Verslag Hongarije
reis
Deelnemers: Jelle de Jong & Otte W. Zijlstra
Vertrek op vrijdag 26/4; terug op maandag 5 mei 2003.

Op vrijdagmiddag vertrokken we via weg nummer drie
door Duistland. Even voorbij Wenen, zo rond een uur of twee in de
nacht hebben we een rust genomen van ruim twee uur. Toen verder
naar de grens, waar we vlot overheen waren. In Oostenrijk moesten
we een vignet halen voor bepaalde snelwegen en ook in Hongarije
hebben ze deze bron van inkomsten ontdekt. Daarvoor rijd je nu op
een mooie vierbaansweg en dat is een heel verschil met 10 jaar geleden
toen dit nog tweebaansweg was met allemaal stalletjes aan de kant
van de weg waar men met hun neringdoenderijk bezig was. Bij de grens
ook voor €100 aan Hongaars geld gehaald.
Bij Györ rechtsaf en dan is het nog 134 km over een tweebaansweg
die zich rustig door de dorpjes slingert die op hun beurt weer in
een heuvelachtig landschap zijn gelegen. Komt men achter een vrachtauto
terecht dan gaat het allemaal wat langzamer, maar geen nood het
landschap vergoed veel. Trouwens op dit type wegen gebeurt nog wel
eens een ongeluk getuige de vele kruisjes met bloemen die we passeren.
Na twee uur gereden te hebben op deze weg vonden we moeiteloos de
camping Aucost. De eigenaar zat net buiten met een stel die net
voor ons gearriveerd waren en bood ons koffie aan. Wij hoorden meteen
de Zwarte Roodstaart. Hans, de eigenaar, wist ons te vertellen dat
hij vorig jaar onder zijn auto had gebroed en dit jaar had hij een
veiliger plekje opgezocht. We hoorden ook het geluid van een niet
startende auto: de Draaihals. Dat had Hans wel vaker gehoord maar
hij kon de vogel (een spechtachtige) niet lokaliseren en het geluid
kende hij ook niet. Ze trokken hier in de herfst veel door en zitten
dan op de paaltjes rond de camping, aldus Hans.

In de kantine hingen fraaie foto’s van Foto Natura; die waren
hier vorig jaar geweest en hadden wat leuk werk naar Hans opgestuurd
als permanente tentoonstelling. Onder andere Boomkikker, Bijeneters
en Buidelmezen zagen we hangen evenals Grote Zilverreigers. Dit
jaar zouden ze weer terug komen voor o.a. de Zwarte Ooievaar en
Middelste Bonte Specht. Onze handen begonnen te jeuken, dus maar
snel ons tentje opgezet. Eind april is er natuurlijk nog volop ruimte
op de camping. Hans was hier zelf net enkele weken omdat er extreem
veel sneeuw was gevallen afgelopen winter, twee meter tegen normaal
een halve meter. Bovendien vroor het hier twee weken geleden nog
10 graden. Hij heeft een aantal mensen in vaste dienst en voor de
rest parttimers in totaal 37 mensen. Hij is daarmee, na de gemeente,
de grootste werkgever. Ook de echtgenote van Hans, Liesbeth, was
deze (vakantie) week aanwezig met de kinderen.
De camping is 3,5 ha groot en voor het vijfde jaar in bedrijf. Er
zijn boompjes aangeplant, maar die geven natuurlijk nog niet veel
schaduw. Het zwembad gebeuren omvat 22 ha. Het bestaat uit verschillende
thermale baden die een gunstige uitwerking zouden hebben op de huid.
Er is ook de chloorbad aanwezig voor diegene die ‘normaal’
wil zwemmen. Het warme (thermale) water wordt op een diepte van
700 meter opgepompt en dan is nog zo heet dat het eerst afgekoeld
moet worden tot ruim veertig graden. Al met al is er een flinke
investering gedaan.
