Wieringermeer II

About Me

Onderwerpen Excursie Wieringermeer II

Wieringermeer

Kamperduin (kust)

Vogelnieuws

Vogelfront

WieringermeerII

 

 

Vogels kijken in de Wieringermeer

Om de gebruikelijke tijd, acht uur, vertrokken in twee volle auto’s. Het is voorlopig de laatste excursie in het kader van onze Vogelcursus georganiseerd door de Vogelwerkgroep Niedorp. Eerst was het nog donker, maar toen we de meer inreden zagen we in de verte toch een groepje kleine zwanen. De kleine zwanen is in onze streken een doortrekker en wintergast in vrij groot aantal. Ze broeden op de Russische toendra’s ten westen van het Oeral gebergte. Nu zaten ze te ver weg om ze mooi te kunnen bekijken. Van de huidige wereldpopulatie, geschat op 25.000 exemplaren overwinteren er ca. 18.000 in Nederland.
Bij Oude Zeug een flinke groep rietganzen. Ze vallen nauwelijks op als ze op het bouwland zitten. De Rossgans (Sneeuwgans?) daarentegen viel wel op! Vooral in vlucht zijn de opvallende zwarte vleugelpunten goede referentiepunten voor de determinatie. Deze toendra rietgans is sterk gebonden aan akkerbouwgebieden, waar de vogels foerageren op oogstresten, wintergraan en groenbemesters. Met hun vrij forse snavel zijn ze goed in staat oogstresten van bieten en aardappelen aan te pakken. De Wieringermeer wordt steeds belangrijker voor deze ganzen en de aantallen overstijgen soms de 6000 ex. Hun broedgebieden liggen in Noord-Rusland, westelijk van de Oeral.
Onderweg diverse buizerds op paaltjes langs de weg. Meestal betreft dit immigranten uit Noord- Duitsland en Denemarken. De buizerd is met 8000 tot 10.0000 broedparen de meest talrijke roofvogel van ons land en op de torenvalk na de meest verbreide roofvogel. De Nederlandse buizerds blijven jaarrond in hun territorium. Het is een doortrekker en wintervogel in groot aantal.
Bij de Dijkgatswielen vloog een sperwer in de boom die we na licht speurwerk weer teug konden vinden. Op het IJsselmeer flinke aantallen kuifeenden en een kleiner aantal krakeenden en tafeleenden. De krakeend is in Nederland een vrij schaarse broedvogel, maar in de winter komen er flink wat vogels bij uit Noordwest Europa. Hier ook enkele middelste zaagbekken. Het is een doortrekker en wintervogel in vrij groot aantal. Soms komen ze zelfs tot broeden in Nederland. Deze viseter zien we meest in kleine groepjes va 5 tot 10 ex. Op het IJsselmeer komen soms grotere aantallen voor. In normale winters kunnen er wel 15.000 ex. in ons land overwinteren. Helaas verdrinken er veel in staande netten van vissers op het IJsselmeer. Zo was de bijvangst in de jaren tachtig naar schatting 8540 Middelste zaagbekken per jaar! Op naar Den Oever waar we al snel de luwte opzochten. Daar vandaan konden we fraai de eidereenden bekijken die in de haven lagen. De Nederlandse populatie broedt vrijwel alleen in duinen van de Waddeneilanden. Het is een typische kustbewoner, gebonden aan zout water. De ijsvogel hebben we op een haar na gemist. Deze zit regelmatig in de haven van Den Oever. In de haven kwam zo nu en dan een klein kopje boven water en was daarna weer verdwenen. Even vlak voor ons konden we hem goed bekijken. Het bleek een zeehond te zijn. Hun aantallen zijn gedecimeerd na een virusinfectie. Verder naar het Vatrop, een klein natuurgebiedje iets ten westen van Den Oever. Hier liep, heel verrassend, een kleine zilverreiger rond. Door zijn grootte kun je zien dat je met een kleine te maken hebt. Bovendien heeft een grote zilverreiger een gele sneb. Met zijn gele tenen was hij bezig de grond om te woelen en op die manier eetbare bestanddelen naar boven te krijgen. Een tureluur was in de buurt om een graantje mee te pikken. Op het wad zaten een aantal rotganzen. Dit is een wintergast en doortrekker in groot aantal. De Nederlandse Waddenzee doet in het voorjaar dienst als ‘opvetgebied’ voor deze kleine gans die hoog noordelijk broedt. Onze (zwartbuik) wintergasten komen voornamelijk van het Russische schiereiland Taimyr. De wereldpopulatie omvat bijna 300.000 dieren. Circa 30 % kan in Nederland verblijven. De meeste rotganzen overwinteren in Zuid-Engeland.
Op Wieringen zat verder niet veel. Een steenuiltje konden we niet ontdekken. Bij het Normerven, een buitendijks kweldergebied, stond het water laag en waren de vogels ver weg op het wad. Nog even verder gereden langs de Quarantaineweg. Hier gingen vroeger de schepen voor anker. Op het wad een zestal bonte strandlopers een paar IJslandse tureluurs. Inmiddels was het bijna twaalf uur dus we besloten via een landelijke route terug te rijden via Slootdorp. Grote groepen kleine zwanen konden we ook nu niet ontdekken.

Namens de Vogelwerkgroep Niedorp, Otte W. Zijlstra
www.natuurinfo.tk
Bent u ook geïnteresseerd in het plaatselijke vogelgebeuren informeer (ow.zijlstra@quicknet) dan vrijblijvend naar een vogelcursus in het voorjaar. We starten weer in maart 2003 met een nieuwe cursus.


This Page is best viewed at 1024*768. Internet explorer version 5.0.