| Noord-Spanje
zweden
lesbos
[2002]
Lesbos
[1999]
zwitserland
Polen
Noorwegen
Ebro
Bargerveen
|
Verslag Noord
- Spanje reis voorjaar 2000-05-11
Planning:
Vertrek op 26 april 2000 tussen 18 en 20 uur. Terug op zondag 7
mei.
Van Alkmaar richting Zaragoza 1650 km. (ca. 18 uur). We kunnen dan
zoveel mogelijk grote weg pakken.
Bezoek aan de Aragon met een oppervlak van bijna 48.000 km2 (iets
groter dan Nederland) Dit is één van de 17 autonome
gebieden waarin Spanje is opgedeeld na 1975, het jaar waarop dictator
Franco overleed op 83 jarige leeftijd en de weg naar democratisering
open lag. Het autonome Aragon gebied is opgedeeld in een aantal
provincies waaronder Huesca en Zaragoza. We zien dat op de nummerplaten
van de auto’s terug als lettercode HU en Z. De autonome gebieden
zijn enigszins vergelijkbaar met de Duitse deelstaten.
Ons bezoek heeft zich voornamelijk in deze twee provincies afgespeeld.
In de provincie Huesca liggen bekende plaatsen als Jacca, Ordesa,
Huesca en Sariñena. Monegros ligt op de provinciegrens met
Zaragoza. Onder Pamplona (Iruñea) zitten we in een ander
autonoom gebied genaamd Nabarra (Navarra). Hier brengen we een bezoek
aan een gebied dat ligt tussen Tudela en Tafalla. (Lower Aragon
Valley)
In totaal zijn er 50 provincies, waarvan 47 op het vaste land. Meestal
dragen zijn de naam van de hoofdstad.
Bij Riglos vuilstortplaats opzoeken. In Riglos zelf ook de zwarte
tapuit die tamelijk dicht bij het dorp voorkomt en niet schuw is.
Veel gieren en kans op blauwe rotslijster en beflijster.
Bij Bardenas Reales ligt een interessant steppegebied. Het gebied
ligt ten noordoosten van Tudela (Muskaria) Deze stad is de enige
plaats in Navarra die aan de Ebro ligt. Het is een landbouwcentrum
aan de N232. In het gebied kunnen twee soorten zandhoeders aangetroffen
worden die hier in de avondschemering rondvliegen op weg naar kleine
poeltjes. Hier ook de Duponts leeuwerik.
Ten zuidoosten van Pamplona ligt de Lower Aragon Valley. Aan de
rivierzijde komen ‘broekbossen’ (soto’s) voor,
met leuke soorten zoals: reigerachtigen, bijeneters, futen en eendachtigen.
Beide zijden zijn een bezoek waard en liggen in de buurt van Cáseda,
en tussen Carcastillo en Caparroso.
Daarna door naar Perineos de beroemde camping ten westen van Jacca.
Van hieruit het Hechodal en Ansodal bezoeken. Opletten voor rotskruiper
in de buurt van Boca del Infierno. De witrugspecht zit boven in
het Anso-dal in de buurt van de vallei van Belagua. (zie nr. 16
Birds of Spain). Hier ook marmotten en chamois (gems). Langs het
stuwmeer (Jesu) nog een kerktoren uit het water stekend. Leuk voor
een plaatje. Over de brug bij Puente la Reina rechtsaf voor de bijenters.
Spookdorpen lijken me leuk om te bekijken en om daar een dia van
te maken, althans wat er van over is. Demografisch is dit een interessant
fenomeen: ontvolking van het platteland.
Bezoek aan Torla en gebied aan de westkant van de Ordesa, nl. Bujaruelo
met prachtige alpine weitjes. Fanlo naar de kloof van Añisclo
Algemene informatie over
Spanje
Bijna 40 miljoen mensen wonen op een oppervlakte van 504 750 km2.
Dat is 77 mensen op elke vierkante km. Nederland heeft er 375.
Spanje is in oppervlakte 14 keer groter dan ons land. In opgedeeld
in 17 autonome gebieden en 50 provincies.
Van de bevolking is 95% katholiek. De werkeloosheid bedraagt 22,9%.
Koopkracht ten opzicht van Nederland (= 100) bedraagt 73. Polen
bijvoorbeeld maar 27! Gegevens van ´ 95 en 96. BNP Spanje
21 782; Nederland: 38 496. Zwitserland: 65 171.
Het inkomen bedraagt $13 440; in Nederland $22 010.
Het Catalaanse gebied,
dat uit vier provincies bestaat, is een van de rijkere autonome
delen. De andere drie autonome delen zijn Baskenland, Galicia, en
het Spaanse gebied (Castilaans). Spanje vormt samen met Portugal
het Iberisch schiereiland. Het wordt door de Pyreneeën van
de rest van het Europese continent gescheiden. Dit gebergte is tijdens
de alpiene gebergteplooiing gevormd, zo´n 50 miljoen jaar
geleden. Het is dus een betrekkelijk jong gebergte met spitse punten.
Er zijn betrekkelijk weinig passen door de Pyreneeën. Spanje
is een land met zeer verschillende landschapstypen. In totaal worden
er 17 natuurlijke regio´s onderscheiden.
Geschiedenis
Het oorspronkelijk door
Iberiërs en Kelten bewoonde Spanje kwam in de eerste eeuw v.
C. onder Romeins bestuur. Daarna volgden in de vijfde eeuw de Visigoten
die op hun beurt weer werden verslagen door de Arabieren. Na de
11e eeuw werd het christelijke gebied in het noorden geleidelijk
aan in zuidelijke richting uitgebreid tot in 1492 het hele land
onder het gezag stond van het Spaanse koningshuis. Door zijn koloniën
in Zuid Amerika werd Spanje een wereldmacht. Met de ondergang van
de armada (vloot) raakte het land veel gezag kwijt. In 1936 stortte
de coup van Franco het land in een drie jaar durende burgeroorlog
die eindigde met een zege voor de fascisten. Na Franco´s dood
(1975) werd Juan Carlos koning; hij leidde Spanje in 1978 naar de
parlementaire democratie.
