| Noord-Spanje
zweden
lesbos
[2002]
Lesbos
[1999]
zwitserland
Polen
Noorwegen
Ebro
Bargerveen
|
Verslag vakantie Noorwegen en Zweden

Camping Dombas

Grote jager

Muskusos met kalf
Maandag, 25 juli vertrokken we vanuit Nw. Niedorp. Niet naar het
noorden, maar naar het zuid-westen, want daar lag de boot in de
haven van Ijmuiden die ons geriefelijk in 17 uur naar Kristiansand
zou varen. Durk Jeltje Gerard en Richard waren omstreeks 12 uur
bij ons. We hebben ons nog even bezig gehouden met de MC-ontvanger,
maar het bleek dat er een essentieel onderdeel ontbrak zodat we
nog even bij Theo Stet moesten om contact te kunnen krijgen met
elkaar. Omstreeks drie uur waren we in Ijmuiden waar de boot om
even over vijf uur (p.m.) vertrok met prachtig mooi weer en praktisch
geen wind. De voorzieningen aan boord waren prima. We hadden een
hut aan bakboordzijde met douche, WC en een patrijspoort. (¦1300,=)
Om 20.30 hadden we het diner besteld, een Scandinavisch buffet.
We konden maar langs lopen en het was soms moeilijk kiezen tussen
al die lekkere gerechten. Na een goede nachtrust en tax free gewinkeld
te hebben kreeg de boot de volgende ochtend al gauw land in zicht
en om 10.30 lagen we aan de kade. Om 10.30 reden we richting Evje,
waar 12 km voorbij dit stadje een camping, Neset, was gelegen waar
Durk en Jeltje vroeger ook een keer gestaan hadden, vlak voorbij
het gehucht Byglandsfjord. Op deze camping die gelegen is in het
Setusdal konden we heerlijk zwemmen in kristalhelder water. Het
was warm weer, met een temperatuur van 25 graden, waarbij het 's
avonds licht bleef tot 23 uur.
Woensdag, 27 juli
De volgende ochtend verlaten we de vier sterren camping, 175 NKr
lichter, en volgen het Otra meer nog een stukje verder het Setusdal
in richting Odda. Het dal wordt verderop nauwer, maar ook indrukwekkender.
Waar we 18 jaar geleden met Jelle en Jetty gekampeerd hebben, konden
we niet direct herkennen. Waar het mogelijk geweest zou kunnen zijn,
stonden nu bomen en een camping. Onderweg enkele keren gestopt op
een van de vele aangelegde picknick plaatsen met tafels. Daar hebben
we dankbaar gebruik van gemaakt. Vaak zijn ze op fraaie punten aangelegd,
zoals bij een waterval even voorbij Bykle (546 meter). Hier konden
de kinderen zich enorm vermaken. Onderwijl zetten we dan een bakje
koffie op het gasstel. De kinderen en Durk, voor het gemak noem
ik hem even in een adem met de kinderen, konden zelfs achter de
waterval komen. Ze moeten zich gevoeld hebben als een waterspreeuw
onder water. In Bykle hebben we het kleinste kerkje van Noorwegen
bezocht; het meet 7.20 meter bij 3.90 meter. Het kerkje stamt uit
de 13 eeuw en is door zijn beschilderingen (1826) een bezienswaardigheid.
Toen we via Haukelifjell richting R?ldal reden werd ons de weg versperd
door een kudde geiten. Even later doken we een lange tunnel in die
5,8 km lang was. Geen probleem op zich, maar aan de andere kant
regende het en werd het kouder. We zaten nu tegen de Hardangervidda
aan en het slechte weer noopte ons een hytte (berghut) te nemen.
Voor 200 NKr en een boel plezier voor ons en de kinderen die met
z'n vieren apart mochten (pannekoeken bakken), konden we de volgende
dag snel weer verder. Thans zitten we met vier volwassenen na het
eten in onze hut met stapelbedden. Het is nu bijna droog maar de
lucht is nog bezwangerd met regen. De regen loopt in kleine watervalletjes
bij de Hardangervidda naar beneden. Soms zien we de contouren niet,
maar de volgende ochtend is het weer stralend.
Donderdag, 28 juli
De dag begint stralend
en we zijn nu snel op pad omdat we immers geen tent hoeven op te
ruimen. In het dorpje R?ldal zelf stond ook een Stavkirke die we
nog even bezocht hebben. Deze staafkerken werden vroeger in heel
Noord Europa gebouwd, maar alleen in Noorwegen zijn er een dertigtal
bewaard gebleven. Het principe, dat het tot een staafkerk maakt,
zit hem in niet zozeer in de buitenkant als wel aan de binnenkant,
die opgebouwd is rond een aantal staanders, waarin de blokhutstijl
van de Vikingstijl nog te herkennen is. Na een schitterende tocht,
waarbij we maar 150 km afleggen belanden we op een camping even
voorbij Voss. We waren daar omstreeks 15.30 langs de weg met nr.13.
