| Noord-Spanje
zweden
lesbos
[2002]
Lesbos
[1999]
zwitserland
Polen
Noorwegen
Ebro
Bargerveen
|
Verslag
natuurreis Zweden
Nazomeren in Zuid Zweden
Het plan werd voor de zomer al geopperd. Mijn broers wilden wel
eens mee
op een vogeltripje. De ene geniet van zijn pensionering na een agrarische
bestaan en heeft verder weinig hobby’s kunnen ontwikkelen,
de ander is
een natuurliefhebber maar schiet ook k1eiduiven uit de lucht. Derhalve
een
diversiteit aan belangstelling, maar het enige unieke was in ieder
geval dat er
stevige bloedbanden aanwezig waren.
Op 24 augustus, donderdagochtend, vertok ik vanuit Nw. Niedorp naar
Friesland om ze daar op te pikken. Alles stond klaar in Ferwoude,
dus de spullen, al of niet nodig, werden snel ingeladen. Toen naar
Dedgum om de boodschappen in te laden.
Grote geïsoleerde boxen, gasflessen en piepers werden ingeladen.
Ik had gemeld dat we ruimte genoeg hadden en dat heb ik geweten.
De laadruimte
van de VW T800 kwam bijna vol! Alle broodnodige voorraden werden
ingeladen. Met voorraden voor ruim een week, o.a. zeven broden,
werd richting
Groningen gekoerst. Daarna richting Bremen, Hamburg en Lubeck.
Op het eiland Fehmam zagen we onze eerste visarend boven het water
staan. Een gelovige vogel die evenals de torenvalk voor zijn maaltje
vis staat
te bidden. In Puttgarden een kaartje gekocht voor de overtocht naar
Rodbyhaven. Na deze oversteek, die een uur duurde, waren we in Denemarken
beland. De
bewolking nam toe en onze weerkundige Mink Zijlstra deelde ons mee
dat we
een front binnenreden met neerslag. Dat klopte en de neerslag hield
aan. Na ruim anderhalf uur waren we Denemarken bijna door en restte
ons nog de nieuwe verbinding over de Sont; een fraai stukje werk
vlak bij Kopenhagen. Vroeger moesten we daar de oversteek Dragor
ó Limhamn nemen, maar door de komst van de nieuwe brug konden
we doorrij den. Het is een indrukwekkend bouwwerk; het eerste deel
van 4 km is een tunnel, waardoor de scheepvaart niet wordt gehinderd.
Daarna komen we op de eigenlijke brug van vijftien km die de
rest van de Sont overbrugde. Je betaalt wet een flinke tot, ongeveer
f75 gulden.
We gingen richting Malmo en daarna naar Lund. Het weer werd steeds
slechter
en een stop bij een benzinestation leverde ook niet veel op. We
besloten nog
maar even door te rijden richting Lund en daar proberen onderdak
te vinden. Op een gegeven moment zag ik op een bord een huisje en
een boompje staan en dat bleek het logo te zijn van de Hostelling
International. We moesten 490 ZKr betalen. Als je lid bent van de
club kan het goedkoper. Het kwam neer op ruim veertig gulden pp.
We hadden daarvoor een kamer met drie bedden en een gemeenschappelijke
keuken. Nadat we wat spullen uit de auto hadden gehaald, namen we
eerst maar even een borreltje op de goede reis tot dusver. Terwijl
de piepers en de groente
opstonden, konden wij ons laven aan een alcoholisch versnapering.
