Zuid-Afrika

About Me

Onderwerpen Zuid-Afrika

Noord-Spanje

Zweden

Lesbos [2002]

Lesbos [1999]

Zwitserland

Polen

Noorwegen

Ebro

Bargerveen

uw:3333

Reisverslag Zuid Afrika

Gemaakt in 2004 van 9 juli t/m 12 augustus.

De geschiedenis van Zuid-Afrika

De eerste bewoners van het zuidelijke deel van Afrika waren de 'Ke' ofwel de bosjesmensen en de 'Khoikhoi' (hottentots). De Ke leefden in de bergen van de Kaapregio en de Khoikhoi meer ten oosten van de Kaap langs de kust. Beide stammen leefden voornamelijk van de jacht. Later zijn ook Bantu-stammen als de Tsonga, Nguni, Swazi, Zulu en Xhosa zich gaan vestigen in dit deel van Afrika. In de 13e eeuw werd het gebied tussen de Drakensbergen en de zuidoostkust bevolkt door deze stammen. Omdat zij voornamelijk kuddes hoedden en op kleine schaal aan landbouw deden, waren zij minder afhankelijk van de jacht. Hierdoor nam het bevolkingsaantal snel toe en dat had tot gevolg dat de Ke en Khoikhoi moesten uitwijken naar westelijker en noordelijker gebieden

De Portugese zeevaarder Bartolomeus Dias had in 1488 Kaap de Goede Hoop ontdekt, maar het zou tot 1652 duren voordat de eerste Nederlandse kolonisten onder leiding van Jan van Riebeeck naar Zuid-Afrika kwamen om een verversingspost te vestigen voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Het aantal kolonisten werd vanaf 1688 uitgebreid met Franse Hugenoten. Op zoek naar bouwland trokken de 'Boeren' in 1760 de Oranjerivier over. Als gevolg hiervan kwamen zij meer in contact met enkele zwarte volken van Zuid-Afrika, vooral met leden van de Bantu-, Sotho en Nguni stammen. Deze ontmoetingen gingen vaak gepaard met bloedige conflicten. Een grote confrontatie vond in 1779 plaats, toen de opmars van de Boeren tijdens de zogeheten Bantu-oorlogen lange tijd werd tegengehouden door de Xhosa.

Na de Britse bezetting van de Kaapkolonie in 1820 vestigen zich vele nieuwe Britse kolonisten in Zuid-Afrika. Uit onvrede met het nieuwe bewind trokken de Boerenpioniers of 'Voortrekkers' van Nederlandse afkomst naar het noorden en stichtten daar uiteindelijk de onafhankelijke republieken Oranje Vrijstaat en Transvaal. Deze volksverhuizing staat bekend als de 'Grote Trek'. Hierdoor werden de Hottentots en de bosjesmensen opnieuw naar verder gelegen gebieden verdreven.
Intussen waren de Britten bezig ten oosten van de Kaap een nieuwe kolonie te stichten en zij verdreven ca. 20.000 Bantu's van hun land om plaats te maken voor 5000 kolonisten. De toenmalige leider van de Zulu's, Dingiswayo verenigde en reorganiseerde de Zulu-stammen tot een groot leger om de voortdurende opmars van de blanken een halt toe te roepen. Shaka, een van de officieren van Dingiswayo, veranderde de traditionele gevechtstactieken en werd een geduchte tegenstander. Uiteindelijk konden de Bantu-stammen het echter niet winnen van de met geweren bewapende blanken en werden ze verslagen.
De eerste echte doorbraak in de economische geschiedenis van Zuid-Afrika vond in 1869 plaats toen er diamant werd gevonden. Kort daarna vond er nog een belangrijke gebeurtenis plaats: er werd goud gevonden in de Transvaal. Een ware toestroom van vooral Britse gelukszoekers en mijnwerkers was het gevolg. Ook verscheepten de Britten vele arbeidskrachten uit India naar Zuid-Afrika, die aanvankelijk vooral op de suikerrietplantages werden ingezet.
De relatie tussen de Boeren en de Britten verslechterde voortdurend. Uit vrees voor de Britse overheersing stelde president Paul Kruger van Transvaal strengere eisen aan het verkrijgen van burgerrechten. De Britten grepen in, wat tot de drie jaar durende Boerenoorlog leidde. De overwinning van het Britse leger in 1902 leidde uiteindelijk tot de oprichting van de Unie van Zuid-Afrika in 1910. Sindsdien heeft Zuid-Afrika zich tot de belangrijkste industriële grootmacht van Afrika ontwikkeld. Tegenwoordig is de regering gezeteld in Pretoria en het parlement in Kaapstad.
De daaropvolgende vijftig jaar was de ontwikkeling van Zuid-Afrika nauw verbonden met die van het Britse Gemenebest, waarvan het tot zijn onafhankelijkheid op 31 mei 1961 deel uitmaakte. Onder het presidentschap van Verwoerd werd in Zuid-Afrika in 1948 de 'apartheid' officieel ingesteld. Een uniek systeem: wettelijke discriminatie. De apartheid, riep uiteindelijk wereldwijde afschuw op en het land betaalde hiervoor een zwarte tol. In de 70er en 80er jaren van de 20e eeuw ging Zuid-Afrika gebukt onder een internationale economische boycot. Na de afschaffing van de apartheid in 1991 en na de democratische verkiezingen is de internationale handel weer voorzichtig op gang gekomen; men is nu bezig de sociale achterstand van voornamelijk de zwarte bevolking in te halen. Sinds 1999 is Thabo Mbeki de nieuwe president

Figuur 1 Hier afgebeeld een Afrikaanse Lepelaar; genomen vanuit een fraaie hut in Pilanesberg.

Etnische samenstelling:
77,4 % zwarte Afrikanen (waarvan 23% Zulu het meest gesproken, Xhosa, Noord- en Zuidsotho, Swazi en Venda)
11,7 % blank
8,4 % kleurling
2,5 % Aziaten.
78 % christenen, 1,8 % hindoe en 1,2 % moslim; verder nog 4 miljoen natuurgodsdiensten.
Levensverwachting nog geen 60 jaar. % boven de 65 jaar: 3,5%

Reisverslag van dag tot dag
Op vrijdag 9 juli vertrokken we vol goede moed richting Schiphol. Bij het inchecken bleek onze koffer te zwaar. Ik heb het statief er uitgehaald en onder aan de fototas gehangen. Daarmee kwam ik niet voorbij de douane en moest ik weer terug aan de incheckbalie, waar het statief apart verstuurd werd. Het vliegtuig, dat ons naar het ‘Charles de Gaulle’ vliegveld zou brengen nabij Parijs, had een half uur vertraging opgelopen. Het vliegtuig moest erg lang taxiën voordat het aan de gate stond. Bovendien zaten we op rij 29 van de dertig, dus stapten we als één van de laatste passagiers uit het vliegtuig met als gevolg dat we ons vliegtuig (SA) naar Johannesburg misten. Met moeizaam overleg en een gedwongen verblijf in
een hotel (€35,= in het Etaphotel) voor een nacht kregen we gedaan dat we op een vlucht geplaatst werden van zaterdagnacht verzorgd door Air France. We reisden comfortabel eerste klas, maar het was toch even een domper op het begin van ons vijf weeks verblijf aldaar. Op maandagochtend omstreeks 9.30 kwamen we aan in Johannesburg. Daar in spanning gewacht op onze bagage, maar gelukkig dat kwam ook aan met het zelfde vliegtuig. Met behulp van een kruier vonden we snel de balie van Europcar. Na het invullen van enige papieren konden we onze koffers inladen. Wel erg vreemd dat het stuur rechts zit en je links moet rijden. Niet erg vreemd als je beseft dat dit land een tijdlang door de Engelsen is bestuurd ( 50 jaar Britse Gemenebest) en daar ook hun gemeenschappelijke Engelse taalgebruik aan hebben te danken. Daarnaast kan men veel het Zuid-Afrikaans horen dat door grote delen van de blanke bevolking wordt gebruikt. Daarnaast hebben we de diverse talen van de oorspronkelijke stammen: Venda, Sotho, Zullutaal etc.

Na een half uur waren we op route richting Pilanesberg een natuurgebied ten noordwesten van Johannesburg. Onderweg was het steeds opletten dat je links blijft rijden, vooral na een afslag. Diverse keren gingen de ruitenwissers aan terwijl de richtingaanwijzer de bedoeling was. Omstreeks 17 uur kwamen we bij Pilanesberg aan. Onderweg hadden we al een paar boodschappen gedaan en o.a. enige zakjes maïs gekocht waar we onze ‘rijst’zakken mee konden vullen. Deze komen bij het fotograferen op de raampost te liggen en vormen zo een stabiele basis voor de telelens. Vlak voor het natuurpark zijn voorzieningen voor de nacht te verkrijgen. We hebben een safaritent gehuurd voor twee nachten (660 ZAR => € 88,46).

Zeer goed gegeten in het op deze kampplaats aanwezige restaurant. We hebben ‘wild’ gegeten en wel Kuduvlees. Ook de overige voorzieningen zijn prima.


Figuur 2

Pilanesberg informatie

Pilanesberg is één van de grootste vulkanische gebieden ter wereld die 1300 miljoen jaar geleden zijn ontstaan na een vulkanisch leven van een miljoen jaar. Geologisch is het derhalve een zeer interessant gebied, maar daar kwamen wij natuurlijk niet voor. Dit natuurgebied werd verkregen in 1969 en na het nodige onderzoek werd het park geopend op 8 december 1979. Het park van 55.000 ha (550 km2) moest toen voor de dieren ingericht worden. Alle inwoners met hun toebehoren werden verwijderd. Windmolens, mijnbouw voorzieningen, huizen en hekwerken werden verwijderd, evenals vegetatie die er niet thuishoorde. Inheemse planten kwamen er voor in de plaats. Het grote gebied werd omheind en de operatie Genesis kon beginnen. De grootste wild verplaatsing ter wereld stond op het punt te beginnen. Niet minder dan 5957 dieren in 19 verschillende soorten werden in het nieuwe park losgelaten, waaronder 50 Olifanten, 1937 Impala’s en 19 bedreigde Zwarte (Puntlip) Neushoorns. Het park ontvangt per jaar zo’ n 120 000 bezoekers per jaar.

 

Maandag, 12 juli.

Onze eerste dag op safari in de Toyota Tazz 1.3, een kleine vierpersoon auto met airco, maar zonder stuurbekrachtiging. De eerste nacht was koud geweest in de safaritent, maar in de aanwezige dekenkist vonden we extra warmte; overigens was er wel een koelkast aanwezig. Daar bewaarden we steeds de volgeschoten en de lege diafilmpjes in. Bij de Mankwedam stond een zeer fraaie vogelhut. Dit meer is de parel van het park, waar kussentjes op de banken lagen en een WC aanwezig was. We zagen daar o.a. de volgende vogels:

Bonte IJsvogel, in het geheel niet schuw => dia’s (Bontvisvanger)
Dodaars
Afrikaanse Lepelaar (dia’s)
Glansspreeuw
Zwartoog Bulbul
Witkopeend (dia’s)
Dwergaalscholver
Withalsaalscholver
Slangenhalsvogel
Prinia’s
Smitsplevier
Malaghite Kingfischer, prachtig gekleurd
Brown Hooded Kingf.

Aan zoogdieren zagen we hier een twaalftal Nijlpaarden (Hippo’s), Wilde beest
Wrattenzwijn (algemeen) en Kudu (vr.)


Figuur 3 Giraffen kom je regelmatig tegen en zijn meestal niet schuw.

Bij het Pilanesberg Centrum is een restaurant gevestigd met een waterpoel. Blikvanger hier was de Giraffe die stond te drinken in de poel. Verder zagen we hier de volgende vogels:

Southern Yellow-billed Hornbill (46 cm) Geelbekneushoornvogel => Geelsnaveltok
Boompieper s.l.
Go-awaybird, (48 cm) Lourie; deze vogel waarschuwt wanneer er gevaar dreigt.
Witborstkraai
Fork-tailed Drongo => Fluweeldrongo (25 cm)
Rosse Waaierstaart
Great sparrow => Grootmossie. 15 cm
Grijskopmus
Redwing starling => Roodvlerkspreeuw
Crested Fracolijn => Bospatrijs
Gewone blauwsijs => Bleu-waxbill
Kaapse Rotslijster
Crimson – Breasted Shrike => Burchells Fiskaal (23 cm).

Neushoornvogels (Hornbills)
De Tokken behoren tot de kleinste neushoornvogels (geslacht Tockus)met 13 soorten waaronder de Roodsnaveltok (eksterformaat) TL 50 cm en een gewicht van 150 gram. Wij hebben ook de Geelsnaveltok en de Grijze tok waargenomen en op de dia gezet. De veel grotere Zuidelijke Hoornraaf hebben we wel op afstand gezien. Ze trekken wel op mangoesten; die jagen de sprinkhanen op en als tegenprestatie waarschuwen ze bij gevaar.
De Tokken zijn omnivoor. In het begin van de regentijd ontwaakt hun broedinstinct. Er is dan vochtige aarde beschikbaar bij poelen en plassen en dat hebben ze nodig. Waarom? Het broeden van deze vogels verloopt hoogst merkwaardig. Alle neushoornvogels broeden in boomholten. Met uitzondering van de Hoornraven metselen zij de ingang van de holte tot op een smalle sleet dicht, waardoor het ? zijn familie voedert en de opening wordt tevens gebruikt door het ? en de jongen om de uitwerpselen naar buiten te werpen. Daaronder bevinden zich zaden die bij de voet van de boom beginnen te kiemen. Aan de grootte van deze kiemplantjes kan men (inheemse bevolking) opmaken hoe groot de jongen zijn en wanneer men ze er uit kan halen om ze aan dierenhandelaren te verkopen. De broedholte lijkt dus een gevangenis, maar men moet bedenken dat de holte een goede bescherming biedt tegen predatie. De grotere soorten leggen maar twee eieren, de tokken leggen tot 5 eieren. Tijdens haar ‘gedwongen’ verblijf is het vrouwtje niet geheel werkloos. Zij ruit haar slaap- en staartpennen. Het verblijf in de holte kan tot 2 maand duren; daarna breekt ze uit en helpt het mannetje met het zoeken naar voedsel voor de jongen.
owz
Uit: Het leven der Dieren van Grzimek deel 3 vogels.

Figuur 4 Olifanten kom je erg veel tegen in het Kruger Park; er zijn een paar zeer oude exemplaren zoals deze hier boven

Onderweg tijdens het rondrijden in het park is het kleinere wild moeilijk waar te nemen. Het savannegras’ staat erg hoog, zodat het wild zich gemakkelijk aan het zicht kan onttrekken. Wel zagen we een groep neushoorns, Olifanten, Bruine Hyena, Zadeljakhals, Mangoesten en een Vervetmonkey (groene meerkat met de blauwe ballen). ’s Avonds weer lekker gegeten (212 ZAR inclusief het bier voor ons beiden) in het iets te koele restaurant. Bij de tent ontdekten we een Kaapse Haas (lange oren).

Dindsdag, 12 juli
Om 5.30 opgestaan zodat we om 6 uur voor de ‘gate’ staan die ons toegang verschaft naar buiten. Het is dan nog donker, maar als er wat op de weg loopt kan het gezien worden.
We reden richting Pilanesberg-centrum toen we veel verse sporen zagen van olifanten.

