Reisverslag
Polen mei 1997

Sinds lange tijd vormt
Polen de schakel tussen Rusland en West-Europa. Bovendien is het
een belangrijke verbinding tussen Scandinavië en de Balkan.
Ook de laatste jaren, na de val van de muur, is het vervoer van
goederen naar Polen en door Polen sterk toegenomen. Veel westerse
auto’s gaan op transport naar de Baltische staten en dan met
name Letland. Thans is Polen ontdekt als (goedkoop) vakantieland.
De afstand tussen beide landen bedraagt maar 800 km. Wij hebben
een dag besteed om een natuurgebied in het westen van Polen te bezoeken,
maar de nadruk lag toch op het oosten van Polen. Wij hebben met
name het gebied bezocht dat doorkruist wordt door de rivier de Narew
en de Biebrza. De Narew komt uit het oosten (Wit Rusland). De Biebrza
komt uit het noordoosten en voegt zich bij het dorpje Wisna bij
de Narew. Gezamenlijk gaan ze door als Narew tot iets boven Warszawa
(Warschau). Bij de brug van Wisna, waar de Narew onderdoor stroomt
bevindt zich een sternen kolonie, waarover later meer.
Polen kan landschappelijk in drie parallel lopende stroken worden
verdeeld die elk van oost naar west verlopen en die elk een eigen
karakter hebben. Langs de Oostzee in het noorden vinden we de brede
kustvlakte met uitgestrekte zandstranden, duinen en kliffen. De
lager gelegen gedeelten in het midden worden ontwaterd door de Wisla
en het brede Silezische laagland wordt ontwaterd door de Odra, die
ook de grensrivier vormt met Duitsland. Deze brengt het water naar
de Ooszee en mondt uit in de Pommerse Bocht.
De Poolse taal behoort
tot de Westslavische tak van de familie van de Balto-Slavische talen,
die op hun beurt weer horen tot de grote familie van de Indo-Europese
talen. Hierdoor is het verwant aan het Tsjechisch en Sloweens. Met
andere woorden wij verstaan er niks van. Tot de kerstening (966)
bestond er slechts een gesproken taal. Met de komst van het christendom
deed het alfabet zijn intrede, ofschoon het Latijn de officiële
volkstaal werd. Het alfabet bestaat uit 32 letters. De q, v en de
x komen er officieel niet in voor. Het Pools is sterk vervoegd en
kent zeven naamvallen. Zo wordt de achternaam veranderd al naar
gelang men heeft te maken met een man (Jaruzelski), met z’n
vrouw (Jaruzelska) of met de hele familie (Jaruzelscy). In de tweede
naamval verandert het weer! De grammatica lijkt wel iets op dat
van het latijn.
Polen behoort botanisch
tot de Centraaleuropese regio met gemengde bossen. De ijstijden
hebben hun invloed gehad in Polen. Dat kunnen we nog steeds in het
landschap herkennen bij voorbeeld als eindmorene aan de Narew. Ook
aan de plantengroei kunnen we dat merken aan de ijstijdrelicten,
zoals de dwergberk. Polen heeft bergen (Karpaten) in het zuiden
op het grensgebied met Slowakije en Oekraïne. Polen is nog
een echt agrarisch land, waar 60 % van het oppervlak bewerkt wordt.
Verder wordt 26 % bedekt met bos. Daarbij overheersen de naaldbomen
(82%). De meest voorkomende bomen zijn den, berk , esdoorn, eik,
els en de hazelaar.
Bevolking van bijna 40 miljoen mensen bestaat voor 98 % uit Polen.
Voor 1939 was dat nog 65 %. Een groot deel van de joodse bevolking
is uitgeroeid. In Podlasië vinden we, door de Russische invloed,
de oosters Orthodoxe kerken met hun kenmerkende uivormige koepels.
In deze streek, ten oosten van Bialystok (200 000 inwoners) wonen
ook nog moslims, die hier al eeuwenlang wonen. Ook zijn er nog enkele
dorpen ten noorden van Bialystok waar nog een kleine Tartaarse gemeenschap
woont. Bialystok is overigens de enige grote stad in deze omgeving
nadat de Sovjetgrens naar het westen is verschoven.
Polen kent verschillende Nationale Parken. Ze zagen reeds in een
vroeg stadium in dat het noodzakelijk was om de natuur te beschermen.
De Poolse fauna is van een Middeneuropees karakter, met enkele typische
dieren die alleen hier nog voorkomen. De bekendste is de Wisent
of Europese bizon. Verder komt de wolf, eland, lynx in dit gebied
nog voor. De visotter en de bever krijgen we soms ook te zien. De
wolven zijn gezenderd en komen in het gebied rond Bialowieza voor.
Twee groepen (pak) komen hier nog voor. Men krijgt ze praktisch
nooit te zien. Wel kan men soms, met een geoefend oog, de sporen
vinden en dan met name in de winter.
Visotter (Lutra lutra)
Dit dier kwam vroeger in alle waterrijke gebieden van West-Europa
voor, maar is sinds een aantal jaren in Nederland uitgestorven.
Vroeger werd de otter sterk bejaagd. Bij deze jacht werden nogal
wrede methoden toegepast. Otterhonden dreven de dieren in het nauw,
waarna ze met een drietandige otterspeer werden gedood. Twee broers
uit Westfalen gingen er prat op om op die manier 1700 otters te
hebben afgemaakt. Otters gaan meestal ‘s avonds op jacht.
Het zijn behendige zwemmers en duikers. Ze kunnen vier tot zes minuten
onder water blijven. Hun belangrijkste prooi is vis, maar ze vangen
ook wel woelratten en muskusratten. Ook eten ze watervogels, zoals
meerkoeten.
De uitwerpselen zijn in verse toestand teerachtig, zwart en slijmerig
en blijven lang naar traan ruiken. Ze depeneren ze vaak op een verhoging.
Dit wijst er op dat ze ze ook gebruiken voor de afbakening van hun
territorium. In het Otterpark Aqualutra, ten oosten van Leeuwarden,
hebben ze zelfs een ooievaar te grazen genomen die per ongeluk in
hun hok terecht was gekomen. Thans probeert men in dit centrum een
kweek van otters op te zetten, geschikt voor herintroduktie. Dit
zal alleen kunnen lukken als de waterkwaliteit voldoende is verbeterd.
Het is een kritische soort die hoge eisen stelt aan zijn leefomgeving.
Wij hebben twee exemplaren gezien.
De wisent (Bison bonasus)
Een indrukwekkend rund met een maximale schofthoogte van 2 meter.
De kop wordt meestal omlaag gedragen. Schoft is opvallend hoog door
de sterk verlengde doornuitsteeksels. De achterhand is maar weinig
gespierd.
Vroeger kwam het oerrund tot 1627 voor in de Europese wouden. De
wisent kon nog worden gered. Zijn afbeelding is in holen-tekeningen
terug gevonden. De wisent is de naaste verwant van de Ameikaanse
bison. Ze hebben een gemeenschappelijke voorouder: de Bison sivalensis.
Fossiele resten hiervan heeft men gevonden in Noord-India. Eèn
stam trok over de toen nog lage Himalaya en bereikte via de toen
nog aanwezige landbrug Noord Amerika. Een andere stam trok naar
het westen en ontwikkelde zich tot wisent. Die ontwikkeling leidde
tot een bos- en een steppevorm. De steppewisent stierf uit in de
IJstijd. Het aantal wisenten liep door de ontbossing en cultivering
sterk terug. In het begin van deze eeuw bestond er alleen nog een
restant van de laaglandvorm in oost Polen in de wouden van Bialowieza.