Het eten
smaakte voortreffelijk, mede doordat we de beschikking hadden over
drie voorgebakken gehaktballen. Nadat we de gaarkeuken weer hadden
opgeruimd hebben we nog even een avondwandeling gemaakt. En zowaar
het was droog geworden. De voorspelling was dat het weer de volgende
dag ook slecht zou zijn. Gelukkig was het een voorspelling en onze
weerkundige medewerker zag
het weer de volgende dag dan ook weer helemaal zitten. De volgende
ochtend was het flink opgeklaard en kwam het zonnetje erbij. Nadat
we het fraaie plaatselijke kerkje hadden bezocht, dat er zeer verzorgd
bij lag, gingen we onze spullen inladen en ging het richting Horby
en Hoor. Mink kreeg er steeds meer zin in, maar begon ook zijn vertrouwde
omgeving al een beetje te missen. Vooral de TV werd later node gemist,
maar de rust en het fraaie landschap vergoedden veel. De natuurbeleving
moe(s)t nog ontwikkeld worden. Ook de handigheid met de verrekijker
nam zienderogen toe. Eerst had hij nog wat problemen met het in
de kijker krijgen van een vliegende vogel, maar zoals gezegd ook
ging dat steeds vlotter. Later bleek dat we de kijker niet alleen
voor veraf konden gebruiken, maar omgekeerd ook als loep!
We reden in de
richting van een aantal meren en wilden wel even bij het water kijken.
We probeerden dichter bij het meer te komen, maar dat werd ons door
enkele, op hun privacy gestelde Zweden, niet in dank afgenomen.
Toch hebben we het rondje rond het meer kunnen voltooien. Onderweg
in dit gebied een keer een stop gemaakt in een fraai bosgebied met
eiken, berken en beuken. Daar deden we nog een fraaie ontdekking
namelijk een boommarter . Deze marterachtige heeft een voorkeur
voor eiken en beuken. Omdat beukenhout wat zachter is komen hier
eerder holten in waarin zich kunnen verbergen. Het is een opportunist
wat zijn voedsel betreft, m.a.w. hij eet wat het meest aanwezig
is. Als dat dus eekhoorns zijn dan eet hij dat het meest, maar ook
muizen, konijnen en plantaardig voedsel staan op het menu. Ze komen
ook nog in Nederland voor, bijna uitsluitend op de Veluwe. Er zijn
enkele doodgereden boommarters gevonden bij Deinum (Fr) hetgeen
een opmerkelijke vondst was.
(Bron: Atlas van de Nederlandse Zoogdieren)
Via Kristianstad
ging het richting Kalmar. Vlak voor de grote brug naar het eiland
Oland hebben we een stop gemaakt. Met fraaie luchten hebben we geprobeerd
de ruim 6 km lange brug op de gevoelige plaat te zetten. Daarna
via de Alvaret naar Stenasa, waar ook een fraaie natuurboekhandel
is die zeer ruim gesorteerd is. Verderop zijn we nog een paar keer
gestopt. Eenmaal voor een groep kraanvogels (Grus grus) en de andere
keer bij een oud (Romeins uitziend) bruggetje.
Het eiland heeft een totale lengte van 160 km en is op zijn breedst
15 km. Wij wilden vooral het zuidelijke deel bezoeken in de buurt
van Ottenby.
Daar bevindt zich een fraaie camping met voldoende faciliteiten.
Ruimte genoeg voor onze twee tentjes. Van de ruime kookgelegenheid
werd door ons dankbaar gebruik gemaakt en dat voor 100 ZKr per dag,
all in.
Nadat we de maaltijd op hadden kwamen we Jan en Astrid tegen met
Rik en Mart Smit. Die waren met de camper en derhalve zeer mobiel.
Ze kwamen bij de punt vandaan en waren evenals wij zeer voldaan
over de rust die nog heerst op dit eiland.

Hier ontmoeten
we ook een paar Nederlandse Denen die ook zeer ingenomen met de
rust en natuurbeleving op dit eiland. Avonds zaten we nog even buiten
en kwamen er grote groepen (brand) ganzen over op zoek naar een
plekje voor de nacht. Toen het bijna donker werd zagen we een snelle
vogel met puntige vleugels tussen de tenten doorschieten. Dat kon
alleen maar een nachtzwaluw zijn die op zoek ging naar nachtvlinders.
