Polen

About Me

Onderwerpen Polen

Noord-Spanje

Zweden

Lesbos [2002]

Lesbos [1999]

Zwitserland

Polen

Noorwegen

Ebro

Bargerveen

Reisverslag Polen mei 1997

 

Sinds lange tijd vormt Polen de schakel tussen Rusland en West-Europa. Bovendien is het een belangrijke verbinding tussen Scandinavië en de Balkan. Ook de laatste jaren, na de val van de muur, is het vervoer van goederen naar Polen en door Polen sterk toegenomen. Veel westerse auto’s gaan op transport naar de Baltische staten en dan met name Letland. Thans is Polen ontdekt als (goedkoop) vakantieland. De afstand tussen beide landen bedraagt maar 800 km. Wij hebben een dag besteed om een natuurgebied in het westen van Polen te bezoeken, maar de nadruk lag toch op het oosten van Polen. Wij hebben met name het gebied bezocht dat doorkruist wordt door de rivier de Narew en de Biebrza. De Narew komt uit het oosten (Wit Rusland). De Biebrza komt uit het noordoosten en voegt zich bij het dorpje Wisna bij de Narew. Gezamenlijk gaan ze door als Narew tot iets boven Warszawa (Warschau). Bij de brug van Wisna, waar de Narew onderdoor stroomt bevindt zich een sternen kolonie, waarover later meer.
Polen kan landschappelijk in drie parallel lopende stroken worden verdeeld die elk van oost naar west verlopen en die elk een eigen karakter hebben. Langs de Oostzee in het noorden vinden we de brede kustvlakte met uitgestrekte zandstranden, duinen en kliffen. De lager gelegen gedeelten in het midden worden ontwaterd door de Wisla en het brede Silezische laagland wordt ontwaterd door de Odra, die ook de grensrivier vormt met Duitsland. Deze brengt het water naar de Ooszee en mondt uit in de Pommerse Bocht.

De Poolse taal behoort tot de Westslavische tak van de familie van de Balto-Slavische talen, die op hun beurt weer horen tot de grote familie van de Indo-Europese talen. Hierdoor is het verwant aan het Tsjechisch en Sloweens. Met andere woorden wij verstaan er niks van. Tot de kerstening (966) bestond er slechts een gesproken taal. Met de komst van het christendom deed het alfabet zijn intrede, ofschoon het Latijn de officiële volkstaal werd. Het alfabet bestaat uit 32 letters. De q, v en de x komen er officieel niet in voor. Het Pools is sterk vervoegd en kent zeven naamvallen. Zo wordt de achternaam veranderd al naar gelang men heeft te maken met een man (Jaruzelski), met z’n vrouw (Jaruzelska) of met de hele familie (Jaruzelscy). In de tweede naamval verandert het weer! De grammatica lijkt wel iets op dat van het latijn.

Polen behoort botanisch tot de Centraaleuropese regio met gemengde bossen. De ijstijden hebben hun invloed gehad in Polen. Dat kunnen we nog steeds in het landschap herkennen bij voorbeeld als eindmorene aan de Narew. Ook aan de plantengroei kunnen we dat merken aan de ijstijdrelicten, zoals de dwergberk. Polen heeft bergen (Karpaten) in het zuiden op het grensgebied met Slowakije en Oekraïne. Polen is nog een echt agrarisch land, waar 60 % van het oppervlak bewerkt wordt. Verder wordt 26 % bedekt met bos. Daarbij overheersen de naaldbomen (82%). De meest voorkomende bomen zijn den, berk , esdoorn, eik, els en de hazelaar.
Bevolking van bijna 40 miljoen mensen bestaat voor 98 % uit Polen. Voor 1939 was dat nog 65 %. Een groot deel van de joodse bevolking is uitgeroeid. In Podlasië vinden we, door de Russische invloed, de oosters Orthodoxe kerken met hun kenmerkende uivormige koepels. In deze streek, ten oosten van Bialystok (200 000 inwoners) wonen ook nog moslims, die hier al eeuwenlang wonen. Ook zijn er nog enkele dorpen ten noorden van Bialystok waar nog een kleine Tartaarse gemeenschap woont. Bialystok is overigens de enige grote stad in deze omgeving nadat de Sovjetgrens naar het westen is verschoven.
Polen kent verschillende Nationale Parken. Ze zagen reeds in een vroeg stadium in dat het noodzakelijk was om de natuur te beschermen. De Poolse fauna is van een Middeneuropees karakter, met enkele typische dieren die alleen hier nog voorkomen. De bekendste is de Wisent of Europese bizon. Verder komt de wolf, eland, lynx in dit gebied nog voor. De visotter en de bever krijgen we soms ook te zien. De wolven zijn gezenderd en komen in het gebied rond Bialowieza voor. Twee groepen (pak) komen hier nog voor. Men krijgt ze praktisch nooit te zien. Wel kan men soms, met een geoefend oog, de sporen vinden en dan met name in de winter.

Visotter (Lutra lutra) Dit dier kwam vroeger in alle waterrijke gebieden van West-Europa voor, maar is sinds een aantal jaren in Nederland uitgestorven. Vroeger werd de otter sterk bejaagd. Bij deze jacht werden nogal wrede methoden toegepast. Otterhonden dreven de dieren in het nauw, waarna ze met een drietandige otterspeer werden gedood. Twee broers uit Westfalen gingen er prat op om op die manier 1700 otters te hebben afgemaakt. Otters gaan meestal ‘s avonds op jacht. Het zijn behendige zwemmers en duikers. Ze kunnen vier tot zes minuten onder water blijven. Hun belangrijkste prooi is vis, maar ze vangen ook wel woelratten en muskusratten. Ook eten ze watervogels, zoals meerkoeten.
De uitwerpselen zijn in verse toestand teerachtig, zwart en slijmerig en blijven lang naar traan ruiken. Ze depeneren ze vaak op een verhoging. Dit wijst er op dat ze ze ook gebruiken voor de afbakening van hun territorium. In het Otterpark Aqualutra, ten oosten van Leeuwarden, hebben ze zelfs een ooievaar te grazen genomen die per ongeluk in hun hok terecht was gekomen. Thans probeert men in dit centrum een kweek van otters op te zetten, geschikt voor herintroduktie. Dit zal alleen kunnen lukken als de waterkwaliteit voldoende is verbeterd. Het is een kritische soort die hoge eisen stelt aan zijn leefomgeving. Wij hebben twee exemplaren gezien.


De wisent (Bison bonasus)
Een indrukwekkend rund met een maximale schofthoogte van 2 meter. De kop wordt meestal omlaag gedragen. Schoft is opvallend hoog door de sterk verlengde doornuitsteeksels. De achterhand is maar weinig gespierd.
Vroeger kwam het oerrund tot 1627 voor in de Europese wouden. De wisent kon nog worden gered. Zijn afbeelding is in holen-tekeningen terug gevonden. De wisent is de naaste verwant van de Ameikaanse bison. Ze hebben een gemeenschappelijke voorouder: de Bison sivalensis. Fossiele resten hiervan heeft men gevonden in Noord-India. Eèn stam trok over de toen nog lage Himalaya en bereikte via de toen nog aanwezige landbrug Noord Amerika. Een andere stam trok naar het westen en ontwikkelde zich tot wisent. Die ontwikkeling leidde tot een bos- en een steppevorm. De steppewisent stierf uit in de IJstijd. Het aantal wisenten liep door de ontbossing en cultivering sterk terug. In het begin van deze eeuw bestond er alleen nog een restant van de laaglandvorm in oost Polen in de wouden van Bialowieza. Daar komen nog een tweehonderd voor. Niet zozeer in het oerbos zelf, maar meer op de grazige weitjes tussen de bospercelen in, rond het park. Zo hebben wij ze ook ontdekt na een tip van de camping beheerder.