Langs deze route hadden we een paar mooie watervallen die des te
indrukwekkender waren vanwege de neerslag van afgelopen nacht. De
camping is gelegen aan een meertje, waarbij we in zuidelijke richting
nog veel sneeuw zien liggen op de toppen en op de flanken. In het
Voss-massief is een skigebied aangelegd, waarbij de hoogste toppen
reiken tot 1412 meter. Op het meertje weinig vogels te bekennen.
Een aantal meeuwen vliegt voorbij en op elke camping zitten witte
kwikstaarten. Op het meer nog wel een middelste zaagbek. Veel kramsvogels
en grote lijsters vliegen rond met hun jongen. Ook is er een familie
sijsen aanwezig, die zich tegoed doen aan de zaden van het uitgebloeide
gras. Het is zonnig weer en dus gaan we zwemmen in het meer. Verdacht
was wel dat we niemand zagen zwemmen. En inderdaad de temperatuur
van het water valt ons niet mee, nog geen 15 graden. Na ons even
opgefrist te hebben houden we het hier aan de waterkant voor gezien.
Vrijdag, 29 juli
Uitgeslapen, maar dit is eigenlijk zonde, want het is stralend mooi
weer en bovendien windstil weer. Dit heeft Durk verleid tot enkele
fraaie opnamen, waarbij de wolkenlucht doorloopt en een spiegelbeeld
vormt in het water, waarbij de horizon verdwijnt. Het blijkt bij
de koffie dat Durk en Jeltje al even in Voss geweest zijn als kwartiermakers,
zodat na de koffie de gehele groep gemobiliseerd wordt. Voss blijkt
een aardig stadje te zijn dat inspeelt op het toerisme. We hebben
hier enkele fraaie trollen gekocht. (Tax free). Een bezienswaardigheid
vormt het oudste kerkje van Noorwegen dat stamt uit 1277, met twee
meter dikke muren. Op het postkantoor heb ik twee Kodak filmpjes
weggestuurd naar Zweden. Nadat we nog enkele boodschappen hebben
gedaan, zijn we weer naar de camping gegaan en een badminton veldje
gemaakt, waar we later op de dag een volleybaltournooi op hebben
gespeeld. Familie de Boer werd winnaar van het toernooi, maar later
in Dombas hebben de Zijlstra's dat meer dan goed gemaakt. Het was
overdag zo'n 25 graden Celsius, dus wilden we toch weer even zwemmen.
Nu viel het water ons mee. Aan de oppervlakte was het lekker water.
'sAvonds al weer plannen gemaakt voor de volgende dag. We lieten
ons stimuleren door een Samisch gezegde dat luidt: "Reizen
is beter dan rusten". De volgende ochtend dus weer verder naar
het noorden.
Zaterdag, 30 juli
Om 10.30 reden we weer verder noordwaarts. Langs een prachtige route,
dat zou zo blijven, reden we naar Vangsnes. Daar konden we een pondje
nemen naar Hella en vandaar uit "overstappen" naar Fjaerland
een noordelijke uitloper van de beroemde Songnefjord, die bijna
200 km het land binnendringt. Vanaf de boot hadden we een prachtig
uitzicht op de hellingen van de fjord en op het eind zagen we de
Jostedalsbreen gletsjer liggen in een prachtig blauwe gloed. (Kosten
boot: 323 Nkr voor auto en karretje; duur overtocht 1 uur 25 min.).
De grote ijskap die op het bergland van Breheimen is gelegen vormt
een gletsjerveld dat het grootste is van het Europese vasteland.
Het merendeel wordt ingenomen door de 475 km2 Jostedalbre. Deze
gletsjer heeft maar liefst 24 gletsjertongen. In Fjaerland is in
1991 een gletsjermuseum geopend: het Bremuseum. Langs de route kleine
berghutten begroeid met gras. Onderweg picknick met verse kersen.
Om een uur of vier hebben we een camping opgezocht nabij Breim,
richting Sandane. Afgelegde afstand vandaag 135 km. Ook deze camping
was weer aan een meer gelegen en had prachtig zwemwater. De temperatuur
was weer tot 25 graden opgelopen. Om vijf uur, na de koffie zijn
we gaan zwemmen. Een unieke ervaring is het telkens weer: sneeuw
op de toppen en heerlijk helder zwemwater. We realiseren ons wel
dat het hier ook ander weer kan zijn, dus genieten we volop. Als
de zon achter de bergen en/of bomen verdwijnt dan koelt het snel
af. 's avonds met de vier volwassenen een wandeling gemaakt langs
de overkant van de snelstromende rivier. De camping ligt ingeklemd
tussen enerzijds het meer en anderzijds de snelstromende rivier.
Tijdens de wandeling raakte Jeltsje in gesprek met een Noor die
een Vossenfarm bleek te hebben. Hij was bezig met voeren en wij
mochten wel even mee, nadat hij er zich van overtuigd had dan we
geen "Greenpeace achtige" acties van zins waren. Hij had
zo'n honderd vossen, maar had er vroeger veel meer gehad. De markt
was gedeeltelijk ingestort. Enkele vossen bleek hij vroeger in huis
te hebben gehad, daar hadden de kinderen mee gespeeld. Deze vossen
waren handtam en werden naar hem toegelokt door een klein katje.