Op de camping en nabijgelegen zwembad hebben wij de vogelde soorten
aangetroffen:
Camping (zwembad) soorten toen wij er waren:
Boerenzwaluw
Bonte Kraai
Bruine kiekendief
Buizerd
Draaihals
Europese Kanarie
Fazant
Gele Kwikstaart
Grauwe gors
Groenling
Grote Karekiet
Hop
Kievit
Koekoek
Kwartel (gehoord)
Paapje
Putter
Rietzanger
Ringmus
Roodborsttapuit
Spreeuw
Sprinkhaanrietzanger
Tortelduif
Veldleeuwerik
Witte kwikstaart
Zwarte Roodstaart
Zwarte Wouw

Verder op de camping cq. zwembad:
Smaragdhagedis, Groene Pad, Roodbuikvuurpad, Haas
en Ree. Eenmaal een zonnende slang zien liggen die we later niet
te pakken konden krijgen. Mogelijk een Gladde Slang. De Veldkrekel
is ook vaak te horen, vooral als het schemerig wordt. Kinderen ontdekten
éénmaal een Wasbeer, maar die hebben wij niet gezien.
Groene pad (Bufo viridis) Forse pad tot 10 cm, grijzig met contrasterende
felgroene vlekken. Komt voor in het oostelijke deel van Midden-Europa.
Kan zich evenals Rugstreeppad snel ingraven. Kan flinke sprongen
maken. Geluid si niet te verwarren met andere amfibieën wel
met het geluid van de Veldkrekel. We konden er enige dia’s
van maken.
Boomkikker (Hyla arbora) is moeilijk te ontdekken
in het riet en met name als er zich jonge groene blaadjes van een
braam zich omhoog slingeren; maar als je er één ontdekt
zie er vaak meerdere zitten. Ze zitten graag in het zonnetje. Het
geluid dat de mannetjes produceren is tot op een afstand van een
km hoorbaar. Als je te dichtbij komt gaan ze soms iets draaien waardoor
ze achter de rietstengel komen te zitten. Als je nog dichterbij
komt springen ze van de ene rietstengen naar de ander en weten deze
weer klemvast te omvatten. De Boomkikker is eenvoudig te herkennen
aan het kleine formaat (ca. 4 cm), de gifgroene kleur en de zwarte
streep over de zijkant van de kop en de flank. Aan de tenen zitten
zuignapjes waardoor ze een glad oppervlak loodrecht kunnen beklimmen.
Mannetjes hebben een bruine geplooide keel, de vrouwtjes hebben
een licht keel. Ze kunnen 15 jaar oud worden.
Doornappel (Datura stramonium) De restanten hier van kwamen we regelmatig
tegen in de vorm van de stekelige vier kleppige openspringende doosvrucht.
Ze zijn ongeveer 4 cm lang en eivormig. Hij behoort tot de nachtschaduw-familie
(evenals onze aardappel) en tot deze familie behoren veel giftige
planten. Alle delen van de doornappel zijn giftig, maar vooral de
zaden, bloemen, wortels en onrijpe vruchten. Behoud zijn giftigheid
na drogen. (hooi!) Schapen en geiten zijn minder gevoelig, paarden
extra gevoelig: 33 gram doornappelzaad is dodelijk.

Ringslang (Natrix natrix) Deze slang kan meer dan
een meter lang worden. Ze is gemakkelijk te herkennen aan de twee
grote gele vlekken achter het oog die vaak als een ring met elkaar
verbonden zijn. Ze zijn bruin van kleur. De pupil is rond terwijl
de adder een verticale spleetvormige pupil heeft. De Ringslang legt
eieren warme en vochtige plaatsen, zoals onder plantenafval en composthopen.
Ze leven in waterrijke gebieden. We vonden er een heel stel bij
een sluisje waar ze dode en bijna dode vis grepen. Daar hebben we
leuke opnamen van kunnen maken, ook van het kopprofiel. Als je ze
pakt laten een secretie achter; hierdoor stinkt je hand een dag
lang.
Bij Rétimajor (zie kaartje) liggen de visvijvers
en dat betekent voedsel voor veel visetende vogels. Het gebied is
toegankelijk voor kaarthouders. Er zijn veel visetende vogels te
zien , maar omdat er ook op gejaagd kan worden vliegen ze snel op.
Dat is natuurlijk lastig voor de natuurfotograaf.
