Lesbos

About Me

Onderwerpen Lesbos

Noord-Spanje

Zweden

Lesbos [2002]

Lesbos [1999]

Zwitserland

Polen

Noorwegen

Ebro

Bargerveen

 

Vogeleiland Lesbos, 2002

Dit verslag beschrijft een tweeweekse natuurfotografie tocht op dit landschappelijk zeer gevarieerde Griekse eiland gelegen in de Egeïsche Zee voor de Turkse kust. Wij samen, Jelle de Jong en mijn persoon, hebben geprobeerd de avifauna zo goed mogelijk in beeld te brengen. In de nieuwste druk maakt Richard Brooks (voortaan R.B. genoemd) gewag van 328 waargenomen soorten. Ook hebben we geprobeerd het gevarieerde landschap in beeld te brengen. Een belangrijk deel van de vogeldia's zijn gemaakt aan de East River (E.R). Dit afwateringsgebied is bedijkt en vanaf beide zijden vanaf de ongeasfalteerde weg goed te overzien. Hij loopt ongeveer in een noord-zuid richting. Dat betekent dat we ’s ochtends vanaf oostkant goed zaten en ’s middags vanaf de andere kant het licht goed hadden om te fotograferen. Vanaf de hoofdweg Kalloni – Mytilini naar de monding gerekend is het afwateringskanaal ongeveer 2,5 km lang. Bij de monding ligt een zandbank waar altijd wel wat sterns en meeuwen opzitten. Bij de monding is het afvloeiingskanaal ongeveer 75 a 100 meter breed. Het kanaal is rijkelijk begroeid met o.a. tamariks, mariadistel en Spaans riet. Verder hebben we diverse andere delen van het eiland bezocht. Die worden in het dag van dag verslag genoemd. Het landschap varieert van kustgebieden tot lage bergketens.

Verder groeien op het eiland naar schatting 12 miljoen olijfbomen. Hierin troffen we o.a. de middelste bonte specht aan en de Perzische eekhoorn. De schapenhouderij is verder van belang, vooral in de (wilde) westelijke helft van het eiland waar alleen extensief gebruik van de grond mogelijk is. Veder is de visvangst van belang; vele dorpen hadden vroeger een trap naar een hoger, veilig gelegen dorp. Als dan de vijand (piraten?) kwam, dan werd de trap (skane) naar boven genomen en werd in het hoger gelegen dorp de veiligheid binnen het ommuurde gedeelte gezocht. Vandaar dat je hebt Kalloni en Skala Kolloni. In totaal hebben we 167 soorten vogels waargenomen, een aantal zoogdieren waarvan een drietal steenmarters helaas dood op de weg. Ook éénmaal een dode egel op de weg. Verder hebben we ons bezig gehouden met reptielen, te weten: schildpadden, hazelworm en hagedissen.

Vrijdag, 26 april 2002.

We vertokken om 5 uur precies in de vroege ochtend. Landing om 9.12 plaatselijke tijd, nadat we het horloge een uur vooruit hadden gezet. Ten zuiden van de hoofdstad Mytilini ligt het vliegveld waar de hostess van Hotelplan ons verwelkomde. Zij vertelde o.a. dat de hoofdstad een 50.000 inwoners had, ongeveer de helft van de autochtone bevolking. Het eiland meet 75 bij 45 km en heeft een hoefijzervorm die onderbroken wordt door twee grote inhammen te weten Geras en Kolloni. Bij één van die inhammen, die centraal gelegen is, ligt S.K. aan de baai. Het is een ideale locatie voor vogelaars, omdat vanuit deze plaats alles gemakkelijk bereikbaar is en dicht bij de interessantste gebieden ligt, nl. Kalloni-II poel en de E.R.
Om een indruk te geven van de Kalloni II poel op een willekeurig moment:


Tenminste 25 zwarte ibissen.
Vier ralreigers
Tiental wouwaapjes
Twee zichtbare purperreigers
Diverse paartjes steltkluten
Slobeenden
Zestien zomertalingen
Paartje wintertaling
Ooievaar

Voordat we dat allemaal op de foto konden zetten moesten we eerst een auto huren. Door dat Aegon overboekt was moesten we uitwijken naar Marianne appartementen complex. We waren daar enkele dagen voor vertrek al op voorbereid door het reisbureau (D-reizen) en hadden als compensatie een auto toebedeeld gekregen voor drie dagen. Onze hostess ter plaatse, Eleonora Pouwels, had echter de auto voor een week gratis in de aanbieding en de tweede week een B auto voor een A prijs. Dus al met al kwam het er op neer dat we blij waren met de transfer, omdat we nu nog dichter bij de E.R. zaten en bovendien hadden we nu een tweekamer appartement met aan de voor- en achterkant een balkon. Als balkonsoorten hadden we o.a.:


Wouwaap
Steenuil, ook roepend
Kerkuil, roepend en jagend
Kleine zilverreiger
Nachtegaal
Zwarte ooievaar
Ralreiger
Grote karekiet
Bonte kraai
Cetti’s zanger
Diverse zwaluwen
Vleermuizen

Om zeven uur ’s avonds werd de auto gebracht. Voor de tweede week moesten we € 210,= afrekenen, meteen te voldoen. Wij hadden daarvoor een Hyundai Atos, met AC en elektrisch bedienbare ramen en centrale vergrendeling. Vrijdagmiddag eerst enige boodschappen gedaan in het dorpswinkeltje, een paar honderd meter lopen vanaf ons appartement. Omdat we zelf moesten koken haalden we enige eenvoudige dingen in huis: macaroni, een paar uitjes en blikjes smac en een witte saus om de zaak op smaak te brengen. Enkele biertjes mee voor in de koelkast waar we ook de diafilms in konden bewaren. Een belangrijk artikel was ook de vulling van onze ‘rijstzak’ ter ondersteuning van onze telelens vanuit de auto. Spliterwten waren in de aanbieding en de engelsprekende winkelier maande ons om gewoon de zak met ritssluiting mee te nemen en aldaar te vullen. Daarna werd per kg afgerekend en dit alles in Euro’s zodat we ook snel in de gaten hadden wat het ging kosten. We hadden ze voor 0,90 euro per/kg.