Aragon
Los Monegros, een steppegebied,
was vroeger een bosgebied dat gekapt is om de Spaanse Armada mee
te bouwen. (zie ook verslag van Sander Harmsen, pag.1). In de 8
e vielen de Moren het land binnen. De hoog ontwikkelde Moren waren
nakomelingen van de Berbers die nu nog in Noord- Afrika wonen. De
Moren brachten de Arabische cultuur naar het zuidelijk deel van
Spanje. Daar vind je nog veel van de Moorse tijd terug, bijv. in
Cordoba. De teelt van suikerriet en bevloeiingen rond Valencia stammen
uit die tijd. De berggebieden van Noord-Spanje zijn nooit door de
Moren veroverd. Van daaruit werd vanaf de twaalfde eeuw de herovering
ingezet van Spanje door de christelijke koningen van Kastilië
an Aragón . De Moren werden steeds verder teruggedreven naar
het Zuiden. In 1492 werden de laatste Moorse gebieden door de Spaanse
gebieden door de Spaanse Koning veroverd. Vanaf die tijd werd het
hele land centraal geregeerd vanuit Madrid.
De Spaanse koningen waren streng katholiek en werd de enige toegestane
godsdienst. Columbus kreeg van de koningen de opdracht een weg naar
Indië te zoeken. Dat vond hij niet, maar zoals bekent wel een
nieuw werelddeel Amerika. Daarna begon de opbouw van het Spaanse
wereldrijk, vooral in Midden- en Zuid-Amerika. Veel rijkdommen werden
naar Europa gebracht. Toch steeg de welvaart nauwelijks, de koningen
hadden het geld nodig om oorlog te voeren. Vanaf de 19 e verklaarden
de koloniën zich onafhankelijk en was Spanje geen werelddeel
meer. Wat overblijft is een arm een dunbevolkt land; veel Spanjaarden
waren naar Zuid-Amerika verhuisd. Er begon een binnenlandse onrust
met als dieptepunt de Spaanse Burgeroorlog (1936 – 1939).
Deze oorlog koste honderdduizenden het leven en ruïneerde het
land. De oorlog eindigde met een overwinning van het leger o.l.v.
Franco. Deze dictator bleef er tot aan zijn dood, 1975, de baas.
Daarna werd Spanje een democratie. Lange tijd bleef het een arm
land en de Spanjaarden trokken zelfs Europa in om werk. Er werden
fabrieken aangetrokken, het toerisme werd gestimuleerd en Spanje
werd van een arm agrarisch land een welvarend land die de wereldtentoonstelling
(1992, Sevilla) en de olympische spelen. (1992, Barcelona ) mocht
organiseren. Daardoor werd Spanje definitief op de wereldkaart gezet.
Thans hebben de Spanjaarden massaal zelf gastarbeiders nodig o.a.
uit Marokko. Deze werken massaal in de warme groentekassen in het
zuiden van het land.
(Uit: Spanje De Geo Geordend, cd examen.)
Spanje Fysische
De Ebro komt uit op de Catalaanse kust van de Middellandse Zee.
Hij vormt hier de Ebro (Catalaans Ebre) delta. Het brede bekken
van de Rio Ebro wordt aan alle kanten ingesloten door gebergten.
De 930 km lange rivier ontspringt in het Cantabrische gebergte.
Belangrijke zijrivieren zijn de Arga en de Aragón. De hoogste
piek wordt hier gevormd door Picos de Europa 2648 meter). Wij zullen
ons voornamelijk bevinden aan de Middellandse Zeekust, ter hoogte
van de Costa Brava (Goede kust) en andere door de toeristen-industrie
verzonnen fantasienamen. De Ebro wordt tevens gevoed met veel water
uit de Pyreneeën. Totale stroomgebied 85 000 km2 (ruim twee
keer Nederland). Voor de scheepvaart is de rivier van weinig belang,
omdat hij zich kort voor de monding in de Middellandse Zee zich
een weg moet banen door het door het Catalaanse kustgebergte. Het
rivierwater wordt benut voor bevloeiing. Daartoe is een kanaal aangelegd
van Tudela naar Zaragoza, het Canal Imperial. Het Ebro-bekken aan
de Middellandse Zee is een belangrijk tuinbouwgebied en rijstteelt.
Talen
Er worden ten minste vier talen gesproken: Castiliaans (het Spaans),
Galicisch, Baskisch en Catalaans. Het Baskisch heeft als enige taal
geen verwantschap met de Indogermaanse talen.
Het Castiliaans is landelijk de enige ambtelijke taal. Ook in Latijns
Amerika wordt Spaans gesproken, omdat de Spanjaarden hier vroeger
koloniën hadden. Het Catalaans wordt door ongeveer 10 miljoen
mensen verstaan en door iets i minder gesproken. Ook op de Balearen
wordt het gesproken.
Landschap
ARAGON: Er zijn weinig regio's met een zo gevarieerd landschap als
Aragón. In het noorden vinden we het hooggebergte van de
Pyreneeën, met alpenweiden, rotsformaties en pieken tot 3.400
meter. Daaronder zijn valleien met (midden-Europese) bossen, rivieren,
dorpjes en landbouwgrond. Aan de zuidrand van de Pyreneeën
liggen veel steile rotswanden (bijv. Riglos) en er is een mediterrane
vegetatie: steeneiken afgewisseld met halfopen stukken met tijm
en rozemarijn, olijf- en amandelboomgaarden. Daaronder ligt het
Somontano, waar graanvelden worden doorsneden door rivieren met
smalle bossen. Rond de rivier de Ebro ligt Los Monegros, een steppegebied
waar bijna niemand woont. Aragón heeft ruim een miljoen inwoners,
waarvan 800.000 in en rond de Hoofdstad Zaragoza. Er zijn bijna
650 verlaten dorpen, waarvan de helft in de Pyreneeën.
