| Noord-Spanje
zweden
lesbos
[2002]
lesbos
[1999]
zwitserland
Polen
Noorwegen
Ebro
Bargerveen
|
Vakantieverslag
van mei, 1999
Deelnemers: Jelle de Jong,
Rob Struyk, Jan Wit en Otte W. Zijlstra
Algemene informatie: Ten
zuiden van de hoofdstad Mytilini (45.000 inwoners) ligt het vliegveld
van Lesvos. Daar wonen de meeste inwoners. Het eiland heeft een
ronde vorm met twee natuurlijk baaien. Op het eind van de Kallonibaai
stromen de East en de West rivier in uit. Afhankelijk van de neerslag
is het debiet wisselend. In de zomermaanden zijn ze grotendeels
opgedroogd. Ook de diverse poelen zijn dan geheel of gedeeltelijk
opgedroogd. Het is het tweede eiland in grootte van de Griekse eilanden.
Alleen Kreta is groter. Het eiland meet 70 km bij 45 km. De totale
bevolking omvat een kleine 90.000 inwoners.
Info van tv uitzending
over Lesbos.
Het eiland ligt in het oosten van de Egeïsche Zee, en voerden
handel met klein Azië en zelfs Egypte. Het ligt vlak bij de
westkant van Turkije en dat hebben ze geweten. Tot aan 1912 zijn
de Turken hier de baar geweest. Het eiland kende een bloeitijd omstreeks
600 tot 700 voor Chr. De ruines van een Byzantijns kasteel liggen
nog bij de hoofdstad om deze in die woelige tijden te beschermen.
In deze hoofdstad Mytilini liggen ook de veerboten (ferry's) naar
andere eilanden in de buurt. Er komen ruim 10 miljoen olijfbomen
voor op het eiland, waarvan de oudste wel vijfhonderd jaar oud zijn.
Samen met de visserij (sardienen) en het toerisme vormen zij de
belangrijkste bron van inkomsten. Op diverse plaatsen staan leegstaande
olijf(pers)fabriekjes. Sommige zijn omgebouwd tot hotel. Vroeger,
misschien nog wel?, werd er een olijfoliezeep gemaakt met een stempel
en mooi verpakt. Sappho (600 voor Chr.) was een beroemde dichteres
die hier is voortgebracht. Zij maakte gedichten over de natuur en
de liefde. Tevens had zij een opleidingsinstituut voor meisjes die
zij onderwees in dans, muziek en poëzie. Misschien is hierdoor
het eiland aan haar naam gekomen..
Ja mas = proost
We zijn vertrokken op vrijdag
30 april met een vlucht van Air Holland. Om 5.30 moesten we vertrekken.
Het betekende vroeg opstaan . Buurman Wilco Hopman bood aan ons
weg te brengen. Dat ging allemaal voorspoedig maar omdat de lading
niet op tijd in het vliegtuig werd gebracht misten we onze slottijd
en moesten we ruim twee uur wachten. Via Duitsland, Wenen, Boedapest
werd koers gezet via Bulgarije naar het op één na
grootste eiland van Griekenland, namelijk Lesbos (Lesvos) op een
steenworp afstand ( ca. 10 km) van Turkije. We maakten een korte
tussenlanding op Samos. Binnen een half uur zaten we weer in de
lucht. De gezagvoerder had haast omdat hij op de minuut af zijn
slottijd kon halen. Op de plaats van bestemming zagen we al iemand
van Hotel Plan1 klaar staan. De koffers in de bus en rijden maar.
Onderweg zag het er al veel belovend uit. We konden de flamingo's
niet ontdekken in de zoutpannen, maar dat zou later wel goed komen.