Hierna volgt het verslag van dag tot dag, opgetekend door Jelle de Jong, uitgetypt door Nynke Zijlstra.

07:00 uur vertrokken uit Nijkerk km stand: 64.593

08:15 uur Grensovergang: de Lutte km stand: 64.718

09:20 uur eerste stop voorbij Osnabruck 64.814
Raststatte Gronegau.

Aan de oostkant in Berlijn gingen we in de fout; rondje gereden in O. Berlijn. Bij een tankstation gevraagd waarna we weer snel op de goede route zaten .We hadden 1 uur verspeeld.

17:00 uur gelukkig weer op route

17:20 uur Aan de grens bij Herzfelde; hier een vos, 19 reeën, fazant.

18:05 uur Hostrzijn voor de Poolse grens (wachten). Ondertussen grauwe gors, kleine bonte specht, Europese kanarie, geelgors en de nachtegaal.

22:35 uur eindelijk door de douane, we hebben dus ruim 4 en een half uur moeten wachten!

23:00 uur Slonsk: bij industrieterrein in de bus geslapen. Hebben beide bewakers een blik snoepjes gegeven; koude wind, 0 graden, erg koud gehad vannacht.

Dag 1 Zondag 27-4 1997

Op gestaan om 06:15 uur, auto ingeruimd en vertrokken. De omgeving van Slonsk is fantastisch (200 jaar terug in de tijd?).


Ooievaars 4 Bonte Kraai
Kraanvogels 4 Grauwe gors
Rode wouw 2 Geelgors
Bruine kiek 3 Groenling
Buizerd 1 Ringmus >
Raaf 6 Vink >
Merel Keep 1
Kramsvogel > Watersnip, balts
Koperwiek (groep op weiland) Tureluur
Zanglijster paar Grutto
Fitis Gele kwikstaart
Tjiftjaf. Veldleeuwerik
Boomkruiper Kokmeeuw
Boomklever 2 Grauwe Gans
Knobbel Zwaan 4 Wilde eend
Meerkoet > Kneu 1
Zwartkop 1 Fazant
Ekster Houtduif
Kauw Turkse tortel
Spreeuw Koolmees
Zwarte Roodstaart Boerenzwaluw
Huiszwaluw Zomertaling, 1 paar
Havik Brilduiker 4
Patrijs 1

Vanaf Gluchowo richting Slonks kan men een hoge dijk volgen met de auto, vanwaar men goed uitzicht heeft op de uiterwaarden. Daar zagen we o.a. onze eerste zeearend!

We zagen hier o.a.:
Kleine bonte specht (man) wintertaling
Zomertaling (enkele paren) krakeend
Slobeend kuifeend
Zeearend (1 adult) Ooievaars op de nesten
Bruine Kiekendief

Daarna zijn we naar het natuurgebied gereden dat is gelegen tussen Slonks en Kostrzyn (grens). Gebied door extreem hoge waterstand onder water gelopen in zomer 1997.

Zeearend (5, waarbij adulte) Kleine Zilverreiger (ongebruikelijk)
Kraanvogels Zwarte Ruiter 5
Groenpootruiter 2 Kemphanen, tientallen
Turuluur Zwarte Wouw
Rode Wouw Aalscholvers

Een gebied dus dat de moeite waard is en net over de grens met Duitsland is gelegen, als men de grensovergang van Kostrzyn neemt; vlak boven Frankfurt (Oder). Eco tourist service maakt hierheen ook georganiseerde reizen onder de naam “Ooivaarsdorpen van Polen”. Zie hun Reis brochure.


Dag 2, maandag 28-4- 1997

6:30 uur Opgestaan, we hadden “wild” gekampeerd. Tijdens thee o.a. kekkerende havik.

7:15 uur Vertrokken km. stand.: 66.563

Gorzow. W.- Poznon (roekenkolonie./ kraanvogel 3)

Het werd weer een lange dag in de auto, dwars door Polen heen van west naar oost. We reden via Poznan, Konin, Kolo, Kutno, Plock, Ciechanowa, Rozan, Ostoleka, Lomza.

Om 18:15 uur bereikten we Wisna; hier begint het Biebrza gebied, in Mazovië; de grond in dit gebied is niet erg vruchtbaar en derhalve een arme streek.

Biebrza vogelparadijs

De uiterwaarden van de onbedijkte rivier de Biebrza vormen het grootste moerasgebied van Centraal-Europa. Er komen 176 soorten broedvogels voor, waaronder de zwarte ooievaar, de schreeuw- bastaard en zeearend. In dit gebied handhaven zich de laatste gezonde Europese populaties van waterrietzanger en poelsnip. De mannelijke snippen verzamelen zich op het eind van de dag op de arena (lek). Deze aantallen kunnen oplopen tot een honderd exemplaren. Ze bezetten daar een territorium die een grootte kan hebben van 12,5 m2. (Fins onderzoek). Ander onderzoek wijst uit dat het territorium een grootte kan hebben van circa 120 m2 . Op de lek komen snippen die een territorium bezitten, maar de lek wordt ook door anderen bezocht. De vrouwtjes bezoeken de baltsplaats voor de copulatie. De balts is spectaculair, maar speelt zich voor een groot gedeelte af in de schemering. De vogels springen soms enkele decimeters omhoog, draaien met hun lichaam, spreiden hun staarten, maar wat de aanleiding is konden we niet ontdekken. Niet onmogelijk is dat er activiteit komt als de arena bezocht wordt door een vrouwtje.

Terug naar Wisna. Na wat vragen met handen en voeten kwamen we bij een groot huis op een hoek. Hier waren mensen die een beetje Engels spraken en zij verwezen ons naar Budy. Hier zou een camping moeten liggen, midden in het Biebrza gebied. Het laatste stuk was een zeer matige weg en het was dan ook 20:00 uur voordat we op de juiste plek waren. Bijna kwamen we nog vast te zitten met ons VW busje, omdat later bleek dat een volgend zandpad beter begaanbaar was. Na een korte verkenning te voet en enkele onweersklappen troffen we 2 Deense vogelaars aan die hier al op de camping stonden. Ze kampeerden in een Toyotabus. Hier hebben wij het tentje van Nynke opgeslagen (die het met veel liefde meegaf) en een biertje gedronken met de Denen. Deze hadden vanavond de Poelsnippen zien baltsen ca. 25 min lopen van “camping”. Morgenavond gaan we met ze mee. We kregen ook een kaartje met plekken ten westen van Berlijn waar je nog grote trappen kunt vinden. Toen we naar bed wilden gaan kwam “de beheerder” naar ons toe. Hij vroeg ons nog even mee naar binnen te gaan voor wat informatie. Een aardige man met een “museum”- huis. Hij vertelde het een en ander en hij verkocht o.a. kaarten. Zo werd het 22:45 uur voor we te bed gingen.