Het klimaat
ARAGON: Aragón heeft een landklimaat met warme zomers en
koude winters, maar er zijn enorme verschillen van noord naar zuid.
In de Pyreneeën valt de meeste neerslag en hier duurt de winter
het langst. De Ebro-vallei heeft een mild klimaat met weinig neerslag
en het steppe-gebied heeft de meeste zonne-uren van West-Europa.
In Los Monegros valt heel weinig regen. Het voorjaar begint eind
februari in de Ebro-vallei, de eerste zomervogels (boerenzwaluw,
aasgier en zwarte wouw) komen dan al terug en de eerste planten
beginnen te bloeien. De winter begint meestal pas in november. De
beste tijden voor een bezoek aan Aragón zijn voorjaar en
najaar.
Verslag van dag tot dag
Op woensdag 27 april 2000
zijn Rob Struyk en Otte W. Zijlstra afgereisd naar Noord Spanje.
We zijn om 19.30 vanuit Alkmaar vertrokken en kwamen bij Hendaye
(nabij Biarits) de grens over. Het was toen inmiddels ruim veertien
uur later en regenachtig, terwijl we met mooi weer Nederland hadden
verlaten. In een koffiebar langs de weg hebben we wat genuttigd.
Na een nacht doorrijden lieten we ons dat goed smaken. We vervolgden
onze weg naar Iruñea (Pamplona) waar we bij Tafalle richting
Olite gingen via de 5330. Bij de lagune Pitillas staat inmiddels
een bezoekerscentrum en hadden we de eerst leuke soorten, zoals
Baardmannetje en Steltkluten. De beheerder probeerde ons te vertellen
dat achter een heuveltje de gewone kluut moest zitten. Het koste
enige moeite hem duidelijk te maken dat we meer geïnteresseerd
waren in de ons minder bekende steltkluten. Het was nog steeds licht
regenachtig weer toen we onze weg vervolgden. Bovendien was het
erg winderig weer. Nog een leuk stekje gevonden met een oude schuur
waar een steenuiltje huisde.
Ook de eerst blonde tapuit en kuifleeuweriken hebben we hier aangetroffen.
Verder ging het richting Ejea, waar een camping zou moeten zijn.
Al vogelend kwamen we in Zaragoza aan waar we de N232 opgingen,
om er voorbij Virgen Columba weer af te gaan richting Belchite.
Onderweg kans op zandhoeders en Duponts, maar hier niet gezien.
Het werd inmiddels tijd om een camping op te zoeken. Rob had in
een grijs verleden gehoord van Jelle van Dijk dat hier in Belchite
een camping moest zijn. We hebben op verschillende plaatsen gevraagd
maar kregen geen enkele bevestiging. Uiteindelijk hebben we de stad
verlaten richting Codo. Tussen Code en Quinto is een uitkijkpunt
(met E.U. subsidie?) gecreëerd, vanwaar men een fraai overzicht
heeft op de mogelijke verblijfplaats van Duponts en andere leeuweriken.
Het was toen inmiddels wel droog, maar nog erg winderig. Het werd
bijna donker en we hadden nog steeds geen camping. Later bleek dat
in deze streek campings zeer schaars zijn, dus besloten we een zijweg
van een zijweg in te slaan van de weg Quito <=> Code. Achter
een bamboe struik, in de buurt van een olijfboomgaard hebben we
ons tentje zo goed mogelijk in de luwte neergezet. Die avond geen
auto’s meer gezien of gehoord. We konden genieten van een
echte sterrenhemel zonder kunstlicht. De volgende ochtend werden
we gewekt door de nachtegaal, de meest algemene vogel die men hier
kan horen, en een fraai zonnetje. Snel enkele dia’s genomen
en daarbij gebruik makend van het ochtendlicht. Het bleek dat we
in een soort vallei waren beland die waarschijnlijk door een rivier
was uitgeslepen. Met dat materiaal is in duizenden jaren de Ebro-
delta opgebouwd. Ook zagen we veel kristallisatie verschijnselen.
Het schijnt dat men hier veel last heeft van verzilting. De volgende
ochtend was het:
Vrijdag, 28 april.
Tentje opgepakt en het
gebied verkent tussen Cote en Quito. We ontmoeten nog twee Duitse
jongens die wel Duponts hadden gezien. We hebben een paar uur gezocht
in het gebied dat ze aangaven, maar niks gezien dat leek op een
Duponts. Landschappelijk een fraai landschap, met overal zingende
leeuweriken, waarbij de kuif -en de kalanderleeuwerik algemeen zijn.
Ook de bijeneters waren weer terug en sommige waren al weer bezig
met hun holen. Een groot gedeelte van het Monegros gebied doorkruist.
Via Pina de Ebro naar Osera en Monogrillo => Castjon de Monegros
=> Busaraloz => Alborge. De tactiek was en is: regelmatig
stoppen luisteren en kijken op strategische punten. Ook in het veld
ons natje en droogje consumeren en tevens rondkijken. Weggetjes
inrijden die de meeste liever overslaan. Meestal wisten we niet
waar ze heen zouden leiden, omdat ze niet op onze kaart (schaal
1:400000) stonden. Het landschap was steppeachtig met veel steenhopen.
Veel irrigatiewerken. Met veel EU geld aangelegd? Veel nieuwe infrastructuur
waarbij gezellige oude weggetjes naast de nieuw aangelegde asfaltbanen
liggen. Iets ten noordoosten van Alborge ons tweede kamp opgezet.
Daar geslapen in een graanveld. Eén auto kwam die avond voorbij.