Om een indruk te geven wat er zoal gezien kan worden in deze periode:

Aalscholver
Blauwe Reiger
Boompieper
Bosruiter
Bruine Kiekendief
Buidelmees
Dwergmeeuw
Groenpootruiter
Grote Lijster
Grote Zilverreigers
Havik
Kemphaan
Kievit
Kleine Karekiet
Kleine Zilverreigers
Kluut
Knobbelzwaan
Koekoek
Kokmeeuw
Krooneend
Kuifeend
Kwak (nachtreiger)
Lepelaars
Nachtegaal
Oeverloper
Purperreiger
Roerdomp
Smient
Snor
Sprinkhaanrietzanger
Staartmees
Tafeleend
Wielewaal
Witoogeend
Witvleugelstern
Witwangstern
Zeearend
Zwarte Ooievaar
Zwarte Ruiter
Zwarte Stern
Zwartkopmeeuw
Ook hebben we een keer de schuiltentjes opgezet
bij het moerasachtige gebied aan de noordkant van Rétimajor.
Er vloog een boel op wat interessant was voor ons, maar het kwam
niet terug. We hadden gehoopt op Kwakken; er zitten hier echter
ook Dodaars en Witoogeenden! We hebben drie uur in onze schuiltentjes
gezeten er toen de moed opgegeven. Het licht werd bovendien steeds
harder en we kregen steeds meer tegenlicht.
De volgende ochtend naar een bosgebied geweest vlak voorbij een
paleisachtig gebouw aan het eind van Vajta. Daar het bos in en een
wandeling gemaakt. Het viel ons op dat van die bosgebieden niet
veel te zien is vanaf de doorgaande weg. We hadden hier nog:
Zwarte Specht, Vink, Geelgors en de normale bosvogels die je hier
ook kunt aantreffen. Wel veel reeën gezien, sommige maakten
een blaffend geluid. Hier ook veel sporen van wilde zwijnen. Later
zijn we nog met een medewerker van Hans op pad geweest om Wilde
Zwijnen op te zoeken. Hij is ter plaatse goed bekend, omdat hij
de boswachter behulpzaam is bij de tellingen. Inderdaad hebben we
toen een aantal zwijnen fraai kunnen zien met hun jongen. Het was
te riskant om te dichtbij te komen voor het schieten van leuke plaatjes.

Op woensdag 30 april zijn we naar een nationaal
park geweest. Het is een 50 km onder Boedapest gelegen en heet:
Kiskunsagi Nemseti Park. Het is een laagvlakte die aan de Noordwest
kant begrenst wordt door de Donau. Deze grootste rivier van Europa
had hier vroeger vrij spel en is voor een groot gedeelte verantwoordelijk
voor de samenstelling van deze grond. Door het aride klimaat worden
veel zouten mee ophoog getrokken en hier heeft de vegetatie zich
bij aangepast. We vinden derhalve ook veel halofyten. (zoutminnende
planten). En op die grond dan een broedsel van een kievit te vinden
is een aparte ervaring. Trouwens sommige weidevogels zoals de grutto’s
hadden hun oorspronkelijke leefgebied is deze zomerbeddingen van
de rivieren. Op de poesta nog veel kemphanen die nog op doortrek
waren. We ontdekten ook een aantal Grote Trappen. De tweede keer
dat we dit gebied bezochten ontdekten we in totaal tien trappen,
waarbij één mannetje nog aan het baltsend was. (balloon
display). Dat was een mooi gezicht al was de afstand wat groot.
Er kwam nog een ander mannetje aanvliegen en het ging natuurlijk
om de hen die ook in de buurt rond scharrelde. Die zijn een stuk
kleiner. De mannetjes zijn forse beesten tot twintig kg. (kalkoen
formaat) de hennen zijn 4 á 5 kg. Hier komt volgens het mededelingenbord
nog een populatie voor van 400 dieren. Op de Hortbágyi komt
ook nog een redelijk populatie voor. Hier is ook een Trappencentrum
gevestigd dat zich inzet voor hun behoud. Naarmate het gras hoger
wordt zijn ze moeilijker te vinden. Verder hier mooi de Roodpootvalken
gezien. Ze waren bezig nesten te veroveren op de roeken en de eksters.
