lachen en kon het spel even later
weer hervat worden.
Over dit lachen schreef
de verslaggever van de Helderse Courant het volgende:
” Dat wij haar het 3x
ongewenst lachen toch vergeven, dankt zij aan haar keurige spel, dat
meermalen respect afdwong.”
Ondanks dit alles
kregen we, toen het doek voor de laatste maal gevallen was, een lang en
dankbaar applaus. We hadden met z´n allen de opvoering toch tot een succes
gemaakt. Zelfs zo groot, dat we hierna nog driemaal werden uitgenodigd om
dit stuk te spelen.
Op
24 januari 1953 ten bate van het hospitaal-kerkschip “De Hoop.”
Dat bracht f.300.= op.
Voorwaar een flink bedrag voor die tijd.
Op 18 en 19 April 1953
in Julianadorp voor de Harmonievereniging “Kunstzin”, in de zaal Prins
Hendrik.
Hier fungeerde een
vrachtwagen achter het toneel als kleedkamer,waar ook voor grimeur Polman
een plekje was ingeruimd.
Zoals toen gebruikelijk,
was er “BAL NA.”
Sommige mannen waren op
klompen gekomen, en hadden die geparkeerd in de gang of hal van het gebouw.
Zij dansten doodgemoedereerd op hun sokken, maar dat mocht de pret niet
drukken.
De dames van het toneel
werden veelvuldig door de heren ten dans gevraagd en op menig citroentje
met suiker, of ander drankje getrakteerd.
Ze amuseerden zich dan
ook opperbest.
Het werd een “latertje,”
maar toen het BAL was afgelopen, keerde iedereen vrolijk huiswaarts.
Het
toneelgezelschap bestond uit de volgende personen:
Esther Birkenfeld,
Anneke Dams,
Luc van Eijberen,
Lou Jansen,
Jeanne Klinge en Wybe
Klinge,
Arie Roth,
Nel Wortel,
Ans Zikkenheiner.
Regie: Wybe Klinge
[Naar boven]
FILMMANIAKKEN
Het allereerste toneelstuk dat door de toneelgroep
MarMag (Marine Magazijnen) werd opgevoerd, was bovenstaande spel van nonsens
en gein, in vier bedrijven, geschreven door H. Bakker.
Dit
toneelspel werd op 08-11-1951 opgevoerd in “Casino” voor de leden en
donateurs van MarMag en op 04-12-1951 voor de toen nog genoemde “Ouden van
Dagen.”
Het stuk handelt over 2
landlopers die zich uitgeven voor het toen nog bekende en beroemde
filmsterren duo Watt en Halfwatt, de voorlopers van het duo Stan Laurel en
Oliver Hardy, beter bekend als de Dikke en de Dunne.
Watt was een lange
dunne man, gespeeld door Jan van Ballegooyen (met als bijnaam Slok) en
Halfwatt een nogal dik klein mannetje, gespeeld door Bep Coster (met als
bijnaam Zwijntje).
De rol van
flessentrekker van Swieteren (gespeeld door Arie Roth) weet op slinkse wijze
de eigenaars van een pension te benaderen.
Hij heeft namelijk
ontdekt dat de twee landlopers als 2 druppels water lijken op de beroemde
komieken Watt en Halfwatt van het witte doek.
Gedrieën nemen zij hun
intrek in pension “DE DUINROOS” en eten en stelen er braaf op los, tot zij
uiteindelijk toch worden ontmaskerd.
Hieronder
een gedeelte van de recensie in de Helderse Courant
d.d. 09-11-1951.
“Op geestige wijze
heeft de schrijver dikwijls de toneellisten in zijn macht. Zo waren de
rollen van Slok en Zwijntje dankbaar te aanvaarden, omdat zij 2 gehaaide
grappenmakers voorstellen, die de lachers spoedig op hun hand hadden.
De eigenaar van het
pension werd goed uitgebeeld door Wiebe Bakker, terwijl zijn dochter Aagje (Nel
Tesselaar) en haar minnaar (Wybe Klinge) zich uitstekend bij dit milieu
aanpasten.
Mevr.
Klinge als miss Bella had een even dankbare rol als de heren van Ballegooyen
en Coster. Een zwart gezicht, drukke gebaren en een rake stemtypering ,
aangevuld met zekerheid en talent, garandeerden haar succes.
Als pensiongasten
fungeerden de dames
Esther Birkenfeld
Balie van Bijnen
Anneke Dams,
Tiny van
Engelsdorp-Gasrelaars
Ans Koorn,
Ans Zikkenheiner en
de heer Piet van
Oosterum.
De regie was in handen
van Wybe Klinge.