Ze broeden ook op dit eiland. Jouke wist ons uit te leggen waar
de poolster zich bevond en zodoende wisten precies waar we het (noorden)
moesten zoeken.
0land, tot Zweden behorend eiland in de Oostzee, door de Kalmarsund
van het vasteland gescheiden en deel uitmakend van het district
(ln) Kalmar, 1345 kin2, met 20 000 inwoners: hoofdplaats: Borgholm.
Brug over de Kalmarsund tussen Farjestaden op 0land en Kalmar op
het vasteland (6070 meter lang, voltooid 1972% Het eiland bestaat
uit een naar het oosten hellend, in het westen steile kusten vormend
kalkplateau; het heeft een mild klimaat en een bijzondere vegetatie
(o.m. een dertigtal orchideeënsoorten). Toerisme is een belangrijk
middel van bestaan. Op het eiland liggen o.a. de ruines van de grote
burchten Graberg en lsmantorp en van het kasteel Borgholm. Karakteristiek
voor 0land zijn de houten windmolens.
De volgende dag
snel naar de punt. Bij de vuurtoren Lange Jan. 42 meter hoog en
van waaraf je een prachtig uitzicht hebt over de punt.

De familie Smit was er al. Al snel werd er koffie gezet en de laatste
nieuwtjes met de Zweedse vogelaars uitgewisseld. De koffie was nog
niet op toen er grote groepen meeuwen de lucht in gingen. Er moest
wel een grote roofvogel in de
buurt zijn om zoveel paniek te kunnen veroorzaken. En dat klopte.
Een drietal zeearenden bleek regelmatig langs te komen. Zeearenden
overwinteren hier ook, zeker enkele tientallen. Verder zagen we
hier veel steltlopers, waaronder groenpootruiter, zwarte ruiter
en bonte strandlopers. Ook enkele zeehonden. Op de heide een groep
damherten. De volgende dag zijn we lopend naar de zuidpunt geweest.
Een wandeling, als men de juiste route weet te vinden. van ongeveer
zeven km. Door de zeer schone lucht hier op dit eiland in de Oostzee
konden de korstmossen op de bomen zeer groot worden. Onderweg leuke
plantjes gezien waaronder tormentil (vier gele kroonbladeren, gagel,
zeer aromatisch (in droogboeketten) en de heesterganzerik (Potentitla
fructicosa) die hier inheems is. Ook de kraaiheide en dopheide komen
hier voor en vormen samen mooie heidevelden. Atalanta’s en
dagpauwogen dartelen vrolijk om ons heen. Andere insecten waren
we niet blij mee. Ook de teken (Ixodes ricinus) bleken zich aan
ons te hechten. Daar waren we niet gelukkig mee omdat ze besmet
kunnen zijn met de Borrelia burgdorferi bacterie. Deze veroorzaakt
de Lyme ziekte. Op de punt waren ook konijnen en (sneeuw?) hazen
aanwezig. De sneeuwhazen hebben kleinere oren en een lichte bovenstaart.
Daar hebben we niet voldoende op gelet, maar een feit is dat de
soorten hier beide ‘voorkomen en kunnen bastaardiseren. Deze
bastaarden schijnen onvruchtbaar te zijn. In het noorden van Zweden
komt alleen de sneeuwhaas voor die in de winter naar wit verkleurd.
We hebben de vuurtoren tweemaal beklommen. Deze is gebouwd in de
jaren 1284 en 1785. Voor de bouw werd gebruik gemaakt van de restanten
van een naburige kapel. Bij de punt ook veel kwikstaarten en zwaluwen
aanwezig. Als leuke soort zat her ook de grauwe klauwier. Deze vangt
kevers en andere grote insecten en spietst die vast op doorns en
soms prikkeldraad. Vandaan de bijnaam negendoder of wurger. Dwars
over het eiland loopt de Karl X Gustafs muur. Deze is circa 4500
meter lang en sluit het zuidelijke deel af. Deze muur zou gediend
hebben als bescherming van het jachtwild en/of om te voorkomen dat
het wild de groente die verbouwd werd in het zuiden zou vernielen.