P.S.: Temperatuur is steeds in de auto gemeten. Dit is vaak hoger dan de buitentemperatuur.

Ringslang (Natrix natrix) Komt bijna in geheel Europa voor, maar ontbreekt op een aantal eilanden, zoals Malta, Kreta en andere eilanden van de Cycladen. In Nederland vooral in het midden, zuiden en oosten van het land. De lengte is gewoonlijk tot 120 cm, maar exemplaren tot twee meter komen voor. De vrouwtjes zijn iets groter. De kleur is zeer variabel maar meestal goed te herkennen aan de twee karakteristieke gele halvemaan vormige vlekken. Bij de soort (N.n. natrix) die voorkomt in het noordoosten van Europa zijn de halsvlekken zeer duidelijk. Bij de Nederlandse ondersoort (N.n. helvetica) is de kraag tamelijk licht en ontbreekt soms bij volwassen dieren.
Hij is grotendeels overdag actief en wordt meestal op vochtige plekken aangetroffen. Zwemt goed en kan ook jagen in het water. Bij verstoring kan hij sissen en met gesloten bek toeslaan. Bijt zelden. Wanneer hij wordt vastgepakt scheidt hij soms een stinkend secreet af uit de anaalklieren. Dit heb ik aan de lijve ondervonden bij een exemplaar dat ruim een meter lang was. Het voedsel bestaat voornamelijk uit kikkers en padden. Die zitten hier massaal. Hij hoeft alleen de bek maar open te doen. Soms worden ook jonge vogels gegeten. We hebben er diverse gezien, meestal kleinere exemplaren, ook dood op de weg.

Dag 3 dinsdag 29-4 1997

Rond 6:00 uur stonden we op. Jelle had het weer niet lekker warm gehad, hoewel de thermometer in de auto 10 graden aangaf. Even een kopje thee en wassen en toen een wandeling gemaakt naar de plek waar o.a. Poelsnippen zaten. Tijdens de thee voor de tent streek een Kraanvogel neer op het veld voor ons. Onderweg langs de bosrand zagen we o.a.: Bonte Vliegenvanger, Grote bonte specht, Draaihals, Boomleeuwerik, Boompieper, Raaf en Kraanvogel. Ook hoorden we steeds een Roerdomp. In het gebied o.a. veel baltsende watersnippen, waterral. Baltsende Korhanen, (auditief) veel kikkers en een Eland vanaf de hoge uitkijktoren. Om 10:30 uur terug bij de tent. Koffie gezet en wat foto’s gemaakt. Ooievaar komt aan en land op het nest boven ons. Op de camping dus. Rouwmantel komt langs. Zwart Specht vliegt langs. Rond de middag naar Sternkolonie bij de brug bij Wisna. Onderweg: Eekhoorn, Goudvink, Ringslang, parende padden, en een hagedis. Ook een beverburcht gevonden en vers knaag werk. Op terugweg 3 Elanden. Terug op de camping nogmaals een ringslang waargenomen, nu in opgerolde toestand.
Na het eten naar de Poelsnippen. Onderweg nog een Hop. We zagen en hoorden minimaal 5 Poelsnippen.
Om 20:45 uur terug op de camping en was het al aardig donker geworden. Bij Krzysztof een paar kaarten gekocht en daarna een biertje gedronken. 22:30 gingen we plat.
Krzysztof handelde vroeger in antieke boeken, maar stopte zijn verkoop in Warszawa. Vier jaar geleden kwam hij hier naar toe om de drukte van de grote stad te ontvluchten. Het gehucht Budy was bijna door iedereen verlaten. Voordat het licht hier voorgoed uit zou gaan heeft Krzysztof een huisje en een stukje land gekocht. Hier lopen twee tarpans. Verder heeft hij een aantal witte ganzen, katten en een hond. Hij bouwde een houten huis en liet een wel aanboren voor drinkwater. Nu verdient hij als campingbaas een inkomen. Verder kan men ook met hem als gids het 60 000 ha grote gebied van het Biebrzanski Nationale Park (sinds 9 september 1993) doorkruizen.

Dag 4, woensdag 30-4-1997

Om 5:15 opgestaan, gewassen, kopje thee. Toen op route naar het 10 km lang pad dwars door het gebied. Onderweg: goudvink, eekhoorn, grijskopspecht , roep, roffel en mooi gezien. Reageerde heftig op eigen geluid van de C.D. speler, zodat we hem mooi konden zien en horen. Verder een Eland, een haas en een dode spitsmuis. Bij de ingang van het pad een boswachter gesproken. Deze had hier baltsende Bokjes gehoord, waarschijnlijk doortrekkers, maar hij sloot niet uit dat ze hier ook wel tot broeden kwamen. Tijdens een wandeling in het gebied (met toegangsbewijs) hoorden we o.a.: Blauwborst, Rietzanger, Snor, Grasmus en vloog er een groep van 25 Kraanvogels over. Overal om ons heen baltsende Watersnippen. De Waterral liet zich horen maar de Waterrietzanger was er nog niet helaas. We fotografeerden weer regelmatig. Bij een uitkijktoren vlak aan de weg hebben we koffie gezet en brood gegeten. In de buurt stond een Hollandse bus met studenten van een M.A.S. uit het zuiden van het land. Toen kwam er een onweersbui opzetten en zijn we naar Wisna gegaan om te bellen (Otte) en hebben we brood gekocht. Daarna terug over de rivier en eerste afslag rechts. Direkt heeft men dan zicht op de diverse soorten sterns aan de rechterkant. Na ca. 1 km komen hier zeer interessante “wetlands”, waar we o.a. zagen: Witvleugelstern, Witwangstern en Zwarte stern, wilde eend, Slobeend, Wintertaling, Zomer taling, Pijlstaart, Kuif-, tafeleend, knobbelzwaan, zwarte ruiter, tureluur, bosruiter, kemphaan 100, kokmeeuw, aalscholver, ooievaar, geoorde fuut, dodaars, en smient.
Daarna nog naar een “eindmorene”, een soort klif geweest bij Gora Strekowa. Dit geeft een mooi uitzicht over de Narew rivier. Daarna terug naar de tent. Ca. 18:00 uur weer op de camping. Het regende behoorlijk en we kookten onder een overkapping op het terrein (rijst, groente en blik-vlees). Na de afwas het verslag bijgewerkt en plan voor morgen gemaakt. We besloten om morgen alvast naar Bialowieska te gaan, zodat we later in het Biebrzagebied meer tijd over houden en bovendien liet het weer nu te wensen over. Vervolgens nog even naar de plek van de beverburchten geweest in de hoop bevers te zien. Dit lukte echter niet. Wel hoorden we de Bosuil en Porseleinhoen. Toch leuk dus. Om 22:45 uur terug op de camping. Nog een biertje en plat. Er waren mensen (kunstenaars type) in “het huisje” gekomen. Er was veel herrie en een flinke ruzie tussen de echtelieden.