Zaterdag, 27 april
Na een koude nacht zijn we om 5.45 opgestaan. De auto ingeladen, Jelle achterin en ik achter het stuur. Zo hebben we veertien dagen op Lesbos rondgereden, speurend naar prooi voor onze gulzige camera. In 1999 hadden we ruim twintig rolletjes vol geschoten in een week, nu dachten we aan het dubbele genoeg te hebben. Dat bleek een misvatting; we waren meer gericht op het fotograferen dan drie jaar geleden en er deden zich ook meer kansen voor, en ook omdat we al redelijk bekend waren en dus snel onze favoriete plekjes gevonden hadden. Om dat probleem op te lossen hebben daar een tiental Kodak 100 VS bijgehaald voor €70,= Zo hadden we elk weer vijf rolletjes, maar ook daar hadden we weer tekort aan; Gelukkig konden we een paar van de buurman overnemen te weten Peter Scova Righini, getrouwd met de zus van Karel Mauer. Later bleek dat we elkaar al eens ontmoet hadden op de camping Pirineos in Spanje.
Met alles wat we nodig hadden in de auto op weg naar de E.R. Binnendoor was dat maar een klein stukje rijden. Het zonnetje kwam net op. Nog enkele dia’s gemaakt van een klaproos. Daarna naar de monding van de E.R. Een grote groep kluten stond op een bank voor de monding en twee geoorde futen zwommen er rond. Langzaam teruggereden langs de oostkant van de E.R. Daarbij konden we de kuifleeuwerik fraai op de plaat zetten. Ook de bijeneters hoor je en zie regelmatig en elke dag komen weer exemplaren bij. Elke ochtend is er een concert van geluiden te horen langs de rivier en deze worden gedomineerd door: nachtegaal, cetti’s zanger, grote karekiet, vale spotvogel en bijenters. Tijdens het kijken naar de visdieven en dwergstern aan de monding kwam er een grote valk aanvliegen die wij konden determineren als een Eleonora’s valk, donkere fase. Je komt hier in het begin ogen en oren te kort. Dan zie je weer een geelbruine ralreiger lopen die als ze opvliegen veel witter lijken door de witte boven- en ondervleugels. Dan zie je weer wouwaap sluipen om even daarna weer naar boven te moeten kijken om de zwarte ooievaar in beeld te krijgen. Ook is het geluid van de zwartkopgors en kuifleeuwerik niet uit de lucht. Zwarte ibissen zaten even verderop in de rivier, evenals witwang- en witvleugelsterns. In de Kallonipoel konden we ze mooi fotograferen. Rond halftwaalf terug bij het appartement en eerst maar boodschappen gedaan in Kalloni bij de supermarkt. Voor €38 gehaald, waaronder aanrecht doekjes, keukenrol en afwasmiddel, want de Griekse appartementen zijn niet ruim voorzien van hulpmiddelen. Tijdens de koffiestop op het balkon ontdekten we een wouwaap op dertig meter voor ons in een tamariskboom, vlak voor onze neus dus. In een klein slootje, die later steeds meer opdroogde, kwam ook een zwarte ooievaar en er zaten een stel Kaspische beekschildpadden in. Deze houdt een zomerrust als het water opdroogt. Na de koffie naar de zoutpannen. Onderweg een torenvalk en een arendbuizerd boven de bergkam. In het kanaal een grote groep kemphanen (ca. 125) met enkele krombekstrandlopers ertussen. Hier ook veel kleine zilverreigers, soms een enkele grote. De steltkluten proberen hier te broeden. Op het eind bij een klein, opdrogend poelje waren libellen en waterjuffers aan het uitsluipen. Veel dikkopjes in het water. Drie vorkstaartplevieren waren hier aanwezig. We konden ze redelijk benaderen voor een plaatje. Op de terugweg nog een imker gefotografeerd die, met pijp bezig was met het controleren van de kasten. De bijen waren het hier niet mee eens en drongen ook de auto binnen. Jelle had moeite om ze van zich af te slaan. Hij werd twee keer gestoken en had de angels van een mislukte aanval in zijn T-shirt hangen. Op het eind van de E.R. hadden we geluk; onze enige visarend hing mooi biddend boven de monding van de rivier op zoek naar prooi. Om 20.00 was het tijd voor ons welverdiende biertje. Rond die tijd is het al bijna donker hier in Griekenland ondanks het uur verschil. Opeens viel mijn oog op een steenuil, die later begon te roepen. Even later vloog hij weg achtervolgt door een zwerm zwaluwen. Tijdens de avondwandeling kerkuil zien vliegen en roepen. Het blijkt dat hij een in aanbouw zijnd huis als tijdelijk bivak heeft verkozen.