Vlak voor onze kampplaats, in de schemering, zagen we een tweetal
edelherten lopen. Nog net voordat het donker werd konden we ons
eten bereiden. Nachts hoorde ik de Bosuil roepen vanuit de verte.
Zaterdag, 29 april.
Het landschap met de bekende
tactiek doorkruist. We ontdekten hier zwartbuikzandhoeders. Een
hele groep die vanwege hun schutkleur bijna niet opvallen. s’Avonds
gaan ze drinkpoelen opzoeken en kan men ze zien vliegen en soms
ook horen. Onderweg kwamen we een paar meertjes tegen waar wat steltlopers
rondliepen, zoals bosruiter, kemphaan, groenpootruiter en tureluur.
Bij Laguna La Playa heb ik enige dia’s gemaakt van een oud
huis; hier ontmoeten we ook een tweetal jongens uit Bretagne. Die
waren hier met een grotere groep, maar zij waren geïnteresseerd
in vogels. We hebben vogelnieuwtjes uitgewisseld, maar we hadden
ook oog voor wereldse zaken zoals de olieramp met de Erica op de
Bretonse kust. Ze hadden ook nog een poeltje ontdekt ten zuidwesten
van Candasnos. Staat niet op onze kaart. Ze gaven ook een gebied
aan, valkbij de voornoemde Laguna waar ze kleine trappen hadden
gezien. De nacht ervoor hadden ze Moorse nachtzwaluwen gehoord en
dat werd ook even op de kaart ingetekend. Rob en ik besloten na
ampel beraad dat we het poeltje even zouden bezoeken en dan naar
het gebied van de nachtzwaluw wilden gaan. Eerst even naar een camping
wezen kijken in Caspe. Dat bleek een vergissing. Alleen een jachthaven
met beperkte kampeervoorzieningen hebben we aangetroffen. Twintig
km de verkeerde kant op was wel een camping, maar dat vonden we
zonde van onze tijd. We vervolgden onze weg en kwamen in een kaal
gebied terecht met bevloeiingskanalen. Daar troffen we naast veel
eksters ook de kuifkoekoek aan. We gingen het gebied in ten zuidoosten
van Candasnos richting Refugio de Pescadores, een verblijfplaats
voor vissers. Hier stond hun toevluchtsoord en het leek ons wel
een geschikte plek om onze tent op te zetten, totdat we er achter
kwamen dat hier de volgend dag een viswedstrijd zou beginnen. Omdat
deze gasten in de loop van de nacht al een stekje proberen te vinden,
leek het ons raadzaam een andere stek te zoeken voor onze broodnodige
nachtrust. Na een lange omzwerving, waarbij we op fraaie plekjes
kwamen langs een Embalse, (stuwmeer) vonden we eindelijk een leuk
plekje bij een moerassig gebiedje. Onderweg o.a. een gele wilde
tulp gezien. Hier kwaakten de groene kikkers de gehele nacht door,
maar daar konden we niet wakker van liggen. Hier zat o.a. ook een
waterral, steltkluten, strandplevieren en ruiters. Nachts hoorden
we de dwergooruil roepen. Kleine torenvalken broeden vlakbij in
een verlaten schuurtje. De volgende ochtend zag ik een groene specht
vliegen en even later hoorden we ook zijn kenmerkende geluid.
Zondag, 30 april
Op de vroege ochtend enige
druppels regen. Door de aanleg van nieuwe wegen wordt het gebied
steeds meer ontsloten. Grote irrigatiewerken, die het water onttrekken
uit de stuwmeren, zorgen ervoor dat er wat kan groeien. Dit alles
kost veel geld en we kwamen dan ook regelmatig de blauwe borden
tegen met de vijftien sterren van de EU. We vroegen ons wel eens
af waar het toe leidde: hier veel steun geven aan de boeren en bij
ons braakregelingen vanwege overproductie. Ook wordt een uniek gebied
op deze manier verwoest. Ook zeldzame vogels worden het slachtoffer.
Veel soorten kunnen hier niet leven, maar wel enkele bijzondere,
zoals twee soorten zandhoeders, twee soorten trappen, leeuweriken
en kleine torenvalk. Ook de gewone torenvalk komt hier voor.
Nadat we onze kamplaats hadden verlaten gingen we via bijna onbegaande
wegen, die nog geasfalteerd moesten worden, op weg en kwamen we
gelukkigerwijs uit in Candasnos. De grote weg A2 overgestoken en
via landweggetjes naar Ballobar. Halverwege deze weg linksaf geslagen.
Aan deze weg ontdekten we zwartbuikzandhoenders. De aantallen nemen
af in Spanje. Gegevens uit de Spaanse broedvogelatlas van 1997 geven
aantallen op van 27- 50.000 zwartbuiken en 5,5- 11.000 witbuiken.
Een meer gedetailleerd onderzoek uit hetzelfde jaar spreekt echter
over respectievelijk 9-11000 en 13- 14000 paar, wat een dramatische
achteruitgang zou betekenen.
Bij een poelje en een schaapsschuur hebben we koffie gezet. Het
weer was prachtig de lucht helder en windstil. Rob heeft hier kikkers
gefotografeerd.
Op een gegeven moment kwamen we weer op de weg naar Ballobar. Hier
in Ballobar kwamen we bij een overstort terecht van een stuwmeer.
Het was hier erg rustig op de zondagmorgen. Enkele opnamen gemaakt
in het dorp, benzine ingenomen en op weg naar Chalamera. Onderweg
fraaie, steile rotsformaties met veel gekleurde sedimenten. Hier
huist ook de zwarte tapuit en de raaf. Op de kerktoren zaten ooievaars.
