 |
|  |
De Heks (de Waarzegger, het medium) van Endor 1
Samuel 28:4-25. Korte samenvatting: Een medium dat geraadpleegd wordt door
koning Saul in zijn wanhoop als hij verlaten is door Yhwh, en de gebruikelijke
manieren om God te raadplegen falen (dromen, urim en tumim, en profeten). Na de
dood en begrafenis van Samuel, vergezeld van de gebruikelijke rouw ceremonies
in Ramah, had Saul alle waarzeggers en bedrijvers van hekserij uit het land verbannen.
Maar de Filistijnen verzamelden een legermacht en sloegen hun kamp op in Shunem,
en Saul sloeg zijn kamp op te Gilboa om hen het hoofd te bieden. De koning van
Israel was ontzet door het aantal van zijn tegenstander, probeerde Yhwh te raadplegen
maar ontving geen antwoord. In deze benarde situatie vraagt hij om een vrouw ,
"die een talisman heeft" (Smith, "Samuel," p. 240) waarmee
doden opgeroepen kunnen worden en krijgt te horen dat er één in
Endor verblijft. Vermomd gaat Saul 's nachts naar haar verblijfplaats en verzoekt
haar degene die hij zal noemen op te roepen. Het medium (de heks) ruikt onraad
en weigert mee te werken vanwege de door de koning in het vooruitzicht gestelde
straf. Als zij ervan verzekerd is zij niets te duchten heeft roept ze op Sauls
verzoek Samuel op. Als zij Samuel ziet roept zij met luider stem uit en beschuldigt
de koning, die zij herkent, ervan haar bedrogen te hebben. Saul stelt haar gerust
en doet haar hem vertellen wat ze gezien heeft. Ze zag "een god ["elohim"]
die oprees uit de aarde"; "een oude man . . . gehuld in een mantel."
Saul knielt neer voor de (onzichtbare) geest. Samuel klaagt gestoord te zijn maar
Saul voert het extreme gevaar aan waarin hij verkeert en zijn hulpeloosheid nu
Yhwh hem verlaten heeft. Samuel weigert echter raad te geven maar kondigt de spoedige
val aan van de koning en zijn dynastie. Saul valt flauw, gedeeltelijk vanwege
lichamelijke uitputting door ondervoeding. Het medium (de heks) probeert hem te
troosten en bied haar gastvrijheid aan. Saul weigert eerst maar geeft na herhaald
aandringen van de vrouw en zij dienaren toe. Hij eet en gaat zijn lot tegemoet.. -In
de Rabbijnse Commentaren: De bijbel vertelt de naam van de vrouw niet, de rabbijnsel
Midrash houdt het erop dat ze Zephaniah was, de moeder van Abner (Yal?, Sam. 140,
uit Pir?e R. El.). Dat een bovennatuurlijke verschijning beschreven wordt, wordt
afgeleid uit de herhaalde nadruk gelegd op de mededeling dat Samuel gestorven
was en begraven was (I Sam. xxv. 1, xxviii. 3), daardoor kan geen geloof gehecht
worden aan de bewering dat Samuel nog leefde (Tosef., So?ah, xi. 5). Verder werd
hij opgeroepen tijdens de eerste twaalf maanden na zijn dood, in de periode waarin,
volgens de Rabbis, de geest nog in de buurt van het lichaam zweeft (Shab. 152b).
In verband met de gebeurtenissen in het verhaal hebben de Rabbis de theorie ontwikkeld
dat het medium de geest ziet maar zijn spraak niet kan horen, terwijl de persoon
die om de verschijning gevraagd had de stem hoort, maar niet ziet; omstanders
horen noch zien (Yal?., l.c.; Reda? en RaLBaG's commentaren). De uitroep van de
vrouw bij het zien van Samuel zien de Rabbis als gevolg van zijn ongebruikelijke
houding bij het verschijnen, niet horizontaal, zoals verwacht wer, maar vertikaal
(verg. LXX. in vers 14). -(Historisch) Kritische benadering: Het verhaal
werpt licht op het heersende geloof van het primitieve Israel betreffende de mogelijkheid
om doden op te roepen en hen te raadplegen. Er wordt getwijfeld aan de historische
betrouwbaarheid van dit verslag. Sommigen pogen het verhaal op de ervaren werkelijkheid
te doen lijken door aan te nemen dat de vrouw de koning, vermoeid en opgewonden,
voor de gek hield. Anderen wijzen erop dat dezen de pointe missen: De scene is
in feite een satire op Koning Saul,en het oproepen van de dode komt slechts terloops
voor. Hij, de vernietiger van de mediums (heksen), verlaten doorYhwh, gaat zelf
naar een medium (heks) maar komt van een koude kermis thuis. Samuel weigert hulp
en bevestigt wat Saul al voorzag in zijn angst (Grüneisen, "Der Ahnenkultus
und die Urreligion Israels," pp. 152-154, Halle, 1900). De opgeroepen geest
werd wel geïnterpreteerd als de geest waardoor de heks bezeten was, maar