Dag 5, donderdag 1 mei 1997

Om 6:15 Opgestaan, het weer was somber en er hing dauw boven het veld. En alles was vochtig. We besloten na een kop thee eerst nog een wandeling te maken. We gingen naar de “eerste uitkijktoren”, na Budy meteen rechtsaf. Het pad was erg nat en daardoor slecht begaanbaar. We hadden laarzen aan moeten doen. Het wemelt hier v.d. Watersnippen. Verder hoorden we Braamsluiper en Blauwborst zingen. We vonden ook een nieuwe beverburcht. Toen we terug waren hebben we de tent afgebroken en koffie gezet. Na een kop koffie Krzysztof uit z’n bed gebeld. Die was ‘s nachts laat thuis gekomen. We werden binnen gelaten en Otte heeft binnen nog wat foto’s gemaakt. Krzysztof vertelde in de winter wel wolven te horen en sporen te vinden. Wilde katten had hij nog nooit gezien want die zitten, volgens hem, niet in dat gebied. In de winter zat hij soms geïsoleerd. Hij ging ook wel op de ski’s naar Dobarz om melk te halen. Aardappelen en macaroni had hij voldoende in huis. Dat was “no problem”. “Het huis”, geïsoleerd met natuurlijk mos, was overigens te reserveren en we kregen een folder mee met z’n naam en adres. We betaalden 6 Zlt p.p. per nacht (3 keer12) =36 Zlt totaal voor 3 dagen. Dit komt neer op ca. 24 gulden dus 8 gulden per nacht voor ons beiden. Daarna vertrokken we naar Bialowieska. We reden via een binnendoor weggetje door Lapy naar Bialowieska. Het was, landschappelijk gezien, een mooie route, maar het leverde tijdens een stop alleen een zwart mees op.

Info Bialowiesko

Het oerbos is het enige stuk oerwoud dat in Europa is overgebleven. In het verleden was dit het jachtgebied van de Poolse koningen. Het oerbos is gelegen in een uitgestrekt boscomplex van 1250 km2. De grens met Wit Rusland loop er dwars doorheen. Er groeien 26 soorten bomen, waaronder sparren en dennen van 50 meter hoog. Bovendien oeroude eiken uit de 15 e eeuw. De haagbeuk is dominant aanwezig. Beheer vindt uiteraard niet plaats, behalve als de toegankelijkheid in het geding is. Auerhoen en hazelhoen komen hier of in het omringende bos nog voor, evenals de dwerguil. Ook wolven komen er nog voor. Zie ook elders. Het dorpje Bialowieza dankt z’n bestaan aan de koningen en hertogen van Polen en Litouwen die hier kwamen voor de jacht. De eerste boswachters werkten hier al in de 15 e eeuw om stropers te betrappen. Ze maakten onder andere jacht op de wisent. Koning August III doodde er in 1752 42 wisenten en 38 elanden. Mede door de jacht waren er in 1915 nog 185 wisenten over. In de eerste W.O. werden die door uitgehongerde soldaten opgegeten. In 1920 werden enkele gefokte dieren uitgezet.

We zagen aan vogels dus niets bijzonders. Om 13:15 uur arriveerden we op de camping bij Grudki. Tent opgezet en daarna heerlijk gedoucht. Met de campingbaas Stefan, een aardige man van rond de veertig, hadden we een excursie in het nationaal park afgesproken voor zaterdag 3 april om 6:00. Kopje thee gedronken en vervolgens zijn we naar Bialowieza gewandeld om de situatie rond het park te verkennen. Onderweg een Appelvink en 2 Schreeuwarenden, die over kwamen. De ingang van de paleistuin/park even verkend en toen dit park, waar ook twee hotels zijn gelegen, door gewandeld.

We zagen hier toen:
appelvink
withals vliegenvanger
grauwe vliegen vanger
bonte vliegen vanger
draaihals
middelste bonte specht
Noordse nachtegaal
grote karekiet
waterhoen

Het was om je vingers bij af te likken. Daarna bij PTOP (Poolse vogelbescherming) T-shirts gehaald als souvenirs voor thuis. De meneer in dit winkeltje wist te vertellen dat er in de omgeving ruim 200 Wisenten rond liepen. Voldaan gingen we terug naar de tent. Hier een port gedronken en even nagekeken welke Boomklever we in het park gezien hadden. Het was de “european”. Daarna eten gekookt, afgewassen en verslag geschreven. Daarna een wandeling gemaakt; langs de spoorbaan die langs de camping loopt. Hier hoorden we op ongeveer 2 km van de camping een ruigpootuil roepen. Verder nog een bosuil en twee keer een baltsende houtsnip.

Ruigpootuil (Aegolius funereus)

Deze uil ter grootte van een Steenuil (Athena noctua) lijkt ook wel iets op een Steenuil, maar er zijn ook duidelijke verschillen. De grootte bedraagt 24 tot 26 cm en het gewicht ca. 100 gram voor de man en 150 gram voor het vrouwtje. Deze uil verschilt van de Steenuil door de grotere en rondere kop. Verder heeft deze uil een duidelijke gezichtsluier met donkere randen en parelvormige vlekken op de vleugels. De tarsus is tot op de klauwen dicht beverderd. Hij is alleen ‘s nachts actief, overdag rust hij bij voorkeur in naaldhout. Ze broeden in boomholten van de Zwarte Specht die gemaakt zijn in den of beuk. Breidt zich uit nadat een bos(kap)vlakte is ontstaan, na kap of door een storm. De muizen breiden zich dan tijdelijk uit waar deze uil dan handig van profiteert. Er zijn enkele broedgevallen in Drente geweest; in 1985/’86. Thans ook in de Ardennen.

Dag 6, vrijdag 2 mei, 1997

Om 6:15 opgestaan, gewassen en kopje thee gedronken. Op de camping o.a. draaihals 3 en appelvinken ronddom. Toen naar het “beroemde” knuppelpad. Het is een wandeling door een prachtig oerbos, grotendeels over vlonders. De grondbedekking bestaat uit:
bosanemoon (hoofdzaak),
gele anemoon, verspreidbladig goudveil, voorjaarshelmbloem, daslook,
bingelkruid,

De struiklaag bestaat voor een groot gedeelte uit hazelaar. Verder berk, spar en de oude woudreuzen maar er zijn ook nog andere soorten zoals de iep en soms een eik.
Tijdens een koffie stop kwam er een brandmuis tevoorschijn. Daarna hebben we nog enkele exemplaren gezien. Ze hebben een kenmerkende anaalstreep en zijn vaak overdag actief. Het weer bleef somber. We hebben koffie gezet en gedronken aan de rand van hetzelfde bos. Er streken nog 3 Kraanvogels neer binnen ons gezichtsveld, verder heel rustig. Toen naar het park waar de Wisent te zien zou zijn. Dit park was een flop. Ze hadden daar de Wisent, kruising Wisent en rund, Edelhert, Eland, Ree, Wild Zwijn en de Wolf. Ze proberen hier dieren te fokken die de gunstige eigenschappen van beide in zich hebben, dus een dier dat weinig verzorging nodig heeft en met weinig tevreden is, maar het dier moet ook handelbaar zijn. Dat is nog een probleem als er veel bloed in zit van de wisent. De behuizing was veel te klein en je kon duidelijk zien dat ze binnen een omheining liepen. Daarna zijn we naar het Stuwmeer in het noorden gereden. Landschappelijk mooi, maar het leverde niet veel op, misschien ook mede door het weer. Wel ontmoetten we hier een jongeman op een boerenkar die een praatje met ons wel op prijs stelde. Hij kon goed Engels en het bleek dat het een student was die z’n studie tijdelijk had onderbroken en nu een vriend hielp bij het bouwen van een huis.
Rond 18:00 weer terug bij de tent. Eten gekookt, gegeten, afgewassen en naar de paleispark gegaan. Hier hebben we (oostelijke) egels op de dia gezet. Toen we weer bij de tent waren hebben we een biertje/bessen jus gedronken. Op tijd naar bed, om 22:15, want de volgende dag moeten we om 5 uur op in verband met de excursie in het oerbos.

