Helgoland

About Me

Helgoland

Verslag Helgoland mei 2009

Deelnemers: Gadze Feenstra invoeren vogelwaarnemingen,
Jelle de Jong, voorbereiding en
Otte W. Zijlstra verslag

Otte W. Zijlstra verslag

 

Op donderdagochtend zijn we vertrokken voor een lang weekend naar dit in de Duitse bocht gelegen eiland. Om 11.30 vertok de boot vanuit Cuxhaven dus dat betekende vroeg opstaan om daar op tijd aanwezig te zijn. De sleutel van de auto kun je afgeven en dan wordt de auto op een veilige plek geparkeerd. (26 euro). Met de Atlantis gingen we richting Helgoland waar we omstreeks 13 aankwamen. De imposante (vogel)rots die Helgoland eigenlijk is torende huizenhoog boven ons uit. Het rode gesteende wordt bontzandsteen genoemd en is met een leeftijd van 220 miljoen jaar (Trias) erg oud te noemen. Door de rode steen liepen witachtige kalklagen (de vergelijking met spekkoek gaat hier bijna op). Omdat de grote boot niet aan de kant kan komen werden we met tenderboten aan wal gebracht. Al snel vonden we ons appartement (huize Trier) in de Bremer-Stasse nr. 165. tel. 0049(0)4725 7265. Na de weekendtas weggezet te hebben gingen we direct onze eerste rondwandeling maken, met de kijker en nog zonder fotospullen. De witte volwassen Jan van Genten sprongen er boven het donkere water uit als juweeltjes van het zuiverste soort. We konden ze eindeloos bewonderen als ze langs de rotswanden scheerden, of zelfs even stil leken te hangen boven de rotskust met opstijgende winden. De meeste J.v.G. waren volwassen, soms was er nog een vierde jaars bij (enkele donkere vlekken) of een enkele keer een derde jaars (duidelijk donkere uitgebreide vlekken). Na onze rondwandeling wisten we waar we moesten zijn en gingen we snel terug naar ons appartement op onze fotospullen te halen. Met volle bepakking omhoog het klif op. Al snel ontdekten we het gemak van de lift die je voor zestig cent omhoog brengt. De Jan van Genten stelen de show hier langs de steile kliffen die meer dan zeventig meter boven zeeniveau uitsteken. Met het grootste gemak scheerden ze bij ons langs, maar een goede foto maken bleek nogal tegen te vallen. Ze leken niet snel te gaan, maar als je ze in beeld hebt zijn ze ook weer verrassend snel uit je beeld verdwenen. Het hangt mede van de windrichting en windkracht af hoeveel succes je hier kunt hebben. Ook zitten hier ruim 2500 paar zeekoeten. Deze broeden op de door de branding geprepareerde klifkust. Ze doen het wat rustiger aan, en kunnen met hun schijnbaar veel te korte vleugels ook niet zo mooi langs de kliffen scheren. Het tekort aan vleugenlengte lijkt ruimschoots gecompenseerd te worden door de snelle frequentie waarmee de vleugels op en neer bewogen worden. De zeekoet legt een enkel ei op de kale rots. Het heeft de vorm van een peer waardoor het niet wegrolt maar in een kringetje ronddraait. Het ei wordt staande bebroed. De oudervogels herkennen hun ei aan de tekening, en hun jong aan zijn geluid. Als de Zeekoet (Trottellumme) uitgebroed is worden de jongen naar beneden geroepen door de ouders. Ze kunnen dan nog niet vliegen en moeten dus een schijnbaar dodelijke val inzetten. Drie weken nadat het jong uit het ei komt kan het nog niet vliegen, maar springt het van de klif in zee en wordt daar door het mannetje begeleidt. In de winter leven ze op de open zee. We hebben ook de gebrilde vorm van de zeekoet gezien. Deze heeft een smal wit oogstreepje; noordelijk komt deze vorm meer voor. Omstreeks 20 uur waren we weer terug op ons appartement. Daar hebben we de beelden even kunnen bekijken en een hoop weg kunnen gooien. Zo gaat dat in het digitale tijdperk. Donderdagochtend naar Düne geweest. Vroeger zat dit eiland met een landtong vast aan het grotere eiland maar sinds de 18 eeuw is het los van het hoofdeiland komen te liggen. Met de ‘Witte Klif’ (vroegere naam van Düne) wordt men in 5 minuten overgezet naar dit eiland. Vanaf het hoofdeiland hadden we al gezien dat er zeezoogdieren lagen aan de zuidkant liggen. Dat scheelt een stuk lopen. Nadat we op het eiland Düne aangekomen waren zijn we daar snel heen gelopen. Tot op een meter of zestig konden we ze benaderen: de gewone zeehond en de grijze zeehond (kegelrob); laatstgenoemde zijn ook veel groter. Het viel ons niet mee er leuke plaatjes van te maken; er stond een stromachtige wind en ze doken al vrij snel het water in. Daarna nog een aantal eidereenden op de plaat gezet. In de haven zwom nog een zwarte zee-eend die zich ook nog leuk liet fotograferen. In de middag nog even naar de kliffen van Helgoland. In de luwte zaten een paar leuke zangertjes. We konden de Fluiter mooi op de plaat zetten alhoewel in een wat ongewoon biotoop! Op de doortrek kan men diverse leuke soorten tegenkomen zoals: tapuit, fitis, tjiftjaf, grauwe- en bonte vliegenvanger.
Zaterdag naar de Lummenfelsen de kust van de zeekoeten waar we ook de J.v.G. aantreffen. De wind was gedraaid naar westelijke richting en het aanvliegen was dus anders geworden. Ze hingen nu soms even stil boven het klif en dat geeft weer een ander plaatje. De genten verzamelen allerlei materiaal voor hun nest waaronder plastic draad. Dat resulteert er soms in dat ze zich onvrijwillig verhangen. Het meest onschuldige materiaal is het vingerwier waar ook veel ‘jannen’ mee aan komen. Eenmaal heb ik ze gezien met een tandenborstel!