Zij allen droegen bij
tot het welslagen van deze avond.
Vermelden wij voorts de
prachtig uitgevoerde décors van de heren
Daan van Tiel en A.
Lugtenburg.”
Tot zover dit verslag.
Tijdens de ochtendscène
werden er bij de kelner (de rol die ik mezelf had toebedeeld) 4 kopjes thee
besteld. Tot mijn grote schrik (ik kon wel door de grond zinken), had de
toneelmeester echter per abuis
4 glaasjes jenever (die
pas in het volgende bedrijf nodig waren) i.p.v. 4 kopjes thee op het
serveerblad gezet..
Deze fout kon niet meer
hersteld worden, omdat ik anders dwars door de zaal naar de bar achterin de
zaal had moeten lopen.
De heren Slok en
Zwijntje en ook de dames maakte er echter geen enkel probleem van toen ik 4
glaasjes jenever i.p.v. 4 kopjes thee serveerde, met de mededeling dat de
thee nog stond te trekken.
Frappant, dat de
verslaggever dit voorval blijkbaar is ontgaan, want hierover heeft hij niets
geschreven.
W. Klinge
[Naar boven]
BONAVENTURA
Op 19 april 1958 werd door de toneelgroep MarMag
(Marine Magazijnen) het door Charlotte Hastings prachtig geschreven
toneelspel “Bonaventura” op de planken gezet.
De gebeurtenissen
spelen zich af in een nonnenklooster.
Voor de noodzakelijke
kleding werd zorg gedragen door een kleding verhuur bedrijf uit Amsterdam,
die ook voor 2 kleedsters had gezorgd.
Bij
het aankleden van de nonnen werden eerst doeken over hoofd en oren van de
betreffende dames gedaan, en daar over heen de nonnen kappen geplaatst. En
het dient gezegd, de dames zagen er dan ook werkelijk als echte nonnen uit.
De moeilijkheden
begonnen echter tijdens de opvoering.
Waar niemand bij stil
gestaan had was, dat de nonnen de souffleur niet konden verstaan door de
over de oren gewonden doeken en over het hoofd geplaatste kappen.
Dat ondanks deze enorme
handicap alles toch goed is verlopen,
is een extra
compliment waard aan de voor non spelende dames, en moge tevens blijken uit
onderstaande krantenverslagen van het
Noord-Hollands Dagblad
en de Helderse Courant.
”Ontroerend spel van MarMag in
Bonaventura.”
“Toegewijd optreden
MarMag-tonelisten.”
De toneelgroep MarMag
heeft met Bonaventura een geslaagde greep gedaan. Het stuk bleek de spelers
te fascineren en het gevolg was een meeslepende vertolking, die alle
aanwezigen tot de laatste seconden in haar ban hield.
Wybe Klinge speelde
ditmaal niet mee en had zich volledig aan de regie gewijd.
Vele sterke punten van
de voorstelling waren er het gevolg van.
Er werd nu met overleg
een climax opgebouwd, het stille spel werd met toewijding uitgevoerd en er
was ook een grote beweeglijkheid in de scènes.
Komt
de regisseur dus alle eer toe, hij slaagde vooral omdat hij de beschikking
had over enkele sterke krachten, maar ook omdat hij de rollen aan de
passende mensen had gegeven, al deed natuurlijk niet ieder even goed.
Het spel was dikwijls
ontroerend, er viel wel eens een clausje, maar dat wierp nauwelijks een smet
op de voorstelling.
Jeanne Klinge heeft als
de ter dood veroordeelde kunstenares Sarat Corn een grote indruk gemaakt.
Daar Corrie Peeters als zuster Bonaventura een vrijwel gelijkwaardige
tegenspeelster was, kon men van goede dialogen tussen deze twee
belangrijkste twee figuren genieten.
Prachtig heeft Henk
Hartman gespeeld als de achterlijke Willy.
Een goede rol was ook
die van Wiebe Bakker als Melling, al zou
men zich die figuur
iets jonger wensen.
Zuiver aangevoeld was
de typering, die Ief Grötzinger van de keukenzuster gaf.
Anneke van den Burg
speelde de moeder Overste rustig en waardig, misschien met iets te weinig
gezag.
Bert
Agema handhaafde een goede vorm als de dokter-moordenaar, maar in de
slotscène, toen hij werd ontmaskerd, zakte hij wat af.
Verdienstelijke
bijrolletjes werden gespeeld door Carla Cats,
Mary Goudswaard en Marie Ras.”
Tot zover gedeelten uit
de kranten verslagen.
Voorwaar mooie kritiek.
W. Klinge
[Naar boven]
DOOR HET DONKER KWAM EEN WONDER
(Samengesteld door ALEX WINS)
Het zal september 1955 geweest zijn, toen de heer
Roobol (destijds wethouder van de gemeente Den Helder) bij ons aan de deur
kwam met het verzoek of hij mij even te spreken kon krijgen.
Ik had geen flauw benul
waar het over zou gaan, maar dat kwam ik al spoedig aan de weet.
Hij vertelde, dat het
N.V.V. (Nederlands Verbond van Vakverenigingen) in februari 1956 het 50
jarig bestaan zou vieren met een toneelstuk in revue-stijl geschreven en
getiteld:
“DOOR HET DONKER KWAM EEN WONDER.”
Zijn verzoek aan mij
was, of ik de regie van dit stuk op mij wilde nemen.
Zo´n 30 personen van de
Helderse Bestuurdersbond namen hieraan deel.
Na lang beraad beloofde
ik, onder voorbehoud, het te willen proberen. mede gezien het feit dat ik
veel mensen die zich hadden aangemeld niet kon.
Het plan was dit
jubileumstuk op 22, 23, en 24 februari 1956 in het Casino op te voeren,
terwijl ook opvoeringen in Julianadorp en Texel op het programma stonden.
Om u een indruk te
geven wat er allemaal komt kijken om een dergelijk stuk ten tonele te
brengen, laat ik onderstaand een journalist van Het Vrije Volk aan het
woord, die op 10 februari 1956 onderstaand verslag van een repetitie
schreef.
[Citaat:]
“Die zin moet nog iets
feller Freek, en dan moet Piet niet lachen voordat hij de mop van zijn
buurman heeft gehoord.
Gelaten beginnen de
spelers weer opnieuw en zo groeit langzaam.
DOOR HET DONKER KWAM EEN WONDER, het
jubileum stuk.
Er komt veel bij kijken
voordat men een voorstelling kan geven. Dat geldt zeker voor deze
toneelrevue, die vele décors eist, en die bovendien in vele scènes flinke
speltalenten vraagt.
Het spel is opgebouwd
uit 7 taferelen, een proloog en een epiloog.
Daar tussen door wordt
er gedeclameerd en gezongen.
Ook zal men de stem van
Jan van Zutphen kunnen horen die via een geluidsband een toespraak houdt.
In dit stuk krijgt men
een voortreffelijke indruk van het werk van de arbeiders beweging. Het
begint al meteen boeiend tijdens de huiskamer bijeenkomst, waar de kiem
wordt gelegd voor de solidariteit der arbeidersklasse.
De artiesten van de HBB
zwoegen er hard op, ijverig aangevuurd door souffleur Jan Koster, die
breeduit op een stoel zit en vol vuur fluistert en wijst.
In de stakersscène is
het moeilijk, zeggen de spelers, want dan kunnen ze niet op de souffleur
spelen. Ze moeten dan zo hard schreeuwen , dat zijn gefluister niet te
verstaan is.
Daarom studeren ze
dubbel hard op hun rollen in dit gedeelte.
Terwijl de acteurs zich
concentreren op hun rollen, luistert een uitgebreide toeschouwerschare
aandachtig toe. Straks zullen ook zij in actie komen, zoals in de
atelierscène, die een uitgebreide vrouwelijke bezetting heeft.
De heer Muntjewerf is
ondertussen druk bezig met het bestuderen van de décor-ontwerpen en het
bijeen zoeken van de rekwisieten. Hij voert met een speelster die in het
stuk net even “af” is, een bespreking over een ouderwetse koffiepot die
nodig is, en vraagt aan mij of ik voor een dik wetboek kan zorgen.
Ook bij het koffie
drinken in de pauze is het allerminst rustig.
Er
komt een meneer de maat nemen. (Zie foto).
Een speler is niet
aanwezig, maar HBB-voorzitter Roobol stelt zich beschikbaar.
“Ik ben ongeveer van
zijn maat”, zegt hij en prompt ligt het maatlint om zijn hoofd.
Als deze meneer straks
met zijn werk klaar is, zal het allemaal nog veel mooier worden. Nu nog
colbertjes, ribfluwelen broeken, straks de ouderwetse kleding van een
kantoorfrik van lang geleden of de deftige kleding van een werkgever.
De sfeer van het toneel
hangt er echter ook nu. Ieder is er volledig in en dat belooft veel voor
straks , als men het gouden jubileum van het NVV gaat vieren.
“Het wordt goed” zegt
de regisseur.
“Ik heb het stuk
ingekort en daardoor wordt het levendiger dan de opvoering die we in
Amsterdam bekeken hebben.”
En omdat wij gezien
hebben hoe het gaat, kunnen we met een gerust hart beamen, dat het inderdaad
goed gaat worden. En dat is gelukkig, want dan wordt het een waardige
jubileumviering.”
[Einde citaat.]
Het stuk omvat een
tijdvak van 50 jaar, vangt aan omstreeks 1869 en gaat vervolgens in 7
verschillende taferelen, naar de moderne tijd.
Tussendoor wordt er
gedeclameerd en enkele liederen gezongen.
Mede door toedoen van
Domela Nieuwenhuis en Jan van Zutphen zijn vooral voor de arbeiders destijds
betere tijden aangebroken.
In het stuk moet
steeds vliegensvlug van décor gewisseld worden, om over het grimeren en de
verkleedpartijen maar niet te spreken.
Vooral décorbouwer de
heer Muntjewerf (inmiddels overleden) heeft fantastisch werk verricht.
Het moge ook duidelijk
zijn, dat het een hele klus is geweest, om met 30 personen tot een juiste
rolverdeling te komen.
Vanzelfsprekend waren
er bij, die weinig of geen talent hadden, maar toch graag mee wilde spelen.
De oplossing was, om die in een groep samen te brengen die allerlei kreten
moesten slaken zoals o.a.:
” Staken! Staken! We pikken het niet
langer!” en
“Actie! Actie! Actie!”
Vooral het 4e
tafereel oogstte tijdens de opvoeringen veel succes.
De gebeurtenissen
vinden plaats in een naaisteratelier met luid gezang van de aanwezige
meisjes van o.a. het toen bekende liedje:
Daar hei je Pietje, daar hei je Pietje
Puck,
Hij lust geen klare, dat is zijn ongeluk,
De spons en lerenlap, die heit ie ook gegapt,
Hij is de grootste
gannef van de trap.
De zaal zong uit volle borst mee. Het gezang gaat net
zo lang goed, totdat de chef binnenkomt en de meisjes een reprimande krijgen
om met hun gezang op te houden.
Toen we een enkele weken hadden gerepeteerd, werd er
op een zaterdagavond bij ons aangebeld en stond een man, die ook in het stuk
meespeelde, met zijn vrouw aan de deur.
De vrouw deed het woord
en vroeg of ze mij even kon spreken.
Ik nodigde het echtpaar
uit binnen te komen en onder het genot van een kopje koffie, dat mijn vrouw
inmiddels had gezet, vroeg ze (tot mijn stomme verbazing) of haar man geen
grotere rol kon krijgen.
Haar man ( die weinig
of geen toneeltalent had) speelde in de stakersscène mee en moest steeds
“Staken en we pikken het niet langer” schreeuwen.
Nou, ik had heel wat
overredingskracht nodig en heb moeten praten als “Brugman” om haar duidelijk te maken, dat het niet meer mogelijk was, om haar man een andere
rol te geven, omdat ik dan een ander z´n rol moest afnemen.
Omdat ik haar man niet
wilde kwetsen vertelde ik haar, dat hij wellicht in een ander stuk voor
een grotere rol in aanmerking kon komen.
Haar man mengde zich
helemaal niet in het gesprek, want die was al blij dat hij mee kon spelen.
Uiteindelijk kon ik de
vrouw overtuigen van mijn zienswijze, en vertrok het echtpaar.
Toen het zover was dat
wij naar Texel moesten om het stuk op te voeren
(er voeren twee boten,
één voor de medespelenden en één voor de dècors), kwam de boven omschreven
man met een grote zwarte koffer waarin zijn accordeon zat, aan boord van de
Texelse boot.
Nou kon hij net zo goed
accordeon spelen als toneel en voor het liedje uitgespeeld was, waren wij al
bij Texel gearriveerd, maar toch gaven wij hem een hartelijk applaus.
Voor de voorstelling
begon had de man al enige borreltjes naar binnen gewerkt en tijdens de pauze
en na afloop idem dito.
Ik liet hem z´n gang
maar gaan, want hij was kennelijk “uit” zonder z´n vrouw en genoot met volle
teugen (letterlijk en figuurlijk).
Het gevolg was, dat
toen we de terugtocht aanvaarden, hij een flink stuk in z´n kraag had en
toen hij weer een deuntje op z´n accordeon, (die in de koffer zat) wilde
spelen, hij het sleuteltje niet in het sleutelgaatje van de accordeon koffer
kon krijgen, hij mikte er steeds net naast.
Hij speelde nu
werkelijk een rol die op z´n lijf was geschreven!
We hebben in een deuk
gelegen van de lach!
Door iemand van het
gezelschap is de man met een auto veilig thuis gebracht.
Hoe hij door z´n vrouw
werd ontvangen verteld het verhaal niet, maar hij had in ieder geval “de
avond” van z´n leven gehad!
Noot:
Helaas ben ik niet in het
bezit van foto´s gemaakt tijdens het toneelspel.
Mocht er iemand zijn en dit
leest wel in het bezit zijn van bedoelde foto´s, dan hou ik mij aanbevolen
voor fotokopieën, waarvoor bij voorbaat hartelijk dank.
Vanzelfsprekend worden
gemaakte kosten door mij vergoed.
W. Klinge
[Naar boven]
Deze non-stop revue was
de eerste revue die
door het toneelgezelschap van “MarMag”
(Marine Magazijnen) op 7 december 1950 in het “Casino” in Den Helder op de
planken werd gezet.
Voor het zover was,
kwamen er heel wat voorbereidingen aan te pas om de juiste mensen te vinden
en daarna het repeteren.
De leiding was in
handen van Henk Haak van Overloop (die later beroepsgoochelaar en
buikspreker is geworden) en Wybe Klinge.
Deze revue werd zo´n
succes, dat op 19 januari 1951 een 2e opvoering plaats vond ten
bate van het T.B.C. Sanatorium te Davos.
Hieronder volgen enige
gedeelten uit recensie´s die destijds in de Helderse dagbladen hebben
gestaan.
MARINEMAGAZIJNEN BRACHTEN
“ALLES
KOMT IN ORDE” VOOR DAVOS.
Burgemeester woonde de voorstelling bij.
De jonge toneelgroep “MarMag” bestaande uit
personeel van de Marinemagazijnsdienst, heeft gisterenavond overtuigend
bewezen een frisse levenskracht te bezitten. Er werd door het opvoeren van
de revue een pittige prestatie geleverd, waartoe de dames en heren mede
moeten zijn geïnspireerd door het schone doel van deze avond, t.w. gelden
bijeen te brengen voor het Nederlands T.B.C. Sanatorium in Davos. Waar het
gezelschap van zoveel kanten spontane medewerking mocht ondervinden, wilden
de leden zelf niet achter blijven. Zij spanden hun beste krachten in en
brachten voor Davos
“Alles in Orde” op een
wijze, die lof verdient.
De voorzitter , de heer
A.Vries, bedankte vooraf allen die bij de voorbereiding van deze avond hun
steun hadden verleend.
Het werd bijzonder op
prijs gesteld, dat burgemeester mr. G.D.Rehorst en de commandant van de
Mijnendienst, de kapitein ter zee L.J.Quant, de heer Wesseling (hoofd Marine
Magazijnsbeheer) en de heer H.van der Houwe (vertegenwoordiger H.M.M.B.) de
voorstelling kwamen bijwonen.
Dat de heer Vries niet
alleen wel ter talen is wanneer het op ernstige dingen aankomt, maar zeker
ook wanneer er moet worden gelachen, zal ieder met ons eens zijn, die hem
later op de avond heeft herkend in de alleraardigste creatie van “Klaas Bol
van Wognum.”
De leiders van de
revue, de heren H.A.Haak van Overloop en W.Klinge hadden zichzelf niet de
lichtste taak toebedeeld. Eerstgenoemde trad op als conférancier en
medewerker in diverse luchtige schetsjes, waarna hij ten overvloede nog zijn
steeds toenemende capaciteiten als goochelaar demonstreerde.
De
heer Klinge was eveneens bij de conference en de schetsjes betrokken, en
maakte zich bovendien verdienstelijk als één der beide “Zingende Zwervers.”
De medewerking die dit
gezellige duo ten slotte van een echt “ketelbinkie” Piet(je) Bakker kreeg,
viel bij het publiek wel bijzonder in goede aarde.
Een geslaagd intermezzo
was ook de vaardig gespeelde pianomedley “a la Charley Kunz” door de heer H.
Polak. Van de heren willen wij verder nog noemen “de man met de paraplu”,
die in diverse clownerieën de lachspieren danig in beweging bracht. Van de
voordrachten was die van de heer van Oosterum (De Poolvaart) de aardigste.
Tippen wij ten slotte
de schets “Bobbel zoekt een huis” even aan. Daarin leverde de heer Klinge
het bewijs dat hij behalve als gitarist en zanger, ook als komiek zijn
mannetje staat. De dames van het gezelschap gaven kleur en fleur aan het
geheel door hun aandeel in de schetsjes en door een enkele declamatie.
Over de gastrol die de
acrobatengroep “DE MORALI`S” vervulde, behoeft nauwelijks iets te worden
gezegd. Wat de heer Heyligenberg en zijn partners klaar spelen, heeft reeds
menigmaal de grootste bewondering van een volle zaal geoogst, en dat was ook
gisterenavond het geval.
De muziek bij het bal
werd gepeeld door “The Sweepers” de band van de Mijnendienst, die ook
verschillende malen tijdens de opvoering van de revue haar gewaardeerde
assistentie verleende.”
Zij
nog opgemerkt, dat de acrobatengroep “De Morali´s” bestond uit 4 mannen,
die allen werkzaam waren bij de rijwiel-en brommerzaak
“Heyligenberg” in de Spoorstraat.
De oudste zoon van de heer Heyligenberg, een “beer” van een kerel, had de
leiding.
Hij fungeerde als zgn. “grondwerker.” Iedere middag werd er (tijdens
schafttijd) geoefend op het binnenplaatsje van de zaak.
Wat zij als amateurs presteerden was in één woord “ geweldig” en kon zeker
vergeleken worden met acrobaten die in een circus hun kunsten vertonen.