Tegenover dit gebied een moerassig stuk met o.a.: kleine zilverreiger,
purperreiger, koe- en ralreiger. Ook de eerste en enige kleine karekiet
hoorden we hier. Via de A131 naar Sariñena. Daar bevindt
zich een flink meertje met: geelpootmeeuw, zwarte wouw, wilde eend,
fuut, kleine zilverreiger, purperreiger en koekkoek. Ook de griel
moet hier zitten, maar die waren we al op verschillende plaatsen
tegen gekomen. Rond het meertje ook wat bio-industrie. Veel zwarte
wouwen en maar weinig rode wouwen; ik schat dat maar 1 op de tien
een rode is. Meer naar het noorden toe wordt de verhouding anders.
Dan relatief meer rode, maar de zwarte blijft in de meerderheid.
Schatting één op drie. Uiteindelijk gingen we richting
Huesca. Bij een benzinestation gevraagd naar de camping en die bleek
aan de andere kant (westkant) van de stad te liggen. Rob had de
route goed in zijn kaartgeheugen geprent, zodat we moeiteloos de
camping “San Jorge”op reden. Het was zondag en we hadden
nog geen brood kunnen kopen. Even de stad ingelopen, maar geen enkele
panaderia was open. In Frankrijk is dat beter geregeld. Op de ommuurde
camping stonden enkele Spanjaarden om 1 mei te vieren; verder enkele
Nederlanders en Duitsers met een camper. Eerst hebben we ons maar
even opgefrist. Na drie dagen droegen we waarschijnlijk meer dan
een natuurlijke geur bij ons al hadden we nog geen last van elkaar.
Nadien zijn we nog even in zuidwestelijke richting gereden en daar
nog een meertje bezocht. Daar gele kwikstaarten en overal zwaluwen
en het geluid van de nachtegaal. Op vochtige plekken het geschetter
van de Cetty’s zanger.
Maandag, 1 mei.
In de ochtend was het 12
graden, later op de dag werd het warm.
De Spanjaarden vieren feest en wij zitten zonder brood. Via de de
servico ( zeg maar ventweg) evenwijdig langs de snelweg richting
Zaragoza gereden. Bij Almudévar en de A1207 naar het Embalse
(stuwmeer) Sotonera gereden. Diverse keren gestopt om wat ochtendzang
op te vangen, maar die is hier lang niet zo uitbundig als in Nederland.
Waarschijnlijk bereiken bepaalde tuinsoorten bij ons een maximale
bezetting door een voldoende voedselaanbod in de tuinen bij ons.
De merelzang in hier wel maar stelt weinig voor. Het is hier nog
een schuwe bosvogel. Evenals de zanglijster; je moet erg je best
doen wil je er eentje horen. Wel in de naaldbossen in de buurt van
het stuwmeer zwarte mees, staartmees en vuurgoudhaantje. Bij het
ontbijt kwamen daar nog bonte vliegenvanger, orpheusspotvogel, cetty’s
zanger en fitis bij. Ook het geluid van de nachtegaal gaat de gehele
dag door. Ook op de achtergrond zijn de geluiden van de hop en bijeneters
niet uit de lucht. Bij het stuwmeer enkele leuke plantjes op de
dia gezet, waaronder mosgal, dennenappel, zonneroosje, vlas en een
soort gras. Onderweg bij een verlaten treinstation ook fraaie weitjes
met gele bloemen en rode papaver. Na een stuk doodlopende weg moesten
we weer terug en gingen we richting Piedratajada => Valpalmes
=> A125 => Ardisa er vlak voor richting Tormos. Je moet dan
over de stuwdam van de Embalsa de Ardisa, waar we dia’s van
hebben gemaakt. Over het algemeen stond het water in de stuwmeren
behoorlijk hoog. Bij de stuw zagen we nog fraai een slangenarend.
Vandaar via de A1207 naar Ortilla =>Esquedas =>A132 =>
Huesca camping. Om even over zeven waren we op de camping.
’s Avonds op de camping
het luide monotone geluid van de veenmol (Gryllotalpidae gryllotalpa).
te beluisteren. Ik heb er één gevangen en de volgend
ochtend op de dia gezet. Hij behoort tot onze grootste insecten,
met een lengte van 35 tot 50 mm. Hij heeft een bruine kleur en is
bedekt met fijne haartjes. Een goed kenmerk zijn de grote voorpoten
waarmee hij gangen in de grond graaft. De voorvleugels zijn kort,
maar de achtervleugels zijn normaal ontwikkeld. Ze kunnen vliegen.
De “zang’’ komt van de mannetjes en is een striduleren
als de krekels hun vleugels langs elkaar strijken. Bij ons komen
ze wel voor in het westen van het land. Daar ze van water houden
vinden we ze dan soms in veengrond, zelden op kleigrond. Het vrouwtjes
legt 200 – 300 eieren in een ondergronds nest. Ze bewaakt
de eieren hetgeen opmerkelijk is bij insecten. Ze zorgt zelfs enige
tijd voor de jongen. De jonge dieren verlaten na een maand het nest
en eten dan van plantenwortels (schadelijk) en insectenlarven. Ze
kunnen wel twee jaar als nymfe voorkomen en dan pas volwassen worden.
Ze komen ook nog in Nederland voor, vooral in veengebieden in het
zuidwesten van het land. Eten meestal andere insecten, maar kunnen
schadelijk zijn als ze met plantenwortels beginnen van cultuurgewassen.
Dinsdag, 2 mei
In de ochtend 12 graden,
overdag 28 graden bij zonnig weer. In de bergen wat koeler.
Vandaag naar Salto de Roldan. Via de N 330 en dan de afslag Sabayes.
