Noord-Spanje

About Me

Onderwerpen Noord Spanje

Noord-Spanje

Zweden

Lesbos [1999]

Lesbos [2002]

Zwitserland

Polen

Noorwegen

Ebro

Bargerveen

Hongarije

Frankrijk [2003]

De Wieden

Zuid-Afrika

Havelland @ Müritz

Pyreneeen

Noordoost-Spanje

Hongarije

Weser

Helgoland

Falsterbo

Spanje

 

 

 

Vogelen van hoog naar laag in Spanje.


In het voorjaar van 2012 zijn we naar diverse gebieden gereisd in het noordoostelijke deel van Spanje. Wij, mijn broer Jouke en ik, zijn op woensdag 9 mei vertrokken en op woensdag 23 mei weer teruggekeerd. Op de heenreis zijn we langs de westelijk tolwegen gereden. Via de nieuw aangelegde snelweg bereikten we al snel  Pau en dat ligt al aan de voet van de Pyreneeën. Hier in de buurt hebben we van een korte maar weldadige nachtrust genoten in de VW5 bus die toen even als camper was ingericht. Via de Col du Portalet (1794 m) bereikten we de Spaanse grens. Sommige dingen herkende ik omdat ik hier eerder was geweest met Jan Smit. Dat was in 1986. In 1985 waren we hier al eens geweest met Jack en Judith. Toen ten westen bij Jacca gestaan en Torla in de Ordesa. Nynke werd toen vier. In 1994 met Jelle en Jan hier geweest en in 1998 met Rob naar de Ebrodelta geweest. Bovendien met ik met Rob in mei 2000 ook naar Huesca en Zaragoza geweest. Onderweg verschillende keren gestopt om het indrukwekkende landschap met steeds meer sneeuw op de foto te zetten. Bij de grensovergang heb ik nog Alpenmarmotten op de plaat gezet en een tapuit in een besneeuwd landschap. Onze eerste reisdoel was Panzano in de Sierra de Guara.


SPANJE

Spanje neemt het grootste deel van het Iberisch Schiereiland in, gelegen in het zuidwesten van Europa. Met een oppervlakte van 505.955 vierkante kilometer, komt het land in grootte op de derde plaats binnen het geheel van het Europese werelddeel, na Rusland en Frankrijk. Van genoemde oppervlakte behoort het grootste gedeelte (493.484 km2) tot het schiereiland en hieraan dienen toegevoegd te worden de eilandengroepen van de Balearen in het oosten (4.992 km2) en de Canarische Eilanden (7.447 km2) die zich op meer dan duizend kilometer afstand van het zuidelijkste punt van het schiereiland bevinden, tegenover de kust van Afrika. Ook Ceuta en Melilla, twee steden in het noorden van Marokko, horen bij Spanje.
Binnen het Europese continent ligt het Iberisch Schiereiland, met maar 14 km scheiding, het dichtste bij Afrika. Via de Atlantische Oceaan is het land op Amerika gericht, waaraan een bijzondere strategische waarde toegekend wordt. Dit verklaart waarom Spanje een fundamenteel ontmoetingspunt geweest is in de geschiedenis van verschillende culturen en beschavingen. Het land maakt dus deel uit van het peninsulaire zuiden van Europa en in het bijzonder van het Middellandse Zeegebied.

Zoals vastgesteld in de Grondwet van 1978, is Spanje een sociale en democratische rechtstaat, met een parlementaire monarchie als politieke vorm. De hoofdstad is Madrid, waar de Koning en de Landsregering gevestigd zijn. Ook bevinden zich daar de wetgevende (Eerste en Tweede Kamer) en rechtsprekende machten.
Tegenwoordig bestaat de Spaanse Staat uit zeventien Autonome Gemeenschappen. Elke autonome gemeenschap is weer opgedeeld in Provincies. Zo bestaat Aragon uit Zaragoza, Teruel en Huesca. Een provincie is weer opgedeeld in gemeenten. Het natuurgebied de Sierra de Guara ligt op de grens van de gemeenten Somontano en Sorbarbre.

Om enig houvast te hebben even een overzicht per dag.