Henk Haak van Overloop heeft later als beroeps goochelaar - buikspreker
vooral bekendheid gekregen toen hij aan het TV-programma voor kinderen
“REN JE ROT” meewerkte.
W. Klinge
[Naar boven]

Op 19 januari 1955 werd
door de toneelgroep van MarMag (zie foto) bovengenoemd blijspel van Henk
Bakker opgevoerd in de Marine Cantine “´t Huys Tijdverdrijf” te Den Helder.
De inhoud van het stuk
handelt over een gezin waar allerhande moeilijkheden de kop op steken
wanneer Betje, de oude huishoudster
(die eigenlijk “de
touwtjes” in handen had) is vertrokken.
Omdat de toestand
hopeloos dreigt te worden wordt Betje te hulp geroepen om weer haar intrek
in ´t gezin te nemen en orde op zaken te stellen.
[Samenvatting
citaten uit diverse couranten]
“BETJE REGEERT”
door
MARMAG
in nieuwe Marinecantine
Uitstekende hoofdrol van mevr. Klinge

De zaal onderwierp zich
sneller aan het regime van Betje dan de mensen op het toneel. Geen wonder,
daar het stuk juist draaide om de positie van de gedienstige die in het 3e
bedrijf haar 70e verjaardag vierde.
In het vlot geschreven
stuk heeft Henk Bakker uit de doeken gedaan, wat de familie van Gelder in
dit stuk aan haar te danken had.
Uiteraard ontbraken de
wendingen niet, die de genegenheid van de toeschouwers jegens Betje nog
deden toenemen.
Het was echter niet
alleen daaraan te danken, dat Jeanne Klinge ook in dit stuk een goede beurt
maakte. Haar spel was weer uitstekend en getuigde van een juiste
rolopvatting.
Van de mannelijke
rollen werd die van Freddy van Gelder, gespeeld door Bert Agema, het best
vertolkt. Deze jeugdige acteur weet zich met een natuurlijke spontaniteit te
bewegen, kent zijn rol terdege en legt veel actie in zijn spel. De
Freddy-figuur lag hem trouwens bijzonder.
Ook zijn zuster Mieke
van de Giessen, vond een aannemelijke uitbeelding.
Roel Wijmenga, als de
“geslepen” advocaat Stanley, was uitstekend. Zijn spel, toen Betje aan zijn
verleden begon te ”scharrelen”, stempelde hem met recht tot een goed acteur.
Over
het algemeen kenmerkte de opvoering zich door een straffe regie. De heer
Klinge die in het 1e bedrijf zelf actief aan het spel deelnam en
als leverancier Drost een korte maar hevige krachtexplosie ten beste gaf,
had alle aandacht aan het tempo besteed, zodat de meeste scènes levendig
over het voetlicht kwamen.
De vele kleine trekjes
in het stuk miste het beoogde effect niet, waaruit de grondige voorbereiding
bleek.”
[Einde citaten.]
Komisch voorval in dit
stuk was, dat Wiebe Bakker op een gegeven moment zijn tekst niet meer wist,
nadat hij Betje had weg gestuurd. Hij drentelde wat over het toneel en riep
ten einde raad Betje terug op het toneel.
Vervolgens herhaalde
hij de laatste zin van z´n rol met de vraag: “Betje, zweer je dat je het
niet gedaan heb?”
Wat Betje natuurlijk
deed. Hierna wist Wiebe de draad weer op te pakken en ging het spel gewoon
door.
Noch het publiek, noch
de aanwezige journalisten hadden in de gaten dat er iets niet helemaal
vlotjes verliep. Dachten dat het zo hoorde.
Ja,
ja, Wiebe Bakker had zich weer eens uit de nesten gewerkt, maar Betje en de
medespelenden achter het toneel de zenuwen bezorgd.
Rest mij nog te
vermelden dat “BETJE REGEERT” nog tweemaal met veel succes in “Casino”
werd opgevoerd, n.l voor de buurtvereniging “Vrede en Vrijheid” en voor de
Algemene Bond van Ouden van Dagen.
W. Klinge
[Naar boven]
Op 16 mei 1959 werd in “Casino” bovenstaand
toneelspel opgevoerd waarvan een herhaling plaats vond op 16 juni.
De gebeurtenissen
spelen zich af in de houten “ blokhut” van werkopzichter
Klaus Arkels, (gespeeld
door Bert Agema) met op de achtergrond een boortoren geschilderd door Piet
van Oosterum.
Wekenlang zijn Piet van
Oosterum en ik in aan ´t werk geweest, om op hout lijkende planken op dik
karton te schilderen. Dit gebeurde in de garage van de Marine Magazijnen in
de Lijsterstraat.
Een heidens karwei,
maar het resultaat mocht er wezen.
De verwikkelingen in
het toneelspel betreffen het met hoop, doch tevergeefs, boren naar
kopererts. Dat e.e.a. gepaard gaat met veel spanningen en teleurstellingen
laat zich raden.