Daar komen nog een tweehonderd voor. Niet zozeer in het oerbos zelf,
maar meer op de grazige weitjes tussen de bospercelen in, rond het
park. Zo hebben wij ze ook ontdekt na een tip van de camping beheerder.
Hierna volgt het verslag van dag tot dag, opgetekend door Jelle
de Jong, uitgetypt door Nynke Zijlstra.
07:00 uur vertrokken uit
Nijkerk km stand: 64.593
08:15 uur Grensovergang: de Lutte km stand: 64.718
09:20 uur eerste stop voorbij
Osnabruck 64.814
Raststatte Gronegau.
Aan de oostkant in Berlijn
gingen we in de fout; rondje gereden in O. Berlijn. Bij een tankstation
gevraagd waarna we weer snel op de goede route zaten .We hadden
1 uur verspeeld.
17:00 uur gelukkig weer op route
17:20 uur Aan de grens bij Herzfelde; hier een vos, 19 reeën,
fazant.
18:05 uur Hostrzijn voor
de Poolse grens (wachten). Ondertussen grauwe gors, kleine bonte
specht, Europese kanarie, geelgors en de nachtegaal.
22:35 uur eindelijk door
de douane, we hebben dus ruim 4 en een half uur moeten wachten!
23:00 uur Slonsk: bij industrieterrein
in de bus geslapen. Hebben beide bewakers een blik snoepjes gegeven;
koude wind, 0 graden, erg koud gehad vannacht.
Dag 1 Zondag 27-4 1997
Op gestaan om 06:15 uur,
auto ingeruimd en vertrokken. De omgeving van Slonsk is fantastisch
(200 jaar terug in de tijd?).
Ooievaars 4 Bonte Kraai
Kraanvogels 4 Grauwe gors
Rode wouw 2 Geelgors
Bruine kiek 3 Groenling
Buizerd 1 Ringmus >
Raaf 6 Vink >
Merel Keep 1
Kramsvogel > Watersnip, balts
Koperwiek (groep op weiland) Tureluur
Zanglijster paar Grutto
Fitis Gele kwikstaart
Tjiftjaf. Veldleeuwerik
Boomkruiper Kokmeeuw
Boomklever 2 Grauwe Gans
Knobbel Zwaan 4 Wilde eend
Meerkoet > Kneu 1
Zwartkop 1 Fazant
Ekster Houtduif
Kauw Turkse tortel
Spreeuw Koolmees
Zwarte Roodstaart Boerenzwaluw
Huiszwaluw Zomertaling, 1 paar
Havik Brilduiker 4
Patrijs 1
Vanaf Gluchowo richting
Slonks kan men een hoge dijk volgen met de auto, vanwaar men goed
uitzicht heeft op de uiterwaarden. Daar zagen we o.a. onze eerste
zeearend!
We zagen hier o.a.:
Kleine bonte specht (man) wintertaling
Zomertaling (enkele paren) krakeend
Slobeend kuifeend
Zeearend (1 adult) Ooievaars op de nesten
Bruine Kiekendief
Daarna zijn we naar het natuurgebied gereden dat is gelegen tussen
Slonks en Kostrzyn (grens). Gebied door extreem hoge waterstand
onder water gelopen in zomer 1997.
Zeearend (5, waarbij adulte) Kleine Zilverreiger (ongebruikelijk)
Kraanvogels Zwarte Ruiter 5
Groenpootruiter 2 Kemphanen, tientallen
Turuluur Zwarte Wouw
Rode Wouw Aalscholvers
Een gebied dus dat de moeite
waard is en net over de grens met Duitsland is gelegen, als men
de grensovergang van Kostrzyn neemt; vlak boven Frankfurt (Oder).
Eco tourist service maakt hierheen ook georganiseerde reizen onder
de naam “Ooivaarsdorpen van Polen”. Zie hun Reis brochure.

Dag 2, maandag 28-4- 1997
6:30 uur Opgestaan, we
hadden “wild” gekampeerd. Tijdens thee o.a. kekkerende
havik.
7:15 uur Vertrokken km.
stand.: 66.563
Gorzow. W.- Poznon (roekenkolonie./
kraanvogel 3)
Het werd weer een lange
dag in de auto, dwars door Polen heen van west naar oost. We reden
via Poznan, Konin, Kolo, Kutno, Plock, Ciechanowa, Rozan, Ostoleka,
Lomza.
Om 18:15 uur bereikten
we Wisna; hier begint het Biebrza gebied, in Mazovië; de grond
in dit gebied is niet erg vruchtbaar en derhalve een arme streek.
Biebrza vogelparadijs
De uiterwaarden van de
onbedijkte rivier de Biebrza vormen het grootste moerasgebied van
Centraal-Europa. Er komen 176 soorten broedvogels voor, waaronder
de zwarte ooievaar, de schreeuw- bastaard en zeearend. In dit gebied
handhaven zich de laatste gezonde Europese populaties van waterrietzanger
en poelsnip. De mannelijke snippen verzamelen zich op het eind van
de dag op de arena (lek). Deze aantallen kunnen oplopen tot een
honderd exemplaren. Ze bezetten daar een territorium die een grootte
kan hebben van 12,5 m2. (Fins onderzoek). Ander onderzoek wijst
uit dat het territorium een grootte kan hebben van circa 120 m2
. Op de lek komen snippen die een territorium bezitten, maar de
lek wordt ook door anderen bezocht. De vrouwtjes bezoeken de baltsplaats
voor de copulatie. De balts is spectaculair, maar speelt zich voor
een groot gedeelte af in de schemering. De vogels springen soms
enkele decimeters omhoog, draaien met hun lichaam, spreiden hun
staarten, maar wat de aanleiding is konden we niet ontdekken. Niet
onmogelijk is dat er activiteit komt als de arena bezocht wordt
door een vrouwtje.
Terug naar Wisna. Na wat
vragen met handen en voeten kwamen we bij een groot huis op een
hoek. Hier waren mensen die een beetje Engels spraken en zij verwezen
ons naar Budy. Hier zou een camping moeten liggen, midden in het
Biebrza gebied. Het laatste stuk was een zeer matige weg en het
was dan ook 20:00 uur voordat we op de juiste plek waren. Bijna
kwamen we nog vast te zitten met ons VW busje, omdat later bleek
dat een volgend zandpad beter begaanbaar was. Na een korte verkenning
te voet en enkele onweersklappen troffen we 2 Deense vogelaars aan
die hier al op de camping stonden. Ze kampeerden in een Toyotabus.
Hier hebben wij het tentje van Nynke opgeslagen (die het met veel
liefde meegaf) en een biertje gedronken met de Denen. Deze hadden
vanavond de Poelsnippen zien baltsen ca. 25 min lopen van “camping”.
Morgenavond gaan we met ze mee. We kregen ook een kaartje met plekken
ten westen van Berlijn waar je nog grote trappen kunt vinden. Toen
we naar bed wilden gaan kwam “de beheerder” naar ons
toe. Hij vroeg ons nog even mee naar binnen te gaan voor wat informatie.
Een aardige man met een “museum”- huis. Hij vertelde
het een en ander en hij verkocht o.a. kaarten. Zo werd het 22:45
uur voor we te bed gingen.