Donderdag, 10 mei. De grens over gegaan en via Huesca het middelgebergte in richting de camping Panzano. Voor en op de grens foto’s van landschappen genomen en alpenmarmotten; bovendien een tapuit. Hier ook een mooie flora met o.a. gentianen. Via Sipán verder omhoog en onderweg zagen we al mooie Bijeneters, Grauwe Gors en een Slangenarend die van zijn slang werd beroofd door en Zwarte Wouw. Dit was een erg mooi schouwspel. De zwarte wouw had twee aanvallen nodig om de slang van de arend af te pakken. Daarbij viel het me op dat de arend geen enkel verzet bood. De wouw vloog er mee weg en landde er even verder mee op een stuk rots.  Daardaa
De alpenmarmot (Marmota marmota) is een knaagdier uit het geslacht van de marmotten (Marmota). Hij komt oorspronkelijk voor in de Alpen, maar is in meerdere Europese berggebieden uitgezet. Komen ook voor in de Pyreneeën vooral op zuidhellingen tussen de 1600 en 2400 meter.
Kenmerken
De Alpenmarmot heeft een compact gebouwd lichaam, een grote kop en korte poten. De voorpoten hebben vier tenen en de achterpoten vijf. De kleine oren zijn vrijwel geheel in de huid verborgen. Zijn huid bestaat uit een zeer dikke vetlaag die hij gebruikt als voedselreserve bij de winterslaap. De dikke, zachte vacht houdt het dier dan warm. Ook de staart is dichtbehaard. De kleur van de vacht varieert van grijs tot geelachtig bruin. Aan het begin van de zomer, in juni en juli, soms in augustus, is de marmot in de rui. Een volwassen alpenmarmot is tussen de 47 en 57 centimeter lang. De staart is nog eens een 15 tot 20 centimeter lang. Zijn gewicht varieert door het jaar maar in september, wanneer hij het zwaarst is, kan hij tussen de 4,3 en 6 kilogram wegen. In de lente wegen ze ongeveer drie kilogram. Mannetjes wegen meer dan vrouwtjes.
Gedrag
De alpenmarmot voedt zich met grassen, kruiden en zeggen. Soms eet hij ook bloemen, onrijpe vruchten en wortels. Het is een dagdier, dat in de regel de gehele dag door actief is. Op zeer warme dagen komt hij echter alleen 's ochtends en 's avonds tevoorschijn. Alpenmarmotten leven in een familiegroep in een diep, uitgebreid gangenstelsel. Een groep bestaat uit twee tot twintig dieren, bestaande uit een dominant paartje en hun nakomelingen uit verscheidene jaren. Ook zijn er zwervers, die geen vast woongebied hebben. Bij gevaar laten ze een korte, scherpe, fluitende alarmroep horen, waarna alle marmotten het gangenstelsel invluchten. De nestkamer, waarin de dieren slapen, ligt zeer diep, en is bekleed met gras. De ingang van de nestkamer wordt afgesloten tijdens de winterslaap, die duurt van oktober tot april. Meerdere dieren liggen bij elkaar tijdens de winterslaap. Tijdens de winterslaap kan de lichaamstemperatuur dalen tot een temperatuur van 5°C. De alpenmarmot is dan ook befaamd om zijn winterslaap; hier komt de uitspraak 'slapen als een marmot' vandaan. De paartijd valt in april en mei. Twee tot zes jongen worden na een draagtijd van 34 dagen in mei en juni geboren. Ze worden veertig dagen lang gezoogd. De dieren zijn na de tweede winterslaap geslachtsrijp, maar zullen zich pas in de derde zomer voortplanten. De alpenmarmot wordt maximaal 15 à 18 jaar oud. Natuurlijke vijanden zijn onder andere de steenarend, oehoe en vos. Jonge dieren vallen ten prooi aan raaf, havik en steenmarter. Vroeger werden ze ook door de mens gedood.
 Verspreiding en leefgebied
Ze komen voor in de Alpen, en zijn van daaruit succesvol ingevoerd in de Pyreneeën, de Karpaten, het Zwarte Woud en de oostelijke Alpen. Daar leven ze in alpenweiden boven de boomgrens, tussen de 600 en 3200 meter boven zeeniveau. Ze leven voornamelijk op de zuidkant van steile rotsige heuvels. Dieren die leven op een zuidelijke helling verliezen tijdens de winterslaap minder vet en zijn beter in staat om de winter te overleven, maar dieren op een noordelijke helling hebben daarentegen minder last van de zomerse hitte.