Die waren hier dus net langsgekomen; grote drollen en afgerukte takken van bomen lagen op de weg. Ons adrenalinegehalte steeg! Even verderop stond een auto stil. Dat zijn vaak de eerste tekenen. Net als gieren houdt men elkaar hier in de gaten. Stopt er een auto dat valt er meestal wat te zien. De zon was nog niet boven de horizon, maar toch waren de olifanten goed te zien. Ze deden zich te goed aan takken en bladeren van bomen. Een paar honderd kg groenvoer moet er per dag verwerkt worden. We hebben met verwondering deze eerste groep gade geslagen die meestal geleid wordt door het oudste koe de matriarch. De bullen trekken vaak solitair op, maar houden wel in de gaten als een ? gedekt kan worden.
Onderweg ook veel Grijze Wouwen. Opnieuw even naar de Mankwe-dam. Geen Nijlpaarden (hippo’s) daar nu, wel veel meer mensen en daarom minder vogels. Iemand maakte me attent op een klein soort reiger die onder het loopbruggetje zat. Een Greenbacked heron Groen-rugreiger = Mangrovereiger) waar we fotografisch niks mee konden; die kans kregen we later nog! Pilanesberg-centrum is altijd interessant, omdat men vanuit het restaurant op een waterpoel uitkijkt. In de wintertijd valt hier weinig neerslag en komen de dieren tegen het eind van de ochtend vaak even drinken. Ook in de namiddag kan dit zich herhalen. Midden op de dag staan ze vaak in de schaduw van de bomen en kun je zelf ook beter even rusten, omdat het dan erg rustig is. We hebben hier o.a. op de dia gezet: Crested Barbet (kuifkophoutkapper of Kuifbaardvogel), Yellow Billed Hornbill (Geelsnaveltok) en de Grey Go-away-bird (48 cm) => deze alarmeert het wild vanuit de boomtoppen.

Verder zijn we nog naar een gieren-voederplaats (Mothata Hide) geweest, maar daar zat niks. Daarna nog even een uitstapje gemaakt in het zuidoosten van het park. Er stonden een viertal auto’s aan de kant van de weg en het bleek dat ze niet verder konden, omdat er een olifant stond te drinken op een bruggetje; even later kwam er vanuit de ‘bush’ nog een volwassen olifant, maar die kon er in eerste instantie niet langs, omdat er auto’s in de weg stonden. De bestuurder van de auto voor ons had het in de gaten en verreed snel zijn auto. Gelukkig maar, omdat de olifant vlak achter onze auto stond en al begon te kopschudden. Toen hij naar zijn maatje kon om te drinken kwam hij rakelings bij onze auto langs. We hebben vervolgens de auto gekeerd en zijn naar de uitgang gereden. Onderweg nog wel een Bruine Hyena gezien; dit is een typische aaseter die het aas tot op 14 km kan ruiken.
Om 12.30 verlieten we het park en gingen richting Nylstroom dat tegenwoordig Modimollis heet. Een goede kaart ontbeerden wij helaas en bovendien gebruikten we verouderde kaarten waar de vernieuwde plaatsnamen niet opstonden. Diverse keren vragen onderweg bracht ons uiteindelijk bij de ‘Sangri-la Lodge” Het was toen bijna 18 uur en dus bijna donker! Lekker gegeten voor 200 ZAR (€ 26,26 voor ons samen) inclusief bier, soep en fruit met slagroom.

Woensdag, 14 juli
We wilden het kleine natuurgebied Nylsvlei (ca. 4000 ha) bezoeken. Na lichte nachtvorst en een heerlijk ontbijt gingen we op zoek naar dit natuurgebied. Dat was even lastig te vinden, omdat je niet gemakkelijk op de snelweg kunt komen die er vlak langs loopt. Via een omweg kwamen we toch in het natte deel van het gebied terecht. Prachtig mooi gebied en als je daar dan een half uur rondkijkt en je hebt dan 10 nieuwe soorten dan geeft dat een heerlijk gevoel. Zo hadden we hier o.a. de Knobbelmeerkoet, Reuzenreiger en Afrikaanse Jacana. We kwamen hier ook enkele bekenden tegen zoals de Dodaars en Waterhoen. In de verte cirkelden enkele gieren. In Nylsvlei zit veel waterwild, maar heeft ook een droog gedeelte waar diverse grote zoogdieren voorkomen zoals: Giraffe, Roan Antilope, Gnoe, Wrattenzwijn, Eland en Tsessebe.
Het hek naar de hut zat op slot en we moesten naar de hoofdingang om de sleutel te halen. Bij de ingang zat een fraaie Goudrugspecht en een Crowned Lapwing. Van beide konden we wat dia’s maken. We gingen weer terug naar het natte gedeelte met de sleutel van de hut. Omdat de toegang niet erg was afgeschermd, zagen de meeste vogels ons aankomen en waren vertrokken of verderop gaan zitten. De Reuzenreiger bleef even zitten en die kon ik nog op de plaat zetten. Vanaf het hoger gelegen punt heb je wel een mooi uitzicht over het gebied. Achter het natte gedeelte lag het bushveld met Giraffen op de achtergrond. In de andere hut kwam een flinke leguaan voorbij zwemmen. Het bleek een watermonitor te zijn.


Watermonitor (Varanus niloticus) is een reptiel die tot 160 cm lang kan worden. Het is de grootste hagedis die in Afrika voorkomt. De kop steekt nogal ver naar voren en ze hebben een lange staart. Ze leven van waterdieren, waaronder krabben. Ze leggen de eieren in een bezet termietennest, ongeveer zestig. De jongen graven zich een weg naar buiten als de grond door regen zacht is geworden. Hij wordt ook wel Nijlvaraan genoemd.
(Uit Dieren ANWB en uit: Snakes van Bill Branch).

Informatie over Termieten (heuvels)
Deze primitieve insecten leven in een sociaal systeem; solitaire vormen komen niet voor. Er zijn 2750 soorten beschreven. Ze zijn polymorf d.w.z. dat er verschillende vormen bestaan binnen de kaste. De koningin bevindt zich in het midden van kolonie. Daar bevinden zich soms ook’ schimmelkwekerijen’.
In zuidelijk Afrika komt de Macrotermes groep voor met een koningin die per twee seconden een ei legt. Dat is ruim 40.000 per dag! Ze heeft daarvoor een vergroot abdomen ontwikkeld en kan de respectabele lengte van 17,5 cm bereiken. Het is dus eigenlijk verworden tot een eileg-machine. Ze wordt gevoerd door de werksters. De koning behoudt zijn oorspronkelijke lengte. Het ventilatiesysteem in uniek in de termietenheuvel. Door dit systeem blijft de temperatuur op 30 graden Celsius. Als het weer een bepaalde vochtigheid heeft en temperatuur dan kunnen ze gaan zwermen. Vogels, hagedissen en andere insectenetende dieren maken hier dankbaar gebruik van. Hout is het hoofdvoedsel van de termieten en helaas kennen ze het verschil niet tussen dood hout uit het bos en dood hout bestemd voor de bouw. Dit probleem was al bekend bij het oude Egypte die hout in moesten voeren uit Klein-Azië dat voor hun sarcofagen werd gebruikt. De punt van de termietenheuvel staat altijd een bepaalde richting uit en kunnen op die manier de weg wijzen.

Via Nylstroom (Modimollis) zijn we weer terug gereden naar onze Lodge. De kachel brandde toen we binnenkwamen en dat was wel lekker, omdat het hier nachts behoorlijk afkoelt.

 

Donderdag 15 juli 2004-08-20
De dag van vertrek richting Pietersburg (1 miljoen inwoners) dat tegenwoordig Polokwane wordt genoemd. Dat is heel verwarrend, vooral als je in de reisbeschrijving nog de oude naam tegenkomt. In de ochtend hadden we nog een klein natuurgebied ‘Pietersburg Game Reserve’ onder deze stad bezocht. Verder hier leuke vogels en veel nesten van wevervogels en Parelhoenders gezien. De wevers broeden nog niet maar de nesten hingen er nog van vorig broedseizoen. Het verbaasde ons dat er in dit park nog redelijk wat wild voorkwam:
Giraffe, Neushoorn, Tsessebe, Sabelantilope, Nyale, Zebra’s , Waterbok en Impala’s Omstreeks 17.00 uur het park weer verlaten en op naar het hotel.

Kruger Park landschap


We vonden snel het Holiday Inn hotel en konden ons inschrijven. Het hotel heeft 179 kamers en alles zag er goed uit; twee ruime bedden op de kamer en een mooie badkamer. Ik raakte even aan de praat met de parkeerwacht van het hotel. Hij stond daar de hele nacht en de volgende ochtend maakte hij de ramen weer even ijsvrij. Hij verdiende 1200 ZAR (€ 157) per maand met deze baan; fooien van de klanten daar kon hij dan wat extra’s voor kopen. Van het normale loon kon hij van eten en wat aan zijn ouders geven. Hij ging lopend naar huis.
We gebruikten dit hotel als springplank naar het Kruger Park (K.P.)

Vrijdag 16 juli 2004
Na een goede nachtrust hadden we een uitstekend ontbijt in het hotel. Daarna snel weer op pad en op weg naar onze hoofdbestemming het Kruger Park (K.P.)

Het Kruger Park is opgericht in 1898 en strekt zich uit vanaf Zimbabwe ruim 300 km naar het zuiden en wordt aan de oostzijde begrensd door Mozambique. Het heeft een oppervlakte gelijk aan ¾ België. Het is een enorm uitgestrekt beschermd natuurgebied, waar natuurbehoud hoog in het vaandel staat. Experts in flora en fauna werken speciale projecten uit om zoveel mogelijk bio-diversiteit in stand te houden. Er komen bijna 150 soorten zoogdieren voor en 380 soorten bomen. Die grote diversiteit trekt natuurlijk ook een diversiteit aan vogels aan. Het aantal soorten overtreft de 500. Er zijn 12 grote restcamps met een camping, restaurant etc. In de meeste kun je ook tanken en geld opnemen.

Onderweg nog wel wat sinaasappelen gekocht (zie fig.5) bij een stalletje aan de weg. Na een rit van 300 km over goede wegen kwamen we bij de ‘Phalaborwa Gate’ aan. Daar moesten we aantonen dat we het verblijf hadden geregeld in het K.P. De toegang tot het park moest voor die veertien dagen nog voldaan worden; het bleek voor ons voordeliger om een ‘Wildkard’te kopen => € 186,45 voor 14 dagen. Onderweg door het park zagen we het eerste uur niks, maar daarna kwamen we wat wild tegen. Wat je als eerste ziet als je het park binnengaat, zijn de Impala’s , omdat die het meest voorkomen en een mooi stapelvoer vormen voor de grote katachtige. Ook Olifanten kom je bijna elke dag tegen, terwijl de dieren hier nog maar ruim honderd jaar voorkomen. In 1947 was hun aantal al gegroeid tot 550 die vooral rondliepen in het noordelijke deel. Dat bevat niet zoveel water en in de loop der tijd hebben ze het gehele Kruger Park veroverd. Er lopen nu 13.500 dieren rond en ze willen graag een stabiele populatie van 10.000 dieren. Dus moeten ze een flink deel zien kwijt te raken. Sinds 1967 zijn er al 14000 dieren afgeschoten vaak hele families tegelijk. Vervoer naar andere parken is vaak (te) duur, blijft over: afschot tegen betaling en het vlees beschikbaar stekken aan de plaatselijke bevolking. Ze moeten echter behoedzaam zijn dat de publieke opinie zich niet tegen hen keert. Voorlichting geven aan de bezoekers is dan ook van groot belang. Neushoorns hebben we niet gezien in het K.N.P.
We moesten nog een 100 km door het Park rijden en we moesten tanken.
In bijna alle restkanps kun je tanken en eten in het restaurant. Wij gingen naar Mopani om te tanken en een kopje koffie; onderweg hadden we nog niet veel gehad. Onder het genot van een kopje en een prachtig mooi uitzicht konden we even bijkomen van de rit. De maximale snelheid is 50 km/u op de geasfalteerde wegen. Op de onverharde wegen geldt een maximum snelheid 40 km/u. Onderweg kwamen we ook interessante vogels tegen zoals: Bateleur (70 cm) een opvallende arend die gemakkelijk te determineren is met zijn schijnbaar veel te korte staart.

Ook de Martial Eagle (Vechtarend) viel ons ten deel vanuit het restaurant van Mopani. Verder diverse keer Grijze Wouw, Natal Francolin en een Boskorhoen. De Sunbirds zaten fraai te snoepen van de nectar in de bloeiende planten. Nog net op tijd bereikten we Punda Maria, ons eerste restkamp in het K.P waar we drie nachten zouden verblijven. Er zouden nog vijf andere kampen volgen van noord naar zuid zodat we een goede indruk krijgen van het oudste en grootste park van Z. Afrika.

Zaterdag 17 juli
Om 6 uur konden we het terrein af. In de schemer vertrokken we en na al vijf minuten werden we geattendeerd op een tweetal ? leeuwen. Bij een poel zaten een tweetal Hamerkoppen. Daarna verder naar Pufari via een binnenroute. Onderweg Olifanten, Buffels (ca. 100) en Zebra’s. Ook diverse keren Impala’s die verrassend dicht bij de weg staan. Op de Picknick site een Vervet-Monkey (Groene Meerkat 55 cm). Bij Frank, de beheerder van de picknick site, regelt hier alles wat betreft verhuur van de braai en/of gastoestellen. Tevens is hij een verdienstelijke vogelaar.

Van Zuid-Afrikaanse bezoekers hoorden we dat er op het drielandenpunt Nijlpaarden zaten en Krokodillen. Dus na de koffiestop besloten we eerst daar heen te gaan. Inderdaad lagen de Hippo’s rustig op een zandbank van de Limpopo bij Crooks Corner. Vanaf dit punt kon men aan de overkant Zimbabwe zien liggen en rechtsvoor ligt dan Mozambique. (Vroeger Portugees Oost-Afrika). We konden ze rustig fotograferen tot er groep mensen aan de andere kant van de rivier verscheen met gewapende begeleiding; dit was teveel van het goede en de groep Nijlpaarden verdwenen naar dieper water. Hier zat ook een Zadelbekooievaar (145 cm). Wat een enorme beesten zijn dat! De Afrikaanse Zeearend (African Fish-eagle 70 cm) hoorden we al van verre aankomen met zijn kenmerkende roep. Via een andere route zijn we weer richting kamp gegaan. Prachtige Scharrelaars (pintailed) en Neushoornvogels onderweg, mooi in het namiddag/avondlicht. Op het kamp is een restaurant aanwezig met een eenvoudige menukaart. In de meer zuidelijker kampen, die ook wat groter zijn, is de menukaart duidelijk uitgebreider. Meestal kon je daar voor 100 ZAR (€13 p.p.) langs een lopend buffet gaan en uitzoeken naar behoefte.
Figuur 9 Sunbirds kun je vinden op bloeiende planten waar ze de nectar uitzuigen. Hier de White Bellied. (11 cm)

Zondag 18 juli
Vanochtend weer stralend mooi weer. Eerste de korte route rond het kamp Punda Maria gemaakt. Enkele Buffels, Olifanten en een klein soort Duiker viel ons ten deel en voor de rest niet veel. In ons kamp koffie gedronken. In de meeste huisjes staat wel een snelkoker; met wat oploskoffie heb je dan snel een ‘bakkie’. Meestal aten we dan ook gelijk wat, omdat het er ochtends meestal bij in schoot. Als het licht nog mooi zacht is, moet je je tijd niet verdoen met brood eten. Dat komt wel als de zon wat hoger staat. Dan is het licht vaak te hard om te fotograferen en bovendien is het wild dan in rust en zoeken de schaduw op. Tussen de middag gingen we even langs de bloeiende planten (Stekelaloë) op zoek naar Sunbirds (Honingzuigers).
Daar heb je diverse soorten van, maar in ieder geval hebben we de Scarlet-Crested sunbird en de White-Bellied sunbird op de dia. De mannetjes zijn vaak wat kleurrijker en dus fotogenieker. Na de middag weer op route. Lastig en vermoeiend dat turen in dat dichte struikgewas. Het leverde weinig op deze keer. Wel Scharrelaars (Roller). We hebben hier een aantal soorten waaronder de Europese Scharrelaar. Verder zie je veel de: Lilac-Breasted Roller (standvogel) en de Racket-tailed Roller. Op het eind van de dag een grote groep Buffels, meer dan honderd. Een indrukwekkend gezicht die niet ten onrechte bij de ‘big five’ wordt gerekend. Aangeschoten schijnen ze nogal weerbaar te zijn en de jager op te wachten als deze op zoek gaat naar een aangeschoten dier. Om 17.20 weer terug en een biertje gedronken. Bier in blik verkrijgbaar in de winkel.