Zaterdag, 28 april
Via de E.R. naar de zoutpannen. Onderweg een groep flamingo’s. Op de vlakte achter de zoutpannen het gebied ingelopen. Daar vonden we al snel een aantal roodkeelpiepers en kortteenleeuweriken. Toen we langs het strand weer terug liepen stootten we nog een viertal grielen op. Langs het strand strandplevieren en kleine plevieren. Bij de poeltjes waterjuffers en mooie vangspinnen die ze probeerden te vangen in hun ragfijne netwerk. Hier ook een landschildpad op de dia gezet. Dit betreft hier de Moorse landschildpad. (Testuda graeca). Tot 25 cm of groter.
Bosruiters, veruit de meest algemene steltloper in dit jaargetijde, konden we fraai op de plaat zetten. Bij de riviermonding een drietal dunbekmeeuwen. Het geluid van de grauwe gors is hier niet uit de lucht. Bijeneters zijn op zoek naar een geschikt wandje voor hun nest. Roodstuitzwaluwen zoeken het bij een bruggetje waar ze hun nest onder bouwen.
Vanmiddag naar Ahladeri geweest. Dit ligt aan de westkant van de baai. Onderweg even gestopt bij de Turkse boomklever bij de picknickplaats. Dit is de bekende plaats die R.B. in zijn boek beschrijft. Toevallig kwamen we de scribent tegen en konden we nog een boek kopen, gesigneerd door de schrijver. De Turkse boomklever zat even op een dode tak prachtig mooi in het zonnetje te zingen. Het is een bewoner van naaldhout; op andere plaatsen hebben we de kenmerkende zang/roep ook gehoord. Tevens hoorden we een ander geluid. In onze naïviteit dachten we aan meeuwen. R.B. hielp ons uit de droom. Het was een stel baltsende slangenarenden! Verder naar de zoutpannen aan de westkant van de baai. We reden langs de kust en bij een bruggetje stopten we even voor een kop koffie. Vanwege de wind bleven we in de gesluierde auto zitten. Terwijl we die aan het nuttigen waren zagen we een porseleinhoen te voorschijn komen, gevolgd door een klein waterhoen (?). Hopelijk hebben we er leuke plaatjes van gemaakt! Andere vogelaars hebben op andere plaatsen ook wel klein waterhoen gezien en opmerkelijk genoeg alleen vrouwtjes. Hier kwam ook de gele kwikstaart nog even op een takje zitten. Via Lisvorio naar Skamioudi. Daar nog mooi de kleine zilverreiger geportretteerd, evenals de grauwe gors en strandplevier. Bij de kust troffen we nog een grauwe kiekendief aan met prooi, waarschijnlijk een ? 2 kj. Om 20.15 weer terug op de kamer van het appartement.

Maandag, 29 april
Vanochtend naar het ‘Inland Lake’ gegaan. Hier ook weer een klein waterhoen (rood bij de snavelbasis en de dwarstreping op de flanken loopt minder ver door). Kleinst waterhoen is hier erg zeldzaam. Deze kleine hoenachtigen zijn ongeveer 18 cm klein. Diverse wouwaapjes vielen ons ten deel. Als het wat warmer wordt komen de beekschildpadden te voorschijn. Voorbij dit binnenlandse meertje nog een ander weggetje ingeslagen waar we prachtig mooi het wouwaapje hebben gezien en op de plaat vastgelegd. Als prooi leek hij wel een veenmol te pakken die hij afspoelde in het water. In de middag naar de ‘goatpit’ geweest. Onderweg blonde tapuit, grauwe klauwier, roodkopklauwier, hop en rotsklever. Bij de put veel geelpootmeeuwen en de stank van de ingewanden van schapen en geiten. Hardoen op de rots maar deze zijn erg schuw. Minder schuw was de cirlgors en bruinkeelortolaan. Tot besluit van deze dag nog even naar de zoutpannen en Kalloni poel, maar dat leverde niet veel meer op.
Van een Engels echtpaar hoorden we een tip over de Dwergooruil. Die zou bij de school zitten. Hier zou ook een middelste bonte specht zitten in een eucalyptusboom. Later bleek de informatie te kloppen.

Dinsdag, 30 april
Jelle gefeliciteerd met Koninginnedag. Eerst weer naar de E.R. Voor opnamen was het nog wat te donker, maar de ‘telespullen’ lagen wel onder handbereik. We reden door naar de zoutpannen en zowaar daar stond een grote zilverreiger, omringt door zijn veel kleinere neefjes (nichten). Het verschil is dan opvallend. Enkele opnamen gemaakt met de nikon 400/3.5 op 1/60 s.
Verderop twee uur gestaan bij een bijeneter locatie, maar ze kwamen niet op dat ene takje waar we ze wilden hebben. Wel opnamen gemaakt van zingende grauwe gors en kuifleeuwerik. Via de E.R. weer terug voor de koffie. Onderweg op een plant de gouden tor (lengte: 14- 20 mm). Opnamen gemaakt met de nikon 80 – 200 en tussenring van 32 mm.
Na de koffie via Ahladeri, Turkse boomklever, naar het zuiden gereden. Van de boomklever op ca. 12 meter opnamen gemaakt, maar het licht was niet goed. Daarna richting Vatera aan de kust. Onderweg fraaie opnamen gemaakt van de Kaspische beekschildpad met spiegelbeeld in de beek. Je kon fraai de mooi belijning in de hals zien als ze deze omhoog hielden. Via de kust naar het schiereiland Agios Fokas gereden. Veel Spaanse mussen hier aanwezig.

P.S.: Het was al een paar dagen mooi weer en dat betekent dat de poeltjes langzamerhand opdrogen. Ook de waterafvoer van de E.R. neemt zienderogen af; het aantal vogelaars neemt zienderogen toe!