Jelle meende een palmtortel te zien, maar onmiskenbaar was de zwarte
ooievaar die in het kanaal rond de zoutpannen liep, vlak langs de
weg. De rechter wijsvinger begon al te tintelen. Het was Jan zijn
eerste zwarte ooievaar, dus dat begon veelbelovend. Ook zagen we
al een aantal carsarca's en een zwarte ibis zitten. Via de hostess
werd advies ingewonnen over een lease-auto en werd ook de tijd een
uur vooruit gezet. We zitten namelijk niet alleen een stuk zuidelijker
naar ook een stuk oostelijker. De spullen werden op de kamer gezet
en direct werd de kijker omgehangen, om het naburige slikveld te
onderzoeken. Als eerste vogel viel de kuifleeuwerik op. Die is overal
aan te treffen. In de plasjes en andere natte gebieden is altijd
de bosruiter, al of niet baltsend aanwezig. Richard Brooks ( in
het vervolg R.B. genoemd) was van mening dat als je deze vogel nog
niet had gezien je het beste het eerst volgende vliegtuig terug
naar huis kon nemen. Ook de griel vonden we op dit slufterachtige
terrein. In het schuurtje ontdekten we later in de week een steenuil.
In dit gebied naast het hotel zaten ook strandplevieren, kleine
plevieren en een enkele krombekstrandloper. Bij de boompjes en andere
lagere struiken (veel Tamarisk) veel putters en soms groepjes kneuen.
De eerste landschildpadden zagen we hier ook lopen. Dit betreft
hier de Moorse landschildpad. (Testuda graeca). Tot 25 cm of groter.
Het naast gelegen hotel heette Kalloni II en dat is prachtig gelegen
aan een poel met dezelfde naam. Daar ontdekten we in de loop van
de week verschillende leuke soorten: woudaap, zwarte ibis, Balkan
gele kwikstaart, zomertaling, wintertaling (eenden zijn schaars
in deze tijd op Lesbos!) knobbelzwaan, (de enige die we gezien hebben
op het eiland) Steltkluut (broedt hier) en veel bosruiters. Later
in de week is er nog een citroenkwikstaart gezien (niet door ons)
en een sporenkievit wat later in de week en die liet zich goed bekijken.
Ook de schuwe purperreiger liet zich hier zien. Diverse keren hoorden
we een waterral. Boven het meer vloog één witvleugelstern
rond. Opmerkelijk vond ik de aanwezigheid van bonte kraaien. De
zwarte kraai komt hier niet voor. Althans wij hebben hem niet gezien.
Ging er een bonte kraai over het poeltje heen dan werd hij fel aangevallen
door de hier broedende steltkluten. Ook de meerkoet en waterhoen
waren hier aanwezig. In dit moerasgebiedje hebben we één
keer de wat zeldzame Europese Moerasschildpad gezien. Deze moerasschildpad
heeft typerende gele, stippen en streepjes op zijn afgeplatte pantser.
Hij wordt twintig tot soms 30 cm lang. Ze zijn vrij schuw en duiken
snel onder water. Verder komt hier de algemenere Kaspische Beekschildpad
voor. Deze houdt een zomerrust als het water opdroogt. Kan goed
tegen brak en vervuild wateren dat hebben we gezien! De dode schapen
dreven soms in de beekjes.
Op het strand en de haven van Skala Kalloni komen we veel tamarisken
tegen met nesten van de Spaanse mus erin. Ook scharrelen er bonte
kraaien langs de kust. Zwarte kraaien en spreeuwen komen hier niet
voor. Roze spreeuwen trekken vanaf half mei door. Langs de poel
was ook de vale spotvogel te beluisteren. De zang heeft wel wat
weg van de bosrietzanger. 's Ochtends is het er erg gezellig met
het binnenkomen van de kleine vissersbootjes. Enkele zijn zelfs
niet gemotoriseerd. De netten worden leeggehaald en weer op orde
gebracht. De katten liggen op de loer om een graantje (vi.c.visje)
me te pikken. Ook scharrelen er diverse honden langs de kade. Er
is zelfs nog een ambachtelijke scheepsbouwer actief die bezig was
met een houten vissersboot. Toen we even keken was hij bezig met
breeuwen. Het inslaan van touw tussen de naden om hem waterdicht
te maken. De grootste attractie voor vogelaars vormt hier de Roze
Pelikaan (Eng. White Pelikan). Deze is handtam en is min of meer
geadopteerd door de lokale vissers, nadat zijn partner om het leven
is gebracht of geraakt. Er doen een paar verschillende verhalen
hier omtrent de ronde. In een blokstenen vierkanten gebouw in het
centrum van Skala Kallonis zit een kerkuil met jongen. Hij vliegt
af en aan in de schoorsteen om voer te brengen. In het hotel zitten
nog meer gasten, bijna allemaal vogelaars. Eco-tours zat er ook
met een groep onder leiding van Ad van Uchelen. Ook een groep van
vijf Vlamingen waren aanwezig. Verder veel Engelse vogelaars, enthousiast
gemaakt door R.B. die ook verschillende lezingen hield in een nabij
gelegen Malemi hotel. Hij maakt mooie dia's, heeft aardige anekdotes,
maar een saaie, monotone verhaalstijl. Tijdens het eten werd informatie
uitgewisseld, wat altijd een nuttige bezigheid was. We begonnen
de dag omstreeks 5.30 en gingen dan eerst enkele uren vogelen. Daarna
ontbijt en dan weer op pad.