Maandag, 19 juli
(1 dag => Shingwedzi)

Met het handige boekje van Nigel Dennis => “Where to watch game in the K.N.P.” konden we de beste routes uitkiezen met kans op veel wild al kan niemand een garantie geven dat je wat ziet met uitzondering van de Impala’s die je bijna overal tegen kunt komen.

Figuur 10 Buffel hoort bij de ‘Big Five’ en komt soms in grote groepen voor.

Eerst is de lucht wat betrokken, maar later krijgen we een mooie wolkenlucht. Op weg naar onze nieuwe kampplaats Shingwedzi hadden we nog een aantal leuke dingen onderweg langs de S 56. Deze loopt langs de Mphongolo en is weelderig begroeid. Onderweg opnamen gemaakt van:
Grijze Wouw
Witruggier
Boomeekhoorn op boomstam
Crested Barbet
Hamerkop (2)
Olifanten langs de rivier vlak bij het kamp drinkend.

In de middag nog een mooie route (S50) ook langs de rivier, waar we Nijlpaarden met jongen konden fotograferen. Bovendien een boze Olifant, landschapjes en Zandhoeders met jongen. Tegen zonsondergang zagen we nog een heel oude Olifant. Met tegenlicht op de dia gezet. Er komen een aantal van deze oude bullen voor in het park die solitair rondtrekken en soms namen krijgen. Een bekende naam is Thsilonde. Enorme slagtanden had deze oude bul die tot de grond reikten. Deze groeien namelijk door zolang het dier leeft. Daarbij is vaak één van de slagtanden iets korter. Dit houdt namelijk verband met links –of rechtshandigheid van de Olifant. Diegene die veel gebruikt wordt is korter. De olifant wordt met een één grote maalkies geboren die na een aantal jaren vervangen wordt door een tweede kies; dit gaat zich zo een aantal jaren herhalen, waarbij de kiezen steeds groter worden. Na een jaar of vijftig/zestig zijn de kiezen versleten en zal hij moeite krijgen met het kauwen van 200 tot 300 kg groenvoer die hij dagelijks tot zich moet nemen.


Dinsdag, 20 juli

Opgebroken in Shingwezi en op weg naar Letaba gelegen aan de gelijknamige rivier wat “Rivier van het zand’ betekend. Op de brug over de rivier gestopt (tussen de gele lijnen blijven) en vandaar uit heb je een mooi overzicht. We hadden nachts al leeuwen horen brullen en toen we ochtends de leeuwen weer hoorden besloten extra alert te zijn. In de rivier stonden Zadelbek-Ooievaars (145 cm). Ook de Blauwe Reiger komt hier voor, maar met zijn 90 cm steekt die er maar schriel bij af. In een dode boom zaten twee Geelbek-Ooievaars. We hebben even gewacht tot het ochtendzonnetje er op scheen. Daarna richting Letaba gereden; we waren nog maar net op weg of ik zag twee Leeuwen op de weg lopen. Het was een paartje en we naderden ze van achteren. We probeerden langszij te komen om een plaatje te maken. De leeuw was erg chagrijnig en dat werd mede veroorzaakt door een open wond aan zijn scrotum. Dat bleek toen we langszij kwamen en hij even grommend op ons af kwam. De leeuwin liep het bos in en het mannetje volgde haar. De schrik zat ons even in de benen dus veel plaatjes van deze leeuw heb ik niet meer kunnen nemen. Onderweg bij een poel nog een Goudsnip (man) ontdekt; deze is minder mooi dan het vrouwtje, maar toch zeer de moeite waard. Het is hier een schaarse standvogel die vooral ’s nachts te voorschijn komen; bijzonder is dat, net als bij de franjepoten, het minder mooie mannetje broedt en brengt tevens de jongen groot. Het vrouwtje gaat dan alweer op zoek naar een andere partner. Verder zagen we nog: Grijze Wouw, Scharrelaar en een Burchell’s Coucal. In elke rivier hier kom je Nijlpaarden tegen en (Nijl) krokodillen. Juist de Nijlpaard maakt een typisch geluid dat zo kenmerkend is voor de natuurbeleving in Zuidelijk Afrika. Aan de S 62 is een fraaie vogelhut (Hide) gelegen met uitzicht over de Letaba rivier. Hier ook regelmatig zichtwaarnemingen van de Afrikaanse Fish Eagle die veel lijkt op de Amerikaanse Zeearend. Ook de roep is vergelijkbaar, maar toch net iets anders. Om 17,15 kwamen we op de kampplaats aan. Het werd redelijk druk met mensen voor de balie die zich nog in moesten laten schrijven. Nadat het papierwerk was geregeld konden we onze hut (rondavel = negerhutten) opzoeken. Even naar de winkel voor een paar boodschappen, biertje, even douchen en het verslag van de dag bijwerken. Daarna het restaurant opgezocht en heerlijk gegeten voor 100 ZAR (€ 13) exclusief drankjes per persoon.

Figuur 11 Giraffen


Rondje gemaakt in de auto bij ons nieuwe kamp Letaba. We verblijven hier drie nachten, dus we kunnen de omgeving goed verkennen. Om 6 uur stonden we voor de gate en waren vierde in de rij van auto’s die naar buiten wilden. Om precies zes uur gaan de deuren open. Een paar honderd meter buiten de poort een drietal Gevlekte Hyena’s. Het was nog donker, dus konden we er fotografisch niet veel mee. Het rondje leverde niet veel, wel een paar gieren in de boom, wachtend op de thermiek die nog moest komen. Bij de rivier een Afrikaanse Visarend die een vis uit de rivier pakte, maar op zijn beurt bijna werd gepakt door een krokodil. Een toppredator werd bijna gepakt door een andere toppredator!

Onderweg wel veel Impala’s, Nyala’s, Olifanten en een aantal Waterbokken. Laatstgenoemde komen aan die naam, naar men zegt, omdat ze bij bedreiging het water invluchten. Het vlees schijnt niet erg in de smaak te vallen bij de grote katachtigen. Middags in het kamp was de Boomeekhoorn actief en een hagedis, waarschijnlijk de Striped Skink (Mabuya striata). We hebben er enkele plaatjes van genomen. Er komen ongeveer 100 Bosbokken voor op de camping; als het donker wordt en ook wel overdag komen ze te voorschijn. Ze hebben kennelijk de veiligheid binnen de hekken van het kamp ontdekt. Na de middag naar een uitkijkpunt gereden. Viel tegen, maar wel een groep Vervet Monkeys (Groene Meerkat). De ‘birdhide’ onderweg is de moeite waard; diverse hippo’s met hun grommende geluiden, Olifant, Buffel en diverse mooie vogelsoorten.


Donderdag, 22 juli
Vandaag gaat we richting ‘Olifants’ park dat fraai gelegen is aan de gelijknamige rivier. Heenweg leverde weinig op: Smidts Plevier nog fraai op een steen (dia). Op ons nieuwe kamp waren weer fraaie bloemen aanwezig die druk bezocht werden door diverse soorten sunbirds en ook door de Eastern Black-Headed Oriole. Masker Wielewaal zouden wij zeggen. In de boom ook een Witflankvliegenvanger (man) met een fraaie gele iris.
Vanuit het restaurant van dit kamp heb je één van de mooiste uitzichten op de gelijknamige rivier. De rivier maakt hier een bocht en als je wat geluk hebt en geduld ontvouwen zich de mooiste natuur taferelen aan je, onder het genot van een kop koffie of een ander drankje. Zo konden wij waarnemen:

Impala’s (50)
Olifanten (25)
Giraffe ( 5)
Bavianen groep; mannen altijd dominant over de vrouwtjes en ze zijn omnivoor.
Waterbokken (6)

Figuur 12 Bavianen komen veel op de grond; Vervet Monkey (Groene Meerkat) doet dat minder; beide slapen in de bomen.

En daarboven zweven dan Witruggieren en de Afrikaanse Zeearend had zijn nest pal tegenover het restaurant gemaakt. Met de kijker kon je hem mooi zien zitten. Ook Nijlpaarden (7) zijn meestal wel aanwezig en anders hoor je ze wel. Deze dieren gaan avonds aan land om te eten. Overdag kunnen ze zich via een huidafscheiding beschermen tegen de felle zon. Ze hebben hun eigen merk zonnebrandolie. Daardoor krijgen ze een roodachtige kleur. Ook bij Mopani heb je een dergelijke situatie waar je een mooi uitzicht hebt op de rivier.
Onderweg zagen we nog een Pofadder de weg oversteken. Hij beweegt zich erg traag en schuift als een slak de weg over. Het schijnt een erg gevaarlijke slang te zijn die verantwoordelijk is voor veel beten, maar meestal niet dodelijk. Hij werd gadegeslagen door een groepje hoenders en dat was een komisch gezicht.
Een Zuid-Afrikaans echtpaar, dat achter ons reed, seinden met de lichten. Ik reed achteruit en het bleek dat ze een lekke band hadden. Ze vroegen of we even een oogje in het zeil wilden houden terwijl hij de band aan het verwisselen was. Want je weet maar nooit met die leeuwen in de buurt. Na dit korte oponthoud richten we ons op de zonsondergang. Net op tijd kwamen we weer terug in het kamp.
p.s. Onze indruk was dat in het noorden van het park 50% van de roofvogels een Bateleur betrof. Die is hier dus erg algemeen. Hij wordt vanwege zijn capriolen in de lucht ook wel goochelaar genoemd. Ook de Grijze Wouw zien we hier vaak. Kleinere vogels kunnen een probleem vormen bij de determinatie.

Vrijdag, 23 juli
Om 6 uur hebben we het grote kamp Letaba verlaten en via een mooie route naar het iets kleinere ‘Olifants Park’ gereden. Onderweg zagen we een mooie Hop zitten, maar helaas was de zon er nog niet. Veder Grijze Wouw, Blacksmith Lapwing en Burchell’s Coucals =Sporenkoekoek (41 cm) waar we wat dia’s van konden maken. Laatst genoemde heeft een beperkt verspreidingsgebied en daarom bijna endemisch. Tussen de middag hebben we ons ingeschreven in het park; dan is het meestal rustig en kunnen wij ook weer even op verhaal komen. Wat boodschappen gedaan en toen onder het genot van een kopje koffie van dat mooie uitzicht genoten. Ook de Three Bandend Plover op de dia proberen te zetten, maar we hadden beroerd tegenlicht. Het is hier een algemeen voorkomende standvogel. Ook een Kleine Trap viel ons ten deel. Boven het water van de rivier zie vaak wel een biddende Pied Kingfischer (Bonte ijsvogel). Ook de Hamerkop kom je wel tegen al zijn die soms wat schuw. Vooral bij de bruggen, waar je ook de auto mag verlaten, heb je vaak een prachtig uitzicht op de rivier. Omdat het wintertijd is staat er maar weinig water en is het debiet beperkt.
In het midden gedeelte van het Kruger Park wordt het meer savanneachtig en dat betekent minder bomen en meer savanneachtig gras wat ons blikveld vergroot.
In de middagronde vanuit de auto vaak het gebruikelijke beeld: Impala’s, Gnoe & Zebra en Olifanten. De katachtige houden zich meestal overdag schuil.

 

Zaterdag, 24 juli
Vandaag een rustige dag gehad met vrij warm weer. Richting Satara geweest. Veel Giraffen onderweg; altijd een mooi gezicht zoals deze grote zoogdieren gracieus voortschrijden over de vlakte. Ze leven in gelegenheids groepen zonder een duidelijke structuur. Er is geen leider, maar door hun hoge uitkijk houden ze elkaar wel in de gaten. Je komt ook wel solitaire dieren tegen. Weer erg veel Grijze Wouwen die de Bateleur uit hun territorium probeert te verjagen. Van een groepje Kori Trappen (125 cm) konden we wat plaatjes maken. Dit zijn tot 19 kg zware vogels en één van de zwaarst vliegende vogels. Ze liepen op een kaal verbrand stukje zodat we ze goed konden zien. Ze zoeken deze plekken op, omdat er wel wat eetbaars achterblijft na een savannebrandje. Die worden vaak opzettelijk veroorzaakt om weer verjonging in de vegetatie te krijgen.

De reuzentrap of Kori Trap (Ardeotis kori)
Groter als onze trap (Otis tarda) maar vaak niet zwaarder. Deze imposante vogel wordt in Zuid Afrika Gompou => Gompaauw genoemd vanwege hun voorkeur voor gomproducerende doornbomen. Ze zijn monogaam en men treft ze dan ook meestal paarsgewijs aan of met jongen. De balts van onze Grote Trap berust dus geheel op een optisch effect op afstand en daarbij worden nauwelijks geluiden gemaakt. Op de steppen kan dat ook wel omdat er geen optische belemmeringen zijn.
Op de wat dichter begroeide savanne is dat een ander verhaal en wordt er wel geluid gemaakt. In de baltstijd vallen ze al van verre op als de ‘knipperlichten’ van de savanne. De witte onderveren worden getoond, de hals wordt opgeblazen. Daarmee maken ze ook geluid dat lijkt op ‘oom, oom, oom’. Het doet denken aan het ‘brullen ‘van struisvogels. Evenals andere trappen loopt de Kori trap het grootste deel van de dag rustig rond en eet zo nu en dan wat gras, sprinkhanen en dergelijk voedsel. De trappen zijn verwant aan de kraanvogels en zijn dan volgens sommige ook eigenlijk kraanvogelachtige bewoners van de savanne. Geen hoenderachtige.
De ? zijn 130 cm de ? zijn een stuk kleiner: 75 cm.

Zandhoenders
Zijn zaadeters en hebben daardoor regelmatig water nodig. Omdat ze een voorliefde hebben voor droge streken en daar ook broeden hebben ze een uniek manier gevonden voor het watertransport. Dagelijks moeten ze vele kilometers vliegen om water op te halen. Dat doen ze door hun buikveren in het water te dompelen doordat ze het water inlopen. Het water wordt tussen de buikveren in speciale structuren vastgehouden en dan vliegen ze ermee terug naar de broedplaats waar de jongen zich kunnen laven aan het water. De afstanden kunnen soms meer dan 50 km zijn die ze op deze manier elke dag moeten overbruggen.

Uit: Het leven der Dieren van Grzimek deel 2 vogels.


Ook de Hadeda Ibis (80 cm) mooi gezien. Deze maakt één van de kenmerkendste vogelgeluiden in dit deel van Afrika. Soms grote groepen Hadeda’s in de bomen die al vroeg in de ochtend een hoop decibels produceren. Een grote arend (Tawny Eagle = Steepearend) op de plaat gezet met 1120 mm. Veder het normale spul. Bijna elke dag zie je Olifanten, maar Neushoorns hebben we in dit park niet gezien, wel de sporen zoals de grote mesthopen die ze maken. (latrine of dung middens); deze spelen een rol bij het afbakenen van hun territorium.

Zondag, 25 juli
We moesten al weer verder trekken. Richting Satara. We verlieten het Olifants kamp met bewolkt weer. Onderweg nog een aantal Kori Trappen die vlak bij de weg kwamen. Ook nu weer op afgebrand ‘thornveld’(savanne). Het lijkt er op dat dit hapklare brokken oplevert voor de trappen. Onderweg ook de Lapped-Faced Vulture (Oorgier) gezien en op de dia gezet. Zat fraai in een dode boom met inleidende tak. Deze forse gier (ruim 100 cm) komt buiten de parken bijna niet meer voor. Om 12 uur konden we ons nieuwe verblijf betrekken. Bij het huisje waren diverse vogels die meteen in de gaten hadden dat we een broodje aten. Twee soorten Hornbill’s en een Go-Away bird. We hebben hier op de camping Impala -lelies (Adenium obesium) gefotografeerd.

