| De Wieden: uniek gebied in de kop van Overijssel
Dit moerasgebied in de kop van Overijssel is in de zevende eeuw
ontstaan door vervening. Het bestaat uit trekgaten, plassen, rietvelden,
hooilanden en moerasbos. De Wieden vormt samen met het aangrenzende
Nationaal Park De Weerribben één van de belangrijkste
laagveenmoerasgebieden van West-Europa. In de zeventiende eeuw is
hier de brandstof voor het westen weggehaald in de vorm van turf.
De vraag naar turf werd steeds groter en daarmee ook de diepte van
de uitgebaggerde trekgaten. De legakkers werden steeds smaller en
het gevolg laat zich raden: bij storm werden de legakkers weggeslagen
en zo ontstonden de grote plassen van De Wieden. De Beulakerwijde
en Belterwijde zijn de bekendste. In de winter verblijven hier veel
eenden waaronder zaagbekken. In het voorjaar kunnen we hier de schuwe
Purperreiger hier aantreffen. Langs de slootkanten groeit de waterzuring,
waar de Grote Vuurvlinder zijn eitjes op af kan zetten. De rupsen
eten van deze plant en verpoppen er vervolgens ook. Deze vlinder
komt alleen nog in deze moerasgebieden voor. Ook de zwarte stern
broedt hier nog. Deze zeldzame stern gebruikt in natuurlijke situaties
de krabbescheer en de wortelstokken van de gele plomp en waterlelie
als ondergrond voor het nest. Vanwege de sterke afname van natuurlijke
nestondergrond worden vanaf de jaren zeventig kunstnesten aangeboden
in de vorm van vlotjes. Deze worden uitgelegd in hun natuurlijke
biotoop. Tegenwoordig broedt tenminste 80% van de Nederlandse populatie
op deze vlotjes. In de loop van de jaren waren de aantallen sterk
teruggelopen en bedroegen nog geen 10% van wat het was in de jaren
vijftig. Toen werden de aantallen geschat op 15.000 tot 20.000 broedparen.
De afname was het sterkst in de jaren zestig en zeventig. Inmiddels
hebben studies uitgewezen dat er drie redenen aangewezen kunnen
worden voor de afname:
1. Afname van de krabbescheer => geen of onvoldoende nestgelegenheid.
2. Afname van de diversiteit in prooikeuze => jongen krijgen
onvoldoende voedsel aangeboden.
3. Verstoring door de verhoogde recreatiedruk in het plassengebied.
Het uitleggen van kunstvlotjes heeft er mede voor gezorgd dat de
aantallen niet verder zijn teruggelopen. Dit uitleggen moet elk
voorjaar weer opnieuw gebeuren. Niet te vroeg, omdat anders de Wilde
Eend er zijn nest op maakt! In de nazomer worden ze binnen gehaald.
Ook in de Gelderse Poort komt nog een redelijk populatie voor. Thans
wordt de Nederlandse populatie geschat op 1000 tot 1250 broedparen.
Het voedsel van de Zwarte Stern bestaat voornamelijk uit kleine
visjes, libellen en beekjuffers. Ook jagen ze boven de hooilanden
en halen daar langpootmuggen, hommels, krekels en sprinkhanen vandaan.
Kenmerken zwarte stern: 25 cm groot en hij/zij weegt 90 gram. Een
pas uitgekomen pul weegt maar 10 gram. Legt 2 tot 4 eieren. Broedduur
ongeveer twintig dagen, waarna de jongen ook nog een twintigtal
dagen verzorgd worden op het nest.
Zodra de jongen echter kunnen vliegen verlaten ze hun broedgebied
en verzamelen ze zich op het IJsselmeer. Slapen doen ze op het Balgzand.
Uniek is de trek in augustus langs de Waddenzeedijk bij Den Oever.
Daar trekken ze massaal langs op weg naar de slaapplaats. Dat is
ook het moment dat ze geteld kunnen worden. Het blijkt dat ook veel
Oost Europese zwarte sterns zich hier verzamelen voordat ze wegtrekken
naar zuidelijke streken. Ze overwinteren langs de westkust van Afrika.
Men vermoedt dat het IJsselmeer dienst doet als ruigebied voor alle
zwarte sterns uit Oost-Europa, de Baltische staten en Wit-Rusland.
De aantallen kunnen dan oplopen tot ver boven de honderdduizend!
owz |