Hongarije

About Me

Onderwerpen Verslagen

Noord-Spanje

Zweden

Lesbos [1999]

Lesbos [2002]

Zwitserland

Polen

Noorwegen

Ebro

Bargerveen

Hongarije

Frankrijk [2003]

De Wieden

Zuid-Afrika

Havelland @ Müritz

Pyreneeen

Noordoost-Spanje

Hongarije

Vogelreis naar de Hongaarse vlakte.


Inleiding


Hongarije is een groot midden Europees land en overtreft met 93.030 km2 Nederland in grootte bijna drie maal. Met omstreeks 10 miljoen inwoners is er nog veel ruimte voor de natuur. Enkele fysische kenmerken in vogelvlucht. Hongarije is grotendeels een laagvlakte – het Pannonische Bekken. De grote laagvlakte (Nagy Alföld) ligt ten oosten van de Donau. Deze vlakte beslaat het grootste deel van een sinds het tertiair dalend bekken. Deze Hongaarse vlakte ligt grofweg ingeklemd tussen de Alpen aan de westkant, de Karpaten aan de noord- en oostkant en de Dinarische Alpen in het zuiden. Aanvankelijk was het een zee.

Door afsluiting en verzoeting werd het in het Pleistoceen een binnenmeer, dat geleidelijk werd opgevuld met grote hoeveelheden afbraakmateriaal van de omringende bergen.Na een doorbraak (bij de IJzeren poort) liep het meer grotendeels leeg. Later in het Pleistoceen werd een groot deel van Hongarije bedekt met eolische afzettingen (löss).Samen met de fluviatiele afzettingen van de rivieren staat het borg voor voldoende variatie in grondsoorten en de daarbij behorende vegetatie.
De Kleine Laagvlakte (Kis Alföld) ligt in het noordwesten. In het noorden ligt het Bukk gebergte en in het noordoosten de Zemplen heuvels waar ook nog enige tijd vulkanisme aanwezig is geweest.
De belangrijkste rivier is de Donau, de belangrijkste zijrivier is de Tisza. Van de grote binnenzee, die eens de gehele Hongaarse vlakte bedekte, zijn slechts enkele zeer ondiepe restmeren overgebleven: het Balaton Meer en Kiss Balaton. Een ondiep steppemeer in de Kleine Hongaarse vlakte is het lichtbrakke Neusiedler Meer, dat voor een derde op Hongaars grondgebied ligt. Hongarije heeft een landklimaat met koude winters en lange warme zomers. De jaarlijkse neerslag bedraagt 500 tot 700 mm. Derhalve is het een aride klimaat: de verdamping is op veel plaatsen groter dan de neerslag wat resulteert in zoutvorming aan de oppervlakte. Op zijn beurt heeft dat weer invloed op de plantengroei (o.a. halofyten).

We gaan het gebied in.
Als je gebied van de grote vlakte voor het eerst bezoekt lijkt het niet een indrukwekkend landschap. Veel is al in cultuur gebracht. De koolzaadvelden in het voorjaar en de zonnebloemvelden in de zomer kunnen we ook elders in Europa aantreffen. Maar de flora en fauna van het ongerepte land is wel uniek. De grote vlakte kan men beschouwen als de meest vooruitgeschoven post van de Aziatische vlaktes. Het vormt een ‘ecoregio’ op zichzelf genaamd de Pannonische plantengeografische regio, net als de Mediterrane en de Atlantische regio. Op de noordgrens van deze grote Hongaarse vlakte komen we het beroemde Hortobagy National Park tegen. De Hongaren noemen het Puszta (ongecultiveerd land). De Hortobagy is de grootste ononderbroken steppe die nog over is in centraal Europa en die van groot belang is voor het Hongaarse natuur- en cultuurbehoud. Wij hebben in begin mei 2007 een klein deel mogen bezoeken.


Onze uitvalsbasis was de Farmlator-camping/pension. Deze eenvoudige gastvrije camping en pension liggen tegen de uitlopers van de Karpaten aangedrukt en vormt een prima uitvalsbasis om zowel het Nationaal (Nemzeti) Bükk Park gebergte (tot 957 m) te bezoeken als de Hongaarse Steppen. Het is een misvatting te denken dat de poesta een overwegend droog gebied is. Omdat de Tisza door de poesta meandert komen er ook diverse natte gebieden voor waaronder ooibossen. Bovendien is er een voor de aziatische steppen kenmerkend biotoop: tijdelijke (want uitdrogend in de zomer) plassen/meertjes. Dit is vooral na sneeuwrijke winters een kenmerkend landschapselement en verblijfplaats voor vele steltlopers en watervogels. Uiterst verschillende biotopen liggen derhalve binnen handbereik. Op de camping kan men gebruik maken van verschillende faciliteiten, maar de unieke meerwaarde van deze camping ligt in het feit dan de beheerder zeer goed bekend is in de omgeving. Flora en fauna in de regio kennen nauwelijks geheimen voor deze campingbeheerders en daar kun je je voordeel meedoen als bezoeker.