We klimmem hier flink en op een gegeven moment komen we een bord
tegen dat zou kunnen betekenen dat we niet verder mogen. Dat zou
betekenen een km lopen naar het hoogste punt. Dan maar door rijden
en daar met een prachtig uitzicht op tientallen vale gieren en enkele
aasgieren ons (lekkere) broodje opgegeten. Ook de lammergier moet
hier broeden, aar we hebben hem niet gezien. De gieren kwamen vlak
bij ons langs, omdat ze net van de rotsen afkwamen en probeerden
hoogte te winnen in een thermiekbel. Verder hier vrij algemeen de
roodborsttapuit, kneu en Europese kanarie. Ook enkele grijze gorzen
en met enig geduld grasmussen, nl. baard - en provencaalse grasmus.
Diverse rode rotslijsters. Via een bijna onbegaanbare weg naar het
embalse Belsué gereden. Daar hield de weg op en moesten we
moeizaam keren en een stukje terug rijden. Via het spookdorp Belsué,
dia’s genomen, zijn we weer op de grote weg beland. Vlak voor
het dorp ging het nog bijna mis. Het dorp lag voor ons, maar een
grote plas leek de doorgang te blokkeren. We hadden al eerder vast
gezeten, dus we waren gewaarschuwd. Ik stapte uit en inspecteerde
de diepgang en ondergrond. Het alternatief was niet aantrekkelijk:
enkele km in zijn achteruit op een kronkelend pad en daarna nog
een tiental km naar ons beginpunt van onze koffiestop. Ik adviseerde
met een gangetje er door heen te gaan en dat lukte. Bij een oude
brug zaten wat hagedissen die ons te snel af waren. Hier ook stengelloze
- en slankesleutelbloemen. Via Arguis weer in de bewoonde wereld
terug gekeerd. Via Apies terug naar Huesca. We hebben vandaag een
zeer fraai gebied bezocht!
Woensdag, 3 mei.
Temperatuur twaalf graden, overdag 25 graden. We konden nog geen
brood krijgen de panaderia was nog niet open. Vertrek uit Huesca
nadat we hier drie nachten hadden gestaan. De veenmol eerst nog
even op de dia en een nachtvlinder meegenomen. In Ayerbe hebben
we brood gehaald. Daarvoor nog een fraaie orchidee op de dia gezet.
Via de afslag in Ayerbe richting Sarsamarcuello naar de bovenkant
van Los Mallos bij Riglos gereden. Hier bij de ruïne zaten
de vale gieren al op ons te wachten. Enkele leuke opnamen kunnen
maken, ook vliegbeelden. Dit is een zeer fraai punt met uitzicht
op de rotsen waar ze de nacht doorbrengen en ook broeden. Ze liggen
op het oosten zodat de gieren met weinig moeite kunnen vertrekken.
We hadden hier o.a.: tientallen vale gieren, 5 aasgieren, 2 zwarte
tapuiten, blauwe rotslijster, baltsende rode rotslijster, kneu,
zwarte roodstaart en nestelende alpenkraai. Rob ontdekte een voorbij
trekkende wespendief, onze enige die we zouden zien. In een gedeelte
van het oude kerkgebouw waren ze bezig met restauratie werkzaamheden.
We zijn nog iets verder gereden en dat bracht ons bij een (op)gemetseld
uitkijkpunt van Icona. Daar ontmoeten we Nederlanders te paard.
Met een Franse gids trokken ze door de Pyreneeën te paard,
ca. 50 km per dag en overnachten in hotels. Kost vast meer dan ons
verblijf bij de boer. Hier enkele opnamen gemaakt van de nachtvlinder,
waarschijnlijk Cucullia umbratica. Leeft op melkdistel en sla. In
gebieden met struikgewas, tuinen en braakliggende grond.
Op de terugweg een plaatje gemaakt van de openbare begraafplaats
die bovengronds was aangelegd. Op de terugweg nog fraaie opnamen
gemaakt van rode papaver in een boomgaard. Op de rotsen zagen we
plotseling beide een silhouet van een grote vogel staan. Het leek
wel een beeltenis. Kijker erop en het bleek een steenarend te zijn.
Hij liet zich goed bekijken en vloog vervolgens enkele rondjes majestueus
om ons heen. In Ayerbe lekker brood gehaald en met uitzicht op de
rode rotsen ons middagmaal genuttigd. Deze worden helaas ook nog
beklommen en dat is natuurlijk voor de vale gieren erg verstorend.
Onze weg vervolgend kom je tijdens een stop toch altijd wel weer
iets tegen dat de moeite waard is, zoals een grote sprinkhaan die
we op de dia gezet hebben. Hij was nogal springerig, maar een koud
bad in de rivier koelde hen voldoende af. In de bekende driehoek
Puendeluna =>Valpalmas en Piedratajada naar de grijze wouw gezocht.
Die hebben we niet gevonden, wel een fraaie slangenarend die een
slang oppikte. Onderweg gestopt bij een rivier waar we een grote
sprinkhaan ontdekten. Hij was nogal springerig, maar een verkoelend
bad bleek een rustgevend effect te hebben op dit koudbloedige dier.
Het bleek te gaan om een bloemkoolsprinkhaan (Anacridium aegyptium).
Komt voor op struiken en bomen in warme, droge gebieden. Richt weinig
schade aan en maakt weinig of geen geluid. Wordt wel aangevoerd
met groenten vanuit Zuid-Europa. Mannetjes ca. 35 mm lang, vrouwtjes
50 tot 65 mm. Wij hadden met laatstgenoemde te maken.
Uiteindelijk belanden we op de camping Perineos, ten westen Jacca
aan de rio Aragon. Nu veel vaste staanplaatsen en hotelaccommodatie
op deze camping. We hadden op de camping: vuurgoudhaan, draaihals
en grote bonte specht. Nachts de dwergooruil die we ook een keer
hebben zien wegvliegen bij de poort. Als je het geluid hoort dan
ook bedacht zijn op geluiden die de vroedmeesterpad maakt. Die lijken
erg op elkaar. Onderweg nog een kolibrievlinder gezien, maar die
was helaas snel weer vertokken. Avonds nog even naar de oehoe plek.