Hierna het beknopte dagverslag
.
Zaterdag, 1 mei.
Zonnig en warm en om 6 uur opgestaan.
De dag van de arbeid is een vrije dag in Griekenland. Mensen gaan
bij elkaar op bezoek, vrouwen gaan soms om twaalf uur 's nachts
beginnen aan een lange voettocht om om zeven uur 's morgens ter
kerke te kunnen gaan. Alleen de meest kwieke dames lopen ook weer
terug. Ook het vervoer per ezel komt nog voor. Soms is het de enige
mogelijkheid van vervoer op de smalle bergpaden.
We gingen voor het ontbijt eerst even bij het Kalloni II poeltje
kijken. We ontmoeten weer diverse vogelaars en er werd informatie
uitgewisseld. Daar wij er net waren was het meestal éénrichtings
verkeer. Daarna door de bergen naar Petra en Panagia in het noorden.
We hadden twee thermoskannen mee die aardig van pas kwamen, omdat
we ze 's ochtends in het hotel mochten vullen met koffie. Zelf hadden
we dan melk en suiker mee en Jan had nog wat andere lekkere dingen
mee. Onderweg door de bergen diverse keren gestopt. Daarbij hadden
we al gauw de bruinkeelortolaan te pakken. Deze vogel is algemeen
in bergachtig gebied. Op de dia zetten was even moeilijker. Op de
rotsblokken lag vaak de schuwe hardoen (hagedis) te zonnen. Ook
de rouwmees troffen we onderweg aan. De rüppells grasmus hebben
we gevonden aan de kust bij Petra. Hier in de buurt ook de eerste
roodstuitzwaluwen gezien. Bij een rotswand ontdekten we een rotsklever,
met zijn fraaie, van klei gemaakt nest dat tegen de rots is gehecht.
De schuwe Aziatische steenpatrijs vloog even met de auto mee voordat
hij weer in de lage vegetatie verdween. Op de terugweg hadden we
een mooi uitzicht op het Limonos (Leimonos?) klooster, waarvan het
oudste gedeelte dateert uit 1523. Dit klooster vormde tijdens de
vier honderd jarige bezetting van de Turken een vluchtplaats voor
veel inwoners van Lesbos. Dit klooster ligt in de buurt van Filia,
waar later in de week ook Eleonora's valken te zien zouden zijn.
De bezetting begon in 1462. De bevolking werd of vermoord of weggevoerd.
De bevolking verminderde van 100.000 tot 30.000 zielen. De bevolking
kwam wel in opstand, maar dat resulteerde er in dat de patriarch,
de leider van de Grieks orthodoxe kerk, werd geëxecuteerd.
De laatste Turken werden in 1912 van het eiland verdreven. In 1914
werd het bij verdragen aan Griekenland toegewezen. De Duitsers gooiden
tussen mei 1941 en september 1944 nog even roet in het eten. Daar
de verhouding met Turkije nogal gespannen is, blijkt uit de vele
schietoefeningen en een sterke militaire aanwezigheid op het eiland.
Zondag, 2 mei
Naar de zoutpannen geweest via de East River oversteek die door
het water gaat.