De berichten op de informatieborden spreken elkaar hieromtrent tegen.
Men is in 1653 gestart met de bouw van de muur die van kalksteen
(limestone) is gemaakt.


Op dinsdag zijn we weer vertrokken en hebben een tussenstop gemaakt
in het Fyledalen. Een fraai bosgebied boven Ystad. Hier hebben we
nog jonge bosuilen en een draaihals gehoord. Boven het bos een aantal
rode wouwen. De steenarenden werden niet gezien. Bij de auto werd
Mink verrast door de grote stinkzwam (Phallus impudicus). Ook het
duivelsei, waar de zwam zich uit ontwikkeld werd door ons ontdekt.
De schimmel verspreidt een geur van rottend vlees: hierdoor worden
vleesvliegen gelokt en die zorgen voor de verspreiding van de sporen.
We hebben de erectie, het omhoog komen van de paddestoel uit het
duivelsei, op de voet kunnen volgen. Door de tijdelijke celibataire
leefwijze van ons selecte gezelschap ontlokte dit fenomeen ons toch
wel enkele opmerkingen.
‘s Nachts hadden we een buitje gehad, maar alles was droog
gebleven. Ik had in het busje geslapen, Jouke en Mink in een tentje.
De volgende ochtend een wandeling gemaakt en toen op naar de zuidpunt
van Zweden: Falsterbo, het Mekka voor de vogelaar. We hebben de
kustroute genomen; erg fraai maar het schoot niet erg op, omdat
op veel plaatsen snelheidsbeperkingen gelden. Toen we bij de hei
aankwamen, zat Jan al klaar met z’n fotospullen. Ze hadden
al een aantal wespendieven gehad en een enkele visarend. De volgende
dag vroeg naar de punt (Nabben) van het schiereiland. Daar waren
al enkele tientallen vogelaars aanwezig. De sperwers waren druk
in de weer om een vermoeide, langstrekkende prooi te slaan. Veel
steltlopers langs de kust en op de zandbanken. Hier lagen ook een
tiental kegelrobben. Deze zijn groter dan de gewone zeehond. Een
enkele kleine jager passeerde en ook de duikers (meestal parel)
waren niet algemeen. Op de golfbaan vele kwikstaarten en piepers.
Veel boompiepers trokken over. Soms een grote pieper en een ortolaan.
s Middags naar de hei. Daar kwam de trek al aardig op gang. Dat
betrof dan vooral wespendieven, die soms in groepen van dertig tot
veertig stuks aankwamen zeilen, ogenschijnlijk uit het niets. Goed
dat je dan met een stel mensen staat die allemaal wel even alert
zijn. Hier bemerkte Mink later dat er meer mensen uit Friesland
kwamen. Mink had zich namelijk minder vleiend uitgelaten over de
met zorg opgebouwde zwaarlijvigheid van een man. Ze bleken uit de
Woudstreek te komen en er werden weer enkele gegevens uitgewisseld.
Kennelijk had hij de opmerking niet gehoord.
Ook kwam er nog een enkele visarend over, maar de meeste waren al
door. In de trektijd worden ze ook in Nederland regelmatig waargenomen.
Ze trekken door naar westelijk Afrika. De rode wouw kwam ook even
boven de heide, we hebben daarvan een vijftal gezien. De volgende
dagen lieten hetzelfde beeld zien al namen de aantallen wespendieven
nog toe. Op donderdag hadden ze op de punt wel een smelleken gezien;
op de heide zagen we in de middag een zwarte wouw en een slechtvalk.