Daar wel een wegvliegende bosuil gezien.en een rondtrekkende Engelsman
ontmoet.
Donderdag, 4 mei (Perineos)
We mochten pas om acht
uur van de camping dus daarom eerst maar ochtendwandeling. Dit leverde
gelijk een visarend op, waarschijnlijk op doortrek. Verder een zanglijster,
grote bonte specht en draaihals. Laatstgenoemde wekte ons meestal
ochtends. We hadden brood besteld bij het restaurant, maar dat werd
pas om halftien afgeleverd en dat was veel te laat voor ons. Bij
Punta de la Reina is een tankstation en 300 meter (geen 200 meter)
verderop is een bakker. Langs het stuwmeer naar Foz de Lumbier.
Daarvoor hadden we al inkijk vanaf de zuidkant. Hier, bij Liédena
bevinden zich de restanten van een Romaanse nederzetting. Na enkele
keren linksaf te zijn gegaan, langs nieuwe wegen, konden we de kloof
binnenrijden. Dat is niet de bedoeling. Wat vroeger kon kan niet
meer. Ervoor is een parkeerterrein en in de zomer moet je betalen
en dan pas mag je erdoorheen wandelen. Wij zijn er met de auto doorheen
gereden, maar het is waarschijnlijk de laatste keer dan een personenauto
zich tussen de braamstruiken heen worstelt. In de kloof veel vale
- en aasgieren, rotsmus, rotszwaluw vlak bij de ingang en goed te
fotograferen. Verder raven, blauwe rotslijster, rotsduif en kleine
torenvalk. Hier staan ook fraaie leeuwenbekken. We hebben hier koffie
gezet en een broodje gegeten. Zo konden we alle fraais rustig in
ons opnemen. De lucht betrok wat en er viel een spatje regen. Door
de kloof heen kwamen we in een gebied dat agrarische extensief in
gebruik was. Langs de kant was ruimte voor orchideeën. Daar
hebben we een aantal van op de dia gekregen, o.a. spinnenorchis.
Daarna via het Ansodal (Valle de Anso) omhoog. Onderweg een dwergarend
lichte fase. Zeer fraaie kloof met waterspreeuw en grote gele kwikstaart.
Vlak onder het dorp Anso de oversteek gemaakt naar het Echodal.
Op deze weg lag een kleine slang op de weg te zonnen op het donkere
asfalt. Dat vonden we niet een geschikte plaats dus hebben we hem
zo ver gekregen dat hij het struikgewas opzocht. Vanaf het dorp
Echo (Hecho) kun je nog 18 km omhoog. Daarna is de boel, vlak achter
een waterval, afgesloten met een slagboom. De grote kei die hier
midden op het pad nog lag in 1994 was weggehaald. Onderweg diverse
opnamen gemaakt van het landschap. Diverse waterpiepers aangetroffen
en een aantal geelgorzen. Het was al bijna donker toen we weer terugkeerden
naar het dorp Echo. Vanaf Echo hebben ze een nieuwe weg aangelegd
naar Puenta la Reina. Het was al bijna helemaal donker toen we bij
de camping aankwamen dus besloten we maar door te rijden naar de
locatie van de oehoe. Daar geen oehoe gezien of gehoord, wel een
Engelsman en een (waarschijnlijk) wegvliegende bosuil. Om ca. tien
uur terug op de camping. We hadden geen zin meer in eten koken,
wel in een biertje.
Vrijdag, 5 mei
Het was de bedoeling om
via Jacca naar Odese te rijden. Bij Jacca even niet opgelet en derhalve
kwamen we op de weg naar Oroel. Daar hebben we een gebiedje bezocht
dat zeker de moeite waard is. We kregen daar drie slangenarenden
in beeld die territoriaal bezig waren. Bij een stop hoorden we ook
onze eerste boomklever. Mooi oranje onderbuik hebben ze hier. Ook
een paar keer de klapekster (Lanius excubitor) gezien. Deze staat
thans bekent als de zuidelijke klapekster L.e. meriodinalis en is
tot een aparte soort verheven. Deze klapekster heeft een mooie licht
grijsroze onderzijde en donkergrijze bovenzijde. Terug naar onze
oorspronkelijk route. Langs de Rio Gallego leidt de weg naar Biescas.
Vanaf daar een kronkelweg naar Torla. Vanaf deze weg hebben we een
dorpje Broto aan een bergriviertje op de dia gezet. Toen door naar
Torla waar we brood gekocht hebben. Het is er allemaal erg smal
en nauw. Er gaat gelukkig ook een weg om het dorpje heen. Daarna
de weg naar Odese genomen, waar we onderweg fraaie plantjes tegenkwamen
en het (grootbloemige) vetblad (Pinguicula grandiflora ) op de dia
gezet hebben. Deze vleesetende plantjes vangen kleine insecten en
groeien derhalve op zure, voedselarme milieus. Ook de impact van
een lawine (avalange) op dia vastgelegd. We hebben de auto op het
grote parkeerterrein gezet, nadat we even het bezoekerscentrum hadden
aangedaan. Op het ruime parkeerterrein, waar je zomers alleen met
bussen naartoe vervoerd kan worden, hebben we ons broodje genuttigd.
Weer enkele spatjes regen, maar het klaarde al gauw weer op met
fraaie stapelwolken. We zijn een klein stukje het park ingelopen
en o.a. de zwarte mees op de dia gezet. De rangers hebben hier motoren
tot hun beschikking om het gebied te controleren. Odesa was het
eerste N.P. van Spanje en trekt duizenden toeristen. Daarna bij
de rotonde een mooie vallei in gereden die eigenlijk was afgesloten
omdat ze met de weg bezig waren. We reden richting Bujaruelo; daar
bevinden zich ook nog twee campings die beide nog waren gesloten.