(Foto van het
hele gezelschap)
Onderstaand enige
citaten over de opvoeringen van dit stuk in de plaatselijke pers.
[Aanvang Citaten:]
De
toneellisten van MarMag moesten het ditmaal stellen zonder het
toneelechtpaar Klinge. Mevr. Klinge kon wegens ziekte niet aan de repetities
deel nemen en “Wybe” gaf er ditmaal de voorkeur aan alleen de regie te
voeren. De eerlijkheid gebied ons te zeggen, dat ondanks deze aderlating
het overgebleven zevental van “Drijfzand” een vertolking heeft gegeven die
bij velen een diepe indruk zal hebben gemaakt.
I. GRÖTZINGER LEVERDE OPVALLENDE
PRESTATIE IN “DRIJFZAND.”
De toneelgroep
van MarMag heeft zaterdagavond bijzonder veel eer ingelegd met het spel
“Drijfzand” van Marc Fontenel en Oscar Ferket.
De medespelenden hebben
van “ Drijfzand” een vertolking gegeven die bij velen een diepe indruk zal
hebben gemaakt. Stellig zal de groep met deze prestatie een goede gooi doen
in de toneelwedstrijd naar één der ereplaatsen.
Voor een niet gering deel is dit te danken aan een
voortreffelijk gekozen rolbezetting.
Een
uitstekende prestatie leverde Ief Grötzinger, die van Barbara ter Schoot,
de in de wildernis wat zwaar beproefde jonge vrouw, een verbluffend goede
vertolking over het voetlicht bracht. In alle bedrijven was haar spel zeer
sterk.
Waardig tegenspel kreeg
zij van Bert Agema in de rol van Klaus Arkels.
Het spel van beiden in
de dialoog wekte vaak grote bewondering.
Met een verbluffend
gemak bewoog Wiebe Bakker, als mijndirecteur Benjamin ter Schoot, zich over
de planken.
Corrie Peeters bracht
met gebruikelijke flair ter Schoot´s tweede vrouw Adeline ten tonele.
Dina de meid werd van
een gepast omhulsel voorzien door Carla Cats. Haar min of meer trage
inlandse spreektrant deed het bijzonder goed.
Jan
van Ballgoyen stond voor een dankbare taak. De figuur van de oude Orke was
uiterst sympathiek getekend, maar vergde toch een fijn gevoel voor subtiele
trekjes in de tekst om dit type geheel tot zijn recht te laten komen. Dit
gelukte wonderwel.
Henk Hartman had de wel
zeer ondankbare taak om de halfbloed ingenieur Jesse Metfries van een juiste
gestalte te voorzien, maar hij volbracht zijn taak naar behoren.
Mogen we tot slot nog
noemen het voortreffelijke décor, waarvan vooral de “blokhut” iets aparts
was.
Alle lof verder voor de
regie van Wybe Klinge en het grimewerk van de firma Polman.”
[Einde citaten.]
Met dit stuk was
ingeschreven voor de te houden toneelwedstrijd, maar wegens onvoldoende
deelname ging deze helaas niet door.
W. Kinge
[Naar boven]

Toen ik een jongen was
van amper 18 jaar(*) speelde ik in Schiedam mijn eerste echte grote
toneelrol bij de ontspanningsvereniging “Steeds Hoger,” in bovenstaand
kluchtig spel, geschreven door J.W. v.d. Heiden en Henk Bakker.
Daarvoor had ik al
enkele rolletjes gespeeld in schetsjes, maar dit was wel even wat anders.
Eén van de hoofdrollen in een groot toneelstuk, dat was me wat.
Weken voor de opvoering
liep ik met de zenuwen, maar dat hoort er nu éénmaal bij. Tot het “grote
moment” daar is, het doek “opgaat” en de voorstelling begint. Dan is er geen
weg meer terug.
Vreemd, maar na de
eerste zin vallen de zenuwen van je af en voel en beweeg je je steeds vrijer
op het toneel.
Onderstaand een citaat
uit de plaatselijke pers.
[Citaat:]
De
ontspanningvereniging “Steeds Hoger”, die met haar eigen leden reeds
verscheidene avonden organiseerde waarop de eigen toneelgroep schetsjes
opvoerde, had men zich nu aan een groter stuk gewaagd, dat de hele avond
vulde. Zaterdagavond is in ”Musis Sacrum” namelijk voor een volle zaal
“Vrijdag de 13e” opgevoerd.
In dit stuk wordt de
spot gedreven met bijgeloof, helderziendheid en waarzeggerij.
Het hoogtepunt vormt
dan ook de ontmaskering van de waarzegger
“Achmed Ritzebi”, die
minder Oosters blijkt te zijn dan zijn naam doet geloven.
Gré Begeer was de
bijgelovige mevrouw Verbaak in wier woning de séances
worden gehouden. Nico
Evers haar ongelovige man.
Brandus Klinge de
pseudo-waarzegger, en Janny Terlouw diens “helderziende” echtgenote Ada
Melchers.
Theo Nieuwenhuis,
Stenny Valk, Riet Putters, Dick Doorn, Dick Bakker, Jan Koning en Riet
Timmers-Melchers hadden de overige rollen.
[Einde citaat.]
Vreemd genoeg wordt
niet vermeld of het stuk met succes werd opgevoerd en of er goed werd
gespeeld. Blijkbaar moest de verslaggever nog ergens anders heen en is hij
vroegtijdig opgestapt en heeft de namen van de medespelenden uit het
programmaboekje overgenomen.
Te oordelen naar het
langdurige en dankbare applaus aan het eind mag gezegd worden, dat het
publiek van de voorstelling heeft genoten.
Mijn
zussen Johanna en Adrie, die ook in de zaal aanwezig waren, vonden het in
ieder geval geweldig. Maar dat kon zijn omdat ik meespeelde en zij
bevooroordeeld waren.
Eén zinnetje wat ik,
turend in de glazen bol in gebroken Hollands moest zeggen, weet ik me nog te
herinneren, t.w.: “Achmed zie….t mei …..sies, vee …l mei…..sies,
mooie
mei …..sies, waa..r
man naa…r kijk!”
Na afloop kreeg ik van
m´n zussen te horen dat ik zo netjes over het toneel had gelopen, en niet te
merken was dat ik een kunstbeen heb.
Wel een mooi
compliment.
Foto´s van deze
toneeluitvoering zijn helaas niet in mijn bezit.
Kan me ook niet meer
herinneren of die zijn gemaakt.
Mijn zus Johanna die
als trouwe bezoekster van praktisch alle toneelstukken waarin ik meespeelde
heeft gezien, heb ik jaren later het tekstboekje van dit stuk gegeven, omdat
ze er niet over uitgepraat raakte.
Johanna was wat trots
op haar “broertje” zoals ik vroeger als jongste uit een nest van 9 kinderen
werd genoemd.
Verder kan ik nog
vermelden, dat Dick Doorn die toentertijd voorzitter van “Steeds Hooger” was
en in het stuk meespeelde, later via radio en T.V. enige bekendheid heeft
gekregen als zanger en ook in een background groupe.
Ook in een wekelijkse
televisieserie ( een soort musical waarvan de titel me is ontschoten) en
waarin o.a. bekende melodieën ten gehore werden gebracht, heeft hij samen
met de “Blue Diamands” meegedaan.
W. Klinge
(*) Toen ik deze zin
typte moest ik gelijk denken aan het liedje
“Het meisje van de zangvereniging”, geschreven door
Jean-Louis Pisuisse, waarvan onderstaand, speciaal voor de wat ouderen onder
u, de volledige tekst:

Toen ik een jongen was
van amper 18 jaar
Was ik natuurlijk voor
een pretje klaar
En het spreekt vanzelf
ik ging
Ook naar de
zangvereniging
Want daar is je zo
gezellig bij elkaar
En ik zong daar met het
meeste vuur ténor
Of laat ik liever
zeggen
Daarvoor ging het door
Maar de hoofdzaak was
dat niet
Want zelfs onder ´t
schoonste lied
Keek ik altijd naar een
meisje in het koor
En ik kwam toen in haar
gunst
Als een broeder in de
kunst
Maar toen m´n stem het
niet meer dee
Kreeg ik heel gauw m´n
congé
Refrein:
Maar toch denk ik
altijd nog met liefde aan m´n eerste
M´n eerste meisje
van de zangvereniging
M´n allerliefste
klein sopraantje
Waar k mee wandelde in ´´t maantje
Maar die niet meer
aan me denkt nu ik niet meer zing.
Toen m´n stem versleten
was en ´k niet meer zong
En een and´re zanger me
uit haar gunst verdrong
Moest ik aan m´n smart
gewennen
´k Leerde and´re
meisjes kennen
Naar wier gunst ik met
vernieuwde woede dong
Maar hoe mooi, hoe lief
ze soms ook zijn geweest
Een herinnering zweefde
altijd voor m´n geest
En ik hoorde in m´n oor
Het sopraantje uit het
koor
Dat m´n eerste grote
liefde is geweest
Als ´k een avontuurtje
had
En een meisje hield
omvat
Als ik blikte in haar
oog
En m´n ziel ten hemel
vloog
Refrein:
Dan dacht ik toch
nog telkens even aan m´n eerste
M´n eerste meisje
van de zangvereniging
M´n allerliefste
klein sopraantje
Waar ´k mee wandelde
in ´t maantje
Maar die niet meer
aan me denkt
Nu ´k niet meer
zing.
Als ik straks nu toch
nog met een ander trouw
En dan deftig
ondertrouwreceptie hou
Met zwarte jassen, lang
en kort
Ooms en
tantes, Witte port
Zie ik toch nog met
lichte weemoed naar m´n vrouw
Als ik in de kerk dan
voor het altaar sta
En gearmd de lange
loper overga
En de mensen kijken uit
Naar de bruigom en de
bruid
En de vrienden en
vriendinnen zien ons na
En ze zingen ongezien
´t Bruidskoor uit de
Lohengrin
En ik sta daar en ik
hoor
De sopranen van het
koor
Refrein:
Dan denk ik toch nog
wel even aan m´n eerste
M´n eerste meisje
van de zangvereniging
M´n allerliefste
klein sopraantje
Waar ´mee wandelde
in ´t maantje
Maar die niet meer
aan me denkt
Nu ´k niet meer
zing.
[Naar boven]
Door schminkwerk van de
heer Polman en zijn zoon Jan hebben ontelbare personen tegen Sinterklaastijd
een metamorfose ondergaan als Sinterklaas of zwarte Piet. Dit vond plaats in
de dameskapperszaak van de heer Polman in de Koningsdwarsstraat in Den
Helder.
Voor de kapperszaak
stonden altijd wel enige kinderen te wachten tot er weer
een
Sinterklaas en zwarte Piet uit de kapperszaak kwam, die dan snel in een
gereedstaande taxi verdwenen naar hun bestemde adres.
Jazeker, ook
toentertijd waren er al heel veel “hulp-Sinterklazen.”
Als hobby schminkte de
heer Polman ´s-avonds medespelenden van diverse toneelverenigingen. Eerst
met assistentie van dhr. Melief, en later van zijn zoon Jan. Ook al de
dames en heren die in toneeluitvoeringen en revue´s van “MarMag” (Marine
Magazijnen) hebben meegespeeld zijn destijds wel eens door één van hen
gegrimeerd.
Voor het doek opging
bekeek dhr. Polman alle artiesten nog even op het toneel of ze wel naar
behoren geschminkt waren en vroeg aan mij of het goed was.
Zo niet, dan werden er
snel nog enige verbeteringen aangebracht.
Het toeval wil, dat ik
onlangs zijn zoon Jan, inmiddels ook wat jaartjes ouder,
op de markt in Den Helder tegen kwam. Ik was op weg
naar de Hema, met een foto bij me waarop zijn vader met de heer Melief
(zijn assistent) staan terwijl zij aan het schminken zijn. Ik had die foto
meegenomen voor een kennisje waarmee ik in de Hema koffie zou drinken.
Toen ik Jan Polman deze foto liet zien vroeg hij
onmiddellijk of hij er een kopie van kon krijgen. Dat beloofde ik en
inmiddels heb ik deze aan hem verzonden met een briefje hoe de verhalen over
toneel op de website van mijn computerleraar (dhr. Kees Bakker) te vinden
zijn, t.w.:
www.cjbonline.nl , klik dan op Persoonlijk
en klik daarna op Verhalen.
In enkele van de toneel verhalen wordt n.l. zijn
vader ook genoemd.
Op
de foto is dhr. Melief (op de voorgrond) mijn vrouw Jeanne aan het schminken
en de heer Polman (daarachter) Anneke Dams.
Op de achtergrond staat Luc van
Eijbergen toe te kijken.
Deze foto werd gemaakt 24 jan 1953 in
Casino voor aanvang van het blijspel “Robbedoes.
Door deze ontmoeting ontstond zo dit
104e verhaal.
W. Klinge
[Naar boven]
.