P.S.: Temperatuur is steeds
in de auto gemeten. Dit is vaak hoger dan de buitentemperatuur.
Ringslang (Natrix natrix)
Komt bijna in geheel Europa voor, maar ontbreekt op een aantal eilanden,
zoals Malta, Kreta en andere eilanden van de Cycladen. In Nederland
vooral in het midden, zuiden en oosten van het land. De lengte is
gewoonlijk tot 120 cm, maar exemplaren tot twee meter komen voor.
De vrouwtjes zijn iets groter. De kleur is zeer variabel maar meestal
goed te herkennen aan de twee karakteristieke gele halvemaan vormige
vlekken. Bij de soort (N.n. natrix) die voorkomt in het noordoosten
van Europa zijn de halsvlekken zeer duidelijk. Bij de Nederlandse
ondersoort (N.n. helvetica) is de kraag tamelijk licht en ontbreekt
soms bij volwassen dieren.
Hij is grotendeels overdag actief en wordt meestal op vochtige plekken
aangetroffen. Zwemt goed en kan ook jagen in het water. Bij verstoring
kan hij sissen en met gesloten bek toeslaan. Bijt zelden. Wanneer
hij wordt vastgepakt scheidt hij soms een stinkend secreet af uit
de anaalklieren. Dit heb ik aan de lijve ondervonden bij een exemplaar
dat ruim een meter lang was. Het voedsel bestaat voornamelijk uit
kikkers en padden. Die zitten hier massaal. Hij hoeft alleen de
bek maar open te doen. Soms worden ook jonge vogels gegeten. We
hebben er diverse gezien, meestal kleinere exemplaren, ook dood
op de weg.
Dag 3 dinsdag 29-4 1997
Rond 6:00 uur stonden we
op. Jelle had het weer niet lekker warm gehad, hoewel de thermometer
in de auto 10 graden aangaf. Even een kopje thee en wassen en toen
een wandeling gemaakt naar de plek waar o.a. Poelsnippen zaten.
Tijdens de thee voor de tent streek een Kraanvogel neer op het veld
voor ons. Onderweg langs de bosrand zagen we o.a.: Bonte Vliegenvanger,
Grote bonte specht, Draaihals, Boomleeuwerik, Boompieper, Raaf en
Kraanvogel. Ook hoorden we steeds een Roerdomp. In het gebied o.a.
veel baltsende watersnippen, waterral. Baltsende Korhanen, (auditief)
veel kikkers en een Eland vanaf de hoge uitkijktoren. Om 10:30 uur
terug bij de tent. Koffie gezet en wat foto’s gemaakt. Ooievaar
komt aan en land op het nest boven ons. Op de camping dus. Rouwmantel
komt langs. Zwart Specht vliegt langs. Rond de middag naar Sternkolonie
bij de brug bij Wisna. Onderweg: Eekhoorn, Goudvink, Ringslang,
parende padden, en een hagedis. Ook een beverburcht gevonden en
vers knaag werk. Op terugweg 3 Elanden. Terug op de camping nogmaals
een ringslang waargenomen, nu in opgerolde toestand.
Na het eten naar de Poelsnippen. Onderweg nog een Hop. We zagen
en hoorden minimaal 5 Poelsnippen.
Om 20:45 uur terug op de camping en was het al aardig donker geworden.
Bij Krzysztof een paar kaarten gekocht en daarna een biertje gedronken.
22:30 gingen we plat.
Krzysztof handelde vroeger in antieke boeken, maar stopte zijn verkoop
in Warszawa. Vier jaar geleden kwam hij hier naar toe om de drukte
van de grote stad te ontvluchten. Het gehucht Budy was bijna door
iedereen verlaten. Voordat het licht hier voorgoed uit zou gaan
heeft Krzysztof een huisje en een stukje land gekocht. Hier lopen
twee tarpans. Verder heeft hij een aantal witte ganzen, katten en
een hond. Hij bouwde een houten huis en liet een wel aanboren voor
drinkwater. Nu verdient hij als campingbaas een inkomen. Verder
kan men ook met hem als gids het 60 000 ha grote gebied van het
Biebrzanski Nationale Park (sinds 9 september 1993) doorkruizen.
Dag 4, woensdag 30-4-1997
Om 5:15 opgestaan, gewassen,
kopje thee. Toen op route naar het 10 km lang pad dwars door het
gebied. Onderweg: goudvink, eekhoorn, grijskopspecht , roep, roffel
en mooi gezien. Reageerde heftig op eigen geluid van de C.D. speler,
zodat we hem mooi konden zien en horen. Verder een Eland, een haas
en een dode spitsmuis. Bij de ingang van het pad een boswachter
gesproken. Deze had hier baltsende Bokjes gehoord, waarschijnlijk
doortrekkers, maar hij sloot niet uit dat ze hier ook wel tot broeden
kwamen. Tijdens een wandeling in het gebied (met toegangsbewijs)
hoorden we o.a.: Blauwborst, Rietzanger, Snor, Grasmus en vloog
er een groep van 25 Kraanvogels over. Overal om ons heen baltsende
Watersnippen. De Waterral liet zich horen maar de Waterrietzanger
was er nog niet helaas. We fotografeerden weer regelmatig. Bij een
uitkijktoren vlak aan de weg hebben we koffie gezet en brood gegeten.
In de buurt stond een Hollandse bus met studenten van een M.A.S.
uit het zuiden van het land. Toen kwam er een onweersbui opzetten
en zijn we naar Wisna gegaan om te bellen (Otte) en hebben we brood
gekocht. Daarna terug over de rivier en eerste afslag rechts. Direkt
heeft men dan zicht op de diverse soorten sterns aan de rechterkant.
Na ca. 1 km komen hier zeer interessante “wetlands”,
waar we o.a. zagen: Witvleugelstern, Witwangstern en Zwarte stern,
wilde eend, Slobeend, Wintertaling, Zomer taling, Pijlstaart, Kuif-,
tafeleend, knobbelzwaan, zwarte ruiter, tureluur, bosruiter, kemphaan
100, kokmeeuw, aalscholver, ooievaar, geoorde fuut, dodaars, en
smient.
Daarna nog naar een “eindmorene”, een soort klif geweest
bij Gora Strekowa. Dit geeft een mooi uitzicht over de Narew rivier.
Daarna terug naar de tent. Ca. 18:00 uur weer op de camping. Het
regende behoorlijk en we kookten onder een overkapping op het terrein
(rijst, groente en blik-vlees). Na de afwas het verslag bijgewerkt
en plan voor morgen gemaakt. We besloten om morgen alvast naar Bialowieska
te gaan, zodat we later in het Biebrzagebied meer tijd over houden
en bovendien liet het weer nu te wensen over. Vervolgens nog even
naar de plek van de beverburchten geweest in de hoop bevers te zien.
Dit lukte echter niet. Wel hoorden we de Bosuil en Porseleinhoen.
Toch leuk dus. Om 22:45 uur terug op de camping. Nog een biertje
en plat. Er waren mensen (kunstenaars type) in “het huisje”
gekomen. Er was veel herrie en een flinke ruzie tussen de echtelieden.
Dag 5, donderdag 1 mei 1997
Om 6:15 Opgestaan, het
weer was somber en er hing dauw boven het veld. En alles was vochtig.