Egels liepen ook in het gangpad en pikten een graantje mee van het
voer. We liepen weer teug naar de camping en om tien uur was het
nog prachtig mooi weer, zodat de kinderen nog geen zin hadden om
naar bed te gaan. Wel enkele steekmuggen hier. (Kosten camping:
110 NKr. voor ons allen).
Zondag, 31 juli
Op weg naar Runde, met
nog twee veerpondjes via een prachtige route. Onderweg konden we
geen geld opnemen, banken gesloten, en ook via de geldautomaat lukte
het niet met de Captaincard en Eurokaart. De Visakaart is hier meer
algemeen. Het eiland Runde is tegenwoordig met twee bruggen met
het vasteland van Noorwegen verbonden. Het is ongeveer 6000 ha (6
km2) en heeft een driehonderd inwoners. Via een hotel en twee kleine
campings is dat zomers wel wat meer. Wij hebben ons genesteld bij
meneer Goks?yra op zijn gelijknamige camping met uitzicht op de
Atlantische Oceaan. Het is een minicamping, maar met wat passen
en meten konden we toch vrij gemakkelijk onze twee grote tenten
kwijt. We werden min of meer welkom geheten door een jong stel uit
Friesland. Achter in de hoek zat een aardige Duitse jongeman die
zijn plankstandaard miste. Wisten wij veel. Dat plankje hadden wij
in gebruik genomen. Het probleem was dus snel opgelost. Bij het
opzetten van de tent zag ik de eerste Grote Jagers al vliegen en
ook de Noordse Stormvogels, met de stijf gehouden vleugels, kwamen
over zee langs. Dan begint het vogelaarsbloed sneller te stromen
en dan wil je meer. Na het opzetten van de tent en wat informatie
ingewonnen te hebben bij wat andere vogelaars gingen we na de koffie
op pad. Een honderdtal meters verderop gaat een gemarkeerd pad omhoog
het eiland over. Runde is een steil rotseiland met een hoogste punt
van 331 meter. Globaal kan men het volgende zeggen:
* Noorden en westen => steile rotskusten met drieteen meeuwen,
Jan van Genten en Papegaaiduikers.
* Midden => vochtige heide met enkele meertjes; hier kan men
het Korhoen in de voorzomer aantreffen en natuurlijk de Grote Jager.
We zijn met z'n allen omhoog
geklommen en naar de andere kant van het eland gelopen naar de vogelkolonie
bij Kaldekloven en Lundeura. Via een touwladder en een steile afdaling
kan men tot beneden aan toe in de kolonie komen.
Maandag, 1 aug.
De volgende ochtend ben ik alleen op pad gegaan om enkele dia's
te maken van een kolonie Noordse Stormvogels die bij Tindaneset
zit. Over de rotsen klauwterend, op de rotsen zaten enige Rotspiepers
(oeverpieper), kwam ik bij een naaldbosje waar wat Fraters zaten
en een Fitis. Het pad werd steeds onduidelijker en op een gegeven
moment had ik geen pad meer. Ik zag wel een Noordse Stormvogel zitten,
waar ik echter nog iets te ver af zat om een mooie plaat van te
maken. Ik deed de rugzak af en stippelde voor mezelf een route uit
omhoog. Ik bereikte het punt van waaruit ik de dia kon maken en
wilde weer terugkeren naar m'n rugzak, die ik gemakshalve had achtergelaten.
Dan blijkt maar weer dat klimmen gemakkelijker gaat dan dalen, want
ik vond het pad naar beneden niet terug. Wel zag ik hier een Zwarte
Mink lopen. Via een ander pad, langs een steile helling moest ik
terug. Even terug gegaan naar de camping voor een kopje koffie.
De meesten waren net ontwaakt, behalve Durk, die had het ontbijt
al weer klaar en zou met de kinderen een excursie langs de vloedlijn
maken. Hierbij vond Nynke nog een mooie zeester en Richard en Tjalling
prachtige schaalhorens, Patella's.
Na het ontbijt ben ik weer naar boven geklommen voor een rondje
over het noordelijke deel van het eiland. Vanaf boven kan men prima
in de kolonies kijken. De meeste Papegaaiduikers zijn dan al op
zee, maar 's avonds komen ze massaal slapen op de rotsen. Op zee
zag ik een grote groep Jan van Genten, schat 750 genten, vissen.
Zo nu en dan dobberde er een Zwarte Zeekoet of vloog voorbij. De
heldere witte vlekken maken hem onmiskenbaar. De Jagers zijn niet
van de lucht, soms een vijftal bijelkaar. Een enkele keer landen
ze, waarbij ze goed te benaderen zijn. Zo heb ik enkele dia's kunnen
nemen. Van de kolonievogels valt het niet mee om leuke platen te
schieten. Het zit te ver weg cq. niet bij te komen. Omstreeks twee
uur was ik weer terug en bij een temperatuur van 28 graden hebben
we even gezwommen in de oceaan. Daarna ben ik richting Runde haven
gegaan met de auto en heb nog wat dia's genomen o.a. van een spreeuw
die de bek wijd open had, waarschijnlijk voor de afkoeling. Bij
de haven hadden we afgesproken voor een boottocht om het eiland
heen om 16.30. Kosten 100 NKr. p.p. en deze duurt twee en een half
uur en is zeker de moeite waard. Men vaart tot vlak bij de kolonie
en komt zo op punten waar men anders nooit kan komen. Zo kan men,
met een snelle film en een rustige zee nog wel wat opnamen maken,
met name van de Kuifaalscholvers, die de kuif overigens alleen in
het voorjaar hebben. In de avonduren hadden we last van kleine mugjes
(knutjes) die hinderlijk waren, vooral als men ging zitten. Vanwege
het windstille warme weer hadden deze insekten vrij spel.