Flora

De flora is een interessant gegeven op de Hongaarse vlakte, omdat het beïnvloed wordt door aangrenzende regio’s, zoals uit het Mediterrane gebied en Aziatische invloeden uit het oosten (Pontische regio). Er is een geheeld eigen zogenaamde pannonische flora met vele endemische soorten, zowel in het heuvelland(met name op de zuidflanken van het Bukkgebergte) als in het laagland op de steppes. De steppen herbergen een zout-tolerante flora met soorten die verwant zijn aan die op de nederlandse kwelders (bijv. een Lamsoor). Op het eerste gezicht lijkt de plantengroei dus karig en weinig indruk te maken op de botanist. Maar schijn bedriegt. Het aantal soorten is niet groot in deze harde plantenwereld die te maken heeft met zout, droogte en grote verschillen kent in minimum en maximum temperaturen. De meeste planten bloeien hier ook niet uitbundig; die energie kunnen ze beter benutten. Trouwens windbloemen (grassen) hebben geen grote opvallende bloemen nodig. Kort gezegd over de flora op de poesta: weinig, maar vaak unieke soorten die dan vaak uitbundig voorkomen. Op plekken met gunstigere groeiomstandigheden is de vegetatie uitbundiger. Na de ijstijden is veel löss afgezet, dat in een later stadium plaatselijk is geerodeerd. Op de lössbultjes staan de meer opvallende plantesoorten zoals Phlomis tuberosa, een grote plant die van oudsher door boeren wordt gebruikt als indicator van goede landbouwgrond. 'Langs de Tisza en andere natte gebieden is de vegetatie natuurlijk wat gevarieerder en komen we ook wat ‘gewonere’ soorten, rivierbegeleidende soorten tegen als Clematis integrifolia en Iris spuria.

Zoogdieren

Zoogdieren zijn nachtdieren en krijgen we derhalve weinig te zien. Siesels (Suslik) en andere kleine zoogdieren komen hier voor, maar wij hebben ze niet gezien. Reeën en hazen wel veel gezien. Hamster komen ervoor, maar omdat ze een nachtelijke leefwijze hebben kom je ze overdag nooit tegen. We hebben helaas wel een dode Das en Steenmarter gevonden op de weg. Ook de Oostelijke Egel dood op de weg. Met name de siesels zijn belangrijk als stapelvoedsel voor Schreeuwarend en Arendbuizerd. Maar het gevaar voor de kleine zoogdieren komt niet alleen uit de lucht, ook de Vos, Steppebunzing en Hermelijn weet ze te vinden.

Vogels

Ondanks het unieke landschap en de unieke flora is de poesta vooral bekend om zijn vogels en kan gerekend worden tot de top tien van

Europese vogellocaties. Deze vogelrijkdom is mede te danken aan de unieke ligging. We zitten in Midden Europa en hebben te maken met de normale Europese soorten en met soorten uit het Mediterrane gebied als wel uit het Aziatische gebied. Bovendien vormt de rivier de Tisza een belangrijke vliegroute naar de Karpaten die in de trektijd door de vogels wordt gevolgd. Geploegde velden en boomgaarden bij de vele kleine dorpjes en niet te