Vrijdag, 11 mei. We hebben de buurt verkend. Richting Aguas gereden en regelmatig gestopt. Een Rotsmus wilde wel even poseren in mooi ochtend licht. Vlak voor Ayera was een familie bijeneters actief om een nest uit te graven. Op het plaatselijke kerkhof, van het overigens bijna uitgestorven dorp, zat nog een Roodkopklauwier. De Aasgier had zijn snavel vol met iets, maar die kwam wel mooi over. Ook de vale gieren hangen overal in de lucht als de zon zijn werk heeft gedaan. In de schaduw van een rots hebben we koffie gezet. Al snel kwamen er wat nieuwsgierige rotszwaluwen op de rand zitten. Verder een stuwmeer bezocht waar enige verwilderde geiten liepen. Ook de rode wouw komt hier veel voor al is de zwarte wouw talrijker. Bij Salto de Roldan zaten beide lijsters: de rode- en de blauwe rotslijster. De rode rotslijster zoekt het gemiddeld  wat hogerop in de bergen. Avonds ben ik  nog even naar Santa Cilia gereden. Daar gaat het morgen gebeuren. Op de camping kunnen we gelukkig een koud biertje halen, want het weer is weer warm.
Zaterdag, 12 mei. ‘s Ochtends vroeg  bemerkten we een aantal wilde zwijnen achter de camping. Maar helaas hadden ze ons ook snel in de gaten en weg waren ze. Ook de vogels hebben hier hun natuurlijk schuwheid nog niet afgelegd en dat komt mede doordat de jachtdruk op sommige soorten hoog is. De geluiden van nachtegaal en bijeneters vermengt met het geluid van de grauwe gors is niet van de lucht. Om negen moesten we ons verzamelen voor de camping (restaurant), maar het werd tien uur voordat Manuel Aguilera arriveerde met zijn karretje slachtafval. Er stonden nog een tiental mensen te wachten die mee wilden naar de voedering van gieren. Omdat hij dit al tientallen jaren doet zijn de gieren aan hen gewend. Vanaf Panzano naar Santa Cilia is ongeveer 6 km rijden. Vlak voor het dorp is nog een klein parkeer terreintje en ook daar stonden een aantal mensen klaar om mee te gaan. Ze moesten zich bij ons aansluiten en in kolonne ging het door de nauwe straatjes van Santa Cilia omhoog naar een gelegenheids P waar we de auto konden neerzetten. Manuel kon met zijn aanhang­wagentje nog even verder rijden en ook een paar mensen die slecht ter been waren konden nog ongeveer een kilometer mee rijden. Wij te voet er achter aan. Het aantal gieren steeg met de minuut! Toen werd het slachtafval overgeladen in kruiwagens en volgden we nog enkele honderden meters een smal pad langs de berghelling. Daar aangekomen werden we door de grote leider geïnstrueerd. Geen statieven mee en niet praten en geen gekke bewegingen maken. Als we daar aan voldeden zouden we gieren zien en zelfs bijna kunnen aanraken. Alles ging goed en de grote hardware moesten we daar achterlaten op ongeveer honderd meter. Toen nog een kleine honderd meter en daar werd ons een plek gewezen waar we moesten gaan zitten. Het aantal gieren nam steeds meer toe en op de rotsen voor ons zaten er al een honderdtal. Manuel had inmiddels zijn oranje jasje aangedaan, omdat ze dat gewend waren. Het is een min of meer geritualiseerd gedrag wat de gieren is aangeleerd: elke twee weken worden ze hier gevoederd door een kleine man met een oranje/rood hesje aan. Manuel joeg de gieren eerst even de berghelling op om vervolgens met de kruiwagen vol met lekkernij nog een stukje door te kunnen. Daar werden de plastic zakken uit geladen en de buit verdeeld. De gieren storten zich er massaal op en met name de tweede kruiwagen kwam niet ver, omdat de gieren hem al snel overvielen en het slachtafval binnen de korstte keren op was. En daarmee was de tweede schranspartij begonnen. De brutaalste schrokten het meest naar binnen. Binnen vijf minuten was alles op. We konden leuke plaatjes maken. Manuel vertelde wat in het Spaans over de bescherming en dat de gierenstand bedreigd werd door ziekten die het vee had etc. Ook EU regelgeving was er debet aan dat de gierenstand afgenomen is. We trokken ons terug op de honderd meter en toen kwamen ook enkele andere gieren even een kijkje nemen: de aasgier en de lammergier. Deze laatste is met name  geïnteresseerd in de botten. Ook vlogen er een paar raven rond. We konden nog mee naar een museum, maar gezien onze beperkte kennis van het Spaans hadden we daar niets te zoeken. Voor twee personen waren we 40 euro kwijt. We gingen terug en hebben lekker even een kop koffie gezet. Achter ons op de camping was een bergfluiter actief. We hebben afgerekend er gingen op weg naar onze tweede camping San Jorge aan de westkant van Huesca.
