Vogeltocht
N.O. Spanje en Zuid Frankrijk in 1998

Ebro rijstveld

Iberische Steenbok

Ebro delta met Otte en Rob
Voorbereiding
Enkele gegevens
op een rij over Spanje.
Bijna 40 miljoen
mensen wonen op een oppervlakte van 504 750 km2. Dat is 77 mensen
op elke vierkante km. Nederland heeft er 375. Spanje is in oppervlakte
12,2 keer groter dan ons land.
Van de bevolking is 95% katholiek. De werkeloosheid bedraagt 22,9%.
Koopkracht ten opzichte van Nederland (= 100) bedraagt 73. Polen
bijvoorbeeld 27! Gegevens van ´ 95 en 96. BNP Spanje 21.782
in guldens per inwoner; Nederland: 38.496. Zwitserland: 65.171!
Het inkomen bedraagt $13.440; in Nederland $22.010.
Het Catalaanse gebied, dat uit vier provincies bestaat, is een van
de rijkere autonome delen. De andere drie autonome delen zijn Baskenland,
Galicia, en het Spaanse gebied (Castilaans). Spanje vormt samen
met Portugal het Iberisch schiereiland. Het wordt door de Pyreneeën
van de rest van het Europese continent gescheiden. Dit gebergte
is tijdens de alpiene gebergteplooiing gevormd, zo´n 50 miljoen
jaar geleden. Het is dus een betrekkelijk jong gebergte met spitse
punten. Er zijn weinig passen door de Pyreneeën. Spanje is
een land met zeer verschillende landschapstypen. In totaal worden
er 17 natuurlijke regio´s onderscheiden.
Geschiedenis
Het oorspronkelijk
door Iberiërs en Kelten bewoonde Spanje kwam in de eerste eeuw
v. C. onder
Romeins bestuur. Daarna volgden in de vijfde eeuw de Visigoten die
op hun beurt weer werden verslagen door de Arabieren. Na de 11e
eeuw werd het christelijke gebied in het noorden geleidelijk aan
in zuidelijke richting uitgebreid tot in 1492 het hele land onder
het gezag stond van het Spaanse koningshuis. Door zijn koloniën
in Zuid Amerika werd Spanje een wereldmacht. Met de ondergang van
de armada (vloot) raakte het land veel gezag kwijt. In 1936 stortte
de coup van Franco het land in een drie jaar durende burgeroorlog
die eindigde met een zege voor de fascisten. Na Franco´s dood
(1975) werd Juan Carlos koning; hij leidde Spanje in 1978 naar de
parlementaire democratie.
Spanje Fysische
De Ebro komt uit
op de Catalaanse kust van de Middellandse Zee. Hij vormt hier de
Ebro (Catalaans Ebre) delta. Het brede bekken van de Rio Ebro wordt
aan alle kanten ingesloten door gebergten.
De 930 km lange rivier ontspringt in het Cantabrische gebergte.
Belangrijke zijrivieren zijn de Arga en de Aragón. De hoogste
piek wordt hier gevormd door Picos de Europa 2648 meter). Wij zullen
ons voornamelijk bevinden aan de Middellandse Zeekust, ter hoogte
van de Costa Brava (Goede kust) en andere door de toeristen-industrie
verzonnen fantasienamen. De Ebro wordt tevens gevoed met veel water
uit de Pyreneeën. Totale stroomgebied 85 000 km2 (ruim twee
keer Nederland). Voor de scheepvaart is de rivier van weinig belang,
omdat hij zich kort voor de monding in de Middellandse Zee zich
een weg moet banen door het door het Catalaanse kustgebergte. Het
rivierwater wordt benut voor bevloeiing. Daartoe is een kanaal aangelegd
van Tudela naar Zaragoza, het Canal Imperial. Het Ebro-bekken is
een belangrijk tuinbouwgebied.
Talen
Er worden in Spanje tenminste vier talen gesproken: Castiliaans
(74% het Spaans), Galicisch(7%), Baskisch(2%) en Catalaans(17%).
Het Baskisch heeft als enige taal geen verwantschap met de indogermaanse
talen.
Het Castiliaans is landelijk de enige ambtelijke taal. Ook in Latijns
Amerika wordt Spaans gesproken, omdat de Spanjaarden hier vroeger
koloniën hadden. Het Catalaans wordt door ongeveer 10 miljoen
mensen verstaan en door iets minder gesproken. Ook op de Balearen
wordt het gesproken.
Planning
Op 5 april zijn
we naar Allen Liosie uit Almere, op de Speerdistel nummer 2 gegaan
en hebben we daar informatie gekregen.
De bedoeling is dat we eerst naar het de l’Emporda nabij Roses
gaan een vijftig km voorbij de grens met Frankrijk. Vanaf Agiguamolls
naar de Ebro-delta kunnen we een kleine omweg maken door een berggebied
genaamd Sierra del Monseny waar we kans maken op de Hagedisslang
en Parelhagedis. Het gebergte loopt aan weerzijden van het kleine
riviertje de Tordera. De toppen reiken niet hoger als 1300 meter
met een enkele uitschieter tot 1694 meter. De hellingen zijn dicht
bebost met voornamelijk pijnbomen en nauwelijks bewoond. In de dalen
liggen leuke dorpjes. De wegen zijn er smal en bochtig. Zo´n
13 km voorbij Viladrau, bij het gehucht Seva, begint de pasweg die
uiteindelijk uitkomt in het dorpje Monseny. Wij komen echter van
de andere kant.
Allen had hier een Dwergooruil gefotografeerd. Aan de kust vinden
we enkele laguna´s, de Mporda Marches? We kunnen eventueel
overnachten in het pension van Anton in Roses.
Daarna trekken we door naar de Ebrodelta (320 km2) nadat we een
berggebied bezocht hebben bij Monseny. We blijven een dag of vier
vijf in de delta en gaan dan weer in noordelijke richting. Misschien
nog even naar ons eerste gebied al naar gelang onze eerste bevindingen.
Anders richting Camarque.
In de Ebro-delta maken we kans op Dunbekmeeuw en Audouins Meeuw.