Op zaterdag zijn we nogmaals in dit gebied geweest. In de ochtend
ging het nog, maar in de middag kwam er een harde wind opzetten
die stofstormen veroorzaakte op de vlakte. Het zicht werd daardoor
bemoeilijkt en ook voor de fotoapparatuur was het slecht. In de
buurt van Apaj is een uitkijktoren. Hiervoor is een nat gebied waar
grote Zilverreigers en sterns gezien kunnen worden. Fraai was ook
nog een baltsende watersnip. Deze hemelgeit wordt bij ons niet ze
vaak meer gehoord. Verderop is er een uitkijkpunt. We zijn daar
niet in geweest. Hij staat ook wat verder van de weg af. We zijn
tegenover die tweede uitkijktoren het gebied ingereden waarop dat
moment 7 Grote Trappen konden ontdekken.
In dit gebied veel Gele Kwikstaarten, Grauwe Gors en een enkele
Duinpieper. Verder Paapjes en Roodborsttapuiten.
Een klein stukje geschiedenis
Hongarije werd vroeger een Oost –Europees
land genoemd, maar dit is geografische gezien niet juist. Om militair/politieke
redenen werd het zo genoemd. Geografisch gezien is het veeleer een
Midden-Europees land dat weliswaar uit een bevolking is ontstaan
dat ver achter de Oeral vandaan is gekomen, maar zich altijd op
het westen heft gericht, ondanks 150 jaar Turkse bezetting (1550
– 1700). Nadien is er veel invloed geweest van de machtige
dynastie van de Habsburgers. Deze bezetten o.a.Oostenrijk en Hongarije.
In het oosten ligt de Grote Hongaarse (laag) vlakte, ook wel Alföld
genoemd of de Hongaarse of Pannonische Laagvlakte. Deze wordt aan
de noordzijde begrenst door de Tsjechische Karpaten. De Hongaarse
vlakten bestaan uit een sinds het Tertiair dalend bekken, dat door
de Alpen (in het westen) en door Karpaten (in het noorden) en de
Dinariden wordt onsloten. Door afsluiting en verzoeting werd het
in het Pleistoceen een binnenmeer, dat geleidelijk werd opgevuld
met materiaal vanuit de omringende bergen. Door de vorming van het
Donaudal liep het meer grotendeels leeg. Het Balaton en Kisbalatonmeer
zijn de stille getuigen er van. De Hongaarse heuvels zijn tot 900
meter bedekt met eikenbos, boven de 800 meter geleidelijk overgenomen
door beukenbossen.
Door Hongarije loopt één van de
meest bezongen rivieren de Donau, na de Wolga de langste rivier
van Europa. Hij 2850 km lang, op Hongaars gebied 417 km.
Hij vindt zijn oorsprong in het Zwarte Woud en eindigt in de Zwarte
Zee in een delta. In deze Donau-delta leven 320 vogelsoorten en
broeden er 172. Ook voor de watervoorziening is deze rivier belangrijk;
20 miljoen mensen voorziet het van drinkwater. Het Donau-Auen Nationaal
Park in Oostenrijk is het langste aaneengesloten stuk natuurgebied
langs de Donau. De rivier stroomt door negen landen en verbindt
beroemde steden met elkaar zoals Wenen en Boedapest.

Ruim 60 % van de inwoners van Hongarije is Rooms
Katholiek.
De voorouders van de Hongaren zijn de Magyaren, stammen die waarschijnlijk
uit het gebied komen tussen de Wolga en de Oeral. Het waren vissers
en jagers, later herders om vervolgens als nomaden naar de open
steppen ten noorden van de Zwarte Zee te trekken. Een deel van hen
trok naat het noorden en bevolkte het huidige Finland (ook Karelië?).
Ze behoren beide tot de Fins_oegrische taalgroep. Tegen het einde
van de negende eeuw trokken de zeven stammen van de Magyaren verder
naar het westen en kwamen terecht in het gebied tussen de Donau
en de Tisza. Ze bleven hun nomadenleven trouw en ondernamen verschillende
strooptochten naar het Middellandse Zee gebied. Daarna was er een
overheersing van 1526 tot 1684 door de Turken. De Habsburgse periode
duurde daarna tot 1848. Bij de vrede van Versailles in 1918 viel
het Habsburgse rijk uiteen. Hongarije raakt 70% van zijn grondgebied
kwijt aan Roemenië , voormalig Joegoslavië en voormalig
Tsjechoslowakije. Na de tweede W.O. werd het ingelijfd bij het Oostblok.