Deze vormen echter wel prima startplaatsen voor looproutes (G.R.)
in de bergen. Je kunt van hieruit gemakkelijk naar Gavarnie in Frankrijk
lopen via een oogverblindend mooi landschap. En dat de lucht nog
zuiver is bewijzen de grote plukken baardkorstmossen. (Usnea’s);
in deze vallei fraaie waterpartijen. Op het eind bevindt zich de
camping San Anton. Met de auto kun je niet verder. Langs de snelstromende
beek: waterspreeuw en grote gele kwikstaart. Bijna op het eind aanschouwden
we een fraai schouwspel tussen twee rivaliserende steenarenden.
Op de terugweg enkele T shirts gekocht. In deze winkel kan men van
alles kopen wat met de bergsport heeft te maken. Om 19.15 weer terug
op de camping.
Avonds nog een biertje gedronken met Alan Prescott de inmiddels
bekende Engelsman. Hij woont in de buurt van Manchester en was wel
vaker in de Pyreneeën geweest. Hij had ook nikon spullen; nieuw
was zijn Wimberley kop op zijn statief. Een uniek geheel dat de
camera en de lens vrijelijk kan laten bewegen. Vooral geschikt bij
vliegbeelden. Ca. 300 pond maar dan heb je ook wat. Informatie bij:
www.tripodhead.com.
Zaterdag, 6 mei.
Alan had de vorige dag
twee uur staan wachten bij het tweede tunneltje voorbij Echo. Het
wachten werd beloond met twee rotskruipers!
De volgende ochtend de spullen opgeruimd. De tent was nog nat, omdat
we de vorige avond een beetje regen hadden gehad. Alan was de vorige
avond nog even naar de oehoe plaats geweest, maar had alleen een
wild zwijn (wild boar) gezien. Alan zou ook weer naar de rotskruipers
gaan en we zouden elkaar daar ontmoeten. Vlak voor het twee tunneltje
stond hij al op wacht en had nog niks gezien. Wij stapten uit en
keken even om ons heen en wisselde even de jongste informatie uit.
Daar we wel een tijdje zouden moeten wachten gingen we koffie zetten
en een broodje eten. Daarmee doende attendeerde Rob ons op de rotskruiper,
zijn eerste waarneming van deze soort, maar natuurlijk onmiskenbaar.
Hij heeft een specifieke fladderende vlucht met openslaande, trekkende
vleugels. Met zijn gebogen snavel speurt hij naar insecten in spleten
en richels. Komt vaak voor in de buurt van water en vaak boven de
boomgrens. Hier ook nog grote gele kwikstaart en waterspreeuw. Een
uniek plekje dus. De tunnel bevindt zich een tweetal km na de eerste
tunnel voorbij Echo. Daarna afscheid genomen van Alan en zijn we
naar het Anso dal gereden. Daar nog fraaie opnamen gemaakt van een
oude brug. Via een kleine grensovergang, Belagua en Pierre St. Martin
(1760 meter) zijn we Frankrijk binnen gekomen. Onderweg hadden we
natte sneeuw en hagel met prachtige luchten en fraai licht. Onderweg
ook onze eerste alpenkauwen in de sneeuw. Hier ook een geelster
soort. Zingend de heggenmus en de vink. Ook de zwarte roodstaart
voelt zich hier nog prima thuis. Om 17 uur zijn we gaan rijden via
Pau. Daarna tot even boven Bordeaux gereden en daar gegeten. We
hadden de snelweg te pakken en om tien uur ben ik gaan rijden om
het eerste stuk van de 550 km naar Parijs af te leggen. Volgens
schema kwamen we rond een uur of negen in Niedorp aan. Ak hadden
we kunnen bereiken en die had de koffie klaar. Vermoeid maar zeer
voldaan hebben we de zondag besteed aan opruimen en bijpraten met
vrouw en kinderen.
Appendix
De gefotografeerde hagedis blijkt een Roodstaartfranjeteen-hagedis
(zeer waarschijnlijk) Acanthodactylus erythrurus zijn. Deze franje
aan de poten is bij de Europese soorten niet duidelijk aanwezig.
De functie van deze franje is dat ze de pootoppervlak vergroten
en gemakkelijker over het zand kunnen lopen, een soort sneeuwschoen
effect. De kop is tamelijk groot. De staart is tweemaal de kop –
romplengte, die 7,5 cm is. Totaal kom je dus boven de twintig cm
uit. Zeer veel variatie is tekening. Leeft op de grond, op zandige
vlaktes en in gebieden met schaarse vegetatie van struiken. Niet
bijzonder schuw, maar kan bij verstoring over een lange afstand
wegrennen. We konden hem rustig op de plaat zetten en dicht benaderen,
maar plots had hij er genoeg van en sprintte weg. In rusthouding
is het bovenlichaam vaak opgericht. Komt op het Iberisch schiereiland
voor, behalve in het noorden, er verder in Noord Afrika en het Midden
Oosten.
Bron:
Arnold, E.N. e.a. 1978. Elseviers Reptielen – en Amfibiëngids
(plaat 17)
Blamey, M. 1992. De Geïllustreerde Flora. Thieme
Zoogdieren:
Edelhert (2)
Konijn, diverse
Vleermuis
Vos 2x
Planten
Vergeten druifhyacint
Juffertje in het groen (Nigella
Frans Vlas Linum narbonense (op dia)
Grote maagdenpalm (Vinca major)
Italiaanse ossetong (Anchusa azurea)
Rozemarijn
Echte Salie (Salvia officinalis)
Kleine artisjok (Cynara
Wilde tulp, gele kleur (op dia)
Barbarijse Vijg (Opuntia
Tondervenkel
Middagbloem (Carpobrotus edulis)
Mariadistel ( op dia) Silybum
Juncus acutus (s.l.) Russenfam.
Bilzekruid (Hyoscyamus niger) nachtschadefam.
owzijlstra
|