We besloten na een kop thee eerst nog een wandeling te maken. We
gingen naar de “eerste uitkijktoren”, na Budy meteen
rechtsaf. Het pad was erg nat en daardoor slecht begaanbaar. We
hadden laarzen aan moeten doen. Het wemelt hier v.d. Watersnippen.
Verder hoorden we Braamsluiper en Blauwborst zingen. We vonden ook
een nieuwe beverburcht. Toen we terug waren hebben we de tent afgebroken
en koffie gezet. Na een kop koffie Krzysztof uit z’n bed gebeld.
Die was ‘s nachts laat thuis gekomen. We werden binnen gelaten
en Otte heeft binnen nog wat foto’s gemaakt. Krzysztof vertelde
in de winter wel wolven te horen en sporen te vinden. Wilde katten
had hij nog nooit gezien want die zitten, volgens hem, niet in dat
gebied. In de winter zat hij soms geïsoleerd. Hij ging ook
wel op de ski’s naar Dobarz om melk te halen. Aardappelen
en macaroni had hij voldoende in huis. Dat was “no problem”.
“Het huis”, geïsoleerd met natuurlijk mos, was
overigens te reserveren en we kregen een folder mee met z’n
naam en adres. We betaalden 6 Zlt p.p. per nacht (3 keer12) =36
Zlt totaal voor 3 dagen. Dit komt neer op ca. 24 gulden dus 8 gulden
per nacht voor ons beiden. Daarna vertrokken we naar Bialowieska.
We reden via een binnendoor weggetje door Lapy naar Bialowieska.
Het was, landschappelijk gezien, een mooie route, maar het leverde
tijdens een stop alleen een zwart mees op.
Info Bialowiesko
Het oerbos is het enige
stuk oerwoud dat in Europa is overgebleven. In het verleden was
dit het jachtgebied van de Poolse koningen. Het oerbos is gelegen
in een uitgestrekt boscomplex van 1250 km2. De grens met Wit Rusland
loop er dwars doorheen. Er groeien 26 soorten bomen, waaronder sparren
en dennen van 50 meter hoog. Bovendien oeroude eiken uit de 15 e
eeuw. De haagbeuk is dominant aanwezig. Beheer vindt uiteraard niet
plaats, behalve als de toegankelijkheid in het geding is. Auerhoen
en hazelhoen komen hier of in het omringende bos nog voor, evenals
de dwerguil. Ook wolven komen er nog voor. Zie ook elders. Het dorpje
Bialowieza dankt z’n bestaan aan de koningen en hertogen van
Polen en Litouwen die hier kwamen voor de jacht. De eerste boswachters
werkten hier al in de 15 e eeuw om stropers te betrappen. Ze maakten
onder andere jacht op de wisent. Koning August III doodde er in
1752 42 wisenten en 38 elanden. Mede door de jacht waren er in 1915
nog 185 wisenten over. In de eerste W.O. werden die door uitgehongerde
soldaten opgegeten. In 1920 werden enkele gefokte dieren uitgezet.
We zagen aan vogels dus
niets bijzonders. Om 13:15 uur arriveerden we op de camping bij
Grudki. Tent opgezet en daarna heerlijk gedoucht. Met de campingbaas
Stefan, een aardige man van rond de veertig, hadden we een excursie
in het nationaal park afgesproken voor zaterdag 3 april om 6:00.
Kopje thee gedronken en vervolgens zijn we naar Bialowieza gewandeld
om de situatie rond het park te verkennen. Onderweg een Appelvink
en 2 Schreeuwarenden, die over kwamen. De ingang van de paleistuin/park
even verkend en toen dit park, waar ook twee hotels zijn gelegen,
door gewandeld.
We zagen hier toen:
appelvink
withals vliegenvanger
grauwe vliegen vanger
bonte vliegen vanger
draaihals
middelste bonte specht
Noordse nachtegaal
grote karekiet
waterhoen
Het was om je vingers bij
af te likken. Daarna bij PTOP (Poolse vogelbescherming) T-shirts
gehaald als souvenirs voor thuis. De meneer in dit winkeltje wist
te vertellen dat er in de omgeving ruim 200 Wisenten rond liepen.
Voldaan gingen we terug naar de tent. Hier een port gedronken en
even nagekeken welke Boomklever we in het park gezien hadden. Het
was de “european”. Daarna eten gekookt, afgewassen en
verslag geschreven. Daarna een wandeling gemaakt; langs de spoorbaan
die langs de camping loopt. Hier hoorden we op ongeveer 2 km van
de camping een ruigpootuil roepen. Verder nog een bosuil en twee
keer een baltsende houtsnip.
Ruigpootuil (Aegolius funereus)
Deze uil ter grootte van
een Steenuil (Athena noctua) lijkt ook wel iets op een Steenuil,
maar er zijn ook duidelijke verschillen. De grootte bedraagt 24
tot 26 cm en het gewicht ca. 100 gram voor de man en 150 gram voor
het vrouwtje. Deze uil verschilt van de Steenuil door de grotere
en rondere kop. Verder heeft deze uil een duidelijke gezichtsluier
met donkere randen en parelvormige vlekken op de vleugels. De tarsus
is tot op de klauwen dicht beverderd. Hij is alleen ‘s nachts
actief, overdag rust hij bij voorkeur in naaldhout. Ze broeden in
boomholten van de Zwarte Specht die gemaakt zijn in den of beuk.
Breidt zich uit nadat een bos(kap)vlakte is ontstaan, na kap of
door een storm. De muizen breiden zich dan tijdelijk uit waar deze
uil dan handig van profiteert. Er zijn enkele broedgevallen in Drente
geweest; in 1985/’86. Thans ook in de Ardennen.
Dag 6, vrijdag 2 mei, 1997
Om 6:15 opgestaan, gewassen
en kopje thee gedronken. Op de camping o.a. draaihals 3 en appelvinken
ronddom. Toen naar het “beroemde” knuppelpad. Het is
een wandeling door een prachtig oerbos, grotendeels over vlonders.
De grondbedekking bestaat uit:
bosanemoon (hoofdzaak),
gele anemoon, verspreidbladig goudveil, voorjaarshelmbloem, daslook,
bingelkruid,
De struiklaag bestaat voor
een groot gedeelte uit hazelaar. Verder berk, spar en de oude woudreuzen
maar er zijn ook nog andere soorten zoals de iep en soms een eik.
Tijdens een koffie stop kwam er een brandmuis tevoorschijn. Daarna
hebben we nog enkele exemplaren gezien. Ze hebben een kenmerkende
anaalstreep en zijn vaak overdag actief. Het weer bleef somber.
We hebben koffie gezet en gedronken aan de rand van hetzelfde bos.
Er streken nog 3 Kraanvogels neer binnen ons gezichtsveld, verder
heel rustig. Toen naar het park waar de Wisent te zien zou zijn.
Dit park was een flop. Ze hadden daar de Wisent, kruising Wisent
en rund, Edelhert, Eland, Ree, Wild Zwijn en de Wolf. Ze proberen
hier dieren te fokken die de gunstige eigenschappen van beide in
zich hebben, dus een dier dat weinig verzorging nodig heeft en met
weinig tevreden is, maar het dier moet ook handelbaar zijn. Dat
is nog een probleem als er veel bloed in zit van de wisent. De behuizing
was veel te klein en je kon duidelijk zien dat ze binnen een omheining
liepen. Daarna zijn we naar het Stuwmeer in het noorden gereden.