Woensdag, 1 mei
Vandaag ging de reis via Petra naar het noorden. Onderweg diverse keren gestopt en zo konden we ook het geluid van de winterkoning en Raaf oppikken. Ook de bruinkeelortolaan viel ons ten deel. Bij Molyvos (nog) geen succes met de Rüppells grasmus. Het stadje even ingereden voor boodschappen en het kasteel bezocht; we konden hier geen uilen ontdekken. Het stadje is beslist een bezoek waard; allerlei smalle straten met winkeltjes, niet bedoeld voor autoverkeer. Onderweg naar Efthalou langs de kust wel fraai een hardoen op de dia gezet en enige planten: gele hoornpapaver en paarse morgenster (met 80 – 200/2.8 en tussenring; scherm gebruikt voor schaduw).
Het is een mooie kustroute die via het kleine visserdorpje Skala Sykamineas loopt dat pittoresk aan de kust is gelegen met een klein haventje omzoomd door winkeltjes, barretjes en eethuisjes. Onderweg nog de oeverloper geportretteerd met zon en even later met een wolkje voor de zon. Via het vissersdorpje omhoog de bergen in. Onderweg kwamen we langs leuke dorpjes, maar midden op de dag is ook het vogelleven in siësta gegaan, evenals de bewoners. Alleen wij Nederlanders moesten zo nodig. Nog even terug naar de Rüppells, die nu fraai te zien was met voer in de bek. Voor de kust waren een tweetal slechtvalken actief. Die hadden hier voor de kust gebroed op een eiland. Er zou ook nog een Orpheusspotvogel moeten zitten, maar die hebben wij niet waargenomen. Terug naar Kallonis en naar de zoutpannen. In het kanaal kwam een zwarte ooievaar aanvliegen. Wij waren in de buurt en gingen er bij staan in onze gecamoufleerde auto. We konden gelukkig enkele opnamen maken, voordat hij verder vloog. Hij kon geen visje verschalken in die paar minuten. Bijeneter lukte weer niet, wel een kuifleeuwerik in het avondzonnetje. Daarna een smal landweggetje ingeslagen waar we roodpootvalken vermoeden. In totaal zagen we er 15, een andere vogelaar had er achttien geteld. Ze zaten op de draden, maar desondanks toch enkele opnamen gemaakt. Vanaf de draden doken ze naar beneden om iets (insecten)op te pikken en weer op de draad te gaan zitten en het daar op de peuzelen. Boven ons cirkelden een zestal ooievaars. Het weggetje vervolgend kwamen we uit bij de E.R. Dat leverde niet veel meer op. Wel enige consternatie veroorzaakte een Schot en een Vlaamse vogelaar. We waren ze net gepasseerd toen we een raar geluid hoorden. Ik keek achterom en zag de auto van hun vervaarlijk schuin hangen. Na het passeren was hij te dicht op de kant gekomen en daar hingen ze dan, schuin tegen het talud aan van de O.R. en nog tegengehouden door de wielen die nog op de wegkant stonden. We hebben ze even geassisteerd met uitstappen en dat blijkt best wel moeilijk als je auto onder een hoek van 45 graden schuin hangt; wat worden die deuren dan zwaar! De waardevolle spullen er uit gehaald en toen ben ik met de Vlaming naar een garage gereden. Daar was gelukkig iemand aanwezig die Engels kon verstaan en praten, zodat die een takelwagen kon bestellen. Die was met 10 minuten aanwezig, waarna de auto weer op het rechte pad gezet kon worden. Nog even naar de Kalloni 2 poel en daar een steltkluut op de dia gezet. Om 19.30 konden we op het balkon van ons appartement nog net genieten van de laatste zonnestralen, voordat deze verdween achter het middengebergte.

Zoogdieren:
Driemaal een overreden steenmarter
Eenmaal een egel, overreden
Perzische eekhoorn, Sciurus anomalus (=Kaukasus eekhoorn) verspreid over het eiland waargenomen, o.a. Ypsilou monesterie aan de zuidkant. Deze grijze eekhoorn is bruinachtig, ook onderzijde bruin, geen uitgesproken winterhaar, geen oorpluimen. Staart tamelijk kort; ?? hebben tien tepels. In beuken - en notenboombossen van o.a. Oost – Turkije. ( uit: Grzimek XI) Op dit eiland ook in olijfboomgaarden..

Donderdag, 2 mei 2002
Weer zonnig het weer al is het de eerste uren van de ochtend nog fris. We hedden deze dag uitgekozen om naar het westen af te reizen en daar eerst het hoog gelegen klooster Ypsilou te bezoeken, gelegen tussen Antissa en Sigri.
Daar hebben we bij het klooster of in de directe omgeving diverse leuke soorten gezien:


Blauwe rotslijster
Rotsmus
Grauwe vliegenvanger
Bonte vliegenvanger
Slangenarend
Kleine torenvalk
Rotszwaluw
Arendbuizerd
Alpengierzwaluw
Perzische eekhoorn

Op weg naar Sigri bij een beekje leuk de wouwaap. Tijdens een koffiepauze kwam hij binnen de tien meter van ons zijn visje vangen! Het beekje krioelde van de kikkervisjes. Hier ook kleine zilverreigers. Dit is ook een goede plek voor diverse vliegenvangers, hop en klauwieren. We konden hier fraai de grauwe klauwier op de plaat zetten. Bij nadere inspectie ontdekten we diverse prooien van deze klauwier gespietst op prikkeldraad. Het bleken vooral sprinkhanen te zijn. Ook die hebben we uiteraard ‘geplaat’. Bij een poeltje was een doortrekkende kleine strandloper aanwezig. Een wandeling in de revierbedding leverde vervolgens niet veel op. Via Eressos weer terug naar Mesotopos. Tussen deze twee plaatsen hebben we fraai een adulte aasgier gezien. Hiervan meldt R.B. in zijn boek dat het een schaarse doortrekker is van midden maart tot het midden van april. Het betreft dan meestal rondtrekkende, zwervende (wandering) immature vogels. De laatste waarneming dateert van 7 mei 1999; dit was de vijfde waarneming tot dusver. R.B. had bij een toevallige ontmoeting met hem belangstelling voor deze waarneming. Hij kan deze dan opnemen in zijn herziene uitgave.
We komen in het gebied van de bruinkeelortolaan en smyrnagors. Vooral laatstgenoemde is een soort die men gezien moet hebben, niet zozeer vanwege zijn uiterlijk, maar vanwege zijn beperkte verspreidingsgebied. Onderweg hebben we er één fraai zien zitten op een rots. Overal hier het geluid van grauwe gors en kuifleeuwerik. De meeste tapuiten blijken bij nadere studie oostelijke blonde tapuiten te zijn van zowel de witkelige als de zwartkelige vorm. Nog wel een isabeltapuit en prachtig mooi een scharrelaar. Omstreeks 20 uur waren we weer op onze thuisbasis. Gezien de snelheid waarmee onze voorraad filmpjes slinkt hebben we geïnformeerd naar diafilms. Het blijkt dat fuji hier weinig verkocht wordt, maar de kodak 100VS wel. 10 voor €70,= na afdingen. We nemen het in overweging. Groene smaragd hagedis op de weg.