De jan-van-gent (Morus bassanus of Sula bassana) is een vogel uit de familie van pelikaanachtigen (Pelecaniformes). Het is een grote sigaarvormige vogel met lange, smalle vleugels. De volwassenen zijn door formaat, kleur en tekening onmiskenbaar. Jonge vogels kunnen op het eerste gezicht op een grote pijlstormvogel lijken, maar zijn te herkennen aan een lange, spitse kop en snavel, spitse staart en karakteristieke bewegingen. Het volwassen kleed wordt pas in het vierde tot zesde jaar verkregen. De okergele kop is buiten het broedseizoen bleker. Volwassen dieren zijn circa 90-100 centimeter groot. En kunnen als ze hun vleugel volledig uitstrekken 170-180 cm breed zijn. Jan-van-genten broeden in de zomer op klippen op rotsige eilanden.
De dieren overwinteren op zee, soms langs de kust. Net als Noordse stormvogels staan jan-van-genten erom bekend dat ze schepen volgen. Ze duiken op spectaculaire wijze naar vis. Het lichaam is wit, de staart puntig en hebben zwarte vleugelpunten. De kop is okergeel met een blauwe oorring.
Bass Rock ( de Schotse Rock is een vulkanische plug uit het carboon => stollingsgesteente) herbergt 140.000 jan van genten.
De andere grote kolonie jan-van-genten is te vinden op Bonaventure-eiland in Canada, hier broeden ca. 120.000 vogels.