Waargenomen soorten op Runde met enkele aantallen:
Jan van Gent 450 Kuifaalscholver
ca 450
Frater 15 Witte kwikstaart algemeen
Drieteenm. 15000 paar Tapuit 2 ex. gezien
Merel enkele ex Scholekster >20
Kramsvogel >15 Eidereend 1 met 4 pullen
Stormmeeuw algem. Zilvermeeuw
Grote Jager 8 ex. Noordse St.vo 275 paar
Papagaaid. 100 000 Wilde eend 1 vr.
Raaf 15 ex. Bonte Kraai 25 ex.
Fitis 2 gehoord Spreeuw 15 ex.
Ekster 3 ex. Rotspieper 5 ex.
Slechtvalk 1 ex. Huismus
Veldleeuwerik 1 ex. Houtsnip 1 ex. opvlieg
Zwarte ruiter roep Torenvalk 1 vr. gezien
Winterkoning 2 x Zeekoet 7000 paar
Zwarte zeekoet 20 paar Alk 500 paar
Bergeend 8 paar Groenling 1 ex. gezien
Graspieper
Kleine Jager jagend achter
een drieteenmeeuw aan in de haven. van het eiland
Ook het Korhoen broedt hier nog met in 1994 20 vogels.
Dinsdag, 2 aug. 1994
We gingen Runde weer verlaten
en nadat we afgerekend hadden bij de campingbaas, die overigens
ook goed op de hoogte is van vogelleven, gingen we richting Alesund.
Met nog een veerpondje van ± 30 minuten gingen we richting
Andalsnes. Onderweg een flinke bui gehad, maar later was het weer
weer mooi. Via het prachtige Romsdalen ging het richting Dombas.
Door dit dal ligt ook nog de spoorlijn Andalsnes => Dombas en
de verkeersweg E69. Vlak voor Dombas vonden we een mooie rustige
camping aan een rivier bij Rolstad, waar we ons weer lekker in konden
opfrissen. Dinsdagnacht weer regen en koeien bij de tent.
Woensdag, 3 aug. 1994
Nat rond de tent vanwege de regen. Gezamenlijk ontbeten in de tent
van Jeltje en Durk, geleend van Kees. Daarna direct maar een kopje
koffie gedronken en op weg naar Dombas en het Dovrefjell. Hier waren
Akkie en ik 1979 ook al een keer geweest en zodoende herkenden we
enkele punten langs de E6. Op diverse plaatsen heeft men nu parkeerplaatsen
aangelegd met informatieborden. Ook het vogelgebied Fokstua hebben
we bezocht. Akkie en ik hebben daar 's avonds de wandeling gedaan
die we vijftien jaar geleden met Jelle en Jetty hebben gedaan. Een
historische wandeling dus. Toen zagen we Kraanvogels en Blauwborsten.
Nu geen Kraanvogels, wel veel jonge blauwborsten en enkele duikers.
Verder Gele kwikstaart, Keep, Rietgors en Barmsijzen. Onderweg veel
uitwerpselen van elanden en geursporen van een vos.
's Avonds kampvuur met worstjes aan een stok, omwikkeld met folie
=> smakelijk eten. Uit informatie blijkt dat Fokstumyre al in
1923 onder staatsbescherming is gesteld, vanwege de rijkdom aan
watervogels. Van 25 april tot 8 juli niet toegankelijk.
Donderdag, 4 aug. 1994
De dag begint zonnig; de
temperatuur van het water is 13,5 graad Celsius wat ons niet weerhoudt
van een lekker bad in het frisse water. Regelmatig komt de oeverloper
langs vliegen en laat z'n kenmerkende roep horen. Rond twaalf uur
is de buitentemperatuur 23 graden en derhalve zitten we gezellig
buiten te koffiedrinken en spelen nog een volleybal toernooitje.
In de middag gaan we via Dombas naar het Nat. park het Dovrefjell.
Dit is sinds 1974 onder bescherming geplaatst en vormt een moerassig
hoogland met enkele hoge toppen waarvan de 2286 hoge Sn?hetta de
kroon spant. Het gebied is 256 km2 groot en is botanisch zeer interessant.
De belangrijkste trekpleister vormde voor ons de Muskusossen die
hier uitgezet zijn en in het wild goed gedijen. Iets voorbij Kongsvold
feldstue konden we de ingang vinden en hebben wandelaars gevraagd
of er ook muskusossen te zien waren. Het bleek dat zij ze bij de
berghut Reinheim, met accommodatie, hadden gezien. Een wandeling
daarheen is 3,5 uur en dat zagen de meesten van ons gezelschap niet
zitten. Durk, Gerard en mijn persoon besloten om het te proberen.