Onder bruggen letten op roodstuitzwaluw. Allen had hier ook Spaanse
knoflookpad, een groene en rode fase (ook in de Cote Donana) rups
van de wolfsmelkpijlstaart. Vervolgens: marmersalamander, relmuis,
prov. grasmus, vorkstaartplevier, griel. Ook grote karekiet en op
het strand de stranddistel. Bij de wateruitlaat in de delta soms
dode vis, waardoor reigers aangetrokken worden.
Momenteel beslaat
het Ebro Delta Naturel Park een oppervlak van 5900 ha. en het Ebro
National Game reserve 1127 ha; samen goed voor 24% van de totale
oppervlakte van de delta. Er is een informatie centrum bij Eco-museum
in Deltebre (noordzijde van de rivier).De delta is van internationaal
belang voor acht soorten planten en 69 gewervelde diersoorten, de
meeste vogels. Er broeden 95 vogelsoorten en vele gebruiken het
als overwinteringgebied of als rustgebied tijdens de trek. Er kunnen
325 vogelsoorten waargenomen worden. De rijstvelden zijn zeer kenmerkend
voor dit gebied met zijn wisselende gezichten. In de winter is de
aanblik modderig, in het voorjaar staan ze onder water en in de
zomer zijn ze eerst groen en daarna goudkleurig. La Banya wordt
kleiner, terwijl het jongere El Fangar in het noorden nog in omvang
toeneemt. Tot 1850 woonden er slecht 700 mensen. Na 1851 ging het
mis. Men ging de Ebro kanaliseren teneinde haar tot in zee bevaarbaar
te maken. Tegenwoordig leven er 90 000 mensen in de delta en is
maar liefst 75% landbouwgrond. Het meest rijstteelt nl. 65% (16000
ha). De rijst wordt in mei gepland of uitgezaaid en in september
geoogst.
Reisverslag
Op vrijdagavondavond
24 april zijn we omstreeks 21 uur vertrokken naar enkele natuurgebieden
in Noordoost-Spanje en Zuid Frankrijk. De volgende gebieden hebben
we achtereenvolgens bezocht:
Parc natural dels
Aiguamolls de l’emporda => Bij Figueres (museun van Ronald
Dalh)richting Roses. Het is een betrekkelijk klein gebied, dat goed
overzichtelijk is gemaakt door het plaatsen van een tiental waarnemingshutten.
Het gebied ligt een vijftig kilometer over de grensovergang van
Col du Perthus (alt.673 meter). Mooiste waarnemingen hier waren
de visarend(doortrekker)de purperkoet(broedend) en de zwarte ibis
(wintergast in deel van Spanje). Camping: tussen Castello en Roses.
In Roses: Vale Gierzwaluw.
Montseny => een berggebied ten Noordwesten van Barcelona. Men
komt hier in een fraai berggebied dat botanisch ook erg interessant
is. De mooiste vogelwaarnemingen waren hier de Vale Gier en Vuurgoudhaantje.
Ebro gebied. Dit gebied ligt een 140 km voorbij Barcelona. Via de
plaatselijke tolwegen is men snel ter plaatse. Wij hebben vooral
de zuidkant bezocht. Leukste waarnemingen hier: Woudaapje, Audouins
Meeuw, Dunbek (snavel)meeuwen, reuzenstern en de vele steltkluten,
koereigers en kleine zilverreigers. We stonden op een camping die
aan de kust was gelegen: platja dels Eucallipus.
Berggebied ten westen van de Ebro delta. Via Amposta langs de Ebro
naar Tortosa =>via de C 230 etc. Hier ligt het reserve National
de puertos de Beseit (Mont Caro). Leuke waarnemingen: kleine zwartkop,
5 vale gieren, grijze gors en blauwe rotslijster. Bovendien een
aantal steenbokken.
In de Languedoc
nog een gebiedje bezocht. Afslag Narbonne Plage nemen, daarna door
rijden tot St.Pierre-s-Mer. Hier is ook een camping aanwezig. Via
Etang de Pissevaches en Grau de Vendres zochten we de snelweg weer
op. Leuke soorten hier: kleine zilverreiger, 3 kuifkoekoeken, 11
bijeneters; terrein is ook goed voor orpheusspotvogel.
Camarque =>
hier waren we twee keer eerder geweest in zomer 1986 en mei 1991.
In vergelijking met het Ebro deltagebied is dit veel meer begroeid.
We hebben op een camping gestaan vlakbij St. Gilles. Deze plek ligt
redelijk centraal, zodat men snel naar de oost- als west kant kan
rijden alsook naar de Crau via Arles.
Crau is een steenwoestijn
ten zuiden van St. Martin de Crau. Vroeger stroomde hier de rivier
de Durance die vanuit de Haute-Alpes veel keien en stenen heeft
meegevoerd. De steenlaag is op plaatsen meer dan 10 meter dik. Op
de achtergrond liggen de Les Alpilles met als bekend stadje Les
Baux. In dit gebied liggen ook vele oudheidkundige bezienswaardigheden
zoals het Romeinse viaduct. Minder fraai op de achtergrond is de
vuilnisbelt, waar echter wel veel zwarte wouwen rondhangen en soms
ook aasgieren.
Reisverslag van dag tot dag.
Zaterdag, 25 april.
We kwamen omstreeks 13 uur in het gebied. We zijn eerst even doorgereden
naar Roses dat aan de kust ligt. Hier heeft het massatoerisme zijn
slag geslagen. Grote vakantiebunkers zijn aan de kust verschenen
om de toeristen op te vangen. Wij gingen op zoek naar een camping.
Eerst zijn we even door het voornoemde stadje gereden waar Rob,
tussen de gierzwaluwen, nog enkele vale gierzwaluwen ontdekte. Nog
niet alle campings waren open. Nadat we de tent opgezet hadden zijn
we naar het natuurgebied aan de kust gereden.
Onze bezoeken
daar bij Aiguamolls leverde leuke dingen op. Het betreft onder anderen
het eerste meertje met daarom heen verschillende hutten.