Verder broeden hier nog een 15 á 20 alken, en een 50 paar noordse stormvogels. We hebben vernomen dat pas sinds 1991 hier Jan van Genten broeden (begonnen met twee paar). Hun aantal is nu opgelopen tot 300 paar en is nog steeds toenemend. De zeekoeten hebben soms een beetje last van hun veel grotere buren. Zaterdagavond nog lekker uit eten geweest en zondag wat later op omdat het regenachtig was. Rond 10 uur moesten we het appartement verlaten hebben. We konden de bagage daar wel even laten staan zodat we alleen onze fotospullen mee hoefden te nemen. De boot vertrok pas om 16 uur, dus we hadden nog wel even de tijd. Eerst maar weer even naar de vogelrots in het noordwesten van het eiland. Daar stond een onaangename harde wind die het fotograferen er niet gemakkelijker op maakte. Jan Bos uit Dokkum was ook actief met de canon D1 mark 3. We hadden de indruk dat we hier klaar waren en besloten om nog een bezoek te brengen aan Düne voor de zeehonden. Er lag nu een grote groep op de noordkant en die bleken ook nog eens veel tammer te zijn. Je kon ze gemakkelijk benaderen tot soms binnen de twintig meter. Als het hoog water wordt en je wacht het rustig af komen ze steeds dichter naar je toe.
De gewone zeehond lag weer tussen zijn grotere neven in. De kegelrobben waren soms een beetje aan het stoeien en dat gaf soms leuke beelden. Als ze daar stom wat liggen te liggen maak je niet snel een mooi plaatje. Half drie weer met de boot terug naar Helgoland, iets gegeten (snack) en toen naar de boot gewandeld. Met de tenders werden we weer naar de Atlantis gebracht en daar verkozen we een plekje buiten op het achterdek. De vorige dag hadden we nog wat drank ingekocht. Niet te veel want je moet alles mee sjouwen. De boot had een snelle terugreis en derhalve bereikten we Cuxhaven al voor half zeven. De auto stond al klaar voor vertrek. Om ongeveer half elf avonds waren we weer in Schettens. Moe gestreden en met zere knieën van het vele gesjouw maar zeer voldaan.

Geografie
Helgoland ligt in de Duitse Bocht, relatief ver (70 km) uit de kust in de Noordzee, en het behoort tot de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein en het district Pinneberg. Het eiland meet 1,7 km² en telt 1.297 inwoners. Het beschikt over een klein strand, maar is vooral bekend om zijn roodgekleurde rotskust die tot 61 meter hoog uit zee omhoog rijst, en om de (nu door omvallen bedreigde) rotspunt de Lange Anna. Sinds de storm van 1720 bestaat het eigenlijk uit twee eilanden: enerzijds het hoofdeiland (Hauptinsel), met de herkenbare klif van Trias bontzandsteen, dat is onderverdeeld in de niveaus Oberland, Mittelland en Unterland, en anderzijds de Düne, een met zand bedekt dagzoom van Jura kalksteen. Enkel het Oberland en Unterland zijn bewoond; op het Mittelland bevindt zich het lokale ziekenhuis. Men kan vanuit het Unterland een lift naar het Oberland nemen. Op de Düne (0,9 km2 ) staat een bungalowpark.
Geschiedenis
Helgoland werd rond 4000 v.Chr. een eiland door het stijgen van de zeespiegel na de laatste ijstijd. Er woonden al in het Neolithicum mensen die enige resten hebben achtergelaten. Er wordt verhaald dat rond 700 de Friese koning Radbod op het eiland een tijd zijn zetel had. In de 8e of 9e eeuw werd het eiland vanuit (waarschijnlijk Oost-)Friesland gekoloniseerd. De huidige bewoners spreken nog steeds een Noord-Fries dialect, het Helgolands of Halunder Freesk. Het werd ingelijfd bij het Vikingrijk en werd in de tijd van de Hanze vooral bekend als piratennest.
Het eiland bleef tot 1814 (Vrede van Kiel) tot Denemarken behoren. De Britten veroverden het eiland in 1807 op de Denen. Het strategisch belangrijke eiland was vervolgens het domein van smokkelaars maar begon vanaf 1828 ook een toeristenbestemming te worden. In 1890 kwam British Heligoland in het kader van het Zanzibarverdrag (Berlijn, 1 juli) aan Duitsland, dat in ruil het Oost-Afrikaanse Zanzibar aan de Britten liet. Keizer Wilhelm II bouwde Helgoland uit tot marinesteunpunt en dat bleef het tot na de Tweede Wereldoorlog. In de Eerste Wereldoorlog werden alle bewoners gedwongen het eiland te verlaten. In juni 1943 werden door een vliegtuig van de RAF, dat terugkeerde van een missie boven het vasteland van Duitsland, enkele bommen afgeworpen. Kort voor het einde van de oorlog in 1945, toen de Britse troepen reeds voor Bremen stonden, probeerden 15 Helgolanders, onder wie Erich Friederichs, contact met de Britten op te nemen, om te voorkomen dat hun eiland door een bombardement zou worden vernietigd. Door verraad werden zij op 18 april door de Gestapo gearresteerd. Op 21 april werden 7 van hen in Cuxhaven geëxecuteerd. Op 18 april voerden 1000 vliegtuigen van de Royal Air Force een vernietigend bombardement uit, waarbij ca.7000 bommen werden afgeworpen, waardoor het eiland onbewoonbaar werd en de bevolking moest worden geëvacueerd. De bomkraters zijn nog steeds te vinden op de hogere delen. De Royal Air Force gebruikte het voor schietoefeningen en trachtte het eiland in 1947 - tevergeefs - voorgoed op te blazen. In 1952 mocht de bevolking na lang aandringen terugkeren. Sindsdien leeft het eiland hoofdzakelijk van het toerisme, dat mede wordt gevoed door de accijnsvrije verkoop van zaken als sigaretten, parfum en alcoholica.