Maandag 26 juli
Vanochtend vroeg op pad zodat we even in de rij stonden voor de gate. We hadden gisteren al gehoord van een ‘giraffe-kill’ door leeuwen en we veronderstelden dat ze daar wel opnieuw naar toe zouden gaan. En inderdaad vonden we na een half uur stof rijden achter de andere auto’s aan een passage bij een beekje waar een tiental auto’s bijstonden en een dode giraffe die vlak aan de weg lag. Er zat niet veel beweging in de auto’s die er goed zicht op hadden, maar je kon wel passeren. We besloten langs de dode Giraf te rijden, een paar plaatjes te maken en dan weer door. Daar waren we mee bezig toen we toen onze verrassing ontdekten dat de leeuw (male) er ook nog bij lag. Dat was niet voor niets want er slopen ook Hyena’s om ons heen en een dode boom vol met gieren hadden ook hoog gespannen verwachtingen. Ons adrenaline gehalte steeg en we schoten snel wat plaatjes, ons realiserend dat we op dat moment de doorgang blokkeerden en het zicht benamen vanuit een aantal auto’s die er al stonden. Na een paar minuutjes reden we weer door en hebben ons nog een tijdje bemoeid met de gieren in de boom. Later hebben we de leeuwen nog een keer bezocht en ook de sunsetdrive ging er heen. Onderweg opnamen gemaakt van een Hop, Hooded Vulture (70cm), White-Backed Vulture (95 cm) en Kudu ?. De sunsetdrive leverde niet veel extra op; we hebben nog een paar plaatjes kunnen maken van de leeuw met prooi.

Vaak blijven ze er een dag of vijf bij de prooi. Gedurende die tijd hebben ze genoeg te eten. Het is echt wel toeval dat een prooi zo dicht bij de weg ligt. Door de grootte kunnen ze hem ook niet verplaatsen. Bij de avondexcursie viel het op hoeveel Grielen en zitten. Overdag zie je ze bijna niet, nu zaten er tientallen op de weg.
Informatie via de ranger: er zitten Olifanten teveel in het park en te weinig leeuwen; dit laatste komt door een ziekte (bovine tuberculosis => runder tbc?) waardoor ze 500 leeuwen verloren hebben. Nu zitten er nog maar 2000 leeuwen in het Kruger Park. Ook antrax (soort miltvuur) eist zo nu en dan slachtoffers. Sommige biologen zeggen dat het een natuurlijke cyclus is die in sommige jaren de populaties decimeert. Besmettelijke ziekten kunnen zich via de roofdieren en gieren snel verspreiden.
Het wegennet is prima in het park en alles staat goed aangegeven. Men streeft er naar niet meer dat 6% van het totale oppervlak te bebouwen of anderszins iets mee te doen. Er is sprake van dat er nog een ingang bij zou kunnen komen met nog een restkamp. De leiding van het park is daar dus op tegen om voornoemde reden.
What is anthrax?
Anthrax is an acute infectious disease caused by the spore-forming bacterium Bacillus anthracis. Anthrax most commonly occurs in wild and domestic lower vertebrates (cattle, sheep, goats, camels, antelopes, and other herbivores), but it can also occur in humans when they are exposed to infected animals or tissue from infected animals.
How common is anthrax and who can get it?
Anthrax is most common in agricultural regions where it occurs in animals. These include South and Central America, Southern and Eastern Europe, Asia, Africa, the Caribbean, and the Middle East. When anthrax affects humans, it is usually due to an occupational exposure to infected animals or their products. Workers who are exposed to dead animals and animal products from other countries where anthrax is more common may become infected with B. anthracis (industrial anthrax). Anthrax in wild livestock has occurred in the United States.
De antrax-sporen blijven dus heel lang sluimeren in de grond en kunnen na een droge periode, zoals in 1991 in het K.N.P. soms weer opgewoeld worden. Geïnfecteerde dieren vallen ten prooi aan bijvoorbeeld leeuwen hun beurt weer geïnfecteerd worden. Een feestmaal kan dan een doodvonnis worden. Regen kan uiteindelijk redding brengen, omdat die de sporen weg kan spoelen naar de zee waar het zoute water de sporen onschadelijk maakt. In het Kruger Park zijn destijds ook veel dode dieren opgespoord en verbrand om verdere besmetting te voorkomen.
Dinsdag 27 juli
Op weg naar ons volgende kamp Lower Sabie was het bewolkt weer. Toen we een paar auto’s zagen staan waren we meteen attent, omdat er dan meestal wel wat valt te zien. Ze attendeerden ons snel op een paar leeuwen die ze gezien hadden, maar nu weer even aan het zicht ontrokken waren. Wij wachten geduldig af en spieden om ons heen. Er was een mannetje te zien en even daarna ook een leeuwin met twee welpen. Het mannetje vertoonde territoriaal gedrag met gebrul en urine sproeien. Kennelijk was er nog ergens een mannelijke leeuw! Het ? stak de weg over en ook de twee welpen moedigde ze aan om haar te volgen. Die durfden echter de weg niet over en bleven steken in het gras van de wegberm. We konden zo leuke plaatjes maken. Later bleek dat er nog een andere leeuw was met mooie donkere manen. Het kwam niet tot een gevecht, gebrul was voldoende. Ook de leeuwinnen brullen mee en verjagen daarmee vaak de andere vrouwtjes van de rivaliserende groep. Als een ? een aanval doet op de groep en de vrouwtjes overneemt dan worden heel vaak de welpen die nog geen jaar oud zijn gedood. Deze leeuwinnen worden dat weer snel bronstig zodat het mannetje zijn eigen genetische materiaal door kan geven. Mannetjes die een groep (pride) hebben jagen zelf niet, maar schuiven wel als eerste aan de dis bij een vangst. De leeuwinnen jagen. Toch zijn de mannetjes niet te benijden omdat ze voortdurend alert moeten zijn op een rivaliserend mannetjes die de groep probeert over te nemen. In totaal waren er minstens zeven leeuwen actief, waaronder 2 of 3 leeuwen, 3 of 4 leeuwinnen en twee welpen.


We hebben hier ruim een uur van kunnen genieten. Rond 12 uur ingeschreven in ons nieuwe restkamp Lower Sabie. Het restaurant kijkt uit over de gelijknamige rivier. Plaatjes gemaakt van Kudu-man (lastig in de vegetatie), Malachit IJsvogel en een kudde drinkende Olifanten. Jacana liep bij de brug. Omstreeks 18 uur, in de schemering, zagen we een Gevlekte Hyena rondsluipen op zoek naar (vlees)afval. Het is niet de bedoeling dat deze dieren door bezoekers gevoerd worden. Het zou leiden tot onnodige afhankelijkheid van mensen en verstoort hun dieet. Nachts hadden we onweer dat prachtige luchten opleverde en regen. Gemiddeld regent het hier, in het droge seizoen, twee dagen per maand.
Woensdag 28 juli
Regenachtige dag, maar desondanks veel zoogdieren gezien, waaronder een mastodont met enorme slagtanden. Daarmee ontwortelt hij kleine struiken om ze vervolgens op te eten. Ondanks het wat mindere weer zagen we 5 jachtluipaarden de weg over steken, vlak bij het kamp. De katachtige hebben wel de gewoonte om de weg te volgen bij nat weer. Het hoge
gras, waar ze anders graag in lopen is ook nat en daar houden ze niet van. Een nieuw zoogdier soort die we zagen was de Sharpe’s Grijsbok.
Op donderdag zijn we via Skukuza vertrokken uit het K.N. Park. Onderweg zagen we nog een groep Bavianen. Het mannetje was zich lekker aan het opwarmen en drogen in het ochtend zonnetje. Toe ik even zwaaide met een stukje banaan had hij dat direct in de gaten en kwam naar de auto toe. Het is echter absoluut verboden de dieren in de parken te voederen, omdat ze dan hun natuurlijke gedrag verliezen. In Skukuza hebben we geld gepind en getankt. Via de S1 naar de Numbi gate gereden in de hoop nog een Neushoorn te zien. Dat lukte niet maar wel mooie groep Buffels gezien. Net buiten de gate koffie gedronken in een Lodge; voor 10 ZAR (€1,25) elk een kop koffie. Dat zijn nog nette prijzen!
Daarna via Hazyview richting Graskop gereden. Hier even rondgekeken en ons verblijf voor de komende twee nachten geregeld. Een Rondavel voor twee nachten (300 ZAR ca. € 40). We gingen daarna boodschappen doen bij de Spar, omdat we zelf konden koken in dit huisje. In het stadje wat opnamen gemaakt van de mensen op de plaatselijke markt. In de middag nog even naar ‘Gods Window ‘ gereden een toeristische trekpleister aan de Blydes Canyon. Vaak is het er wat nevelig en fotografisch wat minder. Niet echt indrukwekkend dus. Zwitserland, met haar besneeuwde toppen heeft op mij meer indruk gemaakt.


Vrijdag 30 juli
Weer naar de Blydes Canyon en nu wat verder gereden. Bij deze toeristische trekpleister wordt ook veel houtsnijwerk aangeboden. Achtereen volgens hebben we bezocht: Gods Window, Wonderview, Bourkes Luck Potholes (erg de moeite waard) en Tree Rondavels. Voor de Potholes moet je betalen; het zijn stenen die door ronddraaiende bewegingen in duizenden jaren gaten hebben geboord in de harde rotsachtige rivierbedding. Voor 20 rand mochten we ook foto’s maken van een dame die een rood krat op haar hoofd had met zwaar houtsnijwerk. Een supersterke vrouw want er zat wel voor 50 kg in. In Graskop een 19 jarig meisje gefotografeerd die een 7 maanden oude baby traditioneel op de rug droeg in doeken gewikkeld.

Dorpje net buiten het Kruger Park

Zaterdag 31 juli
Omstreeks 6,25 vetrokken uit Graskop richting Sabie en verder naar Nelspruit, Barberton en toen Swaziland in. Onderweg veel bos-bouwplantages, dus landschappelijk minder interessant; overigens zie je maar heel weinig wild buiten de parken.
De richting stond weer niet goed aangegeven zoals we hier gewend zijn dus we dachten dat we verkeerd zaten, maar achteraf bleken we toch op de goede weg te zitten. Vlak voorbij Barberton kwamen we op een slechte, onverharde weg richting grensovergang met de naam Havelock. Gedurende die twintig kilometer zijn we twee auto’s en een trekker voorbij gekomen. Bij de grensovergang moesten we eerst uitgeboekt worden vanuit Zuid Afrika, na een donatie voor de plaatselijke basisschool dan een stukje niemandsland en toen weer aanmelden in het koningrijk Swaziland. Eén man op kantoor die wat gegevens noteerde en een stempel plaatste in ons paspoort. Daarna wilde hij nog 100 ZAR hebben, maar de reden daarvoor kon hij niet geven en we kregen ook geen kwitantie. Waarschijnlijk was dit handgeld bedoeld voor privé doeleinden, waar we verder niet moeilijk over deden. Swaziland heeft een oppervlak van 17.363 km2 en daarmee nog iets kleiner dan het Kruger Park. Het heeft een monarchie binnen de Gemenebest. Aantal inwoners zit nog onder het 1 miljoen. Het wordt omringd door Zuid Afrika en Mozambique en is economische geheel afhankelijk van Z.A. Het land wordt sinds de 18 eeuw bewoond door het Bantoevolk van de Swazi’s. Wij konden overal betalen met ZAR. We reden richting hoofdstad Mbabane en hadden nog steeds een slechte weg, waar we soms stapvoets moesten rijden. Ook in dit land komen een aantal wildparken voor die we verder niet bezocht hebben. We gingen via de hoofdstad Mbabane richting het Foresters Arms Hotel dat een 15 km ten zuiden van de hoofdstad ligt, waar we vroeg in de middag aankwamen; we zouden hier één nacht verblijven. Een prima accommodatie waar we gastvrij werden ontvangen en prima hebben gegeten. We hebben een rondje op het terrein gemaakt en raakten zo in gesprek met de man bij de poort. Hij vertrouwde ons toe dat hij getrouwd was en twee kinderen had. Hij moest rondkomen van 1000 ZAR (€ 130) en daar moest het schoolgeld ook nog vanaf. Vervoer had hij niet en hij ging dus lopend naar huis. Wel een contrast: bij ons op de kamer twee bedden, telefoon en TV. In de tuin waren enkele Sunbirds actief. Na het voortreffelijke diner gingen we nog een film bekijken van Clint Eastwood die we nog niet kenden. De volgende ochtend werden we al vroeg gewekt door schreeuwende Hadeda’s. De volgende ochtend was al iemand bezig onze auto te wassen. Onderweg nog een viertal vrouwen gefotografeerd met stro/hooi op hun hoofd.

Zondag, 1 augustus
Na het ontbijt vertrokken. We gingen via het midden gedeelte naar het lagere deel van Swazi-land. Veel mensen langs de weg die naar de kerk liepen. Onderweg niet veel marktactiviteit vanwege de zondagsrust. Op de grens van Mozambique is nog veel armoede; hier ligt het oos-telijke laagland (Low Veld). Aan onze linkerhand lag het Lebombo gebergte. Met de armoede werden we geconfronteerd als we even stopten.

Als we vaart minderden kwamen de kinderen al aangerend, om te vragen naar geld, eten of wat anders. Onze snoep, brood, koekjes en een pen waren we al gauw kwijt. Ook soms wat geld gegeven, maar je blijft aan de gang. De mensen leven hier nog in hutten die bepleisterd zijn met klei. Dit is ook de streek waar nog malaria voorkomt. Na enig oponthoud konden we weer de grens passeren naar Zuid Afrika. We gingen richting Mkhuzi, ons volgende park waar we twee nachten hadden gereserveerd. Na een vervelende rit over een steenslagpad kwamen we bij de poort aan. Daar begon gelukkig weer een geasfalteerde weg naar het hoofdgebouw, genaamd Manntuma, waar we een safaritent toebedeelt kregen. De leeuw komt hier niet voor, dus het kamp was niet omheind. De wrattenzwijnen en de Nyale’s liepen gewoon door het kamp. Wij hadden een prima safaritent, met eigen WC en douche. Het keukentje was apart en we konden ons eigen potje koken. Ook was er een koelkast aanwezig, waar we de filmpjes in deden. Het park ademt een rustige sfeer uit en je voelt je, vanuit de safaritent, nauw verbonden met de wildernis, temeer daar je er midden in staat. De tenten ver uit elkaar staan en er zijn relatief weinig mensen.
Maandag, 2 augustus
Vanaf 6 uur een rondje gemaakt door het park dat in totaal 40 000 ha omvat en ligt tegen de het oosten van de Lebombo gebergte aan. Het kamp ligt in Zululand. We ontdekten in een waterpartij (vanaf Nsumo observation platforms) enige Nijlpaarden met Koereigers er op. Je kunt ook wandelingen maken met een ranger vanaf dit punt. Het weer was bewolkt en dus niet ideaal voor de foto. De Nijlpaarden waren bezig met territoriaal gedrag. Dat doen ze door te kijken wie de bek het verst kan openen en door hun mest te verspreiden met hun kleine staartje.
Figuur 19 Neushoorn heeft voorrang; traag sjokt het dier met prehistorische tred de weg over.
We zagen onderweg diverse zoogdieren waaronder de Red Duiker en de Commen Duiker. We hadden totaal 13 soorten zoogdieren die dag. Verder plaatjes gemaakt van het landschap, koereiger/zilverreiger, kever op boom en een cultureel dorpje bezocht waar de traditionele leefwijze nog wordt nagestreefd.

Dinsdag, 3 augustus.