Via een steil pad omhoog door een wilgenstruweel, kwamen daarna
in een zone berkenbos, waarna de boomgroei ophield en de vlakte
begon met links en rechts de bergtoppen. Je loopt als het ware door
een dal met een meanderende rivier als laagste punt. Toen er een
enkele wandelaar ons tegemoet kwam hoorden we dat ze recent nog
gezien waren op ruim twee uur afstand lopen. Ook hoorden we dat
ze middags wat naar beneden kwamen, hetgeen onze kansen deed toenemen.
Even verderop maar weer gevraagd en daar hoorden we nog ruim een
half uur. Wij tuurden de hellingen af met de kijker, maar kregen
ze nog niet in beeld. Wel een tiental rendieren die een sneeuwvlakte
overstaken.
Na nog een keer vragen aan twee jongens met een rugzak kregen we
ze in de kijker. De jongens zeiden dat ze tot op een 200 meter te
benaderen waren. Met ons drie?n gingen we dichterbij sluipen totdat
we achter een groot rotsblok zaten. Van hieruit werden de eerste
opnamen gemaakt. Toen maakten we het plan dat ik nog een honderd
meter dichterbij zou gaan zitten via een omtrekkende beweging. Gerard
en Durk zorgden dan voor de afleiding. Ik kon me schuil houden achter
een rotsrichel en het vijftal min of meer verrassen. Via de verhoging
in het landschap hen kon besluipen. Dit lukte en zo kon ik tot op
een veertigtal meters komen en enkele opnamen maken. Het bleek om
een koe met een kalf te gaan die het dichtst bij me stonden. Toen
ik omhoog kwam had moeder me meteen in de gaten en kwam overeind.
Het kalf begon te drinken en het moederdier was waakzaam. Toen dit
gelukt was zijn we voldaan terug gelopen en onderweg nog enkele
plantjes op de dia gezet. Onderweg ook enkele vogels gezien zoals:
koekoek, graspieper, fitis, raaf, en een goudplevier gehoord. De
konigsroute, pelgrimsroute van de 41 koningen die de Dovreflell
overstaken, de Kongsgewei, is gemarkeerd met blauwgele borden. Het
gebied heeft veel indruk op ons gemaakt, niet vanwege de avifauna,
maar meer het landschappelijke en het botanische deel. De vele op
de grond groeiende (rendiermossen?) korstmossen strekken zich uit
als een sneewvlakte. Een meanderende rivier in de diepte en sneeuw
op de hogere pieken, zie hier het landschap waar we enkele uren
in mochten lopen bij prachtig weer.
Informatie over de Muskusossen.
Vroeger rekende men de
muskusossen tot de wilde runderen, maar nader onderzoek, o.a. in
de eiwitopbouw, bracht aan het licht dat ze meer verwant zijn aan
het sneeuwgeit. De afmetingen van kop tot romp 180 - 245 cm. en
een hoogte van 110 tot 145 cm, bij een gewicht van 200 tot 300 kg.
Het _ is ongeveer een kwart kleiner dan het _. De basis van de horens
zijn afgeplat, breed en dik en vormen bij de __ als het ware een
helm die de schedel bedekt. De horens zijn bij de __ ook wat groter.
Het haarkleed van deze dieren is zeer ruig en buitengewoon lang;
op de rug zijn ze zestien cm lang, maar aan hals, borst en achterdeel
wel zestig tot negentig cm. zelfs de uier en balzak zijn behaard.
Zomervacht donkerbruin, wintervacht nog langhariger, donker tot
zwartbruin, verbleekt in het voorjaar tot bruin. Op het Dovreflell
zijn sinds 1932 38 kalveren vrijgelaten. Vijf kwamen al spoedig
om door een lawine en van de rest bleef ook niet veel in leven.
De jonge stieren gingen bij de koekalveren weg, verdwenen en doken
later weer op in Sundalen tussen kudden huisrunderen. Later hebben
de dieren in het Dovregebergte zelf een prachtig, afgelegen dal
ontdekt, Stolsdalen, en daar verblijft nu een kudden van zo'n 75
dieren die daar in verschillende kleine groepjes ronddwalen. Een
gemerkte koe is 35 jaar geworden. De voortplantings-snelheid is
echter laag. Op Ijsland zijn ze ook uitgezet, maar al gauw allemaal
gestorven, evenals in Zweden waar ze aan longontsteking bezweken.
Vroeger werd er veel op gejaagd vanwege hun pels. "Als men
de huid van een muskusos aan heeft, kan men zelfs aan de Noordpool
niet doodvriezen", schreef de poolvorser Alwin Pedersen. Na
de Ijstijd hebben de dieren zich meer teruggetroken, zodat het tot
1869 duurde voordat men ze weer ontdekte. Toen brak er voor hen
een slechte tijd aan: de Hudson Bay Company verkocht tussen 1888
en 1891 5408 huiden van muskusossen. Zij zijn namelijk de pooldieren
die men het gemakkelijkst kon neerleggen, omdat ze wanneer ze zich
bedreigt voelen, een cirkel vormen met de koppen naar buiten en
de jonge dieren en kalveren in de binnen cirkel. Dit werkt prima
in natuurlijke situaties, wolven, maar niet tegen mensen met geweren.