(De East river)
Op het eind een leuk gebiedje
waar ik nog wat libellen heb gefotografeerd. Ze kropen massaal uit
het water, de vervellings - huidjes achterlatend. Hier ook weer
landschildpadden. Na het ontbijt naar Derbyshire ( onderweg nog
even een Isabel tapuit meegepikt) en Achladeri waar we via de beschrijving
van R.B. gemakkelijk de Turkse boomklever vonden, mede omdat er
al een groep Engelse vogelaars bij de boom stonden. We konden hem
prachtig zien bij de nestholte. We hebben zelfs nog enkele opnamen
kunnen maken. Het schijnt dat hij bezig was met het tweede broedsel
omdat het eerste mislukt was. Deze Krüper Nuthatch, zoals de
Engelsen hem noemen, vindt hier zijn meest westelijke verspreiding.
Ook hebben we nog even een bezoek gebracht aan de zoutpanen van
Skala Polychnitou, maar dat leverde geen spectaculaire soorten op.
In Vasilika getankt en terug naar Achladeri. Daar zag ik in een
flits nog een middelste bonte specht zitten. Toen we stopten zagen
we ook nog een roodkopklauwier en een kleine klapekster. Omstreeks
20.00 uur waren weer terug voor de warme maaltijd. Daarna verslag
en de soortenlijst bijwerken en naar bed.
Maandag, 3 mei
's Ochtends voor het ontbijt eerst naar de zoutpannen geweest. Bij
het laatste bruggetje, waar de schapenboer zijn schapen voert en
melkt, hebben we de auto neergezet en zijn we het gebied ingelopen.
Op de lage struiken in het gebied de zwartkopgors. Deze is hier
erg algemeen. Op de drassige plekken zaten veel piepers, waaronder
de balkan en de gewone gele kwikstaart. Ook vonden we diverse roodkeelpiepers.
Deze zijn hier op doortrek. In één van de plasjes
ontdekten we een poelruiter. Achterin een groep van ten minste negen
zwarte ibissen en enkele zwarte ooievaars. Verder hier nog: kortteenleeuwerik,
grote - en kleine zilverreiger, bijenters (8), lachstern (2); een
boomkikker die wist te ontsnappen voordat hij op dia gezet kon worden.
Een hoogtepunt voor Rob was de waarneming van een tiental vliegende
witvleugelsterns. Het pikzwarte verenkleed steekt scherp af bij
de witte vleugelonderdelen. Op de terugweg zat er in het kanaal,
vlak langs de weg een zwarte ooievaar. Die moest op de dia! Het
licht hadden we niet goed, maar toch maar geknipt al zat ik in de
auto niet gunstig. Er waren meer auto's waaruit grote lenzen tevoorschijn
kwamen, veelal gecamoufleerd.
Na het ontbijt naar het 'inland lake' geweest. Dit kleine meertje
wordt in zijn bestaan bedreigd. Dat is via de west rivier naar het
westen rijden. Bij de Potamia rivier omhoog. Map drie van R.B.'s
boek. Daar aangekomen gestopt bij het eerste bruggetje. Daar waren
roodstuitzwaluwen druk bezig om klei te verzamelen uit de rivierbedding
voor hun nest onder die andere betonnen brug. Ook vele rivierschildpadden
op de kant. Diverse waterslangen in het water actief zoekend naar
voedsel. Hier ook een ralreiger en diverse woudaapjes. Het geluid
van de nachtegalen is niet uit de lucht evenals dat van de grauwe
gors. Bij de brug nog leuke opnamen gemaakt van de roodstuitzwaluw.
Terwijl de partner nog bezig was met klei metselen moest de ander
even wachten op een takje voor de brug. We konden hem op vier meter
benaderen. De achtergrond was wel onrustig, maar hopelijk zitten
er leuke plaatjes bij. Daarna naar de minaret geweest bij Parakila.
Daar was een rotsklever actief. Minaret (Arabisch Manara) betekent
in eerste instantie vuurtoren, maar kan ook signaal of wachttoren
zijn. Meestal wordt er echter een moskeetoren mee bedoeld, vanwaar
de moe'ezin vijfmaal per dag de islamieten oproept tot gebed.