vergeten de visvijvers maken de variatie aan biotopen erg afwisselend en dus aantrekkelijk voor vogels. De visvijvers zijn met name aantrekkelijk voor reigerachtigen en het is niet zonder betekenis dat de Grote Zilverreiger het symbool vormt van de Nationale Parken van Hongarije. Langs de weg M 33 kunnen we vele soorten zien in de moerassige gedeelten van de vlakte. In de uitgebreide rietvelden vinden we Buidelmees, Baardman en vele andere rietbewoners. De Lepelaar en de Dwergaalscholver zijn betrekkelijke nieuwkomers. Ze begonnen te broeden begin 1940, een dertig jaar nadat de visvijvers in bedrijf waren. Het aanleggen van deze visvijvers heeft een enorm positief effect gehad op de moerasbewonende soorten. In 2005 broeden er 520 paar lepelaars en is daarmee de grootste kolonie in Hongarije en de derde in grootte in Europa na Nederland en Spanje. Ook Purperreiger, Kwak en Roerdomp komen hier voor (zie soortenlijst). Maar niet alleen deze soorten, ook hebben we hier diverse Wielewalen gezien die Koekoeken achtervolgden omdat ze het voorzien hadden op hun nesten. In het gebied komen tevens een tiental Zeearenden tot broeden. Bij een bezoek aan de Halasto visvijver zagen we een drietal zweven.
De Zwarte Ibis is een schaarse soort die wij niet hebben waargenomen. Vele soorten rietzangers kunnen we aantreffen in soms kleine stukjes riet. Meest opvallende soorten zijn de Grote Karekiet en Zwartkoprietzanger. De Blauwborst komt verrassend genoeg maar erg weinig voor. De zeldzame Waterrietzanger broedt in de natte, open zeggenmoerassen. Deze vogel heeft maar een beperkt verspreidingsgebied en de Hortabagy is de enige plek in Hongarije waar we hem tegen kunnen komen. Rallen komen veelvuldig voor in de dichte moerasvegetatie; veelvuldig hoorden we de Waterral en een paar keer het Klein Waterhoen. Voor de Kwartelkoning waren we te vroeg. Eenden komen we veelvuldig tegen. Een enkele Smient zagen we nog, maar de meeste zijn hier wintergast en/of doortrekker. De Pijlstaart broedt met enkele paren op de poesta, maar wordt in het noorden vervangen door Krakeenden, Slobeenden en Witoogeend. Ook de Zomertaling hebben we waargenomen langs de M 33, helaas op een plek waar je niet makkelijk kunt stoppen. Zwarte Wouw moet hier voorkomen, maar hebben wij niet gezien, evenals de Zwarte Ooievaar. Laatst genoemde soorten broeden met name langs de Tisza. De Hop kunnen we op diverse plekken horen. Ook vanaf de Farmlator camping. Daar zijn de broedplekken bijna niet te vinden; op de poesta in de schuren bij de boerderijen heb je meer kans. In de Hortabagy komen acht soorten spechten voor, waaronder de Draaihals. Dat is toch niet slecht voor een open, ogenschijnlijk boomloos gebied. De Grote Trap (Hongaarse Struisvogel) is echt een toevalstreffer als je die hier ziet. We hebben één exemplaar zien vliegen. Meer kans maak je als je, begeleidt door een gids, het binnengebied ingaat van de poesta. Ruim honderd paar broeden er en dat is 10% van de Hongaarse populatie.
Op de hoogspanningsmasten die het gebied doorkruizen, zagen we kasten hangen die door de Scharrelaars onderzocht werden op hun geschiktheid als broedplaats. Hun natuurlijke broedplaats zijn vaak de holen van de (groene) spechten. Ze vlogen van kast tot kast en zo nu en dan bood het mannetje het vrouwtje een prooi (sprinkhaan?) aan. Ook de Sakervalk zagen op een mast zitten. Dus op die manier hebben deze landschapsontsierende objecten nog een functie. Op de poesta verder kans op Klapekster en Arendbuizerd. Laatstgenoemde is een nieuwkomer uit het oosten en broedt er pas sinds 1992. Er broeden maar enkele paren, vaak vergezeld door rondzwevende exemplaren. De Keizerarend broedt tegen de Karpaten aan en ook in het Bükk gebergte komt hij voor als broedvogel. Soms komt hij over de camping heen vliegen, wat we één keer mee mochten maken. Het hele jaar door kunnen er 22 soorten roofvogels gezien worden in de Hortabagy. (ter vergelijking in Groot Brittanië komen maar 15 soorten roofvogels voor).
De Roze Spreeuw, met zijn barbie-roze kleuren, heeft een geheel andere leefwijze dan de gewone spreeuw. De Roze Spreeuw is een nomadische soort van de Oekraïne en de Aziatische steppen en volgt soms zijn belangrijkste voedselbron: Sprinkhanen. Als deze meer voorkomen in het westen, dan gaan ze er achteraan en komen soms vrij talrijk op de Hortabagy terecht. Meestal echter blijven ze oostelijk van de Karpaten. De Griel zouden we hier ook verwachten, maar deze broedt hier maar met tien paar en is dus uiterst zeldzaam. Duinpieper, Kortteenleeuwerik en Vorkstaartplevier hebben het Nationale Park verlaten. Niet omdat ze verdreven zijn uit het park, maar omdat ze buiten het park de geploegde landrijen aantrekkelijker vinden.
Over het Europese vasteland lopen drie grote trekroutes en de Hortabagy is een grote steen is centraal Europa voor de vogels die de midden route volgen via Finland=> Polen => Karpaten=> dwars over Hongarije => langs de Adriatische kust => over Sicilië en verder naar Tunesië. Het zal duidelijk zijn dat tijdens de trektijd dit gebied duizenden steltlopers trekt; daar kunnen ook oostelijke soorten bij zitten, zoals de Terek Strandloper.
Veel (roofvogel) soorten volgen ook de Tisza om hun broedgebied in de Karpaten te bereiken. Het grootste spektakel vind plaats in de herfst. Vanaf midden september tot in oktober trekken er zo’n 70 000 Kraanvogels door het gebied. Zij gebruiken de vlakte als rustgebied en om krachten te verzamelen voor hun verdere trek naar het zuiden.
In de winter komen de ganzen dit gebied bezoeken waaronder de bedreigde Dwerggans en de prachtige Roodhalsgans.

Amfibieen en reptielen


Denken we bij een steppe meestal aan een droog gebied, toch komen er diverse amfibiën voor in de nattere delen. We hebben diverse soorten gezien uit het complex van de Groene Kikker. Ook de Boomkikker is niet zeldzaam, evenals de Roodbuikvuurpad. In de hogere delen wordt de soort vervangen door de Geelbuikvuurpad. Watersalamanders kom je echter niet veel tegen. Het gebied is ook zeer bekend om zijn Libellen, Waterjuffers en Vlinders. In de Bukk heuvels zijn de esculaapslang en de smaragdhagedis de meeste algemene reptielen

w.g. owz

Mijn eerste bezoek aan dit land dateert van zomer 1980, waar we verrast werden door uitgebreide controles aan de grens, schapen op en langs de weg en grote groepen tamme ganzen. Mijn tweede bezoek was in het voorjaar van 1993 met Jan Smit. We hebben toen ook de Hortabagy en de Zemplen Hills bezocht. In 2003 wederom met Jelle Hongarije bezocht. Uitvalsbasis was toen camping Aucost (Retimajor)

Dagverslag Hongarije 2007 van 26 april t/m 05 mei.

Opgetekend door Jelle de Jong

We vertrokken woensdagavond 25-04 om ca. 21.00 uur uit Nijkerk.

Vlak voor Neurenberg hebben we de VW bus op een parkeerplaats gezet en hebben drie uur geslapen. Het was toen bijna 02.00 uur en de reis verliep tot dusver voorspoedig.
Rond 05.00 uur werden we weer wakker in de auto en na ons even te hebben opgefrist en de auto weer op orde hadden gebracht zijn we weer gaan rijden.

In totaal 71,15 uur in de auto gereden, gemiddeld gebruik 7,2 liter op 100 km, totale gereden afstand: 4400 km.