Warm weer vandaag toen we vanuit Mkhuzi Game reserve richting Hluhluwe-Umfolozi (voortaan H.U.) reden. Mkhuzi viel een beetje tegen. De weg er naar toe was geen plezier ritje, maar de wilddichtheid is er ook niet erg groot althans die indruk bestond na twee dagen intensief zoeken. Misschien is het wild hier wel extra behoedzaam, omdat in een gedeelte van het park gejaagd mag worden. Vrij snel vonden we ons nieuwe kamp in Hluhluwe-Umfolozi met nieuwe kansen dat er betrekkelijk dicht in de buurt ligt.
H.U. is een samenvoeging van twee parken die tegelijk met het St. Luciameer werden opgezet in 1895. Oorspronkelijk waren Hluhluwe gescheiden door een corridor van Umfolozi. Dat was een zone zonder vee om de verspreiding van de slaagziekte te voorkomen. Tegenwoordig is het park een veilig leefgebied voor Afrika’s grootste populatie Witte- & Zwarte Neushoorn. Het Umfolozi, waar we verbleven in het Mpila Camp heeft een grootte van 25 000 ha. De totale grootte bedraagt bijna 100.000 ha. (<1000 km 2 ) Het omvat vriendelijk golvende heuvels, onderbroken door wijde vlakten waar het wild goed te ontdekken valt.
Vele natuurlijke poelen trekken wild aan, zoals drinkende Neushoorns en Wrattenzwijnen die een modderbad nemen. Een kleine populatie Olifanten houdt zich meestal op in het oosten van het park bij Memorial Gate.
Zie ook: www.landen.com/geschiedenis
Informatie over het park
One of the largest game parks in South Africa, the Hluhluwe-Umfolozi Park is renowned for its wide variety of bird and animal life. Besides the 'big five'- elephant, lion, leopard. buffalo and rhino - elusive cheetah, wild dog and nyala along with many other well-known bushveld species inhabit the park, offering visitors an excellent game viewing experience. The park covers 96 000 hectares, and comprises three reserves: Hluhluwe, Imfolozi (Umfolozi) - two of South Africa's oldest game reserves, both founded in 1895 - and the linking Corridor Reserve, proclaimed in 1989.

UIT: http://www.africasafari.co.za/hluhluwe imfolozi park info.htm
Toen we het kamp binnen kwamen moesten we nog tien km rijden voordat we het Mpila kamp bereikten. We zagen onder andere: Zebra, Impala’s Giraffe en Neushoorn met jong. Dus dat zag er allemaal veelbelovend uit.
We hebben ons tussen de middag in laten schrijven en konden meteen naar ons vier bedden verblijf. Tijdens de middagpauze konden we fraai enkele hagedissen in een dode boom fotograferen. Tevens een Vliegenvager. We hebben hier de beschikking over een gezamenlijke keuken, zodat we ook wat contact krijgen met de mede kampbewoners. Daarna het park weer in. Er zit redelijk wat wild en veel Neushoorns. De Witte zagen we elke dag, soms meer dan tien, de zwarte hebben we niet gezien. Om half zes waren we terug in het kamp dat niet omheind is. Het wild loopt dus nachts gewoon over het kamp. Vanaf zes uur zagen we al Hyena’s rond sluipen. Ze komen op de vleesgeur af (braai). Soms zijn ze zo brutaal dat ze in een onbewaakt moment het vlees van de braai afhalen! Ook Wrattenzwijnen en Zebra’s op het kamp; dat brengt de natuurbeleving wel erg dichtbij en geeft er een extra dimensie aan.

Woensdag, 4 augustus
De zon kwam fraai op en daar heb ik een paar opnamen van gemaakt met een dode boom als voorgrond. (velvia). We hebben vandaag het noordwestelijke deel van het park bezocht. Dit deel, het Umfolozi deel, schijnt ook het rijkst aan wild te zijn. Zo zagen we vandaag bijna 20 Neushoorns, waaronder een groep van zeven. Bij een prachtig natuurlijk gelegen drinkpoel hebben we een paar uurtjes doorgebracht. Impala’s en Nyala’s kwamen hier drinken. Met een fraai spiegelbeeld konden we ze fotograferen. Ook een Neushoorn en een groepje Buffels kwamen langs. Een Brown-Hooded Kingfisher zat in een boom waterinsecten te vangen. De meeste ijsvogels zijn viseters, maar deze niet. Je ziet ze veel in parken en ook wel midden in het bos waar ze sprinkhanen en andere insecten vangen. Avonds liep de Gevlekte Hyena over de camping terwijl in met Ak belde. Van de buren hoorden we dat ze het vlees de vorige avond van de braai hadden gepikt. Ook de deuren moet je hier gesloten houden; bavianen zitten zo in je koelkast.
Vleermuizen , zo ontdekten we, zitten overdag graag in en tussen het riet van de rondavels en Bird Hide’s. Vlak voordat het donker werd vlogen ze uit om in de ochtend weer terug te keren. In de met riet bedekte vogelhutten vonden we ook vaak veel vleermuizen uitwerpselen.

Donderdag 5 augustus
Vandaag naar de andere kant van het park geweest. Hilltop restkamp vormt hier het hooggelegen centrum van waaruit je een prachtig uitzicht hebt op de Buffels en Neushoorns beneden je en de arenden boven en langs je. Ze pakken hier wat thermiek en komen soms vlak langs je heen. Onderweg veel neushoorns, vaak ook met jongen. Op een stukje doodlopende weg, waar we even stopten, hoorden we de alarmroep van Kudu’s. Wij met de verrekijker die hoek afkijken en inderdaad vonden we een drietal cheeta’s. Mooi gezicht die lichtvoetige jagers, waar een volwassen Kudu niet zo bang voor hoeft te zijn.
Onderweg nog op de dia: Roodborsttapuit zowel man als vr. Mangrovereiger (Greenbacked Heron), met zijn 40 cm net iets groter als onze Wouwaap. Ook de Martial Eagle (Vechtarend 80 cm) met 1120 mm op de dia gezet. Dit is de grootste arend van Afrika => 3 tot 6 kg.

Vrijdag 6 augustus
De eerste uren waren nog mistig, maar later klaarde het op. De wind kwam uit het zuiden en dat betekent hier vaak koude lucht. Enkele dagen zeer warm weer gehad met een wind uit noorden. We konden mooie plaatjes maken van een Neushoorn met een kalf; bij een poel een Watermonitor (Leguaan) van ca. 70 cm. Terug op het kamp kreeg ik een wijntje aangeboden van een Schot; die waren hier met nog een ander stel en de kinderen.

Impala meest algemene zoogdier in alle parken die we bezocht hebben.

Zaterdag, 7 augustus
Vandaag van H.O. vertrokken naar St. Lucia. Daar die afstand niet zo groot is besloten we eerst nog een ochtend door te brengen in het Hluhluwe gedeelte met Hilltop (met restaurant) als centrum. Vlak voordat we dit punt bereikten konden we nog fraai de Bruine Slangenarend bewonderen en op de dia zetten. Vervolgens koffie gedronken en nog even gedag gezegd aan onze Schotse buren die we hier weer tegenkwamen. Waar een gezamenlijke keuken al niet toe leidt. We beseften maar al te goed dat dit onze laatste ochtend was in een natuurpark en daar wilden we nog even van genieten. We kwamen nog een mooie groep Neushoorns tegen met leuke Ossenpikkers er op. Ook een flinke groep Giraffen, die vaak als los zand optrekken, hebben we op de plaat gezet met zelfs de groothoek van 18 mm. Ook de Crowned Plover in mooi licht viel ons ten deel. Verder landschappen en een Rufous-Naped Lark.
In de middag naar richting St. Lucia gereden, waar we zelf een plekje moesten zoeken. Dit is een kustplaatsje met een aantal hotels, souvenirwinkeltjes en restaurants. Het was er nogal druk, omdat het een lang weekend was voor de Zuid- Afrikaners. Op een aantal plaatsen was geen plaats meer voor ons, maar toen belden we aan bij een mevrouw die ons wel even wilde helpen; zelf had ze geen kamer meer, maar na een paar telefoontjes had ze een plekje voor ons geregeld. B &B voor vier nachten in Lalapanzi. Het grote huis was in de hoek gelegen die vlak bij het strand van de Indische Oceaan lag. We werden ons wel weer bewust van onze terugkeer onder de mensen. Nachts was de sterrenhemel van het zuidelijke halfrond minder helder en ook de nevels (in de melkweg) waren nauwelijks meer te zien. Er voor in de plaats kwam het neonlicht en reclame licht van de diverse uitspanningen. In plaats dat we het grommen van Hyena’s of het gebrul van Leeuwen of het geblaf van de Kudu’s, hoorden we nu weer het honden keffen. Terug naar de civilisatie. Zaterdagavond lekker buiten op een terras gegeten; deze bevond zich op loopafstand van ons onderkomen.


Zondag 8 augustus

Vandaag een rustdag gehouden aan de kust. Met de kijker een tijdje over zee gekeken en gezwommen in de branding van de Indische oceaan. Deze oceaan is overigens de kleinste van de drie oceanen. Cape Vidal was te druk vandaag; daar gaan we maandag wel heen. Ze laten daar maar een beperkt aantal auto’s heen gaan. We konden vandaag nog geen Walvissen ontdekken. Wel Kaapse Genten. Verder hadden we een stuk of tien nieuwe soorten hier aan de kust, waaronder een Wulp, Reuzenstern (maakt hier een ander geluid) een stern, plevier. Hier ook de Pink-Backed Pelican aanwezig. In de middag het stadje in en even gekeken naar souvenirs voor het thuisfront. In de namiddag nog een paar foto’s gemaakt van de forse branding. Erg indrukwekkend te meer als je beseft dat die golven helemaal aan komen rollen vanaf Australië (onder Madagaskar door). Toen viel mijn oog op een staart/zijvin van een walvis. Wij snel de fototoestellen weggebracht en de kijker gehaald. De walvissen trakteerden ons op een mooie show. Het plonzen van deze Bultruggen (Humpback-whale) is erg indrukwekkend.

Maandag 9 augustus
Om 8.30 vertrokken voor de ‘whale wathing trip’. (450 ZAR= € 60) Jelle kreeg wat darmklachten en durfde daarom niet een paar uur in een boot zee op. Met een snelle boot gingen we op zoek naar walvissen. Na een uurtje vonden we een ? met een kalf van ca. drie dagen oud. Deze woog al 800 kg volgens de schipper. Het was een Humpback Whale (Bultrug) zo genoemd omdat ze een dorsale vin hebben ter hoogte van de heup. Deze zeezoogdieren kunnen 12 tot 14 meter lang worden met maximaal gewicht van 40 ton. Hun status is kwetsbaar en hun aantallen zijn gedecimeerd voornamelijk door de jacht op deze betrekkelijk langzame dieren. In een periode van veertig jaar zijn er meer dan 100.000 afgeslacht. De populatie vertoond nu een licht herstel en er schijnen weer 5000 in de zuidelijke wateren voor te komen. In de noordelijke wateren komen nog maar 4000 voor. De dieren komen hier om de kalveren ter wereld te brengen en te paren. De draagtijd bedraagt ruim elf maanden. Een ? krijgt elke twee tot drie jaar een jong. Het jong wordt met een lengte van 4 á 5 meter geboren en wordt bijna een jaar lang gezoogd. Met 15 jaar zijn de dieren vol-wassen. Het gezang van de mannetjes wordt in verband gebracht met het paringsritueel; juist de uitgebreide zang van deze Bultruggen fascineert de mens. Een dergelijk lied kan wel een dag lang duren, alleen onderbroken door het ademhalen van het dier. De geluiden zijn tot op 30 km te horen. Hun muzikale capaciteiten zijn dus indrukwekkend. Het schijnt dat stieren van dezelfde populatie dezelfde frasen zingen in dezelfde volgorde. Het lied kan tien minuten duren, en wordt voortdurend herhaald, soms wel 24 uur aan één stuk. Naar het schijnt zoeken de vrouwtjes op basis van deze liederen hun partner uit, vergelijkbaar dus met de vogels.
Maximale leeftijd ca. 50 jaar. Snelheid ca. 12 km/uur, soms voor het springen 25 km uur. De dieren voeden zich niet in deze warme wateren. Deze baleinwalvissen voeden zich voornamelijk met krill in de arctische wateren.
Ook de Zuidkaper (Souther Rightwhale) komt in deze wateren voor. Tijdens het varen zagen we ook Pijlstormvogels, Albatros en zelfs een Vliegende Vis. Hermanus, vlak bij de Kaap in het zuiden is ook zeer goed voor walvissen. Ze komen hier vlak aan de kust.
Van de chauffeur van de auto, die ons bij de boot bracht, kregen we te horen dat de Reuzenstern (Caspian Tern) naast een broedseizoen in de Oostzee (Baltic Sea?) hier ook nog een keer broedt. Dat moet ik verifiëren. Het is een mooi gebied hier aan de kust waar ook nog een groot natuurpark aan vastgeplakt zit, nl. het St. Lucia Wetland park dat vlak onder Mozambique ligt. Daar komen naast Olifanten ook nog Neushoorn voor. Zelfs het Luipaard wordt soms in de bewoonde wereld waargenomen. Veel Nijlpaarden in Lake St. Lucia, die je met een rondvaartboot beter kunt bekijken.

Bij een bezoek van Nelson Mandele hier op 8 augustus 2001, zag hij dit prachtige gebied met zijn diversiteit aan dieren en dat heeft hem verleidt tot de volgende volzin:

St. Lucia Wetland Park must be the only place on the globe where the world ‘s oldest land mammal (the Rihnoceros) and de world biggest terrestrial mammal (the elephant) share an ecosystem with the world oldest fish (the Coelacanth) and the world biggest marine mammal (the whale).

De Nijlkrokodil doet aan broedzorg; als zij de eieren heeft gelegd blijft ze een aantal weken in de buurt om het nest te beschermen. De eieren liggen ingegraven in het zand. Afhankelijk van de temperatuur worden er jongetjes of meisjes geboren. De kritieke (omslag) temperatuur ligt hier op 33 graden Celsius. Doordat een niet inheemse plant hier meer schaduw brengt (zeg maat een soort Amerikaanse Vogelkers) warmen de zandbanken niet meer voldoende op en zal dus de geslachtsverhoudingen ingrijpend kunnen veranderen en hiermee het voortbestaan van de Nijlkrokodil hier. Als de jongen op het punt staan uit te komen maken ze dat kenbaar met een typisch geluid waar het de moederkrokodil op ligt te wachten. Zij zal ze dan uitgraven en met/in de bek omzichtig vervoeren naar het water. Het geluid dat ze maken is voor de andere krokodillen in de dop het sein om ook door de lederen schaal heen te breken.
(info via TV uitzending Ned. 4 op 26/9-04 om 8 uur (A.M.).


Epiloog
Waarom fascineert Afrika de mens zo? Is het de hitte of juist de koude winternachten? Zijn het de ‘dustroads’ of de knalblauwe luchten? Of de reuzenbaobabs die als spookkastelen afsteken tegen de bloedrode ondergaande zon? Of is het misschien de ongecompliceerde manier van leven van de Zuid Afrikaner? Feit is dat het land blijft trekken met zijn overweldigende flora en fauna.
Totaal dertig dagen in de diverse natuurparken rondgereden op zoek naar wild. Als we daar ruim tien uur per dag aan besteed hebben dan betekend dat we ruim 300 uur hieraan intensieve natuurbeleving hebben en ook beschikbaar hadden om te fotograferen wat één van onze hoofddoelen was. In die tijd ruim 200 soorten Vogels gezien en ruim veertig soorten Zoogdieren, de diverse soorten Vleermuizen niet mee gerekend. In die tijd 76 rolletjes vol geschoten => 2736 opnamen. In deze vijf weken bijna 6000 km gereden.
Malariapillen in de winter is niet echt nodig; repelant (DEET) als antimalariamiddel kan voldoende zijn. Eventuele vaccinaties via de GGD of huisarts. Zuid Afrika is een erg veilig land, zolang je de downtown’s van de grote steden mijdt. Als vogelaar reis je via een uitstekend wegennet van nationaal park naar nationaal park en dringt het valse beeld op dat je in een Europees land vertoefd qua infrastructuur. Gelukkig vinden steeds meer zwarte mensen een baan in de parken.
Op woensdagochtend op tijd weggereden via de N2 naar Johannesburg (Kempton). De afstand was ongeveer 650 km. De reis ging voorspoedig en omstreeks 14 uur waren we al ter plaatse. Auto inleveren en karretje volgeladen met onze bagage. Daarna een paar uur wachten voordat we in konden checken. Na een voorspoedige reis en een overstap in Londen landen we op donderdag 10.30 weer op Schiphol en zat ons Afrikaanse avontuur er op.
De familie was natuurlijk verrukt ons weer te zien.

