Hongarije

About Me

Onderwerpen Hongarije

Noord-Spanje

Zweden

Lesbos [2002]

Lesbos [1999]

Zwitserland

Polen

Noorwegen

Bargerveen

Ebro

Bargerveen

 

 

Verslag Hongarije reis
Deelnemers: Jelle de Jong & Otte W. Zijlstra
Vertrek op vrijdag 26/4; terug op maandag 5 mei 2003.

Op vrijdagmiddag vertrokken we via weg nummer drie door Duistland. Even voorbij Wenen, zo rond een uur of twee in de nacht hebben we een rust genomen van ruim twee uur. Toen verder naar de grens, waar we vlot overheen waren. In Oostenrijk moesten we een vignet halen voor bepaalde snelwegen en ook in Hongarije hebben ze deze bron van inkomsten ontdekt. Daarvoor rijd je nu op een mooie vierbaansweg en dat is een heel verschil met 10 jaar geleden toen dit nog tweebaansweg was met allemaal stalletjes aan de kant van de weg waar men met hun neringdoenderijk bezig was. Bij de grens ook voor €100 aan Hongaars geld gehaald.
Bij Györ rechtsaf en dan is het nog 134 km over een tweebaansweg die zich rustig door de dorpjes slingert die op hun beurt weer in een heuvelachtig landschap zijn gelegen. Komt men achter een vrachtauto terecht dan gaat het allemaal wat langzamer, maar geen nood het landschap vergoed veel. Trouwens op dit type wegen gebeurt nog wel eens een ongeluk getuige de vele kruisjes met bloemen die we passeren. Na twee uur gereden te hebben op deze weg vonden we moeiteloos de camping Aucost. De eigenaar zat net buiten met een stel die net voor ons gearriveerd waren en bood ons koffie aan. Wij hoorden meteen de Zwarte Roodstaart. Hans, de eigenaar, wist ons te vertellen dat hij vorig jaar onder zijn auto had gebroed en dit jaar had hij een veiliger plekje opgezocht. We hoorden ook het geluid van een niet startende auto: de Draaihals. Dat had Hans wel vaker gehoord maar hij kon de vogel (een spechtachtige) niet lokaliseren en het geluid kende hij ook niet. Ze trokken hier in de herfst veel door en zitten dan op de paaltjes rond de camping, aldus Hans.


In de kantine hingen fraaie foto’s van Foto Natura; die waren hier vorig jaar geweest en hadden wat leuk werk naar Hans opgestuurd als permanente tentoonstelling. Onder andere Boomkikker, Bijeneters en Buidelmezen zagen we hangen evenals Grote Zilverreigers. Dit jaar zouden ze weer terug komen voor o.a. de Zwarte Ooievaar en Middelste Bonte Specht. Onze handen begonnen te jeuken, dus maar snel ons tentje opgezet. Eind april is er natuurlijk nog volop ruimte op de camping. Hans was hier zelf net enkele weken omdat er extreem veel sneeuw was gevallen afgelopen winter, twee meter tegen normaal een halve meter. Bovendien vroor het hier twee weken geleden nog 10 graden. Hij heeft een aantal mensen in vaste dienst en voor de rest parttimers in totaal 37 mensen. Hij is daarmee, na de gemeente, de grootste werkgever. Ook de echtgenote van Hans, Liesbeth, was deze (vakantie) week aanwezig met de kinderen.
De camping is 3,5 ha groot en voor het vijfde jaar in bedrijf. Er zijn boompjes aangeplant, maar die geven natuurlijk nog niet veel schaduw. Het zwembad gebeuren omvat 22 ha. Het bestaat uit verschillende thermale baden die een gunstige uitwerking zouden hebben op de huid. Er is ook de chloorbad aanwezig voor diegene die ‘normaal’ wil zwemmen. Het warme (thermale) water wordt op een diepte van 700 meter opgepompt en dan is nog zo heet dat het eerst afgekoeld moet worden tot ruim veertig graden. Al met al is er een flinke investering gedaan.
Op de camping en nabijgelegen zwembad hebben wij de vogelde soorten aangetroffen:

Camping (zwembad) soorten toen wij er waren:


Boerenzwaluw
Bonte Kraai
Bruine kiekendief
Buizerd
Draaihals
Europese Kanarie
Fazant
Gele Kwikstaart
Grauwe gors
Groenling
Grote Karekiet
Hop
Kievit
Koekoek
Kwartel (gehoord)
Paapje
Putter
Rietzanger
Ringmus
Roodborsttapuit
Spreeuw
Sprinkhaanrietzanger
Tortelduif
Veldleeuwerik
Witte kwikstaart
Zwarte Roodstaart
Zwarte Wouw


Verder op de camping cq. zwembad:

Smaragdhagedis, Groene Pad, Roodbuikvuurpad, Haas en Ree. Eenmaal een zonnende slang zien liggen die we later niet te pakken konden krijgen. Mogelijk een Gladde Slang. De Veldkrekel is ook vaak te horen, vooral als het schemerig wordt. Kinderen ontdekten éénmaal een Wasbeer, maar die hebben wij niet gezien.


Groene pad (Bufo viridis) Forse pad tot 10 cm, grijzig met contrasterende felgroene vlekken. Komt voor in het oostelijke deel van Midden-Europa. Kan zich evenals Rugstreeppad snel ingraven. Kan flinke sprongen maken. Geluid si niet te verwarren met andere amfibieën wel met het geluid van de Veldkrekel. We konden er enige dia’s van maken.

Boomkikker (Hyla arbora) is moeilijk te ontdekken in het riet en met name als er zich jonge groene blaadjes van een braam zich omhoog slingeren; maar als je er één ontdekt zie er vaak meerdere zitten. Ze zitten graag in het zonnetje. Het geluid dat de mannetjes produceren is tot op een afstand van een km hoorbaar. Als je te dichtbij komt gaan ze soms iets draaien waardoor ze achter de rietstengel komen te zitten. Als je nog dichterbij komt springen ze van de ene rietstengen naar de ander en weten deze weer klemvast te omvatten. De Boomkikker is eenvoudig te herkennen aan het kleine formaat (ca. 4 cm), de gifgroene kleur en de zwarte streep over de zijkant van de kop en de flank. Aan de tenen zitten zuignapjes waardoor ze een glad oppervlak loodrecht kunnen beklimmen. Mannetjes hebben een bruine geplooide keel, de vrouwtjes hebben een licht keel. Ze kunnen 15 jaar oud worden.


Doornappel (Datura stramonium) De restanten hier van kwamen we regelmatig tegen in de vorm van de stekelige vier kleppige openspringende doosvrucht. Ze zijn ongeveer 4 cm lang en eivormig. Hij behoort tot de nachtschaduw-familie (evenals onze aardappel) en tot deze familie behoren veel giftige planten. Alle delen van de doornappel zijn giftig, maar vooral de zaden, bloemen, wortels en onrijpe vruchten. Behoud zijn giftigheid na drogen. (hooi!) Schapen en geiten zijn minder gevoelig, paarden extra gevoelig: 33 gram doornappelzaad is dodelijk.

Ringslang (Natrix natrix) Deze slang kan meer dan een meter lang worden. Ze is gemakkelijk te herkennen aan de twee grote gele vlekken achter het oog die vaak als een ring met elkaar verbonden zijn. Ze zijn bruin van kleur. De pupil is rond terwijl de adder een verticale spleetvormige pupil heeft. De Ringslang legt eieren warme en vochtige plaatsen, zoals onder plantenafval en composthopen. Ze leven in waterrijke gebieden. We vonden er een heel stel bij een sluisje waar ze dode en bijna dode vis grepen. Daar hebben we leuke opnamen van kunnen maken, ook van het kopprofiel. Als je ze pakt laten een secretie achter; hierdoor stinkt je hand een dag lang.