Bij deze hutten
konden we op zaterdagmiddag noteren:
Witwangstern 2
Koereiger ca. 250
Zwarte ibis 2 adult
Steltkluut < 50
Wintertaling 1 paar
Purperkoet 2 adult met jongen gezien
Blauwe reiger regelmatig gezien
Purperreiger regelmatig gezien
Grote karekiet
Kleine karekiet
Graszanger
Cetti’s zanger
Nachtegaal
Bosruiter
Groenpootruiter
Witgatje
Klein of Kleinst waterhoen
Op zondag 26 april
de gehele dag in dit natuurgebied doorgebracht. Aan het begin is
een informatiecentrum ingericht. De camping konden we ‘s ochtends
pas om acht uur verlaten. Onderweg naar het park 4 grielen en een
steenuil die op het land zaten. Onderweg de fraaie Mariadistel (Silybum
marianum) gefotografeerd. De bladen werden vroeger wel als salade
gegeten. Vervolgens gingen we snel de eerste hut binnen. Meteen
hadden we weer de zwarte ibis te pakken. Vervolgens:
3 vorkstaartplevieren
10 witwangsterns
>25 ooievaars, broedpopulatie
Visarend boven het meertje
Steltkluten
Graszanger
Grote karekiet
We zijn daarna de hutten afgelopen. Tientallen koereigers liepen
tussen de paarden. Ook een zevental kwakken konden we waarnemen.
Tussen de witwangsterns vloog een zwarte stern. Het gebied is zeer
goed ontsloten. Op de drassige velden naar de kust toe konden we
nog diverse steltlopers noteren zoals zilverplevier, ruiters en
Temmincks strandloper. Ook de nachtegaal was massaal aanwezig.
Maandag, 27 april;
reisdag.
Opgebroken en
naar het berggebied Monseny gereden. Bij het verlaten van de camping
zagen we de besneeuwde toppen van de Pyreneeën uilopers prachtig
mooi in het zonnetje oplichten. In het berggebied een Vale gier
gezien en een cirlgors. Ook floristisch erg interessant. Elke stop
leverde wel iets leuks op zoals: kuifhyacint, Vergeten druifhyacint,
bosvogeltje en andere orchideeën. Rond een uur of zes in de
namiddag kwamen we in het Ebro gebied aan en hebben een camping
aan de kust opgezocht. Bij het stukje rijden over het zand om de
camping ingang te bereiken zagen we op het strand al een Audoinsmeeuw
staan.
Dinsdag, 28 april
Vandaag hebben
we de Ebro delta verkend en dan men name de zuidelijke kust die
bekend staat onder de naam Punta de la Banya.
Ebro, rivier in
Spanje, 930 km lang, stroomgebied 85.000 km2, ontspringt in het
noorden van Castilla-León, in het Cantabrisch Gebergte, en
mondt voorbij Tortosa (Catalonië) via een delta uit in de Middellandse
Zee. De voornaamste zijrivieren zijn de Arga, Aragón, Gállego
en Segre aan de noordzijde en de Jalón en Guadalope aan de
zuidzijde. De Ebro is vrijwel onbevaarbaar. Een kanaal van Tudela
naar Zaragoza onttrekt ten behoeve van de bevloeiing veel water
aan de rivier. Het Ebro-bekken is een belangrijk tuinbouwgebied.
Men kan vanaf
de camping meteen linksaf en rijdt dan over strand. Meestal is dat
goed begaanbaar al moet men niet teveel van het ingereden pad afwijken.
In het mulle zand kan men vast komen te zitten. Een corridor verbindt
de punta met de delta. Hier rijden ook vrachtwagens vandaan die
zout halen bij de salines de la Trinitat. Rechts van de weg heeft
men goed zicht op de lagune port dels Alfacs. Onderweg veel strandplevieren
en een enkele bontbekplevier. Veel kleine zilverreigers en ook de
dunbekmeeuw, met die fraaie rosse gloed in de borst, alsmede de
Audoins meeuw kan men hier tegenkomen en zijn hier eigenlijk niet
te missen. Tevens zagen we diverse dwergsterns, visdief en de grote
sterns zittend maar ook krijsend boven zee. Broedactiviteiten hebben
we niet vast kunnen stellen. Wel konden we vaststellen dat er een
storm tekeer was gegaan die op sommige plaatsen het min of meer
verharde pad gedeeltelijk had weggespoeld. Hele stukken duin waren
hier weggeslagen en dat heeft misschien z’n tol geëist
onder de broedvogels. Wel hebben nog een tweetal strandplevieren
gezien met pullen. Op de punt staat nog een hut waar men vroeger
naar toe kon rijden. Dit was nu niet meer mogelijk. Diepe sporen
van opgehoopt zand verhinderden dit. Men had aan de kust enige voorzieningen
aangebracht voor de toeristen. We zagen overdekte plaatsen voor
de auto’s. Daar ter plaatse had men dan loopbruggetjes gemaakt
om de toeristen die naar het strand wilden over de kwetsbare, min
of meer begroeide duinenrij te lijden. Later op de dag het binnenland
in geweest. Overal ziet men de geïnundeerde rijstvelden. Het
water staat tot aan de huizen toe. Via kleine, kaalgespoten ruggen
kan men tussen de natte velden doorlopen. De boeren waren volop
bezig met zaaien van de rijst. De rijst was vermengd met kopersulfaat
(CuSO4. 5H2O)dat waarschijnlijk dient om schimmelziekten te voorkomen.
Sommige zaaiden met de hand, anderen met een trekker. Ook zagen
we ze bezig met zowel helikopters als kleine vliegtuigen. Waar deze
voor ingezet werden weten we niet zeker, maar waarschijnlijk voor
het sproeien van gewasbeschermers, een pleonasme voor gif. Met speciaal
aangepaste trekkers kon men het natte land goed bewerken. Helaas
is erg veel land hier in cultuur gebracht. Er zijn nog enkele stukjes
natuurlijk landschap over. Op de rijstvelden wel veel vogels. Op
elk stukje land waren wel steltkluten, kleine zilverreigers of koereigers
aanwezig. Kunnen we hier spreken van honderden van deze soorten,
in de Camarque gaat het om tientallen. Laatst genoemde delta is
veel meer begroeid, maar herbergt minder grote aantallen van voornoemde
soorten.