Landschappelijk mooi, maar het leverde niet veel op, misschien ook
mede door het weer. Wel ontmoetten we hier een jongeman op een boerenkar
die een praatje met ons wel op prijs stelde. Hij kon goed Engels
en het bleek dat het een student was die z’n studie tijdelijk
had onderbroken en nu een vriend hielp bij het bouwen van een huis.
Rond 18:00 weer terug bij de tent. Eten gekookt, gegeten, afgewassen
en naar de paleispark gegaan. Hier hebben we (oostelijke) egels
op de dia gezet. Toen we weer bij de tent waren hebben we een biertje/bessen
jus gedronken. Op tijd naar bed, om 22:15, want de volgende dag
moeten we om 5 uur op in verband met de excursie in het oerbos.
Dag 7, zaterdag 3 mei 1997
Om 5.15 opgestaan bij helder
weer en bij een temperatuur van 10 graden.
Om 6:00 uur begint ons bezoek aan het oerbos met een goede gids,
de buurman van onze campingbaas. Verder ging er nog een Nederlands
echtpaar mee die ook grote interesse had in de vogels. Kosten altijd
80 zlt, ongeacht het aantal deelnemers. Dit is ongeveer 54 gulden
voor ons groepje van vier. (ƒ13,50 p.p.)
Botanisch is het ook zeer
interessant; we konden de volgende planten noteren:
Bosanemoon (veel)
Gele anemoon
Muskuskruid (Adoxa moschatellina) Een familie die uit èèn
geslacht en uit èèn familie bestaat.
Bingelkruid
Voorjaarshelmbloem
Leverbloempje, Hepatica nobilis met blauw bloem.
Isopyrum thalictroides, met witte bloem.
Schubwortel, parasiet.
Verspreidbladig goudveil
Voor de orchideeën waren we te vroeg
Verder veel sporen van
spechten op en in de bomen. Onze excursieleider wist ze moeiteloos
te herkennen met de bijzonderheden er bij.

De middelste bonte specht:
kleine verspreide gaten in de schors. Witrugspecht: grote ingehakte
plekken die overdwars lagen. Van de witrugspecht vonden we nog een
nestholte bovenin een boom. Onze leider werd er bijna lyrisch van.
Het valt niet mee om in dit uitgestrekte bos een nestlokatie te
vinden in deze hoge bomen, die soms meer dan 50 meter hoog zijn.
De Syrische bonte specht komt hier niet voor als broedvogel. De
excursieleider probeerde nog even om de specht te verleiden de holte
te verlaten door even de op de boom te krabben. Daarmee imiteerde
hij het geluid van een omhoog klimmende boommarter. Deze keer echter
zonder resultaat.
Dwerguil (Glaudium passerinum)
Met 16 - 17 cm is dit de kleinste Europese uil. Het gewicht is er
ook naar, maar 68 ge\ram voor de man en 78 gram voor de echtgenote.
In de avond en ochtend actief, ook wel overdag en is niet erg schuw.
Heeft 5 dwarsbanden op de staart. Natuurlijke verliezen door havik,
sperwer, bosuil en boommarter. Heeft veel belang bij natuurlijke
holten in bomen en daarom is het van groot belang dat oude bomen
blijven bestaan. Broedt ook is spechtengaten. Gebruikt holten ook
om prooi in te verbergen.
Oehoe (Bubo bubo)
Met 70 cm is dit de grootste
Europese uil. Het vrouwtje kan nog iets groter worden en tot 3 kg
zwaar. In schemering en ‘s nachts actief. Rust overdag in
rotspleet of boomkruin. Er broeden 70 paar in Polen. Jaagt vanaf
zitplaats of in sluipvlucht. Lokaliseert prooi vooral via het gehoor.
De prooi is zeer veelzijdig. Soms egels, in andere gebieden is het
konijn de hoofdprooi. Aan de Noorse kusten vormen zeevogels het
hoofdvoedsel. Muizen en ratten vormen ook een belangrijk voedselaandeel.
Braakballen gemiddeld 72 mm; dit is de halve grootte van een dwerguil!
De oehoe broedt op rots-wanden en richels, soms op de grond, soms
in een oud nest van een roofvogels of blauwe reiger. Oude vogels
blijven in hun gebied, de jongen moeten een nieuw territorium zien
te vinden. In de vrije natuur kunnen ze twintig jaar oud worden.
In gevangenschap tot 68 jaar.
P.S. De withalsvliegenvanger
neemt toe in het park als broedvogel, terwijl de bontevliegenvanger
gelijk blijft. De verklaring is onbekend.
Een professor doet onderzoek naar de appelvink. Heeft ook contact
met Rob Bijlsma die onderzoek heeft gedaan naar de toename van appelvinken
in de Flevopolders. In onze polders foerageren ze vooral op zaden
van de esdoorn (Acer compestris) en dit zou de toename verklaren.
We zagen in het bos o.a.:
Witrugspecht die nestholte binnenging; ook hoorden we hem roffelen!
Zwarte specht 2x. Grote bonte specht is hier algemeen. Zwarte Ooievaar
boven het bos zwevend. Typische cultuurvlieder dit in tegenstelling
tot de witte ooievaar. Diverse appelvinken. Verder:
vink, koolmees, pimpelmees glaskop, staartmees met witte kop (Scandinavische
ondersoort). Zanglijster, merel, houtduif, goudhaantje, vuurgoudhaantje,
fitis, tjiftjaf, braamsluiper, grauwe vliegenvanger, withalsvliegenvanger,
boomklever , boomkruiper en raaf.
Om 10:15 terug uit het
park. Naar de tent voor koffie, heerlijk. Na de koffie geprobeerd
Grauwe klauwier te fotograferen. Het waaide toen erg hard maar het
was mooi weer. Daarna nog maar weer een keertje naar de paleistuin
om daar vogels te fotograferen. We hadden daar de eerste dag “van
alles” gezien, de vogels waren mensen gewend en ze waren derhalve
niet schuw. Vandaag was het echter een stuk minder dan 2 dagen terug.
Vanmorgen had Jelle een Midddelste bonte specht ontdekt in de tuin.
Op die plek is hij even op een bankje gaan zitten en na enkele minuten
zag ik hem weer. Hij zat hoog en tegen het licht en vloog weer weg.
Otte kwam bij me zitten en na een paar minuten riep hij toch weer
voor ons. Hij bleek een nestholte op het oog te hebben op ooghoogte
recht tegenover ons bankje. We hebben daarna nog een spannend uurtje
gehad. Hier hebben we dia’s van. Verder de fluiter geprobeerd
en Otte wist de Appelvink nog te verschalken. Voldaan gingen we
terug naar de tent. Daar even wat overleggen en ik liep naar de
campingbaas om te melden dat we vanavond niet met onze gids van
vanochtend op pad zouden gaan i.v.m. de harde wind. Tijdens een
praatje met de baas en een Duitser kwam de campingbaas op de proppen
met een plekje waar Wisenten te zien zouden zijn. (Bij Budy, een
ander gehucht op tien km afstand van de camping). Otte en ik snel
een boerenomelet gegeten en naar de betreffende plek. Op het bospad
ernaar toe hadden we al veel sporen gevonden. Er liepen 10 Wizenten
op een weitje aan de bosrand. We konden vanuit een hoogzit aan de
rand van het bos de beesten prachtig bekijken en fotograferen. Een
prachtigen avond dus. Op de terugweg nog een paar keer geluisterd
maar dat leverde niets op. Terug bij de tent een mix gedronken en
vroeg in de “koffer”. Otte wilde in de bus slapen omdat
ik zou snurken.