Vogelsoorten Helgoland. (14-05-09 t/m 17-05-09)

Alk 15 á 20
Boerenzwaluw
Bontbekplevier
Bonte kraai (hybride)
Bonte vliegenvanger (3)
Boomvalk (1)
Drieteen meeuwen (7000)
Eidereend (man/vrouw ook met juv)
Fitis
Gekraagde Roodstaart
Gele Kwikstaart
Gierzwaluw
Gr. Mantelmeeuw
Graspieper
Grauwe gans (15)
Grauwe vliegenvanger (3)
Grote Stern
Huismus
Huiszwaluw
Jan van Gent (300 broedparen)
Kl. Mantelmeeuw
Fluiter (doortrek)
Koekoek
Kuifaalscholver
Merel
Oeverloper
Paapje (3)
Regenwulpen (4)
Scholekster
Spreeuw
Steenloper
Tapuit (3)
Tjiftjaf (zang)
Torenvalk
Tuinfluiter
Turkse Tortel
Veldleeuwerik (zingend)
Vink
Visarend 1 ex.
VisdiefWespendief
Winterkoning
Witte kwikstaart (donker ex.)
Zilvermeeuw
Zwarte Wouw ( van anderen)
Zwarte zee-eend (man)

Zeevogels op de rotskliffen van Helgoland
De grofkorrelige zandsteenafzettingen tussen de hardere bontzandsteenlagen worden eerder door winderosie aangetast, waardoor zich ontelbare terrasjes in de klifwand vormen. Vogels broeden hier graag. Het natuurgebied "Helgolander zeekoetkliffen" wordt door de Verein Jordsand beschermd.
Vele duizenden zeevogels nestelen zich elk jaar in maart/april op het eiland om hier te broeden. Drieteenmeeuwen en zeekoeten komen het meest voor, maar daarnaast vallen ook zilvermeeuwen, dikbek-zeekoeten, alken, noordse stormvogels en een enkele Jan van Gent waar te nemen.
Eind juni/begin juli vindt de grootste happening onder de zeevogels plaats: de zeekoetensprong. Na langdurig door de oudervogels te zijn 'aangemoedigd' wagen de jongen de sprong uit het nest. Na 20 tot 50 meter gevallen te zijn landen ze in het water, of op de voet van de kliffen. De jonge zeekoeten verwonden zich daarbij overigens maar zelden. Medewerkers van de Vogelwacht Helgoland staan ondertussen klaar om een aantal van de jongen te vangen en te ringen. Uit de gegevens die met het ringen verkregen waren bleek dat de zeekoeten trouwe stamgaten van Helgoland zijn, die ver naar het noorden (bijv. in de Noorse fjorden) overwinteren.
De ooit op het eiland voorkomende papegaaiduiker, met een voorliefde voor nestplaatsen op het goed toegankelijke hoge deel van het eiland, kon zich door de jacht en het verzamelen van eieren niet handhaven. Andere vogelsoorten werden beschermd door de kliffen. De jacht op vogels werd pas echt een probleem voor de vogels toen de hoedenmode en de verveling van de toeristen in de 19e eeuw tot massaslachtingen leidden.
Verslag opgesteld door otte w. zijlstra Nw. Niedorp.