Zondag, 13 mei. We hebben route 5 genomen van de Crossbill over de Pyreneeën. Mooie plaatjes gemaakt van Ooievaars op verschillende nestplaatsen. Ooievaars op de kerktoren van Trameced.  Via een binnen weggetje kwamen we een jonge Kuifkoekoek, ringmussen en Cettys zanger tegen. Van die laatste heb ik nog een paar foto’s kunnen maken. Bij het meer (la Laguna) van Sariñena zagen we nog een Duinpieper en Kleine Plevier. We hoorden Graszanger en Nachtegaal. Bruine Kiekendief en Purperreiger vlogen over. Via Sena weer terug naar Huesca.
Maandag, 14 mei. Route 13 uit de Crossbill.  Op tijd weg omdat we eerst een kleine 70 km moesten rijden via de A 132 naar het begin van het brede uitgeslepen dal. De temperatuur (autosensor) daalde onderweg tot 4,5 graad en daar zaten we in onze korte broek. Onderweg toch een paar keer er uit om landschappelijk wat vast te leggen. Bij Puente la Reina de Jacca  konden we de rivier de Aragon oversteken en het Hechodal bereiken. Onderweg kwamen we een mooie rode wouw tegen die nog wat slaperig was en nog volop gaapte. Misschien was dat de reden dat hij mooi in het ochtend zonnetje bleef zitten. Verderop nog fraai een Grauwe Klauwier en een Roodborsttapuit op de plaat gezet. Bij een boerderij zaten een aantal aasgieren, maar die hadden mij ook snel in de gaten. Het Hechodal is een breed dal in het begin en daar is ook nog wat agrarische bedrijvigheid. Zes kilometer voorbij het dorp Hecho gingen we rechtsaf richting camping en Gabardito. Na een stevige klim van 7,5 km bereikten we een prachtig gelegen alpenweitje waar we echt genoten hebben van de rust. Rechts in de hoek begint een wandelroute waar na twintig minuten lopen een rotskruiper broedt (m.m. Engelsman). Dat hebben we niet gedaan, wij hebben hier ontbeten in alle sereniteit die je kunt bedenken. We hoorden een zwarte mees en zagen een overvliegende Lammergier. Bij het schuurtje een muurhagedis. In de oude loofbomen had de Engelsman een Zwarte Specht gespot. Na een rustig uurtje en mooie plaatjes geschoten te hebben zijn we weer afgedaald en hebben het Hechodal verder verkend. Langs de begeleidende rivier zagen we herhaaldelijk Grote Gele Kwikstaart en Waterspreeuw. Op het eind van het dal, althans voor de auto, hebben we nog korte stop gemaakt. Onderweg nog mooie plaatjes kunnen maken van het Alpenmarmot die naar ons toe kwam rennen. Bij een bruggetje over de rivier kon ik nog mooie plaatjes schieten van de grote gele kwikstaart en waterspreeuw, al was het licht wel wat hard!
Dinsdag, 15 mei. We hebben route tien van de Crossbill opgepikt, navigatie ingesteld en weg waren we. Het was een koude nacht geweest op de camping en de ochtend temperatuur bleef steken op 5 graden. Via Ayerbe naar Sarsamarcullo gereden. Onderweg fraai een tapuit in het ochtendzonnetje en een Westelijk Orpheus Grasmus. Door het voornoemde dorpje gereden met erg smalle straatjes. Net buiten het dorp zie de ruïne van het voormalige klooster al staan. Al eeuwen trotseert het de elementen. Een ander deel is nog toegankelijk. We konden nog een paar km doorrijden naar een uitkijkpunt van ICONA die uitzicht biedt op de Rode rotsen van Los Mallos de Riglos. Veel wind hier in het begin, maar later viel het wel mee. Met Rob Struyk ben ik hier in 2000 geweest. Dat was toen begin mei. In 2005 ben ik hier nog eens geweest met Wisse en Jelle de Jong. Hier nu een Blauwe Rotslijster en bij het klooster nog een Rode waar ik nog een paar plaatjes van kon schieten. Hier ook weer zwarte roodstaart. Ook de Zwarte Tapuit waargenomen. Op de terugweg bij Ayerbe wel meer dan 70 vale gieren in de lucht en hun aantal leek nog toe te nemen. Bij een stuwmeer (Embalsa van Sotonera) hoorden en zagen we een Grote Karekiet. In de winter is dit een goeie plek om kraanvogels te zien. Ook nog even Castillo de Loarre bezocht althans het parkeerterrein.

