De onvoorstelbare krachten van de Ark des Verbonds


De Ark met de twee stenen tafelen, die Mozes meenam van de berg Horeb in de Sinaï-woestijn, doodde iedereen die er zonder beschermende kleding in de buurt kwam. Bliksemschichten troffen de slachtoffers. ’s Nachts bleef rond de Ark een vurige gloed zichtbaar en overdag hing er een wolkkolom boven.
De Ark, waarin volgens de Bijbel Jahweh ( = Jehova, Allah, God) huisde, deed de grond uiteensplijten en complete volksstammen in zijn vuur verzengen. Deze Ark lijkt een onvoorstelbaar wapen, dat maar beter verborgen kan blijven. Maar waar komt die ongelooflijke energie vandaan? En wat is dat mysterieuze witte poeder dat in de tempel op de berg Horeb (en andere vindplaatsen) werd gevonden?


Natuurverschijnselen zijn van alle tijden. Evenzo de natuurwetten. Elektriciteit, licht, zwaartekracht, magnetisme: niets nieuws onder de zon. Toch doen we alsof wij dat alles zelf hebben uitgevonden in de laatste 2 eeuwen. Niets is minder waar. Duizenden jaren geleden bestonden deze verschijnselen ook al en hebben mensen ontdekt wat je er mee kunt doen.
Dat wil zeggen: een selectief gezelschap heeft het ontdekt en voor zichzelf gehouden. Want het gewone volk kon door ‘goed’ gebruik van die wetenschap mooi onder de duim worden gehouden. Deze elite heeft haar geheime wetenschap wél op schrift gesteld voor een volgende generatie onderdrukkers. De perkamentrollen waarop alle details van die kennis werd beschreven, moest zorgvuldig verborgen worden gehouden voor niet-ingewijden.
De Tempeliers hebben in de 12de eeuw deze geschriften tezamen met de Ark gevonden. Zij hebben de verworven kennis gebruikt om hun orde rijkdom, macht en aanzien te geven. Maar ook zij hebben het op hun beurt weer verstopt.

Op de berg Horeb, waar Mozes ca. 3350 jaar geleden zijn stenen tafelen ‘ontving’, werd aan het begin van de 20ste eeuw door de Britse archeoloog Sir Flinders Petrie de ruïnes van een tempel aangetroffen. Uit de enorme hoeveelheid artefacten die werd gevonden, bleek dat de tempel moest zijn gebruikt als een soort werkplaats waar goud werd verwerkt.
In de ruïnes vond Petrie grote hoeveelheden fijn wit poeder, waarvan hij vermoedde dat dát het product van de fabricage moest zijn geweest.
Maar van goud kun je geen wit poeder maken.. Dacht je!

Het witte poeder kwam ook al voor in de Egyptische oudheid. Op verschillende afbeeldingen met hiëroglyfen, konden taalkundigen (dankzij De Steen van Rosetta en J.F. Champollion) ontcijferen, dat goud werd verwerkt tot ‘mfkzt’. Alleen begrepen zij niet wat dat precies was en waar het voor diende. In het oude Mesopotamië stond de stof bekend als ‘shem-an-na’. Ook bij de tempelschatten van de Maya’s werd dit poeder gevonden. Men dacht daar te maken te hebben met de stof ‘mica’.

David Hudson, een rijke katoenplanter in Arizona ontdekte in 1976 na een speciale bewerking van zijn land, dat het bedekt was met hetzelfde witte poeder. Het spul bleek zeer vreemde eigenschappen te hebben. Bij analyse dacht men aanvankelijk te maken te hebben met een samengestelde poedervorm van ijzer, silica, aluminium en nog wat elementen. Maar later leek het meer op palladium en daarna zelfs goud, platina, rhutenium, rhodium, iridium en osmium!
Men ontdekte dat het poeder zwaarder was dan lood. Bij verhitting loste het echter op in een verblindende flits van wit licht, waarna er slechts 56 % van de gewichtsmassa overbleef. De natuurwet over het behoud van massa leert ons dat zoiets onmogelijk is en dat die 44 % ergens gebleven moet zijn. Bij verdere verhitting keerde het gewicht van het materiaal weer terug naar 100 %! Maar het meest verbijsteringwekkende komt nog: bij afkoeling zakte het gewicht tot ónder het nulpunt. Met andere woorden: het woog minder dan niets! Sterker nog: de schaal waarin het zich bevond begon te zweven, dus het spul bracht zijn ‘leviterende kracht’ over op het materiaal waar het zich in bevond! (werden de hoeders van de Ark niet ‘Levieten’genoemd?) Waarschijnlijk zijn de piramiden met behulp van de krachten van deze stof gebouwd.
Tegenwoordig noemen wetenschappers die zich bezighouden met supergeleiders deze materie een ‘high-spin monatomic element’.

Het deed mij denken aan de experimenten van de laatste jaren met zogenaamde ‘supergeleiders’, waarbij kleine kikkertjes zweefden boven een geactiveerde supergeleider.
Inderdaad bleek het witte goudstof supergeleidende eigenschappen te hebben.
Zou dit soms de alchemistische ‘Steen der Wijzen’ zijn, waarnaar men al eeuwen op zoek is?
Het lijkt er wel op, want het vertoont precies de kenmerken die in Hermetische geschriften worden beschreven: genezende krachten, levensverlengende en andere magische eigenschappen.
Het zou zelfs kankercellen kunnen aanzetten tot herstel, in tegenstelling tot hoe men kanker nu bestrijdt, n.l. vernietiging door chemicaliën of door straling.

De stof mfkzt werd verkregen door 24 karaats goud bloot te stellen aan hoogenergetische elektrische spanning. Maar hoe kwamen de Egyptenaren in de oudheid aan elektriciteit? Zoals ik al schreef: het verschijnsel elektriciteit is niet nieuw. Er is in 1938 door de Duitse archeoloog Wilhelm Koenig in Irak een echte batterij gevonden van méér dan 2240 jaar oud!

Zet verschillende metalen platen (bijv. koper en zink) in een bak met zuur en er ontstaat elektrische stroom, ofwel een elektrische accu/condensator. Zó eenvoudig is het. Zouden de mensen in de oudheid dáár nou niet achter zijn gekomen? Ik ben ervan overtuigd dat ze het kenden en dat de ‘elite’ er grif misbruik van maakte.
De Ark des Verbonds was niets meer of minder dan een sterke condensator; een elektrische krachtbron, met bovenop de twee polen in de vorm van cherubijnen. Zonder beschermende kleding werd een ál te nieuwsgierig persoon ter plekke geëlektrocuteerd!

Ik ben er van overtuigd, dat de huidige elite van machthebbers en oliebaronnen de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen en ontdekkingen met betrekking tot dit ‘goudstof’ (mfkzt), supergeleiders, nulpunt-energie en brandstofcellen probeert tegen te houden om hun financiële belangen veilig te stellen.
Ik weet zeker, dat regeringen mogelijk particulier onderzoek op dit punt ernstig tegenwerken om de kennis erover binnen eigen gelederen te houden. En waarom ‘verkopen’ de nationale banken ineens tonnen van hun enorme goudvoorraad? En aan wie?
Het gewone volk moet onwetend worden gehouden. Oude tijden keren terug. Alleen ingewijden mogen weten wat er speelt.
Alleen het ‘gewone’ volk trapt er deze keer niet in!!

Bron: Laurence Gardner, “Het mysterie van de Ark des Verbonds”, uitg. Tirion, Baarn, ISBN 90-4390-682-4