In de namiddag zijn we weer teruggegaan naar het kanaal van de zwarte
ooievaar en toen hadden we weer geluk. Er was er eentje aan het
foerageren bij een wateruitlaat. Daar zaten ook visjes in die hij
op die manier gemakkelijk kon vangen. We hebben er toen een paar
rolletjes op vol geschoten, want zo'n kans krijg je niet gauw weer.
Daarna nog even doorgereden naar die leuke kleine poeltjes met onder
andere platbuik libellen, kikkers en schildpadden. Daar nog een
paar opnamen gemaakt. De anderen hadden een schorpioen en een hagedis
ontdekt, dus die konden we ook nog even vastleggen. Het was zo warm
dat Jan ging even zwemmen in de Egeïsche Zee. Dat leek mij
ook wel even lekker en samen is het ook gezelliger. Om ongeveer
acht uur waren we weer terug.
Dinsdag, 4 mei
We wilden naar Sigri via Parakila. Dat lukte niet omdat de weg verderop
was afgesloten vanwege militaire oefeningen. Tot aan het 'road blok'
nog wel fraai enkele roodpootvalken gezien. Daarna moesten we terug
en zijn richting Kerameia gegaan langs een rivierbedding. De rivieren
zijn soms erg vervuild. Diverse keren hebben we dode dieren zien
liggen. Het was warm in de auto en er was natuurlijk niet veel zang
meer. Enkele rietveldjes bezocht aan de kust. Daarna zijn we helemaal
naar het eind gereden van de baai Kolpos Geras. Deze baai is veel
minder visrijk dan de Kallonis baai. Dat komt omdat er vroeger een
leerlooierij heeft gestaan die nogal wat vervuiling met zich meebracht.
Thans hersteld zich dat weer. We zijn doorgereden tot aan Pyrgoi,
waar de ingang van de baai het smalst is. Onderweg nog fraai de
boerenzwaluw gefotografeerd op zes meter met 560 mm. Iets geplust
vanwege lichte achtergrond. Er was hier ook een strandplevier aanwezig.
Voor de rest leverde deze hoek niet veel op. Wel is het landschappelijk
fraai langs de baai.
Woensdag, 5 mei
Vanochtend, voor het ontbijt eerste naar het inland lake geweest.
Nu zat er fraai een kwak. Er kwam een boer langs op een ezel en
we hebben ook enkele olijfboomgaarden met als onder begroeiing rode
klaprozen op de dia gezet. Daarna ontbijt. Bij het inladen van de
auto kwamen R.B. weer tegen. Hij vroeg ons of we nog nieuwe dingen
gezien hadden, maar dat was kennelijk niet het geval. Hij was goed
op de hoogte. Hij zelf had wel nieuws: een sporenkievit in het Kalloni
II poeltje. Wij er direct heen. Hij was niet gemakkelijk te ontdekken,
maar door wat om het poeltje heen te lopen konden we hem toch te
pakken nemen. Een fraai gezicht. Daarna nog enige huiszwaluwen op
de dia gezet, alweer bij een modderpoeltje. Er kwam ook nog een
putter drinken. Steltkluut met 600 mm en 1.4 converter gefotografeerd
in de poel, samen met Jelle. Daarna zijn we naar de East River gegaan
en na de doorwaadbare plaats langs de oostelijke kant in zuidelijke
richting gereden (lees gehobbeld). Op het eind stond een schapen
schuurtje met er bovenop een steenuil. Wij er behoedzaan heen gereden,
maar hij vloog weg in een lage boom. Wij daar voorzichtig heen gereden
en konden een paar opnamen maken. Er zaten helaas nog wat takjes
voor en derhalve besloot Rob tot een alle of niets actie. De auto
weer starten en nog iets doorrijden. En wat we niet hadden verwacht
hij bleef zitten zoadat we hopelijk wat leuke plaatjes van de steenuil
hebben. We hadden doorgekregen dat er een rosse waaierstaart zou
zitten bij Derbyshire. Wij hebben hem hier niet aangetroffen. Wel
zagen Rob en Jan een kuifkoekoek vliegen. Na hier een uurtje aan
te hebben besteed zijn we de weg weer opgereden. Direct daarna zag
ik een zwarte ooievaar op een rots staan. Bij een tankstation konden
we hem nog zien staan. Toch een vreemde gewaarwording: een schuwe
broedvogel van uitgestrekte bosgebieden zit hier op een rots langs
een autoweg. Vervolgens zijn we nog even de noordelijk kant opgeweest
van de East River. Dit leverde niet veel meer op. Overal wel blonde
tapuiten, kuifleeuweriken en waarschijnlijk een bonte tapuit. De
zwartkopgors konden fotograferen. Het was weer zeer warm, dus moesten
we veel drinken. We hadden flessen water mee. Allemaal zijn we een
beetje verbrand. Onderweg langs de rivier nog een drieteenstrandloper,
bijna in zomerkleed. In de monding van de rivier zagen we vervolgens:
twee ralreigers, lijken bruin, maar als ze opvliegen lijken ze wit,
een purperreiger, kleine plevier, acht visdieven en twee dwergsterns.