Dag 8, zondag 4 mei
Weer: helemaal helder; om5:45 uur is het 10 graden.
Na een kopje thee nogmaals
het “Knuppelpad” gelopen in de hoop het Hazelhoen te
horen. Dit lukte niet, maar wel weer heel mooi de middelste bonte
specht gezien en gehoord. Koffie gedronken net door Pogorcelce.
Op een open plek langs de weg in het bos. Daarna terug naar de tent,
lekker gedouched en afgerekend in D.M.
Om 14:00 uur vertrokken
we van de camping en via Bialastok naar Wisna. Hier zijn we voor
de rivier nogmaals linksaf gegaan om in dat mooie “wetland”
rond te speuren. Het was ca. 17:00 voor we hier aankwamen. Opnieuw
genoten van dit prachtige natuurgebied. O.a. 2 baltsende Geoorde
futen. We zijn toen verder gereden, linksaf geslagen en om het gebied
heen gereden. Aan de oostkant bleken meerdere Grauwe klauwieren
en Paapjes te zitten. We hebben hier nog gefotografeerd. Tenslotte
wisten we niet meer precies waar we zaten maar het zoeken van de
weg leverde nog 2 Zwarte Ooievaars op. Ze stonden samen langs een
slootkant. Toen we stopten voor foto’s stonden ze nog even
maar gingen toen op de wieken. Vervolgens door naar Budy (kampplaats)
waar we rond 18:30 arriveerden. Tent opgezet en pannekoeken gebakken.
Na het eten nog een wandeling. We hoorden de Roerdomp weer roepen.
Rond 22:00 uur de slaapzak in.
Dag 9, maandag 5 mei 1997
Weer: om 6:00 prachtig helder, weer 0 graden in de bus + ijs op
de ramen!

Om 6:00 uur opgestaan en
kopje thee gedronken. De afwas van gisteren gedaan en het verslag
bijgewerkt. We vertrokken nu naar het noorden richting Goniadz.
Voor ons een nieuw stuk van dit gebied. In Goniadz eerst getankt
en gevraagd of er een bank was. We konden bij dit kleine tankstation
niet met D.M. betalen. Voor D.M. moesten we naar Monky. Hier D.M.
gewisseld voor Z.L. bij een “Kantor”. Vervolgens op
zoek gegaan naar het postkantoor om te bellen met Holland. Dit lukte
en we hebben beide families compleet aan de lijn gehad. We hadden
dus tot nu toe een produktieve ochtend maar nog geen vogel gezien.
Om 10:00 uur begonnen we een tochtje boven Goniadz aan de Biebrza.
Het is een prachtig gebied. We dronken hier ergens koffie en pikten
daar een Hop mee. We besloten om langs de westkant naar beneden
te rijden; een stuk dat we nog niet hadden gezien. Een zeer slecht
begaanbare weg door een agrarisch gebied (kleinschalig; extensief
in gebruik). Bij Brostowa zijn we op een paar plekken, o.a. bij
de uitkijktoren gestopt en hebben het gebied afgespeurd. We zagen
o.a.: Zeearend (1 juv.) 2 Grote Zilverreigers, en een Bonte strandloper.
Verder nog vele kemphanen met diverse pluimages, bosruites en een
groepje Nederlanders. De sleutel van de uitkijktoren is te verkrijgen
bij het laatste huis aan het pad er naar toe. Het pad is de eerste
afslag links als men van de hoofdroute afgaat en het dorp binnenkomt.
Enkele aantallen uit Range
in centre of Europe (Polish Foreign Trade)
Er broeden hier (Biebrza
gebied) 3 tot 4 paar zeearenden en 1 tot drie paar bastaardarend
(negen vogels). Verder 1 paartje steenarend, 170 - 200 paar kraanvogels,
drie paar scharrelaar en 25 paar zwarte ooievaars.
Verder 400 baltsende poelsnippen en 15 bokjes, maar die baltsen
niet elk jaar. Er zijn vorig jaar maar twee nesten gevonden.
Nog even zuidelijker hoorden
we onze eerste Ortolaan. We hebben hem ook heel mooi kunnen bekijken.
De weg is erbarmelijk; allemaal kinderhoofdjes. Uiteindelijk kwamen
we bij Wisna. Vervolgens terug naar de camping. Hier hebben we macaroni
gegeten en toen nog even naar “het Bokje”. Het was inmiddels
al over 20:00 en donker. We hadden de auto net geparkeerd bij het
“Waterrietzangerpad” of daar stopt een auto. De boswachter
die ons had verteld over het Bokje zat erin samen met een andere
man. Ze hadden duidelijk een borrel op. Hij vertelde dat het Bokje
misschien incidenteel broedde maar geen vaste broedvogel van het
gebied was. We hoorden hem niet in ieder geval. Wel veel Porseleinhoentjes.
Dag 10, Dinsdag 6 mei
Om 6:30 uur opgestaan:
bekende ritueel. Grijskopspecht liet zich goed horen. Om 7:15 uur
Vertrokken voor een wandeling door het veen: Langs de Poelsnippenplek.
Het was heerlijk weer en we hoorden o.a. Watersnip, Noordse .nachtegaal,
Sprinkhaanrietzanger en Grasmus. Bij de hoge uitkijktoren het landschap
gefotografeerd. In een poeltje bij de toren een Boomkikker gefotografeerd.
Verderop bij een hoogzit vonden we veel uitwerpselen van Korhoenders
en een braakbal van Raaf en Klapekster. Laatstgenoemde stond hier
te bidden.
Braakbal informatie
Van de klapekster hebben we een braakbal gevonden bij een kleine
uitkijktoren. Het was een langgerekt worstvormige (1,5 cm lang)
zwarte braakbal die vol zat met dekschilden van kevers e.d. De klapekster
prikt zijn buit niet op, zaols bij de klauwier, maar klemt ze vast
in een boomvork, of in een groef van de boombast. Verder vonden
we op de uitkijktoren een braakbal van een raaf. Deze bevatte veel
resten van plantaardige afkomst en was ook gelig van kleur, twee
a drie cm lang cilindrisch van vorm. Braakbalvormen en kleur worden
mede bepaald door het menu van vogels.
Op de terugweg langs het
pad vonden we een Hagedis, die zich goed liet fotograferen. Otte
fotografeerde kostmossen op een hekwerk toen boven ons een Bastaardarend
verscheen die samen omhoog schroefde met een Havik in ca. 5 min.
We hebben ze mooi kunnen observeren. Om 11:30 uur waren we terug
bij de tent, hebben koffie gedronken en Ooievaars gefotografeerd.
’s Middags weer naar Rutki voor de geoorde futen, de sterns
en we wilden nog een poging doen om Grauwe klauwier en Paapje te
fotograferen. 17:00 uur 9weer terug bij de tent. Een borrel en een
praatje met andere Nederlanders (twee stel op dit moment) op de
camping. Deze dachten de Waterrietzanger te hebben gezien bij Osowiec.