Jouke en Mink gingen meestal een stuk lopen en even zwemmen in de
Oostzee. Het water was fris, maar toch lekker als je er eenmaal
door was. Op de camping vonden Mink & Jouke nog een fraaie plant
die ze ook bij Ferwoude dachten gezien te hebben. We hebben hem
gedetermineerd als een grote teunisbloem. Met kunst en vliegwerk
heeft Jouke er nog een foto van weten te maken en zoals een goed
fotograaf betaamt vanaf een stevig statief Ook ‘s avonds gingen
we vaak even een stukje op de heide lopen en probeerden we de Schotse
Hooglanders te fotograferen. Al met al een geslaagde week mede te
danken aan het goede weer en de inzet van allen. We hebben mijn
tent ‘s middags al opgeruimd, nadat hij droog was. Jouke ging
bij Mink slapen en nadat ze elk een slaappil hadden genomen en de
ortho-dontistische hulpstukken in de kunststof bakjes waren gedaan
konden we aan onze laatste nacht in Zweden beginnen. Op vrijdagochtend,
het weer zou slechter worden, zijn we vroeg vertrokken nadat we
onze laatste Zweedse kronen hadden opgemaakt in de kampwinkel. Om
kwart voor negen konden we de boot halen in Rudbyhaven. We moesten
eerst weer een stuk door Denemarken rijden dat landschappelijk wel
deed denken aan Canada. (Aldus de meereizende globetrotters) Op
de boot hebben we ontbeten. Het tanken was nog niet gelukt, maar
we hadden geluk. Al snel kregen we de blauwe vlaggen van een Aral
tankstation in de gaten die niet op de wegenkaart vermeld stond.
Met een gerust hart kon ik het stuur aan Jouke overgeven, die enkele
honderden km voor zijn rekening nam. Mink zat op de achterbank en
leek regelmatig een hogere macht aan te roepen, daar hij de ogen
sloot. Niet vanwege de rijstijl van Jouke hopelijk. Een andere mogelijkheid
was dat hij probeerde zijn ontbeerde slaap van afgelopen nacht weer
in te halen. Naarmate we dichter bij de grens kwamen begon hij (Mink)
wat onrustiger te worden en met de beste bedoelingen gaf hij gratis
en voor niks aanwijzingen aan Jouke hoe die moest rijden etc. Gelukkig
bleef die daar verder stoïcijns onder.
Bij Groningen en bij Sneek nog wat oponthoud, zodat we om een uur
of vijf
(p.m.) in Friesland arriveerden.
Epiloog: Totaal een 2750 km gereden. Daarbij 109 soorten vogels
kunnen determineren. Ook het aantal zoogdieren ( 10) die we gezien
hebben viel niet tegen, o.a.: ree, damhert, haas, sneeuwhaas, konijn,
vleermuis en boommarter. Aan de kust zagen we nog zeehonden en kegelrobben.
Verder, helaas, doodgereden egels. Op een parkeerterrein in Duitsland
nog een geplette vuursalamander, duidelijk herkenbaar aan de zwart/gele
tekening. Landschappelijk is Oland erg interessant en de trek komt
eind augustus aardig op gang. Ook de aanwezige zeearenden waren
een attractie op zich. Fyledalen zijn we maar kort geweest. Zo zijn
er nog meer van fraaie plekjes in Zweden. Als je wat noordelijker
komt is het ook minder door privaatrechtelijke zaken afgeschermd.
Een kano kan dan goede diensten bewijzen. Falsterbo is hectisch
vooral in het hoogseizoen. Landschappelijk is het ook minder aantrekkelijk.
Maar doordat het de uiterste zuidpunt vormt van Zweden is een belangrijk
punt voor de vogeltrek in de herfst; de vogels concentreren zich
hier, om daarna bij gunstige wind de oversteek te wagen naar oosten
van Denemarken of het noorden van Duitsland. Zweden, bijna net zo
groot als Frankrijk, heeft nog geen tien miljoen inwoners, waarbij
de meeste in het zuiden wonen; dat betekent dat er in het noorden
nog volop ruimte aanwezig moet zijn voor een ongestoorde vakantie.
Deelnemers:
Mink, Jouke en Otte W. Zijlstra
Verslag:
Otte W. Zijistra
Nw. Niedorp
|