Via – Passau – Wenen – Gyon – Boedapest – M3, richting Miskolc waar we in de namiddag van donderdag gearriveerd. Voor de snelwegen in Hongarije moet je een vignet hebben. Deze zijn te koop bij de grens en bij benzinestations. De stad Boedapest vraagt wat tijd want daar moet je een flink stuk doorheen.
Na Boedapest opnieuw een prima snelweg (M3) maar toch waren we blij dat het eind in zicht kwam. Vanaf de grote weg naar Farmlator is het nog 17 km en op deze rustige weg namen we het ons voortglijdende landschap goed in ons op. We zagen links van de weg al een aantal visvijvers liggen inclusief een aantal mooie reigersoorten.
Om 17.15 kwamen we aan op de camping Farmlator even voorbij het gehucht Lator.
Rob ontving ons hartelijk en leidde ons even rond. We waren zijn eerste bezoekers dit jaar.
Morgenmiddag komt er een groep uit Nederland. Daarna tentje opgezet en een biertje gedronken. We konden warm eten op Farmlator en daar hebben we na de reis dankbaar gebruik van gemaakt. De maaltijd was heel smakelijk.
Na het eten hebben we met Rob om de tafel gezeten en onze wensen kenbaar gemaakt.
Rob had een aantal goede tips en plekken voor ons, die achteraf ook fotografisch heel interessant bleken te zijn. Morgenochtend wilde Rob met ons op pad om ons enkele locaties te wijzen.
’s Avonds nog een bietje en vroeg naar bed om een stukje van de afgelopen nacht te compenseren.

Vrijdag 27-04-2007
Het bleek vanmorgen behoorlijk fris te zijn maar door de warme slaapzak had ik het niet koud. Rond 05.00 uur was het een waar vogelconcert rond de tent en was het af en toe even nadenken over wat er te horen was. Het begon vannacht met de Bosuil, maar nu zongen Nachtegaal, Wielewaal, Draaihals en Hop o.a. Dat was even anders dan we in Nederland gewend waren.
Om 05.30 uur opgestaan en een wandeling in de omgeving gemaakt.
We hoorden op en rond Farmlator:

Bosuil, Draaihals, Wielewaal, Zwarte Roodstaart.
Nachtegaal, Merel, Zanglijster, Koekoek.
Hop, Vink, Groenling, Putter.
Grote bonte specht, Zwarte specht, Boomklever, Withals Vliegenvanger.
Robo, Wiko, Spreeuw, Huiszwaluw.
Koolmees, Fluiter, Zwartkop, Tuinfluiter.
Geelgors, Appelvink, Fazant, Ringmus.
Witte kwik. Vlaamse gaai, Pimpelmees, Zomertortel.
Europese kanarie, Tjiftjaf, Houtduif.

* Boomkikker gehoord op de camping.

Rond 8.30 uur kwam Rob naar ons toe en gingen we op pad met twee auto’s, omdat Rob op tijd terug moest om de groep te ontvangen die vanmiddag kwam. We gingen vanaf Farm Lator omhoog het half verharde bospad op. We kwamen door een slagboom, die handmatig open en dicht werd gedaan en het bleek dat je daarvoor moest betalen. Dit regelde Rob voor ons. De boswachter telde de keren dat we erdoor gingen en op het eind van de vakantie werd het in onze rekening gebracht.
Rob liet ons een aantal bijzondere planten zien, zoals: Mansoor (bloemen liggen op de grond om bestuiving door mieren mogelijk te maken), Schubwortel – Christoffelkruid – Zenegroen (oosters) – Nieskruid (Helleboris) – Zonneroosje.
Verder wist Rob een (in aanbouw) nestje van een Withals Vliegenvanger op ooghoogte, mooi voor de foto dus. Vervolgens wist hij een locatie van de Kleine Bonte Specht, waar we mannetje en vrouwtje beide mooi hebben gezien, maar dit zaten te hoog om te fotograferen. In deze omgeving had Rob gisteren ook nog een Witrugspecht gehoord, maar die konden we niet terugvinden.
Rob moest toen terug naar huis en wij hebben verder gespeurd. We vonden nog GroteBonte Specht, Grijskopspecht (mooi gehoord en gezien), Buizerd, Raaf, Grote lijster, Zwarte mees, Paapje, Holenduif, Boomkruiper en een paartje Zwarte Specht bij een nestholte!
Daarna terug omdat we moesten tanken. Voorbij Saly richting provinciale weg scoorden we nog wat andere soorten:
Grote karekiet – Grote zilverreiger –Blauwe reiger – Aalscholver – Boerenzwaluw – Snor – Meerkoet –Wilde eend – Turkse Tortel – Bruine kiekendief – Ekster – Grauwe Gors – Tortelduif.
Als zoogdier scoorden we een Konijn.
Het was opnieuw een warme zonnige dag.

Rond 17.00 uur waren we terug bij de tent. We hebben een lekker biertje gedronken, gedouched en daarna gekookt, onze specialiteit: macaroni.
Na het eten onze eerste beelden op de laptop gezet en nog een biertje gedronken.
Ook onze eerste kontakten gelegd met de nieuwe groep die was gearriveerd.
Rond 10.30 uur zijn we gaan slapen.

