Kamperduin

About Me

Onderwerpen Kamperduin

Wieringermeer

Kamperduin (kust)

Vogelnieuws

Vogelfront

WieringermeerII

 

 

Vogelexcursie van 6 oktober naar de kust

Vandaag gingen we naar de kust. We verzamelden weer om acht uur bij de school, maar het weer was ons eerst niet gunstig gezind. De vorige week nog echt nazomer weer, nu flinke neerslag. Echter bij het natuurgebied "De Putten" aangekomen trok het zwerk al snel open en konden we genieten van helder weer en later zelfs een zonnetje. Door de stevige noordoosten wind konden we genieten van langstrekkende Jan van Genten (Moras bassanus) die vlak langs de kust keilden. Aan het verenkleed kun je zien hoe oud ze zijn. In de Firth of Forth (Schotland) bevindt zich een grote kolonie op Bass Rock. Ruim 20.000 exemplaren zitten daar op het eind van het broedseizoen. Daar verwijst de wetenschappelijke naam ook naar. Over zee ook eidereenden, zwarte zee-eend en een enkele rotgans die echter naar het noorden vloog. Rotgans is de kleinste overwinterende gans bij ons, die echter hoog arctisch broedt.
Op de basaltblokken konden we mooi de steenlopertjes bekijken. Ze foerageren tussen het aangespoelde wier en onder steentjes/ schelpen die ze handig omdraaien om te kijken of er wat van hun gading bij zit. Vandaar de toepasselijke Engelse naam: Turnstone.
Vooral als ze opvlogen kon je mooi het bonte verenpatroon van de bovenkant zien. In de zomer zijn ze mooi roestbruin gekleurd.
Tussen de steenlopers zaten ook bonte strandlopers en een enkele kanoetstrandloper. De kanoeten hebben grijsgroene poten, de potenkleur van de steenlopers zijn meer oranjeachtig. Daaruit blijkt weer dat het vaak om details gaat bij het goed op naam brengen van de vogels.
Verder zaten hier ook scholeksters in winterkleed met een witte keelband. In het duin niet veel te zien behalve een juveniele roodborsttapuit en een enkele graspieper die zich meestal verraden door een hoog piepend geluid. Wel een mooi uitzicht op het natuurgebied ‘Hargergat’. Dit ‘gat’ is ontstaan door zandwinning. Vroeger stroomde hier een beek die door de winning van zand werd vergraven en verbreed. Nog steeds komt drangwater uit het duin dat zorgt voor een unieke (bron)vegetatie, zoals: bronkruid, moerasmuur etc.
Bij "De Putten": scholekster, rosse grutto, goudplevieren en een enkele kluut. Door de harde wind was het moeilijk je kijker stil te houden. De telescoop bood dan een goed alternatief. Terwijl we keken kwamen er een drietal zilverplevieren aanvliegen met hun kenmerkende zwarte oksels. Nomdo Dijkstra, die telt hier al twintig jaar enkele ochtenden per week, attendeerde ons nog op een hoog vliegende grote burgemeester! Vervolgens zijn we achter de Putten langs gereden. Daar zaten al diverse smienten, kieviten en goudplevieren in winterkleed. Ze missen dus hun kenmerkende zwarte voorkant! Verder opvliegende watersnippen die je pas opmerkt als ze opvliegen. Een typische tastjager, terwijl de plevieren oogjagers zijn. Hier ook enkele grauwe ganzen en groepen meerkoeten, wintergasten uit het oosten. Voor de auto uit vloog soms even een tapuit mee. We hebben geen zwaluwen meer gezien. Wel zat er achter ‘De Putten’ nog lepelaar die opvloog toen we uitstapten. Op zich niet zo erg want hij had al weg moeten zijn. Ik zag zwarte vleugelpunten dus was het een jong van dit jaar. Deze vogel moet nog via Frankrijk en Spanje naar de westkust van Afrika (Mauritanië). Ondanks dat het weer in het begin niet leek mee te werken hebben we toch een aantal leuke dingen gezien, ondanks de harde wind.

Namens de VWG Niedorp, Otte Zijlstra


This Page is best viewed at 1024*768. Internet explorer version 5.0.