Woensdag 16 mei.
Eerst nog een stukje van  route 5 gedaan. Op een oud gebouwtje een paar zwarte spreeuwen. Het was me nog niet gelukt om ze op de plaat te krijgen, maar nu lukte het fraai in de ochtendzon. Verder met route 5. Op een gegeven ogenblik kwam er een kuifkoekoek over de weg aanvliegen die in een boom ging zitten. Wij langzaam doorrijden tot dat we licht beter hadden. Hij maakte wat rare geluiden en plots kwam er nog een Kuifkoekoek bijzitten op een rotsrichel. Daar gingen ze beide opzitten, draaiend om elkaar heen en een paring volgde. Later op de foto’s zagen we dat het mannetje (de bovenste) het vrouwtje een rups had aangeboden. Of het echt tot een paring is gekomen twijfelde ook mijnbroer aan; mogelijk betrof het een pseudoparing en maakte het deel uit van een uitgebreider baltsritueel. Met beide camera’s hebben we foto’s gemaakt, dus het staat er goed op.
De kuifkoekoek (Clamator glandarius) is een lid van de familie van de koekoeken. Het is de grootste in Europa voorkomende koekoek. De vogel is ongeveer even groot als de koekoek, maar lijkt groter vanwege zijn brede vleugels en lang smalle staart. De kuifkoekoek wordt 35 tot 39 centimeter lang en 125 gram zwaar. De kuifkoekoek is een broedparasiet die zijn eieren vooral in nesten van de kraaiachtigen (onder andere de ekster en kraaien) en spreeuwachtigen legt. Anders dan de koekoek gooit het kuiken van de kuifkoekoek de andere kuikens niet uit het nest. Het jong van de kuifkoekoek groeit wel sneller dan de andere kuikens, en krijgt meer voedsel van zijn pleegouders. Na een week zitten de kuifkoekoekkuikens op de helft van het uitvlieggewicht. De kuifkoekoek is een trekvogel uit Zuid-Europa, West-Azië en Afrika. Dwaalgast in Nederland.
Voedsel: Ze voeden zich met grote harige rupsen, sprinkhanen en kleine hagedissen, die ze gewoonlijk van de grond pikken en daar ook verorberen. De harige rupsen worden eerst van de 'haren' ontdaan voordat ze worden opgegeten.
Broedgedrag: In de broedgebieden parasiteren ze bij kraai-achtige vogelsoorten en wel vooral bij Eksters en Blauwe Eksters. De Kuifkoekoek is kieskeuriger bij de keuze van gastheer en veel minder vernielzuchtig dan de gewone Koekoek. De jongen van de Kuifkoekoek komen op hetzelfde moment uit als de jongen van het gastgezin en worden gevoerd als één van het broedsel, hoewel het door grootte en kracht meer voedsel krijgt dan hem verhoudingsgewijs ten deel zou moeten vallen. Jonge Kuifkoekoeken proberen niet zoals de gewone Koekoek de andere jongen uit het nest te werken of te verwonden. Wijfjes kunnen twaalf tot vijfentwintig eieren in een seizoen onderbrengen. De jongen van het gastgezin zijn van opvallend minder gewicht dan in een nest waar geen jonge Kuifkoekoek wordt grootgebracht. Er worden soms meer dan één ei in nesten van gastgezinnen gelegd.
Daarna langs het waterkanaal verder gereden. Deze weg is bestemd voor de mensen van de irrigatie voorziening maar ook de lokale bevolking maakt er gebruik van. Bovendien is deze weg waarschijnlijk aangelegd met EU subsidiegelden dus voelden we ons niet bezwaard om er ook gebruik van te maken. Verderop een Hop, maar helaas zaten we met het licht verkeert. Even verderop een brug en konden we via het sluipweggetje langs het kanaal dichter bij komen. Maar helaas hij vloog op om even verderop weer te gaan zitten. Dit herhaalde zich een paar keer en uiteindelijk konden we er mooie plaatjes van maken. Ze zijn waakzaam maar niet schuw. Later hadden we ze op de camping in de Ebrodelta. Verder nog een Bonte Tapuit en Europese kanarie.
Donderdag 17 mei.