Bomen

De Leverworstboom (Kigelia africana) hebben we ook veel gezien. Hij behoort tot de Trompetboomfamilie; belangrijkste kenmerk zijn de reusachtige, worstvormige hangende vruchten die tot 10 kg kunnen wegen. De Engelse naam Sausage Tree verwijst uiteraard ook naar de vrucht, die niet eetbaar zijn, maar de Olifant heeft ze wel op het menu staan. Als sierboom wijd verspreid, maar niet algemeen. De bloemen verspreiden een onaangename geur, waar vleermuizen op af komen die ook voor de bestuiving zorgen.

Apenbroodboom (Kapokboomfamilie) beter bekent als de Baobab Tree (Adansonia digitata L.) is en zeer kenmerkende boom in de tropen en subtropen. Komt nog voor in het noordelijk deel van het K.P. en is inheems op de savannes van Zuidelijk Afrika. Kan niet tegen vorst. Oude succulente stammen kunnen een omtrek bereiken van meer dan 20 meter, maar zijn vaak hol en worden zelfs als hut gebruikt. Bestuiving nachts door vleermuizen die aangetrokken worden door de onaangename geur van de bloemen. De Baobab is in droge tijden bladerloos die door de ongewoon sterke diktegroei één van de spectaculairste verschijningen is in het plantenrijk. Ook de vruchten worden gebruikt. De smakelijke pulp wordt vers gegeten of eerst gedroogd en voor gebruik geweekt. Met water of melk geven ze een smakelijke drank die tegen koorts en diarree werkzaam is. De gedroogde, gesuikerde en soms geverfde zaden verkoopt men soms als snoep. De kernen smaken naar amandel. Uit de bast wint men zeer duurzame vezels voor touw, mandwerk en textiel. De tannine bevattende schors wordt bovendien als looistof en midden tegen koorts gebruikt. In sommige streken is de boom heilig. Erg droogte bestendig door het vochtopslag in de stam. Uit het vruchtvlees kan wijnsteenzuur gewonnen worden dat rijk is aan vitamine C.

Acacia xanthoploea. Fewer Tree met die fraaie lichtgroen/gele bast. De bast is erg glad/bepoederd en opvallend. Misschien door zijn opvallende uiterlijk heeft hij deze naam gekregen?
Cycas-achtige. Lijken op het eerste gezicht op een palm, maar zijn daaraan niet eens verwant. Ze hebben samen met de Ginkyoinae beweeglijke spermatozoïden en nemen wat dat betreft een unieke status in. Cycas is tweehuizig is dus of vrouwelijk (eicel) of mannelijk (stuifmeel). Het voedsel van het Cycas-blad schijnt schadelijk te zijn, maar de jonge bladeren worden na het koken toch gegeten en zelfs als groente aanbevolen. Het aftreksel kan als medicijn dienen. Op Celebes schijnt het dat als zwervende stammen zich wilden ontdoen van hun kinderen ze het sap van vers cycas-zaad lieten drinken. In Australië”werd het vee ziek na het eten van jonge bladeren door het oxaalzuur in de bladeren. In Zuid Afrika heeft deze plant een beschermde status en moeten nieuw verkochte exemplaren een vergunning hebben en geregistreerd zijn.

Literatuur:
1. Attenborough, D. 2003. Over Zoogdieren. (The Life of Mammels, BBC) Fontaine Uitgevers. Abcoude.
2. Branch, Bill. Snakes and other reptiles. 1993. Struik. Cape Town
3. Burnie, D. e.a. Dieren. 2002. ANWB.
4. Estes, R.D. 1990. The Bahavior Guide to African Mammals. University of California Press,Ltd. Londen, England.
5. Grzimek, B. Het leven der dieren. 1975. Zoogdieren deel 3 en 4. Uitgeverij: Het Spectrum.Amsterdam.
6. Kingdon, J. The Kingdom flied guide to African mammals. 2003, Academic Press.
7. Luirink, B. (2000): Zuid Afrika. Landenreeks. Uitgever: Koninklijk Instituut voor de Tropen, Amsterdam.- Novib. Amsterdam
8. Nowak, B en Bettina Schulz 1999. Tropische vruchten.
9. Rohwer, J. Tropische planten. 2002. Uitgever: Tirion Natuur.
10. Schütze, H. Mammals of the Kruger National Park
11. Seidensticker, J en Susan Lumkin 1992. Katachtige Roofdieren. Fascinerend Dierenrijk.
12. Sinclair, I. Birds of Southern Africa. 2002. Struik
13. Wandrey R. Gids van Walvissen en robben. 2001. Tirion uitgevers.
14. Wereldatlas. 2e druk; 1998 Uitgave van de ANWB.
15. Whale Watch, Cockcroft V. and Peter Joyce
16. Wit, H.C.D de, De wereld van de planten, Hogere planten deel 1, 1963; W. Gaade Den Haag
17. Wyk, van P. Trees. 1998, vijfde druk. Uitgever Struik.
18. Kruger, K. 2001. In de Wildernis. (The Wilderness family) bantam Book. Londen.

Verder diverse kaarten die we hier of plaatse gekocht hebben:
Collins kaart; South Africa 1: 2.000.000
Globetrotter: Kruger National Park 1: 200.000

Namen van waargenomen vogels in de diaserie opgenomen

Achtereenvolgens: Nederlandse naam via complete checklist ‘Vogels van de wereld’ Tirion. Daarachter aansprekende Afrikaanse namen (niet compleet). Vervolgens de Engelse naam via de determinatiegids: Birds of Southren Africa, derde editie; Struik. (Sasol) van Ian Sinclair e.a.

1. Pijlstormvogel volgen de walvissen.
2. Witborst Aalscholver; (Witborstduiker) White-Breasted Cormorant 80-100 cm
3. Afrikaanse Dwergaalscholver; (Rietduker)Reed Cormorant. 50 -5 cm
4. Afrikaanse Lepelaar African Spoonbill 90 cm
5. Reuzenreiger; (Reusereiger)Goliath Heron. 135 cm
6. Kleine Zilverreiger; (Kleinwitreiger) Little Egret 60 cm
7. Koereiger; (Verreier) Cattle Egret 50-55 cm
8. Mangrovereiger; (Groenrugreier).Green- Backed Heron 40 cm
9. Afrikaanse Nimmerzat; (Nimmerzat)Yellow-Billed Stork . 100 cm
10. Hadade Ibis; ( Hadeda). Hadeda Ibis 80 cm
11. Hamerkop 52 cm
12. Witkopeend; (nonnetje eend) White-faced Duck 45 cm
13. Nijlgans Egyptian Goose 70 cm
14. Witruggier; (Witrugaavoël) White-backed Vulture 95 cm
15. Kapgier; (Monnikaasvoël) Hooded Vulture 70 cm
16. Afrikaanse Zeearend; (Visarend). African Fish-Eagle 70 cm
17. Bateleur; (Berghaan) Bateleur 65 cm => goochelarend.
18. Bruine Slangenarend; (Bruinslangarend) Brown Snake-Eagle 70 cm
19. Vechtarend; (Breekoparend) Martial Eagle, 80 cm; één v.d. grootste Afr. arenden
20. Jakhalsbuizerd; Jackal Buzzard ; 58 cm; juv. bruin/rossig van kleur.
21. Grijze Wouw; (Blouvalk) Black-shouldered Kite; 33 cm
22. Gabar Havik; (Kleinsingvalk)Gabar Goshawk; 33 cm
23. Swainson Frakolijn; (Bosveldfisant) Swainson’s Spurfowl; 38 cm; rood a.d. kop.
24. Natal Frakolijn; Natal Francolin, 35 cm; resident, bijna endemisch.
25. Helmparelhoen, Helmeted Guineafowl 60 cm
26. Secretarisvogel; Secretarybird; 140 cm; niet algemeen.
27. Kori Trap; (Gompou); Kori Bustard 120 cm; snoept graag v.d. gomboom.
28. Zwartbuiktrap; (Langbeenkorhaan) Black-bellied Bustard; 60 cm, niet algemeen
29. Driebandplevier; Three Banded Plover; 18 cm, algemeen.
30. Diadeemkievit; (Kroonkievit) Crowned Lapwing, 30 cm; algemene standvogel bij water
31. Smidsplevier; Blacksmith Lapwing (Plover)
32. Goudsnip; Greater Painted- Snipe ; 25 cm; ? fraaier dan ?!
33. Dubbelbandzandhoen; (dubbelbandzandpatrijs), Double-Banded Sandgrouse.
34. Gespikkelde Duif; (Kransduif) Speckled (Rock) Pigeon;) 32 cm
35. Treurtortel; African Mourning Dove 30 cm
36. Palmtortel; Laughing Dove => klein duifje; twee in een boom; 23 cm
37. Vale Toerako; (kwêvoël) Grey Go-awaybird
38. Spoorkoekoek; Burchells Coucal 40 cm standvogel, bijna endemisch.
39. Bonte IJsvogel; (Bontvisvanger) Pied Kingfischer; 24 cm algemene standvogel.
40. Malachite IJsvogel; (Kuifkopvisvanger) Malachite Kingfischer; 13 cm
41. Bruinkapijsvogel; (Bruinkopvisvanger) Brown-Hooded Kingfischer; 20 cm insecteneter.
42. Vorkstaart Scharrelaar; (Gewone Troupant) Lilac-Breasted Roller. Standvogel. 33 cm
43. Grijze Tok; African Grey hornbill 50 cm
44. Geelsnavel Tok Southern; Yellow-Billed Hornbill; 55cm
45. Roodsnaveltok; Red-Billed Hornbill; 45 cm
46. Afrikaanse Hop; African Hoopoe; 26 cm
47. Kuifbaardvogel; (Kuifkophoutkapper) Crested Barbet 24 cm
48. Goudstaartspecht; Golden-tailed Woodpecker; 20 cm
49. Fluweeldrongo; Forktailed drongo; 25 cm. Algemene standvogel.
50. Maskerwielewaal; Black-Headed Oriole; 25 cm op bloem.
51. Kurrichanelijster; (Roodbeklijster) Kurrichane Trush; 20 cm
52. Roodborsttapuit; African Stonechat. 14 cm (zelfde soort als bij ons.)
53. Witflankvliegenvanger; Chinspot Batis; 13 cm.
54. Grauwe Buulbuul (Swartoogtiptol) Dark-capped (Blackeyed) bulbul. s.s. bicolor. (met gele onderstaat => Pycnonotus barbatus tricolor.
55. Eksterklauwier; (Langstertlaksman) Magpie Shrike 45 cm
56. Afrikaanse Bonte Kwikstaart; African Pied Wagtail; 20 cm
57. Groenstaartglansspreeuw; Greater Bleu-Eared Starling; 24 cm
58. Roodsnavel Ossepikker; Red-Billed Oxpecker 20 cm
59. Witbuikhoningzuiger; White Bellid Sunbird; 11 cm
60. Roodborst Honingzuiger; Scarlet-chested Sunbird; 15 cm
61. Kaapse Wever; Cape Weaver 17 cm (op bloem van de sunbirds)
62. Mahali Wever, White-browed sparrow weaver, 18 cm


Namen van de Zoogdieren in de diaserie opgenomen:
(uit: Field guide to the mammels of the K.N.P.)

1. Olifant, algemeen in het K.P.
2. Neushoorn, algemeen in H.U. park
3. Leeuw alleen in Kruger gezien.
4. Buffel redelijk aantal in het noorden van Kruger
5. Nijlpaard Hippopotames amphibius => overdag in het water, eten nachts.
6. Giraffe, algemeen.
7. Nyala => ? geen schoftkruin, witte borstvlek meer strepen (gem. 11)
8. Kudu => groter dan Nyala, bezit schoftkruin, mooi gedraaide hoorns (gem. 8 strepen)
9. Waterbok => vaak in de buurt van water.
10. Tsessebe => zwart masker; niet veel gezien.
11. Bushbok => Liepen op sommige ‘restcamps’
12. Gnoe of Wildebeest => algemeen
13. Jachtluipaard => 5 gezien in K.P. op regenachtige dag.
14. Impala => zeer algemeen.
15. Klipspringer => niet algemeen 1x gezien.
16. Wrattenzwijn => algemeen.
17. Hyena => de gevlekte paar keer gezien en bruine 1x gezien in Pilanesberg)
18. Groene Meerkat of Vervet Monkey => vrij algemeen.
19. Baviaan => redelijk algemeen.
20. Zebra => algemeen.
21. Zuidkaper of Humpback whale => aan de kust kansen.

owz

Verslag opgetekend door:

Otte W. Zijlstra
Kostverlorestraat 38
1733 VH Nw. Niedorp
ow.zijlstra@quicknet.nl
www.natuurinfo.tk

(ook voor lezingen!)

Katachtigen

Gezichtvermogen zeer goed ontwikkeld en de ogen zijn frontaal geplaatst, zodat de afstand tot de prooi goed geschat kan worden. Overdag is het gezichtvermogen vergelijkbaar met dat van de mens (via de kegeltjes). In de nachtelijke uren, wanneer de staafjes geactiveerd worden, kunnen ze 6 keer beter zien. Dit komt voornamelijk door de reflecterende laag (tapetum lucidum) en de grote pupilopening. Ook het gehoor is scherp, maar de geur is van minder belang.


Leeuw:
Er zijn een aantal redenen waarom de leeuw zo’ n indruk maakt op de mens:
· Grootte ? tot 250 kg en een 1 meter hoog
· Manen maken indruk, dienen als stootkussen bij de gevechten met rivalen.
· Gebrul van de leeuw is soms tot 8 km te horen; ze zijn de enige katachtige die dat doen.
· Het is ook de enige katachtige die in groepen leven. De vrouwtjes bemoeien zich vooral met de jacht. Welpen mogen ook bij andere leeuwen drinken (als die ook net in hun lactatieperiode zitten).
· Grote barnsteenachtige ogen met een diameter van 37,5 mm (mens 23 mm gemiddeld)

Vroeger kwam er een ondersoort van de leeuw in Europa voort de Grottenleeuw. Uitgestorven late ijstijd. In Griekenland pas uitgeroeid 200 jaar v. Chr. Later zijn de ondersoorten Kaapse Leeuw en Berberleeuw (Leidsmuseum) uitgeroeid.
Aziatische leeuwen o.a. in het natuurpark Gir (genetische 50 000 tot 200 000 jaar afgeschei-den van zijn Afrikaanse soortgenoten) zijn inmiddels aan hun uiterlijk en gedrag te onder-scheiden. Dit park ligt in het noorden van India in de staat Gujarat. Hier was de leeuwenpo-pulatie gedaald tot 20 dieren in 1913. Nu is deze weer uitgegroeid tot 300 dieren. Het Gir-reservaat omvat 1412 km2 Ze zijn minder agressief tegenover de mens, hebben een huid-plooi onder aan de buik, kleinere manen en een kleiner formaat. Staartkwast iets groter.
De mannetjes leven vaak apart van de ?, omdat de prooigrootte in dit gebied veel kleiner is => vnl. axisherten van ongeveer 50 kg.

