De Wieden

About Me

Onderwerpen Verslagen

Noord-Spanje

Zweden

Lesbos [1999]

Lesbos [2002]

Zwitserland

Polen

Noorwegen

Ebro

Bargerveen

Hongarije

Frankrijk [2003]

De Wieden: uniek gebied in de kop van Overijssel

Dit moerasgebied in de kop van Overijssel is in de zevende eeuw ontstaan door vervening. Het bestaat uit trekgaten, plassen, rietvelden, hooilanden en moerasbos. De Wieden vormt samen met het aangrenzende Nationaal Park De Weerribben één van de belangrijkste laagveenmoerasgebieden van West-Europa. In de zeventiende eeuw is hier de brandstof voor het westen weggehaald in de vorm van turf. De vraag naar turf werd steeds groter en daarmee ook de diepte van de uitgebaggerde trekgaten. De legakkers werden steeds smaller en het gevolg laat zich raden: bij storm werden de legakkers weggeslagen en zo ontstonden de grote plassen van De Wieden. De Beulakerwijde en Belterwijde zijn de bekendste. In de winter verblijven hier veel eenden waaronder zaagbekken. In het voorjaar kunnen we hier de schuwe Purperreiger hier aantreffen. Langs de slootkanten groeit de waterzuring, waar de Grote Vuurvlinder zijn eitjes op af kan zetten. De rupsen eten van deze plant en verpoppen er vervolgens ook. Deze vlinder komt alleen nog in deze moerasgebieden voor. Ook de zwarte stern broedt hier nog. Deze zeldzame stern gebruikt in natuurlijke situaties de krabbescheer en de wortelstokken van de gele plomp en waterlelie als ondergrond voor het nest. Vanwege de sterke afname van natuurlijke nestondergrond worden vanaf de jaren zeventig kunstnesten aangeboden in de vorm van vlotjes. Deze worden uitgelegd in hun natuurlijke biotoop. Tegenwoordig broedt tenminste 80% van de Nederlandse populatie op deze vlotjes. In de loop van de jaren waren de aantallen sterk teruggelopen en bedroegen nog geen 10% van wat het was in de jaren vijftig. Toen werden de aantallen geschat op 15.000 tot 20.000 broedparen. De afname was het sterkst in de jaren zestig en zeventig. Inmiddels hebben studies uitgewezen dat er drie redenen aangewezen kunnen worden voor de afname:
1. Afname van de krabbescheer => geen of onvoldoende nestgelegenheid.
2. Afname van de diversiteit in prooikeuze => jongen krijgen onvoldoende voedsel aangeboden.
3. Verstoring door de verhoogde recreatiedruk in het plassengebied.

Het uitleggen van kunstvlotjes heeft er mede voor gezorgd dat de aantallen niet verder zijn teruggelopen. Dit uitleggen moet elk voorjaar weer opnieuw gebeuren. Niet te vroeg, omdat anders de Wilde Eend er zijn nest op maakt! In de nazomer worden ze binnen gehaald. Ook in de Gelderse Poort komt nog een redelijk populatie voor. Thans wordt de Nederlandse populatie geschat op 1000 tot 1250 broedparen. Het voedsel van de Zwarte Stern bestaat voornamelijk uit kleine visjes, libellen en beekjuffers. Ook jagen ze boven de hooilanden en halen daar langpootmuggen, hommels, krekels en sprinkhanen vandaan.

Kenmerken zwarte stern: 25 cm groot en hij/zij weegt 90 gram. Een pas uitgekomen pul weegt maar 10 gram. Legt 2 tot 4 eieren. Broedduur ongeveer twintig dagen, waarna de jongen ook nog een twintigtal dagen verzorgd worden op het nest.

Zodra de jongen echter kunnen vliegen verlaten ze hun broedgebied en verzamelen ze zich op het IJsselmeer. Slapen doen ze op het Balgzand. Uniek is de trek in augustus langs de Waddenzeedijk bij Den Oever. Daar trekken ze massaal langs op weg naar de slaapplaats. Dat is ook het moment dat ze geteld kunnen worden. Het blijkt dat ook veel Oost Europese zwarte sterns zich hier verzamelen voordat ze wegtrekken naar zuidelijke streken. Ze overwinteren langs de westkust van Afrika. Men vermoedt dat het IJsselmeer dienst doet als ruigebied voor alle zwarte sterns uit Oost-Europa, de Baltische staten en Wit-Rusland. De aantallen kunnen dan oplopen tot ver boven de honderdduizend!
owz

This Page is best viewed at 1024*768. Internet explorer version 5.0.