Na weer een koude nacht het boeltje opgepakt. Op de camping begon elke avond (na 22 ) uur) een aantal veenmollen  lawaai te maken. Het is een groot insect met graafpoten. Op de camping waren ‘s ochtends ook raven aanwezig. We gingen richting Monegrillo en steeds om ons heen loerend of we iets leuks zagen voor de foto. We gingen verder het steppegebied in van Monegros. Onderweg geen trappen gezien, maar wel veel leeuweriken. Met die trillende lucht, want het werd maar liefst 37 graden, valt het niet mee om scherpe opnamen te maken. Kleine torenvalk broedt in de kleine landarbeiders huisjes die vroeger als zodanig werden gebruik en nu leeg staan en in verval raken. Hier ook verrassend genoeg Alpenkraaien. Er kwam nog een Dwergarend over en op een vervallen huisje zat een bonte tapuit en Europese kanarie. We hadden al een mooie slaapplek op het oog en daar zijn we weer heer gereden, een twintig km terug.
Vrijdag 18 mei. We gingen richting via Bujaraloz richting Belchite. Ook zagen we ergens boerenzwaluwen bezig met een strootje al in de bek wat klei te verzamelen voor hun nest. Onderweg nog Kortteenleeuwerik en veel Kalanderleeuweriken gezien.  Het steppegebied levert niet veel soorten op, maar de soorten die er voorkomen zijn wel bijzonder en aangepast aan dit biotoop. Onderweg nog een Grauwe Kiekendief. De Ebro over gestoken bij Bujaraloz  en toen de A2105 gevolgd. Via Quito bereikten we Belchite. Aan de zuidkant van het dorp zijn ruïnes te vinden. Het zijn restanten van een bombardement tijdens de Spaanse burgeroorlog. Als oorlogsmonument is het blijven staan. Nu zagen we daar een muurgekko en Blauwe Rotslijster. Hier in de buurt hebben we overnacht. In de buurt waren volkstuintjes en muggen.
De volgende ochtend waren we weer snel weg. Op naar het mooie natuurgebied El Planeron via Code (route 2). We vonden hier een nat stukje begroeid met biezen. Daar hebben we  ontbeten en het beviel ons daar zo goed dat daar ook de nacht zijn gebleven. Er kwamen namelijk verschillende vogels drinken bij het begroeide poeltje, zoals: Kneu, Kleine Kortteenleeuwerik, Kalander leeuwerik, Rotsmus, Grauwe Vliegenvanger en zelfs een Westelijke Orpheus grasmus. Ook de Iberisch Gele kwikstaart was hier aanwezig. Tijdens een korte rit door dit gebied zagen we nog een Slangenarend en een paar Grielen. Vanuit de hut en mijn eigen schuiltent kon ik nog wat mooie foto’s maken.
Rond een uur of 18 kwam er een groene bestelbus naar ‘ons’ plekje rijden. Het was Wil Grond uit Engelum en Jouke had hem al eerder ontmoet bij het hoog gelegen klooster. Hij ging vijf weken op pad met een krasse dame: mevr. van Dijk 83 jaar oud. Hij zelf was 68 jaar. Vrouwlief wilde niet zo lang weg vandaar dat deze bejaarde dame meeging die het eten verzorgde en tevens een oogje in het zeil hield als Wil even weg was. Nachts dachten we dat er regen zou kunnen komen; het onweerde en we vertrouwden het niet om in die rivierbedding te blijven staan. Als het ging regenen zouden we daar nooit op eigen kracht weg kunnen komen. Dus midden in de nacht zijn we nog verhuisd! De volgende ochtend zagen we twee mannen aankomen. De ene hadden we al eerder gezien; die had een schuilhut in de aanbieding voor 150 euro om zandhoenders te kunnen fotograferen. De andere man, een Amerikaanse diplomaat, diende als tolk. Die had nachts de Duponts gehoord op twee verschillende plekken. Hij kon ook duidelijk maken aan de spanjaard dat wij niet in de schuiltent wilden. Ik had al een paar foto’s genomen van zwartbuik­zandhoenders in de vlucht. Ze komen vaak bij zijn hut drinken tussen negen en twaalf uur. Het betreft hier waarschijnlijk een aangelegde waterplaats die commercieel uitgebuit wordt.

