Christiaan Weverink (1848 – 1929)

Wellicht de beruchtste vrijgezel van de familie. Zoon van Hendrik Weverink en Christina Susanna Hommelet.
Geboren in Zutphen uit een gezin van 11 kinderen, waarvan er 6 heel jong overleden. Hij was de 3e met de naam Christiaan in het gezin. Zijn vader verdronk toen hij 15 jaar oud was en zijn moeder stierf toen hij 23 jaar oud was. Een half jaar na het overlijden van zijn vader werd hij voor de eerste keer opgepakt voor diefstal. Wat nog diverse keren herhaald werd voor uiteenlopende vergrijpen.


Een klein stukje achtergrond

Na de Napolitaanse oorlogen heersten in Nederland ellendige sociale toestanden; bittere armoede, werkloosheid, en velen waren tot de bedelstaf gebracht.
Ter leniging van deze nood werd in 1818 de Maatschappij van weldadigheid opgericht. In 1823 en 1824 werden hiertoe in Veenhuizen drie grote gestichten gebouwd, waarvan er twee bestemd waren voor bedelaars en landlopers.(vanaf 1843 bestemd voor het hele rijk) Dit waren dwanggemeenschappen met per inrichting ca 1200 inwoners.
Vanaf 1859 trok de maatschappij van weldadigheid zich terug en werd de kolonie Veenhuizen onder het Ministerie van Justitie gesteld wat het dwangkarakter van de kolonie accentueerde. De gestichten heetten dan ook vanaf 1875 Rijkswerkinrichtingen bestemd voor veroordeelde landlopers en bedelaars.
(Uit: Iets over de geschiedenis van Veenhuizen)

Men was toen niet misselijk met het ‘opzenden’naar Veenhuizen. Kennelijk waren de landlopers en bedelaars door het hele land een grote plaag en werden ze na iedere veroordeling geruime tijd naar Veenhuizen gestuurd.

Wat betekende dit voor onze voorouder Christiaan? Uit het register voor de bevolking in de Rijkswerkinrichting te Veenhuizen blijkt dat Christiaan o.a. in 1907 wegens "Landlooperij’ wordt veroordeeld tot 3 dagen hechtenis en drie jaar opzending. In 1913 voor bedelarij tot 2 dagen hechtenis en drie jaar opzending. Dit is inmiddels zijn 15e veroordeling! Deze kwamen uit het hele land van Deventer tot ’s-Hertogenbosch en van Zutphen tot Amsterdam. Dan is het vrij simpel uit te rekenen waar hij het grootste deel van zijn volwassen leven doorbracht.

Het dieptepunt van alle vergrijpen vond plaats in het jaar 1880 waarin hij samen met een aantal ‘verpleegden’ ontsnapte uit de bedelaarsgestichten in Veenhuizen. Ze werden tijdens de ‘desertatie’ echter betrapt en achtervolgd door een viertal veldwachters tot in de velden van Fochtelo. Het ontaarde uiteindelijk in de zware mishandeling van een veldwachter. Hiervoor heeft hij 7 jaar vastgezeten in de strafgevangenis van Leeuwarden.

Van alle gevangenen werd altijd een uitgebreide signalementskaart opgemaakt. In die periode werden tijdelijk alle gevangenen in Leeuwarden voor het eerst fotografisch vastgelegd. Vlak voor zijn vrijlating in ’87 werd hij vereeuwigd.

Vlak voor hij vrijkomt in 1888 en weer in 1891 wordt hij in Deventer ingeschreven ten huize van zijn broer Johannes. Hij zal daar wel af en toe hebben ingewoond als hij niet vast zat of rondzwierf. Misschien hielp hij zelfs af en toe zijn broer, want bij zijn beroep werd eveneens vermeld: schoenmaker.

Vanaf 1908 werd hij overigens vergezeld door zijn broer Johannes (onze voorvader) Kennelijk ging het in dat gezin ook helemaal verkeerd. In 1907 zie je in het bevolkingsregister dat de twee jongste kinderen kennelijk ‘uit huis worden geplaatst’.
(Leonardus vertrekt naar ‘Stichting het doorgangshuis Hoenderloo’, volgens de akte van oprichting, bestemd voor de tijdelijke opneming en de aanwending van pogingen tot verbetering, terechtbrenging en opleiding van verwaarloosde knapen)

In 1908 wordt Johannes opgepakt voor openbare dronkenschap en landloperij, waarvan hij het laatste feit in 1909 nog eens overdoet. Hij is behoorlijk aan lager wal geraakt.
De 1e keer veroordeeld tot 2 dagen hechtenis en één jaar opzending. De 2e keer voor hetzelfde vergrijp 2 dagen hechtenis en tweeeneenhalf jaar opzending. Justitie was niet blij met recidivisten.

Zo hebben ze beiden nog vele jaren in Veenhuizen doorgebracht. Johannes overleed in 1915 en Christiaan in 1927 op 80-jarige leeftijd. Beiden zijn begraven op het kerkhof van Veenhuizen waar een speciaal deel in ingericht voor de verpleegden uit de Rijkswerkinrichting.

In 1999 hebben we het gevangenismuseum en de begraafplaats bezocht. Via de ambtelijk beheerder van de begraafplaats heb ik zelfs de preciese plaats van begraven van beiden kunnen herleiden. Er gaat wel iets door je heen als je voor zo’n kruis staat, waarvan je weet dat een bloedverwant daar ligt begraven na een heftig en bewogen leven, hoe lang geleden ook........

aaaaaaaaaaaaiii