Ter gelegenheid van het
2e lustrum van de Personeels- en Sportvereniging “MarMag” werd op
zaterdag 3 september 1960 de non-stop-revue
“ZORG DAT JE ER BIJ KOMT”
opgevoerd in de R.K.
Volksbond v/h “Casino.”
Er gingen heel wat
voorbereidingen aan vooraf om een revue samen te stellen waarvan verwacht
mocht worden, dat deze succes zou opleveren.
Er moesten de nodige
mensen benaderd worden om hun medewerking te verlenen en er moest ook heel
wat af gerepeteerd worden om alles vlot te laten verlopen. Tevens moest
rekening gehouden worden dat er de nodige afwisseling in het programma zat.
Uiteindelijk zag het
programma er als volgt uit:
1.
Proloog
2.
Telepathie (schets)
3.
Zang (Hr. H. Bakx)
4.
Zuurkool (schets)
5.
Zang (Piet en Peter van Oosterum)
6.
Ritmische dans (Keizerwals)

7. De
kus (schets)
8.
“De Morali´s” (acrobatiek)
9.
Bij de kunstschilder (daarna PAUZE)
10.
De babysit (schets)
11.
Zang (Hr. Bakx)
12.
Drama in één woord (schets)
13.
Pas de deux (dans)
è
zie foto
14.
“ De Morali´s” (acrobatiek)
15.
Zang ( Piet en Peter van Oosterum)
16.
De baard (schets)
17.
Finale
Medewerkenden: Corrie
Peeters, Alie Rombout, Corry Saus, Carla Cats, Nel Borgström, Gré Lagerveld,
Jan Cats, Piet van Oosterum, Jan Ras, Joop Rombout, Wybe Klinge, en Jan
Koster.
Gasten: “De Morali´s”,
Bep Coster, H. Bakx, Peter van Oosterum, Tiny Leys en
Simon Pot.
Muzikale medewerking:
“The Melodians” o.l.v. A.Boot.
Toneelmeester: Joop
Valder
Samenstelling en regie:
Wybe Klinge
Tijdens
de proloog kon men zien aan welke sporten en andere spelen er bij MarMag
werd gedaan, (zie foto).
Het liedje van Ton
Manders (Dorus) was iets aangepast.
Door alle medewerkenden
werd gezongen:
Zorg dat je er bij
komt, bij de MarMag bij de MarMag.
Zorg dat je er bij
komt , bij de MarMag moet je zijn.
Het is gezond voor
je lijf en je leden.
Bij de MarMag is een
ieder heel tevreden.
Zorg dat je er bij
komt, bij de MarMag moet je zijn.
De schets “De Babysit”
kan ik me nog goed herinneren, omdat deze veel lachsalvo´s in de zaal
teweegbracht.
Onderstaand een korte
inhoud van deze schets:
Een echtpaar wil naar
de schouwburg en roept de hulp van een “babysit” in om op de baby te passen.
De babysit is een mannelijke student die van deze gelegenheid gebruik maakt
om wat centjes te verdienen en dan tijdens het oppassen ook kon studeren.
Als het echtpaar is vertrokken begint de baby op een gegeven moment te
huilen. De student gaat kijken, en de oorzaak is een vieze poepluier. De
poep was nat gemaakte koek dat in de luier gesmeerd was.
De poepluier werd aan
het publiek getoond, dat hier vanzelfsprekend lachend, maar met een vies
gezicht op reageerde. Nadat de student de baby op een nogal onhandige manier
een schone luier heeft omgedaan en in bedje heeft gelegd gaat hij weer
studeren. Even later begint de baby erbarmelijk te huilen en te krijsen en
wat de student ook probeert, de baby is niet tot bedaren te brengen.
Uiteindelijk maakt de student een melkdrankje klaar, doet dit in een
flesje en geeft dit de baby te drinken. En verdraaid, de baby blijft de
verdere avond stil.
Als het echtpaar thuis
komt en aan de student vraagt hoe het is gegaan, antwoord deze: ”Goed hoor.
Toen hij begon te huilen heb ik hem eerst een schone luier om gedaan. en
daarna, toen hij weer begon te huilen heb ik een melkdrankje klaargemaakt en
dat in een flesje aan hem gegeven.”
Op dat moment komt de
baby aangedribbeld, die inmiddels enorm is gegroeid,
(zie
foto) en zegt: Dag mammie, dag pappie.” Het echtpaar schrikt zich te pletter
en de vrouw vraagt aan de student. “ Wat heb je in hemelsnaam in de melk
gedaan?” Waarop de student antwoord: “Zelfrijzend bakmeel.”
Na dit antwoord zijgt de vrouw ter aarde en dan valt,
onder luid applaus en een schaterlachend publiek, het doek.
Verslag
Heldersche Courant 5 september 1960:
In het gebouw “Concordia” hebben de leden
van de personeels- en
sportvereniging “Marmag” zaterdagavond op
genoeglijke wijze het
2e lustrum gevierd. Vooral uit de
basketbalsector waren vele afgevaardigden

van zusterverenigingen gekomen om het
bestuur te complimenteren en in de
bloemetjes te zetten.
Voorzitter de heer
P.N.Kelder mocht vele felicitaties in ontvangst nemen van
wethouder P.S.v.d.Vaart namens het
gemeentebestuur en de Heldersche
gemeenschap
Zijn waarderende en sympathieke woorden
onderstreepte hij met een
bloemstuk.
Hetzelfde deed de heer van Essen als
voorzitter van de NBB (Nederlandse
Basketbal Bond) Een woordvoerder van
Santpoortervereniging Z.B.V.S.,
De heer Groot
van de basketbalvereniging F.A.C. en tenslotte
de heer
H.J.A. Lucker namens de directie van het
gebouw.
De aanwezigen konden vervolgens genieten van
een onderhoudende en vlot
gepresenteerde
revue, die naar de naam “Zorg dat je er bij komt” luisterde.