Woensdag 29 april
Om halfzeven opgestaan
zoals gebruikelijk. Om zeven uur konden we de poort uit, tenminste
als de beheerder niet gewekt hoefde te worden. Het echtpaar Jelle
van Dijk (Noordwijk), samen met twee andere Nederlandse vogelaars
verlieten ook net de camping. Vanaf de camping gingen we twee keer
linksom zodat we in een gebiedje achter de camping terechtkwamen.
Eerst passeerden we nog een gemaal met schroefvijzel. Voor het gemaal
zitten vaak flinke aantallen reigerachtigen en steltlopers waaronder
veel tureluurs. Soms ligt er dode vis. Bij de hut die uitkijkt over
la Tancada stond een groep van ruim honderd flamingo’s. Bovendien
hadden we hier vijf soorten sterns: lachstern (25), reuzenstern
(7), dwergstern (12), visdief (15) en grote stern (5). Verder nog
een 25 dunbekmeeuwen. Ook de hut tussen de twee meren in bij l’Encanyissada
is de moeite waard. In de ochtend kijkt men tegen het licht in,
maar er is altijd wel wat te beleven. Bij verschillende bezoeken
konden we hier noteren:
Dodaars,
fuut,
geoorde fuut,
woudaapje,
blauwe reiger,
purperreiger,
krooneend (50),
tafeleend,
bruine kiekendief,
purperkoet
flamingo
Rond het middaguur
nog even naar de punt geweest, richting zoutbunkers. Tientallen
Audoins meeuwen konden we vaststellen. Ook de dunbekmeeuwen ontbraken
niet. Tevens een blonde tapuit (westelijke vorm. Ook diverse roodborsttapuiten.
In de middag zijn
we naar een berggebied geweest ten westen van de Ebro. Hier plaatselijk
onweer en regen. Onderweg wel een torenvalk, duinpieper en een roepende
draaihals.
In de namiddag
weer even naar het uitkijkpunt bij l’Encanyissada. We hadden
de zon lekker in de rug, zodat we een aantal eerder waargenomen
soorten nog eens rustig konden bekijken. Diverse purperreigers vlogen
heen en weer. De purper- komt hier meer voor dan de blauwe reiger.
Ook een ralreiger liet zich even zien. Dit is een solitair dier,
terwijl de koereigers en kleine zilverreigers soms bij tientallen
bij elkaar zitten op geschikte foerageer plaatsen. Er kwam nog een
woudaap aanvliegen die vlak voor de hut in het stevige riet ging
hangen. Langzaam liet hij zich naar beneden zakken. Later kwam hij
nog een keer tevoorschijn. Toen we tegen negen uur ‘s avonds,
het was al bijna donker, naar de camping reden zagen we fraai een
jagende kerkuil. Ellen Liosie (kerkuilen onderzoeker uit Almere)
was daar zeer verheugd over en vertelde ons dat hij elk jaar als
hij in dit gebied was enige braakballen meenam om de prooikeus vast
te stellen.
Gehoord of gezien:
De gewone spreeuw
(Sturnus vulgaris) komt alleen voor in het uiterste Noordoosten
van Spanje. In de rest van Spanje komt de zwarte spreeuw (Sturnus
unicolor) voor.
De totale Spaanse
broedpopulatie van de scholekster omvat 10 tot 20 broedparen De
helft van die populatie broedt hier in de Ebro delta. Het is hier
nog een echte kustvogel en alleen aan de zandige kust te vinden.
Roerdomp niet
gezien of gehoord in de Ebro gebied. Wel veel gehoord in de Camarque.
Waarschijnlijk komt dat mede doordat er weinig rietvelden zijn.
Het biotoop in de Camarque is waarschijnlijk geschikter.
Opmerkelijk vonden
we dat we geen klapekters en andere klauwier soorten hebben kunnen
vaststellen dan roodkopklauwier. Misschien nog te vroeg?
Donderdag, 30 april
Eerst even naar
de meertjes achter de camping. In de lage vegetatie konden we verschillende
leeuweriken vaststellen. Van dichtbij konden we mooi de donkere
zijborstvlekjes bij de kortteenleeuwerik bekijken. Op het veld waren
ook enkele vorkstaartplevieren (met het rood onder de vleugels)
aanwezig. Nog even naar de bekende hut geweest tussen de twee meren
in. Daar stak net een purperkoet over. Zwaluwen kwamen rusten in
het riet en op een draadje onder brug. Misschien doortrekkers naar
Nederland die hier even op krachten probeerden te komen. Terug op
de camping voor een verlaat ontbijt hoorde Rob bijeneters over komen.
Het klonk hem als muziek in de oren. Ook kregen we bonte vliegenvanger
op bezoek.
Donderdagmiddag
zijn we naar een berggebied geweest. Via Amposta langs de Ebro naar
Tortosa, via de C230 en T342 is het 20 km naar de top van Caro (1434
meter). Het valt onder het reserve National de Puertos de Beseit.
We kwamen ten slotte in een fraai berglandschap terecht. De roodkopklauwier
liet zich goed fotograferen. Verder konden we een muurgekko ontdekken.
Onderweg kwamen we veel amandel en olijf boomgaarden tegen. De schuwe
Steenbokken konden we ook nog achterhalen en een paar plaatjes van
maken. We moesten ook weer 20 km afdalen. Via een weg langs een
bevloeiingskanaal konden we een stukje afsnijden. Langs de T 3421
bereikten we Mas de Barberans. Bij een vuilstort zagen we een zestal
zwarte wouwen. Rode wouwen gehele trip niet gezien. Vervolgens nog
even naar ons bekende uitkijkpunt.
Vrijdag, 1 mei
Bewolkt en koud
weer
Spanje viert een beetje feest en wij moesten opbreken. Via een pontje
bij Sant Jaume d’Enveja bereikten we de noordkant van de Ebro.
Het Ecomuseum in Deltebre was gesloten. Het gebied viel erg tegen.