Dag 7, zaterdag 3 mei 1997

Om 5.15 opgestaan bij helder weer en bij een temperatuur van 10 graden.
Om 6:00 uur begint ons bezoek aan het oerbos met een goede gids, de buurman van onze campingbaas. Verder ging er nog een Nederlands echtpaar mee die ook grote interesse had in de vogels. Kosten altijd 80 zlt, ongeacht het aantal deelnemers. Dit is ongeveer 54 gulden voor ons groepje van vier. (ƒ13,50 p.p.)

Botanisch is het ook zeer interessant; we konden de volgende planten noteren:
Bosanemoon (veel)
Gele anemoon
Muskuskruid (Adoxa moschatellina) Een familie die uit èèn geslacht en uit èèn familie bestaat.
Bingelkruid
Voorjaarshelmbloem
Leverbloempje, Hepatica nobilis met blauw bloem.
Isopyrum thalictroides, met witte bloem.
Schubwortel, parasiet.
Verspreidbladig goudveil
Voor de orchideeën waren we te vroeg

Verder veel sporen van spechten op en in de bomen. Onze excursieleider wist ze moeiteloos te herkennen met de bijzonderheden er bij.

De middelste bonte specht: kleine verspreide gaten in de schors. Witrugspecht: grote ingehakte plekken die overdwars lagen. Van de witrugspecht vonden we nog een nestholte bovenin een boom. Onze leider werd er bijna lyrisch van. Het valt niet mee om in dit uitgestrekte bos een nestlokatie te vinden in deze hoge bomen, die soms meer dan 50 meter hoog zijn. De Syrische bonte specht komt hier niet voor als broedvogel. De excursieleider probeerde nog even om de specht te verleiden de holte te verlaten door even de op de boom te krabben. Daarmee imiteerde hij het geluid van een omhoog klimmende boommarter. Deze keer echter zonder resultaat.

Dwerguil (Glaudium passerinum)
Met 16 - 17 cm is dit de kleinste Europese uil. Het gewicht is er ook naar, maar 68 ge\ram voor de man en 78 gram voor de echtgenote. In de avond en ochtend actief, ook wel overdag en is niet erg schuw. Heeft 5 dwarsbanden op de staart. Natuurlijke verliezen door havik, sperwer, bosuil en boommarter. Heeft veel belang bij natuurlijke holten in bomen en daarom is het van groot belang dat oude bomen blijven bestaan. Broedt ook is spechtengaten. Gebruikt holten ook om prooi in te verbergen.


Oehoe (Bubo bubo)

Met 70 cm is dit de grootste Europese uil. Het vrouwtje kan nog iets groter worden en tot 3 kg zwaar. In schemering en ‘s nachts actief. Rust overdag in rotspleet of boomkruin. Er broeden 70 paar in Polen. Jaagt vanaf zitplaats of in sluipvlucht. Lokaliseert prooi vooral via het gehoor. De prooi is zeer veelzijdig. Soms egels, in andere gebieden is het konijn de hoofdprooi. Aan de Noorse kusten vormen zeevogels het hoofdvoedsel. Muizen en ratten vormen ook een belangrijk voedselaandeel. Braakballen gemiddeld 72 mm; dit is de halve grootte van een dwerguil! De oehoe broedt op rots-wanden en richels, soms op de grond, soms in een oud nest van een roofvogels of blauwe reiger. Oude vogels blijven in hun gebied, de jongen moeten een nieuw territorium zien te vinden. In de vrije natuur kunnen ze twintig jaar oud worden. In gevangenschap tot 68 jaar.

P.S. De withalsvliegenvanger neemt toe in het park als broedvogel, terwijl de bontevliegenvanger gelijk blijft. De verklaring is onbekend.
Een professor doet onderzoek naar de appelvink. Heeft ook contact met Rob Bijlsma die onderzoek heeft gedaan naar de toename van appelvinken in de Flevopolders. In onze polders foerageren ze vooral op zaden van de esdoorn (Acer compestris) en dit zou de toename verklaren.

We zagen in het bos o.a.:
Witrugspecht die nestholte binnenging; ook hoorden we hem roffelen! Zwarte specht 2x. Grote bonte specht is hier algemeen. Zwarte Ooievaar boven het bos zwevend. Typische cultuurvlieder dit in tegenstelling tot de witte ooievaar. Diverse appelvinken. Verder:
vink, koolmees, pimpelmees glaskop, staartmees met witte kop (Scandinavische ondersoort). Zanglijster, merel, houtduif, goudhaantje, vuurgoudhaantje, fitis, tjiftjaf, braamsluiper, grauwe vliegenvanger, withalsvliegenvanger, boomklever , boomkruiper en raaf.

Om 10:15 terug uit het park. Naar de tent voor koffie, heerlijk. Na de koffie geprobeerd Grauwe klauwier te fotograferen. Het waaide toen erg hard maar het was mooi weer. Daarna nog maar weer een keertje naar de paleistuin om daar vogels te fotograferen. We hadden daar de eerste dag “van alles” gezien, de vogels waren mensen gewend en ze waren derhalve niet schuw. Vandaag was het echter een stuk minder dan 2 dagen terug. Vanmorgen had Jelle een Midddelste bonte specht ontdekt in de tuin. Op die plek is hij even op een bankje gaan zitten en na enkele minuten zag ik hem weer. Hij zat hoog en tegen het licht en vloog weer weg. Otte kwam bij me zitten en na een paar minuten riep hij toch weer voor ons. Hij bleek een nestholte op het oog te hebben op ooghoogte recht tegenover ons bankje. We hebben daarna nog een spannend uurtje gehad. Hier hebben we dia’s van. Verder de fluiter geprobeerd en Otte wist de Appelvink nog te verschalken. Voldaan gingen we terug naar de tent. Daar even wat overleggen en ik liep naar de campingbaas om te melden dat we vanavond niet met onze gids van vanochtend op pad zouden gaan i.v.m. de harde wind. Tijdens een praatje met de baas en een Duitser kwam de campingbaas op de proppen met een plekje waar Wisenten te zien zouden zijn. (Bij Budy, een ander gehucht op tien km afstand van de camping). Otte en ik snel een boerenomelet gegeten en naar de betreffende plek. Op het bospad ernaar toe hadden we al veel sporen gevonden. Er liepen 10 Wizenten op een weitje aan de bosrand. We konden vanuit een hoogzit aan de rand van het bos de beesten prachtig bekijken en fotograferen. Een prachtigen avond dus. Op de terugweg nog een paar keer geluisterd maar dat leverde niets op. Terug bij de tent een mix gedronken en vroeg in de “koffer”. Otte wilde in de bus slapen omdat ik zou snurken.