Hierin kon men vooral “De Morali´s” met
parterre-acrobatiek bewonderen.
Van de “Marmaggers” viel de zang van Piet en
Peter van Oosterum zeer in de
smaak. Zij zoeken het in simpele maar leuke
liedjes. Wybe Klinge had de
samenstelling en regie, terwijl hij in de
meeste sketches een werkzaam aandeel
leverde. Wie Klinge kent weet dat het hem
toevertrouwd is een dergelijk
programma te verzorgen. De heer Bep Coster
liet op een innemende manier naar
enkele grapjes, conferences luisteren,
evenals Wybe Klinge. Een viertal in (zie foto)
keurige toiletjes geklede dames danste twee
keer op tonen van meeslepende
muziek. Al met al werd een genoeglijk
programma voorgeschoteld dat zeker in
staat was de vele leden en genodigden van
het tienjarig “Marmag” te vermaken.
Tot zover dit verslag.
Rest mij nog te
vermelden, dat deze revue ( met succes) ook werd opgevoerd voor de
Bejaardenbond in R.K. Volksbond v/h “Casino” en voor de vereniging “Moed,
Volharding, Zelfopoffering” in “Formosa” ter gelegenheid van de jaarlijkse
“reddersavond.”
W. Klinge
[Naar boven]
Deze revue werd 30
maart 1951 in Casino door MarMag (Marine Magazijnen) voor een talrijk
publiek voor het voetlicht gebracht.
Voor het gemak
onderstaand enkele citaten uit de plaatselijke pers.
[Aanvang citaten:]
Wederom heeft de toneelgroep van de Marine Magazijnsdienst in de
wandelgangen “MarMag” genoemd een geslaagde revue-avond verzorgd, waarvan de
aanwezigen met volle teugen hebben kunnen genieten.
Zowel voor als na de
pauze werd een voor amateurs zeer geslaagd programma vertoond. Door allen is
met bijzonder veel enthousiasme gewerkt en als we toch overgaan tot het
noemen van namen, dan moeten zij die niet worden genoemd, de lof van hun
medespelenden evenzeer tot de hunne rekenen.
Allereerst
denken we aan “Namlo” (H.A. Haak van Overloop) die opnieuw zeer veel succes
oogstte, zowel met zijn telepathische stunt, als met zijn goocheltoeren. Ook
de heer A.Vries, alias Klaas Bol van Wognum was weer bijzonder goed op
dreef. Veel waardering ondervond ook Mej. B. Kramer, die in haar declamatie
van “Schoffie” de sympathie van de gehele zaal wist te verkrijgen. En laat
ons vooral niet vergeten dat ook de “Zingende Zwervers” wederom een groot
aandeel hadden in het succes van deze avond. Tot groot genoegen van de
aanwezigen vergastte ook de 13 jarige Piet Bakker hen weer op een onvervalst
zeemanslied.
De regisseurs H.A. Haak
van Overloop en W. Klinge hebben zich ook nu weer veel moeite getroost, niet
alleen bij hun leiding, maar ook in de nummers waarin ze zelf voor het
voetlicht kwamen.
Hieronder nog een klein
citaat uit de Helderse Courant n.a.v. 2 opvoeringen voor H.C.S.C. (Helderse
Christelijke Sport Centrale)
Schetsen, zang, muziek
en declamatie volgden elkander in een vlot tempo op.
De heer Klinge had veel
succes met zijn stadion-stunt die de volle zaal in een enthousiaste en
uitbundige supportersschare transformeerde.
Hoe plezierig men ook
het programma vond, geen der nummers ontketende een even groot tumult als
het denkbeeldige doelpunt van Abe Lenstra …. Maar het contact was er, zowel
tussen de beide zijden van het voetlicht als tussen de mensen in de zaal.
[Einde citaten.]
Deze revue werd
eveneens geheel belangeloos opgevoerd op dinsdag 3 april 1951 in “Casino”
ten bate van het Centraal Genootschap voor kinderherstellingsoorden en
gezondheidskolonies.
De opbrengst was
“schoon” f. 472,31. Voor die tijd een flink bedrag.
Vervolgens vonden nog 2
opvoeringen in Casino plaats voor H.C.S.C.
(Helderse Christelijke
Sport Centrale)
Enige foto´s uit deze
revue.
W. Klinge



Medewerkenden
van links naar rechts op groepsfoto: Piet Bakker, Piet Kelder, Arie Vries,
Nel Tesselaar, Mevr, Hoepe Bijl (a/d piano), Hans
Treffers, Tiny van Engelsdorp-Gastelaars,
Lou Jansen, Wybe Klinge, (dan een voetballer H.C.S.C.),
Piet van Oosterum, Rinus de Bont,
Jeanne Klinge, Henk Haak van Overloop, Bep Coster,
Henny v/d Mast, Daan van Tiel, en
Esther Beukenkamp.
(Verder enige
speelsters en spelers korfbal H.C.S.C.)
[Naar boven]
Op 30 januari 1952 werd
deze revue op de planken gezet.
Heel veel werk was
besteed aan de proloog. De entree van het complex van de Marine Magazijnen
in de Lijsterstraat was voortreffelijk nagebouwd en de bouwers hiervan
verdienen alle lof.
Deze revue had een
enigszins satirisch karakter, omdat er schetsen en gebeurtenissen in voor
kwamen die bij de Marine Magazijnen hadden plaats gevonden. Reden waarom er
geen heropvoeringen van zijn gegeven.

[Onderstaand een
gedeelte uit het verslag in het Noord Hollands Dagblad.]
MARMAG brengt nieuwe revue
Onder de leiding van de
heren M. H. v. d. Aakster en W. Klinge is een goede revue tot stand gekomen
die onder het motto: “Gezelligheid kent geen tijd” ten tonele werd gebracht.
De goede stemming was er en toen de voorzitter A. de
Vries de aanwezigen,
waaronder burgemeester mr. G. D. Rehorst en de directeur der Rijkswerf
Kapitein ter zee P.A. Riedel welkom had geheten, kon de show starten.
Een originelere entree,
die volkomen in het kader van MarMag past, had men niet kunnen bedenken.
Twee leden van het Marine Bewakerskorps luiden de bel voor het vastwerken en
achtereen kwamen de medewerkers en – sters uit het décor gestapt, dat een
natuurgetrouwe nabootsing van één der magazijnen was.
Na deze grootscheepse
opkomst bleek, dat mevrouw Klinge het kunstje van haar man aardig heeft
afgekeken, want zij ontpopte zich als een vlotte conferenciere.
Het optreden van de
heren M. H. v. d. Aakster, G. H. Koster en L. Jansen kunnen we maar met één
woord kwalificeren: “Knettergek!” Daar kan zelfs de grootste zuurpruim niet
ernstig bij blijven, evenmin als bij de charmes der medewerkende dames hem
onberoerd zou kunnen laten.
Neem
nou Tiny en Esther bijvoorbeeld. Zij zongen onder meer “Naar de speeltuin”,
hetgeen een schlager dreigt te worden en “Sweet violet”.
Zij doen dit lang niet
onverdienstelijk, maar daar zal de heer van Praag wel meer van weten.
Behalve dat hijzelf zeer verdienstelijk zingt aarzelt hij niet ook anderen
een kans te geven en zo kon Mej. I. Hoogerwerf haar debuut voor de
microfoon maken.
Zo maar, zonder dat het
in het programma stond, zong de heer W. Klinge een wijsje dat insloeg en de
zaal tot meezingen noodde. Doch niet alleen de bezoekers, maar ook Jaap Kwak
en zijn “Musical Ramblers” die de dansmuziek na afloop verzorgden konden
zich niet langer bedwingen, pakten hun instrumenten en speelden mee. Het
werd een spontaan geheel van zang, orkest en een begeleiden publiek. Ziet U,
als het zo gaat, moet het wel gezellig worden en daarom was het behoorlijk
laat geworden toen de finale werd aangekondigd.
[Tot zover dit
verslag.]
Dit verslag spreekt
voor zichzelf en ik hoef er verder niets aan toe te voegen.
W.
Klinge
Hieronder nog enkele
foto´s uit deze revue.



[Naar boven]
Dit mysterieuze toneelstuk werd op donderdagavond 08
november 1956 door de toneelgroep van “MarMag” opgevoerd in het “Casino” in
Den Helder.
Omdat een aantal goede spelers naar elders waren
vertrokken, moest een aantal nieuwe mensen in korte tijd de open gevallen
plaatsen innemen en de rollen instuderen.
Onderstaand een citaat
van gedeelten uit het verslag in de plaatselijke pers.
[Aanvang citaat]
TONEELVERENIGING MARMAG SPEELDE
”DE KAT EN DE KANARIE”
Voor
het eerste optreden in dit seizoen heeft de toneelvereniging van MarMag zich
gewaagd aan een mysterieus spel dat onder de titel “De kat en de kanarie”
allerlei griezeligheden rondstrooit en tenslotte tot een oplossing in een
notendop is terug te brengen.
Er is door de
aanwezigen donderdagavond inderdaad behoorlijk gegriezeld en in sommige
momentenwas de reactie in de zaal duidelijk hoorbaar aan de verschrikte
uitroepen en de angstige opmerkingen. Wat dat betreft heeft het stuk
derhalve volledig aan zijn doel beantwoord.
De opvoering had vele
goede kanten. Dat bleek uit de juiste reactie vanuit de zaal, dat bleek ook
aan de climax die in de regie was gelegd, zodat vooral het derde bedrijf een
behoorlijk hoogtepunt werd.
Geroutineerde spelers
zoals mevr. Klinge, de heer W. Bakker en de heer Klinge sloegen zich
uitstekend door hun moeilijke rollen heen, evenals dat met mevr. Peeters als
de dienstbode het geval was. De heer W. Bakker had een dubbelrol, die van
advocaat en van de dokter, waarvan hij de eerste beter tot zijn recht deed
komen. Ook Bert Agema deed het heel behoorlijk, vooral in de nogal wilde
scènes, die hem, zoals van vroeger bekend is, goed liggen. Henk Hartman kwam
na zijn griezelige ontknoping goed op dreef.
Voor de overige rollen
zorgden: Anneke Dams, Miep Delno en Joop Delno.
Regisseur W. Klinge had
toch heel wat met zijn nieuwe krachten weten te bereiken en het geduld dat
hij daarvoor over heeft zal, dunkt ons, zeker bij de volgende opvoering van
hun spel blijken.
De heer Teun de Jong
Boers had hier en daar voor goed geslaagde geluidseffecten gezorgd.
[Einde citaat]
Gezien de in de aanhef
genoemde problemen voor wat betreft de rolbezetting,
kan toch van een goed
geslaagde opvoering worden gesproken.
W. Klinge
Hieronder nog enkele foto´s van de toneelopvoering.