Luipaard (Panthera pardus)

man ca. 50 kg, vr. iets kleiner en lichter. Niet gezien helaas. Het dier is erg sterk en sleept flinke prooien mee de boom in om te voorkomen dat ze afgepakt worden door Leeuwen of Hyena’s.

Jachtluipaard.
Snelle jager die zijn nagels niet geheel in kan trekken en daardoor als het ware op spikes loopt wat hem de mogelijkheid verschaft om de snelle wendingen van de potentiële prooi te volgen. Zijn prooi bestaat voor een groot gedeelte uit middelgrote hoefdieren zoals antilopen, gazellen etc. De uitstekende jachteigenschappen van de cheeta bleven niet onopgemerkt. Hoewel het jachtluipaard de mens in de vrije natuur mijdt, onderwerpen gevangen individuen zich al na een dressuur van een half jaar aan de mens en kunnen dan heel tam worden. Ze worden dan op een soortgelijke manier gebruikt als de valken bij de valkerij. Ze kunnen een snelheid bereiken van ca. 100 km per uur maar kunnen dat niet lang volhouden, hoogstens 500 meter. Gewicht ca. 45 kg en daarom veel lichtvoetiger dat het luipaard. We hebben vijf stuks gezien in het zuiden van het K.P. op een regenachtige dag.

Enkele wetenswaardigheden over de ‘big five’.

Olifant (Afrikaanse)

Bijzonderheden
Grootste landzoogdier waarbij de man groter is en tot maximaal 6 ton kan wegen bij een hoogte van 4 meter (record). De borstklieren bevinden zich tussen de voorpoten. Ze kunnen tot 60 jaar oud worden en beschikken over een geweldig geheugen. De groep wordt geleid door een oudere ervaren koe (matriarch) die de goede voedsel- en watergebieden hopelijk nog weet te herinneren als de omstandigheden daartoe nopen. Het ? is iets kleiner en lichter.
Gehoor en reuk zijn prima ontwikkeld, gezicht wat minder en komt het best tot zijn recht in de schemer, als de staafjes geactiveerd worden. Vroeger algemeen ten zuiden van de Sahara, maar neolithische tekeningen laten zien dat ze vroeger wel in dat gebied voorkwamen. Hannibal (220 jaar Chr.) gebruikte een olifantensoort die uit het Atlasgebergte kwamen de Romeinen veel schrik aanjoeg toen hij er mee over de Alpen trok. Ook Afrikaanse olifanten kunnen getemd worden; de Belgen hadden een temstation in voormalig Belgische Kongo.
Bosolifanten uit het West-Afrikaanse regenwoud zijn zo verschillend van de nominaatvorm dat ze mogelijk tot een andere soort behoren (nu nog een ondersoort). Ze zijn ook een stuk kleiner en lichter. (1800 tot 3200 kg).
Met de bavianen zijn de olifanten waarschijnlijk de enige Afrikaanse dieren die kuilen graven om water te vinden. Ze doen dit met hun stoottanden en daarbij hebben ze een voorkeur om met de linker of rechter stoottand te werken. Andere dieren maken hier ook dankbaar gebruik van.
In de Addo National Park komt de Kaapse Olifant nog voor in een gebied van 67 km2
Door isolatie in het verleden kon zich deze aparte Olifant ontwikkelen. Doordat ze zich goed vermeerderen is het gebied iets groter gemaakt.

Voedsel
4% tot 6% van hun gewicht moeten ze per dag eten. Dat betekend dat ze bij een gewicht van 5 ton een 300 kg aan plantaardig voedsel bijeen moeten sprokkelen. Dat is dan ook de reden dat ze ongeveer 16 uur per dag foerageren. In het natte seizoen is dat vooral grassen en kruiden, in het droge seizoen ook veel houtachtige gewassen. Na 10 tot 12 jaar zijn ze vruchtbaar. Met een ruime interval (4 tot 9 jaar) krijgen ze kalveren. Dit is afhankelijk van de voedselsituatie. De draagtijd bedraagt 24 maanden. Het is het enige zoogdier die nog be-dreigend kan zijn alhoewel men in een auto zit. Vooral met kalveren kunnen ze gevaarlijk zijn. Soms voorafgegaan door dreiggedrag, maar soms ook niet. Kenners zijn o.a. gedood door olifanten door onverwacht gedrag.

Uit de W.P Encyclopedie van het Dierenrijk (1974) deel 4. de volgende informatie:

Er bestaan twee ondersoorten van de Afrikaanse Olifant de Bos- en de Steppe Olifant. Laatst genoemde is het grootst en heeft een voorkeur voor meer open terrein. De slagtanden zijn eigenlijk doorgroeide snijtanden van de bovenkaak. Deze groeien hun gehele leven door met een snelheid van ca. 10 cm per jaar. Door slijtage en breuk worden ze niet langer dan de helft van de potentiële lengte. Slagtanden van de bullen zijn veel groter dan van de ?. Maximaal gewicht ruim 100 kg per stuk. De kiezen volgen elkaar op in grootte. Ze hebben er vier tegelijk in elke kaakhelft één. Als er een versleten is wordt hij vervangen door nummer twee die iets groter is als de eerste. De derde is weer groter als de tweede etc. aan elke kant kunnen ze zes keer wisselen. Na ca. vijftig jaar zijn de kiezen op gebruikt en dat bepaald dan ook de maximale leeftijd van een Olifant: ongeveer 60 tot 70 jaar. Als de laatste kies vermalen is dan is het dier niet meer in staat zich doeltreffend te voeden. De melkklieren zijn borststandig; er zijn twee tepels net achter de voorpoten waaraan de jongen met hun mond, niet met de slurf, zuigen. Ze hebben een enkelvoudige maag en herkauwen niet. De Olifanten is één van de weinige dieren die hun gehele leven doorgroeien.

Neushoorn

Hoorn bestaat uit keratine (keratos = hoorn). Het is de grondstof voor nagels, hoorns etc. Het bezit geen vaste kern van bot en groeit wel door. De neushoorn kan 35 tot 50 jaar oud worden. Gezicht beperkt, gehoor en reuk prima. De voorouders waren tapirachtige dieren. Net als andere haarloze zoogdieren mogen ze graag een modderbad en of stofbad nemen. (wallowers=wentelaars). Ze beschikken over zweetklieren en kunnen dus zweten om de warmte via de verdamping ervan af te voeren. Dit moet dan wel gecompenseerd worden door extra te drinken. Meestal zijn de dieren solitair, soms ook semi-sociaal. De witte neushoorn is minder gevaarlijk dan de zwarte al is laatstgenoemde een stuk kleiner.

Zwarte neushoorn: ca. 1,7 meter schofthoogte en 1250 kg. Bovenlip driehoekig en gebruikt als grijporgaan. Echte planteneter; kalf volgt moeder. Als ze 7 jaar zijn ze volwassen. Draagtijd 15-16 maanden. Een browser. Gevaarlijker als de Witte!

Witte neushoorn
Na de olifant is de witte neushoorn het grootste landzoogdieral kan een Nijlpaard zwaarder worden. Schofthoogte 1.80 me-ter en 2100 kg en zijn daarmee bijna twee keer zo zwaar. Kwam vroeger voor op de noordelijk en zuidelijke savanne (vlg. overleveringen via rotstekeningen). Later door bejaging en oorlogen bijna overal verdwenen. In Natal (Umfulozi) bleef een restpopulatie bestaan, vanwaar later de andere gebieden en parken weer herbezet konden worden. Waarschijnlijk de grootste echte grazer die er bestaat; daarbij maakt hij dankbaar gebruik van zijn brede mond(lippen).

.

-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-

Geschiedenis Zuid Afrika
Citaten uit het boek van Marleen Dekker (Dominicus)

De oudste bewoners van dit land zijn de Khoisan die op zich weer behoren tot twee verschillende volken: de Khoikhoi (Hottentotten) en de San (bosjesmannen). Beide volken vertonen fysieke gelijkenis en leidden een nomadisch bestaan. De Bosjesmannen jaagden en verzamelden bessen, de Hottentotten waren veehouders met grote kudden schapen en koeien waar ze mee rond trokken. Dat de veeteelt een meer betrouwbare voedselbron was bleek uit de groepen waarin de volken leefden. De Bosjesmannen leefden in groepen van 50 tot 500 en de Hottentotten van 600 tot 2000 mensen. Vanaf tiende eeuw werden ze verdrongen door de Bantoevolken uit het noorden. Deze hielden vee en bewerkten het land, waardoor ze een standvastiger leven konden leidden dan de Khoisan. De komst van de Europeanen in de 17e eeuw betekende een verdere beperking van hun leefgebied. Een klein restant van de bosjesmannen leeft nog in de Kalahariwoestijn vnl. in Botswana en Namibië. De Hottentotten zijn gedecimeerd door hun verzet en pokkenepidemieën aan het begin van de 18e eeuw.

Nederlandse schepen van de VOC kwamen hier in 1648 al in de buurt, maar leden schipbreuk in de Tafelbaai. In 1951 besloot het VOC-bestuur dat er een vaste verversingspost moest komen aan de Kaap. Scheepsarts Jan van Riebeeck kreeg opdracht van het VOC dat op te zetten. Hij legde moestuinen aan en kocht vee van de Khoisan. Omdat de Khoisan geen zin hadden om als slaaf te werken werden deze gehaald uit Oost-Azië en West-Afrika. Zo werd de basis gelegd voor de regenboognatie waarin alle kleuren voorkwamen. De komst van de fransen Hugonoten naar de Kaap was van belang voor het opzetten van een wijnbouw. De Britten kwamen in 1795. Er woonden toen ca. 16.000 blanken waarvan 37% Nederlander was en 35% Duits. Het duurde twintig jaar voordat de Britten het bestuur over de Kaap definitief hadden over genomen. In tegenstelling tot de VOC waren de Britten wel in staat invloed uit te oefenen buiten Kaapstad. Dit was tegen de zin van de vrijgevochten boeren die zich hevig verzetten tegen het strakke Britse bewind.
De Zoeloes hadden een krachtige leider in de figuur van Shaka. Het was een militair strateeg die met een getraind leger grote gebieden wist te veroveren. De boeren begonnen zich ook weer te roeren en kozen de vrijheid buiten de Kaapkolonie. Ze trokken met hun ossenwagens, symbool voor hun onafhankelijkheidstrijd, tussen de Drakensbergen en de Kalahariwoestijn door naar het noorden. Ze bonden de strijd aan met de bantoevolken. Ook werd slag geleverd met de Zoeloes, maar toen Zoeloekoning Dingane, de opvolger van de vermoorde Shaka, zich niet aan zijn afspraken hield haalde hij zich de woede van de Voortekkers (de Boeren)op de hals. De Britten konden niet voorkomen dat de boeren een eigen staat stichtten in Transvaal. (1852) en Oranje Vrijstaat (1854). Met de vondst van diamant in de buurt van Kimberley (in Hopetown 1867) raakten de gemoederen weer verhit. De Britten wilden invloed houden en annexeerden boeren gebieden. Hierdoor groeide het anti-Britse sentiment en onder leiding van Paul Kruger kwamen de boeren in 1880 in opstand. De eerste boerenoorlog was een feit en werd door de boeren gewonnen. Transvaal werd door de Britten vrijgegeven en Kruger werd president. De tweede boerenoorlog (1899) werd verloren door de grote Britse overmacht. In 1902 werd een verdrag getekend en kwamen Transvaal en Oranje Vrijstaat formeel onder Brits gezag te staan, overigens met een grote mate van zelfbestuur. De machtsverdeling tussen de Afrikaners en de Britten kwam onder meer tot uiting in de vestiging van de regering in Pretoria, het parlement in Kaapstad en het hooggerechtshof in Bloemfontein. Deze geografische spreiding is heden ten dage nog steeds van kracht. Aan het eind van het apartheidstijdperk ging de omwenteling snel. Die kwam tot stand onder leiding van de Klerk, als voorman van de Nasionale Party (1989), en natuurlijk door buitenlandse druk. Nelson Mandela kwam vrij in 1990. Tegelijkertijd schafte hij (de Klerk) de apartheidswetten af en legaliseerde hij het ANC. In 1993 kregen ze de Nobelprijs voor de vrede. Later behaalde Mandela een verkiezingsoverwinning(1994) en werd de eerste zwarte president van Zuid Afrika.

Zwerven door Zuid Afrika door Jan. P. Strijbos; Uitg. J. Veen, Amsterdam Reis door Zuidelijk Afrika gemaakt in 1953.

Otte W. Zijlstra & Jelle de Jong

Restinformatie

Andere tropische infectieziekten.

Reizigersdiarree
Diarree is het meest voorkomende gezondheidsprobleem van reizigers naar (sub)tropische gebieden. Vaak is het een gevolg van besmet voedsel of drinken. Ondanks goede voorzorgen kan diarree toch de kop opsteken. Meestal is het verloop mild en zonder behandeling na drie tot vijf dagen over. Voorkom uitdroging. In warme landen gaat uitdroging immers snel: men transpireert er meer. Naast extra drinkwater wordt aangeraden ORS te gebruiken, een middel dat zouten, suikers en water die u met diarree verliest, weer aanvult.
Gele koorts
Gele koorts is een virale infectie, overgebracht door bepaalde muggensoorten. Gele koorts kan zonder klachten verlopen, maar een ernstig verloop is ook mogelijk. Het komt voor in bepaalde landen in Afrika en Midden- en Zuid Amerika. Vaccinatie tegen gele koorts wordt voor bepaalde landen aanbevolen en is in een aantal landen verplicht.
Hepatitis-A
Hepatitis-A is de meest voorkomende, door vaccinatie te voorkomen, besmettelijke virus infectie onder reizigers die zonder bescherming naar hepatitis-A risicolanden reizen. Overal waar de hygiëne en sanitaire voorzieningen te wensen over laten, bestaat er risico op hepatitis-A infectie. Landen waar een hoog risico op besmetting aanwezig is, zijn o.a. de meeste Afrikaanse landen, vrijwel geheel Azië, Zuid- en Centraal Amerika, Mexico, Oost Europese landen en gebieden rond de Middellandse zee. Overdracht van het virus vindt plaats via met ontlasting besmet materiaal, handen, voorwerpen, voedsel en water. De meest opvallende verschijnselen van een hepatitis-A infectie zijn koorts, algehele malaise, hoofdpijn, vermoeidheid en pijn. Later gevolgd door gebrek aan eetlust, misselijkheid en braken, donkere urine, lichtgekleurde ontlasting en (vaak) een gele verkleuring van de huid en het oogwit. Hepatitis-A kan voorkomen worden door hygiënische maatregelen en inenting. Bij inenting is keus uit een kortdurende bescherming d.m.v. immunoglobuline of een langdurige bescherming d.m.v. actieve immunisatie door een vaccin. Deze vaccinatie geeft een nagenoeg 100% bescherming voor tenminste 10 jaar na volledige vaccinatie.
Buiktyfus
Buiktyfus is een bacteriële infectie. Overdracht van buiktyfus vindt plaats door besmet voedsel of water. Risico loopt men vooral in gebieden waar de hygiënische voorzieningen en de controle op de bereiding van voedsel onvoldoende is. Verschijnselen zijn koorts, algemene malaise, hoofdpijn, obstipatie, soms bloederige diarree, later bewustzijnsstoornissen, soms uitslag op borst en buik. Ziekenhuisopname is in de meeste gevallen noodzakelijk. Manieren om besmetting te voorkomen, zijn het zeer streng naleven van hygiënische voorschriften controle op de bereiding van levensmiddelen en vaccinatie. Vaccinatie kan geschieden door middel van een injectie die ongeveer 3 jaar 70% bescherming geeft. Een andere mogelijkheid van bescherming is het innemen van een capsule op dag 1,3 en 5. Dit geeft een bescherming van ca. 65% voor een periode van 3 jaar.
DTP (difterie-tetanus-polio)
Difterie wordt overgebracht door hoesten van patiënten of gezonde mensen die de bacterie bij zich dragen. Tetanus wordt veroorzaakt door de tetanus bacterie die in de grond voorkomt en via wonden of wondjes een infectie kan veroorzaken. Polio wordt door een virus veroorzaakt dat in ontlasting van ziekte of herstellende mensen voorkomt en dat in het milieu terecht komt (b.v. in drinkwater) Iedere reiziger wordt aangeraden zich te beschermen door vaccinatie, afhankelijk van het te bezoeken land en vaccinatiestatus.
Hepatitis-B
Het hepatitis-B virus wordt vooral overgedragen via besmet bloed en bloedproducten, maar ook via (wisselend) seksueel contact. Het hepatitis-B virus is zeer besmettelijk. Hepatitis-B kan bij sommige mensen zonder klachten verlopen. Deze personen kunnen echter wel het virus overdragen op anderen. Verschijnselen van de hepatitis-B infectie kunnen zijn: geelzucht, pijnlijk gezwollen lever, misselijkheid, donkerbruine urine, ontkleurde ontlasting, braken, koorts, vermoeidheid en soms gewrichtsklachten. Het meest verraderlijke van deze infectie is de kans op het ontstaan van een chronische leverontsteking die kan resulteren in leverkanker. De twee belangrijkste manieren om hepatitis-B te voorkomen, zijn het nemen van de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen en vaccinatie.
Dengue (knokkelkoorts)
Ziekte die kan worden overgedragen via muggen: In verstedelijkte gebieden in Zuid- en Midden-Amerika, Azië en Oceanië komt deze door muggen overgedragen ziekte voor. Dengue verloopt meestal onschuldig met koorts, huiduitslag en hoofdpijn maar kan in zeldzame gevallen ernstig verlopen. Er bestaat geen vaccinatie. Het is dus van belang dat u zich beschermt tegen muggenbeten. De muggen die dengue overbrengen steken overdag. Men dient zich dan ook overdag in te smeren met muggenwerende middelen. Tijdens de middagrust dient men een muskietennet te gebruiken.
Meer informatie over infectieziekten vindt u bij Gezond op Reis.