Vrijdag, 3 mei
In de vroege ochtend naar de haven geweest, maar daar was vanwege de feestdagen weinig activiteit. Ook de pelikaan was nog slaperig en zat ergens op een terras. Toen maar weer naar de E.R. Hier valt altijd wel wat te beleven of te fotograferen. Ditmaal zaten er dwergmeeuwen bij de monding. Later viel er ook nog een grote stern binnen. De zoutpannen leverden niet veel op en derhalve ging we naar de ‘goatpit’, genoemd naar het slachtafval dat hier van geiten en schapen gedumpt wordt in kuilen. Even contact gehad met een Engelsman uit Cornwall, die de Rosse waaierstaart fraai in zijn Leica telescoop had. Deze soort had ik nog nooit eerder gezien, dus dan bekruipt je een goed gevoel. Hier ook een rotsklever, rouwmees en orpheusspotvogel. Daarna de Potamiavallei in getrokken. Midden op de dag, het is al eerder gememoreerd zijn de vogels ook minder actief. Wel enkele slangenarenden en klauwieren. In de namiddag weer langs de E.R. De distels zijn voor een deel uitgebloeid en de putters en de groenlingen hebben deze voedselbron snel ontdekt. Dat levert ons misschien leuke plaatjes op. Ook de purperreiger liet zich nog even zien; ik heb deze o.a. gefotografeerd met 1120 mm. We hadden s’ochtends hier de ralreiger al hadden gepakt met groen wier als achtergrond. Hier ook nog twee poelruiters; wel ‘geplaat’, maar ver weg (ook met 1120 mm). Op het balkon aan een biertje nippend vliegt en een groep van 45 zwarte ibissen over op weg naar de Kallonipoel.

Zaterdag, 4 mei
Weer een prachtige dag. Inflatoire invloeden doen zich gelden als we geen ophef meer maken over ralreigers, zwartkopgors, wouwaap of overvliegende zwarte ooievaar. We stoppen er niet meer voor, alhoewel? Ze blijven natuurlijk prachtig mooi en als ze mooi in het avondzonnetje zitten proberen we toch nog even een plaatje te schieten. We wilden graag even bij een goede bijeneters plek gaan staan met onze geblindeerde auto, maar anderen hadden kennelijk hetzelfde idee. Toen nog maar een keer de E.R. op en neer. We hebben toen de vale spotvogel en de nachtegaal vast kunnen leggen. Weer terug naar de bijeneters. We besloten even te wachten en dat maakten we ook kenbaar aan onze collega’s in de auto die ons voor waren geweest. Na een tiental minuten vertrokken ze en konden wij onze positie innemen. Het adrenaline gehalte steeg: Zouden deze kleurrijke vogels op het voor hun bedoelde takje gaan zitten? Al na zes minuten kwam er eentje zitten, vlak voor onze lens. Even later kwam nummer twee. Nummer één begon te graven terwijl nummer twee de wacht hield, steeds aanmoedigende geluidjes gevend voor zijn gravende eega. Zo hebben we er een klein uur bij gestaan. Tot slot gingen ze nog keurig naast elkaar zitten als paar voor een statiefoto. We waren erg tevreden over deze unieke mogelijkheid! De meeste opnamen kon ik met de 560 mm nemen; anders kwamen ze te fors in beeld. In de middag nog even lekker in de schaduw gepost bij de middelste bonte specht, die bij de school een broedplaats heeft. Hij/zij liet zich wel even zien, maar bleef in het hol. De dwergooruil liet zich ook een paar keer horen, maar we konden hem niet spotten. Iets verderop zat een ooievaar op het nest van de kerktoren. Na de middag naar de Napi vallei. Landschappelijk is dit een fraai gebied; via Ag.Paraskevi omhoog, daarna enigszins links aanhouden en men komt in een fraai gebied. Een bezoek midden op de dag leverde het volgende op:


Bruinkeelortolaan
Wespendief
Slangenarend
Torenvalk
Arendbuizerd
Blonde tapuit
Maskerklauwier
Grauwe klauwier
Roodkopklauwier

Op de terugweg nog even de rotsklever bij het nest op de foto gezet; in de namiddag kwam daar nog een beetje zon op. De afstand was nogal groot, dus ook geprobeerd met 1120 mm. De rotsklever maakt een eigen kleinest met een nauwe tuitvormige opening aan de voorkant.

Informatie over de Scheltopusik (Ophisaurus apodus)

Dit is de enige Europese vertegenwoordiger van de glasslangen. Het Slavische woord ‘scheltopusik’ betekent ‘geelbuik’, een toespeling op de geelachtige onderkant van deze pootloze hagedis, die bij de cloacaspleet nog wel 2 mm lange rudimentaire achterpootjes heeft. Een laatste uiterlijk teken dat zijn voorvaderen ledematen bezaten. Het dier is overigens licht kastanjebruin van kleur, kan een dikte bereiken als dat van een onderarm van een kind en een lengte van anderhalve meter. Het exemplaar dat door ons gevangen werd mat ongeveer 1,25 m. Hij heeft zeer krachtige rompspieren waarmee hij zich door het struikgewas baant. In de hand voelt hij hard aan en dat komt door stevige beenplaten, vandaar dat hij in bepaalde streken pantserhazelworm wordt genoemd. Eenmaal in de hand gedroeg hij zich erg rustig en werkte volledig mee om enkele opnamen van hem te maken. Met zijn stompe, brede tanden maakt de scheltopusik harde huisjesslakken fijn. Hij is niet bepaald kieskeurig en eet ook wel grotere insecten, muizen, soms zelfs vogels en jonge hagedissen. Hij is overdag actief en jaagt uitsluitend over de grond. Hij legt 6 tot 10 langwerpige eieren met een zachte schaal die 4 cm bij 2 cm groot zijn. Ze komen na anderhalve maand uit, maar de jonge dieren leven zeer verborgen en worden derhalve weinig waargenomen door herpelogen. Autotomie komt weinig voor bij deze dieren in tegenstelling tot andere hagedissen. In gevangenschap kunnen ze meer dan twintig jaar worden. De opvallende groef aan de zijkant van het lichaam zou een rol spelen bij de ademhaling.