Bij Rétimajor (zie kaartje) liggen de visvijvers en dat betekent voedsel voor veel visetende vogels. Het gebied is toegankelijk voor kaarthouders. Er zijn veel visetende vogels te zien , maar omdat er ook op gejaagd kan worden vliegen ze snel op. Dat is natuurlijk lastig voor de natuurfotograaf.
Om een indruk te geven wat er zoal gezien kan worden in deze periode:


Aalscholver
Blauwe Reiger
Boompieper
Bosruiter
Bruine Kiekendief
Buidelmees
Dwergmeeuw
Groenpootruiter
Grote Lijster
Grote Zilverreigers
Havik
Kemphaan
Kievit
Kleine Karekiet
Kleine Zilverreigers
Kluut
Knobbelzwaan
Koekoek
Kokmeeuw
Krooneend
Kuifeend
Kwak (nachtreiger)
Lepelaars
Nachtegaal
Oeverloper
Purperreiger
Roerdomp
Smient
Snor
Sprinkhaanrietzanger
Staartmees
Tafeleend
Wielewaal
Witoogeend
Witvleugelstern
Witwangstern
Zeearend
Zwarte Ooievaar
Zwarte Ruiter
Zwarte Stern
Zwartkopmeeuw

Ook hebben we een keer de schuiltentjes opgezet bij het moerasachtige gebied aan de noordkant van Rétimajor. Er vloog een boel op wat interessant was voor ons, maar het kwam niet terug. We hadden gehoopt op Kwakken; er zitten hier echter ook Dodaars en Witoogeenden! We hebben drie uur in onze schuiltentjes gezeten er toen de moed opgegeven. Het licht werd bovendien steeds harder en we kregen steeds meer tegenlicht.
De volgende ochtend naar een bosgebied geweest vlak voorbij een paleisachtig gebouw aan het eind van Vajta. Daar het bos in en een wandeling gemaakt. Het viel ons op dat van die bosgebieden niet veel te zien is vanaf de doorgaande weg. We hadden hier nog:
Zwarte Specht, Vink, Geelgors en de normale bosvogels die je hier ook kunt aantreffen. Wel veel reeën gezien, sommige maakten een blaffend geluid. Hier ook veel sporen van wilde zwijnen. Later zijn we nog met een medewerker van Hans op pad geweest om Wilde Zwijnen op te zoeken. Hij is ter plaatse goed bekend, omdat hij de boswachter behulpzaam is bij de tellingen. Inderdaad hebben we toen een aantal zwijnen fraai kunnen zien met hun jongen. Het was te riskant om te dichtbij te komen voor het schieten van leuke plaatjes.

Op woensdag 30 april zijn we naar een nationaal park geweest. Het is een 50 km onder Boedapest gelegen en heet: Kiskunsagi Nemseti Park. Het is een laagvlakte die aan de Noordwest kant begrenst wordt door de Donau. Deze grootste rivier van Europa had hier vroeger vrij spel en is voor een groot gedeelte verantwoordelijk voor de samenstelling van deze grond. Door het aride klimaat worden veel zouten mee ophoog getrokken en hier heeft de vegetatie zich bij aangepast. We vinden derhalve ook veel halofyten. (zoutminnende planten). En op die grond dan een broedsel van een kievit te vinden is een aparte ervaring. Trouwens sommige weidevogels zoals de grutto’s hadden hun oorspronkelijke leefgebied is deze zomerbeddingen van de rivieren. Op de poesta nog veel kemphanen die nog op doortrek waren. We ontdekten ook een aantal Grote Trappen. De tweede keer dat we dit gebied bezochten ontdekten we in totaal tien trappen, waarbij één mannetje nog aan het baltsend was. (balloon display). Dat was een mooi gezicht al was de afstand wat groot. Er kwam nog een ander mannetje aanvliegen en het ging natuurlijk om de hen die ook in de buurt rond scharrelde. Die zijn een stuk kleiner. De mannetjes zijn forse beesten tot twintig kg. (kalkoen formaat) de hennen zijn 4 á 5 kg. Hier komt volgens het mededelingenbord nog een populatie voor van 400 dieren. Op de Hortbágyi komt ook nog een redelijk populatie voor. Hier is ook een Trappencentrum gevestigd dat zich inzet voor hun behoud. Naarmate het gras hoger wordt zijn ze moeilijker te vinden. Verder hier mooi de Roodpootvalken gezien. Ze waren bezig nesten te veroveren op de roeken en de eksters. Op zaterdag zijn we nogmaals in dit gebied geweest. In de ochtend ging het nog, maar in de middag kwam er een harde wind opzetten die stofstormen veroorzaakte op de vlakte. Het zicht werd daardoor bemoeilijkt en ook voor de fotoapparatuur was het slecht. In de buurt van Apaj is een uitkijktoren. Hiervoor is een nat gebied waar grote Zilverreigers en sterns gezien kunnen worden. Fraai was ook nog een baltsende watersnip. Deze hemelgeit wordt bij ons niet ze vaak meer gehoord. Verderop is er een uitkijkpunt. We zijn daar niet in geweest. Hij staat ook wat verder van de weg af. We zijn tegenover die tweede uitkijktoren het gebied ingereden waarop dat moment 7 Grote Trappen konden ontdekken.
In dit gebied veel Gele Kwikstaarten, Grauwe Gors en een enkele Duinpieper. Verder Paapjes en Roodborsttapuiten.