Weinig gezien en het heeft geen enkele meerwaarde ten opzichte van
de zuidkant. Het weer zat natuurlijk ook niet mee. We hadden enige
regen en het was koud (15 graden). Omstreeks tien uur zijn we weer
uit het gebied vertrokken nadat we punta del Fanger hadden bezocht,
een grote zandvlakte. Daarna zochten we de grote weg weer op richting
Frankrijk. Via de oude route, geen tolweg, naar Tarragona. Toen
via de tolwegen verder. Eerst betalen en dan kun je een stukje gebruik
maken van een tolweg. Dit herhaalt zich verschillende keren. We
waren tot aan de grens ca. 3000 pst kwijt, ± vijftig gulden.
Daarna naar een gebied in de Languedoc gereden via de afslag Narbonne
Plage, St. Pierres-Mer naar la Pageze en grua de Vendres. Daarover
een brug en via een minder goed wegdek kwamen we uit bij een scheepswerf.
Vooral voorbij St. Pierres-Mer hebben nog leuke dingen gezien. Het
hoogtepunt was wel een drietal kuifkoeken. Verder elf bijeneters
die over kwamen vliegen. Ook de kleine zilverreigers waren hier
aanwezig. Het gebied verdient zeker nader onderzoek. Een camping
is in voornoemd kustdorp aanwezig. Het gebied zou tevens geschikt
zijn voor de orpheusspotvogel. We vervolgen onze weg en komen op
een camping in de buurt van St.Gilles. Aankomst om 20.45 met muggen
en een kikkerconcert. Nachts beginnen de knalapparaten te schieten.
De eerste nachten hadden we daar last van, daarna was het geknal
voorbij en konden we elke nacht genieten van het amfibieën
concert. Nachts hoorden we ook de roerdomp.
Zaterdag 2 mei.
Om 6.30 opgestaan
met zonnig, windstil weer, later op de dag een lichte bries. We
staan op een camping even ten noorden van Albaron. De camping ligt
vlak bij het gehucht Saliers en is een nog vrij nieuwe camping met
derhalve weinig uitstraling. Voor onze matineuze tochten naar alle
windstreken ligt hij wel strategisch. We wilden zo spoedig mogelijk
in La Capelliere zijn en het ontbijt schoot er daardoor bij in.
We hebben daar een wandeling langs een aantal hutten gemaakt. Rob
had daar plezierige herinneringen aan gehad. De eerste drie hutten
leverde niet veel op, behalve parende vissen (karpers).
Onderweg kwamen we een fraaie Argusvlinder(Lasiommata megera) tegen
die zich in het ochtend zonnetje aan het opwarmen was. Hij heeft
een spanwijdte van 3,8 tot 4,5 cm. De oogvlek op de voorvleugelpunt
is opvallend. Met uitzondering van Scandinavië komt hij in
geheel Europa voor. Hij vliegt laag boven de grond en heeft een
voorkeur voor zonnige plekken. De eitjes worden op grassen afgezet.
In de vierde hut hadden we de zon grotendeels in de rug. Hier waren
enkele dodaars, knobbelzwanen en futen actief. Ook enkele juveniele
flamingo’s waren aanwezig. Hier konden we de wintertaling
fotograferen evenals de beverrat.
De beverrat
Ze zijn in het
begin van de twintigste eeuw vanuit Zuid-Amerika in Europa ingevoerd
voor de pelshandel. Ook in Nederland is een kleine populatie. Ze
zijn echter nier erg winterhard. Toch was er in 1973 in Midden-Limburg
een populatie van 2000 dieren die men vanwege vermeende schade weg
moest vangen. Ze maken wel gebruik van holen van de bisamratten
die ze dan vergroten. Het zijn uitsluitend planteneters, die zich
zelden meer dan vijftig meter van de oever begeven. De dieren kunnen
een gewicht van 12 kg bereiken bij een kopromp lengte van 42 tot
65 cm. Daar komt dan nog een rolronde staart bij van 45 cm. Thans,
1998, dreigt er weer een plaag te ontstaan in Noord Brabant, doordat
er uit pelsfokkerijen een aantal dieren is bevrijd.
Nadat we het bezoekerscentrum
hadden bezocht en twee T shirts voor de kinderen hadden gekocht
werd het ons hier te druk en gingen we snel richting Salin Giraud
aan de kust.
Ik citeer Rob: “Daarna van Etang vacares naar Salin de Giraud,
even brood halen in voornoemd dorp, daarna via een zoutwinningsfabriek
en drie dunbekmeeuwen door naar de kust. Aan het eind zaten enkele
prachtige geelpootmeeuwen; plaatje voor Rob plaatje, plaatje voor
Otte??? Waar is mijn lens en camera en ook mijn statief ontbreekt.
SHIT, alles was blijven staan in het bezoekerscentrum. Omdraaien
en als een speer terug en praise the Lord, de dienstdoende meneer
had de spullen opgemerkt en apart in een kamertje gezet. IK (Rob)
had een kop koffie verdiend. Een goed plekje gezocht, brandertje
aan, water opgezet, filtertje erin, koffie, koffie?, SHIT de koffie
vergeten en derhalve moesten we ons laven met een kopje lauw water”.
Na dit ongemak, dat vervelende gevolgen had kunnen hebben, richten
we ons snel weer op het vogelen.
We gingen door
naar de Mejanes. Vanaf de weg twee keer rechtsaf. We komen dan in
een gebied waar vorkstaartplevieren broeden. We hebben ze hier niet
kunnen vinden. Wel fraai een slangenarend boven in een tamarisk
boom. Deze vloog op en kwam mooi over ons heen.
In de namiddag naar de Crau geweest. Via het meer van Alnus zijn
we voor de Crau het gebied ingereden. Een vrouw reed op een gegeven
ogenblik achter ons aan en meldde ons dat we ons op privé
terrein bevonden. We mochten niet bij het meer komen maar voor deze
keer mochten we het gebied verkennen. We hebben ruim een uur lang
een slecht pad gevolgd. Enkele grielen en rode partijzen vielen
ons ten deel.