Zondag, 5 mei
Naar Achladeri geweest en nog even langs de Turkse boomklever gegaan. Die hoorden we roepen maar hij kwam niet bij de bewuste boom. Daarvoor waren we in een ‘resticted area’ geweest, waar we door militairen weggestuurd zijn. Ook werd ons vriendelijk maar dringend verzocht geen foto’s te maken. We hoorden daar ook Turkse boomklevers roepen. Misschien waren de Griekse militairen daar wel een beentje gevoelig van geworden. Hier zat ook een zingende baardgrasmus.
Daarna de zoutpannen bij Skamioudi weer opgezocht volgens de aanwijzingen die R.B. geeft in zijn boek. Daar veel kemphanen, kleine strandlopers en enkele Temmincks. Enkele plaatjes van gemaakt. Hier kwam ook een reuzenhazelworm, de scheltopusik, over de weg heen. Ik heb snel de auto stil gezet en uit de auto. Voordat hij voorgoed in het struikgewas verdween had ik hem te pakken. Het is een sterk dier dat probeerde weg te komen, maar nadat hij in de gaten kreeg dat ontsnappen er even niet in zat, verleende hij alle medewerking. We konden hem uitgebreid bestuderen. Hij/zij liet zijn/haar genitaliën zien die uit zijn/haar cloaca tevoorschijn kwam. Daar onze herpetologische kennis aan het nulpunt grenst wisten wij niet met welk geslacht we het genoegen hadden. Fraai waren de kleine rudimentaire achterste ledematen te zien, enkel mm in grootte. In een olijfboomgaard hadden we nog een mooie waarneming van de Griekse spotvogel (Olive-tree warbler), een nieuwe soort voor mij.
Bij de E.R. nog mooi de putters kunnen fotograferen; soms komen er ook groenlingen bij zitten. Bij Derby Shire zagen we een grote zilverreiger en twee casarca’s.

Maandag, 6 mei 2002
Langs de E.R. hadden we vanochtend onze eerste vier kwakken, drie adult en één juveniel. We gingen vandaag naar het oosten. Na een tankstop ging het verder richting Agiassos. Onderweg nog even een picknick plaats bezocht die R.B. beschreef in zijn boek. Hier stonden enkele mooie planten. We hoorden hier ook weer een Turkse boomklever roepen. Nieuwe lijstsoorten waren de Europese kanarie, en even later de grote gele kwikstaart, op de plek waar we hem drie jaar geleden ook aantroffen. Verder hadden we bij de picknick plaats een grote lijster (schaars op het eiland), slangenarend een viertal zwarte ooievaars in een moerassig gebiedje.


Bij het omdraaien van stenen vonden we een schorpioen, waarschijnlijk de Buthus occitanus.

Het betreft hier waarschijnlijk Buthus occitanus. Deze leeft onder stenen en daar hebben we hem ook gevonden. Zijn steek is met de gifstekel is pijnlijk en kan voor kinderen gevaarlijk zijn. De gifstekel wordt gebruikt als het slachtoffer tegenspartelt of tamelijk groot is. Het zijn rovende nachtdieren. Met de scharen vangen ze andere insecten. Ze behoren tot de relatief primitieve spinachtigen. De Sahara schorpioen is veel giftiger en kan een hond binnen enkele seconden doden.

We gingen verder omhoog richting de top van de Olympos, met 968 meter hoog de hoogste berg van het eiland. Onderweg koffie gedronken en dan kijken we altijd even in het rond. Dat levert altijd wel wat op. We besloten niet verder omhoog te gaan maar weer terug naar Agiassos en dan richting Kryfti. Een Duits echtpaar had hier al 18 soorten orchideeën ontdekt. Er moeten op Lesbos 52 te vinden zijn. Alhoewel de meeste soorten al uitgebloeid waren op zeeniveau, is dat op deze hogere delen van de berg verlaat. We hebben diverse orchideeën gevonden en een aantal op dia gezet. Zelfs werden we op een vleesetend plantje (Aristolochia -pijpbloem)(Zie onderaan text)) geattendeerd. Verder een soort kievitsbloem, bosvogeltje, anemonen en leuke grassoorten, zoals Groot Trilgras, Briza maxima.
Op de terugweg moesten we van het Duitse echtpaar op een bepaalde locatie, bij twee taverna’s uitkijken naar een nest van de witrugspecht. Die zou een nestholte hebben in een boom tegenover deze restaurants. We hebben in de betrekkelijk korte tijd dat we hier stonden niks konden ontdekken. Wel een mogelijke vierstreepslang dood op de weg. Verder naar Skala Kallonis en naar de zoutpannen. Hier troffen we de Engelsman uit Cornwall weer aan die nu een duinpieper in de telescoop had. In een eerder stadium had hij voor ons al een rosse waaierstaart in de Leica telescoop laten zien. Op de terugweg langs het hek een kortteenleeuwerik op de plaat proberen te zetten, door het hek heen. Langs de E.R. was een purperreiger bezig met een grote groene kikker weg te werken. Omstreeks 19.30 zaten we ons balkon voor ons wel verdiende biertje. Daarna ook weer tijd voor de balkonscène. Links en rechts van ons zitten vogelaars dus de nieuwtjes werden via het balkon uitgewisseld. Altijd nuttig natuurlijk.