dit lijkt geen oude opvatting te zijn. -Enige toelichting: Het verhaal
van de Heks van Endor die de geest van Samuel oproept staat in 1 Samuel 28:7-20
en is het enige bijbelse verslag van contact met een overledene. Saul had zichzelf
beroofd van elke legitieme geestelijke informatie door zijn eigen ongehoorzaamheid
en rebellie, en zocht ten einde raad de hulp van een heks (een medium) terwijl
hij eerder hen verbannen had uit het land. De Wet stond niet toe gebruik te maken
van heksen, mediums en spiritisten om de werkelijkheid naar je hand te zetten
(Deuteronomium 18:11). Israel moest niet door omgang met bedrijvers van magie
verontreinigd worden (Leviticus 19:31). Dat de Koning tot deze diepte verviel
geeft aan hoe wanhopig hij was toen hij als gevolg van zjn eigenzinnigheid zich
bewogen had buiten de kring van Gods genade. Deut 18:9-12 9 Wanneer u in het
land komt dat de HEER, uw God, u geven zal, mag u de verfoeilijke praktijken van
de volken daar niet navolgen. 10 Er mag bij u geen plaats zijn voor mensen die
hun zoon of dochter als offer verbranden, en evenmin voor waarzeggers, wolkenschouwers,
wichelaars, tovenaars, 11 bezweerders, en voor hen die geesten raadplegen of doden
oproepen. 12 Want de HEER verafschuwt mensen die zulke dingen doen, en om die
verfoeilijke praktijken verdrijft hij deze volken voor u. Leviticus 19:31
31 Raadpleeg geen geesten en schimmen van doden. Wie zich tot hen wendt, verontreinigt
zichzelf. Ik ben deHEER, jullie God. De passage geeft geen aanleiding te
geloven dat het iemand anders is dan Samuel, die door het medium beschreven wordt
als "een oude man die een mantel draagt" (v. 14). De mantel wekt
bij sommigen bevreemding omdat geesten geen kleren zouden hebben. In verslagen
van dergelijke ervaringen is echter meestal sprake van herkenbare kleding. Wellicht
is die beeldvorming (in dit geval van Godswege) er opdat de levende de geest zal
herkennen. De boodschap die Samuel aan Saul gaf was bleek juist tot in details.
Saul krijgt bericht over zijn komende nederlaag en dood. Sommige uitleggers
stellen dat het niet echt mogelijk is dat heksen of mediums met de doden spreken,
maar dat God deze ene uitzondering toestond. Want, zeggen ze, als iemand sterft
gaat zijn ziel naar hemel of hel, afhankelijk van of ze wel of niet in Christus
geloofden (Matteus 25:46: 46 Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de
rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.' ). Er is geen aanleiding, zeggen
die uitleggers, om te geloven dat overledenen hemel of hel kunnen verlaten (vergelijk
echter de gelijkenis van de arme Lazarus, Lukas 16: 19-31), om contact te hebben
met levende familieleden. Zulke uitleggers zien in verhalen over zulk contact
demonisch bedrog (2 Corinthians 11:14-15) Ze zeggen dat dit ook geen wonder is,
want niemand minder dan Satan vermomt zich als een engel van het licht en dat
het dus voor de hand ligt dat ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren van
de gerechtigheid. Maar ze zullen krijgen wat ze verdienen.). De Wet zei
dat zulke praktijken hem een gruwel waren en dat wie zulke dingen in Israel deed
ter dood gebracht moest worden (Leviticus 20:27 27 Een man of een vrouw die
geesten of schimmen van doden laat spreken, moet ter dood gebracht worden. Zulke
mensen moeten worden gestenigd en hebben hun dood aan zichzelf te wijten."') (Deuteronomium
18:10-12 10 Er mag bij u geen plaats zijn voor mensen die hun zoon of dochter
als offer verbranden, en evenmin voor waarzeggers, wolkenschouwers, wichelaars,
tovenaars, 11 bezweerders, en voor hen die geesten raadplegen of doden oproepen.
12 Want de HEER verafschuwt mensen die zulke dingen doen, en om die verfoeilijke
praktijken verdrijft hij deze volken voor u.) Spiritisme wordt dan ook vaak
gezien als ingaan op de verleidingen van het kwaad: (1 Peter 5:8") Wees waakzaam,
wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw,
op zoek naar een prooi." De kwalijke kant van het oproepen van doden
en magie in het algemeen is niet dat er contact is met geesten, maar dat je geesten
voor je karretje wilt spannen om zelf iets te bereiken of te verwezenlijken. Het
ervaren van dromen, visioenen etc. op zich is niet kwalijk, het oproepen ervan
om erover te beschikken wél. | |
|