Na de mislukte opstand van 1956 duurde het tot de val van de muur
(1989) voordat de Hongaren weer zelfstandig hun eigen koers uit
kunnen zetten. In 1990 werd Imre Nagy gerehabiliteerd. Deze was
eerste minister ten tijde van de Hongaarse opstand en door de Russen
om het leven gebracht. Thans staat Hongarije genomineerd om toegelaten
te worden tot de EU.
Literatuur:

Totaallijst vogels in Hongarije april/mei 2003.
1. Dodaars plaatselijk algemeen
2. Fuut vrij algemeen
3. Aalscholver vrij algemeen bij de visvijvers
4. Blauwe reiger vrij algemeen
5. Grote zilverreiger algemeen
6. Kleine zilverreiger vrij schaars
7. Purperreiger vrij schaars
8. Roerdomp schaars ( 1 x gezien en enkele keren gehoord )
9. Kwak plaatselijk algemeen
10. Lepelaar vrij algemeen
11. Knobbelzwaan schaars, 1 ex.
12. Grauwe Gans algemeen
13. Wilde Eend algemeen
14. Smient schaars ( 1 man )
15. Slobeend plaatselijk algemeen
16. Zomertaling schaars ( 1 paar )
17. Wintertaling vrij schaars
18. Krooneend schaars ( 2x 1 paar )
19. Witoogeend plaatselijk vrij algemeen (visvijvers)
20. Bergeend schaars ( 1 paar )
21. Kuifeend vrij algemeen
22. Tafeleend algemeen
23. Buizerd algemeen
24. Wespendief schaars ( 1 gezien )
25. Zwarte Wouw schaars ( 1 gezien )
26. Rode Wouw schaars (alleen onderweg in Duitsland 3 )
27. Bruine Kiekendief algemeen
28. Blauwe Kiekendief schaars ( 3 x 1 ex. )
29. Torenvalk vrij algemeen
30. Boomvalk schaars ( 2x )
31. Roodpootvalk plaatselijk algemeen
32. Zeearend schaars ( 1x ad
33. Ooievaar algemeen
34. Zwarte Ooievaar schaars ( 3 x gezien ); broedt in de omgeving
35. Kwartel schaars ( 2x gehoord )
36. Patrijs schaars ( 1x 2 gezien )
37. Fazant zeer algemeen
38. Waterhoen vrij algemeen
39. Meerkoet algemeen
40. Waterral schaars ( 1x )
41. Grote Trap plaatselijk; tenminste 10 gezien
42. Kluut vrij schaars
43. Kievit vrij algemeen
44. Wulp schaars ( 4 ex.
45. Bosruiter vrij algemeen
46. Oeverloper vrij schaars
47. Witgatje schaars ( 1 ex. )
48. Tureluur plaatselijk vrij algemeen
49. Zwarte Ruiter plaatselijk vrij algemeen
50. Groenpootruiter schaars ( 3 ex. )
51. Poelruiter schaars ( 2 ex.
52. Grutto plaatselijk vrij algemeen
53. Watersnip schaars ( 1 x baltsend )
54. Kemphaan algemeen ( veel doortrek )
55. Kokmeeuw algemeen
56. Zwartkopmeeuw vrij schaars
57. Dwergmeeuw vrij schaars ( 6 ex. )
58. Zilvermeeuw vrij algemeen
59. Visdief vrij schaars
60. Zwarte Stern vrij algemeen
61. Witvleugelstern plaatselijk vrij algemeen
62. Witwangstern vrij schaars
63. Houtduif algemeen
64. Turkse Tortel algemeen
65. Zomertortel algemeen
66. Koekoek algemeen
67. Steenuil 2 x gezien
68. IJsvogel vrij schaars ( 3 x gezien )
69. Gierzwaluw schaars ( 1 ex.
70. Hop vrij algemeen
71. Bijeneter pas op onze laatste dag enkele ex.
72. Grote Bonte Specht vrij algemeen
73. Zwarte Specht vrij algemeen
74. Draaihals vrij schaars ( 2 ex. bij de camping )
75. Veldleeuwerik algemeen