Dag 8, zondag 4 mei
Weer: helemaal helder; om5:45 uur is het 10 graden.

Na een kopje thee nogmaals het “Knuppelpad” gelopen in de hoop het Hazelhoen te horen. Dit lukte niet, maar wel weer heel mooi de middelste bonte specht gezien en gehoord. Koffie gedronken net door Pogorcelce. Op een open plek langs de weg in het bos. Daarna terug naar de tent, lekker gedouched en afgerekend in D.M.

Om 14:00 uur vertrokken we van de camping en via Bialastok naar Wisna. Hier zijn we voor de rivier nogmaals linksaf gegaan om in dat mooie “wetland” rond te speuren. Het was ca. 17:00 voor we hier aankwamen. Opnieuw genoten van dit prachtige natuurgebied. O.a. 2 baltsende Geoorde futen. We zijn toen verder gereden, linksaf geslagen en om het gebied heen gereden. Aan de oostkant bleken meerdere Grauwe klauwieren en Paapjes te zitten. We hebben hier nog gefotografeerd. Tenslotte wisten we niet meer precies waar we zaten maar het zoeken van de weg leverde nog 2 Zwarte Ooievaars op. Ze stonden samen langs een slootkant. Toen we stopten voor foto’s stonden ze nog even maar gingen toen op de wieken. Vervolgens door naar Budy (kampplaats) waar we rond 18:30 arriveerden. Tent opgezet en pannekoeken gebakken. Na het eten nog een wandeling. We hoorden de Roerdomp weer roepen. Rond 22:00 uur de slaapzak in.


Dag 9, maandag 5 mei 1997
Weer: om 6:00 prachtig helder, weer 0 graden in de bus + ijs op de ramen!

 

Om 6:00 uur opgestaan en kopje thee gedronken. De afwas van gisteren gedaan en het verslag bijgewerkt. We vertrokken nu naar het noorden richting Goniadz. Voor ons een nieuw stuk van dit gebied. In Goniadz eerst getankt en gevraagd of er een bank was. We konden bij dit kleine tankstation niet met D.M. betalen. Voor D.M. moesten we naar Monky. Hier D.M. gewisseld voor Z.L. bij een “Kantor”. Vervolgens op zoek gegaan naar het postkantoor om te bellen met Holland. Dit lukte en we hebben beide families compleet aan de lijn gehad. We hadden dus tot nu toe een produktieve ochtend maar nog geen vogel gezien.
Om 10:00 uur begonnen we een tochtje boven Goniadz aan de Biebrza. Het is een prachtig gebied. We dronken hier ergens koffie en pikten daar een Hop mee. We besloten om langs de westkant naar beneden te rijden; een stuk dat we nog niet hadden gezien. Een zeer slecht begaanbare weg door een agrarisch gebied (kleinschalig; extensief in gebruik). Bij Brostowa zijn we op een paar plekken, o.a. bij de uitkijktoren gestopt en hebben het gebied afgespeurd. We zagen o.a.: Zeearend (1 juv.) 2 Grote Zilverreigers, en een Bonte strandloper. Verder nog vele kemphanen met diverse pluimages, bosruites en een groepje Nederlanders. De sleutel van de uitkijktoren is te verkrijgen bij het laatste huis aan het pad er naar toe. Het pad is de eerste afslag links als men van de hoofdroute afgaat en het dorp binnenkomt.

Enkele aantallen uit Range in centre of Europe (Polish Foreign Trade)

Er broeden hier (Biebrza gebied) 3 tot 4 paar zeearenden en 1 tot drie paar bastaardarend (negen vogels). Verder 1 paartje steenarend, 170 - 200 paar kraanvogels, drie paar scharrelaar en 25 paar zwarte ooievaars.
Verder 400 baltsende poelsnippen en 15 bokjes, maar die baltsen niet elk jaar. Er zijn vorig jaar maar twee nesten gevonden.

Nog even zuidelijker hoorden we onze eerste Ortolaan. We hebben hem ook heel mooi kunnen bekijken. De weg is erbarmelijk; allemaal kinderhoofdjes. Uiteindelijk kwamen we bij Wisna. Vervolgens terug naar de camping. Hier hebben we macaroni gegeten en toen nog even naar “het Bokje”. Het was inmiddels al over 20:00 en donker. We hadden de auto net geparkeerd bij het “Waterrietzangerpad” of daar stopt een auto. De boswachter die ons had verteld over het Bokje zat erin samen met een andere man. Ze hadden duidelijk een borrel op. Hij vertelde dat het Bokje misschien incidenteel broedde maar geen vaste broedvogel van het gebied was. We hoorden hem niet in ieder geval. Wel veel Porseleinhoentjes.

Dag 10, Dinsdag 6 mei

Om 6:30 uur opgestaan: bekende ritueel. Grijskopspecht liet zich goed horen. Om 7:15 uur Vertrokken voor een wandeling door het veen: Langs de Poelsnippenplek. Het was heerlijk weer en we hoorden o.a. Watersnip, Noordse .nachtegaal, Sprinkhaanrietzanger en Grasmus. Bij de hoge uitkijktoren het landschap gefotografeerd. In een poeltje bij de toren een Boomkikker gefotografeerd. Verderop bij een hoogzit vonden we veel uitwerpselen van Korhoenders en een braakbal van Raaf en Klapekster. Laatstgenoemde stond hier te bidden.

Braakbal informatie
Van de klapekster hebben we een braakbal gevonden bij een kleine uitkijktoren. Het was een langgerekt worstvormige (1,5 cm lang) zwarte braakbal die vol zat met dekschilden van kevers e.d. De klapekster prikt zijn buit niet op, zaols bij de klauwier, maar klemt ze vast in een boomvork, of in een groef van de boombast. Verder vonden we op de uitkijktoren een braakbal van een raaf. Deze bevatte veel resten van plantaardige afkomst en was ook gelig van kleur, twee a drie cm lang cilindrisch van vorm. Braakbalvormen en kleur worden mede bepaald door het menu van vogels.

Op de terugweg langs het pad vonden we een Hagedis, die zich goed liet fotograferen. Otte fotografeerde kostmossen op een hekwerk toen boven ons een Bastaardarend verscheen die samen omhoog schroefde met een Havik in ca. 5 min. We hebben ze mooi kunnen observeren. Om 11:30 uur waren we terug bij de tent, hebben koffie gedronken en Ooievaars gefotografeerd. ’s Middags weer naar Rutki voor de geoorde futen, de sterns en we wilden nog een poging doen om Grauwe klauwier en Paapje te fotograferen. 17:00 uur 9weer terug bij de tent. Een borrel en een praatje met andere Nederlanders (twee stel op dit moment) op de camping. Deze dachten de Waterrietzanger te hebben gezien bij Osowiec. Interessant. We aten macaroni en gingen naar de Poelsnippen-lek rond een uur of 19:45. Om ze nogmaals te bewonderen. Hier stond een groep van Eco-tours en hierbij waren o.a. Bert van ’t Holt en Gert van Veldhuizen. Even bij gekletst en informatie uitgewisseld met Bert. Zij zaten bij boeren in Waniewo aan de Narew. We zagen de Poelsnippen mooi springen en het “klepperen” was niet v.d. lucht. Ook hoorden we een Kwartelkoning en een Houtsnip roepen. Om ca. 21.15 waren we terug bij de tent, hebben nog even wat gedronken en zijn toen gaan slapen.