Zonder toestemming
mag je niet meer over de Crau rijden. Een groepje Zwitsers liet
de auto bij de ingang staan en ging lopend het gebied in. Waarschijnlijk
is dat ook niet de bedoeling. Wel zagen we een tweetal schaapskudden
lopen. De kleine trap niet gevonden. Wel diverse grielen en dan
met name in het stuk voor de Crau. Ook diverse rode patrijzen gezien.
Vanaf de vuilnisbelt kwamen enkele zwarte wouwen terug. In de verte
boven het Alpilles gebergte ontwikkelde zich een onweersbui. Verder
viel de Crau tegen. De scharrelaars waren nog niet gearriveerd,
althans wij konden ze niet ontdekken. De Zwitsers maakten er wel
gewag van.
Om 2100 uur weer thuis en een warme hap in het schemerdonker klaargemaakt.
P.S. Op de rijstvelden hier in de Camarque bijna geen steltkluten
en zilverreigers, dit in tegenstelling tot de Ebro. Overal hoor
je de Cetty’s zanger. En heel vaak de roerdomp. Wat de Camarque
wel heeft zijn de pony’s. In de jeugd zwart en via grijs worden
ze op latere leeftijd wit.
Camargue, gebied in Frankrijk, Provence, dep. Bouches-du-Rhône,
ingesloten door de beide mondingsarmen van de Rhône, ruim
700 km2; hoofdplaats: Arles. Dit moerassige en zilte gebied werd
geleidelijk, vooral in de 19de en 20ste eeuw, in ontginning genomen.
Wijngaarden, tarweteelt, veeweiden (halfverwilderde paarden en stieren;
winterweiden voor schapen) en zoutwinning. De voortschrijdende cultivering,
de hydrologische veranderingen en niet in de laatste plaats de grote
aantallen toeristen (vooral in en rond het bedevaartplaatsje Les
Saintes-Maries-de-la-Mer) vormen een bedreiging voor het unieke
karakter van het gebied. De gehele Camargue is daarom in 1970 tot
‘parc naturel régional’ verklaard. Een gebied
van ca. 130 km2 in het zuiden, rond de Étang de Vaccarès,
is (sinds 1928) een natuurreservaat (‘Réserve zoölogique
et botanique de Camargue’); de fauna omvat er o.m. flamingo's,
bevers en schildpadden.
Zondag, 3 mei.
Opgestaan om 6.30.
De temperatuur is 11 graden bij een matige wind. We zijn richting
St.Marie de la Mer gereden om daar het pad langs Mas de Cacharel
in te rijden. Het eerste stuk ging probleemloos, later werden de
plassen te groot en moesten we terugkeren. Ook de vorige dag was
het ons niet gelukt hier door te rijden vanwege de te grote passen.
Met een four wheel drive heb je meer kans. Overigens was dit in
1986 en 1991, toen we dit gebied ook hebben bezocht, nog afgesloten
met grote rotsblokken. Onderweg veel flamingo’s en in de struiken
een enkele baardgrasmus die zich even liet zien. Verder gele kwikstaarten
en Iberische gele kwikstaarten. Op de plassen zwartkopmeeuwen, steltkluten,
kleine zilverreiger en geelpootmeeuwen. Boven het plassen gebied
baltsende bruine kiekendieven. Daarna doorgereden naar het strand
achten de camping La Briesse. Op deze (zon)dag in ieder geval moesten
we betalen om het strand op te mogen rijden. Vele campers staan
geparkeerd op het strand. Het geheel doet erg rommelig en onrustig
aan. Op het strand dunbekmeeuwen, strandplevieren en bontbekplevieren.
Aan beide kanten van de Diege a la Mer vonden we lachsterns en dunbekmeeuw.
De wind nam nog wat in kracht toe en we besloten ons geluk elders
te beproeven. Bij het Parc Ornithologicue was het erg druk zoadat
we daar snel aan voorbij gingen. Wel hebben we hier op een luw plekje
een broodje genuttigd. We zijn nog even bij de petit Rhone geweest
en vervolgens zag Rob een mooi landelijk weggetje waar geen privé
bij stond en gingen we dat maar een tijdje volgen. Er liepen enige
witte paarden met zwarte veulens. Ook bij de Lippizzaner komt dat
voor.
Lipizzaner, paardenras
dat zijn naam dankt aan de stoeterij te Lipizza (thans Lipica in
Kroatië), ten oosten van Triëst, in de 16de eeuw als Oostenrijkse
hofstoeterij gesticht. Behalve in Lipica komt het ras ook voor in
Oostenrijk, Hongarije en Italië. De overwegende kleur is ‘schimmel’.
Het ras is vooral bekend door het optreden van Lipizzaners in de
Reitschule in Wenen. Deze paarden komen uit Piber in Stiermarken
en stammen af van zes stamboomhengsten uit de 18de eeuw. Ze worden
langdurig in Wenen getraind tot ze de graad van perfectie hebben
bereikt die het klassieke hogeschoolrijden in de Spanische Reitschule
over de gehele wereld beroemd heeft gemaakt.
Na enige tijd
kwam er op grote afstand een roofvogel in beeld. Wij meenden daar
beide een Steenarend in te herkennen, maar de afstand was te groot
om deze soort definitief vast te leggen. Zoals al eerder gememoreerd
zijn de aantallen in de Ebrodelta, ondanks, of misschien wel dankzij
veel groter. Spreken we in de Camarque over tientallen steltkluten,
strandplevieren, koereigers en kleine zilverreiger, in de Ebrodelte
kan men spreken over honderden. De purperkoet hebben we alleen in
de Ebro gebied gezien en in Aiguamolls.