Een klein stukje geschiedenis

Hongarije werd vroeger een Oost –Europees land genoemd, maar dit is geografische gezien niet juist. Om militair/politieke redenen werd het zo genoemd. Geografisch gezien is het veeleer een Midden-Europees land dat weliswaar uit een bevolking is ontstaan dat ver achter de Oeral vandaan is gekomen, maar zich altijd op het westen heft gericht, ondanks 150 jaar Turkse bezetting (1550 – 1700). Nadien is er veel invloed geweest van de machtige dynastie van de Habsburgers. Deze bezetten o.a.Oostenrijk en Hongarije.
In het oosten ligt de Grote Hongaarse (laag) vlakte, ook wel Alföld genoemd of de Hongaarse of Pannonische Laagvlakte. Deze wordt aan de noordzijde begrenst door de Tsjechische Karpaten. De Hongaarse vlakten bestaan uit een sinds het Tertiair dalend bekken, dat door de Alpen (in het westen) en door Karpaten (in het noorden) en de Dinariden wordt onsloten. Door afsluiting en verzoeting werd het in het Pleistoceen een binnenmeer, dat geleidelijk werd opgevuld met materiaal vanuit de omringende bergen. Door de vorming van het Donaudal liep het meer grotendeels leeg. Het Balaton en Kisbalatonmeer zijn de stille getuigen er van. De Hongaarse heuvels zijn tot 900 meter bedekt met eikenbos, boven de 800 meter geleidelijk overgenomen door beukenbossen.

Door Hongarije loopt één van de meest bezongen rivieren de Donau, na de Wolga de langste rivier van Europa. Hij 2850 km lang, op Hongaars gebied 417 km.
Hij vindt zijn oorsprong in het Zwarte Woud en eindigt in de Zwarte Zee in een delta. In deze Donau-delta leven 320 vogelsoorten en broeden er 172. Ook voor de watervoorziening is deze rivier belangrijk; 20 miljoen mensen voorziet het van drinkwater. Het Donau-Auen Nationaal Park in Oostenrijk is het langste aaneengesloten stuk natuurgebied langs de Donau. De rivier stroomt door negen landen en verbindt beroemde steden met elkaar zoals Wenen en Boedapest.

Ruim 60 % van de inwoners van Hongarije is Rooms Katholiek.
De voorouders van de Hongaren zijn de Magyaren, stammen die waarschijnlijk uit het gebied komen tussen de Wolga en de Oeral. Het waren vissers en jagers, later herders om vervolgens als nomaden naar de open steppen ten noorden van de Zwarte Zee te trekken. Een deel van hen trok naat het noorden en bevolkte het huidige Finland (ook Karelië?). Ze behoren beide tot de Fins_oegrische taalgroep. Tegen het einde van de negende eeuw trokken de zeven stammen van de Magyaren verder naar het westen en kwamen terecht in het gebied tussen de Donau en de Tisza. Ze bleven hun nomadenleven trouw en ondernamen verschillende strooptochten naar het Middellandse Zee gebied. Daarna was er een overheersing van 1526 tot 1684 door de Turken. De Habsburgse periode duurde daarna tot 1848. Bij de vrede van Versailles in 1918 viel het Habsburgse rijk uiteen. Hongarije raakt 70% van zijn grondgebied kwijt aan Roemenië , voormalig Joegoslavië en voormalig Tsjechoslowakije. Na de tweede W.O. werd het ingelijfd bij het Oostblok. Na de mislukte opstand van 1956 duurde het tot de val van de muur (1989) voordat de Hongaren weer zelfstandig hun eigen koers uit kunnen zetten. In 1990 werd Imre Nagy gerehabiliteerd. Deze was eerste minister ten tijde van de Hongaarse opstand en door de Russen om het leven gebracht. Thans staat Hongarije genomineerd om toegelaten te worden tot de EU.
Literatuur:


Totaallijst vogels in Hongarije april/mei 2003.


1. Dodaars plaatselijk algemeen
2. Fuut vrij algemeen
3. Aalscholver vrij algemeen bij de visvijvers
4. Blauwe reiger vrij algemeen
5. Grote zilverreiger algemeen
6. Kleine zilverreiger vrij schaars
7. Purperreiger vrij schaars
8. Roerdomp schaars ( 1 x gezien en enkele keren gehoord )
9. Kwak plaatselijk algemeen
10. Lepelaar vrij algemeen
11. Knobbelzwaan schaars, 1 ex.
12. Grauwe Gans algemeen
13. Wilde Eend algemeen
14. Smient schaars ( 1 man )
15. Slobeend plaatselijk algemeen
16. Zomertaling schaars ( 1 paar )
17. Wintertaling vrij schaars
18. Krooneend schaars ( 2x 1 paar )
19. Witoogeend plaatselijk vrij algemeen (visvijvers)
20. Bergeend schaars ( 1 paar )
21. Kuifeend vrij algemeen
22. Tafeleend algemeen
23. Buizerd algemeen
24. Wespendief schaars ( 1 gezien )
25. Zwarte Wouw schaars ( 1 gezien )
26. Rode Wouw schaars (alleen onderweg in Duitsland 3 )
27. Bruine Kiekendief algemeen
28. Blauwe Kiekendief schaars ( 3 x 1 ex. )
29. Torenvalk vrij algemeen
30. Boomvalk schaars ( 2x )
31. Roodpootvalk plaatselijk algemeen
32. Zeearend schaars ( 1x ad
33. Ooievaar algemeen
34. Zwarte Ooievaar schaars ( 3 x gezien ); broedt in de omgeving
35. Kwartel schaars ( 2x gehoord )
36. Patrijs schaars ( 1x 2 gezien )
37. Fazant zeer algemeen
38. Waterhoen vrij algemeen
39. Meerkoet algemeen
40. Waterral schaars ( 1x )
41. Grote Trap plaatselijk; tenminste 10 gezien
42. Kluut vrij schaars
43. Kievit vrij algemeen
44. Wulp schaars ( 4 ex.
45. Bosruiter vrij algemeen
46. Oeverloper vrij schaars
47. Witgatje schaars ( 1 ex. )
48. Tureluur plaatselijk vrij algemeen
49. Zwarte Ruiter plaatselijk vrij algemeen
50. Groenpootruiter schaars ( 3 ex. )
51. Poelruiter schaars ( 2 ex.
52. Grutto plaatselijk vrij algemeen
53. Watersnip schaars ( 1 x baltsend )
54. Kemphaan algemeen ( veel doortrek )
55. Kokmeeuw algemeen
56. Zwartkopmeeuw vrij schaars
57. Dwergmeeuw vrij schaars ( 6 ex. )
58. Zilvermeeuw vrij algemeen
59. Visdief vrij schaars
60. Zwarte Stern vrij algemeen
61. Witvleugelstern plaatselijk vrij algemeen
62. Witwangstern vrij schaars
63. Houtduif algemeen
64. Turkse Tortel algemeen
65. Zomertortel algemeen
66. Koekoek algemeen
67. Steenuil 2 x gezien
68. IJsvogel vrij schaars ( 3 x gezien )
69. Gierzwaluw schaars ( 1 ex.
70. Hop vrij algemeen
71. Bijeneter pas op onze laatste dag enkele ex.
72. Grote Bonte Specht vrij algemeen
73. Zwarte Specht vrij algemeen
74. Draaihals vrij schaars ( 2 ex. bij de camping )
75. Veldleeuwerik algemeen
76. Kuifleeuwerik plaatselijk ( 2 ex. bij zandafgraving )
77. Boomleeuwerik schaars ( 2 ex.
78. Oeverzwaluw plaatselijk
79. Boerenzwaluw algemeen
80. Huiszwaluw algemeen
81. Duinpieper vrij schaars ( 3 ex. )
82. Graspieper vrij schaars
83. Boompieper vrij algemeen
84. Witte kwikstaart algemeen
85. Gele kwikstaart algemeen
86. Winterkoninkje algemeen
87. Roodborst algemeen
88. Nachtegaal algemeen
89. Zwarte Roodstaart paartje op camping
90. Grauwe Klauwier 1 man gezien
91. Tapuit 2 ex.
92. Paapje 3 ex.
93. Zanglijster vrij algemeen
94. Merel algemeen
95. Grote Lijster vrij algemeen
96. Zwartkop algemeen
97. Tuinfluiter schaars ( 1 ex.)
98. Grasmus 1 zingend ex.
99. Braamsluiper 1 zingend ex.
100. Rietzanger algemeen
101. Sprinkhaanzanger vrij algemeen
102. Snor vrij algemeen
103. Grote Karekiet algemeen
104. Kleine Karekiet vrij algemeen
105. Fitis schaars (slechts 1 zang waarneming)
106. Tjiftjaf algemeen
107. Koolmees algemeen
108. Zwarte Mees schaars ( 1 ex.
109. Pimpelmees algemeen
110. Matkop schaars
111. Glanskop schaars
112. Staartmees schaars
113. Buidelmees plaatselijk algemeen
114. Boomklever vrij algemeen
115. Boomkruiper 1 waarneming
116. Ekster algemeen
117. Vlaamse Gaai algemeen
118. Kauw algemeen
119. Roek algemeen
120. Bonte Kraai algemeen
121. Spreeuw algemeen
122. Wielewaal vrij algemeen
123. Huismus algemeen
124. Ringmus algemeen
125. Vink algemeen
126. Kneu algemeen
127. Putter algemeen
128. Europese Kanarie vrij algemeen (ca. 6 ex. )
129. Rietgors algemeen
130. Geelgors algemeen
131. Grauwe gors algemeen