Thans komen ze ook nog voor in Canada en Spitsbergen. De muskusgeur
in parfums is tegenwoordig afkomstig van het Muskushert.
Vrijdag, 5 augustus
Opgebroken met een niet
geheel droge tent. Het was onderweg soms regenachtig, dus hebben
we een hut genomen, 12 km voorbij Lillehammer. De kinderen werden
achter elkaar ziek, waarbij Richard de spits afbeet. Wij, Akkie/Otte/Gerard/Nynke
zijn nog even naar Lillehamer geweest, maar daar werd Gerard erg
misselijk. Tjalling kreeg het 's avonds te pakken en Nynke de volgende
dag in Hamar. Vandaag 130 km gereden bij zonnig weer.
Zaterdag, 6 aug.
Om tien uur reden we weer
richting Hamar waar we de stad hebben bekeken en ook nog hebben
gewinkeld in Hamar, waar nog veel souvenirs te koop waren van de
Olympische winterspelen. Ook hebben we het Skipet, het Vikingschip,
bezocht. Het trekt nog steeds toeristen, die nog allerlei dingen
kunnen kopen. Ook in de ijspiste kan men nog kijken. Nu waren er
een aantal andere sporters actief. Er was onder andere een een kunstgrasveld
aan gelegd. Onderweg nog even gezwommen. Bij de grensovergang naar
Zweden toe hebben we onze Noorse kronen ingewisseld voor Zweedse.
Ook konden we hier onze teveel betaalde belasting terugkrijgen,
te weten 60 NKr. Na de grens zijn we richting Arvika gereden, een
bekend kanocentrum in Zweden. De camping "Ingesand ***"
is fraai gelegen iets ten zuiden van Arvika aan een meer. Daar kan
men ook kano's huren. We hadden net de tent staan toen het begon
te regenen. Daarna klaarde het weer snel op. 's Avonds werd het
een stuk sneller donker, mede doordat we nu oostelijker zaten. Het
is nu 22.00 en het rommelt in de verte. Nynke en Gerard liggen al
in bed, niet geheel fit. Tjalling zit een spelletje te doen bij
de buren, Richard wint met 272 punten. 's Nachts flink regen gehad.
Vandaag 265 km gereden, over twee baans wegen, die echter wel wat
rechter zijn dan we gewend waren in het fjordengebied.
Zondag, 7 aug.
Een rustdag gehouden en
voornamelijk op de camping gebleven. Durk en ik zijn met de auto
naar Glaskogens Natuurreservaat geweest om daar informatie te verkrijgen
en een route uit te zetten over een kanotocht. Onderweg er naar
toe zijn we nog even langs een klein natuurgebiedje gereden. Hier
zagen we bruine kiekendief, wespendieven en een visarend. Verder
hebben we gezwommen en een stukje hardgelopen. Ak had 's nachts
overgegeven.
Maandag ook rustdag, met zwemmen, boodschappen en midgetgolf en
diverse vlinders en libellen bekeken. In ieder geval vloog de rouwmantel
daar vrij veel rond. Ook zagen grote libellen, waarschijnlijk de
groene libel (Cordula aenea). In het bos diverse hopen, gemaakt
door de rode bosmier.
Dinsdag, 9 aug.
Vandaag hadden we een kanotocht
gepland vanuit Lenungshammer, dat gelegen is in het Glaskogens Natuurreservaat,
iets ten zuiden van Arvika. Met een grote kajak gingen we met twee
families op pad, per kano een familie voor 180 ZKr. Met twee extra
zitjes konden we alle vier zitten en mee peddelen. We hebben een
tocht gemaakt op het meer ?vre Gla. We zijn om 10.30 vertrokken
en waren, met een dreigende lucht om 17.30 weer teug. Onderweg prachtig
mooi weer en op diverse eilandjes zijn we gestopt om te zwemmen/koffie
drinken of een broodje eten. Het is een unieke ervaring om met zonnig
weer over een omzoomd Zweeds meer te varen, waar je omringd wordt
door de stilte en waar je ongestoord kunt zwemmen zoals je geboren
bent in zeer helder water. De rotsen zijn soms wel een beetje glad
als ze onder water zitten en dit ervoer Tjalling: hij ging kopje
onder toen hij achter me aan wilde. Het water was ruim 20 graden
Celsius, zodat het echt goed toeven was op het water. We zijn nog
even bij een huisje geweest, waar men ook kan overnachten, als men
een meerdaagse reis uitstippelt. Het huisje bleek bezet, hoe kan
het ook anders, door een Nederlander, die hier met de auto, kano
er bovenop naar toe was gereden. Er bleek ook een klein watervalletje
aanwezig. Tussen de meren is nog wel eens een hoogte verschil. Daarom
krijgt men ook altijd een karretje mee om de kano van het een meer
naar het andere te krijgen. Op die manier is het wel mogelijk tochten
van meer dan een week uit te zetten. Vogels onderweg onder andere:
goudhaantje, taiga boomkruiper, duiker, wespendief. Geen last van
insekten.
Woensdag, 10 aug.