[Naar boven]
Ter gelegenheid van het
1e lustrum van de personeelsvereniging “MarMag” (Marine
Magazijnen) werd bovengenoemde cabaretrevue op 01 september 1955 opgevoerd
in het Casino.
Het beste kan ik de
verder de plaatselijke pers aan het woord laten over de opvoering hiervan.
[Citaat:]
MARMAG VIERDE FEEST BIJ EESRTSE
LUSTRUM
Onder het toepasselijke
motto “Wij vieren feest” heeft de personeelsvereniging “MarMag” het 1e
lustrum afgesloten met een cabaretrevue in Casino. Alle medewerkenden hebben
zich geheel aan deze avond gegeven, waardoor de leden en genodigden van een
ouderwetse “MarMag-business” konden genieten.
VERDIENSTELIJK PROGRAM OP CASINO-TONEEL
Het deed de voorzitter
de heer P.Kelder vooral genoegen, dat de heren A. Damden hoofd van het
Marinemagazijnsbeheer in Nederland en de heer H. van der Houwen, hoofd van
de Marinemagazijnen in Den Helder, aan de uitnodiging gehoor hadden gegeven.
Vol waardering richtte hij zich tot de heer W. Klinge, de promotor van “MarMag”,
aan wiens medewerking het was te danken, dat deze avond kon worden gevierd.
De proloog waarmee het
cabaretprogramma werd begonnen deed het uitstekend.
“The Musical Mixers”,
die hierbij ook waren betrokken, stonden ook garant voor het volgende nummer
en brachten er direct de juiste stemming in.
Op uitstekende wijze
bracht Roel Wijmenga een door hemzelf samengestelde declamatie, waarin de
prestaties van “MarMag” tot uitdrukking kwamen.
Vermeldenswaard is het
bedrag van vijftienhonderd gulden dat voor liefdadige doeleinden bijeen
werden gespeeld.
In een aardige en vlot
gespeelde schets bleek Jeanne Klinge een zeer goed
“Uitgeslapen
vrouwtje” te zijn. Bert Agema speelde als huisknecht een prima rol in “Slaap
lekker.” De heer Haak van Overloop liet de aanwezigen enige staaltjes van
goochelkunst zien. Vooral de geheugenstunt bracht de nodige spanning teweeg,
al waren er concentratiemoeilijkheden door luidruchtigheid in de zaal.
Het
bekende spelletje “Trek aan de bel” deed het ook op deze MarMag-avond
uitstekend. De bijdrage van Piet Nebbeling (de Helderse Thom Kelling) en de
Morali´s die als gasten medewerkten werden zeer gewaardeerd.
Na
de pauze zorgde Lambert Riteco voor de nodige hilariteit met “Modesnufjes.”
Haak van Overloop kan
met zijn sprekende pop nog meer succes bereiken wanneer Kareltje wat minder
beweeglijk is.
Het programma werd
keurig afgesloten door de “Morali´s” en Piet en Peter van Oosterum met
negro-songs.
De leiding van het
programma berustte bij Wybe Klinge, die tevens de conference verzorgde.
[Einde citaat.]
Me dunkt, dat ik hier
verder niets aan heb toe te voegen.
W. Klinge
[Naar boven]
Nadat deze revue met
veel succes voor leden, donateurs en belangstellenden was opgevoerd in
“Casino”, werden achtereenvolgens op 3 en 4 maart 1953 opvoeringen gegeven
ter gelegenheid van het zoveel jarig bestaan van H.C.S.C. hierna voor het
M.S.F. (Marine Sanatorium Fonds), voor het V.B.Z. (Vereniging van
Beroepsmilitairen der Zeemacht), voor de buurtvereniging Emmastraat, en op
een feestavond van Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau, i.v.m. vertrek naar het
buitenland.
Ook
ditmaal een gastoptreden van de acrobatengroep de Morali´s die regelmatig
werd uitgenodigd om hun niet geringe kunsten te vertonen. Het was moeilijk
te geloven dat het amateurs waren, want zij konden zich zeker meten met de
acrobatiek van circusartiesten.
Bij wijze van grap had
Bep Coster eveneens een acrobatengroep geformeerd onder de naam: “THE FOUR
TORNADO´S.” Zij traden vlak voor de pauze op na het optreden van de Morali´s.
Die dachten: “Wat raar, wij hebben net opgetreden.” Stinkend nieuwsgierig
stonden ze tussen de coulissen te kijken wat er ging gebeuren.
Het nummer van “The
four Tornado´s” bestond hieruit: één van hen (Bep Coster met valhelm) zou
met een aanloop op de stoel springen die op de schouder stond van Koos Cossé.
Die zat weer op de schouder van Piet de Vries.
Vanzelfsprekend stonden
zij bij de aanvang van het nummer met hun gezicht naar de zaal, zodat het
bordje PAUZE niet door het publiek te zien was.
Jeanne
Klinge fungeerde als aangeefster van talkpoeder en de stoel.
Met veel bombarie
poederde Bep Coster eerst zijn handen en nam daarna onder luid tromgeroffel
een aanloop, maar stopte hoofdschuddend halverwege omdat het niet goed ging.
Terwijl het publiek ademloos toekeek, herhaalde zich dat enige keren, tot
hij “NU!” riep. Op dat moment draaide Piet de Vries, met op zijn schouder
Koos Cossé, zich om, en werd het bordje “PAUZE” op de stoel zichtbaar. (zie
foto)
Zowel het publiek als
de “Morali´s” vonden het een pracht mop en de gespeelde vertoning werd dan
ook met een luid en langdurig applaus beloond.
De schets “Huiselijk
verkeer” waarmee deze revue werd besloten kan ik me ook nog goed
herinneren. Deze speelde zich af in de tijd toen er nog een enorme
woningnood heerste, en de kans bestond dat je bericht kreeg van hogerhand
dat je woning in aanmerking kwam voor inwoning. Dan kwam een gezin of
echtpaar eerst kijken of ze wel bij je in wilde trekken.
In de schets is er een
gezin dat dreigde inwoning te krijgen van een echtpaar en dat helemaal niet
zag zitten. Zij besloten het echtpaar dat eventueel zou komen inwonen af te
schrikken door zich nog erger dan het huishouden van Jan Steen voor te
doen.
Vader met z´n voeten in
een teil met water, een zoon met bokshandschoenen die met jan en alleman
wilde vechten, opa op een hobbelpaard, een dochter die niets anders deed dan
ruzie zoeken en schelden, en ga zo maar door.
Toen het echtpaar dit
alles aanschouwde en hoorde sloeg de schrik hun om het hart en zagen zij
natuurlijk van de inwoning af.
Tot groot vermaak van
het gezin en onder grote hilariteit van het publiek, sloeg het echtpaar op
de vlucht.
De list was gelukt.
W.
Klinge
Hieronder nog enkele
foto´s uit deze bijzonder geslaagde revue.



[Naar boven]

In 1954 trad de toneelgroep van MarMag (Marine
Magazijnen) in Casino op met het bovengenoemd blijspel. Het lijkt mij het
beste, de plaatselijke pers aan het woord te laten. Hieronder een
samenvatting van enige citaten:
GESLAAGDE OPVOERING VAN “LOL-STUK”
Menigmaal rolde
gisteravond een schaterlach naar het plafond van Casino, waar de toneelgroep
van “Marmag” een opvoering gaf van het blijspel “De kat en de strafschop”
van Glenn Melvyn. Wat dat betreft hebben regisseur Wybe Klinge en zijn
enthousiaste medewerkers de aanwezigen een beste avond bezorgd. Men heeft
zich inderdaad kostelijk geamuseerd met dit dwaze verhaal, waaraan eigenlijk
kop noch staart zat.
“De kat en de
strafschop” is wel bij uitstek geschikt om te worden gespeeld bij
voetbalfans. De auteur heeft op “volkse wijze” een aantal gebeurtenissen
rond deze sport uit de doeken gedaan; de oer chauvinistische heer des
huizes, de trots als de zoon in het eerste elftal van de profclub komt, het
onheuse bejegenen van de scheidsrechter en meer van die zaken,
die
elk weekend miljoenen in vreugde of huilen doen losbarsten.
Glenn Melvyn plaatste
dit alles en andere alledaagse dingen middenin het gezin Brown. De
typeringen voldeden over het algemeen.
Wiebe Bakker gaf een
uitstekende vertolking van vader Brown, een driftige mopperaar met een vader
Doorsnee-hart. Corrie Peeters was veelal een goed tegenspeelster als de
moeder. Regisseur Wybe Klinge speelde Wally Bins feilloos. Men kon zich
kostelijk vermaken met het Rotterdamse accent van Jeanne Klinge, die Emmy
Bins, gestalte gaf. Ief Grötzinger (Rose), Henk Hartman (Percy), Bert Agema
(Alf), en Jo Kelder, sloten zich instellend aan, al naar gelang ook van de
mogelijkheden van hun rollen.
Origineel was de
keurige “radioreportage” van de voetbalwedstrijd.
Einde citaten.
Enige tijd later werd
dit stuk ook nog in Santpoort opgevoerd voor Z.B.V.S. (Zwem en
Basketbalvereniging Santpoort).
Hoewel ik alles had
gecontroleerd voor het doek opging (ook de elektrische deurbel), deed die
het niet op het moment dat er gebeld moest worden.
Na mijn controle had er
dus blijkbaar iemand met z´n tengels aangezeten. De souffleur raakte in
paniek en ging toen, tot groot vermaak van het publiek, een deurbel nadoen
en riep: "Prrrrt. Prrrrt!"
Maar gelukkig kon het spel even later gewoon doorgaan en kregen we op het
eind toch een warm en hartelijk applaus.
W.
Klinge
[Naar boven]
Op 15 april 1961 werd dit toneelstuk opgevoerd in “Concordia,” v/h Casino.
Tijdens de leesrepetitie moest de Engelse politieagent (Bobby) de volgende
zin zeggen: ”Ik werd helemaal hoteldebotel,” maar in plaats daarvan zei hij:
”Ik werd helemaal hotèl dé botèl,” waarop iedereen in lachen uitbarstte.
Vanzelfsprekend werd hem duidelijk gemaakt dat er hoteldebotel stond en ook
als zodanig uitgesproken moest worden.
Gelukkig kon hij er toen zelf ook om lachen.
Over de inhoud van het stuk en het spel verwijs ik
naar onderstaande verslagen uit de plaatselijke pers.
[Aanvang gedeelten citaten.]
“SCHOFFIE
BUSTER” NIEUW SUCCES VOOR MARMAG
Corrie
Peeters uitstekend als moeder King
De toneelgroep Marmag heeft onder regie van Wybe
Klinge zaterdagavond veel succes geboekt met de opvoering van “Schoffie
Buster” geschreven door
Ted Willis. Men genoot van stuk en spel en men
reageerde vooral - zo
gaat dat nu eenmaal – op de grove taal.
Schoffie Buster King is een jongen van 16 jaar, die
een goed hart heeft en het nochtans met de eerlijkheid niet al te nauw
neemt. Hij is sympathiek en het is hem niet kwalijk te nemen, dat hij wel
een overtreding begaat; de maatschappij behandelt hem ook niet al te best.
Vader werkloos, armoe wat de klok slaat. De jongen wordt geholpen, en
terwijl zich in het eenvoudige gezin verdriet en vreugde voordoen, wordt
zijn innigste wens waarheid: een plaatsje bij de Luchtmacht.
Corrie Peeters gaf een
uitstekende vertolking van de moederrol. Zij gaf het waarlijke “volkstype”
gestalte. Jan Cats speelde vader King zeer ondergeschikt.
In de scène met zijn
vrouw na de dood van Sammy speelde hij ronduit goed, met welhaast
natuurlijke bescheidenheid. Carla Pieters had bijzonder goede ogenblikken
als de dochter Nelly. Wybe Klinge speelde zonder veel omhaal maar correct
Joe, die de wereld wil verbeteren. Kleine rollen werden behoorlijk vertolkt
door: Jan Leyendeckers (Bill), Alie Rombout (marktvrouw), en Wim Borgström
(lid van de luchtbescherming).
Ook voor de jeugd niets
dan lof. Robby Peeters beet zich er leuk en kwajongensachtig doorheen als
Sammy, en Kees Lokkers was echt een fijne knul als “Schoffie Buster.”
TYPISCH VOLKSSTUK GOED VOOR VOETLICHT GEBRACHT
De toneelgroep van de personeels- en sportvereniging
“Marmag” heeft zaterdagavond een goede opvoering gegeven van het echte
volksstuk
van Ted Willis “Schoffie Buster.” Of het aan de goede
reputatie van dit groepje ligt weten we niet, maar de zaal was weer
uitstekend bezet.
In het stuk wordt het
wel en wee van de gehele Engelse arbeidersfamilie in de jaren voor en
tijdens de tweede wereldoorlog ruw maar toch wel scherp getekend.
Kees Lokkers debuteerde
bij het groepje en nog wel meteen met een hoofdrol als “Buster.” Hij heeft
zich er werkelijk uitsteken doorgeslagen en het extra applaus dat hij kreeg
was zeker verdiend. Ook Corrie Peeters (moeder King) en Wybe Klinge (Joe
Hogg) verdienen een extra compliment voor hun uitstekende spel: de laatste
trouwens ook voor zijn goede regie. Carla Peeters zette een echt typetje op
de planken als het kattige zusje Nelly. Ook de andere dochter des huizes
Mary, werd door Ief Grötzinger goed gekarakteriseerd. Jan Cats speelde als
“vader onder de plak.” Jan Ras als “Sidney” een maatschappelijk werker.
Wiebe Bakker als (Ome
Dan), Jan Leyendeckers als politieagent, Alie Rombout (de marktvrouw), Wim
Borgström (BB-man) en Robby Peeters als de kleine Sammy.
“Marmag” kan terug zien
op een goede toneelavond.
[Einde gedeelten
citaten.]
Hoewel er heel wat
voorbereidingen aan vooraf gegaan zijn om dit stuk op de planken te zetten,
is het niet voor niets geweest gezien de geplaatste recensies.
(Groepsfoto van de
medewerkenden.)