76. Kuifleeuwerik plaatselijk ( 2 ex. bij zandafgraving )
77. Boomleeuwerik schaars ( 2 ex.
78. Oeverzwaluw plaatselijk
79. Boerenzwaluw algemeen
80. Huiszwaluw algemeen
81. Duinpieper vrij schaars ( 3 ex. )
82. Graspieper vrij schaars
83. Boompieper vrij algemeen
84. Witte kwikstaart algemeen
85. Gele kwikstaart algemeen
86. Winterkoninkje algemeen
87. Roodborst algemeen
88. Nachtegaal algemeen
89. Zwarte Roodstaart paartje op camping
90. Grauwe Klauwier 1 man gezien
91. Tapuit 2 ex.
92. Paapje 3 ex.
93. Zanglijster vrij algemeen
94. Merel algemeen
95. Grote Lijster vrij algemeen
96. Zwartkop algemeen
97. Tuinfluiter schaars ( 1 ex.)
98. Grasmus 1 zingend ex.
99. Braamsluiper 1 zingend ex.
100. Rietzanger algemeen
101. Sprinkhaanzanger vrij algemeen
102. Snor vrij algemeen
103. Grote Karekiet algemeen
104. Kleine Karekiet vrij algemeen
105. Fitis schaars (slechts 1 zang waarneming)
106. Tjiftjaf algemeen
107. Koolmees algemeen
108. Zwarte Mees schaars ( 1 ex.
109. Pimpelmees algemeen
110. Matkop schaars
111. Glanskop schaars
112. Staartmees schaars
113. Buidelmees plaatselijk algemeen
114. Boomklever vrij algemeen
115. Boomkruiper 1 waarneming
116. Ekster algemeen
117. Vlaamse Gaai algemeen
118. Kauw algemeen
119. Roek algemeen
120. Bonte Kraai algemeen
121. Spreeuw algemeen
122. Wielewaal vrij algemeen
123. Huismus algemeen
124. Ringmus algemeen
125. Vink algemeen
126. Kneu algemeen
127. Putter algemeen
128. Europese Kanarie vrij algemeen (ca. 6 ex. )
129. Rietgors algemeen
130. Geelgors algemeen
131. Grauwe gors algemeen
Resumerend kunnen we zeggen dat het niet te vergelijken
is met Lesbos waar we vorig jaar twee weken mochten verblijven.
De camping voldoet uitstekend en Hans weet inmiddels wel een aantal
leuke plekjes. Toen we op zondag 4 mei de tent opbraken hoorden
we de bijeneters met hun kenmerkende gekir. Voor ons kwamen ze dus
net te laat. De reis van omstreeks 1500 km viel ons achteraf niet
tegen. Nachts rijden heeft naast nadelen natuurlijk ook voordelen.
Het is rustig op de weg en dan schiet het lekker op.
Literatuur:
Cleen , M. De. 2000 Giftige Plantengids, Tirion
Blamey, M. 1992. Geïllustreerde Flora Thieme
KNNV. 2003. Amfibieën & reptielen in beeld.
Verslag Hongarije Otte Zijlstra gemaakt in 1993.
Otte W. Zijlstra
Kostverlorenstraat 38
1733 VH Nw. Niedorp
ow.zijlstra@quicknet.nl
Met dank aan Jelle voor de totaallijst.
Rétimajor
Dit natuurgebied ligt zo’n 10 km van de camping in noordelijke
richting. Vanaf de camping ga je linksaf richting Cece. Dar kin
je kiezen: linksom of rechtsom. Ga je rechtsom dan volg je weg nr.
63 een tijdje. Via Retszilas kom je in een klein dorpje waar grote
silo’s staan. Daar ga je aan voorbij en na nog geen honderd
meter sla je linksaf om vervolgens aan de noordkant van het gebied
te komen. Wij gingen de laatste paar keren in Cece linksaf en via
het gehucht Sáregres komen we een bord tegen: RÉTIMAJOR.
Daar beginnen de visvijvers.
|