Dindsdag, 7 mei 2002
Nog een keer naar het westen richting Sigri, maar nu zoveel mogelijk langs de zuidelijke kust. Bij ‘Devils Bridge’ even door de rietvelden gereden. Dat leverde niet veel meer op. Verder via Parakila naar Apothikes. Hier even naar zeevogels uitgekeken bij het voor de kust liggende eiland. Dat leverde kuifaalscholvers op en groepjes vale pijlstormvogels, waarschijnlijk: Puffinus mauretanicus, (Yelkouanpijlstormvogels). Na het uitkijkpunt bij zee nog even doorgereden en daar vonden we een mooi zoetwaterpoeltje met daarin kleine strandloper en kleine plevier, met die fraaie gele oogring. Verder rijden had geen zin meer, de zaak loopt hier dood voor ons vervoermiddel althans. We moesten terug en de weg opzoeken naar Messatopos. De wegen zijn hier niet best dus dat betekent stapvoets rijden. Op zich is dat niet erg want er kan zich plotseling een mooie kans voor doen om iets op de dia te zetten. Zo kregen we op een driesprong een mooie kans om een bruinkeelortolaan op de plaat te zetten, zingend vanaf een steen in zijn favoriete biotoop. Hij was hier gewend aan auto’s! Onderweg ook nog een purperreiger bij een poel; eigenlijk verwacht je die hier niet in een dit kale bergachtige gebied. Op naar Eressos en goed letten op een mogelijke smyrnagors. In het laatst genoemde dorpje konden we de kustroute niet vinden naar Sigri, ondanks dat we de weg hadden gevraagd. We werden door een Frans sprekende ober de verkeerde kant opgestuurd. Achteraf stond het redelijk goed aangegeven met een bord Sigri, linksaf in het dorp. Men passeert dan ook nog een kerktoren met een ooievaar er op. Nu gingen we dus via een asfalt (tarmark) weg naar Sigri. Daar weer even de bekende gebiedjes bezocht. Hier wel veel klauwieren. Een grauwe klauwier ? fraai kunnen portretteren. In dit gebied kwamen we R.B. ook weer tegen. Hij had de zwarte wouw, die we net gezien hadden, niet opgemerkt. Wel had hij belangstelling voor onze eerdere waarneming van de adulte aasgier. We zullen het toesturen. Via Sigri nu wel de kustroute gevonden. Hier nog prooien van de grauwe klauwier op het prikkeldraad. Sommige leefden nog; een appeltje voor de dorst. Onderweg drie keer een smyrnagors. Het was al donker, 20.45, toen we weer op de basis terug waren.
De natte poelen in de omgeving drogen nu snel uit na een natte en koude periode vlak voordat we arriveerden. Ook in de zoutpannen drogen de poeltjes op en dat geeft de vogels minder gelegenheid om daar te foerageren, met name wat de steltlopers betreft.

Bij het kapelletje ten zuiden van Parakila hadden we de volgend soorten:


Rotskleverpaar met nest
Arendbuizerd
Slangenarend
Torenvalk
Blauwe rotslijster
Blonde tapuit
Zwartkop paar
Smaragdhagedis
Muurhagedis
Groene kikker met kroos
platbuiklibel


Door ons enthousiaste knipgedrag raakten we snel door onze films heen. Voor de kodakfilm vroegen ze in tweede veel meer geld, dus dat hebben we niet gedaan. Nu is onze hoop gevestigd op onze buurman die hopelijk nog een paar films over heeft. De purperreiger langs het kanaal nog even meegepikt, evenals kleine strandloper en kleine plevier. Op de terugweg nog even, met de laatste twee dia’s van het rolletje de steenuil op een schuurtje met een worm in de poot! Later op de avond tijdens de balkonscène bleek hij inderdaad nog een sensia 100 II over te hebben en vroeg of we ook nog belangstelling hadden voor de ‘good old’ Kodak 64. Alles is beter dan niets dus we namen ze graag aan en wij konden weer knippen. We hadden immers nog een dag te gaan.

Donderdag, 9 mei 2002-05-15
Gisteravond na onze traditionele macaronimaaltijd nog even het dorp ingelopen. Bij een café bleken ze buiten op het terras Feyenoord - Barussia Dortmund op de TV te hebben staan en besloten we onder het genot van een biertje te gaan kijken. Gelukkig wonnen de Feyenoorders met drie tegen twee en konden we met opgeheven hoofden het terras verlaten en gerust gaan slapen. Iets later naar bed derhalve, maar toch weer op tijd er uit, immers het was onze laatste dag op Lesbos. Het was eerst bewolkt weer; even langs de E.R. en naar de achterkant van de zoutpannen. Hier zat niet veel, wel een mooi gezicht op de flamingo’s, die vaak in deze hoek zaten. Nog even naar ‘Inland Lake’ waar we onze eerste en enige ijsvogel meepikten. Er was iemand aan het varen geweest met een bootje, dus veel vogels zagen we niet. De laatste avond wilden we nog uit eten; elke dag macaroni is ook niet alles. Nog even heerste er lichte paniek omdat we meenden dat we de tickets kwijt waren. Beide dachten we dat ik ze zou moeten hebben, maar gelukkig vond Jelle ze terug in zijn jaszak. Op vrijdagochtend zou de bus ons om negen uur afhalen. Dat betekende dat we nog een paar uur konden vogelen, we hadden de auto nog tot negen uur. Bijgevolg konden we het laatste filmpje nog volschieten, o.a. met grote karekiet die mooi zat te zingen bij het ford (doorrijdbare plaats). Precies om negen uur verscheen de bus en konden we afscheid nemen van deze bijzondere plaats waar we toch wel een beetje verliefd op zijn geworden. Na ruim een uur arriveerden we op het vliegveld ten zuiden van Mytilini. Het vliegtuig had vijftig minuten vertraging doordat het te laat uit Nederland was vertrokken vanwege bagage laad problemen. Na ruim drie uur vliegen, landen we om een uur of twee lokale tijd weer veilig op Schiphol, waar Minnie en Akkie nog niets eens aanwezig waren. Door oponthoud onderweg, Pim Fortijn begrafenis, waren ze erg verlaat. Ook Jet kwam even later in de aankomsthal aan, zodat we deze fraaie twee weken, met mooi weer en vele genomen dia’s moesten afsluiten.