We hebben wat eerder gegeten, zodat we nog even naar de kerkuilen
konden. Ze vlogen af en aan in de schoorsteen. Kennelijk hadden
ze jongen. Van verschillende deelnemers hoorden we dat het vorig
jaar veel rijker aan vogels was. Het kan in de neerslag hebben gelegen.
Meestal is april een vrij natte maand. Dit jaar was er betrekkelijk
weinig neerslag gevallen, waardoor er ook minder natte gebieden
waren.
Donderdag, 6 mei
Vandaag een winderige dag en een stuk kouder omdat de wind uit het
noorden kwam. We gaan vandaag naar de westkant en het einddoel is
Sigri. We hebben lunchpakketten gevraagd voor vandaag, zodat we
vroeg weg konden rijden. Via Parakila, Agra naar Apothikes. Onderweg
een dode steenmarter op de weg. Vanaf een hoogte zagen we een klein
havenstadje liggen. Boeren bezig met hun schapen. Ze worden gemolken
en van de schapenmelk en geitenmelk wordt de beroemde feta gemaakt.
Het landschap is ruw en verlaten. De streek wordt dan ook wel eens
het wilde westen genoemd. De vegetatie stelt niet veel voor en beperkt
zich tot wat lage begroeiing. Via een slecht begaanbaar pad trokken
we het gebied van Makara binnen. Hier nog een dode westelijke egel
op het pad. Soms was het pad zo slecht dat we met de bodemplaat
van de auto vastliepen en uit moesten stappen om de chauffeur de
gelegenheid te geven weer los te komen. Onderweg diverse keren gestopt.
Mooie nesten gezien van de rotsklever. In een nest van de rotsklever
had zich een rotsmus genesteld. Ook diverse keren de bruinkeelortolaan.
Later ook diverse keren de smyrnagors kunnen waarnemen. Niet de
mooiste gors, maar wel een bijzondere, omdat hij in het Palearctische
gebied maar een zeer beperkte verspreiding kent. Op het eind van
Makara kwamen we zee uit. Hier nog enkele opnamen van de kust gemaakt.
Van een klein eiland voor de kust vloog een slechtvalk naar de kust
toe. Op zee vlogen enkele kuifaalscholvers. Ook enkele kleine torenvalken
gezien. We moesten het slechte pad weer helemaal terug rijden. De
schuurtejs zijn meestal van op elkaar gestapelde stenen opgetrokken
en met golfplaten afgedekt. Deze zijn weer bedekt met rotsblokken
om wegwaaien te voorkomen. Soms zitten er steenuiltjes op de schuren.
Ook hoorden we hier het kenmerkende geluid van de boomleeuwerik.