Interessant. We aten macaroni en gingen naar de Poelsnippen-lek
rond een uur of 19:45. Om ze nogmaals te bewonderen. Hier stond
een groep van Eco-tours en hierbij waren o.a. Bert van ’t
Holt en Gert van Veldhuizen. Even bij gekletst en informatie uitgewisseld
met Bert. Zij zaten bij boeren in Waniewo aan de Narew. We zagen
de Poelsnippen mooi springen en het “klepperen” was
niet v.d. lucht. Ook hoorden we een Kwartelkoning en een Houtsnip
roepen. Om ca. 21.15 waren we terug bij de tent, hebben nog even
wat gedronken en zijn toen gaan slapen.
P.S. gehoord of gelezen:
· Oude huizen laten
ze vaak staan. Het nieuwe bouwt men er vaak naast. Heeft men wat
nodig, dan haalt men dat bij het oude vandaan.
· Het aantal korhoenders in sterk afgenomen; dit is te wijten
aan de wasbeerhond die veel grondbroeders pakt. De wasbeerhond is
een marterachtige die ruim 8 kg kan wegen; (vos 3 tot 10 kg). Ze
leven in paar- of familieverband en hebben en sociale leefwijze
die voornamelijk ‘s nachts actief zijn. Oorspronkelijk in
Oost-Azië en Japan. Ala pelsdier ingevoerd is het Europees
deel van Rusland. Vandaar heeft het zich naar het westen uitgebreid.
Is al in de oostelijke helft van Nederland aanwezig. Deze exoot
kan een bedreiging worden voor de autochtone marterachtigen en natuurlijk
voor de grondbroeders.
· Er lopen circa 200 elanden in het Biebrza gebied.
· De zeggen werden vroeger als veevoer gebruikt; thans niet
meer waardoor het specifieke biotoop van de waterrietzanger (waarom
niet (water)zeggezanger?) verdwijnt.
· De waterrietzanger heeft geen hoge tonen in z’n zang
dit in tegenstelling tot de rietzanger. De zeldzame zanger legt
minder dynamiek in z’n zang; vergelijkbaar met de nachtegaal
ten op zichtte van de Noordse nachtegaal (Engels: Thrush (merel)
Nightingale). Laatst genoemde ook minder dynamiek in z’n zang,
wel merelachtige tonen.
· Berned Fischer heeft mooie foto’s gemaakt van de
roerdomp.
· In Waniewo woonden vroeger 660 mensen, nu nog maar 150.
Eco Toerist Services brengt misschien weer wat leven in de brouwerij.
Zij laat de mensen bij de autochtone bevolking slapen. Het is een
milieu vriendelijke vorm van toerisme. Ook het eten wordt betrokken
van de plaatselijke bevolking.
Weer: wolkenvelden met zon 14 graden. ’s Avonds was het een
hele zwoele avond. Heerlijk weer, bijna windstil, geen onnatuurlijke
geluiden en ongeveer 20 graden. Een enkele muskiet, maar het mocht
nog geen naam hebben.
Dag 11, woensdag 7 mei
1997
We zijn vandaag maar wat
vroeger opgestaan om 5:30. En daarna het bekende verhaal. Om 6:15
uur zijn we vertrokken naar Osowiec in de hoop de Waterrietzanger
te vinden. Het is een mooi gebied: je loopt over houten vlonders
door het gebied. We hoorden o.a.: Rietzanger, Noordse Nachtegaal.,
Grasmus, Braamsluiper., Sprinkhaanrietzanger, Snor maar hoe goed
we ook zochten geen Waterrietzanger. Wel vond Otte een nestje van
een Buidelmees. Het bleek een speelnest van vorig jaar en Otte nam
het mee als souvenir. Terug lopend zag ik 2 Visotters weg schieten,
ze hadden ons nieì¥Á I ¿ pÆ
bjbj²³²³ ô ÐÙ ÐÙ
ðÁ C = ÿÿ ÿÿ ÿÿ ] ¢
¢ ¢ ¼ H 4 H 4 4 4 h œ ì¥Á
I ¿ pÆ
bjbj²³²³ ô ÐÙ ÐÙ
ðÁ C = ÿÿ ÿÿ ÿÿ ] ¢
¢ ¢ ¼ H 4 H 4 4 4 h œ aren we weer terug bij
de tent en hebben een kop koffie gedronken. Ondertussen kwam Krzysztof
aan met een professionele natuurfotograaf. Deze begon een verhaal
en kwam met z’n boek op de proppen: prachtige platen maar
het kostte 100 D.M.. Iets te veel van het goeie. Tijdens de koffie
vloog er een Zwarte Ooievaar over de bosrand, voor de camping.
‘s Middags naar Waniewo
geweest waar we Bert v ‘t Holt opnieuw ontmoeten met z’n
vriendin. Ze wisten een plek voor de waterrietzanger Daar met z’n
vieren heen. We hoorden hem enkele keren alarmeren in een zeggen-veld
maar daar bleef het bij. Boven het moeras v.d. Narev zegen we de
eerste gierzwaluw van deze tocht. Verder witwang- en witvleugelsterns,
zwarte sterns en visdiefjes. Bruine kiekendief zwevend boven de
rietvelden en vier soorten sterns boven de rivier hangend.
Het is een schitterend gebied hier rond Waniewo aan de Narew. Op
de terugweg 2 Ortolanen langs de weg. Op de Tsarenweg richting camping
wilde een Hermelijn oversteken maar halverwege bedacht hij zich
en rende terug. Op de camping een borrel gedronken in de camper
van Kees en Jenny, Nederlanders uit Bergen op Zoom. Daarna potje
gekookt (grauwe erwten + gelderse worst + appelmoes). Het smaakte
weer perfect. Daarna verslag bijgewerkt. Het is inmiddels 21:30
uur en het is koud.
Eland (Alces alces) Engels:
elk of moose.
Het is een zeer groot hoefdier met een zwartbruine vacht. Heeft
een overhangende bovenlip. Lichtbruine poten, geen spiegel. Schouderhoogte
180 - 220 cm, tot 600 kg. Het is de grootste hertesoort van Europa.
De lichtgekleurde poten contrasteren sterk met de donkerbruine romp.
De lichte kleur loopt bij de koe over de achterkant van de dijen
wigvormig omhoog tot onder de korte staart; bij het mannetje (stier)
reikt deze zone niet hoger dan de buiklijn (dia van gemaakt). Hij
is vooral in de schemering actief, maar wij hebben hem ook wel overdag
gezien. Zomers zijn de dieren overwegend solitair. De bronstijd
loop van eind september tot in october. Het schoffelgewei begint
vanaf april weer aan te groeien. Tot op ongeveer tien jarige leeftijd
neemt de omvang toe, daarna zet het terug. Het dier heeft wat een
vreemde vorm. Bij de kop komt dit door het zeer lange neusbeen en
de brede bovenlip, een aanpassing voor het afstropen van boombast.
De korte hals is een verdere aanpassing aan z’n woonomgeving.
Dit maakt het voor hem onmogelijk om lopend te grazen, zoals andere
herten dat wel kunnen. Hij zoekt z’n voedsel aan bomen en
struiken en ook in het water. Tot op een diepte van 5 meter kan
hij z’n voedsel opduiken. De keutels zijn geelbruin tot zwart
en 20 tot 30 mm lang en 20 mm in doorsnede. Het vinden van zo’n
verzameling keutels vormt vaak een eerste aanwijzing voor de aanwezigheid
van dit dier. De soort wordt in de Scandinavische landen bejaagd
vanwege de schade aan de bosbouw en verongelukken soms, doordat
ze betrokken raken bij verkeersongevallen. Elanden die met de fles
zijn grootgebracht kunnen als huisdier worden gehouden. Ze zijn
tijdens de bronst veel minder agressief dan andere hertensoorten.