P.S. gehoord of gelezen:

· Oude huizen laten ze vaak staan. Het nieuwe bouwt men er vaak naast. Heeft men wat nodig, dan haalt men dat bij het oude vandaan.
· Het aantal korhoenders in sterk afgenomen; dit is te wijten aan de wasbeerhond die veel grondbroeders pakt. De wasbeerhond is een marterachtige die ruim 8 kg kan wegen; (vos 3 tot 10 kg). Ze leven in paar- of familieverband en hebben en sociale leefwijze die voornamelijk ‘s nachts actief zijn. Oorspronkelijk in Oost-Azië en Japan. Ala pelsdier ingevoerd is het Europees deel van Rusland. Vandaar heeft het zich naar het westen uitgebreid. Is al in de oostelijke helft van Nederland aanwezig. Deze exoot kan een bedreiging worden voor de autochtone marterachtigen en natuurlijk voor de grondbroeders.
· Er lopen circa 200 elanden in het Biebrza gebied.
· De zeggen werden vroeger als veevoer gebruikt; thans niet meer waardoor het specifieke biotoop van de waterrietzanger (waarom niet (water)zeggezanger?) verdwijnt.
· De waterrietzanger heeft geen hoge tonen in z’n zang dit in tegenstelling tot de rietzanger. De zeldzame zanger legt minder dynamiek in z’n zang; vergelijkbaar met de nachtegaal ten op zichtte van de Noordse nachtegaal (Engels: Thrush (merel) Nightingale). Laatst genoemde ook minder dynamiek in z’n zang, wel merelachtige tonen.
· Berned Fischer heeft mooie foto’s gemaakt van de roerdomp.
· In Waniewo woonden vroeger 660 mensen, nu nog maar 150. Eco Toerist Services brengt misschien weer wat leven in de brouwerij. Zij laat de mensen bij de autochtone bevolking slapen. Het is een milieu vriendelijke vorm van toerisme. Ook het eten wordt betrokken van de plaatselijke bevolking.


Weer: wolkenvelden met zon 14 graden. ’s Avonds was het een hele zwoele avond. Heerlijk weer, bijna windstil, geen onnatuurlijke geluiden en ongeveer 20 graden. Een enkele muskiet, maar het mocht nog geen naam hebben.

Dag 11, woensdag 7 mei 1997

We zijn vandaag maar wat vroeger opgestaan om 5:30. En daarna het bekende verhaal. Om 6:15 uur zijn we vertrokken naar Osowiec in de hoop de Waterrietzanger te vinden. Het is een mooi gebied: je loopt over houten vlonders door het gebied. We hoorden o.a.: Rietzanger, Noordse Nachtegaal., Grasmus, Braamsluiper., Sprinkhaanrietzanger, Snor maar hoe goed we ook zochten geen Waterrietzanger. Wel vond Otte een nestje van een Buidelmees. Het bleek een speelnest van vorig jaar en Otte nam het mee als souvenir. Terug lopend zag ik 2 Visotters weg schieten, ze hadden ons nieì¥Á I ¿ pÆ
bjbj²³²³ ô ÐÙ ÐÙ ðÁ C = ÿÿ ÿÿ ÿÿ ] ¢ ¢ ¢ ¼ H 4 H 4 4 4 h œ ì¥Á I ¿ pÆ
bjbj²³²³ ô ÐÙ ÐÙ ðÁ C = ÿÿ ÿÿ ÿÿ ] ¢ ¢ ¢ ¼ H 4 H 4 4 4 h œ aren we weer terug bij de tent en hebben een kop koffie gedronken. Ondertussen kwam Krzysztof aan met een professionele natuurfotograaf. Deze begon een verhaal en kwam met z’n boek op de proppen: prachtige platen maar het kostte 100 D.M.. Iets te veel van het goeie. Tijdens de koffie vloog er een Zwarte Ooievaar over de bosrand, voor de camping.

‘s Middags naar Waniewo geweest waar we Bert v ‘t Holt opnieuw ontmoeten met z’n vriendin. Ze wisten een plek voor de waterrietzanger Daar met z’n vieren heen. We hoorden hem enkele keren alarmeren in een zeggen-veld maar daar bleef het bij. Boven het moeras v.d. Narev zegen we de eerste gierzwaluw van deze tocht. Verder witwang- en witvleugelsterns, zwarte sterns en visdiefjes. Bruine kiekendief zwevend boven de rietvelden en vier soorten sterns boven de rivier hangend.
Het is een schitterend gebied hier rond Waniewo aan de Narew. Op de terugweg 2 Ortolanen langs de weg. Op de Tsarenweg richting camping wilde een Hermelijn oversteken maar halverwege bedacht hij zich en rende terug. Op de camping een borrel gedronken in de camper van Kees en Jenny, Nederlanders uit Bergen op Zoom. Daarna potje gekookt (grauwe erwten + gelderse worst + appelmoes). Het smaakte weer perfect. Daarna verslag bijgewerkt. Het is inmiddels 21:30 uur en het is koud.

Eland (Alces alces) Engels: elk of moose.
Het is een zeer groot hoefdier met een zwartbruine vacht. Heeft een overhangende bovenlip. Lichtbruine poten, geen spiegel. Schouderhoogte 180 - 220 cm, tot 600 kg. Het is de grootste hertesoort van Europa. De lichtgekleurde poten contrasteren sterk met de donkerbruine romp. De lichte kleur loopt bij de koe over de achterkant van de dijen wigvormig omhoog tot onder de korte staart; bij het mannetje (stier) reikt deze zone niet hoger dan de buiklijn (dia van gemaakt). Hij is vooral in de schemering actief, maar wij hebben hem ook wel overdag gezien. Zomers zijn de dieren overwegend solitair. De bronstijd loop van eind september tot in october. Het schoffelgewei begint vanaf april weer aan te groeien. Tot op ongeveer tien jarige leeftijd neemt de omvang toe, daarna zet het terug. Het dier heeft wat een vreemde vorm. Bij de kop komt dit door het zeer lange neusbeen en de brede bovenlip, een aanpassing voor het afstropen van boombast. De korte hals is een verdere aanpassing aan z’n woonomgeving. Dit maakt het voor hem onmogelijk om lopend te grazen, zoals andere herten dat wel kunnen. Hij zoekt z’n voedsel aan bomen en struiken en ook in het water. Tot op een diepte van 5 meter kan hij z’n voedsel opduiken. De keutels zijn geelbruin tot zwart en 20 tot 30 mm lang en 20 mm in doorsnede. Het vinden van zo’n verzameling keutels vormt vaak een eerste aanwijzing voor de aanwezigheid van dit dier. De soort wordt in de Scandinavische landen bejaagd vanwege de schade aan de bosbouw en verongelukken soms, doordat ze betrokken raken bij verkeersongevallen. Elanden die met de fles zijn grootgebracht kunnen als huisdier worden gehouden. Ze zijn tijdens de bronst veel minder agressief dan andere hertensoorten.