Op zondagmiddag
zijn we via Arles naar het berggebied Les Alpilles gereden. Via
Arles naar Les Baux. Het oude stadje is op zondag erg in trek bij
dagjesmensen. Aan vogelsoorten leverde het midden op dag niet veel
op. Floristisch nog wel enkele leuke dingen gevonden onder andere
een rood aangelopen parasiet die in de buurt stond van kleine struikjes
van het zonneroosjes. Het bleek te gaan om de roze hypocist (Cytinus
hypocist)uit de Rafflesiafamilie. Hij parasiteert op roze bloeiende
zonneroosjes. De Rafflesiafamilie is vooral vertegenwoordigd in
de tropen en subtropen. De grootste bloem ter wereld behoort ook
tot deze familie, nl de Rafflesia arnoldii. Die bloem die in 1818
is ontdekt door J. Arnold was één meter in doorsnede
en 8 kg zwaar. De bloem heeft een aasstank waardoor het waarschijnlijk
is dat de bestuiving plaatsvindt door vliegen. Zo groot waren de
door ons gevonden bloemen niet. Maar enkele centimeters staken ze
boven de grond uit aan de voet van het struikje. Wel waren de kleuren
opvallend. De slijmerige zoete besjes zijn eetbaar.
Via kleine bergweggetjes weer terug naar St.Martin de Crau, Arles
en Albaron naar de camping.
Maandag 4 mei.
Op de gebruikelijke
tijd opgestaan. Harde wind (mistral) woei over het gebied.
mistral, een krachtige, koude, droge noordelijke wind in Zuid-Frankrijk,
tussen Sète en Toulon, die ontstaat wanneer zich een gebied
van lage luchtdruk boven de Golf van Genua bevindt en die wordt
versneld in het nauwer wordende dal van de Rhône tussen de
Franse Alpen en het Massif Central. In Italië heet dit de Sirocco;
in de Alpen spreekt men van föhn winden.
Nog even naar
een gebiedje geweest bij St. Gilles, maar ook dit leverde weinig
extra’s op. We hadden gehoopt op enige zangvogelactiviteit,
maar die ontbrak. Bij een groot landhuis ontdekten we nog een eekhoorn.
Na brood te hebben gekocht zijn we naar de camping gegaan voor het
ontbijt.
Epiloog van deze en andere ochtenden:
Het ochtendconcert dat wij kennen in onze gecultiveerde en rijkelijk
van groen voorziene woonomgeving ontbreekt hier in de Camarque.
Dus geen zang van de merel, zanglijster, braamsluiper en heggemus.
Wel enige keren de putter, kneu en zwartkop. Misschien zijn de dichtheden
hier zo laag dat als ze eenmaal gepaard zijn er niet bij voortduring
hun territorium zang ten gehore hoeven te brengen. Anderzijds kan
men stellen dat de zomergasten volop moeten zingen, om de schaars
overtrekkende vrouwtjes naar “beneden te zingen”. Wel
konden we het geluid van de groenling horen en het geluid van de
Cetty’s zanger is niet van de lucht. De witte kwikstaart,
algemeen in de Ebro-delta hebben we in de Camarque niet gezien!
Wel enkele steltlopers, maar bijvoorbeeld geen kievit gezien. Zie
voor details de waarnemingen lijst. Ook is er minder moerasgebied
beschikbaar. Waar zich in 1991 nog leuke plasjes bevonden, staan
nu groentekassen.
Na het ontbijt topberaad. De mistral “geselde” de omgeving.
We besloten toch nog even naar het Parc Ornithologicue te gaan.
Het was er erg rustig op de maandagochtend, maar ook erg teleurstellend.
De beesten zitten in veel te kleine kooien. De griel probeert z’n
natuurlijke gedrag nog eer aan te doen door zich te drukken als
we aan kwamen lopen. Verder erg veel flamingo’s en eendachtigen
in niet al te fris water. In een wat grotere vliegkooi zaten nog
wat kwakken en kleine zilverreigers. Beverratten alom. We waren
gauw weer vertrokken en besloten om de spullen op te pakken en te
gaan rijden. We waren tenslotte nog een 1350 km van huis. Bij de
camping snel afgerekend en de spullen ingepakt. Om kwart voor één
uur waren we in Arles. De reis ging voorspoedig. We waren vlak voor
de spits bij Lyon. Met weinig problemen kwamen we er doorheen. Elk
uur dat we reden waren we 120 km dichter bij huis, zodat gaandeweg
het idee rijpte om maar door te rijden naar Alkmaar. Onderweg enkele
keren contact opgenomen met het thuisfront. We kregen steeds meer
zicht op het tijdstip van aankomst. De verwachting was dat we een
uurtje na middernacht in Alkmaar zouden zijn en dat lukte. Ak was
onverwacht al naar Alkmaar afgereisd en dus was het een aangename
verrassing dat beide dames ons konden verwelkomen. Daar hebben we
nog een glaasje gedronken op de goede afloop.
Enkele afstanden:
Alkmaar =>
Figueras (ligt boven Gerona) 1435 km
Alkmaar => Barcelona 1584
Alkmaar => Amposta (Ebro) 1767 km, naar camping aan de kust bijna
1800 km.
Amposta => Arles (Camarque) 575 km.
Arles => Alkmaar 1230 km.
Totaal aantal
gereden kilometers: 5119 km in een tijdsbestek van ruim tien dagen.
Waargenomen planten
P.S. Er is niet
specifiek gezocht naar planten; er is enkel gekeken naar enkele
algemeen of in het oog springende soorten. De opgenomen soorten
hebben derhalve geen enkele pretentie volledig te zijn.
Blauwe Zeedistel,
aan de kust.
Gele hoornpapaver
Bernagie, fam. ruwbaldigen
Kuiflavendel (Lavandula stoechas) lipbloemige
Bezemstruik (Spartium junceum) vl.bl. Lijkt op brem.
Genista scorpius vl.bl. geel bloeiend
Gaspeldoorn
Middagbloem Carpobrotus edulis, IJskruidfam. Aangeplant in de duinen
om het zand vast te leggen. Oorspronkelijk uit Zuid Afrika. Het
is een kruipende succulent met gespikkelde balderen en wijnrode
of gele bloemen, die in Zuid-Afrika inheems zijn, maar nu ook ingeburgerd
is aan de stranden van de Middellandse Zee. De vruchten zijn enigszins
vlezig en eetbaar (hottentot-vijgen).
Barbarijse vijg, Opuntia ficuc indica. Sterk vertakt en massief.
Langs de kust. Wordt in sommige streken als erf afscheiding gebruikt.