De buren op de camping
vertrokken om ons heen, zodat het rond onze tenten lekker ruim wordt.
Aan de andere kant betekent het ook dat wij binnenkort weer verder
naar het zuiden moeten. De Zweden hebben voornamelijk in juli vakantie,
dus het merendeel daarvan is al weer aan het werk. Ook zijn er mensen
die de camping als slaapplaats gebruiken: overdag zijn ze aan het
werk. De dames zijn vandaag met Durk naar Arvika geweest en hebben,
uiteraard, weer bijzondere dingen op de kop getikt in een opheffings
uitverkoop. Durk is naar de slijter geweest om onze wijn voorraad
aan te vullen. Zelf voelde ik me vandaag niet helemaal lekker, zodat
ik bij de tent ben gebleven en een dag moest vasten. 's Avonds een
banaan en wat slappe thee was het enige waar ik zin in had. De volgende
dag was ik weer, bijna, de oude. Via de wereldomroep hoorden we
dat er in Nederland een weersverslechtering op komst was. Bij ons
werd het wel bewolkt, maar het bleef droog.
Op de camping kregen we regelmatig bezoek van de vink, witte kwikstaart,
bonte kraaien, boomklever en regelmatig hoorden en zagen we de grote
bonte specht. Eenmaal hoorden we de miauwroep van de zwarte specht;
hij liet zich echter niet zien. Ook kwam er eenmaal een sperwermannetje
in een berkeboom zitten, vlak aan de rand van de camping.
Donderdag, 11 aug.
Bij zonnig weer opgebroken,
nadat we vijf dagen op deze camping vertoefd hadden. Kosten totaal
850 NKr totaal, oftewel 85 NKr per dag per familie (100 NKr = ¦25,=).
Om 11.30 reden we de camping richting S?ffle => G?tenburg =>Uddevalla
=> Bor?s. Daarna richting Store Mosse, waar we in de buurt van
het dorpje Gnosj? de camping Valornes (**) vonden. Het is gelegen
aan een meer, waar we ook lekker konden zwemmen, al zaten er wel
wat algen in, waardoor je zo glad als een aal uit het water kwam.
Vandaag hadden we 370 km gereden toen we om 16.30 de tent op konden
zetten. Bij het opzetten van de tent zagen we een eekhoorn. Na het
opzetten van de tent hebben we eerst gezwommen. Het was een zeer
rustige camping, waar geen Nederlanders stonden, hetgeen niet vaak
voorkomt. We betaalden 85 Nkr + 25 NKr voor de stroom voor ons allen,
hetgeen neerkomt op ca. ¦13,= gulden per dag per familie.
Boven het meertje zag ik met Gerard nog twee visarenden.
Vrijdag, 12 aug.
De dag begint met een forse long distance zwemparty van Durk en
Otte. We gaan rond het eiland dat gelegen is in het meertje en zijn
ruim een half uur onderweg. Gerard stond al op de kant ons op te
wachten. Toen iedereen gewekt was gingen we brunchen. De boomklever
en de grote bonte specht hielden ons gezelschap. Omstreeks 12 uur
vertrokken we naar het natuurgebied Store Mosse. Dit natuurgebied
kreeg zijn beschermde status in 1982. Het gebied is bijna 8000 ha
groot. Het is een hoogveen gebied, met enkele meertjes waarvan het
K?vsj?nmeer het grootse is. Voor 1840 was dit meer echter nog veel
groter, maar het waterniveau werd in dat jaar met een meter verlaagd.
De omgeving werd ingericht als hooiland en grasland en zodoende
werd het een goed biotoop voor diverse vogels. Wilde Zwanen broeden
hier en ook diverse eendesoorten. Verder broedt hier de grootste
kraanvogel kolonie van Zweden. Wij hebben er een honderdtal gezien
toen we er 's avonds voor de tweede keer kwamen. Bij Store Mosse
staat een prachtige uitkijktoren van vier verdiepingen compleet
met lift voor onze invalide medemens. Bij de ingang had ik al een
levendbarende hagedis te pakken. Nadat we hem bekeken hadden herkreeg
hij z'n vrijheid. Wij zagen hier 's middags: blauwe kiekendief,
een aantal kraanvogels, wilde zwaan en Canadese ganzen. Een telescoop,
die we niet mee hadden, is hier geen luxe. Men kan via een gemarkeerd
pad het gehele meer rondlopen => 15 km. "s Middags hebben
we nog even boodschappen gedaan in V?rnamo. Durk en ik hebben 's
avonds nog een bezoek gebracht aan dit gebied en hebben toen voor
K?vsj?n ingang gekozen. Onderweg hoorden we de kraanvogels roepen.
Ook zagen we hier een paartjes goudvinken. Botanisch is het ook
erg interessant, met onder andere wolfsklauwen op de bosgrond onder
de berken. Het avondlicht op de witte berkebast geeft een prachtig
gezicht. Bij het meertje aangekomen hoorden we groenpootruiters.
Inmiddels staat er een flink aantal kraanvogels, schat een honderdtal
en minstens evenveel Canadese ganzen. Bij de hoofdtoren aangekomen
werd het al schemerig. We zagen nog een drietal visarenden en enkele
ree?n. Om 22 uur waren we weer op de camping, waar de lichten rond
de tent al waren ontstoken. De familie zat bijelkaar de meesten
met een boek en een glaasje drinken onder handbereik.