Korte informatie over de bezochte parken:

Pilanesberg National Park
Quite a spectacular park with the "Big Five" in the North-West Province near Sun City.
Perannual season.

Kruger National Park
Biggest game reserve on 20,000 sq km. Unique game stock with 147 mammal and 507 bird species. Good infrastructure. Best time to travel: June to August.

Mkhuze Game Reserve
5 hours from Durban. 250 sq km. Large herds of blue wildebeests, kudus, nyalas, zebras, giraffes. Over 400 bird species. Observation stands. Perannual season.

Umfolozi and Hluhluwe Game Reserve
3 hours from Durban. Hilly savannah landscape. 1100 sq km. Many rhinos, but also elephants, buffalos, lions, leopards, giraffes etc.

St. Lucia Wetland Park
Lagoon, separated from the sea through chain of dunes. Swamp forests and mangroves. Numerous seabirds, crocodiles and hippos. Anglers' paradise.

Algemene Informatie over Z.A.

Zuid Afrika (officieel: Engels: Republic of South Africa; Afrikaans: Republiek van Suid-Afrika), is een republiek in het zuiden van het Afrikaanse continent. De totale oppervlakte van het land is 1.123.226 km2, exclusief de "onafhankelijke" thuislanden Bophuthatswana, Ciskei, Transkei en Venda en de Walvisbaai; incl. deze gebieden: 1.225.765 km2. Zuid Afrika is daarmee 30 keer groter dan Nederland. De kustlijn heeft een totale lengte van 3000 kilometer. Zuid Afrika grenst in het oosten aan Swaziland (430 kilometer), in het noordoosten aan Mozambique (491 km), in het noorden aan Zimbabwe (225 km) en Botswana (1840 km) en in het noordwesten aan Namibië (855 km). Geheel omsloten door Zuid Afrika als enclave, ligt de bergachtige staat Lesotho (totale grenslengte 909 km). In 1947 nam de (toen) Unie van Zuid Afrika formeel het onbewoonde Prince Edward Island en Marion Island voor de kust van Kaapstad in bezit. Andere bekende eilanden voor de kust zijn Santa Cruz bij Port Elizabeth en Robbeneiland bij Kaapstad. Zuid Afrika grenst verder in het westen aan de Atlantische Oceaan en in het oosten aan de Indische Oceaan. De afstand van de Limpoporivier in het noorden naar Cape Agulhas in het zuiden bedraagt ongeveer 2000 kilometer. De afstand van Port Nolloth in het westen naar Durban in het oosten bedraagt ongeveer 1500 kilometer.
De belangrijkste rivier van Zuid Afrika is de Oranjerivier die ontspringt in de Drakensbergen van KwaZulu-Natal en over een afstand van meer dan 2200 kilometer bij Oranjemund en Alexander Bay in de Atlantische Oceaan stroomt. Andere belangrijke rivieren zijn de Vaal, de Limpopo, de Grote Visrivier en de Tugela. De meeste van deze rivieren zijn nauwelijks bevaarbaar.

Het landschap van Zuid Afrika is zeer gevarieerd en kan verdeeld worden in 21 natuurlijke regio's.
De Lesotho hooglanden vormen het hoogste deel van zuidelijk Afrika en vormen de grens tussen Lesotho en Zuid Afrika. De hoogste toppen komen boven de 3400 meter uit en op de bergtoendra's val 's winter vaak sneeuw.
Het Hoogveld is een zachtglooiend, hooggelegen gebied en bestaat voornamelijk uit savannen. Hier ligt ook het verstedelijkte Witwatersrand rondom de belangrijke goud- en steenkoolmijnen van Zuid Afrika. Hier wordt ook veel maïs verbouwd.
Noord-Transvaal kent verschillende landschappen met o.a. de bergketens van de Soutpansberg en het Waterberg-plateau en daar tussenin ligt de Pietersburgvlakte, waar de veeteelt belangrijk is. De Soutpansberg is een belangrijk bosbouwgebied.
In het noorden van de Kaapprovincie ligt het Ghaap-plateau waar door het semi-droge klimaat alleen veehouderij mogelijk is.
De vlakke en uitgestrekte Bushmanvlakte van het binnenland-plateau ligt ook in het noorden van de Kaapprovincie en is slechts begroeid met wat struikgewas en alleen geschikt voor de extensieve schapenhouderij. Opvallende zijn de vele "pans", meertjes die maar een bepaald deel van het jaar gevuld zijn met water.
Ten noorden en westen van Pretoria ligt het Bushveld bekken. In het vlakke, centrale deel van het bekken worden vele mineralen en edelmetalen zoals platina, vanadium en chroom gevonden wordt. De kleiachtige zwarte turfgrond is uitermate vruchtbaar en hier worden dan ook vele gewassen geteeld.
Het vlakke zanderige Kalahari-bekken is een semi-droge savanne en voornamelijk begroeid met acacia's. Vroeger werd dit gebied gekenmerkt door woestijnduinen, waarvan er nog maar weinige zijn overgebleven.
In de noordelijke Kaapprovincie liggen de valleien van de Beneden-Vaal en de Oranjerivier, twee van grote rivieren in Zuid Afrika. De valleien liggen in sterk ontwikkelde gebieden met o.a. een gigantisch irrigatieproject (Vaalharts) in de Hartsrivier, een zijrivier. Tussen de twee valleien ligt Kimberley, het centrum van de diamantmijnbouw.
De Karoo is een uitgestrekte semi-droge vlakte met afgeplatte heuvels die begroeid zijn met gras en struikgewas. De hoogste punten van het plateau zijn Giants Castle (3820 m), Cathkin Peak (3650 m) en Mont aux Sources (3299 m) in de Drakensbergen. Hier is alleen wat schapenteelt mogelijk.
De Transvaalse Drakensberg is door voldoende regenval bedekt met bossen en een oord waar vele toeristen verblijven om o.a. te wandelen. De Transvaalse Drakensberg is een deel van de Great Escarpment (steile erosieranden).
Ook de Natalse Drankensberg is een deel van de Great Escarpment met toppen boven de 3000 meter. Hier vindt veel bergsport plaats.
Uit een reeks bergketens bestaat het Kaapse Plooiingsgebergte, dat bedekt is met een unieke vegetatie het "fynbos" of macchia. Ook hier is de bergsport zeer populair. In de valleien tussen de bergketens liggen centra voor fruitteelt en wijnbouw. In de kuststreken liggen mooie stranden en diepe baaien. De enige meer gesloten baai is de Saldanhabaai aan de westkust.
De Namaqua-hooglanden bestaan uit droge, rotsachtige bergen waar als er genoeg regen valt zeer veel wilde bloemen groeien. Het gebied dat grenst aan Namibië is het Richtersveld.
De rivier de Limpopo vormt de grens tussen Zuid Afrika en Zimbabwe. De rivier stroomt in de Limpopo-vallei, een droog savannegebied met open bosland waar veel vee gehouden wordt en waar veel wildparken liggen.
Het golvende landschap van het Laagveld of Lowveld ligt tussen de voet van de Great Escarpment en de Lemombo bergen in Swaziland, Noord-Natal en Transvaal. Door het hete tropische klimaat in de zomer is hier de teelt van tropisch fruit mogelijk. Hier ligt ook het grootste reservaat van Zuid Afrika, het Nationaal Krugerpark met bossen en savannen.
Het Achterland van de zuidoostkust is een gebied van glooiende heuvels en diepe rivierdalen. Het strekt zich uit van Swaziland tot het voormalige Ciskei in het zuiden. Er valt veel neerslag dat door vele rivieren afgevoerd wordt naar de Indische Oceaan.
Op de grens van Zuid Afrika en Mozambique in Oost-Transvaal, Swaziland en het noorden van KwaZulu/Natal liggen de Lemombo-bergen. Deze bergketen wordt gekenmerkt door diepe kloven waardoor rivieren naar de Indische Oceaan stromen.
In het noordelijke KwaZulu/Natal ligt de kustvlakte van Zululand, begroeide zandvlakten met struikgewas. Hier liggen ook vele meren en riviermondingen. In verschillende natuurreservaten leven vele diersoorten.
Het Zuidelijke Kustplateau strekt zich uit van ze zuidelijkste punt van Afrika tot aan Port Elizabeth. Hier vindt men ook mooie bossen en lagunes.
De glooiende vlakte tussen de Atlantische Oceaan en het Kaapse Plooiingsgebrgte is het Swartland. Hier wordt veel graan verbouwd.
De Namib is een woestijn en langs de kusten hiervan stroomt de Benguela Golfstroom. De kustwateren zijn zeer belangrijk voor de visserij van Zuid Afrika. Verder is het een onherbergzaam gebied


Informatie over het klimaat in Z.A.

Door de ligging ten zuiden van de evenaar begint de Zuid-Afrikaanse zomer in december en de winter in juni.
Ondanks de enorme afmetingen van het land is het klimaat betrekkelijk uniform en gematigd. In het bijzonder geldt dit voor de temperatuur in het binnenland dat een gevolg is van het feit dat op lagere breedte de hoogte in het algemeen groter is dan verder naar het zuiden. Typerend is dat de gemiddelde temperatuur in Kaapstad 16,5°C bedraagt en in het veel noordelijker gelegen Johannesburg 16,2°C.
Het warmst is het aan de oostkust met een gemiddelde temperatuur van 20,6°C in Durban. Overdag wordt het in Durban in de zomer gemiddeld 27°C tot 22°C in de winter. De temperatuur aan de westkust wordt gelijkmatig laag gehouden door de koude Benguelastroom, de temperatuur aan de oostkust wordt gelijkmatig hoog gehouden door de warme Agulhasstroom.
De warmste maand in het binnenland is januari en de warmste maand aan de kust is februari. Zelfs in de winter is het op de meeste plaats altijd nog wel ongeveer 20°C. In het noorden zijn oktober en november warme maanden door de zomerregens. In het hoger gelegen binnenland vriest het regelmatig, in het bergachtige zuidoosten zelfs meer dan 100 nachten per jaar. Door de gemiddeld lage luchtvochtigheid valt er vaak niet meer dan dun laagje sneeuw.
In tweederde deel van Zuid Afrika valt minder dan 500 mm neerslag per jaar. De meeste neerslag in Zuid Afrika valt in de zomertijd, als de vochtige lucht van de Indische Oceaan met kracht landinwaarts stroomt. In Kaapstad echter valt de meeste neerslag in de maanden juni tot en met september. De regen valt in de zomer vaak in korte hevige buien waarna de zon weer snel schijnt.
Ten westen van de oostelijke bergruggen valt de minste regen, in de rest van het land valt over het algemeen een constante hoeveelheid neerslag, ca. 1000 mm per jaar. Behalve het zuidelijke deel van het land waaronder invloed van storingen de meeste neerslag in de wintertijd valt en een gematigd regenklimaat heerst. De oostkust in het zuiden kent droge winters. Naar het westen toe wordt het steeds droger en in het centrale deel heerst zelfs een steppeklimaat met ca. 100 mm per jaar in de Kalahari-woestijn. In steden als Bloemfontein en Kimberley in het centrale deel van Zuid-Afrika wordt in de januari en februari de 30°C gemakkelijk gehaald.
Het aantal zonne-uren ligt erg hoog, bijvoorbeeld in vergelijking tot het Iberische schiereiland. In Madrid schijnt de zon gemiddeld 2910 uren per jaar en in Lissabon 2740 uur. In Zuid Afrika heeft Kaapstad gemiddeld 2980 uren en Pretoria 3240 uren per jaar. Kustplaatsen van de Kaapprovincie en KwaZulu/Natal ontvangen gemiddeld 300 zonne-uren meer dan de Canarische Eilanden

Otte Zijlstra, Niedorp

Aanvullingen
De naamgeving die blanke Afrikaners gaven aan de zwarte Afrikaners was vroeger van praktische aard: bij het benzine-tanken wordt je vaak door twee mensen geholpen. Degene die de tak vult werd dan Pompie genoemd, de andere die de ramen schoonmaakte werd Lappie genoemd. De inheemse namen waren vaak onuitspreekbaar. De schoonmaakster werd derhalve Dusty genaamd.

De Boerenpioniers (Voortrekkers) dachten vroeger met hun bijbelkennis te weten waar de Nijl zijn oorsprong vond. Dat was in de buurt van Nylstroom. Later bleken ze 3000 km van de oorspronkelijke Nijlbronnen af te zitten. Alleen de naam is gebleven al heet Nylstroom nu Modimollis.

Thuislanden => hoogtepunt van de apartheid

Het zijn gebieden waar de zwarte bevolking zou kunnen wonen onder het mom van dat ze dan hun eigen identiteit (cultuur) zouden kunnen bewaren. Verwoerd presenteerde deze wet in 1959: Promotion of Bantu Self- Goverment Act. Het zou de oplossing zijn voor het ‘zwarte probleem’. Zuid Afrika zou dan voor de rest een blank staat worden. Er werden tien thuisland gevormd één voor elke bevolkingsgroep. De zwarten zouden dan kunnen werken als gastarbeider in het blanke deel van Z.A. Bekende thuislanden waren bijvoorbeeld Transkei (1976) en Ciskei (1981). Miljoenen mensen moesten gedongen verhuizen en raakten ontheemd. Sommige bleven illegaal in blanke gebieden wonen hetgeen oogluikend werd toegestaan. Zo ontstonden de zwarte nederzettingen. Er was 13 % van het grondgebied gereserveerd voor de thuislanden en dat voor 2/3 van de bevolking. Bovendien was de grond minder vruchtbaar en bezat de grond weinig of geen natuurlijke grondstoffen. Deze territoriale apartheid was gedoemd te mislukken.

owz