De vruchten zijn eetbaar.
Cistus albidus Zonneroosjes fam. Struik tot 1 meter hoog.
Muurpeper
Rode Spoorbloem (Centranthus ruber) of Rode valeriaan. Valeriaan
familie. Ook als tuinplant.
Asphodelus fistulosus, leliefam.
Bergvogelmelk, Ornithogalum montanum, leliefam.
Cistus ladanifer, Zonneroosjesfam.
Purperorchis (s.lato).
Bremraap s.l.(roodachtig)
Asphodelus fistulosus Leliefam. Verwant aan affodil
Vergeten druifhyacint (leliefam.)Verwant aan blauwe druifjes.
Bieslelie
Kretenzische hondstong.
Echte salie, (Salvia officinalis) aromatisch
Anarrhinum bellidifolium (helmkruidfam.)
Bleke Pijpbloem
Gele hypocist, Rafflesiafam. Zie elders.
Paarse asperge-orchis Rob dia van gemaakt.
Bastaardwikke vl.bl.
Bosvogeltje (bleek) orchideeën fam. (wit)
Ducaatbloem (zee-asterisk) gele composiet.
Blauawe lis, Lissenfam.
Urospermum picroides, gele composiet
Italiaanse zwaardlelie, lissenfam. Gladiolus italicus helder rode
bloemen 1 kant opgericht.
Kogellood, leliefam.
Latyrus cicera, vl.bl. fam.
Lavetera maritieme (kaasjeskruidfam.)
Kuifhyacint (Muscarie comosum)
Oleander, nog niet bloeiend
Satureja thymbra (lipbloemigen) een dwergheester, veel gezien.
Oranje guichelheil
Grote leeuwebek
Gele morgenster (Boksbaard)
Hazestaart (Ebro) Laguris ovatis. Grassenfam.
Spaans riet (bamboe-achtig) Arundo donax grassenfam.
Judasboom Cercis siliquastrum een lila-roze bloeiende boom op rotsachtige
heuvels. Kan tot tien meter hoog worden.
Zoogdieren
Ree
Vos in de Camarque en een dood op de weg.
Vleermuis spec.
Damhert, Aiguamolls
Beverrat
Egel dood op de weg
Konijn diverse
Eekhoorn 1 keer in de Camarque
Steenbokken 5 in het kust gebergte bij Tarragona.
Reptielen: alleen
muurgekko en diverse hagedissen.
Vlinders: Argusvlinder,
Citroenvlinder, Dagpauwoog, Koninginnepage en koningspage.
Status van enkele vogelsoorten waarvan dia’s zijn gemaakt:
Woudaap: evenals
in andere Europese landen nemen de aantallen van deze soort af.
Waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt door verlies tijden de trek
over de Sahara en Sahel en in de overwinteringgebieden. In Spanje
1900 tot 2300 broedparen. Broedvogel van zoetwater met riet.
Kwak: In Spanje
is de populatie kwetsbaar in andere landen neemt de populatie toe,
met name in Noord-Italië in de rijstvelden.
Ralreiger: neemt
iets toe in Spanje.
Purperreiger; neemt af in Spanje evenals in Nederland.
Zwarte Ibis: 1 tot vier broedparen in Spanje.
Krooneend: vertoont een sterke toename. (5400 tot 8600 broedparen).
Slangenarend populatie stabiel op 1700 tot 2100 -paar.
Rode Patrijs: kwetsbaar ondanks de grote aantallen die er nog voorkomen.
Aantallen nemen af in Spanje en Frankrijk.
Purperkoet Na een terugval in de zestiger jaren is er na 1980 weer
een toename. De toename is mede veroorzaakt door verlaagde jachtdruk
en een reintroductie in het natuurgebied Aiguamolls de l’
Emporda.
In Spanje thans ruim 3000 broedparen.
Vorkstaartplevier populatie is stabiel op een kleine 400 paar. In
andere landen een afname door biotoopverlies.
Griel neemt af in Spanje. Broedt ook op bouwland en is daardoor
kwetsbaar. Foerageert voornamelijk nachts. Ongeveer 25000 broedparen
in Spanje.
Audoins Meeuw neemt toe in Spanje. Thans 12631 broedparen.
Lachstern: aantallen nemen af. 1869 broedparen in Spanje. In de
Camarque zijn specilae maatregelen genomen om de populatie daar
te beschermen tegen wilde zwijnen en vossen door het graven van
een sloot rondom het broedterrein. Bovendien is een speciale vegetatie
aangeplant (Salicornia).
Kerkuil: populatie stabiel op 50 tot 90 000 broedparen.
Roodkopklauwier is kwetsbaar en neemt in Spanje af evenals in andere
Europese landen. De vogel is hier nog wel algemeen met ruim een
half miljoen broedgevallen. Deze soort is algemener da de Grauwe
Klauwier die met een paar honderd broedparen ook nog in Nederland
vertegenwoordigd is.
Gebruikte literatuur
Wegenkaarten ANWB
Gids Middellandse Zee flora van Thieme
Carte Topographique Avignon/ Montpellier nr 66
Vogelgebieden in Europa, Zomer & Keuning
Michelin nr. 240, Languedoc Roussilon
De wereld der planten; één en twee; Uitg. W. Gaade,
Den Haag.
Bloeiende planten van de wereld. Thieme.
Vlindergids in kleur Tirion.
Gids Europese vogels, Tirion
Birds in Europa, their conservation status. Birdlife.(1994/95)
Wereld atlas, ANWB
Bloemen en planten van Europa, Polumin. Zomer en Keuning 1970.
Nieuwe bloemengids, Tirion
Elseviers paardegids, 1976.
Nieuwe insektengids, Tirion, 1997.
Vogels van Europa, Lars Jonsson
Encarta ’98; Winkler Prins CD rom
Zoogdieren van West-Europa, KNNV
ANWB routeplanner.
ANWB reisgids
Plaatselijk kaartmateriaal.
Deelnemers: Rob
Struyk & Otte W. Zijlstra
Uitwerking verslag: O.W.Z., mei 1998.
Dialezing beschikbaar.
|