Zaterdag, 13 aug.
We hadden hier twee dagen
gestaan en de roep naar het zuiden stak de kop op. Met de kraanvogels
en de zwaluwen zouden we richting Falsterbo trekken in Zuid Zweden.
Onderweg kregen we enige regen bij een temperatuur van 18 graden.
Ook zagen we onderweg nog enkele roeken, kieviten en grote groepen
kauwen. Na een tocht van 300 km kwamen we in Malm? terecht waar
we even een tussenstop maakten. Dat troffen we want de jaarlijkse
feestweek was er net gestart. Met enkele optredens en overal kraampjes
met etenswaren en een heuze roeiwedstrijd in Vikingschepen werden
we volop vermaakt. Na wat gegeten te hebben bij Mc.Donnalds zijn
we naar de winderige camping bij Falsterbo gereden. Daar hebben
we de tent om 18.00 uur opgezet en een uur later zaten bij Durk/Jeltje
aan de koffie. De straffe wind zou nog geruime tijd aanhouden. 's
Avonds een strandwandeling gemaakt. Diverse steltlopers gezien.
Verder geen gerichte trekbewegingen waargenomen hier.
Zondag, 14 aug.
Nog steeds harde wind en
dus konden we uitslapen. We besloten weer naar Malm? te gaan omdat
daar nog steeds de feestweek aan de gang was. Eerst even bij de
veerboot geweest en een dienstregeling gehaald. In de middag naar
het strand bij de vuurtoren geweest. Dat was wel spannend met die
harde wind. Diverse steltlopers op het puntje van Zweden, waaronder:
bonte strandlopers, bontbekplevier, watersnip, zilverplevier en
tevens alle (4) soorten zwaluwen. Overzee vlogen een aantal aalscholvers.
Bij de haven zat nog een fazanteman. Vanavond eten we pannekoeken,
ondanks dat we in Malm? al een hapje bij Burger King hadden gehad.
Door aanhoudende harde wind bij een temperatuur van ca. 17 graden
besloten we om morgen via Denemarken naar huis te vertrekken. In
Limhamn hebben we een combinatie-ticket gekocht zodat we ook meteen
de overtocht R?dbyhaven => Puttgarden konden regelen. Om omstreeks
15.00 waren we in Duitsland waar we al met al ruim anderhalf uur
file hebben gehad. Zodoende konden we pas om ruim negen uur in Hotel
Faber te Hoogeveen, lekker gaan eten op de kleine kaart. Even na
twaalf uur waren we in N.Holland. Vanuit Zweden bleek het bijna
800 km te zijn.
Overzicht campingen.
1 Setusdal, een 12 km voorbij
Evje => 1 nacht gestaan op een vier sterren camping.
2 Hut nabij Hardangervidda vanwege de regen => 1 nacht
3 Even voorbij Voss => 2 nachten. Meertje had koud water!
4 Via Jostedalsbre (gletsjer) en overtocht Vangsnes naar Fjaerland,
met uitzicht op de Sognefjord, op een camping beland bij Breim =>
1 nacht en hier hebben we een vossenfarm bezocht.
5 Runde, vogeleiland voor de Noorse kust => 2 nachten
6 Via Alesund door het prachtige Romsdalen naar een camping enkele
km voor Dombas op het Dovrefjell => 3 nachten.
7 Via Lillehammer gereden en een hut genomen 12 km voorbij dit stadje
aan de weg nr. 213. regenachtig.
8 Naar Zweden gereden en vlak onder Arvika een camping opgezocht.
Glaskogens bezocht => kanotocht gemaakt. 5 nachten getsaan.
9 Op een camping vlak bij Gnosj? bij een meertje; goed zwemwater.
Natuurgebied Store Mosse bezocht. 2 nachten.
10 Richting Malm?, stad bekeken en daarna op camping bij Falsterbo
in Zuid Zweden. 2 nachten op drukke camping.
Enkele planten die we in
Noorwegen hebben gezien.
Laatste twee regels is Zweden opgetekend.
Hengel Lupine Echte guldenroede
Tormentil Duizendblad Wilgeroosje
Schermhavikskruid Grasklokje Duifkruid
Vetmuur spec. Wollegras Vingerhoedskruid
Wilde aardbei Sintjanskruid Valeriaan
Bereklauw Wederik Witte klaver
Rode klaver Scherpe boterbloem Timonthee
Reukgras Kropaar Kweekgras
Veldzuring Kleine vossestaart Margriet
Vogelwikke Schijfkamille Glad walstro
Echt walstro Klein kruiskruid Engels Raaigras
Herderstasje Gewone bosbes Vrouwenmantel
Wilde bertram Gele waterkers Brunel
Vlasbekje Rhodola rosea Rolklaver
Knolletjes ereprijs Wollig havikskr. Noordse Monnikskap
Kattestaart Gele plomp Boerenwormkruid
Drijvend fonteinkr. Paardebloem Waterlobelia
Ronde zonnedauw Wolfsklauwspec.
|