Veel Engelsen vogelaars komen hier op bezoek, mede dank zij de inspanningen die Richard Brooks zich getroost. Zijn boek is bijna onmisbaar als je de mooie plekjes wilt bezoeken. Hij bezoekt dit eiland regelmatig en de plaatselijke VVV’s dragen hem op handen. De Engelse vogelaars zijn een opvallende verschijning. Direct na aankomst behangen de mannen zich met optische hulpmiddelen, de dames in een bloemetjes jurk erachteraan huppelend. In het begin zijn de kuiten nog krijtrots wit ogend, maar na enige dagen voltrekt zich een beperkte metamorfose als de kuiten almaar roder worden, evenals de nek met het bekende lichte streepje erin vanwege het kijkerriempje. Ook in het gedrag kunnen we de net aangekomen vogelaar herkennen, omdat ze elkaar de nieuwe soorten wijzen, zoals wouwaap, zwarte ibis en ralreiger. Soorten die bij ons zeer schaars of niet voorkomen, zijn hier algemeen in dit jaargetijde. Dat maakt het tot een genoegen hier een tweetal weken te mogen zijn.

Otte W. Zijlstra
Kostverlorenstraat 38
1733 VH, Nw. Niedorp
ow.zijlstra.quicknet.nl
www.natuurinfo.tk

Op de dia gezette vogels in twee weken van eind april tot 10 mei:
(en andere leuke dingen)

1. Aziatische steenpatrijs, toevalstreffer. Schaarse, locale broedvogel.
2. Bijeneter, komen massaal binnen begin mei; goede kansen.
3. Boerenzwaluw, idem.
4. Bontbekplevier, idem, achter zoutpannen.
5. Bosruiter, massaal aanwezig als doortrekker en in mei dus goede kansen.
6. Bruinkeelortolaan, zuidwesten op de rotsblokken. Ook elders.
7. Flamingo’s ruim driehonderd op afstand.
8. Grauwe gors, redelijk makkelijk en overal zingend aangetroffen.
9. Grauwe kiekendief, toevalstreffer.
10. Grauwe klauwier, goed te doen in het westen van het eiland.
11. Groenling, moeilijk op distels langs E.R.
12. Grote karekiet, idem; redelijk algemene broedvogel in oud riet.
13. Grote Zilverreiger, algemene wintergast.
14. Huiszwaluw, goede mogelijkheden bij klei-plasjes
15. Kemphaan, was tijdens ons verblijf prima te fotograferen. Doortrekker.
16. Klein waterhoen, geduld, beperkte kansen.
17. Kleine plevier, mogelijk in kleine zoetwaterplasjes
18. Kleine strandloper, idem. Doortrekker in redelijke aantallen.
19. Kleine zilverreiger, indien goed vertegenwoordigd, goede kansen.
20. Kluut, broedvogel en doortrekkeren overwinteraar.
21. Kuifleeuwerik, goede mogelijkheden lang E.R.
22. Oeverloper, beperkt aanwezig, dus beperkte kansen.
23. Porseleinhoen, echt een gelukstreffer.
24. Purperreiger, in de E.R. redelijk te doen. Doortrekker in het voorjaar.
25. Putter, op bloeiende en uitgebloeide distels langs de E.R.
26. Ralreiger, in 1999 beperkte kansen, 2002 diverse mogelijkheden langs E.R. Algemene doortrekker in het voorjaar.
27. Roodborst, algemene wintergast, schaarse broedvogel
28. Scharrelaar, schaarse doortrekker.
29. Smyrnagors, ons niet gelukt; mogelijkheden in het zuidwesten.
30. Steenuil, op schuurtjes; moet je geluk bij hebben.
31. Steltkluut, bij de zoutpannen even de tijd voor nemen. Zomergast.
32. Strandplevier, redelijk kansen
33. Temminck strandloper, goed te doen tweede week mei. Doortrekker.
34. Turkse boomklever; je moet de locatie kennen; voldoende licht in het bos?
35. Vale spotvogel, tijd aan besteden; komt dan uit de dekking.
36. Vorkstaartplevier, soms kansen. Doortrekker.
37. Wouwaap, redelijk te doen als men de goede tegenkomt. Algemene doortrekker in het voorjaar.
38. Zwarte ibis, indien veel aanwezig goede kansen in Kalloni-poel; voorjaars doortrekker; in de herfst zeldzaam.
39. Zwarte ooievaar, in het kanaal naar de zoutpannen; indien aanwezig. Zomergast in kleine aantallen. 3 tot 5 broedparen.
40. Zwartkopgors, goed te doen; bijv. langs de E.R.


Diversen:

1. Scheltopusik, reuzen hazelworm; goed handelbaar als je ze pakt.
2. Smaragdhagedis, kom je soms tegen, dan geduld hebben.
3. Groene kikker, in waterbak bij Parakila (klooster)
4. Perzische eekhoorn, Ypsilou klooster. Goede mogelijkheden.
5. Uitsluipende juffers (niet te determineren) bij poelen in de ochtend.
6. Moorse landschildpad
7. slangooghagedis
8. wormslang gevangen door Steenuil

Planten:
Boksbaard
Aristolochia cretica
Gele hoornpapaver
Vogelmelk
(Bleek) bosvogeltje
Venkel (reuzen?)
Papaver (klaproos)
Mariadistel
Kaasjeskruid
Anemoon en een arum soort

Aristolochia cretica (vliegenvangende plant)
Deze hebben we aangetroffen langs een pad waar een Duits echtpaar ons attent op maakten. De bloemen van deze familie zijn zeer karakteristiek en zijn herkenbaar aan de pijpvorm. Gewoonlijk lijkt de bloem op een ouderwetse slaapmuts, moffepijp of vogelkop. De markante bloemvorm heeft er toe geleid dat de soort zich uitstekend leende als vertegenwoordiger van de ‘signatuurleer’, d.w.z. de opvatting, zelfs onder geleerden, dat aan het uiterlijk van een plant te zien zou zijn welk orgaan bij ziekte baat zou hebben bij toepassing van deze plant als geneeskrachtig kruid. Ook de naam ontlenen ze aan de signatuurleer, want ‘aristos’ betekent ‘iets goeds, deugdelijk’ en lochia zoveel als ‘geboorte’. Het is dus een plant die de baring zou bevorderen en eertijds werd de plant als zodanig ingezet. De bestuiving vindt plaats door kevers en andere insecten die door de gekromde sluis naar binnen gaan. De bloemen zijn proterogynische. Daarbij zijn de stempels (?) eerder rijp.


Otte W. Zijlstra