Dag 12, donderdag 8 mei 1997
weer: om 5:30 licht bewolkt en 13 graden

Om 5:30 opgestaan. Tijdens de ochtendthee de Ooievaars nogmaals gefotografeerd. Om 7:00 uur op route naar de plek van de Waterrietzanger. De lucht begon te betrekken en het was koud. We liepen de 4 km naar het platform waar de Waterrietzangers dan moesten zitten. Het regende licht toen we daar waren en de omstandigheden waren dus ongunstig. Op het pad zagen we wel een notenkraker. We hoorden de Waterrietzangers wel, tenminste 3, maar het was vooral roepen, met af en toe een zangstrofe. We konden 3 lokaliseren omdat ze sterk op elkaar reageerden. Helaas kregen we ze niet te zien. Wel zagen we weer een Eland. Een enorme bul stond helemaal vrij, samen met enkele Kraanvogels. Onderweg had Jelle ook een Waterrietzanger gehoord en een glimp van hem gezien maar de mooie gestreepte kop bekijken was er niet bij. Verder wel weer:
Rietzanger, Sprinkhaanrietzanger, Snor, Noordse nachtegaal, Braamsluiper, Fitis, Tjiftjaf, Koekoek, Bruine Kiekendief en Blauwe Kiekendief (vrouwtje). Deze is hier minder algemeen dan de Grauwe Kiekendief.

Om 10:35 uur waren we terug bij de tent; lekker koffie gezet + gedronken, afgewassen en verslag gedaan. Het regende nog en we besloten om maar Monky te gaan voor een flesje Poolse honey likeur en souvenirs voor thuis. Gelukkig kwam Krzysztof aan met de fotograaf, zodat hij het huis open kon maken. Ze waren samen op pad geweest om foto’s te maken. Wij wilden vannacht graag in het huis slapen, zodat we morgen vlot weg kunnen met een droge tent. Dat werd geregeld en we haalden onze flesjes. Boven Monky hing een Sperwer er onder wel 100 kauwen. Terug nog even langs Osowiec. Bij de uitkijktoren links van de weg, vanaf de uitkijktoren zag Otte een Amerikaanse Mink. Vanaf de toren krijgt men een goede indruk van het gebied. Een groepje van 20 Witvleugelsterns trok over het gebied van drassige weitjes, zeggevelden, plasjes en bosschages. Terug naar de camping, het was al zeker 45 minuten droog en misschien konden we de tent droog inpakken. Dit lukte inderdaad en we installeerden ons in het huis. Vervolgens regende het weer en hebben we de open haard aangezet en een borrel gedronken. Daarna macaroni gegeten en afgewassen. Na de afwas was het droog en we wilden deze laatste avond nog graag een keer naar de Poelsnippen. Krzysztof stond buiten met de boswachter die we al een paar keer hadden ontmoet. Hij vroeg of we nog leuke dingen hadden gezien. Hij vertelde dat de beste plaats voor Waterrietzanger bij Gugny was waar hij woonde. Daar is ook een hoge uitkijktoren 5 km. met de auto zei hij, maar wij wilden lopend naar de Poelsnippen. Onderweg begon het te onweren en te regenen. We hadden maar 5 min. naar de Poelsnippen gekeken. Toch zette het onweer door en het begon harder te regenen. Wij terug naar de camping. Gelukkig konden we de jassen en broeken drogen bij de openhaard. Otte maakte een flesje Pools honing likeur open en we dronken er een paar op de mooie vakantie. Om 22:15 ging we naar bed.

Dag 13, vrijdag 9 mei 1997

Weer: om 5:30 licht bewolkt en het was 13 graden.

We vertrokken om 5:30 en we waren om 18.05 bij de grens die we om 18.30 passeerden. We hebben nu 650 km afgelegd. We hebben dezelfde route genomen als de heenreis. Omstreeks elf uur kwamen we in de buurt van Hannover. Daar overnacht in het busje op een parkeerplaats. Rond een uur of vijf opgestaan en half zes reden we weer. Om acht uur waren we in Nijkerk. Ik was om tien uur thuis, vermoeid maar voldaan. Jelle had 18 sensia volgeschoten en ik 24. Daar moet een leuke serie van te maken zijn.

Waargenomen zoogdieren: soms alleen maar de sporen.

2. Eland 7 exemplaren, eenmaal drie op een dag. Veel uitwerpselen.
3. Ree, veel onderweg gezien; zeer algemeen
4. Egel, oostelijke ondersoort; Erinaceus concolor is iets lichter en kleiner.
5. Hermelijn, 1 maal probeerde weg over te steken
6. Visotter, twee ex. bij Osowiec.
7. Wisent, 10 ex. op weitje bij Budy.
8. Bever, zeer veel verse sporen; bomen over de weg heen vallend.
9. Haas, diverse onderweg.
10. Konijn, maar enkele exemplaren.
11. Eekhoorn, diverse gezien.
12. Brandmuis, met zwarte anaal streep is hij zeer kenmerkend; ook overdag actief
13. Vleermuis spec.
14. Vos in grensgebied met Duitsland; ook 1 ex. onderweg in Duitsland
15. Dassenburcht in het Oerbos
16. Amerikaanse mink; pelsdier
Spitsmuis; 1 dode en diverse gehoord.

Waargenomen vogels op of vanaf de camping van Budy onze kampplaats:

1. Zwarte wouw
2. Witte ooievaar, nestplaats op de camping
3. Zwarte Ooievaar
4. Grauwe Kiekendief
5. Grijskopspecht
6. Roerdomp, alleen gehoord en dan vooral ‘s nachts
7. Zwarte specht
8. Kuifmees
9. Zwarte mees
10. Kraanvogel
11. Havik
12. Koekoek
13. Houtsnip


Verder nog een Rouwmantel , dagpauwoog, en citroenvlinder. Ook een ringslang op de camping gezien.


Literatuur

Zoogdieren van West-Europa; uitgave KNNV 1994
Diersporen gids van Tirion 1996
Elseviers Reptielen- en Amfibieën gids.
Het leven der dieren deel 13, zoogdieren 4. Grzimek.
Wegenkaart Duitsland-Noord, -Oost en Polen.
PTOP kaarten van de Biebrza (midden en zuid) schaal 1 : 50 000
PTOP kaart van Bialowieska, 1 : 50 000
De geïllustreerde flora, Thieme 1992 van M. Blamay
Nieuwe bloemengids in kleur, Tirion; 1996.
Vogels van Europa, Lars Jonsson; Thieme, 1994.
Roofvogels van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Schuyt & Co. 1995.
Insekten en andere kleine dieren, Ake Sandhall. Zomer en Keuning, 1975.
Elseviers insektengids, 1983.
Eco Tourist Services; reisbrochure 1997.
Thieme’s rupsengids, 1987. Carter/Hargreaves.
ANWB reisgids over Polen. Martin Hus. 1991.

Verslag uitgewerkt door: Otte W. Zijlstra