Punt van discussie was de waarneming van een Finch tapuit versus
bonte tapuit. In de kleine schuren worden de schapen gemolken. De
melk wordt in plasticvaten afgevoerd. Toen via Agra naar Mesotopos
en Eressos. Onderweg nog een mooie picknick plaats gevonden op weg
naar Sigri via de zuidelijke route. Deze is zo slecht dat deze voor
normale personen auto's niet begaanbaar is. We hebben de route gevolgd
tot aan een rivierbedding en daar gegeten. Op een rotswandje en
in de luchtdiverse soorten zwaluwen: rotszwaluw, huiszwaluw, boerenzwaluw,
roodstuitzwaluw en alpengierzwaluwen in de lucht. We moesten dus
weer terug naar Eressos. Onderweg heeft Rob voor mij nog de bruinkeelortolaan
gefotografeerd. Op de heenweg hadden we een boer met een ezel gezien
en daar bovenop een zestal lammeren. Een prachtig gezicht maar ik
was te laat voor een dia. Onderweg ook nog een klein olijfbosje
waar we een drietal Perzische eekhoorn zagen. Het fossiel bos hebben
niet bezocht. Bij Sigri via een scherpe bocht langs de kust gereden
en toen een stukje het binnenland in. Daar zagen we onze eerste
vliegenvanger en wel de grauwe. Door de harde wind was hier niet
aangenaam voor mens en dier. Het rode lichtje begon te branden ten
teken dat de benzine bijna op was. Navraag leerde ons dat er in
Sigri geen benzine was. We moesten doorrijden tot aan Antissa en
konden daar pas tanken. Onderweg hadden we van inmiddels bekende
Engelse vogelaars gehoord dat ze een plekje wisten voor de rosse
waaierstaart langs de East River. We hebben daar gezocht in de richting
( buurt) van de dead goat pit maar konden niks ontdekken. Oip weg
naar het hotel nog even langs de Kalloni II poel gereden. De sporenkievit
was nog aanwezig. We besloten naar het hotel te gaan, ons op te
frissen en te genieten van een biertje en onze laatste warme maaltijd
alhier. Verslag bijgewerkt. We kwamen uit op ruim honderd veertig
soorten. Daarna gepakt en naar bed. De volgende ochtend nog even
met Jan een rondje om de poel. Langs de kust vloog nog een purpereiger.
De sporenkievit zat er nog. De wateral schreeuwde nog een keer en
zo kwam er aan alles een eind. Tijdens het ontbijt liet R.B. nog
een gewonde woudaap zien. Hij had hem mee in een door. Waarschijnlijk
een gebroken vleugel. Hij ging naar het vogelopvanghuis dat door
Nederlanders is opgezet. Na een lekker ontbijt kwam de bus; deze
was precies om negen uur bij het hotel om ons op te pikken. Na een
uurtje rijden waren op het vliegveld. We hoorden dat het vliegtuig
zonder vertraging uit Amsterdam was vertrokken. Later bleek hij
ruim een half uur vertraging te hebben. Omstreeks dertien uur konden
we opstijgen. Om vijftien uur twintig zijn we geland op Schiphol,
waar Gina en Joris ons al stonden op te wachten. Hier moesten we
ook afscheid nemen van Jelle, die pakte de trein naar Amersfoort
en Nijkerk. Ruim zeventien uur twintig waren we weer thuis.
Nieuwe soorten voor mij
waren:
1. Maskerklauwier, minimaal twee gezien in het noorden.
2. Rüppells grasmus, in het noorden bij Petra.
3. Bruinkeelortolaan, diverse plaatsen.
4. Rotsklever, diverse plaatsen in het westen.
5. Rouwmees, in het noorden.
6. Arendbuizerd, op diverse plaatsen.
7. Aziatische steenpatrijs, in het noorden bij toeval.
8. Balkan Gele kwikstaart (ss) feldeg, op diverse plaatsen; algemeen
in trektijd
9. Turkse boomklever bij Achladeri picknick plaats.
10. Smyrnagors
De auto hadden we daar
ter plaatse geregeld via de hostess. Een Seat cordoba viel ons ten
deel. Het blijkt dat je in een week redelijk wat kunt doen. Als
je twee weken hebt is dat natuurlijk beter, omdat er elke week weer
soorten bijkomen en je het fotografisch wat beter en rustiger aan
kunt pakken.
Met dank aan R.B. en diens boek: Birding on the Greek Island of
Lesvos. Vierentwintig rolletjes vol. Een camera met telelans viel
in het water, waardoor ik enige tijd onthand was. Gelukkig kon ik
mijn tweede body gebruiken en de lens droogde de volgende dag weer
op. Ook mijn horloge verloren.
w.g. Otte W. Zijlstra
Ot als je toch
ffies kijkt mail dan ffies op welke dag ik die foto van die hazelworm
moet zetten.
sbos
|