Zaterdag 19 mei.
 Zaterdag was een verplaatsdag na die onderbroken nacht. Eerst richting Zaragoza gereden en daar over de Ebro via de E90 naar Amposta gereden. In de Ebro delta aangekomen zagen we direct al veel kleine zilverreigers, ralreigers en steltkluten. Onderweg verbaast over een tweetal vorkstaartplevieren. Met Rob in 1998 hebben we er wel een gezien maar niet op de foto kunnen zetten. Nu leken ze wel veel tammer. We waren verrast dat we in de komende dagen alle acht in Europa voorkomende reigerachtigen zouden zien. Om 14 uur kwamen we aan op de gehele vernieuwde camping Eucalypus sinds 2003. Ook waren er een aantal hotels verrezen. Gelukkig ook een mooi natuurgebied op loopafstand van de camping. Hier troffen we aan: Grote Karekiet, Purperkoet, Dodaars, Witwangstern, Visdief, Ralreiger, Woudaapje en Kwak. Ook de Zwarte Ibis komt langs evenals Flamingo’s. Er is een mooie ruime hut gebouwd die goed zicht geeft op de plas  waar de vogels zitten. Vanavond nog even langs het strand gereden. Daar diverse, meer dan tien, Vorkstaartplevieren die gewoon naast de auto kwamen zitten. Hier ook een tweetal Strandplevieren. Verderop een tiental Reuzensterns een aantal Grote Sterns.
Zondag 20 mei.
Vanaf zeven uur in de voornoemde hut. We konden mooie plaatjes maken van de grote karekiet en de purperkoet. Alle acht Europese reigers komen hier voor en van allemaal heb ik een foto van kunnen nemen. De purperkoet heb ik nog nooit zo mooi kunnen waarnemen met jongen. Hij gebruikt zijn poten als handige handjes en houd de stengels vast met zijn poot en voert het jong met het merg althans zo lijkt het.
De purperkoet (Porphyrio porphyrio) is een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae). De vogel komt in Europa slechts voor in Spanje, Portugal en op Sardinië. In Nederland en België is de soort niet als wild waargenomen. Purperkoeten zijn standvogels.
De purperkoet wordt zeer groot, van 45 tot 50 centimeter. Hij heeft een glanzend donkerblauw en paars verenkleed met en grote dikke felrode snavel en lange, felrode poten met lange tenen. Verder heeft hij een felrood schild op het voorhoofd en een witte stuit. Juveniele vogels zijn grijzer, hebben een doffer verenkleed en hebben een grijzere snavel en poten. Purperkoeten zwemmen niet graag, maar ze klimmen in het riet of rennen over de grond. In de vlucht zijn ze te herkennen aan de bungelende poten. Het voedsel bestaat uit jonge scheuten, zaden, delen van riet en andere waterplanten, waterinsecten, weekdieren en kleine amfibieën.
Als we door het dorpje El Poble Nou del Delta, wie zou daar niet willen wonen alleen al om de naam) komen dan kunnen we rechtsaf naar een vogel-uitkijkpunt rijden.
 Hiervan af kunnen  mooie opnamen gemaakt worden van Grote Zilverreiger, purperkoet en krooneend. Ook flamingo’s’ zijn hier te zien.  De volgende dagen veel wind en werd het iets frisser door de harde wind die aanhaalde tot en met zeven Beaufort. Tenten gingen om op het terrein. Ook nachts hield de wind aan. Overdag gingen we wel op pad en kwamen soms ook nog wel leuke dingen tegen: Audouins meeuw,   alle soorten reigers die in Europa voorkomen en natuurlijk die prachtige vorkstaartplevieren. We zijn ook over de nieuwe brug geweest over de Ebro. Net gereed! Avonds heb ik vaak alleen een rondje  gereden en onder anderen geprobeerd de Witwangstern er op te krijgen; valt niet mee. Wel de Purperreiger, kwak en ralreiger. Op het strand zat een Torenvalk die niet veel zin had. Hij leek wel niet helemaal fit. Opmerkelijk was de trek op een ochtend van een tiental Wespendieven tegen de harde wind in. Ze hadden het duidelijk moeilijk! Soms ging er eentje op de weg zitten kennelijk om uit te rusten. Avonds nog even een laatste rondje gereden; dat leverde nog een paar nieuwe soorten op: Geelpootmeeuw, Bosruiter en Dunbekmeeuw (met die zalmkleurige borst).
 Op dinsdag 22 mei moesten we dan echt vertrekken. We zijn eerst nog even naar de hut gelopen en daarna konden we een viertal stokbroden halen. De camping hadden we al afgerekend dus na het ontbijt op weg naar Frankrijk. De harde wind was wel wat afgenomen maar het waaide nog steeds flink. Naar de grensovergang bleef dat zo. In het zuiden van Frankrijk was het weer erg van slag. Het was koud en regenachtig. Bij een korte stop in de Languedoc hebben we koffie gezet. Daar hoorde en zag ik (vaak in die volgorde) een Kuifkoekoek. De stop hebben we kort gehouden en door geheel zuidelijk Frankrijk bleef het weer slecht. Moest eerst de airco aan nu kon de verwarming aan. Uiteindelijk kwamen we in de buurt van Parijs en we besloten om die stad te nemen voordat we even zouden gaan slapen. Jouke heeft ons er door heen geloodst. Om twaalf uur konden we eindelijk een plekje opzoeken en een paar uurtjes gaan slapen in de bus. De volgende ochtend omstreeks 11 uur weer terug in Nieuwe Niedorp.
Samenvattend: de heen reis ging erg voorspoedig.  Daar in de siërra’s komen veel vogels voor die je met enig geduld wel te zien krijgt. Met de auto een paar routes rijden uit de Crossbill is ons wel goed bevallen. Ook de hulp van een modern navigatiesysteem is ons prima bevallen. Je durft makkelijk een alternatieve route te nemen. We hebben 3 verschillende campings gehad en drie dagen vrij gestaan. Dat was in het gebied Monegros waar niet veel toeristen komen en ook geen voorzieningen daarvoor. De Spanjaarden waren vroeger nogal eens makkelijk met hun afval en dat lijkt ook verbeterd. Je ziet minder troep liggen. De dagen waren flink gevuld met soms uren achter elkaar op zoek naar mooie dingen. Midden op de dag besloten we vaak een schaduwrijk plekje op te zoeken en wat rust te pakken. De gierenvoedering was erg leuk, lijkt een beetje op dierentuin voedering, maar is het beslist niet.  We hebben warm weer gehad in het begin, later in de Ebro harde wind. Beide bezoeken zijn wel goed te combineren.
w.g. otte w zijlstra, Nieuwe Niedorp.
Terugreis vanuit De Ebro naar huis: 1775 km. In totaal 4866 km gereden in 91 uur. 7,6 liter op de 100 km verbruikt.