Dag 12, donderdag 8 mei 1997
weer: om 5:30 licht bewolkt en 13 graden
Om 5:30 opgestaan. Tijdens
de ochtendthee de Ooievaars nogmaals gefotografeerd. Om 7:00 uur
op route naar de plek van de Waterrietzanger. De lucht begon te
betrekken en het was koud. We liepen de 4 km naar het platform waar
de Waterrietzangers dan moesten zitten. Het regende licht toen we
daar waren en de omstandigheden waren dus ongunstig. Op het pad
zagen we wel een notenkraker. We hoorden de Waterrietzangers wel,
tenminste 3, maar het was vooral roepen, met af en toe een zangstrofe.
We konden 3 lokaliseren omdat ze sterk op elkaar reageerden. Helaas
kregen we ze niet te zien. Wel zagen we weer een Eland. Een enorme
bul stond helemaal vrij, samen met enkele Kraanvogels. Onderweg
had Jelle ook een Waterrietzanger gehoord en een glimp van hem gezien
maar de mooie gestreepte kop bekijken was er niet bij. Verder wel
weer:
Rietzanger, Sprinkhaanrietzanger, Snor, Noordse nachtegaal, Braamsluiper,
Fitis, Tjiftjaf, Koekoek, Bruine Kiekendief en Blauwe Kiekendief
(vrouwtje). Deze is hier minder algemeen dan de Grauwe Kiekendief.
Om 10:35 uur waren we terug
bij de tent; lekker koffie gezet + gedronken, afgewassen en verslag
gedaan. Het regende nog en we besloten om maar Monky te gaan voor
een flesje Poolse honey likeur en souvenirs voor thuis. Gelukkig
kwam Krzysztof aan met de fotograaf, zodat hij het huis open kon
maken. Ze waren samen op pad geweest om foto’s te maken. Wij
wilden vannacht graag in het huis slapen, zodat we morgen vlot weg
kunnen met een droge tent. Dat werd geregeld en we haalden onze
flesjes. Boven Monky hing een Sperwer er onder wel 100 kauwen. Terug
nog even langs Osowiec. Bij de uitkijktoren links van de weg, vanaf
de uitkijktoren zag Otte een Amerikaanse Mink. Vanaf de toren krijgt
men een goede indruk van het gebied. Een groepje van 20 Witvleugelsterns
trok over het gebied van drassige weitjes, zeggevelden, plasjes
en bosschages. Terug naar de camping, het was al zeker 45 minuten
droog en misschien konden we de tent droog inpakken. Dit lukte inderdaad
en we installeerden ons in het huis. Vervolgens regende het weer
en hebben we de open haard aangezet en een borrel gedronken. Daarna
macaroni gegeten en afgewassen. Na de afwas was het droog en we
wilden deze laatste avond nog graag een keer naar de Poelsnippen.
Krzysztof stond buiten met de boswachter die we al een paar keer
hadden ontmoet. Hij vroeg of we nog leuke dingen hadden gezien.
Hij vertelde dat de beste plaats voor Waterrietzanger bij Gugny
was waar hij woonde. Daar is ook een hoge uitkijktoren 5 km. met
de auto zei hij, maar wij wilden lopend naar de Poelsnippen. Onderweg
begon het te onweren en te regenen. We hadden maar 5 min. naar de
Poelsnippen gekeken. Toch zette het onweer door en het begon harder
te regenen. Wij terug naar de camping. Gelukkig konden we de jassen
en broeken drogen bij de openhaard. Otte maakte een flesje Pools
honing likeur open en we dronken er een paar op de mooie vakantie.
Om 22:15 ging we naar bed.
Dag 13, vrijdag 9 mei 1997
Weer: om 5:30 licht bewolkt
en het was 13 graden.
We vertrokken om 5:30 en
we waren om 18.05 bij de grens die we om 18.30 passeerden. We hebben
nu 650 km afgelegd. We hebben dezelfde route genomen als de heenreis.
Omstreeks elf uur kwamen we in de buurt van Hannover. Daar overnacht
in het busje op een parkeerplaats. Rond een uur of vijf opgestaan
en half zes reden we weer. Om acht uur waren we in Nijkerk. Ik was
om tien uur thuis, vermoeid maar voldaan. Jelle had 18 sensia volgeschoten
en ik 24. Daar moet een leuke serie van te maken zijn.
Waargenomen zoogdieren:
soms alleen maar de sporen.
2. Eland 7 exemplaren,
eenmaal drie op een dag. Veel uitwerpselen.
3. Ree, veel onderweg gezien; zeer algemeen
4. Egel, oostelijke ondersoort; Erinaceus concolor is iets lichter
en kleiner.
5. Hermelijn, 1 maal probeerde weg over te steken
6. Visotter, twee ex. bij Osowiec.
7. Wisent, 10 ex. op weitje bij Budy.
8. Bever, zeer veel verse sporen; bomen over de weg heen vallend.
9. Haas, diverse onderweg.
10. Konijn, maar enkele exemplaren.
11. Eekhoorn, diverse gezien.
12. Brandmuis, met zwarte anaal streep is hij zeer kenmerkend; ook
overdag actief
13. Vleermuis spec.
14. Vos in grensgebied met Duitsland; ook 1 ex. onderweg in Duitsland
15. Dassenburcht in het Oerbos
16. Amerikaanse mink; pelsdier
Spitsmuis; 1 dode en diverse gehoord.
Waargenomen vogels op
of vanaf de camping van Budy onze kampplaats:
1. Zwarte wouw
2. Witte ooievaar, nestplaats op de camping
3. Zwarte Ooievaar
4. Grauwe Kiekendief
5. Grijskopspecht
6. Roerdomp, alleen gehoord en dan vooral ‘s nachts
7. Zwarte specht
8. Kuifmees
9. Zwarte mees
10. Kraanvogel
11. Havik
12. Koekoek
13. Houtsnip
Verder nog een Rouwmantel , dagpauwoog, en citroenvlinder. Ook een
ringslang op de camping gezien.
Literatuur
Zoogdieren van West-Europa;
uitgave KNNV 1994
Diersporen gids van Tirion 1996
Elseviers Reptielen- en Amfibieën gids.
Het leven der dieren deel 13, zoogdieren 4. Grzimek.
Wegenkaart Duitsland-Noord, -Oost en Polen.
PTOP kaarten van de Biebrza (midden en zuid) schaal 1 : 50 000
PTOP kaart van Bialowieska, 1 : 50 000
De geïllustreerde flora, Thieme 1992 van M. Blamay
Nieuwe bloemengids in kleur, Tirion; 1996.
Vogels van Europa, Lars Jonsson; Thieme, 1994.
Roofvogels van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Schuyt
& Co. 1995.
Insekten en andere kleine dieren, Ake Sandhall. Zomer en Keuning,
1975.
Elseviers insektengids, 1983.
Eco Tourist Services; reisbrochure 1997.
Thieme’s rupsengids, 1987. Carter/Hargreaves.
ANWB reisgids over Polen. Martin Hus. 1991.
Verslag uitgewerkt door:
Otte W. Zijlstra
|