ISOzero Meet- en Demonstratiewoning

Zomerkoeling - Resultaten:

Nadat op 15 september 2004 de subsidieverstrekking uit het Provinciaal Afvalstoffenfonds van de Provincie Noord-Holland een feit was, is gestart met de uitvoering het project “ISOzero Meet- en Demonstratiewoning”. Medio 2005 zijn de voorlopige resultaten samengevat in een tussentijdsverslag, onderstaand vind u een korte samenvatting van de resultaten van het onderzoek in de winter- en zomerperiode.

Praktijkproef winter:
De installatie en het meetsysteem zijn eind december 2004 opgestart. Begin februari 2005 kwamen de eerste betrouwbare meeresultaten binnen. Om deze resultaten goed te kunnen beoordelen is door TNO een comfortnotitie opgesteld waarin grenswaarden zijn opgenomen waaraan o.a. aan de luchttemperatuur en luchtsnelheid moeten voldoen om het vereiste comfortniveau in de woning te halen. Op basis hiervan is een comfortindicator opgesteld die elk moment van de dag een beoordeling van het comfort geeft.
Om te controleren of de hoge temperatuur in de slaapkamers veroorzaakt wordt door het verwarmingssysteem is medio maart een proef gehouden met het sluiten van de inblaasroosters in de slaapkamers. Dit bleek nauwelijks effect te hebben op het temperatuurniveau zodat de conclusie gerechtvaardigd is dat niet de installatie maar de goede isolatie en kierdichting in combinatie met directe zoninstraling in de slaapkamers oorzaak is van de hoge temperaturen. Mogelijke oplossingen hiervoor zijn compartimentering van het luchtinblaassysteem in combinatie met koeling en het aanbrengen van zonwering en/of zonwerend glas. Aansluitend dienen dan ook de vertrekken te worden gecompartimenteerd (bijv. begane grond, 1ste en 2de verdieping).

Figuur: Voorbeeld van het verloop van het comfort in de achterslaapkamer gedurende een dag volgens de comfortindicator (1 is goed, 0 is slecht). Duidelijk is te zien dat door zoninstraling tussen 11 en 17 uur het comfort is afgenomen door het (te) hoog oplopen van de luchttemperatuur in de slaapkamer.

Een tweede onderzoeksvraag is of de capaciteit van het verwarmingssysteem voldoende is om, ook onder extreme winteromstandigheden, de woning goed te verwarmen, m.a.w. is de verwarmingscapaciteit van het systeem voldoende. Om dit te controleren is enerzijds een opwarmproef gedaan en anderzijds door TNO een Second Opinion Studie (2005 BRR/6) uitgevoerd naar de capaciteit van het systeem. De opwarmproef is begin maart uitgevoerd. De proef is gestart bij een buitentemperatuur van ca. 6 graden nadat de installatie in de woning gedurende het voorafgaande zeer koude weekend ( tot -10 graden) is stilgezet. Het resultaat was positief want de woning bleek in 2 uur opgewarmd te zijn tot 20 graden. Bovendien werd 1 uur vertraging veroorzaakt doordat eerst het warmwatersysteem werd opgewarmd (voorrangpositie). Alleen de vloertemperatuur bleef achter. Oplossing hiervoor is wellicht het aanbrengen van een vloerbedekking.

Praktijkproef zomer:

Op 17 juni 2005 kon uiteindelijk het groene licht worden gegeven voor deze regeling. Net op tijd want enige dagen later brak de ‘hittegolfperiode’ aan (20 t/m 25 juni 2005), dus een uitstekende periode om de koelprestaties van het systeem te testen. De koelprestaties van de installatie blijken erg goed te zijn zoals uit onderstaand figuur blijkt waarin het temperatuurverloop in de slaapkamer is weergeven. Bij een buitentemperatuur van 33 graden loopt de temperatuur van de slaapkamer die aan de zuidoostkant van de woning ligt (dus met rechtstreekse zoninstraling zonder buitenzonwering) niet hoger op dan 25 graden, dus een temperatuurverschil ten opzichte van buiten van niet minder dan 8 graden! Omdat we in de zomer minder warm gekleed gaan, ligt de comfortgrens hoger dan in de winter, t.w. op maximaal 26 graden.
Wel past hierbij een relativerende opmerking voor wat betreft het gezondheidsaspect. Mensen blijken namelijk bij een groot temperatuurverschil) tussen binnen en buiten (meer dan ca. 5 graden) bevattelijker voor verkoudheid e.d. Voor de praktijk is het daarom aan te bevelen dit temperatuurverschil niet te groot te laten worden, en in voorkomende gevallen de binnentemperatuur hoger in te stellen.
Welke temperatuur als meest prettig wordt ervaren, is individueel verschillend en wordt uiteindelijk door de bewoner zelf bepaald. Bij de test is toch voor een laag ingestelde binnentemperatuur gekozen (ca. 20-22 graden) gekozen om te controleren of de installatie de temperatuur binnen de algemeen geaccepteerde comfortgrenzen kan houden en of de koelcapaciteit van het systeem voldoende is.

Figuur: De bovenste grafiek geeft het temperatuurverloop weer in de (zuid-oost georiënteerde) achterslaapkamer tijdens een ‘hittegolf’ dag (max. buitentemperatuur 33 graden). Bij deze hoge buitentemperatuur loopt de binnentemperatuur op tot ca. 25 graden. De onderste grafiek geeft per uur een gemiddelde beoordeling van het (zomer)comfort onder deze warme dag.

Optimalisatie:

Het optimaliseren van het geďnstalleerde systeem is een continu proces dat wordt aangestuurd door het projectgroepoverleg. Zoals het zich nu laat aanzien, richt de optimalisatie zich op de volgende punten:
  • De regeling die per 17 juni 2005 is geďnstalleerd blijkt een flinke verbetering te geven maar moet nog worden geoptimaliseerd op nauwkeurige instelling door de gebruiker, inclusief mogelijkheid om naar behoefte de binnentemperatuur aan te passen en nachtverlaging toe te passen.
  • Om zowel in de woonkamer als in de slaapkamers de temperatuur apart te kunnen regelen, zou het luchtverwarmingsysteem in aparte compartimenten (inblaasunits) moeten worden onderverdeeld. Aansluitend dienen dan ook de vertrekken te worden gecompartimenteerd (bijv. begane grond, 1ste en 2de verdieping). Hoewel dit bij reguliere CV-installaties ook niet mogelijk is, zou dit een flinke meerwaarde aan het comfortniveau van de ISOzero woning geven.
  • Het energiegebruik van de ISOzero woning is momenteel nog aan de hoge kant. Dit kan flink omlaag worden gebracht door het hele systeem beter te regelen en te dimensioneren.
  • Het benodigde koelvermogen kan flink worden gereduceerd door te zorgen dat in de zomer de zon niet rechtstreeks kan binnenstralen. Hierbij kan gedacht worden aan een door de gebruiker te bedienen of automatische geregelde buitenzonwering (rekening houdend met een goede bodembalans). Het aanbrengen van zonwerend glas is wellicht ook een aantrekkelijke optie omdat de gebruiker hier geen omkijken naar heeft en er geen onderhoud nodig is.
Al deze punten zullen in de resterende periode van dit project de nodige aandacht krijgen.