W. Klinge
[Naar boven]
In 1960 werd dit blijspel, geschreven door R.
Feenstra in het KAB-gebouw, voorheen “Casino” opgevoerd door de toneelgroep
“MARMAG.
De gebeurtenissen spelen zich af in een hotel waar
geld geroofd en geleend wordt en hotelgasten zich misdragen. Dit alles
levert de nodige stof op voor de in dit stuk gespeelde romanschrijver Jan
Komma, die door zijn filosofische opmerkingen laat merken over veel
levenservaring te beschikken.
[Hieronder enkele
korte citaten uit de plaatselijke pers.]
Toneelgroep “MARMAG” bracht genoeglijk “LANG WEEKEND”
Ief Grötzinger en Corrie Peeters lieten overtuigend spel zien van de twee
tegenpolen der intrige. Ief Grötzinger als volbloed Amsterdamse
koopmansvrouw, en Corrie Peeters als mevrouw Niemeyer, zowel wat haar
intonatie als haar spel betrof. Direct hierna noemen we Wiebe Bakker als
Karel Kwiek, die een acceptabele jofele Amsterdamse groenteboer op de
planken zette. Men heeft ook weer kunnen genieten van Jeanne Klinge, in de
rol van Cora de danseres in het “Casino.” Jeanne Klinge heeft er slag van
rollen waarin élan en temperament moeten worden gedemonstreerd, te
vertolken.
Wybe Klinge, de schrijver Komma, wist door zijn
lakonieke houding en zijn beheerste spel de aanwezigen te overtuigen van
zijn geschiktheid voor toneel.
Voor Henk Hartman, de ober, kon men ook bewondering
hebben. Hij beheerste zijn rol goed, vooral door een gematigd optreden en
een goede rolkennis.
Carla Cats, liet als May, pittig spel zien.
Jan Cats als de heer Niemeyer, Marie Ras als
hotelhoudster, Corrie Kansen als Eva, en Joop Rombout als Dick, droegen het
hunne er toe bij om het blijspel aan een bevredigend slot te helpen.
[Einde citaten.]
Tijdens het spelen van dit stuk weet ik me nog te
herinneren dat Wiebe Bakker op een gegeven moment zijn tekst niet meer wist
(gebeurde wel eens meer).
Om zich hier uit te redden zei hij schaterlachend
tegen mij: ”Wie heet er nou Komma?” Wat helemaal niet in z´n tekst stond.
Toen hij uitgelachen was hebben we beide maar wat geimproviseerd totdat we
de draad weer konden oppakken. Het publiek noch de pers hebben hiervan iets
gemerkt.
Wiebe Bakker had zich weer eens mooi uit de nesten
gewerkt.
W. Klinge
Meer
foto´s van medespelenden in Lang Weekend:
 




 
[Naar boven]
De komst van de
televisie betekende voor veel toneelverenigingen de “nekslag”
i.v.m. de geringe
belangstelling van het publiek. Zo verdwenen o.a. de toneelgroep van Marine
Vliegkamp “de Kooy,” “Tavenu”, “de Ooievaar,” de katholieke groep “Entre
Nous,” de M.O.O.C, de vrouwentoneelvereniging
“de Nicolientjes,
W.S.O.V., etc.
Na 4 jaar op
“non-actief” te hebben gestaan durfden wij (de toneelgroep van “ Marmag”)
het weer aan om het blijspel “Patricia,” geschreven door Dick van Maasland”
op de planken te zetten.
Op 12 februari 1967
werd de eerste opvoering gegeven in het toneelzaaltje van de buurtvereniging
“de Vogelwijk” in de Kemphaanstraat. Met opzet was voor een klein zaaltje
gekozen, omdat we eerst eens wilden bekijken hoeveel publiek we zouden
trekken. Er was plaats voor 200 toeschouwers en er waren er ongeveer 150.
Niet echt slecht, maar het viel toch een beetje tegen.
De opvoering was echter
een groot succes en zodoende werd het toch een geslaagde avond.
Mede dank zij de goede
recensies in de plaatselijke pers werd dit stuk nog tweemaal opgevoerd, t.w.
op 21 april voor het actie-commité
“Overdekt Zwembad Den
Helder” en op 22 april voor een praktisch uitverkochte zaal voor de Bond
Ouden van Dagen. Beide voorstellingen in de Marine Cantine “ ´t Huys
Tijdverdrijf.”
[Hieronder enkele samengevatte citaten uit de
plaatselijke pers.]
Kolderstuk “Patricia”
Uitstekende terugkeer van
toneelgroep “MarMag”
Geslaagde “wederopstanding”
van “MarMag” met “Patricia”
Met dit toneelstuk
schoot “MarMag” midden in de roos. Als we de tekst laten domineren, moet
gezegd worden, dat de aanwezigen een amusante avond werd voorgeschoteld.
De inhoud van het stuk
is met een paar woorden gezegd. Uit de radio klinkt keer op keer de
lieftallige stem van Patricia, die het hoofd van de gehele Nederlandse
krijgsmacht op hol brengt. Met haar meeslepend stemgeluid verhoogt zij de
omzet van de Patricia-kousenfabriek …… en verlaagt zij drastisch de
verkoopcijfers van haar man ….. die zelf een kousenfabriek heeft!
De hele zaak gaat aan
het rollen als een zekere Berend Bastiaan Bolenbach met een hemelse blik
naar binnen komt stuiven en zijn twaalf- romantische- uren- met- Patricia
opeist, de hoofdprijs van de Patricia-prijsvraag. Mies Dekker, de 50-jarige
radio-vamp, wil echter haar identiteit geheim houden, en B.B.B. gaat met
drie andere Patricia´s op stap. Verder dan de deur komt hij meestal niet.
Het stuk werd in grote
lijnen gestalte gegeven door het echtpaar Klinge, waarbij Wybe ecxelleerde
als Martin Dekker en Jeanne als Miep (Patricia) zijn vrouw weer voldoende
van haar acteertalenten blijk gaf. Een dankbare rol was er weg gelegd voor
Corrie Peeters als de dienstbode Fanny. Met haar komische intervals zorgde
zij er voor dat de lach in dit blijspel steeds de boventoon voerde.
Bijzonder goed werd ook de gekke B.B.B. gebracht door Bob Komen.
Dochter Karin werd
aardig gestalte gegeven door Carla Pieters-Cats.
Verder speelden mee Luc
van Eijbergen als Tonny, Nel Dol als Thea, Loes van Kleef als Mathilda
Gordijn en Wim Jager als Daniël Donker.
[Einde samengevatte citaten.]
Onderstaand enkele foto´s uit dit blijspel.
W.
Klinge


  
[Naar boven]
|