 

Soortenlijst vogels Pyreneeën en Siërra’s (incompleet):


Aasgier
Alpengierzwaluw (bij gierenvoederplaats)
Alpenkauw
Bergfluiter (Panzano)
Bijeneter
Blauwe rotslijster
Bruine kiekendief
Buizerd
Duinpieper
Dwergarend
Europese kanarie
Gekraagde roodstaart
Grauwe gors
Grauwe Kiekendief


Grauwe vliegenvanger.
Griel
Hop
Houtduif
Huismus
Kalanderleeuwerik
Kleine Kortteenleeuwerik
Kleine torenvalk
Kneu
Koekoek
Koolmees
Kortteenleeuwerik
Kuifleeuwerik
Kwartel
Lammergier
Merel
Nachtegaal
Ooievaar
Paapje
Putter
Raaf
Rode patrijs
Rode rotslijster
Rode wouw
Roodkopklauwier
Rotsmus
Rotszwaluw
Slangenarend
Steenarend
Tapuit
Theklaleeuwerik
Torenvalk
Vale gier
Wielewaal
Zomertortel
Zwartbuik zandhoender
Zwarte roodstaart
Zwarte Spreeuw
Zwarte Wouw


 

 

Vogels in de Ebrodelta.


Audouins meeuw
Blauwe reiger
Dodaars
Dodaars
Dunbekmeeuw
Dwergstern
Flamingo’s
Grote karekiet
Grote stern
Grote zilverreiger
Hop
Huismus
Kleine zilverreiger
Kleinst waterhoen
Koereiger
Krakeend
Krooneend
Kwak
Meerkoet
Purperkoet
Purperreiger
Ralreiger
Reuzenstern
Ringmus
Steltkluut
Strandplevier
Visdief
Vorkstaartplevier
Waterhoen
Wespendief
Wilde eend
Witwangstern
Woudaapje


Rest dieren:


Atalanta
div. planten
Groene kikker
Kolibrievlinder
Konijn
Muurgekko
Muurhagedis
Veenmol
Verwilderde geit
Vos
Wild zwijn


Lit.

Crossbill Guides, Spanish Pyrenees and steppes of Huesca. Uitgever: KNNV.

 

Otte Zijlstra, Nieuwe Niedorp

 

Kolibrievlinder op zeekool  (langs de kust).

This Page is best viewed at 1024*768. Internet explorer version 5.0.