Zaterdag 28-04-2007
Opnieuw een koude nacht geweest, (- 4 C.). Otte had het behoorlijk koud gehad in de bus.
Om 5.15 uur opgestaan. Een prachtig vogelconcert was onze beloning.
Eerst een wandeling gemaakt naar het dorpje. De groep, die gisteren was gearriveerd had daar namelijk Smaragdhagedissen gevonden en gefotografeerd!
We vonden de plek maar het was nu nog te koud voor de reptielen, dus terug naar de tent en een ontbijtje genuttigd. Om 7.00 uur naar de nestholte van de Zwarte specht gegaan en onze schuiltentjes opgezet. Binnen 45 minuten hadden we man en vrouw bij de holte gehad en hebben we ons weer tactisch teruggetrokken. Daarna door gereden naar de locatie van de Withals Vliegenvanger. Deze konden we vanuit de auto, vanaf het pad fotograferen. Als nieuwe soort vonden we de Glanskop. Daarna doorgereden naar een mooi open plek in het bos (lag vrij hoog). Hier hebben we gelunched. Om ons heen Zwarte specht, Grijskopspecht en Appelvinken maar niet om te fotograferen, wel wat mooie landschappen.
Daarna door gereden naar Bukkszentkeres en vervolgens via Hollosteto naar Repashuta.
Hier naar het Z.O. gereden Via deze weg moesten we in een vallei komen met kans op Oeraluil volgens Rob. Onderweg scoorden we nog een Braamsluiper.
We hadden de auto geparkeerd aan het begin van het pad dat de vallei in liep, (voor de auto onbegaanbaar). We waren nog maar een paar honderd meter het pad op gelopen en daar vloog al een Oeraluil voor ons langs, stak een stukje kapvlakte over en verdween in een Sparrenbos.
Dit was onverwacht en boven verwachting. We liepen door en misschien 100 meter verder vloog er opnieuw een uil voor ons langs en verdween ook in het Sparrenbos, mogelijk was het dezelfde. Het is een groot beest, zeker zo dichtbij; ik denk Oehoe formaat!
Daarna zijn we terug gelopen naar de auto en hebben onze weg vervolgd. Deze korte wandeling was boven verwachting geweest. Na ca. 2 km nogmaals een Oeraluil, die rechts voor ons opvloog en voor ons uit boven de weg vloog en vervolgens links van de weg even zichtbaar ging zitten! De enorm vlekkerige rug viel heel erg op, daarna verdween hij.
Wij vervolgden onze weg en kwamen in Hollosteto weer uit. Vandaar zijn we dezelfde weg weer terug gereden. Uiteraard maakten we de nodige stops om vogels te spotten en te zoeken.
Rond 17.30 uur terug bij de tent. Lekker biertje gedronken en weer gekookt en gegeten.
Daarna onze bestanden weer op de laptop gezet en binnen een biertje gedronken i.v.m. kouder worden en met de mensen van de groep wat informatie uitgewisseld.

Zondag 29-04-2007
Om 6.15 uur opgestaan en vanmorgen eerst een wandeling gemaakt naar een hoogvlakte tegenover het dorp. We kwamen weer veel bekende soorten tegen maar we zagen voor het eerst een Hop. Als nieuwe soorten konden we bijschrijven: Gierzwaluw, Veldleeuwerik en Boompieper. Rond 7.45 uur terug bij de tent en daar ontbeten.
Tijdens het ontbijt opeens een grote rover in de lucht; het bleek de Keizerarend! Hij kwam mooi over ons heen en leek naar voedsel te zoeken, draaide af en toe een rondje.
Even later ook nog een Sperwer over de camping en ook dat was een nieuwe vakantiesoort.z
Daarna kregen we een regenbui en kon verslag even bijgewerkt worden. Na de bui zijn we opnieuw het Bukk-gebergte in gereden met als doel: het nest van de Keizerarend.
Rob had ons op de kaart een plek gewezen waar een groot boomnest zat, dat bewoond was.
We konden eerst een heel stuk met de auto maar daarna was het ruim een kilometer lopen. Uiteindelijk kwamen we op de locatie die Rob ons had opgegeven en we ontdekten inderdaad het enorme nest in een boom maar op zeer grote afstand. Op zeker moment ging de arend even staan op het nest en dat was mooi te zien.
We hebben enkele foto’s gemaakt van de vallei en ook van bomen met ”spechtenwerk”.
Als nieuwe soort hadden we hier de Groene specht.
Daarna terug naar de auto en een kilometer verderop langs de weg lag een mooie hoogvlakte.
Hier hebben we koffie gezet en hebben we wat rond gespeurd. We vonden Orchideeën en wroetsporen van wilde zwijnen en ook zagen we Raaf en Slangenarend. Na ca. 1 uur hier zijn we terug gegaan naar Lator waar we naar de locatie van de Smaragd zijn gegaan.
We hebben verschillende gezien en gefotografeerd al viel het niet zo mee. Rond 16.30 uur zijn we naar de tent gegaan, we hebben een biertje gehaald en zijn in de boomgaard bij Rob gaan zitten. We hebben hier een uurtje gezeten, maar zagen alleen een Eekhoorn, die het vermelden waard is.
Daarna bij de tent pannenkoeken gebakken en gegeten. Tijdens het eten kwam Rob langs om te vragen hoe we waren gevaren en om ons wat informatie te geven over Tiszafured en omgeving. Vooral de route er naartoe bleek een geweldige tip. Een zandpad, door ons gebombardeerd tot ”Dirty road”, 25 km lang met veel mogelijkheden om vanuit de auto te fotograferen. (Gele kwik; Paapje; Roodborsttapuit; Grauwe gors maar ook Purperreiger, Ree en op aangeven van Rob zelfs Boomkikker) ! Verder was er ook veel waar te nemen langs deze route, o.a. Grote Trap en Sakervalk. Dit alles bleek natuurlijk pas achteraf.
Na de pannenkoeken en het gesprek met Rob hebben we de camera’s weer geleegd, een biertje gedronken en wat gepraat met de groep.

