Het verhaal achter het embleem                   

 

 

Op enig moment moest er een (flitsend) embleem komen voor de brandweer van de vliegbasis Leeuwarden.

Het verzoek/de opdracht van het brandweerpersoneel was, het moest uniek en puur fries zijn maar geen Friese vlag, geen koeien en geen F16.

Zo gebeurde het en men is toen in de geschiedenis gedoken met een zoektocht naar de achter-gronden van de ”Fryske Draak”.

Onderstaand verhaal is de heraldische onderbouwing van het embleem van de brandweer van de vliegbasis Leeuwarden, waarin men de draak, het vuur, de ridder (helm en zwaarden) en de drie kruiken terugvindt.

 

In het 4e jaar na Christus, toen Azinga Ascon de vierde bestuurder van Friesland was, zag de plaatselijke bevolking hoe op de zandhelling bij het Rode Klif de grond begon te trillen en openbarstte.

De vuurzuil die de lucht in schoot, kleurde de hemel helrood en verbrandde bomen en struiken in de omtrek. Dit fenomeen duurde drie dagen, totdat op de vierde dag een, in de ogen van de bange bevolking, vurige draak omhoog schoot in de vlammende werveling van vuur. Deze steeg hoog boven de al eerder ontstane vlammen uit en bleef een half uur boven de brandende gloed hangen. Toen zakte hij weer weg in de  vuurhaard, waarna de grond zich sloot en de zeewind de verstikkende lucht meenam in de richting van de zee.

De bange bevolking bleef zich dit spectaculaire gebeuren hun hele verdere leven herinneren en vertelde het door van vader op zoon.

In het 150e jaar na Christus spleet op dezelfde plaats de zandgrond weer open en het vuur vloog opnieuw omhoog en spatte tot een verschrikkelijke vlammenzee uiteen. De bevolking die de verhalen over de vurige draak van vader op zoon doorverteld hadden gekregen, werd doodsbang.

Zij smeekten Hertog Askon, die toen in Staveren zetelde, om na te gaan wat de oorzaak hiervan kon zijn. De hertog gaf opdracht aan zijn wijze mannen om naar het Rode Klif te gaan, maar zij konden de oorzaak van het vuur niet ontdekken en keerden onverrichter zaken naar de Hertog terug.
Acht dagen nadat de vuurzee ontstaan was, zakten zij weer weg. De gloed verdween en de grond sloot zich. Korte tijd later waren alle sporen van de uitbarsting weer verdwenen.
Maar de bevolking bleef doodsbang en verwachtte grote rampen voor Friesland.

Hertog Askon die zijn angst ook niet kon verbergen, zond een stoet van dienaren met kostbare geschenken naar de tempel van den volksgod Stavo, die in Staveren zijn opperpriester had en smeekte den god om een orakel.
Die kreeg hij en deze  luidde als volgt: Wees maar niet bang, niet de hitte maar de kou die hierop volgt, maar dat duurt nog een paar jaren, zal het volk schade toebrengen.
Alhoewel men niet begreep wat het orakel van Stavo bedoelde, was men toch enigszins gerustgesteld. Het vuur bleef echter de eerstvolgende decennia weg en de angst onder de bevolking werd door de jaren heen weer minder.

In het 207e  jaar na Christus, toen hertog Titus uit het geslacht van Askon heer was in Friesland, herhaalde de vuurverschijnselen zich. De vlammen sloegen over een groot gebied uit den grond en waaiden tot ontzetting van de bevolking uit over het gehele Rode Klif. Dit alles ging gepaard met veel gesis en grote stoomwolken in de aangrenzende Zuiderzee

Hoge vlammen waaiden over de zee en brachten de lucht van de hitte aan het trillen. De vlammen en het gesis en het gerommel bracht de bevolking totaal in paniek,  ”de draak was terug”.

 

Hertog Titus, door zijn regeringsleiders attent gemaakt op de vroegere vuuruitbarstingen,  liet drie dagen lang in den Stavo-tempel offers brengen. Bij monde van zijn hogepriester (Druďde)  gaf de god Stavo te kennen, dat een zwaarbewapende sterke Ridder drie kruiken zeewater in het laaiende vuur moest werpen, daarna zou het vuur verdwijnen.


Aldus geschiedde.
Volgens de overleveringen stopte toen ogenblikkelijk de brand en de grond sloot zich, nadat het vuur elf dagen lang gewoed had en zo kwam er een eind aan de voordurende angst onder de bevolking die vele tientallen jaren had geduurd.

Nooit hebben daarna, volgens de overleveringen, zich nog enigerlei vuurverschijnselen in welke vorm dan ook voorgedaan op het Rode Klif.

Het enige wat er nu nog aan herinnerd is de rode kleur van de grond bij het Rode Klif. Hieraan kan men zien, hoe hevig het er destijds aan toe is gegaan


 met dank aan Henk Visser (oud collega) die het ontwerp en de achterliggende gedachte van het embleem heeft gemaakt