Resumerend kunnen we zeggen dat het niet te vergelijken is met Lesbos waar we vorig jaar twee weken mochten verblijven. De camping voldoet uitstekend en Hans weet inmiddels wel een aantal leuke plekjes. Toen we op zondag 4 mei de tent opbraken hoorden we de bijeneters met hun kenmerkende gekir. Voor ons kwamen ze dus net te laat. De reis van omstreeks 1500 km viel ons achteraf niet tegen. Nachts rijden heeft naast nadelen natuurlijk ook voordelen. Het is rustig op de weg en dan schiet het lekker op.
Literatuur:

Cleen , M. De. 2000 Giftige Plantengids, Tirion
Blamey, M. 1992. Geïllustreerde Flora Thieme
KNNV. 2003. Amfibieën & reptielen in beeld.
Verslag Hongarije Otte Zijlstra gemaakt in 1993.

Otte W. Zijlstra
Kostverlorenstraat 38
1733 VH Nw. Niedorp
ow.zijlstra@quicknet.nl
Met dank aan Jelle voor de totaallijst.

Rétimajor
Dit natuurgebied ligt zo’n 10 km van de camping in noordelijke richting. Vanaf de camping ga je linksaf richting Cece. Dar kin je kiezen: linksom of rechtsom. Ga je rechtsom dan volg je weg nr. 63 een tijdje. Via Retszilas kom je in een klein dorpje waar grote silo’s staan. Daar ga je aan voorbij en na nog geen honderd meter sla je linksaf om vervolgens aan de noordkant van het gebied te komen. Wij gingen de laatste paar keren in Cece linksaf en via het gehucht Sáregres komen we een bord tegen: RÉTIMAJOR. Daar beginnen de visvijvers.