Maandag 30-04-2007
4.45 uur opgestaan, om de omgeving Tisza te verkennen.
Vanaf de camping terug naar de snelweg M3, deze oversteken naar Szentistvan. In Szentistvan linksaf en dan kom je op de Dirty road, die Rob ons had gewezen, richting Tiszababolna. Tussen deze twee plaatsen namen we waar:

Ooievaar, Torenvalk, Kleine karekiet, Rietzanger.
Grote karekiet, Buizerd, Roodborsttapuit Grauwe gors.
Bruine kiek Bonte kraai Gele kwik, Kwartel.
Ringmus Houtduif Aalscholver Lepelaar.
Witwangstern, Bosruiter Tureluur Fazant.
Kievit Waterhoen, Rietgors Paapje.
Veldleeuwerik Grote zilverreiger Oeverzwaluw Meerkoet.
Dodaars Grauwe gans Boerenzwaluw Purperreiger.

Na deze tocht met de nodige stops kwamen we in Tiszababolna. Vandaar linksaf naar Aroktö en daar hebben we de pont genomen over de Tisza (600 HF = € 2,15). Vandaar zo snel mogelijk naar de E33 gereden en daarna eerst naar Hortobagy om vergunningen voor de visvijvers.
Daarna terug naar de Visvijvers van Halasto.
Onderweg langs de E33 hadden we nog:
Roodpootvalk Roek Kemphaan Kokmeeuw
Kleine zilverreiger Bosruiter

Bij de Visvijvers van Halastro:
Blauwe reiger Purperreiger Grote zilverreiger Kwak
Ralreiger Roerdomp Baardmannetje Blauwborst
Kluut Grutto Zwarte ruiter Bosruiter
Zilvermeeuw Huismus Lepelaarkolonie Wintertaling
Dwergaalscholver
(hier weinig mogelijkheden om te fotograferen).

Daarna via de E33 terug naar Poroszio. Hier bleek het water nog erg interessant:
Zwarte stern, Witvleugelstern, Witwangstern, Dwergmeeuw (ad.)
Fuut, Kwak.

Vervolgens via de provinciale weg doorgereden, terug naar de camping.
Rond 19.00 uur terug en het begon al donker te worden, dus snel wat gekookt en gegeten en vervolgens weer het bekende ritueel.

 

Dinsdag 01-05-2007
Vanmorgen 5.30 uur vertrokken naar Poroszio via dezelfde weg als gisteravond de terugweg.
Doel was om vroeg, met goed licht en weinig wind de sterns te fotograferen.
Net voorbij Saly bij de visvijvers lag een dode Das op de weg. Hier hebben we foto’s van gemaakt. Vervolgens nog een dode Egel op de weg en op de andere provinciale weg richting Poroszio lag een dode Steenmarter op de weg. Ook hier hebben we foto’s van gemaakt.
Langs deze weg scoorden we ook nog twee Patrijzen, een nieuwe vakantiesoort.
Aangekomen bij Poroszio hebben we een half uurtje aan de waterkant bij de brug gezeten maar het bleek bijna onmogelijk om die sterns te fotograferen. Ze waren te beweeglijk en bovendien waaide het flink.
Toen langs de E33 en ook zijweggetjes daarvan gevogeld en we zagen:
Pijlstaart Zomertaling Tafeleend Grauwe kiek (vr.)
Dwergaalscholver Witoogeend Krakeend Slobeend
Groenpootruiter Kemphanen

Vandaag is vooral verkennend nuttig geweest. We hebben deze weg, met de nodige zijweggetjes, goed bekeken onze fotografische mogelijkheden ingeschat. We kwamen visvijvers, plek voor Bijeneters en een kolonie Roodpootvalken tegen.

Iets eerder terug bij de tent als gisteravond, zodat we bij licht konden koken.
Het werd vanavond weer erg koud en daarom na het uploaden snel naar binnen om warm te worden, wat te drinken en weer wat informatie uit gewisseld met de groep en ook met een vader met zoon en vriend uit Twente, die op de camping waren gekomen om te vogelen.

Vanmorgen om 5.30 uur na een erg koude nacht opgestaan; (- 4 0C).
Weer naar de visvijvers na enthousiaste verhalen van onze campinggenoten.
We kozen weer voor de “Dirty road” om daar zo mogelijk nog wat vogels te platen.
We waren succesvol met:
Boerenzwaluw op rietpluim, Paapje op Koolzaad, Gele kwikstaart, Veldleeuwerik en ook een sprong Reeën.
Bij een leegstaande boerderij, bijna op het eind van de ‘dirty road’ hebben we de auto neer gezet en lekker ontbeten. Je kunt dan even heerlijk op je gemak rondstruinen en waarnemen. We hebben nog geknipt op vliegende Purperreiger en op een drietal Witoogeenden.
We hadden een zeer succesvolle morgen dus! (fotografisch gezien).
Als nieuwe soorten hadden we Wulp en bij de pont (Aroktö) een Staartmees.
Vervolgens door gereden naar de Visvijvers van Ohat. Hier gelunched op een mooie plek in de natuur. Verder hier geen bijzonderheden.
Bij de visvijvers van Halasto zijn we een stuk langs de westkant van de spoorlijn gaan lopen.
We zagen:
Kwakken Ralreigers Purperreigers Wielewaal
We vonden vijf locaties van Buidelmezen en vier nesten maar nu stond de zon verkeerd om te fotograferen. Dat moet in de ochtenduren gebeuren.
Ook zagen we op zeker moment 3 Zeearenden boven het gebied! We zijn daarna teruggelopen naar de auto. We zagen ook nog Roodbuikvuurpad, Ringslang en een Hermelijn.
Vervolgens met de auto langs de oostkant van het gebied naar achteren gereden (ca. 5 km.).
Vanaf hier zijn we naar de meest noordelijke uitkijkpost gelopen.

Hier opnieuw een Zeearend en verder o.a.:
Wulp Regenwulp Grauwe klauwier (m.) Oeverloper
Visdief Kramsvogel Klein waterhoen!! Waterral
Bosrietzanger Braamsluiper Knobbelzwaan Kuifeend
Witoogeenden Roerdomp Purperreiger Kwak
Grote zilverreiger Kleine zilverreiger Lepelaar Snor

Op zeker moment kwam er een Vos! het pad naar ons toe wandelen, dat langs onze hut liep.
We hebben hier leuke foto’s van kunnen maken.
Rond 18.00 uur terug bij de auto. We hebben hier toen gekookt, midden op de Poesta, heerlijk midden in de natuur bij het gezang van Grote kar en Veldleeuwerik.

Donderdag 03-05-2007
5.45 uur opgestaan en vertrokken naar de Halastovijvers om te proberen of we de Buidelmees op de plaat konden krijgen. We gingen weer langs de “Dirty road”, omdat dit elke keer weer wat opleverde en het in afstand korter was. We zagen een paartje Scharrelaars, die verschillende kasten inspecteerden, die hier speciaal voor de Scharrelaars zijn opgehangen, aan elektriciteitsmasten.
Voorbij de boerderij weer bij de waterplassen gaan lunchen. We kregen de kans om Purperreiger mooi te fotograferen, die kwam foerageren in deze plassen.
Daarna doorgereden naar de Visvijvers van Halasto.
Onderweg scoorden we nog een waarschijnlijke Bastaardarend en een Kramsvogel.
Vervolgens geprobeerd Buidelmees te fotograferen maar dat viel niet mee. De nesten hangen zo laag dat er bijna steeds riet of takjes voor zaten. Toch wel enkele aardige plaatjes.
Daarna Roodbuikvuurpad geprobeerd maar ook dit was niet makkelijk. Ze willen niet poseren en zeker niet met hun kenmerkende rood gevlekte buik zichtbaar.
Daarna gelunched en toen net als gisteren met de auto langs de oostkant van de vijvers naar achteren gereden. Hier moest nog een hut zijn, een stuk westelijker dan de hut van gisteren en hier zouden Geoorde Futen zitten op fotografeerbare afstand.
Na een flinke wandeling met volle bepakking vonden we uiteindelijk de hut en er kwamen inderdaad Geoorde Futen binnen schootsbereik, al was het verder dan we hadden begrepen.
Het was een heerlijk rustige namiddag/avond en we zagen hier o.a. ook Smienten.
Terug bij de auto hebben we opnieuw op de Poesta gekookt en gegeten; heerlijk.
Op de terugweg naar de pont hadden we nog een mooie man Tapuit als nieuwe vakantiesoort.

Vrijdag 04-05-2007
6.45 uur opgestaan. Het was vannacht wat minder koud geweest en we hebben vanmorgen uitgeslapen.
Op advies van Rob besloten we om nogmaals de “Dirty road” te nemen omdat bij de plasjes waar wij gisteren de Purperreiger hadden gefotografeerd, Boomkikkers moesten zitten. Dit is de plek om Boomkikkers te zien volgens Rob. Dus weer de bekende route van Szentistvan naar Tiszababolna. Dit pad loopt dwars door de Kleine Hortobagy en is ruim 25 km. Lang.
Op de heenreis liet de Rietzanger zich mooi fotograferen bovenin de rietstengels en ook de Grauwe Gors poseerde fraai op het Koolzaad. We zagen ook weer Scharrelaars, Grauwe klauwier en een Kuifleeuwerik; verder alle andere bekende soorten.
Op de plek bij de plas aangekomen zagen we als eerste een Icares Blauwtje, waar we een paar plaatjes van konden schieten. Toen koffiewater opgezet en ondertussen op zoek naar Boomkikkers. Otte had er al snel een te pakken. We hebben eerst een bak koffie genomen en hebben vervolgens het Boomkikkertje op verschillende manieren gefotografeerd.
We vonden daarna nog zeker 10 Boomkikkers en ook enkele Roodbuikvuurpadjes. Ook hiervan hebben we er een op de plaat gezet.
Na deze geslaagde stop, die ca. anderhalf uur in beslag nam, reden we door naar Tiszababolna. Vlak voor dit dorp scoorden we nog een IJsvogel op een tak bij de plasjes, rechts van het pad.
Daar zijn we gedraaid en hebben dezelfde weg nog een keer terug genomen.
Langs het pad zagen we in een kale struik nog eens 6 Boomkikkers zitten !!
Toen zijn we terug gereden naar de hoge Hoogspanningsmasten in de hoop de Sakervalk nog te zien. De groep bij ons op de camping hadden hem hier namelijk gezien.
We zijn weer lekker koffie gaan zetten en een beetje rond speuren en kijken. Otte ging weer achter een Blauwtje aan.
Op zeker moment zag ik een grote roofvogel die werd lastig gevallen door een valkje. Een enorm verschil tussen de valk en de rover. Bij nadere bestudering met de telescoop bleek het te gaan om een Slangenarend en een Torenvalk. Elke keer als de valk een stootduik uitvoerde draaide de arend behendig op zijn rug met de klauwen omhoog om de aanval te pareren. Een geweldig schouwspel natuurlijk.
Kort daarna vloog een Grote Trap op afstand voorbij (ca. 800 m.). We konden hem een heel eind volgen over de vlakte van de Kleine Hortobagy.
Enige tijd later kwam er een valk mijn kijkerbeeld binnen vliegen. Brede vleugelaanzet en voor een valk niet zo’n fanatieke snelle slag. De valk ging zitten in een hoogspanningsmast en wij konden de telescoop erop zetten. De valk had een prooi en plukte regelmatig iets tussen z’n poten weg. Het was inderdaad de Sakervalk! Brede borst/voorkant en duidelijke broek, zoals een buizerd dat heeft en zijn staart kwam flink onder de dwarsligger waarop hij zat uit.
Op zeker moment was hij klaar met eten en vloog hij een klein stukje in de mast.
We besloten om er met de auto wat dichter naar toe te rijden om hem beter te bestuderen. Dus, spullen ingeladen en de auto gedraaid richting de valk maar toen we in zijn richting reden bleek hij verdwenen uit de mast. Enig speurwerk in de omgeving leverde ook niets op en toen zijn we ons pad weer gaan volgen. Een stuk verderop zat weer een grote roofvogel op een struik langs het pad maar toen we stopten om hem te determineren vloog hij weg en kwam in een boog om ons heen vliegen. We konden hem determineren als Schreeuwarend. Hij ging achter ons opnieuw in een boom zitten langs het pad. We hebben hem kunnen fotograferen, zowel in zit als in de vlucht. Ook deze dag bleek deze route weer zeer succesvol!!
Omdat het vanavond onze laatste avond was, hadden we besloten om nog een keer te eten bij Rob en Barbara. Het was opnieuw een smakelijke maaltijd (rijst met kip op een speciale manier bereid).

Zaterdag 05-05-2007
Het is vannacht gaan regenen en af en toe pittige buien. Vanmorgen bij het opstaan regende het nog steeds en alles was buiten dan ook kletsnat.
De spullen zo droog mogelijk in de bus geladen en bij het opbreken van de tent trok ik de hele boventent kapot. Hij was kennelijk zo gaar als boter. Die hebben we daar maar achter gelaten.
Nog een wandeling in het bos gemaakt en toen onder het afdak bij Rob nog koffie gezet en koffie gedronken. Als nieuwe soort hadden we nog een Grauwe Vliegenvanger op de camping.
Betaald ( € 282,75) en afscheid genomen van Rob en enkele mensen van de groep die er nog waren en rond 10.30 uur vertrokken.
De terugreis verliep voorspoedig; we hebben precies 24 uur nodig gehad inclusief 6 uur slapen in de T5. Op zondagmorgen rond koffie tijd waren we weer in Nijkerk.

Jelle de Jong, Nijkerk
Otte Zijlstra, Nw. Niedorp

Overzicht bezochte gebieden met de globale waarnemingen.

Camping Farmlator wordt beheerd door Rob en Barbara de Jong. (www.farmlator.hu)

Camping en omgeving: foto’s van de ==> Smaragd Hagedis + Grauwe Vliegenvanger, Zomertortel, Grote Bonte Specht, Roodborst, Vlaamse Gaai.

Buck gebergte: Omgeving, planten, vogels: Zwarte Specht, Withalsvliegenvanger.
Planten: mansoor, pekanjer, schubwortel, Nieskruid, Sleutelbloem, Lelietje, Blauw Parelzaad, Harlekijnorchis (op graskalkrijke berghellingen).

Onderweg: dode dieren, landschap (dorpjes met Ooievaar), pontje.

Kleine Hortabagy
A ‘dirt road’: landschap, ree, boerenzwaluw in rietstengel, paapje, rietzanger en Grauwe Gors, Gele Kwikstaart en Schreeuwarend.

B Natte plekjes: koffie, overzicht, purperreiger, boomkikker en vuurbuikpadjes, sterns in vlucht. Gebied langs de M 33: steltlopers (Kievit, Tureluur, Grutto en Zomertaling), witoogeend. Dodaars. Grauwe Gans, Slobeend.

C Parkeerterrein: kolonie Roodpootvalken en Roeken (+ Tova), Icarus blauwtje.Tapuit. Tweede helft mei Bijeneters.

D Visvijvers Halastó (vergunning halen in Hortobáy dorp bij Tourinform gebouw op de hoek begin dorp). Zilverreigers, amfibiën, buidelmees, Roerdomp.

E Visvijver oostkant: ringmus in het riet, boerderij met vee, fazant, geoorde fuut, vos, buiten eten. Bruine Kiekendief, kwak. Kans op Zeearend. Blauwborst en Rietgors. Uitkijkpunt hut.

Vlak voor Tiszafured een breed water met foeragerende sterns langs de M 33.

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

Overzicht planten die getoond worden in de presentatie:

Rode Pekanjer Lychnis viscaria => kleverig onder elke knoop. Droge, rotsachtige plaatsen. Adventief in N.
Harlekijnorchis Orchis morio. Op Waddeneilanden. Sterk achteruit gegaan.
Mansoor Asarum europeum. Bloemen onder de bladeren verborgen.
Bleke Schubwortel Lathraea squamaria. Parasiet op diverse bomen. Op vruchtbare bodem
Lelietje van Dalen Convallaria majalis. Vrijalgemeen, ook stinzeplant.
Sleutelbloem Primula
Wrangwortel Helleboris viridis (verwant aan nieskruid) alle delen extreem giftig. Eerste bloeier van deze hellingen.
Kroontjeskruid Euphorbia helioscopia. Zaden door mieren verspreid.
Koolzaad Brassica napus. Veel aangeplant.
Maretak Viscum album, vooral op populier.
Mosgal Diplolepis rosea. Slaapappel of Bedeguaar. Tot 5 cm in doorsnede. De gallen ontstaan uit bladeren en zitten schijnbaar op de takken. (op het eind)

Otte Zijlstra, Nw. Niedorp

 


This Page is best viewed at 1024*768. Internet explorer version 5.0.